Document 54K2277/001

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2277 Wetsontwerp 🌐 NL

Inhoud

5631 2277/001 2277/001 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 DOC 54 DOC 54 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS SOMMAIRE Résumé ....................................................................... Exposé des motifs ....................................................... Avant-projet ................................................................. Analyse d’impact ......................................................... Avis du Conseil d’État ................................................. Projet de loi ................................................................. INHOUD Samenvatting .............................................................. Memorie van toelichting .............................................. Voorontwerp ................................................................ Impactanalyse ............................................................. Advies van de Raad van State .................................... Wetsontwerp ............................................................... PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende het toezicht op verwerkers van betalingstransacties relatif à la surveillance des processeurs d’opérations de paiement 3 4 24 36 44 51 Blz. Pages 3 février 2017 3 februari 2017 3 4 24 40 44 51 2 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De regering heeft dit wetsontwerp op 3 februari 2017 ingediend. Le gouvernement a déposé ce projet de loi le 3 février 2017. De “goedkeuring tot drukken” werd op 3 februari 2017 door de Kamer ontvangen. Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le 3 février 2017. Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Vuye&Wouters : Vuye&Wouters 3 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Het wetsontwerp beoogt om de systeemrelevante verwerkers van het Belgisch betaalverkeer te onder- werpen aan bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaar- den en om hen onder direct wettelijk toezicht van de Nationale Bank van België te brengen. Le projet de loi a pour objet de soumettre les pro- cesseurs de paiements d’importance systémique en Belgique à un ensemble de conditions d’exercice de leur activité et de les placer sous la surveillance légale directe de la Banque nationale de Belgique. RÉSUMÉ SAMENVATTING 4 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 MEMORIE VAN TOELICHTING DAMES EN HEREN, ALGEMENE TOELICHTING Het gebruik van giraal geld en daaraan gekoppelde elektronische betaalmiddelen heeft een hoge vlucht genomen in onze maatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de maatschappij sterk aangewezen is op de stabiliteit en continuïteit van dit betaalverkeer. Het zelfs tijdelijk niet goed functioneren van één bepaalde dienstverlener heeft verstrekkende gevolgen voor het gehele girale betalingssysteem. De economische schade die hierdoor wordt geleden, kan aanzienlijk zijn. Gebeurtenissen in het recente verleden hebben dit reeds uitgewezen. De partijen die instaan voor het verwerken van beta- lingstransacties – en wiens naar behoren functioneren zo essentieel is voor het goed functioneren van het ge- hele betaalverkeer – veranderen voortdurend. Teneinde een goed zicht te hebben welke partijen verantwoordelijk zijn voor de verwerking van transacties in het Belgisch betaalverkeer en om de mogelijkheden voor de Bank voor het effectief uitoefenen van haar toezichtstaak beter wettelijk te verankeren, legt dit wetsontwerp een aantal verplichtingen op aan de verwerkers van het Belgisch betaalverkeer die van systemisch belang zijn. Er wordt voorgesteld dit systemisch belang te bepalen op basis van de overschrijding van een drempel van het aantal betalingstransacties via één bepaald betalingsschema, gemeten over één kalenderjaar, waarvoor een verwerker diensten voor de verwerking heeft verleend. Van “soft law” naar een juridisch afdwingbaar kader Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststel- ling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België (hierna: de organieke wet) bepaalt dat de Bank waakt over de goede werking van de verrekenings- en betalingssystemen en zich vergewist van hun doelmatig- heid en deugdelijkheid. Dit oversight, dat overigens ook wordt uitgeoefend door de Europese Centrale Bank (hierna: “ECB”) en de andere centrale banken van het Europees Systeem van Centrale Banken (hierna: “ESCB”), is gebaseerd op vrijwilligheid, historische relaties met belangrijke spelers in de markt en de morele overtuigingskracht van de betrokken instellingen. Een steeds verder eengemaakte markt van betaalver- keer met complexere verhoudingen tussen een stijgend aantal verwerkers evenals de recente problemen inzake EXPOSÉ DES MOTIFS MESDAMES, MESSIEURS, EXPOSÉ GENERAL L’utilisation de monnaie scripturale et d’instruments de paiement électronique connexes s’est largement répandue dans notre société. Cette dernière est en conséquence fortement tributaire de la stabilité et de la continuité de ce mode de paiement. La défaillance, même temporaire, d’un fournisseur de services déter- miné a de profondes répercussions sur le système de paiement électronique tout entier. Les dégâts écono- miques qui en découlent peuvent être considérables. De récents événements l’ont déjà démontré. Les parties chargées de traiter les opérations de paiement – et dont le fonctionnement correct est essen- tiel au bon fonctionnement du circuit de paiement tout entier – changent continuellement. Afin de déterminer clairement quelles sont les parties responsables du trai- tement d’opérations de paiement en Belgique et d’offrir un meilleur ancrage légal aux instruments dont dispose la Banque pour exercer concrètement sa mission de surveillance, le présent projet de loi impose une série d’obligations aux processeurs d’opérations de paiement qui sont d’importance systémique en Belgique. Il est proposé de définir cette importance systémique sur la base du dépassement d’un seuil quant au nombre d’opérations de paiement effectuées au cours d’une année calendaire au moyen d’un schéma de paiement déterminé, pour le traitement desquelles un processeur a fourni des services. De la soft law à un cadre juridique contraignant L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique (ci-après “la loi organique”) prévoit que la Banque veille au bon fonctionnement des systèmes de compensation et de paiements et qu’elle s’assure de leur efficacité et de leur solidité. Cet oversight, par ailleurs également exercé par la Banque Centrale Européenne (ci-après “BCE”) et les autres banques du Système Européen de Banques Centrales (ci-après “SEBC”), repose sur la coopération volontaire, les relations historiques avec les acteurs importants du marché et la force de persuasion morale des autorités concernées. Un marché des paiements toujours plus unifié accompagné de relations plus complexes entre un nombre croissant de processeurs ainsi que les récents 5 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 stabiliteit en continuïteit van het Belgische betaalverkeer zijn katalysatoren voor het beter wettelijk verankeren van het oversight op systeemrelevante verwerkers. Het voorliggend wetsontwerp geeft daarmee gevolg aan een evolutie die recent is ingezet op Europees niveau. De normen die de verrekenings- en betalingssyste- men geacht worden na te leven, zijn doorgaans vervat in instrumenten die niet juridisch afdwingbaar zijn. Zonder exhaustief te zijn, kan men verwijzen naar de volgende normen: — op internationaal niveau, de Principles for Financial Market Infrastructures (PFMI), ontwikkeld in 2012 in samenwerking tussen enerzijds het in de schoot van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) opgerichte Committee on Payment and Settlement Systems en anderzijds het Technische Comité van de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders (IOSCO); — op Eurosysteemniveau, het Revised Oversight framework for retail payment systems (februari 2016), het Oversight framework for credit transfer schemes (oktober 2010) en het Oversight framework for direct debit schemes (oktober 2010). Recent stelt men evenwel vast dat het op vrijwillig- heid gebaseerde oversightsysteem voor welbepaalde verwerkers van betalingstransacties op zijn grenzen botst en niet altijd op efficiënte en solide wijze de nale- ving van de oversightnormen kan verzekeren. De ECB vaardigde op 3 juli 2014 Verordening (EU) nr. 795/2014 uit met betrekking tot oversightvereisten voor systeem- relevante betalingssystemen (systemically important payment systems of SIPS). Deze zogenaamde SIPS- verordening herneemt de oversightvereisten uit de PFMI die dienen nageleefd te worden door de SIPS en brengt ze daardoor onder in een juridisch afdwingbaar kader. De zesde considerans van de SIPS-verordening stelt dat ook autoriteiten in andere landen geacht worden op soortgelijke wijze de PFMI-beginselen te introduce- ren en toe te passen in hun respectievelijke wettelijke en regelgevende kaders, voor zover deze kaders dat toestaan. De overgang van een soft law-benadering naar een ju- ridisch afdwingbare benadering van het oversight, vond bijvoorbeeld ook al (gedeeltelijk) plaats in Nederland. In Nederland zijn de zogenaamde afwikkelondernemin- gen onder het toezicht van De Nederlandsche Bank geplaatst. Afwikkelondernemingen zorgen ervoor dat er online of in een handelszaak met een betaalkaart kan betaald worden, en verlenen dus diensten waarvan sommige overeenstemmen met de diensten die door de in het voorliggend wetsontwerp geviseerde verwerkers problèmes qui ont touché la stabilité et la continuité des paiements en Belgique invitent à renforcer l’ancrage légal de l’oversight des processeurs d’importance sys- témique. Le présent projet de loi concorde en cela avec un processus récemment entamé au niveau européen. Les normes à respecter par les systèmes de compen- sation et de paiements sont en règle générale énoncées dans des instruments qui ne sont pas juridiquement contraignants. Sans être exhaustif, on peut évoquer les normes suivantes: — au niveau international, les Principles for Financial Market Infrastructures (PFMI), élaborés en  2012 dans le cadre d’une collaboration entre, d’une part, le Committee on Payment and Settlement Systems constitué au sein de la Banque des règlements inter- nationaux (BRI) et, d’autre part, le Comité technique de l’Organisation internationale des commissions de valeurs (IOSCO); — au niveau de l’Eurosystème, le Revised Oversight framework for retail payment systems (février 2016), le Oversight framework for credit transfer schemes (octobre 2010) et le Oversight framework for direct debit schemes (octobre 2010). On constate toutefois depuis peu que le système d’oversight basé sur la bonne volonté atteint ses limites pour certains processeurs d’opérations de paiement bien précis et ne parvient pas en permanence à assu- rer de façon efficace et robuste le respect des normes de surveillance. La BCE a adopté le 3 juillet 2014 le règlement (UE) n° 795/2014 concernant les exigences de surveillance applicables aux systèmes de paiement d’importance systémique (systemically important pay- ment systems ou SIPS). Ce règlement SIPS reprend les exigences d’oversight des PFMI que les SIPS doivent respecter et les intègre ainsi dans un cadre juridique- ment contraignant. Dans son sixième considérant, le règlement SIPS indique que les autorités d’autres pays devraient elles aussi instaurer et appliquer de façon similaire les principes des PFMI dans leurs cadres juridiques et réglementaires respectifs, dans toute la mesure autorisée par ces derniers. La transition d’une approche de soft law vers une approche juridiquement contraignante de l’oversight s’est déjà par exemple opérée (partiellement) aux Pays- Bas. La Nederlandsche Bank y exerce un contrôle sur ce que l’on appelle les “afwikkelondernemingen”. Ces “afwikkelondernemingen” veillent à ce que l’on puisse payer par carte en ligne ou dans un commerce et four- nissent donc des services dont certains correspondent aux services fournis par les processeurs visés par le présent projet de loi. Les “afwikkelondernemingen” sont 6 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 worden verleend. De afwikkelondernemingen dienen daarbij bepaalde vereisten na te leven die rechtstreeks ontleend zijn aan de oversightvereisten. Anders dan in Nederland behoudt het voorliggend wetsontwerp evenwel de oversightbenadering: sys- teemrelevante verwerkers worden onderworpen aan de in de artikelen 11, 12 en 13 opgenomen oversight- verwachtingen die gebaseerd zijn op de PFMI. Deze verwerkers worden niet aan prudentiële vereisten onderworpen, wat onder meer impliceert dat zij niet aan een vergunningsplicht onderworpen zijn en dat zij geen bedrijfsvergunningsvoorwaarden (zoals inzake kapitaalvereisten) dienen na te leven. Het wetsontwerp leidt er wel toe dat de betrokken oversightverwachtingen juridisch afdwingbaar worden. Reikwijdte De bepalingen van het wetsontwerp zijn gericht op verwerkers van betalingstransacties, mits (a) deze beta- lingstransacties worden uitgevoerd tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalings- dienstaanbieder van de betaler als de betalingsdien- staanbieder van de begunstigde in België actief is. Dit betekent dat iedere verwerker van betalingstransacties tussen twee betalingsdienstaanbieders die beiden actief zijn in België gevat wordt door het voorliggend wetsontwerp, ongeacht of de verwerker en de beta- lingsdienstaanbieder een rechtspersoon naar Belgisch recht zijn en ongeacht of zij in België gevestigd zijn. Het doel van dit wetsontwerp bestaat er immers in de stabiliteit en continuïteit van het Belgische betaalver- keer te verzekeren zodat het nodig is alle betrokken betalingsdienstaanbieders en verwerkers, ook als zij in het buitenland gevestigd zijn, te vatten. Het volstaat met andere woorden betalingsdiensten aan te bieden in België, of dat nu gebeurt op basis van een door de Belgische bevoegde autoriteiten verleende vergunning of door het gebruikmaken van het vrij verkeer van dien- sten, om gevat te worden door deze definitie. Een verwerker van betalingstransacties dient echter alleen de ontworpen bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden na te leven wanneer hij door overschrijding van een drempel wordt aangemerkt als een systeemrelevante verwerker. De in het wetsontwerp voorgestelde drempel vindt zijn oorsprong in een analyse van de gegevens die de Bank verzamelt in het kader van Verordening (EU) Nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank van 28  november  2013 betreffende betalingsstatistieken (ECB/2013/43), evenals uit de gegevens verzameld in het kader van het soft law oversight dat de Bank momenteel uitoefent. Hieruit blijkt dat het totaal aantal tenus, dans le cadre de ce contrôle, de respecter cer- taines obligations directement inspirées des exigences en matière d’oversight. Contrairement à ce qui se passe aux Pays-Bas, le présent projet de loi maintient quant à lui l’approche d’oversight: les processeurs d’importance systémique doivent satisfaire aux exigences en matière de surveil- lance reprises aux articles 11, 12 et 13 et basées sur les PFMI. Ces processeurs ne sont pas soumis à des exigences prudentielles, ce qui implique entre autres qu’ils ne sont pas soumis à une obligation d’agrément et ne sont pas tenus de respecter des conditions d’accès à l’activité (telles que des exigences de fonds propres). En revanche, le projet de loi rend ces exigences d’oversight juridiquement contraignantes. Portée Les dispositions du projet de loi visent les proces- seurs d’opérations de paiement dès lors que (a) lesdites opérations de paiement sont effectuées entre des pres- tataires de services de paiement différents et (b) tant le prestataire de services de paiement du payeur que celui du bénéficiaire opèrent en Belgique. Est donc visé par le présent projet de loi tout processeur d’opérations de paiement effectuées entre deux prestataires de services de paiement qui opèrent tous deux en Belgique, que le processeur et le prestataire de services de paiement soient ou non des personnes morales de droit belge et qu’ils soient ou non établis en Belgique. L’objectif du présent projet de loi étant en effet d’assurer la stabilité et la continuité des paiements en Belgique, il faut que tous les prestataires de services de paiement et proces- seurs concernés soient visés, même s’ils sont établis à l’étranger. En d’autres mots, il suffit, pour être visé par cette définition, de proposer des services de paiement en Belgique, que ce soit avec l’agrément de l’une des autorités belges compétentes ou en exerçant le droit à la libre circulation des services. Un processeur d’opérations de paiement n’est cependant tenu de respecter les conditions proposées d’exercice de l’activité que s’il est considéré comme un processeur d’importance systémique du fait du dépas- sement d’un seuil. Le seuil proposé dans le projet de loi trouve son ori- gine dans une analyse des données que la Banque col- lecte dans le cadre du règlement (UE) n° 1409/2013 de la Banque centrale européenne du 28 novembre 2013 concernant les statistiques relatives aux paiements (BCE/2013/43), ainsi que dans les données récoltées par la Banque dans le cadre de l’oversight de soft law qu’elle exerce actuellement. Il en ressort que le nombre 7 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 betalingen in België met Belgische betaalkaarten voor het jaar 2014 ongeveer rond de 1,3 miljard ligt. Dit be- treft zowel transacties in verkooppunten (zogenaamde “Point Of Sale” of POS-transacties) als e-commerce transacties (zogenaamde “Card Not Present” of CNP- transacties). Andere bronnen waarover de Bank be- schikt bij de uitoefening van haar oversightbevoegdheid tonen aan dat het aantal transacties zoals hierboven vermeld niet evenredig verdeeld is over de verschillende in België actieve betalingsschema’s. Bancontact neemt het overgrote deel van deze betalingstransacties voor haar rekening. Maestro, het debetkaartbetalingschema van MasterCard, neemt een veel kleiner aandeel van het totaal voor haar rekening en alle andere MasterCard, Visa en American Express transacties evenals de ande- re kredietkaarttransacties maken een veel kleiner deel uit van het totaal aantal Belgische betalingstransacties. Rekening houdend met (i) het relatieve belang van ieder van deze in België actieve betalingsschema’s voor het goed functioneren van het geheel, (ii) het systemisch belang van de gekende verwerkers van het Belgisch betaalverkeer en (iii) de in dit wetsontwerp voorziene verplichtingen in hoofde van de uitbater van ieder in België actief betalingsschema, wordt voorgesteld om de drempel te bepalen op het overschrijden door een verwerker van honderdvijfentwintig miljoen betalings- transacties via één bepaald betalingsschema waarvoor die verwerker diensten voor de verwerking ervan heeft verleend. Europese context De vraag rijst of het voorliggende wetsontwerp een ongeoorloofde beperking inhoudt van het vrij verrichten van diensten, met name doordat ook verwerkers die niet in België gevestigd zijn er door gevat worden. Men dient echter te wijzen op de feitelijke gevolgen van de invoering van dit wetsontwerp. Een gebrek aan direct wettelijk toezicht en directe controle op de systeemre- levante verwerkers van het Belgische betaalverkeer kan het vertrouwen van de markt in die verwerkers, in het betaalverkeer in zijn geheel en in het gebruik van in euro uitgedrukte betalingsinstrumenten verminderen. Bovendien is de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat het vrij verrichten van diensten kan beperkt worden mits men vier voorwaarden naleeft. Ten eerste dient de beperking zijn oorsprong te vinden in een dwingende reden van algemeen belang. De gevolgen van de maatschappelijke ontwrichting total de paiements en Belgique effectués avec des cartes de paiement belges pour l’année 2014 atteint environ 1,3  milliard. Ceci concerne aussi bien les transactions dans les points de vente (aussi appelées transactions “Point Of Sale” [POS]) que les transactions de commerce électronique (aussi appelées transac- tions “Card Not Present”  [CNP]). D’autres sources dont dispose la Banque dans l’exercice de ses compé- tences d’oversight montrent que les transactions dont question ci-avant ne sont pas réparties de manière égale entre les différents schémas de paiement actifs en Belgique. La grande majorité de ces opérations de paiement concerne le schéma de paiement Bancontact. Maestro, le schéma de paiement par carte de débit de MasterCard, en représente une partie beaucoup plus limitée. Toutes les autres transactions MasterCard, Visa et American Express et autres (cartes de crédit) constituent une partie plus réduite du nombre total d’opérations de paiement en Belgique. Compte tenu (i) de l’importance relative de chacun des schémas de paiement opérant en Belgique pour le bon fonctionnement de l’ensemble, (ii) de l’importance systémique des processeurs connus, dans le circuit de paiements belge et (iii) des obligations prévues dans le présent projet de loi pour tout exploitant d’un schéma de paiement opérant en Belgique, il est proposé de fixer le seuil comme étant le dépassement, par un processeur, du chiffre de cent vingt-cinq millions d’opérations de paiement par schéma de paiement pour le traitement desquelles le processeur a fourni des services. Le contexte européen La question se pose de savoir si le présent projet de loi constitue une restriction non justifiée à la libre circulation des services, notamment du fait qu’il vise également des processeurs non établis en Belgique. Il faut toutefois souligner les conséquences concrètes qu’aura l’introduction du présent projet de loi. Un défaut de surveillance légale directe et de contrôle direct des processeurs d’importance systémique des paiements en Belgique peut amoindrir la confiance que le marché porte à ces processeurs, au circuit de paiement dans son ensemble et à l’usage d’instruments de paiement libellés en euros. De plus, la jurisprudence constante de la Cour de Justice considère que la libre circulation des services peut être limitée pour autant qu’il soit satisfait à quatre conditions. Premièrement, la limitation doit être justifiée par un motif impérieux d’intérêt général. Les conséquences des perturbations sociétales qu’entraînerait un manque 8 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 die gepaard gaan met een gebrek aan stabiliteit of continuïteit van het Belgisch betaalverkeer zijn zo groot dat de morele overtuigingskracht waarvan eerder sprake onmogelijk nog kan volstaan om de toestand te voorkomen of te remediëren. Recente gebeurtenissen bevestigen dit ook. Ten tweede dient de beperking zonder discriminatie toepasbaar te zijn. Het voorliggend wetsontwerp is van toepassing op alle verwerkers van betalingstransacties, ongeacht hun land van oorsprong. Daarenboven viseert het wetsontwerp uitsluitend verwerkers van Belgische betalingstransacties, dit zijn betalingstransacties die plaatsvinden tussen betalingsdienstaanbieders die beiden in België actief zijn zonder onderscheid o.b.v. het land van oorsprong van de betalingsdienstaanbieder of van de verwerker. Het behoeft dan ook geen nadere uitleg waarom het voorliggend wetsontwerp geheel geschikt is om het na- gestreefde doel – met name de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betaalverkeer verzekeren – te bereiken (derde voorwaarde). Tot slot is er sprake van een grote zin voor proporti- onaliteit in het voorliggend wetsontwerp door enkel de verwerkers die een bepaalde drempel overschrijden – zogenaamde systeemrelevante verwerkers – aan de voorgestelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden te onderwerpen. Op advies van de Raad van State werd in het wets- ontwerp op diverse plaatsen verduidelijkt dat de nieuw gecreëerde reglementaire bevoegdheid van de Bank deze is bedoeld in het nieuwe artikel 8, § 2 van de organieke wet van de Bank. Deze reglementen dienen dus door de Koning goedgekeurd te worden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING HOOFDSTUK 1 Doel – definities – toepassingsgebied Artikel 1 Overeenkomstig artikel 83 van de Grondwet, bepaalt dit artikel dat de wet een door artikel 74 van de Grondwet beoogde aangelegenheid regelt. Artikel 2 Dit artikel preciseert de reikwijdte en het doel van het wetsontwerp: het toezicht op de activiteiten van de stabilité ou de continuité du circuit de paiements en Belgique sont si importantes que la force de persuasion morale déjà évoquée ne peut plus suffire pour prévenir la situation ou y remédier. De récents événements le prouvent d’ailleurs. Deuxièmement, la limitation doit pouvoir être appli- quée sans discrimination. Le présent projet de loi s’ap- plique à tous les processeurs d’opérations de paiement, quel que soit leur pays d’origine. En outre, le projet de loi vise exclusivement les processeurs d’opérations de paiement en Belgique, c’est-à-dire les opérations de paiement effectuées entre prestataires de services de paiement opérant tous deux en Belgique sans distinction du pays d’origine du prestataire de services de paiement ou du processeur. Il n’est dès lors nul besoin d’expliquer plus avant en quoi le présent projet de loi est tout à fait approprié pour atteindre l’objectif fixé, c’est-à-dire assurer la stabilité et la continuité du système de paiement belge (troisième condition). Enfin, le présent projet de loi applique un degré élevé de proportionnalité, en ce que les conditions proposées d’exercice de l’activité ne s’appliquent qu’aux pro- cesseurs qui dépassent un certain seuil, à savoir les processeurs d’importance systémique. Sur avis du Conseil d’État il est précisé à plusieurs endroits dans le projet de loi que la nouvelle compétence réglementaire de la Banque est celle visée au nouvel article 8, § 2 de la loi organique de la Banque. Ces règlements doivent dès lors être approuvés par le Roi. COMMENTAIRE DES ARTICLES CHAPITRE 1ER Objet – définitions – champ d’application Article 1er Conformément à l’article 83 de la Constitution, cet article précise que la loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. Article 2 Cet article précise la portée et l’objet du projet de loi: assurer un meilleur ancrage légal de la surveillance 9 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 verwerkers van betalingstransacties beter wettelijk ver- ankeren teneinde aldus de stabiliteit en de continuïteit van het Belgisch betaalverkeer te verzekeren. Het betreft een opdracht die deel uitmaakt van de oversighttaken die aan de Bank worden toevertrouwd door artikel 8 van haar organieke wet. Artikel 3 Dit artikel bevat een aantal definities die, waar mo- gelijk, zijn overgenomen uit bestaande Europese of nationale regelgeving. Een sleutelbegrip in de bepaling van het toepassings- gebied van het wetsontwerp is het begrip “verwerking van betalingstransacties”. Deze definitie dient men sa- men met die van het begrip”betalingstransactie” te lezen. Samen omvatten zij twee luiken die cumulatief moeten vervuld zijn alvorens er sprake is van de verwerking van betalingstransacties die binnen het toepassingsgebied van het wetsontwerp vallen. Het eerste luik omvat “het uitvoeren van technische processen nodig voor en in het bijzonder gericht op de afhandeling van een betalingstransactie”. Gezien de brede waaier aan activiteiten en processen die nodig zijn om betalingstransacties uit te voeren, is de definitie zo neutraal en alomvattend mogelijk opgesteld. Niettemin moet het steeds gaan om technische processen die niet alleen nodig zijn voor de afhandeling van een betalings- transactie, maar ook in het bijzonder hierop zijn gericht. Deze laatste precisering sluit dan ook algemene onder- steunende dienstverleners uit, zoals telecombedrijven, waterleveranciers en elektriciteit- en gasleveranciers. Het sluit evenzeer bedrijven uit die uitsluitend financiële berichtgeving verzorgen (in het Engels: “financial mes- saging”), zoals SWIFT. Het tweede luik beslaat de definitie van betalings- transactie: “een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt over- gemaakt, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij (a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de be- talingsdienstaanbieder van de begunstigde in België actief is.” Het begrip “betalingsdienstaanbieder” wordt gedefi- nieerd door te verwijzen naar artikel 5 van de wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de beta- lingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalings- dienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen des activités de processeurs d’opérations de paiement afin d’assurer la stabilité et la continuité des paiements en Belgique. Cette mission fait partie des tâches d’oversight confiées à la Banque par l’article 8 de sa loi organique. Article 3 Cet article contient une série de définitions qui sont, dans la mesure du possible, calquées sur celles de réglementations européennes ou nationales. Une notion-clé pour déterminer le champ d’application du projet de loi est la notion de “traitement d’opérations de paiement”. Cette définition doit être lue en parallèle avec celle de la notion d’“opération de paiement”. Elles recouvrent conjointement deux volets qui doivent être rencontrés de façon cumulative pour qu’il soit question d’un traitement d’opérations de paiement entrant dans le champ d’application du présent projet de loi. Le premier volet comprend “la mise en œuvre des processus techniques qui sont nécessaires et spécia- lement destinés à l’exécution d’une opération de paie- ment”. Vu le large éventail d’activités et de processus nécessaires pour effectuer des opérations de paiement, la définition est aussi neutre et générale que possible. Il doit néanmoins toujours s’agir de processus tech- niques non seulement nécessaires à l’exécution des opérations de paiement, mais également spécialement destinés à celui-ci. Cette dernière précision exclut donc les fournisseurs de services généraux de support tels qu’opérateurs télécoms, distributeurs d’eau et fournis- seurs de gaz et d’électricité. Elle exclut tout autant les sociétés qui fournissent exclusivement des services de messagerie financière (en anglais “financial mes- saging”), comme SWIFT. Le second volet concerne la définition de l’opération de paiement: “une action, initiée par le payeur ou le bé- néficiaire, consistant à transférer de la monnaie scriptu- rale, indépendamment de toute obligation sous-jacente entre le payeur et le bénéficiaire, et dans le cadre de laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre des prestataires de services de paiement différents et (b) tant le prestataire de services de paiement du payeur que celui du bénéficiaire opèrent en Belgique”. La notion de “prestataire de services de paiement” est définie par référence à l’article  5  de la loi du 21  décembre  2009 relative au statut des établisse- ments de paiement, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement et à l’accès aux systèmes de 10 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 (hierna: de wet van 21 december 2009). De belang- rijkste betalingsdienstaanbieders zijn de krediet- en betalingsinstellingen. Het is nuttig even stil te staan bij het eerste vereiste dat een betalingstransactie moet worden uitgevoerd “tussen verschillende betalingsdienstaanbieders”. Dit houdt in dat de verwerking van een betalingstransactie tussen een betaler en een begunstigde die voor die transactie beiden beroep doen op dezelfde betalings- dienstaanbieder uitgesloten is uit het toepassingsgebied van het wetsontwerp. Het tweede vereiste van de definitie van betalings- transactie beperkt het toepassingsgebied van het wetsontwerp tot de verwerking van betalingstransacties waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de beta- ler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in België actief zijn. Hiermee worden enkel de Belgische betalingstransacties geviseerd (in het Engels noemt men dit principe “both legs in”). Dit betekent dat beta- lingsdienstaanbieders die in België actief zijn op basis van het uitoefenen van het recht op het vrij verkeer van diensten (bijvoorbeeld de buitenlandse betalingsinstel- lingen die gebruik maken van het Europees “paspoort” bedoeld in Richtlijn 2007/64/EG van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt) ge- viseerd worden door het voorliggend wetsontwerp. Het doel van het wetsontwerp bestaat er immers in om de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betaalverkeer te verzekeren door de verwerkers ervan onder direct wettelijk toezicht van de Bank te plaatsen. Een “verwerker” wordt dan ook logischerwijze gede- finieerd als iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die diensten voor de verwerking van betalingstransac- ties aanbiedt. Het is hierbij irrelevant of deze verwerker zich in België of in het buitenland bevindt en of hij de verwerking van betalingstransacties uitbesteedt aan een derde partij of niet. Zodra hij instaat voor de “ver- werking van betalingstransacties” binnen de grenzen van de definities zoals hierboven uiteengezet, valt hij onder het toepassingsgebied van het wetsontwerp. De bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden zijn enkel van toepas- sing op de zogenaamde “systeemrelevante verwerkers”, waaronder men iedere verwerker verstaat die de eerder vernoemde drempel overschrijdt. Het is dus perfect mo- gelijk dat een systeemrelevante verwerker alle diensten voor de verwerking van betalingstransacties aan een dienstverlener uitbesteedt, welke laatste dan tevens als systeemrelevante verwerker dient beschouwd te worden. Een ander sleutelbegrip is dat van “betalingssche- ma”, dat gedefinieerd wordt als een in België actief enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders paiement (ci-après “la loi du 21 décembre 2009”). Les principaux prestataires de services de paiement sont les établissements de crédit et de paiement. Il est utile de s’attarder un moment sur la première condition, selon laquelle une opération de paiement doit être effectuée “entre des prestataires de services de paiement différents”. Cela signifie que le traitement d’une opération de paiement entre un payeur et un béné- ficiaire qui font tous deux appel pour cette transaction au même prestataire de services de paiement sort du champ d’application du présent projet de loi. La seconde condition de la définition d’une opération de paiement limite le champ d’application du présent projet de loi au traitement d’opérations de paiement pour lesquelles tant le prestataire de services de paie- ment du payeur que celui du bénéficiaire opèrent en Belgique. Sont ici uniquement visées les opérations de paiement belges (un principe appelé “both legs in” en anglais). Cela signifie que les prestataires de services de paiement qui opèrent en Belgique en se fondant sur l’exercice du droit à la libre circulation des services (par exemple les établissements de paiement qui utilisent le “passeport” européen visé par la directive 2007/64/CE du 13 novembre 2007 concernant les services de paie- ment dans le marché intérieur) sont visés par le présent projet de loi. Le but du projet de loi est en effet de garantir la stabilité et la continuité des paiements en Belgique en soumettant les opérateurs qui en assurent le traitement à la surveillance légale directe de la Banque. Un “processeur” est donc logiquement défini comme étant toute personne physique ou morale qui propose des services de traitement d’opérations de paiement. Il est sans importance que ce processeur se trouve en Belgique ou à l’étranger ou qu’il sous-traite ou non le traitement d’opérations de paiement à une tierce par- tie. Il tombe dans le champ d’application du projet de loi dès lors qu’il se charge du “traitement d’opérations de paiement” dans les limites des définitions établies ci-dessus. Les conditions d’exercice de l’activité ne s’appliquent qu’aux processeurs dits “d’importance systémique”, c’est-à-dire tout processeur qui dépasse le seuil précité. Ainsi, il est parfaitement possible qu’un processeur d’importance systémique externalise tous ses services de traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services, ce dernier devant être également considéré comme processeur d’importance systémique. Un autre concept-clé est celui de “schéma de paie- ment”, défini comme étant un ensemble unique, opérant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ou 11 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstrans- acties dat losstaat van een infrastructuur die of een betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt, en dat een uitbater omvat. Deze definitie is in overeenstemming met de definitie van dit begrip in Europese regelgeving, m.n. zowel in Verordening (EU) Nr. 260/2012 van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009, als in Verordening (EU) Nr. 2015/751 van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties. Het is belangrijk op te merken dat enkel de in België actieve betalingsschema’s opgenomen worden in deze definitie en derhalve in het toepassingsgebied van het wetsontwerp inbegrepen zijn. Om rekening te houden met het advies van de Raad van State werd een definitie ingevoegd van “uitbater van een betalingsschema”, dit is een besluitvormingsorgaan, organisatie of entiteit die juridisch verantwoordelijk is voor de werking van een betalingsschema. Het wets- ontwerp legt inderdaad bepaalde verplichtingen op aan de entiteit die verantwoordelijk is voor de werking van het betalingsschema, zodat het noodzakelijk is om te bepalen wie deze entiteit dan wel is. Artikel 4 Dit artikel bevat enkele logische uitsluitingen uit het toepassingsgebied van het wetsontwerp, zoals de ver- werking van (reis)cheques, wisselbrieven, tegoedbon- nen en postwissels. Het verwerken van overschrijvingen en domiciliëringen (gedefinieerd in het ontworpen artikel 3, 16° en 17°) is evenzeer uitgesloten uit het toepas- singsgebied van het wetsontwerp. De verwerkers van deze betalingsdiensten zijn het Uitwisselingscentrum en Verrekening (UCV) en Target2-BE. Dit zijn beta- lingssystemen in de zin van artikel 2 van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/ EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransac- ties in betalings- en afwikkelingssystemen. Zij vallen onder het oversight dat wordt uitgeoefend door het Eurosysteem als respectievelijk een PIRPS (Prominently Important Retail Payment System) en een SIPS (Systemically Important Payment System). Als SIPS is Target2-BE bovendien onderworpen aan Verordening (EU) Nr. 795/2014 van de Europese Centrale Bank van 3 juli 2014 met betrekking tot oversightvereisten voor systeemrelevante betalingssystemen. Het is dan ook aangewezen om de verwerking van overschrijvingen en de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de paiement, convenu entre des prestataires de services de paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système de paiement qui en sous-tend le fonctionnement et qui comprend un exploitant. Cette définition est conforme à la définition de cette notion dans la législation européenne, à savoir tant dans le Règlement (UE) n° 260/2012 du 14 mars 2012 établissant des exigences techniques et commer- ciales pour les virements et prélèvements en euros et modifiant le Règlement (CE) n° 924/2009, que dans le Règlement (UE) n° 2015/751 du 29 avril 2015 relatif aux commissions d’interchange pour les opérations de paiement liées à une carte. Il est important de remarquer que seuls les schémas de paiement opérant en Belgique sont repris dans cette définition et tombent par voie de conséquence dans le champ d’application du présent projet de loi. Pour tenir compte de l’avis du Conseil d’État, une définition de “exploitant d’un schéma de paiement” a été introduite, à savoir un organe décisionnel, un organisme ou une entité qui est juridiquement responsable du fonctionnement d’un schéma de paiement. Le projet de loi impose effectivement certaines obligations à l’entité qui est responsable du fonctionnement du schéma de paiement, de manière qu’il est nécessaire de déterminer qui est cette entité. Article 4 Cet article contient quelques exclusions logiques du champ d’application du présent projet de loi, telles que le traitement des chèques et chèques de voyage, des lettres de change, des titres de service et des mandats postaux. Le traitement des virements et domiciliations (tels que définis à l’article 3, 16° et 17°, en projet) est également exclu du champ d’application du projet de loi. Les processeurs de ces services de paiement sont le Centre d’échange et de Compensation  (CEC) et Target2-BE. Ce sont des systèmes de paiement au sens de l’article 2 de la loi du 28 avril 1999 visant à transpo- ser la directive 98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le caractère définitif du règlement dans les systèmes de paiement et de règlement des opérations sur titres. Étant respectivement un PIRPS (Prominently Important Retail Payment System) et un SIPS (Systemically Important Payment System), ils sont soumis à l’oversight exercé par l’Eurosystème. En tant que SIPS, Target2-BE est en outre soumis au règlement (UE) n° 795/2014 de la Banque centrale européenne du 3 juillet 2014 concer- nant les exigences de surveillance applicables aux systèmes de paiement d’importance systémique. Il convient dès lors d’exclure du champ d’application 12 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 domiciliëringen uit te sluiten van het toepassingsgebied van het wetsontwerp. De verwerking van betalingstrans- acties die binnen een betalings- of een effectenafwik- kelingssysteem worden uitgevoerd wordt evenzeer uitgesloten uit het toepassingsgebied. Dit houdt o.a. in dat voor de verwerking van kaartbetalingstransacties, de bovenvermelde betalingssystemen UCV en Target2-BE uitgesloten zijn door deze bepaling. HOOFDSTUK 2 Drempel en kennisgevingsverplichtingen Artikel 5 Dit artikel legt de drempel vast die bepalend is voor de kwalificatie van een verwerker als systeemrelevante verwerker. Zoals hierboven aangehaald, steunt de bepa- ling van deze drempel op een analyse van het Belgisch kaartbetalingsverkeer waarbij slechts die verwerkers die systemisch relevant zijn onder het toepassingsgebied van het wetsontwerp vallen, met name bij overschrijding door een verwerker van honderdvijfentwintig miljoen in België verrichte betalingstransacties via één bepaald betalingsschema waarvoor hij diensten voor de ver- werking ervan heeft verleend. Een verwerker wordt in principe beschouwd als een systeemrelevante verwer- ker louter door het overschrijden van de drempel, met dien verstande dat het ogenblik van effectieve toepas- sing van de bepalingen van Hoofdstuk 3 afhangt van de kennisgeving van de Bank bedoeld in artikel 6. Op advies van de Raad van State werd verduidelijkt dat de kwalificatie als systeemrelevante verwerker pas geldt vanaf het ogenblik waarop de kennisgeving vanwege de Bank uitwerking heeft. De Koning wordt de bevoegdheid verleend om, op advies van de Bank, het bedrag van de drempel te wijzigen en om nadere regels vast te leggen voor het berekenen van de drempel. Artikel 6 Paragraaf 1 en paragraaf 2 van dit artikel leggen ver- plichtingen op tot het meedelen van bepaalde informatie aan de Bank, teneinde deze laatste toe te laten te oorde- len of de in artikel 5 bedoelde drempel overschreden is. Aldus is iedere uitbater van een betalingsschema gehouden om zowel de identiteit van zijn verwerker(s) als het totaal aantal via zijn betalingsschema verrichte beta- lingstransacties te rapporteren aan de Bank, evenals het aandeel daarin van iedere verwerker waarop hij beroep doet voor de verwerking van zijn betalingstransacties. du présent projet de loi le traitement des virements et domiciliations. Le traitement d’opérations de paiement effectuées dans le cadre d’un système de paiement ou de règlement d’opérations sur titres est de même exclu du champ d’application. Ceci signifie entre autres que pour le traitement d’opérations de paiement par carte, les systèmes de paiement CEC et Target2-BE susmen- tionnés sont exclus par cette disposition. CHAPITRE 2 Seuil et obligations de notification Article 5 Cet article fixe le seuil qui détermine si un processeur occupe une position d’importance systémique. Comme mentionné précédemment, le niveau du seuil précité repose sur une analyse du flux de paiements par carte des processeurs revêtant un caractère systémique aux termes du projet de loi, c’est-à-dire tout processeur qui dépasse le seuil des cent vingt-cinq millions d’opéra- tions de paiement effectuées en Belgique au moyen d’un schéma de paiement déterminé pour lequel il a fourni des services de traitement. Un processeur est en principe considéré comme étant d’importance systé- mique dès qu’il dépasse le seuil précité, étant entendu que le moment d’application effective des dispositions visées au chapitre 3 dépend de la notification de la Banque visé à l’article 6. Sur avis du Conseil d’État, il a été précisé que la qualification en tant que processeur d’importance systémique ne s’applique qu’à partir du moment auquel la notification de la Banque prend effet. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à modifier le seuil établi ainsi qu’à fixer des règles complémentaires pour le calcul du seuil précité. Article 6 Les paragraphes  1er  et  2  de cet article fixent les obligations relatives à la communication de certaines informations à la Banque, afin que cette dernière puisse évaluer si le seuil visé à l’article 5 a été dépassé. Par voie de conséquence, tout exploitant d’un schéma de paiement est tenu de déclarer à la Banque l’identité de son (ses) processeur(s) ainsi que le nombre total d’opérations de paiement effectuées au moyen de son schéma de paiement, mais aussi la part que représente chaque processeur auquel il fait appel pour 13 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Het hoeft dan ook geen precisering dat het totaal aantal per verwerker gerapporteerde betalingstransacties in het geval van meerdere verwerkers dient overeen te stemmen met het totaal aantal via dat betalingsschema verrichte betalingstransacties. Daarnaast is iedere verwerker ertoe gehouden om zowel de Bank als de uitbater van het betalingsschema wiens transacties hij verwerkt, in te lichten wanneer hij de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijdt. Paragraaf 3 bepaalt dat de Bank de verwerkers die de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijden, in kennis dient te stellen van hun kwalificatie als systeemrelevante verwerker. De Bank kan zich daarvoor baseren op de informatie die gerapporteerd werd in toepassing van paragraaf 1 en paragraaf 2, maar ook op alle andere in- formatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken. De kennisgeving van de Bank dient in dat geval afdoende toegelicht te worden. De systeemrelevante verwerker heeft minstens één maand de tijd om zich te schikken naar de bepalingen van het wetsontwerp. De kennisgeving door de Bank wordt ingevoegd om transparantieredenen, met name om er voor te zorgen dat alle betrokken marktspelers, en in het bijzonder de uitbaters van betalingsschema’s, daadwerkelijk kennis hebben van de kwalificatie van de betrokken verwerker als systeemrelevante verwerker. De Bank beschikt zelf niet over een discretionaire beoordelingsmarge bij het verstrekken van de kennisgeving, met dien verstande dat de kennisgeving tevens de uiterste datum dient te bevatten waarop de systeemrelevante verwerker zich moet geschikt hebben naar de bepalingen van het wetsontwerp. Paragraaf 4 bepaalt dat de kwalificatie als systeemre- levante verwerker van toepassing is tot de systeemrele- vante verwerker niet langer de drempel overschrijdt en de Bank hem hiervan in kennis heeft gesteld. De Bank bezorgt die kennisgeving op eigen initiatief dan wel op gemotiveerd verzoek van de betrokken systeemrele- vante verwerker. Artikel 7 Dit artikel verplicht de Bank om een openbaar consul- teerbaar register bij te houden dat alle systeemrelevante verwerkers oplijst. De Bank actualiseert dit register regelmatig. Op advies van de Raad van State werd verduidelijkt dat bij die actualisering in het bijzonder rekening wordt gehouden met de kennisgevingen die in voorkomend geval gegeven zijn krachtens artikel 6, § 4. le traitement de ses opérations de paiement. Inutile dès lors de préciser, dans le cas où plusieurs processeurs sont concernés, que le total des transactions déclarées pour chacun d’eux doit correspondre au nombre total d’opérations effectuées par le schéma de paiement. Chaque processeur est de surcroît tenu d’informer la Banque ainsi que l’exploitant du schéma de paiement auquel il offre ses services de traitement dès qu’il dépasse le seuil visé à l’article 5. Aux termes du paragraphe 3, tout processeur qui dépasse le seuil défini à l’article 5 doit être informé de sa qualification en tant que processeur d’importance systé- mique. Aux fins de cette qualification, la Banque peut se servir de toute information déclarée en application des paragraphes 1er et 2, ainsi que de toute autre information dont elle dispose dans le cadre de l’exercice de ses missions. La notification de la Banque doit dans ce cas être suffisamment motivée. Le processeur d’importance systémique dispose d’un délai d’un mois au moins pour se conformer aux dispositions du projet de loi. La disposition relative à l’avis motivé de la Banque a été introduite pour des questions de transparence, no- tamment pour s’assurer que tout intervenant de marché concerné, et plus particulièrement tout exploitant d’un schéma de paiement, a effectivement connaissance de la qualification du processeur concerné en tant que processeur d’importance systémique. La Banque ne dispose pas d’une marge d’appréciation discrétionnaire pour rendre son avis motivé, étant entendu que l’avis doit aussi mentionner la date à laquelle le processeur d’importance systémique doit au plus tard s’être conformé aux dispositions du projet de loi. Aux termes du paragraphe 4, la qualification en tant que processeur d’importance systémique est d’applica- tion jusqu’à ce que le processeur d’importance systé- mique ne dépasse plus le seuil fixé et que la Banque l’en ait notifié. La Banque rend cet avis de sa propre initiative ou sur demande motivée du processeur d’importance systémique concerné. Article 7 Aux termes de cet article, la Banque a l’obligation de tenir un registre public reprenant l’ensemble des processeurs d’importance systémique. La Banque met régulièrement ce registre à jour. Sur avis du Conseil d’État, il a été précisé que ces mises à jour tiennent notamment compte des notifications effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4. 14 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 3 Bedrijfsuitoefening Artikel 8 Krachtens dit artikel dient iedere uitbater van een betalingsschema zich ervan te vergewissen dat iedere systeemrelevante verwerker waarop hij beroep doet in staat is om het bepaalde in Hoofdstuk 3 na te leven; dit zowel bij de start van de relatie met een systeemrelevan- te verwerker als op regelmatige tijdstippen gedurende de relatie. In dat kader hanteert legt hij de nodige ijver aan de dag. De opzet van deze bepaling is een sensibi- lisering van de uitbater van het betalingsschema m.b.t. het belang van de operationele stabiliteit en continuïteit van de verwerking van betalingstransacties voor het Belgisch betaalverkeer. Artikel 9 Krachtens dit artikel is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist voor fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor fusies tussen dergelijke verwerkers en andere ondernemingen. De Bank kan fusies tevens aan voorwaarden onderwerpen wanneer dat nodig is om een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer te verzekeren. Er werd geen rekening gehouden met de opmerking van de Raad van State, dat deze regeling niet van toe- passing zou zijn op even grote verwerkers die niet uit een fusie ontstaan zijn. De bepalingen van dit artikel dienen inderdaad alleen van toepassing te zijn wanneer een systeemrelevante verwerker participeert in een fu- sie. Het vereiste van de drempel bedoeld in artikel 5 is daarbij doorslaggevend. Wanneer een (niet-systeem- relevante) verwerker ingevolge een fusie de betrokken drempel zou overschrijden, zal deze automatisch binnen het toepassingsgebied van de wet komen. Daarenboven is deze bepaling volledig gebaseerd op een gelijkaardige bepaling inzake de fusie van betalingsinstellingen die aan het prudentieel toezicht van de Bank onderworpen zijn (zie artikel 18 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen): deze bepaling voorziet alleen in een voorafgaande toestemming van de Bank in geval van fusie en niet in andere situaties. Artikel 10 Dit artikel bepaalt dat systeemrelevante verwerkers belangrijke operationele taken enkel kunnen uitbesteden onder bepaalde voorwaarden (dit is de zogenaamde CHAPITRE 3 Exercice de l’activité Article 8 En vertu de cet article, tout exploitant d’un schéma de paiement est tenu de s’assurer que chaque processeur d’importance systémique auquel il fait appel est à même de respecter les dispositions du chapitre 3; ceci tant au début de la relation avec un processeur d’importance systémique qu’à intervalles réguliers au cours de la relation. Dans ce cadre, il fait preuve de la diligence requise. L’objet de cette disposition est de sensibiliser l’exploitant du schéma de paiement à l’importance de la stabilité et de la continuité opérationnelles du traitement des opérations de paiement en Belgique. Article 9 En vertu de cet article, sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque les fusions entre processeurs d’importance systémique et les fusions entre ces pro- cesseurs et d’autres entreprises. En plus, la Banque peut soumettre les fusions à des conditions si cela est nécessaire en vue d’une gestion saine et prudente, d’une maîtrise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique. Il n’est pas tenu compte de la remarque du Conseil d’État suivant laquelle ce régime ne s’appliquerait pas aux processeurs de même envergure ne résultant pas d’une fusion. En effet, les dispositions de cet article ne doivent s’appliquer que si un processeur d’importance systémique participe à une fusion. Le prescrit du seuil visé à l’article 5 joue un rôle déterminant. Quand un processeur (qui n’est pas d’importance systémique) dépasse le seuil en raison d’une fusion, il entrera auto- matiquement dans le champ d’application de la loi. En outre, cette disposition est entièrement fondée sur une disposition similaire concernant la fusion d’établisse- ments de paiement soumis au contrôle prudentiel de la Banque (voir article 18 de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement): cette disposition prévoit uniquement l’autorisation préalable de la Banque en cas de fusion et pas dans d’autres situations. Article 10 Cet article prévoit que les processeurs d’impor- tance systémique ne peuvent externaliser des tâches opérationnelles importantes qu’à certaines conditions 15 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “outsourcing” van activiteiten) en mits voorafgaande toestemming van de Bank. Het ontworpen artikel 3, 14° definieert het begrip “belangrijke operationele taak”. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continu- iteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de uitbesteding van belangrijke operationele taken daarenboven aan bijkomende voorwaarden on- derwerpen. Anders dan wat de Raad van State in zijn advies stelde, betreft het hier geen algemeen regelge- vend optreden vanwege de Bank doch wel een ad hoc beslissing in een specifiek uitbestedingsdossier. Het nieuw in te voegen artikel 8, § 2 van de organieke wet van de Bank is dus niet van toepassing. Artikel 5 van het wetsontwerp impliceert dat de kwali- ficatie als systeemrelevante verwerker kan gelden voor iedere verwerker die diensten voor de verwerking van betalingstransacties aanbiedt en dit ongeacht waar deze verwerker zich bevindt Hieruit vloeit dan ook voort dat een dienstverlener zoals bedoeld in artikel 10 aan wie de effectieve ver- werking van betalingstransacties is uitbesteed (binnen de grenzen van dit begrip zoals gedefinieerd in artikel 3, 1°) zelf te beschouwen is als een systeemrelevante verwerker en dus tevens zelf medeverantwoordelijk is voor inbreuken op de gedragsregels vervat in Hoofdstuk 3. De uitbestedende systeemrelevante verwerker blijft tevens medeverantwoordelijk. Artikel 11 Artikel 11 is het eerste van twee artikelen die con- crete gedragsregels opleggen aan systeemrelevante verwerkers. Dit artikel is gebaseerd op de Principles for Financial Market Infrastructures (PFMI), ontwikkeld in 2012 in samenwerking tussen enerzijds het in de schoot van de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) opgerichte Committee on Payment and Settlement Systems en anderzijds het Technische Comité van de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders (IOSCO). De principes opgenomen in deze PFMI zijn standaarden die door de internationale gemeenschap als essentieel worden aangemerkt om de stabiliteit te waarborgen en versterken. De inhoud van artikel 11 is gebaseerd op een vertaling van aspecten van de PFMI-principes 2, 3 en 17 naar de context van verwerkers van betaalverkeer. Er wordt dan ook verwezen naar deze internationale standaarden. Het is tevens zo dat de Bank bij reglement nader kan (“sous-traitance” d’activités) et sous réserve de l’autori- sation préalable de la Banque. L’article 3, 14°, proposé définit la notion de “tâche opérationnelle importante”. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî- trise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut en plus soumettre l’externalisation des tâches opéra- tionnelles importantes à des conditions additionnelles. Contrairement à ce que le Conseil d’État a indiqué dans son avis, ceci ne concerne pas une intervention réglementaire générale de la part de la Banque, mais une décision ad hoc dans un dossier d’externalisation spécifique. Le nouvel article 8, § 2 de la loi organique de la Banque ne s’applique donc pas. Selon l’article 5 du projet de loi, la qualification de processeur d’importance systémique peut s’appliquer à tout processeur proposant des services de traitement d’opérations de paiement, et ce indépendamment du lieu où se trouve ce processeur. Il en découle donc qu’un prestataire de services tel que visé à l’article 10 à qui le traitement effectif d’opérations de paiement a été sous-traité (dans les limites de cette notion telle que définie à l’article 3, 1°) doit être considéré lui-même comme un processeur d’importance systémique et qu’il est donc également coresponsable des infractions commises aux règles de conduite fixées au chapitre 3. Le processeur d’impor- tance systémique qui externalise continue également à assumer la coresponsabilité. Article 11 L’article 11 est le premier de deux articles imposant des règles de conduite concrètes à des processeurs d’importance systémique. Cet article est fondé sur les Principles for Financial Market Infrastructures (PFMI), élaborés en 2012 en col- laboration entre, d’une part, le Committee on Payment and Settlement Systems, créé au sein de la Banque des règlements internationaux (BRI), et, d’autre part, le Comité Technique de l’Organisation internationale des commissions de valeurs (IOSCO). Les principes énoncés dans ces PFMI sont des normes considérées comme essentielles par la communauté internationale pour garantir et renforcer la stabilité. Le contenu de l’article 11 est fondé sur une traduction de certains aspects des PFMI 2, 3 et 17 dans le contexte des processeurs d’opérations de paiement. Il est dès lors fait référence à ces normes internationales. En outre, la Banque peut préciser par voie de règlement ce 16 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 bepalen wat zij specifiek verstaat onder de in dit artikel opgelegde gedragsregels. Artikel 12 Dit artikel is de vertaling naar de context van ver- werkers van betalingstransacties van bepaalde van de klassieke oversightverwachtingen t.a.v. kritische dienst- verleners van financiële marktinfrastructuren, zoals deze opgenomen zijn in Annex F van de PFMI. Paragraaf 3 van dit artikel bevat het vereiste dat sys- teemrelevante verwerkers er voor moeten zorgen dat de diensten voor de verwerking van betalingstransacties maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ‘s morgens niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt. De Koning kan, op advies van de Bank, nadere regels vastleggen voor het bepalen en berekenen van de niet- beschikbaarheid en de in het artikel bedoelde periodes van niet-beschikbaarheid wijzigen. Niet-beschikbaarheid is te beschouwen als de on- voorziene periode gedurende welke diensten voor de verwerking van betalingstransacties, geheel of gedeel- telijk, niet bruikbaar zijn voor de betalingsdienstaanbie- ders, betalingsschema’s of betalingsdienstgebruikers. Het betreft evenzeer de onvoorziene periode gedurende welke de verwerking van betalingstransacties niet ver- loopt zoals deze dient te verlopen. De niet-beschikbaarheid wordt per tijdvak berekend, ongeacht het aantal incidenten. Aldus wordt de tijd van niet-beschikbaarheid van alle incidenten die zich gedurende een welbepaald tijdvak (bijv. tussen 8 uur ’s morgens tot 20 uur) kunnen voordoen, opgeteld om na te gaan of de wettelijk voorgeschreven limiet over- schreden is. Tevens is er een bovengrens op kwartaalbasis vast- gesteld waarbij men slechts voor maximum 30 minuten per kwartaal niet beschikbaar mag zijn tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur ’s avonds en voor maximum 120 mi- nuten per kwartaal tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens. Ook hier kan de Bank bij reglement nader bepalen wat zij specifiek verstaat onder de in dit artikel opgelegde gedragsregels. qu’elle entend spécifiquement par les règles de conduite énoncées dans cet article. Article 12 Cet article est la traduction, dans le contexte des processeurs d’opérations de paiement, de certaines des attentes classiques en matière d’oversight à l’égard des prestataires de services critiques des infrastructures de marchés financiers, telles qu’elles figurent à l’annexe F des PFMI. Le paragraphe 3 de cet article comporte l’exigence selon laquelle les processeurs d’importance systémique doivent veiller à ce que les services de traitement des opérations de paiement ne soient indisponibles tout au plus que 30 minutes entre 8 heures du matin et 20 heures et 60 minutes entre 20 heures et 8 heures du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des paiements en Belgique ne soient pas compromises. Le Roi peut, sur avis de la Banque, fixer des règles complémentaires pour déterminer et calculer l’indispo- nibilité, et modifier les périodes d’indisponibilité visées à l’article en question. L’indisponibilité doit être considérée comme la période imprévue au cours de laquelle les services de traitement des opérations de paiement ne peuvent être utilisés, en tout ou en partie, par les prestataires de services de paiement, les schémas de paiement ou les utilisateurs de services de paiement. Il s’agit éga- lement de la période imprévue au cours de laquelle le traitement des opérations de paiement ne se déroule pas comme il devrait. L’indisponibilité est comptabilisée par tranche horaire, indépendamment du nombre d’incidents. La durée de l’indisponibilité résultant de l’ensemble des incidents qui se sont produits durant une tranche horaire déterminée (par exemple entre 8 heures et 20 heures) est calculée afin de déterminer si la limite légale est dépassée. Il existe en outre une limite trimestrielle autorisant une indisponibilité de 30 minutes maximum par trimestre entre 8 heures du matin et 20 heures et de 120 minutes maximum par trimestre entre 20 heures et 8 heures du matin. Dans ce cas également, la Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre spécifi- quement par les règles de conduite visées à l’article en question. 17 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Artikel 13 Samenhangend met de vereisten inzake beschik- baarheid van de dienstverlening, bevat artikel 13 ver- eisten met betrekking tot de communicatie rond een eventuele niet-beschikbaarheid. Iedere systeemrele- vante verwerker dient de Bank tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet-beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties binnen de volgende tijdsgrenzen: 1° 15 minuten na detectie van het incident indien het incident plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur; 2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens. Op advies van de Bank kan de Koning deze tijds- grenzen aanpassen. Bovenstaande houdt in dat een incident dat zou plaatsvinden na 20u op een zaterdag zo spoedig moge- lijk, doch pas na 8u ’s morgens op de daaropvolgende werkdag, aan de Bank ter kennis moet gebracht worden. Dit verduidelijkt op afdoende wijze de vraag van de Raad van State naar de samenhang tussen de woorden “tijdens een werkdag” en de woorden “15 minuten na detectie”. Paragraaf 2 bepaalt dat in geval van een incident met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van artikel 11 en alle paragrafen van artikel 12 behalve deze inzake niet-beschikbaarheid van de dienstverlening, een systeemrelevante verwerker de Bank hiervan ten laatste de eestvolgende werkdag in kennis moet stel- len. Dit betreft incidenten zoals een potentiële diefstal van gegevens van betalingsdienstgebruikers, fraude of “hacking” van de computersystemen. De Bank kan bij reglement bepalen op welke wijze de kennisgevingen bedoeld in artikel 13 dienen plaats te vinden, evenals welke gegevens dienen meegedeeld te worden. Paragraaf 4 bepaalt dat de Bank binnen een redelijke termijn een grondige analyse dient te verkrijgen van de systeemrelevante verwerker met betrekking tot een incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van artikel 11 en 12. Dit slaat uiteraard in de eerste plaats op niet beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld in artikel 12 paragraaf 3 maar is evenzeer van toepas- sing op andere incidenten die een inbreuk uitmaken op de bepalingen van artikel 11 en de overige paragrafen van artikel 12. Article 13 Compte tenu des exigences en matière de disponi- bilité de la fourniture des services, l’article 13 comporte des exigences liées à la communication relative à une éventuelle indisponibilité. Tout processeur d’importance systémique est tenu d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de l’indisponibilité des services de traitement des opérations de paiement dans les délais suivants: 1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident si l’incident se produit entre 8  heures du matin et 20 heures; 2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin si l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur avis de la Banque, le Roi peut adapter ces délais. Ceci implique qu’un incident qui se produirait après 20 heures le samedi devrait être notifié à la Banque dès que possible, mais au plus tôt à 8 heures le matin du jour ouvrable suivant. Ceci répond de manière suffisante à la question du Conseil d’État concernant le rapport entre les mots “pendant un jour ouvrable” et les mots “dans les 15 minutes de la détection”. Le paragraphe 2 prévoit qu’en cas d’incident relatif aux dispositions de l’article 11 et de tous les paragraphes de l’article 12, sauf celui concernant l’indisponibilité de la fourniture des services, ou d’infraction à celles-ci, un processeur d’importance systémique doit en informer la Banque au plus tard le premier jour ouvrable suivant. Il s’agit d’incidents tels qu’un vol potentiel de données d’utilisateurs de services de paiement, une fraude ou un piratage des systèmes informatiques. La Banque peut préciser par voie de règlement la ma- nière dont les notifications visées à l’article 13 doivent se dérouler, ainsi que les données à communiquer. Le paragraphe 4 prévoit que la Banque doit recevoir de la part du processeur d’importance systémique, dans un délai raisonnable, une analyse approfondie des incidents qui constituent une infraction aux dispositions des articles 11 et 12. Cela concerne principalement l’indisponibilité des services de traitement des opé- rations de paiement visé à l’article 12, paragraphe 3, mais est également applicable aux autres incidents qui constituent une infraction aux dispositions de l’article 11 et des autres paragraphes de l’article 12. 18 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder die grondige analyse dient verstaan te worden. HOOFDSTUK 4 Toezicht op betalingsschema’s en systeemrelevante verwerkers Artikel 14 Dit artikel bepaalt dat de Bank erop toeziet dat de betalingsschema’s en hun uitbaters en de systeem- relevante verwerkers doorlopend functioneren met inachtneming van de bepalingen van het wetsontwerp die op hen van toepassing zijn. Ten aanzien van de be- talingsschema’s en hun uitbaters heeft het toezicht van de Bank aldus voornamelijk betrekking op de naleving van artikel 8, en ten aanzien van de systeemrelevante verwerkers betreft het toezicht de naleving van het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 13. Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker verrichte activitei- ten, en de eraan verbonden risico’s. Dit mag niet aldus worden geïnterpreteerd dat daarbij andere controle- en toezichtsbevoegdheden worden verleend dan die welke bij artikel 15 worden toegekend aan de Bank. Artikel 15 De Bank kan zich, in het kader van haar toezichtsop- dracht, door iedere uitbater van een betalingsschema en door iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen doen verstrekken over hun organisatie, werking, finan- ciële positie en verwerkte betalingstransacties. Zij kan eveneens voorschrijven dat haar geregeld cijfergege- vens of andere documenten en uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. Tot slot kan de Bank bij de uitbater van een betalingsschema’s en de systeemrele- vante verwerkers inspecties verrichten om na te gaan of de bepalingen van het wetsontwerp worden nageleefd. HOOFDSTUK 5 Dwangsommen en administratieve sancties Artikel 16 Krachtens dit artikel kan de Bank een termijn vast- stellen waarbinnen een systeemrelevante verwerker die zich niet houdt aan de bepalingen van het wetsontwerp, La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre par cette analyse approfondie. CHAPITRE 4 Surveillance des schémas de paiement et des processeurs d’importance systémique Article 14 Cet article dispose que la Banque veille à ce que les schémas de paiement et leurs exploitants et les processeurs d’importance systémique fonctionnent en permanence en conformité avec les dispositions du projet de loi qui leur sont applicables. La surveillance exercée par la Banque porte donc principalement sur le respect de l’article 8 pour les schémas de paiement et leurs exploitants et sur le respect du prescrit des articles 9 à 13 pour les processeurs d’importance sys- témique. La surveillance exercée par la Banque doit être proportionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le processeur d’importance systémique, et aux risques qui y sont liés. Ceci ne saurait être interprété comme conférant des pouvoirs de contrôle et de surveillance autres que ceux qui sont attribués à la Banque par l’article 15. Article 15 Dans le cadre de sa mission de surveillance, la Banque peut se faire transmettre par chaque exploi- tant d’un schéma de paiement et chaque processeur d’importance systémique tous renseignements sur leur organisation, fonctionnement, situation financière et les opérations de paiement qu’ils traitent. Elle peut égale- ment imposer que des données chiffrées ou d’autres documents et explications lui soient régulièrement fournis afin de vérifier si les prescriptions de cette loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution sont respec- tées. Enfin, La Banque peut procéder à des inspections auprès des exploitants d’un schéma de paiement et des processeurs d’importance systémique pour s’assurer du respect des dispositions du présent projet de loi. CHAPITRE 5 Astreintes et sanctions administratives Article 16 En vertu de cet article, la Banque peut fixer un délai dans lequel un processeur d’importance systémique qui ne se conforme pas aux dispositions du projet de 19 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 de toestand in kwestie moet verhelpen of zich moet conformeren aan welbepaalde bepalingen van het wets- ontwerp of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen. Indien de verwerker na het verstrijken van deze termijn de toestand niet heeft verholpen, kan de Bank hem een dwangsom opleggen die per kalender- dag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro noch in het totaal meer dan 2 500 000 euro. Daarnaast kan de Bank publiek bekendmaken dat een systeemrelevante verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar aanma- ningen om zich binnen de door haar bepaalde termijn te conformeren aan de voorschriften van het wetsontwerp. Men dient op te merken dat de door de Bank opge- legde dwangsommen niet mogen beschouwd worden als sancties doch wel als administratieve maatregelen die erop gericht zijn de betrokken systeemrelevante verwerkers zo snel en efficiënt mogelijk te doen functio- neren conform de bepalingen van het wetsontwerp. Net zoals de dwangsommen in prudentiële aangelegenhe- den, worden zij opgelegd door het Directiecomité van de Bank. Tegen een beslissing waarbij een dwangsom wordt opgelegd, zal volgens een versnelde procedure beroep mogelijk zijn bij de Raad van State (zie infra). De in dit artikel bedoelde maatregelen (dwangsom en/of publieke bekendmaking) kunnen enkel genomen worden ten aanzien van systeemrelevante verwerkers. Gelet op de aard en de meer beperkte reikwijdte van de in artikel 8 bedoelde zorgvuldigheidsverplichting, wordt het weinig doeltreffend noch opportuun geacht om dergelijke maatregelen eveneens te nemen ten aanzien van de uitbaters van betalingsschema’s. Aan die uitbaters kunnen wel administratieve geldboetes opgelegd worden. Artikel 17 en 18 Wanneer een systeemrelevante verwerker zich niet houdt aan het bepaalde in de artikelen 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, kan de Bank krachtens dit ar- tikel overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete. Het minimumbedrag van de boete ligt vast op 25 000 euro en het maximum bedraagt het hoogste van ofwel 25 miljoen euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar. Hiermee wordt bereikt dat de Bank een administratieve geldboete van 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar kan opleggen, ook al is dit bedrag hoger dan 25 miljoen euro. En dit voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten. Dit dubbele mechanisme ter bepaling van het plafond van de sanctie geeft de Bank de nodige slagkracht om een sanctie te bepalen die een afdoend effect heeft op de betrokken systeemrelevante verwerker. loi, doit remédier à la situation ou se conformer à des dispositions bien précises du projet de loi ou aux arrêtés et règlements adoptés en vue de son exécution. Si le processeur n’a pas remédié à la situation au terme du délai imparti, la Banque peut lui infliger une astreinte qui ne pourra excéder 50 000 euros par jour calendaire, ni 2 500 000 euros au total. La Banque peut en outre rendre public qu’un processeur d’importance systé- mique ne s’est pas conformé aux injonctions qui lui ont été faites de respecter dans le délai qu’elle lui a imparti les dispositions du projet de loi. Il convient de noter que les astreintes infligées par la Banque ne peuvent pas être considérées comme des sanctions, mais bien comme des mesures d’ordre admi- nistratif visant à ce que les processeurs d’importance systémique concernés fonctionnent conformément aux dispositions du projet de loi. À l’instar des astreintes concernant des questions prudentielles, elles sont fixées par le Comité de direction de la Banque. Dans le cas d’une décision d’appliquer une astreinte, il est possible de faire appel selon une procédure accélérée auprès du Conseil d’État (voir infra). Les mesures visées dans cet article (astreintes et/ou publication) ne peuvent être prises qu’à l’encontre de processeurs d’importance systémique. Compte tenu de la nature et de la portée plus limitée de l’obligation de diligence inscrite à l’article 8, il est peu efficace et opportun d’adopter ce type de mesures à l’encontre des exploitants de schémas de paiement. Ces derniers peuvent en revanche se voir infliger des amendes administratives. Articles 17 et 18 Lorsqu’un processeur d’importance systémique n’observe pas les dispositions des articles 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 ou 15, ou de leurs arrêtés et règlements d’exécution, la Banque peut, en vertu de cet article, lui imposer une amende administrative. Le montant mini- mum de l’amende est fixé à 25 000 euros et le montant maximum ne peut excéder le montant le plus élevés des deux montants ci-après, soit 25 millions d’euros, soit 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice pré- cédent. La Banque peut par conséquent imposer une amende administrative de 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice précédent même si ce montant est supérieur à 25 millions d’euros, et ce pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Ce double méca- nisme servant à la définition du plafond de la sanction confère à la Banque le pouvoir de définir une sanction qui soit efficace à l’égard du processeur d’importance systémique concerné. 20 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Wanneer de uitbater van een betalingsschema zich niet houdt aan het bepaalde in de artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, kan de Bank krachtens dit artikel eveneens overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete. In dat geval bedraagt de boete minimum 25 000 euro, doch het maximum bedraagt het hoogste bedrag van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaar- omzet van het voorgaande boekjaar van de uitbater van het betalingsschema. De Bank dient bij het opleggen van de administra- tieve geldboetes rekening te houden met de duur en de ernst van de gepleegde inbreuk. Artikel 18 geeft de Bank aldus de mogelijkheid om, in voorkomend geval, met verzachtende en verzwarende omstandigheden rekening te houden bij het bepalen van de hoogte van de administratieve geldboete. Administratieve geldboetes worden opgelegd door de in de schoot van de Bank opgerichte Sanctiecommissie (zie infra). Tegen beslissingen waarbij een administra- tieve geldboete wordt opgelegd, kan krachtens artikel 36/21 van de organieke wet van de Bank beroep worden aangetekend bij het hof van beroep te Brussel. Artikel 19 Dit artikel biedt de Bank de mogelijkheid om, onver- minderd enige andere genomen maatregel, de uitbater van een betalingsschema te verbieden (nog langer) gebruik te maken van een systeemrelevante verwerker indien deze laatste het voorwerp heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 17. Deze maatregel kan verregaande gevolgen hebben maar wordt noodzakelijk geacht om de stabiliteit en de continuïteit van het Belgische betaalverkeer te verzeke- ren. Vooral wanneer een systeemrelevante verwerker in een andere lidstaat gevestigd is of zijn diensten vanuit een andere lidstaat aanbiedt, zijn dwangsommen en administratieve sancties niet altijd geschikt om de na- leving van het wetsontwerp te verzekeren. Een door de Bank aan de uitbater van een betalingsschema opge- legd verbod om beroep te doen op de diensten van een systeemrelevante verwerker is dan de ultieme maatregel om de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betaal- verkeer veilig te stellen. Daarnaast kan de Bank een systeemrelevante ver- werker verbieden belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties uit te besteden aan een dienstverlener indien de in ar- tikel 10 bedoelde voorwaarden inzake uitbesteding niet worden nageleefd of nog indien de dienstverlener, indien die zelf een systeemrelevante verwerker is, het voorwerp Lorsque l’exploitant d’un schéma de paiement n’ob- serve pas les dispositions des articles 6, § 1er, 8 ou 15, ou leurs arrêtés et règlements d’exécution, la Banque peut, en vertu de cet article, également lui imposer une amende administrative. En l’espèce, le montant minimum de l’amende est fixé à 25 000 euros, mais le montant maximum équivaut au montant le plus élevé entre 2 500 000 euros et 10 % du chiffre d’affaires an- nuel de l’exercice précédent de l’exploitant du schéma de paiement. La Banque doit tenir compte de la durée et de la gravité de l’infraction commise lorsqu’elle impose les amendes administratives. L’article 18 confère donc à la Banque la possibilité de tenir compte, le cas échéant, de circonstances atténuantes et aggravantes lorsqu’elle définit le niveau de l’amende administrative. Les amendes administratives sont imposées par la Commission des sanctions hébergée par la Banque (voir ci-dessous). En vertu de l’article 36/21 de la loi organique de la Banque, il est possible d’interjeter appel auprès de la cour d’appel de Bruxelles contre les décisions imposant une amende administrative. Article 19 Cet article habilite la Banque, sans préjudice de toute autre mesure prise, à interdire à l’exploitant d’un schéma de paiement de (continuer de) faire appel à un processeur d’importance systémique au cas où ce processeur a fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17. Bien que cette mesure soit susceptible d’entraîner de très lourdes conséquences, elle est jugée nécessaire pour préserver la stabilité et la continuité des paiements en Belgique. En particulier lorsqu’un processeur d’importance systémique est établi dans un autre État membre ou offre ses services au départ d’un autre État membre, les astreintes et les amendes administratives ne constituent pas toujours l’instrument approprié pour garantir le respect du projet de loi. L’imposition à l’exploitant d’un schéma de paie- ment d’une interdiction de recourir aux services d’un processeur d’importance systémique constitue dès lors la mesure ultime de la Banque pour préserver la stabilité et la continuité des paiements en Belgique. En outre, la Banque peut interdire à un processeur d’importance systémique d’externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services si les conditions visées à l’article 10 concernant l’exter- nalisation ne sont pas respectées, ou si le prestataire de services qui est lui-même un processeur d’importance 21 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°. Artikel 20 Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. HOOFDSTUK 6 Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding Artikel 21 Hierboven werd reeds toegelicht dat het wetsontwerp bepaalde oversightverwachtingen ten aanzien van sys- teemrelevante verwerkers onderbrengt in een juridisch afdwingbaar kader, in navolging van gelijkaardige evolu- ties op Europees vlak. Deze evoluties doen vermoeden dat een tendens is ingezet waarbij de oversightvereisten op termijn steeds vaker zullen opgenomen worden in juridisch afdwingbare akten, zowel op Europees als op nationaal niveau. Het voorliggend wetsontwerp kiest voor het behoud van de oversightbenadering wat de systeemrelevante verwerkers betreft. Om deze evolutie evenwel te consolideren, vervangt het ontworpen artikel 21 artikel 8 van de organieke wet van de Bank. De eerste paragraaf van artikel 8 herneemt de be- woordingen van het huidige artikel 8 maar verduidelijkt dat de Bank niet alleen het oversight uitoefent op de verrekenings- en betalingssystemen maar ook op de vereffeningssystemen. De Bank past daarbij niet alleen de Europese regelgeving toe maar ook de Belgische wetgeving ter zake. Aldus bevestigt de eerste paragraaf dat de Bank niet alleen het oversight uitoefent zoals bedoeld in artikel 22 van de statuten van het ESCB en van de ECB (ver- zekeren van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen) maar ook in die domeinen die niet tot de bevoegdheid van het ESCB en de ECB beho- ren. In zijn arrest van 4 maart 2015 (zaak T-496/11, Verenigd Koninkrijk / ECB) oordeelde het Gerecht van het Hof van Justitie immers dat “de ECB niet over de nodige bevoegdheid beschikt om de activiteiten van effectenvereffeningssystemen te reguleren”. Dit arrest doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om de nationale centrale banken, zoals in casu de Bank, bevoegd te maken voor het oversight in andere domeinen. De eerste paragraaf van artikel 8 bevestigt en verduidelijkt aldus de bestaande praktijk in België. systémique, a fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17, paragraphe 1er, 1°. Article 20 Le présent article n’appelle pas de commentaire particulier. CHAPITRE 6 Modifications et entrée en vigueur Article 21 Comme expliqué ci-avant, le projet de loi place une série d’attentes en matière d’oversight à l’égard des processeurs d’importance systémique dans un cadre juridique contraignant, suivant en cela des évolutions comparables observées à l’échelon européen. Ces évo- lutions laissent à penser qu’il se dégage une tendance qui amènera à terme à consigner de plus en souvent les exigences en matière d’oversight dans des actes juridiques contraignants, et ce aux niveaux tant euro- péen que national. Le présent projet de loi opte pour le maintien de l’approche d’oversight en ce qui concerne les processeurs d’importance systémique. Aux fins tou- tefois de consolider cette évolution, l’article 21 en projet remplace l’article 8 de la loi organique de la Banque. Le paragraphe 1er de l’article 8 reprend la formulation de l’actuel article 8 tout en précisant que la Banque exerce l’oversight non seulement sur les systèmes de compensation et de paiement, mais aussi sur les sys- tèmes de liquidation. À cet effet, la Banque applique à la fois la réglementation européenne et la législation belge en la matière. Ainsi le paragraphe 1er confirme-t-il que la Banque exerce l’oversight non seulement tel que le prévoit l’article 22 des statuts du SEBC et de la BCE (assurer l’efficacité et la solidité des systèmes de compensa- tion et de paiement) mais aussi dans les domaines qui ne relèvent pas de la compétence du SEBC et de la BCE. Dans son arrêt du 4 mars 2015 (affaire T-496/11, Royaume-Uni/BCE), le Tribunal de la Cour de Justice a en effet estimé que “la BCE ne dispose pas de la compétence nécessaire pour réglementer l’activité des systèmes de compensation de titres”. Pour autant, ledit arrêt ne porte pas préjudice à la compétence des États membres de confier aux banques centrales nationales, en l’espèce donc la Banque, l’oversight dans d’autres domaines. Le paragraphe 1er de l’article 8 confirme et précise donc les pratiques existantes en Belgique. 22 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Paragraaf 2 bepaalt dat de Bank in oversightaange- legenheden reglementen kan vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten. Deze reglementen heb- ben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze regle- menten of deze regels zelf vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft vastgesteld. Deze bepaling is geïnspireerd op de reglementaire bevoegdheid die de Bank reeds heeft bij de uitoefening van het prudentieel toezicht op de financiële instellingen (zie artikel 12bis, § 2 van de organieke wet van de Bank). Paragraaf 3 bepaalt dat de Bank de oversightbe- voegdheden uitsluitend uitoefent in het algemeen belang. De Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, niet-optreden, handelingen of ge- dragingen in het kader van de uitoefening van deze opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout. Deze bepaling is geïnspireerd op artikel 12bis, § 3 van de organieke wet van de Bank. Artikel 22 Artikel 36/8, § 1 van de organieke wet van de Bank bepaalt dat de Sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is door de wetten die van toepassing zijn op de instellingen waarop zij toezicht houdt, evenals over het opleggen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen. Het artikel 22 zorgt er voor dat de Sanctiecommissie ook oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes die voorzien zijn in het voorliggend wets- ontwerp, en meer in het algemeen alle administratieve geldboetes die voorzien zijn in de oversightwetten be- doeld in artikel 8, § 1 van de organieke wet van de Bank. Tevens wordt in artikel 36/8, § 1 van die organiek wet verduidelijkt dat de Sanctiecommissie ook administra- tieve geldboetes kan opleggen wanneer zulks voorzien is in de wetten bedoeld in artikel 12ter van de organieke wet van de Bank (regelgeving inzake de afwikkeling van kredietinstellingen, beursvennootschappen en bepaalde andere ondernemingen). Le paragraphe 2 dispose que la Banque peut, dans les matières d’oversight, adopter des règlements visant à compléter les dispositions légales ou réglementaires applicables concernant des points techniques. Ces règlements ne prennent effet qu’après approbation par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifications à ces règlements ou fixer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté de règlement. Cette disposition s’inspire de la compé- tence réglementaire dont dispose déjà la Banque dans l’exercice du contrôle prudentiel des établissements financiers (voir l’article 12bis, § 2, de la loi organique de la Banque). Le paragraphe 3 dispose que la Banque exerce ses pouvoirs en matière d’oversight exclusivement dans l’intérêt général. Hormis cas de fraude ou faute grave, la Banque, les membres de ses organes et son per- sonnel ne sont civilement pas responsables de leurs décisions, inactions, actes ou comportements dans l’exercice de cette mission. Cette disposition s’inspire de l’article 12bis, § 3, de la loi organique de la Banque. Article 22 L’article 36/8, § 1er, de la loi organique de la Banque prévoit que la Commission des sanctions statue sur l’imposition des amendes administratives prévues par les lois applicables aux établissements qu’elle contrôle, ainsi que sur l’imposition des amendes admi- nistratives prévues aux articles 50/1 et 50/2 de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électro- nique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie élec- tronique et à l’accès aux systèmes de paiement. L’article 22 prévoit que la Commission des sanc- tions statue également sur l’imposition des amendes administratives prévues par le présent projet de loi, et plus généralement de toutes les amendes administra- tives prévues par les lois relatives à l’oversight visées à l’article 8, § 1er, de la loi organique de la Banque. L’article 36/8, § 1er, de ladite loi organique précise par ailleurs que la Commission des sanctions peut égale- ment imposer des sanctions administratives dans les cas prévus par les lois visées à l’article 12ter de la loi organique de la Banque (réglementation relative à la résolution des établissements de crédit, des sociétés de bourse et de certaines autres entreprises). 23 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Artikel 23 Het artikel 23 verzekert dat de procedureregels voor het opleggen van administratieve geldboetes ook van toepassing zijn wanneer de Bank in de uitoefening van haar oversightbevoegdheden en bevoegdheden inzake afwikkeling vaststelt dat er aanwijzingen zijn van praktij- ken die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een administratieve geldboete. Dit artikel brengt daartoe een wijziging aan in artikel 36/9, § 1 van de organieke wet van de Bank. De minister van Economie, Kris PEETERS De minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT Article 23 L’article  23  assure que les règles de procédure concernant l’imposition d’amendes administratives soient également applicables lorsque la Banque constate, dans l’exercice de ses missions d’oversight et de ses compétences en matière de résolution, qu’il existe des indices de l’existence d’une pratique sus- ceptible de donner lieu à l’imposition d’une amende administrative. Cet article modifie donc l’article 36/9, § 1er, de la loi organique de la Banque. Le ministre de l’Économie, Kris PEETERS Le ministre des Finances, Johan VAN OVERTVELDT 24 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 VOORONTWERP VAN WET onderworpen aan het advies van de Raad van State Voorontwerp van wet houdende het toezicht op verwerkers van betalingstransacties HOOFDSTUK 1 Doel – definities – toepassingsgebied Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2 Deze wet regelt het toezicht op de activiteiten van ver- werkers van betalingstransacties alsook het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De opdrachten die deze wet aan de Bank toevertrouwt, maken een taak uit zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Art. 3 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° verwerking van betalingstransacties: het uitvoeren van technische processen nodig voor en in het bijzonder gericht op de afhandeling van een betalingstransactie; 2° verwerker: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die diensten voor de verwerking van betalingstransac- ties aanbiedt; 3° systeemrelevante verwerker: iedere verwerker die de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt; 4° betalingstransactie: een door de betaler of de be- gunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt overgemaakt, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij (a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalingsdienst- aanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in België actief zijn; 5° betalingsdienstaanbieder: de instellingen en overheden bedoeld in artikel 5 van de wet van 21 december 2009; 6° betaler: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij ontbreken van AVANT-PROJET DE LOI soumis à l’avis du Conseil d’État Avant-projet de loi relatif à la surveillance des processeurs d’opérations de paiement CHAPITRE 1ER Objectif – définitions – champ d’application Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. Art. 2 La présente loi règle la surveillance des activités des pro- cesseurs d’opérations de paiement, ainsi que le contrôle du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements adoptés aux fi ns de son exécution. Les missions dévolues à la Banque par la présente loi font partie des missions visées à l’article  8  de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque natio- nale de Belgique. Art. 3 Aux fi ns de l’application de la présente loi, il y a lieu d’entendre par: 1° traitement d’opérations de paiement: la mise en œuvre des processus techniques qui sont nécessaires et spécia- lement destinés à l’exécution d’une opération de paiement; 2° processeur: toute personne physique ou morale qui propose des services de traitement d’opérations de paiement; 3° processeur d’importance systémique: tout processeur qui dépasse le seuil visé à l’article 5; 4° opération de paiement: une action, initiée par le payeur ou le bénéfi ciaire, consistant à transférer de la monnaie scripturale, indépendamment de toute obligation sous-ja- cente entre le payeur et le bénéfi ciaire, et dans le cadre de laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre des prestataires de services de paiement différents et (b) tant le prestataire de services de paiement du payeur que celui du bénéfi ciaire opèrent en Belgique; 5° prestataire de services de paiement: les établissements et autorités visés à l’article 5 de la loi du 21 décembre 2009; 6° payeur: une personne physique ou morale qui est titulaire d’un compte de paiement et autorise un ordre de paiement à partir de ce compte de paiement, ou, en l’absence 25 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 een betaalrekening, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft; 7° begunstigde: natuurlijke of rechtspersoon die de be- oogde uiteindelijke ontvanger is van het giraal geld waarop een betalingstransactie betrekking heeft; 8° betaalrekening: een op naam van één of meer beta- lingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt; 9° betalingsdienstgebruiker: natuurlijke of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt; 10° betalingsdienst: elke bedrijfsactiviteit bedoeld in artikel 4, 1° van de wet van 21 december 2009; 11° betalingsopdracht: een door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren; 12° betalingsschema: een in België actief enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties dat losstaat van een infrastructuur die of een betalingssysteem dat de wer- king ervan ondersteunt, en dat een voor de werking van het betalingsschema verantwoordelijk(e) specifi ek(e) besluitvor- mingsorgaan, – organisatie of -entiteit omvat; 13° uitbesteding: een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verwerker en een dienstverlener op grond waarvan deze dienstverlener een proces, een dienst of een activiteit verricht die anders door de verwerker zelf zou worden verricht; 14° belangrijke operationele taak: een taak die bij een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inacht- neming door de verwerker van de verplichtingen waaraan hij uit hoofde van deze wet onderworpen is, dan wel voor de continuïteit en de stabiliteit van zijn dienstverlening en van het Belgisch betaalverkeer; 15° de Bank: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 16° overschrijving: een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een beta- lingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaan- bieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie; 17° domiciliëring: een betalingsdienst voor het debiteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een beta- lingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de be- talingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming; de compte de paiement, une personne physique ou morale qui donne un ordre de paiement; 7° bénéfi ciaire: une personne physique ou morale qui est le destinataire prévu de la monnaie scripturale ayant fait l’objet d’une opération de paiement; 8° compte de paiement: un compte qui est détenu au nom d’un ou de plusieurs utilisateurs de services de paiement et qui est utilisé aux fi ns de l’exécution d’opérations de paiement; 9° utilisateur de services de paiement: une personne phy- sique ou morale qui utilise un service de paiement en qualité de payeur ou de bénéfi ciaire, ou des deux; 10° service de paiement: toute activité professionnelle visée à l’article 4, 1°, de la loi du 21 décembre 2009; 11° ordre de paiement: toute instruction d’un payeur ou d’un bénéfi ciaire à son prestataire de services de paiement demandant l’exécution d’une opération de paiement; 12° schéma de paiement: un ensemble unique, opérant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ou de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de paiement, convenu entre des prestataires de services de paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système de paiement qui en soutient le fonctionnement, et qui comprend une entité, un organisme ou un organe décisionnel spécifi que responsable du fonctionnement du schéma de paiement; 13° externalisation: tout accord, quelle que soit sa forme, entre un processeur et un prestataire de services en vertu duquel ce prestataire de services prend en charge un pro- cessus, un service ou une activité qui aurait autrement été pris en charge par le processeur lui-même; 14° tâche opérationnelle importante: toute tâche qui, en cas de d’anomalie ou de défaillance dans son exercice, est susceptible de nuire sérieusement à la capacité du proces- seur de se conformer en permanence aux obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi, ou à la continuité et à la stabilité de ses services et du circuit de paiement belge; 15° la Banque: l ’organisme visé dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque natio- nale de Belgique; 16° virement: service de paiement fourni par le prestataire de services de paiement qui détient le compte de paiement d’un payeur, visant à créditer, sur la base d’une instruction donnée par le payeur, le compte de paiement d’un bénéfi ciaire par une opération ou une série d’opérations de paiement, réalisées à partir du compte de paiement du payeur; 17° domiciliation: un service de paiement visant à débiter le compte de paiement d’un payeur, lorsqu’une opération de paiement est initiée par le bénéfi ciaire sur la base du consen- tement donné par le payeur au bénéfi ciaire, au prestataire de services de paiement du bénéfi ciaire ou au propre prestataire de services de paiement du payeur; 26 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 18° wet van 21  december  2009: de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen; 19° werkdag: alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen. Art. 4 Deze wet is niet van toepassing op: 1° de verwerking van betalingstransacties die zijn geba- seerd op een van de volgende documenten die door een betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met de bedoeling giraal geld beschikbaar te stellen aan de begunstigde: i) een papieren cheque bedoeld in artikel 1 van de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de in- werkingtreding van deze wet, en iedere andere gelijkaardige vorm van papieren cheque, zoals de postcheque bepaald bij de wet van 2 mei 1956 op de postcheck, een circulaire cheque, of elke andere titel die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; ii) een papieren wisselbrief bedoeld in artikel 1 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbrief- jes, als ingevoegd in Titel VIII van Boek I van het Wetboek van Koophandel en iedere gelijkaardige vorm van papieren wisselbrief die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; iii) een papieren tegoedbon, waaronder papieren dien- stencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en papieren maaltijdcheque; iv) een papieren reischeque; v) een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald in contanten aan een loket van een postkantoor of van een ander postaal servicepunt; 2° de verwerking van betalingstransacties die binnen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem worden uitgevoerd; 3° de verwerking van overschrijvingen en domiciliëringen. 18° loi du 21 décembre 2009: la loi du 21 décembre 2009 re- lative au statut des établissements de paiement et des éta- blissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataires de services de paiement, à l’activité d’émis- sion de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement; 19° jour ouvrable: tous les jours calendaires à l’exception des dimanches et jours fériés. Art. 4 La présente loi ne s’applique pas: 1° au traitement d’opérations de paiement fondées sur l’un des documents suivants, tiré sur le prestataire de services de paiement en vue de mettre de la monnaie scripturale à la disposition du bénéfi ciaire: i) un chèque papier tel que visé à l’article 1er de la loi du 1er mars 1961 concernant l’introduction dans la législation nationale de la loi uniforme sur le chèque et sa mise en vigueur, ainsi que toute autre forme similaire de chèque papier, telle qu’un chèque postal au sens de la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal, un chèque circulaire, ou tout autre titre qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assorti des mêmes effets juridiques; ii) une lettre de change sur support papier, telle que visée à l’article 1er des lois coordonnées sur la lettre de change et le billet à ordre, insérées dans le titre VIII du livre Ier du Code de commerce, ainsi que toute autre forme similaire de lettre de change sur support papier qui, quelle que soit sa dénomi- nation ou sa forme, est assortie des mêmes effets juridiques; iii) un titre de service sur support papier, comme par exemple un titre-service sur support papier tel que visé à l’article 2, 1°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d’emplois de proximité, ou un chèque-repas sur support papier; iv) un chèque de voyage sur support papier; v) un mandat postal sur support papier, émis et/ou payé en espèces au guichet d’un bureau de poste ou d’un autre point de service postal; 2° au traitement d’opérations de paiement effectuées au sein d’un système de paiement ou de règlement d’opérations sur titres; 3° au traitement de virements et domiciliations. 27 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 2 Drempel en kennisgevingsverplichtingen Art. 5 Indien een verwerker voor minimum honderdvijfentwintig miljoen betalingstransacties, gemeten over het voorgaande kalenderjaar, via één bepaald betalingsschema diensten voor de verwerking ervan heeft verleend, wordt deze verwerker beschouwd als een systeemrelevante verwerker. Op voorstel van de Bank, kan de Koning: 1° het bedrag van de drempel bedoeld in het eerste lid wijzigen; 2° nadere regels vastleggen voor de berekening van de drempel bedoeld in het eerste lid. Art. 6 § 1. Ieder betalingsschema verstrekt jaarlijks, vóór 1 april, aan de Bank de volgende gegevens over iedere verwerker waarop hij beroep doet: 1° de naam, voornamen, woon -en verblijfplaats en ge- boortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 2° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbestuur van de verwerker die een rechtspersoon is; 3° het aantal tijdens het voorgaande kalenderjaar via haar betalingsschema verrichte betalingstransacties, evenals het aandeel in dit totaal aantal betalingstransacties van iedere verwerker waarvan zij gebruik maakt. § 2. Iedere verwerker is ertoe gehouden om de Bank en het betalingsschema waarvoor hij diensten verleent onver- wijld in te lichten wanneer hij de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt. § 3. De Bank stelt een verwerker die de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt in kennis van diens kwalifi catie als systeemrelevante verwerker. De Bank kan daarbij rekening houden met de informatie die zij ontvangt in toepassing van de paragrafen 1 en 2. De Bank kan echter ook rekening hou- den met alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken. De Bank brengt haar gemotiveerde kennisgeving ter kennis van de verwerker en van het betrokken betalingsschema, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangst- bewijs. Die kennisgeving heeft uitwerking vanaf de datum bepaald door de Bank, doch ten vroegste één maand na datum van de kennisgeving, en dit tot de Bank een systeem- relevante verwerker een kennisgeving bezorgt als bedoeld in paragraaf 4. CHAPITRE 2 Seuil et obligations de notification Art. 5 Si un processeur a fourni des services aux fi ns du traite- ment d’un minimum de cent vingt-cinq millions d’opérations de paiement, calculées sur l’année calendaire antérieure, au moyen d’un schéma de paiement déterminé, ce pro- cesseur est considéré comme un processeur d’importance systémique. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifi er le montant du seuil visé à l’alinéa 1er; 2° fi xer des règles plus précises pour le calcul du seuil visé à l’alinéa 1er. Art. 6 § 1er. Tout schéma de paiement transmet à la Banque, avant le 1er avril, les informations suivantes concernant chaque processeur auquel il fait appel: 1° le nom, les prénoms, le lieu de résidence et le domi- cile, ainsi que la date de naissance si le processeur est une personne physique; 2° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central si le processeur est une personne morale; 3° le nombre d’opérations de paiement effectuées au moyen de son schéma de paiement au cours de l’année calendaire écoulée, ainsi que la part que représente chaque processeur auquel il recourt. § 2. Tout processeur est tenu d’informer immédiatement la Banque et le schéma de paiement pour lequel il fournit des services en cas de dépassement du seuil visé à l’article 5. § 3. La Banque notifi e à un processeur qui dépasse le seuil visé à l’article 5 sa qualifi cation en tant que processeur d’importance systémique. La Banque peut, à cette fi n, tenir compte de toute information qu’elle reçoit en vertu des para- graphes 1er et 2. La Banque peut toutefois aussi tenir compte de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions. La Banque porte sa notifi cation motivée à la connaissance du processeur et du schéma de paiement concerné, soit par courrier recommandé, soit par courrier avec accusé de réception. Cette notifi cation prend effet à compter de la date arrêtée par la Banque, ou au plus tôt un mois après la date de la notifi cation, et ce jusqu’à ce qu’elle fournisse au processeur une notifi cation telle que visée au paragraphe 4. 28 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 4. Een verwerker wordt niet langer als een systeemre- levante verwerker beschouwd wanneer deze niet langer de drempel in artikel 5 overschrijdt en de Bank de systeemre- levante verwerker daarvan in kennis stelt. De Bank kan die kennisgeving bezorgen: 1° op eigen initiatief, op grond van de informatie die zij ontvangt in toepassing van paragraaf 1 dan wel op grond van alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken; 2° op vraag van een systeemrelevante verwerker, in welk geval die verwerker de nodige cijfergegevens of uitleg toe- voegt aan diens verzoek. De Bank kan nader bepalen welke cijfergegevens of uitleg vereist zijn. Art. 7 De Bank houdt een lijst bij van alle verwerkers aan wie zij krachtens artikel 6, § 3 een kennisgeving heeft bezorgd. De Bank maakt deze lijst bekend op haar website. De Bank zorgt voor een regelmatige actualisering van de op de website verstrekte informatie. De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere verwerker minstens de volgende informatie: 1° de datum van de bezorging van de kennisgeving en de datum waarop die kennisgeving uitwerking heeft zoals bepaald in artikel 6, § 3, tweede lid; 2° de naam, voornamen, woon-en verblijfplaats en ge- boortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 3° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbestuur van de verwerker die een rechtspersoon is. HOOFDSTUK 3 Bedrijfsuitoefening Art. 8 Ieder betalingsschema dient zich er op periodieke basis van te vergewissen dat iedere systeemrelevante verwerker waarvan zij gebruik maakt in staat is om het bepaalde in dit Hoofdstuk na te leven. Het betalingsschema hanteert daarbij de nodige zorgvuldigheid. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden. Art. 9 De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor fusies tussen die verwerkers en andere ondernemingen. § 4. Un processeur n’est plus considéré comme un pro- cesseur d’importance systémique dès lors qu’il ne dépasse plus le seuil visé à l’article 5 et que la Banque le lui a notifi é. La Banque peut procéder à cette notifi cation: 1° de sa propre initiative, sur la base d’informations qu’elle reçoit en vertu du paragraphe 1er, ainsi que sur la base de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions; 2° sur demande d’un processeur d’importance systémique, auquel cas ce processeur joint à sa requête toutes les expli- cations ou données nécessaires. La Banque peut ensuite décider quelles données ou explications sont requises. Art. 7 La Banque conserve une liste de tous les processeurs à qui elle a fourni une notifi cation en vertu de l’article 6, § 3. La Banque publie cette liste sur son site internet. La Banque est tenue de mettre régulièrement à jour les informations fi gurant sur son site internet. La liste visée à l’alinéa 1er doit mentionner au minimum les informations suivantes concernant chaque processeur: 1° la date à laquelle la notifi cation a été transmise ainsi que la date à laquelle la notifi cation prend effet, conformément à l’article 6, § 3, alinéa 2; 2° le nom, les prénoms, le domicile, le lieu de résidence, ainsi que la date de naissance du processeur s’il est une personne physique; 3° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central du processeur, s’il est une personne morale. CHAPITRE 3 Exercice de l’activité Art. 8 Tout schéma de paiement est tenu de s’assurer sur une base périodique que tout processeur d’importance systé- mique auquel il recourt est à même de respecter les disposi- tions du présent chapitre. Le schéma de paiement fait preuve à cet égard de la diligence requise. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions de l’alinéa 1er. Art. 9 Sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque les fusions entre processeurs d’importance systémique et les fusions entre ces processeurs et d’autres entreprises. 29 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Worden voor de toepassing van dit artikel met fusies ge- lijkgesteld, overdrachten van een deel of het geheel van het bedrijf en integrale of gedeeltelijke overdrachten van het net. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de fu- sies bedoeld in het eerste lid aan voorwaarden onderwerpen. De Bank kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld met voorlegging van een volledig dossier, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de systeemrelevante verwerker en de impact van het voorstel op de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. Art. 10 Een systeemrelevante verwerker mag belangrijke operati- onele taken met betrekking tot de verwerking van betalings- transacties slechts uitbesteden aan een dienstverlener onder de hiernavolgende voorwaarden: 1° de voorafgaande toestemming van de Bank is vereist; 2° de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding van de verwerker zijn verantwoordelijkheden delegeert; 3° de relatie en verplichtingen van de verwerker ten op- zichte van betalingsdienstaanbieders en betalingsschema’s worden niet gewijzigd; 4° de naleving van de voorwaarden waaraan de verwer- ker krachtens deze wet moet voldoen, mag niet worden ondermijnd; 5° de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan de kwaliteit van de interne controle van de verwerker en aan het vermogen van de Bank om de naleving door de verwerker van zijn verplichtingen te controleren. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de uit- besteding van belangrijke operationele taken aan bijkomende voorwaarden onderwerpen. Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijft de systeem- relevante verwerker volledig verantwoordelijk voor de hande- lingen die gesteld zijn door de dienstverlener. Art. 11 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de aanne- melijke oorzaken van interne en externe operationele risico’s voor de verwerking van betalingstransacties te identifi ceren en de impact ervan te beperken door middel van een passend Sont, pour l’application du présent article, assimilé à des fusions, les cessions de l’ensemble ou d’une partie de l’acti- vité et les cessions de l’ensemble ou d’une partie du réseau. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maîtrise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut soumettre les fusions visées à l’alinéa 1er à des conditions. La Banque ne peut refuser l’autorisation que dans les trois mois de la notifi cation préalable qui lui a été faite du projet avec présentation d’un dossier complet, et pour des motifs relatifs à la gestion saine et prudente du processeur d’importance systémique et à l’incidence de la proposition sur la continuité et la stabilité des paiements en Belgique. Si elle n’intervient pas dans le délai fi xé ci-dessus, l’autorisation est réputée acquise. Art. 10 Un processeur d’importance systémique ne peut exter- naliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services qu’aux conditions suivantes: 1° l’autorisation préalable de la Banque est requise; 2° l’externalisation n’entraîne aucune délégation de la responsabilité de la direction générale du processeur; 3° la relation et les obligations du processeur à l’égard des prestataires de services de paiement et des schémas de paiement ne sont pas modifi ées; 4° le respect des conditions que le processeur est tenu de remplir en vertu de la présente loi n’est pas altéré; 5° l’externalisation ne peut pas être faite d’une manière qui nuise sérieusement à la qualité du contrôle interne du processeur et qui empêche la Banque de contrôler le respect, par le processeur, de ses obligations. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maîtrise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut soumettre l’exter- nalisation des tâches opérationnelles importantes à des conditions additionnelles. Dans l’externalisation d’activités, le processeur d’impor- tance systémique demeure entièrement responsable des actes posés par le prestataire de services. Art. 11 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de recenser les causes vraisemblables de risques opérationnels internes et externes pour le traitement des transactions de paiement et d’en limiter l’incidence au moyen d’une politique 30 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beleid en passende systemen, procedures en controles. De risicobeheersings-procedures dienen doeltreffend te zijn. § 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient zijn syste- men zodanig te ontwerpen dat een hoge mate van veiligheid, integriteit, confi dentialiteit en operationele betrouwbaarheid, stabiliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Die systemen dienen een toereikende en schaalbare capaciteit te hebben. §  3. Iedere systeemrelevante verwerker dient bedrijfs- continuïteitsmanagement toe te passen en dient daartoe te beschikken over bedrijfscontinuïteitsplannen. Het geheel moet streven naar een snel herstel van de activiteiten en de naleving van zijn verplichtingen in het geval van een storing in de verwerking van betalingstransacties. § 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een risicobeheerbeleid en procedures en systemen te beschikken die hem in staat stellen om de risico’s die zich voordoen of door hem gedragen worden te identifi ceren, meten, opvolgen en beheersen. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een dui- delijk en goed gedocumenteerd risicobeheersingskader te beschikken dat diens risicotolerantiebeleid omvat, verant- woordelijkheden en verantwoording voor risicobeslissingen toewijst en dat het besluitvormingsproces in perioden van crisis en noodsituaties omschrijft. De interne bestuursrege- lingen van iedere systeemrelevante verwerker dienen voor de risicobeheersings- en interne controlefuncties voldoende gezag, onafhankelijkheid, middelen en, in voorkomend geval, toegang tot de raad van bestuur te verzekeren. Risicobeheersingskaders moeten onderworpen worden aan een periodieke beoordeling. § 5. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 4 dient verstaan te worden. Art. 12 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste beleidsplannen en procedures te implementeren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde de confi dentialiteit en integriteit van de informatie evenals de continue beschik- baarheid van zijn dienstverlening te verzekeren. § 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste beleidsplannen en procedures te implementeren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde te verzekeren dat zijn dienstverlening beschikbaar, betrouwbaar, veerkrachtig en weerbaar blijft. § 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient er voor te zorgen dat de diensten voor de verwerking van betalingstrans- acties maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens adaptée et de systèmes, de procédures et de contrôles adé- quats. Les procédures de maîtrise des risques doivent être efficaces. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de concevoir ses systèmes de telle sorte qu’ils garantissent un degré élevé de sécurité, d’intégrité, de confi dentialité, ainsi que de fi abilité, de stabilité et de continuité opérationnelles. Ces systèmes doivent posséder une capacité suffisante et évolutive. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de mettre en œuvre une gestion de la continuité des activités et de disposer à cet égard de plans de continuité des activités. L’ensemble doit tendre vers une reprise rapide des activités et le respect de ses obligations en cas de perturbation du traitement des opérations de paiement. § 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’une politique et de procédures de gestion des risques et de systèmes lui permettant d’identifi er, de mesu- rer, de suivre et de maîtriser les risques qui surviennent ou qu’il supporte. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’un cadre de maîtrise des risques clair et bien documenté, qui inclut sa politique de tolérance aux risques, qui assigne les responsabilités et la justifi cation des déci- sions liées aux risques et qui décrit le processus de prise de décisions en périodes de crise et en situations d’urgence. Les modalités de gestion de tout processeur d’importance systémique sont tenues d’assurer, pour les fonctions de maîtrise des risques et de contrôle interne, une autorité, une indépendance, des ressources suffisantes et, le cas échéant, l’accès au conseil d’administration. Les dispositifs de contrôle des risques doivent être soumis à une évaluation périodique. § 5. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des paragraphes 1er à 4. Art. 12 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer la confi dentialité et l’intégrité des informations, ainsi que la disponibilité continue de la fourniture de ses services. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer que la fourniture de ses services demeure disponible, fi able, dynamique et résilient. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de veiller à ce que les services de traitement des opéra- tions de paiement ne soient indisponibles qu’au maximum durant 30 minutes entre 8 heures du matin et 20 heures, et 31 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt. De gecumuleerde niet beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties mag tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur de grens van 30 minuten per kwartaal en tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens de grens van 120 minuten per kwartaal niet overschrijden. Op voorstel van de Bank, kan de Koning de periode van niet beschikbaarheid bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen. § 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient te beschikken over robuuste methodologieën teneinde te kunnen plannen voor de gehele levensloop van de gebruikte technologieën en de selectie van technologische standaarden. § 5. Iedere systeemrelevante verwerker, of indien hij hiertoe niet in staat zou zijn het betalingsschema bedoeld in artikel 5, dient transparante communicatie te verzorgen over de diensten voor de verwerking van betalingstransacties naar, in voorkomend geval, de betrokken betalingsdienstaanbieders, betalingsschema’s en betalingsdienstgebruikers en dient hen te voorzien van voldoende informatie. In geval van een niet beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld in paragraaf 3, dient deze informatie minstens te slaan op de oorzaken en gevolgen en de voorziene duur ervan evenals de voorziene hersteltijd. § 6. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 5 dient verstaan te worden. Art. 13 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de Bank tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet-beschik- baarheid van de diensten voor de verwerking van betalings- transacties binnen volgende tijdsgrenzen: 1° 15 minuten na detectie van het incident indien het inci- dent plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur; 2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens. Op voorstel van de Bank, kan de Koning: 1° de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid wijzigen; 2° nadere regels vastleggen voor het berekenen van de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid. § 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de eerstvol- gende werkdag volgend op de vaststelling van een incident met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van artikel 11 en artikel 12, paragrafen 1, 2, 4 en 6 de Bank hiervan in kennis te stellen. 60 minutes entre 20 heures et 8 heures du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des paiements en Belgique ne soient pas compromises. L’indisponibilité cumulative des services de traitement des opérations de paiement ne peut pas dépasser 30 minutes par trimestre entre 8 heures du matin et 20 heures et 120 minutes par trimestre entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur proposition de la Banque, le Roi est habilité à modifi er la période d’indisponibilité visée à l’alinéa 1er et 2. § 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer de méthodologies robustes afi n de pouvoir planifi er l’ensemble de la durée de vie des technologies utilisées et la sélection de normes technologiques. § 5. Tout processeur d’importance systémique, ou, si cela lui était impossible, le schéma de paiement visé à l’article 5, est tenu d’assurer une communication transparente sur les services de traitement des opérations de paiement à l’égard, le cas échéant, des prestataires de services de paiement, des schémas de paiement et des utilisateurs de services de paie- ment, et est tenu de leur fournir des informations suffisantes. En cas d’indisponibilité des services de traitement des opérations de paiement visés au paragraphe 3, ces informa- tions doivent au moins porter sur les causes et conséquences, et leur durée prévue, ainsi que sur le délai de rétablisse- ment prévu. § 6. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des paragraphes 1er à 5. Art. 13 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de l’indisponi- bilité des services de traitement des opérations de paiement dans les délais suivants: 1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident si l’incident se produit entre 8 heures du matin et 20 heures; 2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin si l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur proposition de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifi er les délais visés à l’alinéa 1er; 2° fi xer des règles complémentaires pour calculer les délais visés à l’alinéa 1er. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu, le premier jour ouvrable suivant le constat d’un incident relatif à ou d’une infraction aux dispositions des articles 11 et 12, paragraphes 1er, 2, 4 et 6, d’en informer la Banque. 32 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 3. De Bank kan bij reglement de wijze waarop de ken- nisgeving onder het bepaalde in paragrafen 1 en 2 dient plaats te vinden evenals de te verstrekken gegevens nader bepalen. § 4. De systeemrelevante verwerker dient de Bank binnen een redelijke termijn een grondige analyse te bezorgen van een incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van de artikelen 11 en 12. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden. HOOFDSTUK 4 Toezicht op betalingsschema’s en systeemrelevante verwerkers Art. 14 De Bank ziet erop toe dat ieder betalingsschema en iedere systeemrelevante verwerker doorlopend werkt over- eenkomstig de bepalingen van deze wet die op hem van toepassing zijn en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker verrichte activiteiten, en de eraan verbonden risico’s. Art. 15 De Bank kan zich door ieder betalingsschema en door iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen doen verstrekken over hun organisatie, werking, fi nanciële positie en verwerkte betalingstransacties, en voorschrijven dat haar geregeld cijfergegevens of andere documenten en uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. De Bank kan bij ieder betalingsschema en bij iedere sys- teemrelevante verwerker ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van het betalingsschema of van de verwerker, om na te gaan of de bepalingen van deze wet zijn nageleefd en of de haar door het betalingsschema en de verwerker voorgelegde staten en andere inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn. HOOFDSTUK 5 Dwangsommen en administratieve sancties Art. 16 § 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschre- ven maatregelen, kan de Bank, wanneer zij vaststelt dat een systeemrelevante verwerker niet werkt overeenkomstig de § 3. La Banque peut préciser par voie de règlement la manière dont la notifi cation fi gurant dans les dispositions des paragraphes 1er et 2 doit avoir lieu, ainsi que les données à fournir. § 4. Le processeur d’importance systémique est tenu, dans un délai raisonnable, de fournir à la Banque une analyse approfondie d’un incident qui constitue une infraction aux dispositions des articles 11 et 12. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions au paragraphe 1er. CHAPITRE 4 Surveillance des schémas de paiement et des processeurs d’importance systémique Art. 14 La Banque veille à ce que chaque schéma de paiement et chaque processeur d’importance systémique fonctionne en permanence en conformité avec les dispositions de la présente loi qui lui sont applicables, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour son exécution. La surveillance exercée par la Banque doit être proportionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le processeur d’importance systémique, et aux risques qui y sont liés. Art. 15 La Banque peut se faire transmettre par chaque schéma de paiement et chaque processeur d’importance systémique tous renseignements sur leur organisation, fonctionnement, situation fi nancière et les opérations de paiement qu’ils traitent, et imposer que des données chiffrées ou d’autres documents et explications lui soient fournis régulièrement afi n de vérifi er si les prescriptions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son application sont respectées. La Banque peut procéder auprès de chaque schéma de paiement et de chaque processeur d’importance systémique à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sur place également, de toute information détenue par le schéma de paiement ou le processeur, en vue de vérifi er le respect des dispositions de la présente loi ainsi que l’exacti- tude et la sincérité des états et autres informations qui lui sont fournis par le schéma de paiement et le processeur. CHAPITRE 5 Astreintes et sanctions administratives Art. 16 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut, lorsqu’elle constate qu’un pro- cesseur d’importance systémique n’agit pas en conformité 33 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of dat de uitoefening van zijn bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betalingsverkeer, een termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen of de systeemrele- vante verwerker zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 2. Indien de toestand na het verstrijken van deze termijn niet is verholpen, kan de Bank na de systeemrelevante ver- werker gehoord of tenminste opgeroepen te hebben hem de betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden. § 3. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de Bank openbaar maken dat een systeem- relevante verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar aanmaningen om zich binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1 te conformeren aan de voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Art. 17 Onverminderd de andere maatregelen bepaald in deze wet, kan de Bank: 1° indien zij een inbreuk vaststelt op de artikelen 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen be- sluiten en reglementen, aan de betrokken systeem-relevante verwerker een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel 25 000 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten; 2° indien zij een inbreuk vaststelt op het bepaalde in de artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, aan het betrokken betalingsschema een admi- nistratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar van het betalingsschema, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten. De jaaromzet bedoeld in het eerste lid is het bedrag zoals bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Art. 18 De Bank houdt bij het opleggen van een administratieve geldboete zoals bepaald in artikel 17 rekening met de duur en de ernst van de inbreuk. avec les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou que l’exercice de son activité présente une menace pour la stabilité et la continuité des paiements en Belgique, fi xer un délai dans lequel il doit être remédié à cette situation ou dans lequel le processeur d’importance systémique doit se conformer à des dispositions précises de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution. § 2. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la situation, la Banque peut, le processeur d’importance systé- mique ayant été entendu ou à tout le moins dûment convoqué, lui infl iger une astreinte qui ne pourra excéder 50 000 euros par jour calendaire, ni 2 500 000 euros au total. § 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut rendre public qu’un processeur d’importance systémique ne s’est pas conformé aux injonc- tions qui lui ont été faites de respecter dans le délai visé au paragraphe 1er les dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution. Art. 17 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut: 1° si elle constate une infraction aux articles 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 ou 15 ou à leurs arrêtés et règlements d’exécution, imposer au processeur d’importance systémique une amende qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 25 000 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits; 2° si elle constate une infraction aux provisions des ar- ticles 6, § 1er, 8 ou 15 ou à leurs mesures d’exécution, imposer au schéma de paiement impliqué une amende administrative qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 2 500 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent du schéma de paiement, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Le chiffre d’affaires annuel visé au paragraphe 1er est le montant tel que défi ni à l’article 15 du Code des Sociétés. Art. 18 La Banque tient compte de la durée et de la gravité de l’infraction lorsqu’elle impose une amende administrative telle que défi nie à l’article 17. 34 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 19 § 1. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank een betalingsschema verbieden gebruik te maken van een systeemrelevante ver- werker, indien deze verwerker het voorwerp heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°. § 2. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank een systeemrele- vante verwerker verbieden belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties uit te besteden aan een dienstverlener indien de in artikel 10 bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd of indien de dienstverlener, in zijn hoedanigheid van systeemrelevante verwerker, zelf het voorwerp heeft uitgemaakt van een admi- nistratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°. Art. 20 De met toepassing van de artikelen 16 en 17 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden ingevorderd ten bate van de Schatkist door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën. HOOFDSTUK 6 Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding Art. 21 Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013 tot wijziging van diverse wetten ter gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2010/78/EU van 24 november 2010 wat betreft de be- voegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzeke- ringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten), wordt vervangen als volgt: “Art. 8. § 1. De Bank waakt over de goede werking van de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen en ze vergewist zich van hun doelmatigheid en deugdelijkheid over- eenkomstig deze wet, de bijzondere wetten of reglementen en, in voorkomend geval, de Europese regels ter zake. Ze mag met dit doel alle verrichtingen doen en faciliteiten ter beschikking stellen. Ze gaat over tot de toepassing van de verordeningen vastgelegd door de ECB ter verzekering van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen binnen de Europese Unie en met andere landen. Art. 19 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à un schéma de paiement de faire appel à un processeur d’importance systémique au cas où ce processeur a fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17, paragraphe 1er, 1°. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à un processeur d’importance systémique d’externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services si les conditions visées à l’article 10 ne sont pas respectées, ou si le prestataire de services, en sa qualité de processeur d’im- portance systémique, a lui-même fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17, paragraphe 1er, 1°. Art. 20 Les astreintes et amendes imposées en application des articles 16 et 17 sont recouvrées au profi t du Trésor public par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement du Service public fédéral Finances. CHAPITRE 6 Modifications et entrée en vigueur Art. 21 L’article  8  de la loi du 22  février  1998  fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, modifi é par l’arrêté royal du 12 novembre 2013 modifi ant diverses lois en vue de la transposition partielle de la directive 2010/78/UE du 24 novembre 2010 en ce qui concerne les compétences des autorités européennes de surveillance (Autorité bancaire européenne, Autorité européenne des assurances et des pen- sions professionnelles et Autorité européenne des marchés fi nanciers), est remplacé par le texte suivant: “Art. 8. § 1er. La Banque veille au bon fonctionnement des systèmes de compensation, de règlement et de paiements et elle s’assure de leur efficacité et de leur solidité conformément à la présente loi, aux lois et règlements particuliers et, le cas échéant, aux règles européennes en la matière. Elle peut faire toutes opérations ou accorder des facilités à ces fi ns. Elle pourvoit à l’application des règlements arrêtés par la BCE en vue d’assurer l’efficacité et la solidité des systèmes de compensation et de paiements au sein de l’Union euro- péenne et avec les États tiers. 35 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 2. In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit artikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende technische punten. Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin andere wetten of reglementen voorzien, kan de Bank overeenkomstig de procedure van de open raadpleging de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een consultatieronde en deze bekendmaken op haar website voor eventuele opmerkingen van belanghebbende partijen. Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeu- ring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft vastgesteld. § 3. De Bank oefent de bevoegdheden krachtens dit artikel uitsluitend in het algemeen belang uit. De Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, niet-optreden, hande- lingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van deze opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout.”. Art. 22 De eerste paragraaf van artikel 36/8 van dezelfde wet, inge- voegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de fi nanciële sector en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015 houdende diverse fi nanciële bepalingen, houdende de oprichting van een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie “Sociale activiteiten” en houdende een bepaling inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen, wordt vervangen als volgt: “§ 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de wetten bedoeld in de artikelen 8, 12bis en 12ter en in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het sta- tuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdien- staanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen.”. Art. 23 In de eerste paragraaf van artikel 36/9 van dezelfde wet, in- gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de fi nanciële sector en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen, worden de woorden “krachtens artikel 12bis” vervangen door de woorden “krachtens de artikelen 8, 12bis of 12ter”. Art. 24 Deze wet treedt in werking op [invoegen datum]. § 2. Dans les matières pour lesquelles elle a compétence en vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements visant à compléter les dispositions législatives ou réglemen- taires applicables concernant des points techniques. Sans préjudice de la consultation prévue par d’autres lois ou règlements, la Banque peut, conformément à la procédure de consultation publique, apporter lors d’une consultation des explications sur le contenu de tout règlement qu’elle envisage d’adopter et les publier sur son site web pour observations éventuelles de la part des parties intéressées. Ces règlements ne prennent effet qu’après approbation par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifi cations à ces règlements ou fi xer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté de règlement. §  3. La Banque exerce les compétences qui lui sont dévolues par le présent article exclusivement dans l’intérêt général. Hormis cas de fraude ou faute grave, la Banque, les membres de ses organes et son personnel ne sont pas civilement responsables de leurs décisions, inactions, actes ou comportements dans l’exercice de cette mission.”. Art. 22 Le premier paragraphe de l’article 36/8 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 mettant en œuvre l’évolution des structures de contrôle du secteur fi nancier et modifi é par la loi du 18 décembre 2015 portant des disposi- tions fi nancières diverses, portant la création d’un service administratif à comptabilité autonome “Activités sociales” et portant une disposition en matière d’égalité des femmes et des hommes, est remplacé par le texte suivant: “§ 1er. La Commission des sanctions statue sur l’imposition des amendes administratives prévues par les lois visées aux articles 8, 12bis et 12ter et aux articles 50/1 et 50/2 de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement.”. Art. 23 Au premier paragraphe de l’article 36/9 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 mettant en œuvre l’évolution des structures de contrôle du secteur fi nancier et modifi é par la loi du 25 avril 2014 portant des dispositions diverses, les mots “en vertu de l’article 12bis” sont remplacés par “en vertu des articles 8, 12bis ou 12ter”. Art. 24 La présente loi entre en vigueur le [indiquer la date]. 36 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7) - 26/09/2016 14:19 1/4 Geïntegreerde impactanalyse Beschrijvende fiche A. Auteur Bevoegd regeringslid Minister van Financiën Contactpersoon beleidscel Naam : E-mail : Tel. Nr. : Overheidsdienst FOD Financien Contactpersoon overheidsdienst Naam : E-mail : Tel. Nr. : B. Ontwerp Titel van de regelgeving VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES 37 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7) - 26/09/2016 14:19 2/4 Korte beschrijving van het ontwerp van regelgeving met vermelding van de oorsprong (verdrag, richtlijn, samenwerkingsakkoord, actualiteit, …), de beoogde doelen van uitvoering. Het ontwerp onderwerpt de systeemrelevante verwerkers van het Belgisch betaalverkeer (zie de definitie van betalingstransactie in artikel 3) aan bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden om hen onder direct wettelijk toezicht van de Nationale Bank van België (Bank) te brengen. De partijen die instaan voor het verwerken van betalingstransacties veranderen voortdurend. Teneinde een goed zicht te hebben welke partijen verantwoordelijk zijn voor de verwerking van transacties in het Belgisch betaalverkeer en om de mogelijkheden voor de Bank voor het effectief uitoefenen van haar toezichtstaak beter wettelijk te verankeren, legt dit wetsontwerp een aantal verplichtingen op aan de verwerkers van het Belgisch betaalverkeer die van systemisch belang zijn. Er wordt voorgesteld dit systemisch belang te bepalen op basis van de overschrijding van een drempel van het aantal betalingstransacties via één bepaald betalingsschema, gemeten over één kalenderjaar, waarvoor een verwerker diensten voor de verwerking heeft verleend. Een steeds verder eengemaakte markt van betaalverkeer met complexere verhoudingen tussen een stijgend aantal verwerkers evenals de recente problemen inzake stabiliteit en continuïteit van het Belgische betaalverkeer zijn katalysatoren voor het beter wettelijk verankeren van het oversight op systeemrelevante verwerkers. Het voorliggend wetsontwerp geeft daarmee gevolg aan een evolutie die recent is ingezet op Europees niveau. Men stelt immers vast dat het op vrijwilligheid gebaseerde oversightsysteem voor welbepaalde verwerkers van betalingstransacties op zijn grenzen botst en niet altijd op efficiënte en solide wijze de naleving van de oversightnormen kan verzekeren. De overgang van een soft law-benadering naar een juridisch afdwingbare benadering van het oversight, vond bijvoorbeeld ook al (gedeeltelijk) plaats in Nederland. Een gebrek aan direct wettelijk toezicht en directe controle op de systeemrelevante verwerkers van het Belgische betaalverkeer kan immers het vertrouwen van de markt in die verwerkers, in het betaalverkeer in zijn geheel en in het gebruik van in euro uitgedrukte betalingsinstrumenten verminderen. Impactanalyses reeds uitgevoerd: Ja Nee C. Raadpleging over het ontwerp van regelgeving Verplichte, facultatieve of informele raadplegingen nvt D. Bronnen gebruikt om de impactanalyse uit te voeren Statistieken, referentiedocumenten, organisaties en referentiepersonen nvt 38 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7) - 26/09/2016 14:19 3/4 Welke impact heeft het ontwerp van regelgeving op deze 21 thema’s? 1. Kansarmoedebestrijding Positieve impact Negatieve impact Geen impact 2. Gelijke kansen en sociale cohesie Positieve impact Negatieve impact Geen impact 3. Gelijkheid van vrouwen en mannen 1. Op welke personen heeft het ontwerp (rechtstreeks of onrechtstreeks) een impact en wat is de naar geslacht uitgesplitste samenstelling van deze groep(en) van personen? Er zijn personen betrokken. Personen zijn niet betrokken. Leg uit waarom: nvt 4. Gezondheid Positieve impact Negatieve impact Geen impact 5. Werkgelegenheid Positieve impact Negatieve impact Geen impact 6. Consumptie- en productiepatronen Positieve impact Negatieve impact Geen impact 7. Economische ontwikkeling Positieve impact Negatieve impact Geen impact 8. Investeringen Positieve impact Negatieve impact Geen impact 9. Onderzoek en ontwikkeling Positieve impact Negatieve impact Geen impact 10. Kmo's 1. Welke ondernemingen zijn rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken? Er zijn ondernemingen (inclusief kmo's) betrokken. Ondernemingen zijn niet betrokken. Leg uit waarom: nvt 11. Administratieve lasten Ondernemingen of burgers zijn betrokken. Ondernemingen of burgers zijn niet betrokken. 12. Energie 39 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7) - 26/09/2016 14:19 4/4 Positieve impact Negatieve impact Geen impact 13. Mobiliteit Positieve impact Negatieve impact Geen impact 14. Voeding Positieve impact Negatieve impact Geen impact 15. Klimaatverandering Positieve impact Negatieve impact Geen impact 16. Natuurlijke hulpbronnen Positieve impact Negatieve impact Geen impact 17. Buiten- en binnenlucht Positieve impact Negatieve impact Geen impact 18. Biodiversiteit Positieve impact Negatieve impact Geen impact 19. Hinder Positieve impact Negatieve impact Geen impact 20. Overheid Positieve impact Negatieve impact Geen impact 21. Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling 1. Identificeer de eventuele rechtstreekse of onrechtstreekse impact van het ontwerp op de ontwikkelingslanden op het vlak van: voedselveiligheid, gezondheid en toegang tot geneesmiddelen, waardig werk, lokale en internationale handel, inkomens en mobilisering van lokale middelen (taxatie), mobiliteit van personen, leefmilieu en klimaatverandering (mechanismen voor schone ontwikkeling), vrede en veiligheid. Impact op ontwikkelingslanden. Geen impact op ontwikkelingslanden. Leg uit waarom: nvt 40 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7) - 26/09/2016 14:19 1/4 Analyse d'impact intégrée Fiche signalétique A. Auteur Membre du Gouvernement compétent Ministre des Finances Contact cellule stratégique Nom : E-mail : Téléphone : Administration SPF Finances Contact administration Nom : E-mail : Téléphone : B. Projet Titre de la règlementation AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT 41 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7) - 26/09/2016 14:19 2/4 Description succincte du projet de réglementation en mentionnant l'origine réglementaire (traités, directive, accord de coopération, actualité, …), les objectifs poursuivis et la mise en œuvre. Le projet de loi a pour objet de soumettre les processeurs d’importance systémique des paiements en Belgique (voir la définition de transaction de paiement dans l’article 3 ci-dessous) à un ensemble de conditions d’exercice de leur activité, et de les placer sous la surveillance légale directe de la Banque nationale de Belgique ( la Banque). Les parties chargées de traiter les opérations de paiement changent continuellement. Afin de déterminer clairement quelles sont les parties responsables du traitement d’opérations de paiement en Belgique et d’offrir un meilleur ancrage légal aux moyens dont dispose la Banque pour exercer concrètement sa mission de surveillance, le présent projet de loi impose une série d’obligations aux processeurs d’opérations de paiement en Belgique qui sont d’importance systémique. Il est proposé de définir cette importance systémique sur la base du dépassement d’un seuil quant au nombre d’opérations de paiement effectuées au cours d’une année calendaire au moyen d’un schéma de paiement déterminé, pour le traitement desquelles un processeur a fourni des services. Un marché des paiements toujours plus unifié accompagné de relations plus complexes entre un nombre croissant de processeurs ainsi que les récents problèmes qui ont touché la stabilité et la continuité des paiements en Belgique invitent à renforcer l’ancrage légal de l’oversight des processeurs d’importance systémique. Le présent projet de loi concorde en cela avec un processus récemment entamé au niveau européen. On constate toutefois depuis peu que le système d’oversight basé sur la bonne volonté atteint ses limites pour certains processeurs d’opérations de paiement bien précis et ne parvient pas en permanence à assurer de façon efficace et robuste le respect des normes de surveillance. La transition d’une approche en soft law vers une approche juridiquement contraignante de l’oversight s’est déjà par exemple opérée (partiellement) aux Pays-Bas. Un défaut de surveillance légale directe et de contrôle direct des processeurs d’importance systémique des paiements en Belgique peut amoindrir la confiance que le marché porte à ces processeurs, au circuit de paiement dans son ensemble et à l’usage d’instruments de paiement libellés en euros. Analyses d'impact déjà réalisées : Oui Non C. Consultations sur le projet de réglementation Consultation obligatoire, facultative ou informelle néant D. Sources utilisées pour effectuer l’analyse d’impact Statistiques, documents, institutions et personnes de référence néant 42 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7) - 26/09/2016 14:19 3/4 Quel est l’impact du projet de réglementation sur ces 21 thèmes ? 1. Lutte contre la pauvreté Impact positif Impact négatif Pas d'impact 2. Égalité des chances et cohésion sociale Impact positif Impact négatif Pas d'impact 3. Égalité des femmes et des hommes 1. Quelles personnes sont (directement et indirectement) concernées par le projet et quelle est la composition sexuée de ce(s) groupe(s) de personnes ? Des personnes sont concernées. Aucune personne n’est concernée. Expliquez pourquoi : néant 4. Santé Impact positif Impact négatif Pas d'impact 5. Emploi Impact positif Impact négatif Pas d’impact 6. Modes de consommation et production Impact positif Impact négatif Pas d’impact 7. Développement économique Impact positif Impact négatif Pas d’impact 8. Investissements Impact positif Impact négatif Pas d’impact 9. Recherche et développement Impact positif Impact négatif Pas d’impact 10. PME 1. Quelles entreprises sont directement et indirectement concernées ? Des entreprises (dont des PME) sont concernées. Aucune entreprise n'est concernée. Expliquez pourquoi : néant 11. Charges administratives Des entreprises/citoyens sont concernés. Les entreprises/citoyens ne sont pas concernés. 12. Énergie 43 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7) - 26/09/2016 14:19 4/4 Impact positif Impact négatif Pas d’impact 13. Mobilité Impact positif Impact négatif Pas d'impact 14. Alimentation Impact positif Impact négatif Pas d’impact 15. Changements climatiques Impact positif Impact négatif Pas d’impact 16. Ressources naturelles Impact positif Impact négatif Pas d’impact 17. Air intérieur et extérieur Impact positif Impact négatif Pas d’impact 18. Biodiversité Impact positif Impact négatif Pas d’impact 19. Nuisances Impact positif Impact négatif Pas d'impact 20. Autorités publiques Impact positif Impact négatif Pas d’impact 21. Cohérence des politiques en faveur du développement 1. Identifiez les éventuels impacts directs et indirects du projet sur les pays en développement dans les domaines suivants : sécurité alimentaire, santé et accès aux médicaments, travail décent, commerce local et international, revenus et mobilisations de ressources domestiques (taxation), mobilité des personnes, environnement et changements climatiques (mécanismes de développement propre), paix et sécurité. Impact sur les pays en développement. Pas d'imapct sur les pays en développement. Expliquez pourquoi : néant 44 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE NR. 60.399/2 VAN 30 NOVEMBER 2016 Op 3  november  2016  is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voor- ontwerp van wet “houdende het toezicht op verwerkers van betalingstransacties”. Het voorontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 30  november  2016. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc  Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, Marianne Dony, assessor, en Bernadette Vigneron, griffier. Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 30 november 2016. * Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wet- ten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoör- dineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp,1 de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat die drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanlei- ding tot de volgende opmerkingen. ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Bij het lezen van artikel 5, eerste lid, van het voorontwerp kan de indruk ontstaan dat het loutere feit dat “een verwerker voor minimum honderdvijfentwintig miljoen betalingstrans- acties, gemeten over het voorgaande kalenderjaar, via één bepaald betalingsschema diensten voor de verwerking ervan heeft verleend” tot gevolg heeft dat die verwerker valt onder de regeling waarin de ontworpen wet voorziet, doordat hij lui- dens dezelfde bepaling als “een systeemrelevante verwerker” wordt beschouwd. Uit het in onderlinge samenhang lezen van de artikelen 6 en 7 van het voorontwerp, inzonderheid van de artikelen 6, § 3, tweede lid, tweede zin, en 7, tweede lid, 1°, lijkt evenwel voort te vloeien dat de verwerker pas onder de ontworpen wet zou vallen vanaf de datum waarop de kennisgeving waarmee de 1 Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT N° 60.399/2 DU 30 NOVEMBRE 2016 Le 3 novembre 2016, le Conseil d’État, section de légis- lation, a été invité par le ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale à communiquer un avis, dans un délai de trente jours, sur un avant-projet de loi “relatif à la surveillance des processeurs d’opérations de paiement”. L’avant-projet a été examiné par la deuxième chambre le 30  novembre  2016. La chambre était composée de Pierre Vandernoot, président de chambre, Luc Detroux et Wanda Vogel, conseillers d’État, Marianne Dony, assesseur, et Bernadette Vigneron, greffier. Le rapport a été présenté par Jean-Luc Paquet, premier auditeur. La concordance entre la version française et la ver- sion néerlandaise a été vérifiée sous le contrôle de Pierre Vandernoot. L’avis, dont le texte suit, a été donné le 30 novembre 2016. * Comme la demande d’avis est introduite sur la base de l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois coordonnées sur le Conseil d’État, la section de législation limite son examen au fondement juridique de l’avant-projet 1, à la compétence de l’auteur de l’acte ainsi qu’à l’accomplissement des formalités préalables, conformément à l’article 84, § 3, des lois coor- données précitées. Sur ces trois points, l’avant-projet appelle les observations suivantes. OBSERVATIONS GÉNÉRALES 1. La lecture de l’article 5, alinéa 1er, de l’avant-projet peut donner à penser que le seul fait qu’“un processeur a fourni des services aux fins du traitement d’un minimum de cent vingt- cinq millions d’opérations de paiement, calculées sur l’année calendaire antérieure, au moyen d’un schéma de paiement déterminé” a pour effet, par la qualification de ce processeur qui en résulte, selon la même disposition, comme étant “un processeur d’importance systémique”, de le soumettre aux règles prévues par la loi en projet. Or, il semble ressortir de la combinaison des ar- ticles 6 et 7 de l’avant-projet, spécialement des articles 6, § 3, alinéa 2, seconde phrase, et 7, alinéa 2, 1°, que le pro- cesseur ne serait soumis à la loi en projet qu’à partir de la date de prise d’effet de la notification par laquelle la Banque 1 S’agissant d’un avant-projet de loi, on entend par “fondement juridique” la conformité aux normes supérieures. 45 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Nationale Bank hem op de hoogte brengt van zijn kwalificatie als systeemrelevante verwerker uitwerking heeft. Zulks zou echter duidelijker moeten blijken uit het disposi- tief, aangezien de artikelen 6 en 7, in samenhang gelezen met artikel 5, eveneens aldus kunnen worden geïnterpreteerd dat ze een declaratoire draagwijdte toekennen aan de kennisge- ving, wat tot gevolg zou hebben dat de betrokken verwerkers onder de ontworpen wet zouden vallen zodra zij materieel gezien de in artikel 5 opgesomde voorwaarden vervullen met als enige voorbehoud het bestaan van een kennisgeving in die zin door de Nationale Bank. 2. Luidens verscheidene bepalingen van het voorontwerp, inzonderheid de inleidende zin van artikel 6, § 1, en de arti- kelen 8 en 19, moeten de “betalingsschema’s” voldoen aan een aantal voorschriften die aldus opgevat zijn dat ze voor personen of voor organisaties gelden, terwijl het begrip beta- lingsschema naar luid van artikel 3, 12°, van het voorontwerp als volgt wordt gedefinieerd: “een [uniek,] in België actief (…) geheel van tussen be- talingsdienstaanbieders overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties (...), en dat een voor de werking van het betalingsschema verantwoordelijk(e) specifiek(e) besluit- vormingsorgaan, -organisatie of -entiteit omvat”, zodat ze dus, in tegenstelling tot de “verantwoordelijken voor [hun] werking”, niet kunnen worden beschouwd als personen of organisaties waarop de bepalingen in kwestie betrekking kunnen hebben. De voornoemde bepalingen moeten aldus geredigeerd worden dat die verantwoordelijken moeten voldoen aan de erin opgesomde voorschriften. 3. Bij verscheidene bepalingen, inzonderheid bij de artike- len 8, tweede lid, 11, § 5, 12, § 6, en 13, § § 3 en 4, tweede lid, worden aan de Nationale Bank bevoegdheden van verorde- nende aard verleend. Dat geldt ook voor artikel 10, tweede lid, aangezien die bepaling aldus kan worden gelezen dat een dergelijke bevoegdheid wordt verleend. De bevoegdheden waarvan in die bepalingen sprake is, moeten in beginsel verleend worden aan de Koning, wiens akten onder de politieke verantwoordelijkheid vallen van de ministers die ze medeondertekenen. In voorkomend geval zouden de bevoegdheden kunnen worden verleend aan de Koning en zou kunnen worden be- paald dat de Nationale Bank advies uitbrengt; in dat verband wordt verwezen naar de opmerking die bij artikel 12, § 3, derde lid, geformuleerd wordt. Weliswaar luidt het ontworpen artikel 8, § 2, eerste en derde lid, van de wet van 22 februari 1998 “tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België” (artikel 21 van het voorontwerp) als volgt: “In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit ar- tikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen ter nationale lui notifie sa qualification en tant que processeur d’importance systémique. Ceci devrait ressortir toutefois plus clairement du dispositif, les articles 6 et 7 pouvant également être interprétés, lus en combinaison avec l’article 5, comme conférant une portée déclaratoire à la notification, ce qui aurait pour conséquence que les processeurs concernés seraient soumis à la loi en projet dès qu’ils remplissent matériellement les conditions énoncées par l’article 5 sous la seule réserve de l’existence d’une notification en ce sens de la Banque nationale. 2. Plusieurs dispositions de l’avant-projet, notamment la phrase liminaire de l’article  6, §  1er, ainsi que les ar- ticles 8 et 19, soumettent les “schémas de paiement” à cer- taines règles conçues comme s’adressant à des personnes ou à des organismes, alors que la notion de schéma de paiement est définie comme suit par l’article 3, 12°, de l’avant-projet: “un ensemble unique, opérant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ou de lignes directrices pour l’exé- cution d’opérations de paiement, […] et qui comprend une entité, un organisme ou un organe décisionnel spécifique responsable du fonctionnement du schéma de paiement”, et qu’ils ne peuvent donc être considérés comme étant des personnes ou des organismes susceptibles d’être concernés par les dispositions en question, contrairement à leurs “res- ponsables du fonctionnement”. Les dispositions précitées doivent être rédigées de manière à soumettre ces responsables aux règles qu’elles énoncent. 3. Plusieurs dispositions, spécialement les articles 8, ali- néa 2, 11, § 5, 12, § 6, et 13, § § 3 et 4, alinéa 2, confèrent à la Banque nationale des habilitations à caractère réglementaire. Tel est également le cas pour l’article 10, alinéa 2, cette dispo- sition pouvant être lue comme conférant pareille habilitation. C’est en principe au Roi, dont les actes sont soumis à la responsabilité politique des ministres qui les contresignent, qu’il convient de conférer les habilitations envisagées par ces dispositions. Le cas échéant, les habilitations pourraient être confé- rées au Roi moyennant l’avis de la Banque nationale; il est renvoyé sur ce point à l’observation formulée sur l’article 12, § 3, alinéa 3. Il est vrai que l’article 8, § 2, alinéas 1er et 3, de la loi du 22 février 1998 “fixant le statut organique de la Banque natio- nale de Belgique”, en projet à l’article 21 de l’avant-projet, dispose ce qui suit: “Dans les matières pour lesquelles elle a compétence en vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements 46 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire be- palingen betreffende technische punten. (...) Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeu- ring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft vastgesteld.” Gelet op inzonderheid artikel 2, tweede lid, van het voor- ontwerp, naar luid waarvan “[d]e opdrachten die deze wet aan de Bank toevertrouwt, (...) een taak [uitmaken] zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België”, kan worden gesteld dat met betrekking tot de reglementen van de Nationale Bank waarvan in de voornoemde bepalingen van het voorontwerp sprake is die procedure ter verkrijging van de goedkeuring van de Koning moet worden gevolgd. Het is evenwel niet duidelijk of zulks het geval zou zijn. Als met betrekking tot de reglementen waarvan in de voornoemde bepalingen van het voorontwerp sprake is die procedure ter verkrijging van de goedkeuring van de Koning zou moeten worden gevolgd, zou de hierboven geformuleerde opmerking niet meer relevant zijn. Als die procedure niet zou moeten worden gevolgd, zou die opmerking volledig op haar plaats zijn, temeer daar aldus op de reglementen van de Nationale Bank die in de voornoemde bepalingen vermeld worden een andere rechtsregeling van toepassing zou zijn dan op de reglementen die, hoewel ze op “technische punten” betrekking hebben, eveneens bij het ontworpen artikel 8, § 2, van de wet van 22 februari 1998 zouden kunnen worden vastgesteld. Het voorontwerp moet in het licht van deze opmerking hoe dan ook worden verduidelijkt. visant à compléter les dispositions législatives ou réglemen- taires applicables concernant des points techniques. […] Ces règlements ne prennent effet qu’après approbation par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifications à ces règlements ou fixer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté de règlement”. Compte tenu notamment de l’article 2, alinéa 2, de l’avant- projet, aux termes duquel “[l]es missions dévolues à la Banque par la présente loi font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque natio- nale de Belgique”, il peut être soutenu que les règlements de la Banque nationale prévus par les dispositions précitées de l’avant- projet seront soumis à cette procédure d’approbation royale. Il n’apparaît toutefois pas clairement si tel serait le cas. Si cette procédure d’approbation royale devait s’appli- quer aux règlements prévus par les dispositions précitées de l’avant-projet, l’observation formulée ci-avant perdrait sa pertinence. Si ce n’était pas le cas, elle garderait tout son sens, et ce d’autant plus qu’il se créerait ainsi une différence de régime juridique entre les règlements de la Banque natio- nale prévus par les dispositions précitées et ceux, portant pourtant sur des “points techniques”, dont l’adoption serait également envisagée par l’article 8, § 2, en projet de la loi du 22 février 1998. L’avant-projet sera en toute hypothèse clarifié à la lumière de la présente observation. 47 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 BIJZONDERE OPMERKINGEN INDIENINGSBESLUIT In het indieningsbesluit moet de verwijzing naar arti- kel 108 van de Grondwet worden weggelaten.2 DISPOSITIEF Artikel 3 In artikel 3, 19°, moet het woorddeel “kalender-” worden weggelaten. Dezelfde opmerking geldt voor de overige be- palingen van het voorontwerp waarin dat woorddeel wordt gebruikt. Artikel 7 Teneinde ervoor te zorgen dat de aan het publiek verstrekte informatie juist is, zou het nuttig kunnen zijn om in artikel 7, eerste lid, in fine, te vermelden dat bij de actualisering inzon- derheid rekening moet worden gehouden met de kennisge- vingen die in voorkomend geval krachtens artikel 6, § 4, van het voorontwerp bezorgd zijn. Artikel 8 Gelet op de tweede zin van het eerste lid, naar luid waarvan “[h]et betalingsschema (...) daarbij de nodige zorgvuldigheid [hanteert]” waarmee blijkbaar bedoeld wordt dat “[h]et beta- lingsschema (…) daarbij de nodige ijver aan de dag [legt]”, moeten in de eerste zin de woorden “op periodieke basis” worden weggelaten en moeten de woorden “er” en “van” aaneen worden geschreven. Bovendien zou het beter zijn om de bedoeling weer te geven die blijkt uit de commentaar bij het artikel en naar luid waarvan de controle ook “bij de start van de relatie met een systeemrelevante verwerker” dient te gebeuren. Artikel 9 Aangezien uit de commentaar bij het artikel blijkt dat het doel van het artikel erin lijkt te bestaan “een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer te verzekeren”, is het moeilijk te verantwoorden dat alleen voor de “fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor [de] fusies tussen dergelijke verwerkers en andere ondernemin- gen” toestemming zou moeten worden verleend, terwijl die regeling niet van toepassing zou zijn op even grote verwerkers die niet uit een fusie ontstaan zijn en de door de bepaling nagestreefde doelen in dat geval eveneens in het gedrang zouden komen. 2 Beginselen van de wetgevingstechniek – Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www. raadvst-consetat.be, tab “Wetgevingstechniek”, aanbeve- ling 227 en formule F 5. OBSERVATIONS PARTICULIÈRES ARRÊTÉ DE PRÉSENTATION Dans l’arrêté de présentation, le visa de l’article 108 de la Constitution doit être omis 2. DISPOSITIF Article 3 À l’article 3, 19°, le mot “calendaires” sera omis. La même observation vaut pour les autres dispositions de l’avant-projet dans lesquelles ce mot est utilisé. Article 7 Afin de garantir une information exacte du public, il pourrait être utile de préciser, à la fin de l’article 7, alinéa 1er, que la mise à jour doit tenir compte notamment des notifications effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4, de l’avant-projet. Article 8 Compte tenu de la seconde phrase de l’alinéa 1er, aux termes de laquelle “[l]e schéma de paiement fait preuve à cet égard de la diligence requise”, les mots “sur une base périodique” doivent être omis de la première phrase. Il est également renvoyé à l’observation formulée dans la version néerlandaise du présent avis. En outre, mieux vaudrait traduire l’intention résultant du commentaire de l’article selon laquelle la vérification doit aussi intervenir “au début de la relation avec un processeur d’importance systémique”. Article 9 Dès lors que, selon le commentaire de l’article, l’objectif poursuivi par celui-ci semble consister à assurer “une gestion saine et prudente, […] une maîtrise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique”, il est difficilement justifiable que seules “les fusions entre processeurs d’importance systémique et les fusions entre ces processeurs et d’autres entreprises” soient soumises à un régime d’autorisation alors que ce régime ne s’appliquerait pas aux processeurs de même envergure ne résultant pas d’une fusion et que les objectifs poursuivis par la disposition seraient en ce cas également compromis. 2 Principes de technique législative – Guide de rédaction des textes législatifs et réglementaires, www.raadvst-consetat.be, onglet “Technique législative”, recommandation n° 227 et formule F 5. 48 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Die regeling lijkt des te meer bloot te staan aan kritiek daar ze ook zou gelden voor verwerkers die niet onder het Belgische recht vallen, ook al vallen hun bij de ontworpen wet geregelde activiteiten wel onder het Belgische recht. De bepaling moet aan een grondig heronderzoek worden onderworpen. Artikel 12 Doordat bij paragraaf 3, derde lid, aan de Nationale Bank een bevoegdheid wordt verleend om voorstellen te doen met het oog op de uitoefening door de Koning van de bevoegdheid die Hij aan die bepaling ontleent, wordt deze bevoegdheid van de Koning door die bepaling te sterk ingeperkt. Daaruit zou immers niet alleen volgen dat de Koning enkel zou kunnen handelen indien aan Hem een voorstel is bezorgd, maar ook dat Hij in principe niet van de inhoud daarvan zou kunnen afwijken, tenzij Hij om een nieuw voorstel verzoekt. De bevoegdheid van de Nationale Bank ter zake moet wor- den beperkt tot een adviesverlenende bevoegdheid. Een der- gelijke traditioneel geregelde adviesverlening zou het perfect mogelijk maken dat de Nationale Bank in voorkomend geval uit eigen beweging een advies geeft, wat zou bijdragen tot de erkenning van haar rol, zonder daarbij evenwel te raken aan de prerogatieven van de Koning, die dan immers de vrijheid zou hebben dat advies niet te volgen en Zijn bevoegdheden aldus ten volle zou kunnen uitoefenen. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 13, § 1, tweede lid. Artikel 13 1. Met betrekking tot het geval dat wordt behandeld in ar- tikel 13, § , eerste lid, 1°, van het voorontwerp, ziet de Raad van State niet in hoe het mogelijk is om de Bank zowel “tijdens een werkdag” als binnen een tijdspanne van “15 minuten na detectie” in te lichten indien het incident op een zondag of een feestdag tussen 8 uur ‘s morgens en 20 uur plaatsvindt. De bepaling moet, in voorkomend geval, worden herzien. 2. De steller van het ontwerp wordt verzocht na te gaan of in artikel 13, § 2, niet moet worden verwezen naar artikel 12, § 5, in plaats van naar artikel 12, § 6. Artikel 14 De tweede zin van de voorliggende bepaling luidt als volgt: “Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker verrichte activiteiten, en de eraan verbonden risico’s.” Die zin mag niet aldus worden geïnterpreteerd dat daarbij andere controle- en toezichtsbevoegdheden worden verleend Ce mécanisme paraît d’autant plus critiquable qu’il s’appli- querait également à des processeurs ne relevant pas du droit belge, même si leurs activités réglées par la loi en projet sont soumises au droit belge. La disposition sera fondamentalement réexaminée. Article 12 En conférant un pouvoir de proposition à la Banque natio- nale en vue de l’exercice par le Roi de la compétence qu’Il tiendrait du paragraphe 3, alinéa 3, cette dernière disposition restreint de manière excessive cette dernière compétence. Il en résulterait en effet que non seulement le Roi ne pourrait agir sans être saisi de la proposition mais en outre, en prin- cipe, qu’il ne pourrait s’en écarter quant à son contenu, sauf à solliciter une nouvelle proposition. Il y a lieu de limiter la compétence de la Banque nationale en l’espèce à une compétence d’avis. Pareil mécanisme clas- siquement consultatif rendrait parfaitement possible un avis donné, le cas échéant, d’initiative par la Banque nationale, ce qui contribuerait à reconnaître le rôle de cette dernière tout en respectant les prérogatives du Roi, lequel resterait alors en effet libre de s’écarter de cet avis et pourrait ainsi exercer la plénitude de Ses compétences. La même observation vaut pour l’article 13, § 1er, alinéa 2. Article 13 1. En ce qui concerne l’hypothèse visée à l’article 13, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l’avant-projet, le Conseil d’État n’aperçoit pas comment une information peut être faite à la Banque à la fois “pendant un jour ouvrable” et “dans les 15 minutes de la détection” si l’incident se produit entre 8 heures du matin et 20 heures un dimanche ou un jour férié. La disposition sera, le cas échéant, revue. 2. L’auteur du projet est invité à vérifier si, à l’article 13, § 2, il n’y a pas lieu de viser l’article 12, § 5, plutôt que l’article 12, § 6. Article 14 La seconde phrase de la disposition à l’examen, aux termes de laquelle “[l]a surveillance exercée par la Banque doit être propor- tionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le processeur d’importance sys- témique, et aux risques qui y sont liés” ne saurait être interprétée comme conférant des pouvoirs de contrôle et de surveillance autres que ceux qui sont 49 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 dan die welke bij artikel 15  van het voorontwerp worden toegekend aan de Nationale Bank. Hij moet worden gelezen als een kader waarbinnen die laatste bevoegdheden moeten worden uitgeoefend. Het zou raadzaam zijn dat te bevestigen in de commentaar bij de bepaling. Artikel 21 In de inleidende zin van artikel  21  van het vooront- werp moet worden vermeld dat het koninklijk besluit van 12  november  2013  “tot wijziging van diverse wetten ter gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn  2010/78/EU van 24  november  2010  wat betreft de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten)” is bekrachtigd bij de wet van 25 april 2014. De vermelding van het opschrift van dat koninklijk besluit van 12 november 2013 is echter overbodig. Hetzelfde geldt voor de opschriften van het koninklijk be- sluit van 3 maart 2011 en van de wetten van 25 april 2014 en 18 december 2015 die worden vermeld in de inleidende zin van artikel 22 en in artikel 23. Artikel 22 In de inleidende zin van artikel 22 moet het woord “gewij- zigd” worden vervangen door het woord “vervangen”. SLOTOPMERKINGEN De Franse tekst van het voorontwerp bevat een reeks fou- ten en gebreken die moeten worden weggewerkt. Zo: — dienen in artikel 6, § 1, 3°, de woorden “dans ce nombre total d’opérations de paiement” te worden ingevoegd na de woorden “ainsi que la part”; — moet in artikel 6, § 3, tweede lid, niet “ou au plus tôt”, maar “mais au plus tôt” worden geschreven; — laat het zich aanzien dat in artikel 11, § 4, eerste lid, “est tenu de disposer d’une politique de gestion des risques et de procédures et systèmes” moet worden geschreven; — is het woord “résilient” dat wordt gebruikt in de Franse tekst van artikel 12, § 2, geen goede weergave van de bete- kenis van het woord “weerbaar” dat in de Nederlandse tekst van die bepaling wordt gebruikt; — moet in artikel 12, § 5, eerste lid, het woord “concernés” worden ingevoegd na de woorden “et des utilisateurs de services de paiement”; attribués à la Banque nationale par l’article 15 de l’avant-pro- jet. Elle doit être lue comme établissant le cadre dans lequel ces derniers pouvoirs doivent s’exercer. Il serait opportun que le commentaire de la disposition le confirme. Article 21 Il y a lieu de mentionner dans la phrase liminaire de l ’article  21  de l ’avant-projet que l ’arrêté royal du  12  novembre  2013  “modifiant diverses lois en vue de la  transposition partielle de la Directive  2010/78/UE du 24 novembre 2010 en ce qui concerne les compétences des autorités européennes de surveillance (Autorité bancaire européenne, Autorité européenne des assurances et des pen- sions professionnelles et Autorité européenne des marchés financiers)” a été confirmé par la loi du 25 avril 2014, mais il est inutile de citer également l’intitulé de cet arrêté royal du 12 novembre 2013. Il en va de même pour les intitulés de l ’arrêté royal du  3  mars  2011  et des lois des  25  avril  2014  et 18 décembre 2015 mentionnés dans la phrase liminaire de l’article 22 et dans l’article 23. Article 22 Dans la phrase liminaire de l’article 22, il convient de remplacer le mot “modifié” par “remplacé”. OBSERVATIONS FINALES La version française de l’avant-projet comporte une série d’erreurs et de lacunes qu’il convient de corriger. Ainsi, dans la version française: — à l’article 6, § 1er, 3°, après les mots “ainsi que la part”, il y a lieu d’insérer les mots “dans ce nombre total d’opérations de paiement”; — à l’article 6, § 3, alinéa 2, il y a lieu d’écrire non pas “ou au plus tôt” mais “mais au plus tôt”; — à l’article 11, § 4, alinéa 1er, il semble qu’il faille écrire “est tenu de disposer d’une politique de gestion des risques et de procédures et systèmes”; — à l’article 12, § 2, le mot “résilient” utilisé dans la version française ne rend pas de manière appropriée le mot “weer- baar” figurant dans la version néerlandaise; — à l’article 12, § 5, alinéa 1er, après les mots “et des utilisateurs de services de paiement”, il convient d’insérer le mot “concernés”; 50 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 — dient in artikel 13, § 4, tweede lid, “paragraphe 1er” te worden vervangen door “alinéa 1er”; — moet in artikel 17, eerste lid, 1°, het woord “administra- tive” worden ingevoegd na het woord “amende”; — dienen in artikel 17, tweede lid, de woorden “au paragrap- he 1er” te worden vervangen door de woorden “à l’alinéa 1er”; — moet in artikel 19, § § 1 en 2, telkens in fine, “à l’article 17, alinéa 1er, 1°” worden geschreven. De griffier, De voorzitter, Bernadette VIGNERON Pierre VANDERNOOT — à l’article 13, § 4, alinéa 2, il y a lieu de remplacer “para- graphe 1er” par “alinéa 1er”; — à l’article 17, alinéa 1er, 1°, après le mot “amende” il y a lieu d’insérer le mot “administrative”; — à l’article 17, alinéa 2, il y a lieu de remplacer les mots “au paragraphe 1er” par les mots “à l’alinéa 1er”; — à l’article 19, § § 1er et 2, il convient d’écrire chaque fois, in fine, “à l’article 17, alinéa 1er, 1°” . Le greffier, Le président, Bernadette VIGNERON Pierre VANDERNOOT 51 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 WETSONTWERP FILIP, KONING DER BELGEN, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, ONZE GROET. Op de voordracht van de minister van Economie en de minister van Financiën, HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ: De minister van Economie en de minister van Financiën zijn ermee belast het ontwerp van wet, waar- van de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Kamers van volksvertegenwoordigers voor te leggen: HOOFDSTUK 1 Doel – definities – toepassingsgebied Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2 Deze wet regelt het toezicht op de activiteiten van verwerkers van betalingstransacties alsook het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De opdrachten die deze wet aan de Bank toever- trouwt, maken een taak uit zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Art. 3 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1° verwerking van betalingstransacties: het uitvoeren van technische processen nodig voor en in het bijzonder gericht op de afhandeling van een betalingstransactie; PROJET DE LOI PHILIPPE, ROI DES BELGES, À tous, présents et à venir, SALUT. Sur la proposition du ministre de l’Économie et du ministre des Finances, NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS: Le ministre de l’Économie et le ministre des Finances sont chargés de présenter en notre nom à la Chambre des représentants le projet de loi dont la teneur suit: CHAPITRE 1ER Objectif – définitions – champ d’application Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’ar- ticle 74 de la Constitution. Art. 2 La présente loi règle la surveillance des activités des processeurs d’opérations de paiement, ainsi que le contrôle du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements adoptés aux fins de son exécution. Les missions dévolues à la Banque par la présente loi font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique. Art. 3 Aux fins de l’application de la présente loi, il y a lieu d’entendre par: 1° traitement d’opérations de paiement: la mise en œuvre des processus techniques qui sont nécessaires et spécialement destinés à l’exécution d’une opération de paiement; 52 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° verwerker: iedere natuurlijke persoon of rechts- persoon die diensten voor de verwerking van betalings- transacties aanbiedt; 3° systeemrelevante verwerker: iedere verwerker die de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt; 4° betalingstransactie: een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt overgemaakt, ongeacht of er onderliggende ver- plichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij (a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in België actief zijn; 5° betalingsdienstaanbieder: de instellingen en overheden bedoeld in artikel 5  van de wet van 21 december 2009; 6° betaler: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalings- transactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft; 7° begunstigde: natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van het giraal geld waarop een betalingstransactie betrekking heeft; 8° betaalrekening: een op naam van één of meer be- talingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt; 9° betalingsdienstgebruiker: natuurlijke of rechtsper- soon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt; 10° betalingsdienst: elke bedrijfsactiviteit bedoeld in artikel 4, 1° van de wet van 21 december 2009; 11° betalingsopdracht: een door een betaler of be- gunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren; 12° betalingsschema: een in België actief enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeen- gekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties dat losstaat van een infrastructuur die of een betalings- systeem dat de werking ervan ondersteunt; 2° processeur: toute personne physique ou morale qui propose des services de traitement d’opérations de paiement; 3° processeur d’importance systémique: tout proces- seur qui dépasse le seuil visé à l’article 5; 4° opération de paiement: une action, initiée par le payeur ou le bénéficiaire, consistant à transférer de la monnaie scripturale, indépendamment de toute obliga- tion sous-jacente entre le payeur et le bénéficiaire, et dans le cadre de laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre des prestataires de services de paiement différents et (b) tant le prestataire de services de paiement du payeur que celui du bénéficiaire opèrent en Belgique; 5° prestataire de services de paiement: les éta- blissements et autorités visés à l’article 5 de la loi du 21 décembre 2009; 6° payeur: une personne physique ou morale qui est titulaire d’un compte de paiement et autorise un ordre de paiement à partir de ce compte de paiement, ou, en l’absence de compte de paiement, une personne physique ou morale qui donne un ordre de paiement; 7° bénéficiaire: une personne physique ou morale qui est le destinataire prévu de la monnaie scripturale ayant fait l’objet d’une opération de paiement; 8° compte de paiement: un compte qui est détenu au nom d’un ou de plusieurs utilisateurs de services de paiement et qui est utilisé aux fins de l’exécution d’opérations de paiement; 9° utilisateur de services de paiement: une personne physique ou morale qui utilise un service de paiement en qualité de payeur ou de bénéficiaire, ou des deux; 10° service de paiement: toute activité professionnelle visée à l’article 4, 1°, de la loi du 21 décembre 2009; 11° ordre de paiement: toute instruction d’un payeur ou d’un bénéficiaire à son prestataire de services de paiement demandant l’exécution d’une opération de paiement; 12° schéma de paiement: un ensemble unique, opé- rant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ ou de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de paiement, convenu entre des prestataires de services de paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système de paiement qui en soutient le fonctionnement; 53 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 13° uitbater van een betalingsschema: een besluitvor- mingsorgaan, organisatie of entiteit die juridisch verant- woordelijk is voor de werking van een betalingsschema; 14° uitbesteding: een overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verwerker en een dienstverle- ner op grond waarvan deze dienstverlener een proces, een dienst of een activiteit verricht die anders door de verwerker zelf zou worden verricht; 15° belangrijke operationele taak: een taak die bij een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezen- lijk nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inachtneming door de verwerker van de verplichtingen waaraan hij uit hoofde van deze wet onderworpen is, dan wel voor de continuïteit en de stabiliteit van zijn dienstverlening en van het Belgisch betaalverkeer; 16° de Bank: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998; 17° overschrijving: een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstrans- acties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie; 18° domiciliëring: een betalingsdienst voor het de- biteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming; 19° wet van 22  februari  1998: de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 20° wet van 21  december  2009: de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen; 21° werkdag: alle dagen met uitsluiting van de zon- dagen en wettelijke feestdagen. 13° exploitant d’un schéma de paiement: un organe décisionnel, un organisme ou une entité qui est juridi- quement responsable du fonctionnement d’un schéma de paiement; 14° externalisation: tout accord, quelle que soit sa forme, entre un processeur et un prestataire de ser- vices en vertu duquel ce prestataire de services prend en charge un processus, un service ou une activité qui aurait autrement été pris en charge par le processeur lui-même; 15° tâche opérationnelle importante: toute tâche qui, en cas de d’anomalie ou de défaillance dans son exer- cice, est susceptible de nuire sérieusement à la capacité du processeur de se conformer en permanence aux obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi, ou à la continuité et à la stabilité de ses services et du circuit de paiement belge; 16° la Banque: l’organisme visé dans la loi du 22 février 1998; 17° virement: service de paiement fourni par le pres- tataire de services de paiement qui détient le compte de paiement d’un payeur, visant à créditer, sur la base d’une instruction donnée par le payeur, le compte de paiement d’un bénéficiaire par une opération ou une série d’opérations de paiement, réalisées à partir du compte de paiement du payeur; 18° domiciliation: un service de paiement visant à débiter le compte de paiement d’un payeur, lorsqu’une opération de paiement est initiée par le bénéficiaire sur la base du consentement donné par le payeur au bénéficiaire, au prestataire de services de paiement du bénéficiaire ou au propre prestataire de services de paiement du payeur; 19° loi du 22 février 1998: la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique; 20° loi du 21  décembre  2009: la loi du 21  décembre  2009 relative au statut des établisse- ments de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataires de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement; 21° jour ouvrable: tous les jours à l’exception des dimanches et jours fériés. 54 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 4 Deze wet is niet van toepassing op: 1° de verwerking van betalingstransacties die zijn gebaseerd op een van de volgende documenten die door een betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met de bedoeling giraal geld beschikbaar te stellen aan de begunstigde: i) een papieren cheque bedoeld in artikel 1 van de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet, en iedere andere gelijkaardige vorm van papieren cheque, zoals de postcheque bepaald bij de wet van 2 mei 1956 op de postcheck, een circulaire cheque, of elke andere titel die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; ii) een papieren wisselbrief bedoeld in artikel 1 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en or- derbriefjes, als ingevoegd in Titel VIII van Boek I van het Wetboek van Koophandel en iedere gelijkaardige vorm van papieren wisselbrief die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; iii) een papieren tegoedbon, waaronder papieren dienstencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en papieren maaltijdcheque; iv) een papieren reischeque; v) een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald in contanten aan een loket van een postkantoor of van een ander postaal servicepunt; 2° de verwerking van betalingstransacties die bin- nen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem worden uitgevoerd; 3° de verwerking van overschrijvingen en domiciliëringen. HOOFDSTUK 2 Drempel en kennisgevingsverplichtingen Art. 5 Indien een verwerker voor minimum honderdvijfen- twintig miljoen betalingstransacties, gemeten over het Art. 4 La présente loi ne s’applique pas: 1° au traitement d’opérations de paiement fondées sur l’un des documents suivants, tiré sur le prestataire de services de paiement en vue de mettre de la monnaie scripturale à la disposition du bénéficiaire: i) un chèque papier tel que visé à l’article 1er de la loi du 1er mars 1961 concernant l’introduction dans la législation nationale de la loi uniforme sur le chèque et sa mise en vigueur, ainsi que toute autre forme simi- laire de chèque papier, telle qu’un chèque postal au sens de la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal, un chèque circulaire, ou tout autre titre qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assorti des mêmes effets juridiques; ii) une lettre de change sur support papier, telle que visée à l’article 1er des lois coordonnées sur la lettre de change et le billet à ordre, insérées dans le titre VIII du livre Ier du Code de commerce, ainsi que toute autre forme similaire de lettre de change sur support papier qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assortie des mêmes effets juridiques; iii) un titre de service sur support papier, comme par exemple un titre-service sur support papier tel que visé à l’article 2, 1°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d’emplois de proximité, ou un chèque-repas sur support papier; iv) un chèque de voyage sur support papier; v) un mandat postal sur support papier, émis et/ou payé en espèces au guichet d’un bureau de poste ou d’un autre point de service postal; 2° au traitement d’opérations de paiement effectuées au sein d’un système de paiement ou de règlement d’opérations sur titres; 3° au traitement de virements et domiciliations. CHAPITRE 2 Seuil et obligations de notification Art. 5 Si un processeur a fourni des services aux fins du traitement d’un minimum de cent vingt-cinq millions 55 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voorgaande jaar, via één bepaald betalingsschema diensten voor de verwerking ervan heeft verleend, wordt deze verwerker beschouwd als een systeemrelevante verwerker vanaf het ogenblik waarop de kennisgeving bedoeld in artikel 6, § 3 uitwerking heeft. Op advies van de Bank, kan de Koning: 1° het bedrag van de drempel bedoeld in het eerste lid wijzigen; 2° nadere regels vastleggen voor de berekening van de drempel bedoeld in het eerste lid. Art. 6 § 1. Iedere uitbater van een betalingsschema ver- strekt jaarlijks, vóór 1 april, aan de Bank de volgende gegevens over iedere verwerker waarop hij beroep doet: 1° de naam, voornamen, woon -en verblijfplaats en geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 2° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbe- stuur van de verwerker die een rechtspersoon is; 3° het aantal tijdens het voorgaande jaar via zijn be- talingsschema verrichte betalingstransacties, evenals het aandeel in dit totaal aantal betalingstransacties van iedere verwerker waarvan het schema gebruik maakt. § 2. Iedere verwerker is ertoe gehouden om de Bank en het betalingsschema waarvoor hij diensten verleent onverwijld in te lichten wanneer hij de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt. § 3. De Bank stelt een verwerker die de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt in kennis van diens kwalificatie als systeemrelevante verwerker. De Bank kan daarbij rekening houden met de informatie die zij ontvangt in toepassing van de paragrafen 1 en 2. De Bank kan echter ook rekening houden met alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken. De Bank brengt haar gemotiveerde kennisgeving ter kennis van de verwerker en van de betrokken uitbater van het betalingsschema, met een ter post aangete- kende brief of een brief met ontvangstbewijs. Die ken- nisgeving heeft uitwerking vanaf de datum bepaald door de Bank, doch ten vroegste één maand na datum van d’opérations de paiement, calculées sur l’année anté- rieure, au moyen d’un schéma de paiement déterminé, ce processeur est considéré comme un processeur d’importance systémique à partir du moment auquel la notification visée à l’article 6, § 3 prend effet. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifier le montant du seuil visé à l’alinéa 1er; 2° fixer des règles plus précises pour le calcul du seuil visé à l’alinéa 1er. Art. 6 §  1er. Tout exploitant d’un schéma de paiement transmet à la Banque, avant le 1er avril, les informations suivantes concernant chaque processeur auquel il fait appel: 1° le nom, les prénoms, le lieu de résidence et le domicile, ainsi que la date de naissance si le processeur est une personne physique; 2° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central si le pro- cesseur est une personne morale; 3° le nombre d’opérations de paiement effectuées au moyen de son schéma de paiement au cours de l’année écoulée, ainsi que la part dans ce nombre total d’opé- rations de paiement que représente chaque processeur auquel le schéma recourt. § 2. Tout processeur est tenu d’informer immédiate- ment la Banque et le schéma de paiement pour lequel il fournit des services en cas de dépassement du seuil visé à l’article 5. § 3. La Banque notifie à un processeur qui dépasse le seuil visé à l’article 5 sa qualification en tant que proces- seur d’importance systémique. La Banque peut, à cette fin, tenir compte de toute information qu’elle reçoit en vertu des paragraphes 1er et 2. La Banque peut toutefois aussi tenir compte de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions. La Banque porte sa notification motivée à la connais- sance du processeur et de l’exploitant du schéma de paiement concerné, soit par courrier recommandé, soit par courrier avec accusé de réception. Cette notification prend effet à compter de la date arrêtée par la Banque, mais au plus tôt un mois après la date de la notification, 56 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 de kennisgeving, en dit tot de Bank een systeemrele- vante verwerker een kennisgeving bezorgt als bedoeld in paragraaf 4. § 4. Een verwerker wordt niet langer als een sys- teemrelevante verwerker beschouwd wanneer deze niet langer de drempel in artikel 5 overschrijdt en de Bank de systeemrelevante verwerker daarvan in kennis stelt. De Bank kan die kennisgeving bezorgen: 1° op eigen initiatief, op grond van de informatie die zij ontvangt in toepassing van paragraaf 1 dan wel op grond van alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken; 2° op vraag van een systeemrelevante verwerker, in welk geval die verwerker de nodige cijfergegevens of uitleg toevoegt aan diens verzoek. De Bank kan nader bepalen welke cijfergegevens of uitleg vereist zijn. Art. 7 De Bank houdt een lijst bij van alle verwerkers aan wie zij krachtens artikel 6, § 3 een kennisgeving heeft bezorgd. De Bank maakt deze lijst bekend op haar web- site. De Bank zorgt voor een regelmatige actualisering van de op de website verstrekte informatie. Bij die actu- alisering wordt in het bijzonder rekening gehouden met de kennisgevingen die in voorkomend geval gegeven zijn krachtens artikel 6, § 4. De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere verwerker minstens de volgende informatie: 1° de datum van de bezorging van de kennisgeving en de datum waarop die kennisgeving uitwerking heeft zoals bepaald in artikel 6, § 3, tweede lid; 2° de naam, voornamen, woon-en verblijfplaats en geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 3° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofd- bestuur van de verwerker die een rechtspersoon is. et ce jusqu’à ce qu’elle fournisse au processeur une notification telle que visée au paragraphe 4. § 4. Un processeur n’est plus considéré comme un processeur d’importance systémique dès lors qu’il ne dépasse plus le seuil visé à l’article 5 et que la Banque le lui a notifié. La Banque peut procéder à cette notification: 1° de sa propre initiative, sur la base d’informations qu’elle reçoit en vertu du paragraphe 1er, ainsi que sur la base de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions; 2° sur demande d’un processeur d’importance sys- témique, auquel cas ce processeur joint à sa requête toutes les explications ou données nécessaires. La Banque peut ensuite décider quelles données ou expli- cations sont requises. Art. 7 La Banque conserve une liste de tous les processeurs à qui elle a fourni une notification en vertu de l’article 6, § 3. La Banque publie cette liste sur son site internet. La Banque est tenue de mettre régulièrement à jour les informations figurant sur son site internet. Ces mises à jour tiennent notamment compte des notifications effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4. La liste visée à l’alinéa 1er doit mentionner au mini- mum les informations suivantes concernant chaque processeur: 1° la date à laquelle la notification a été transmise ainsi que la date à laquelle la notification prend effet, conformément à l’article 6, § 3, alinéa 2; 2° le nom, les prénoms, le domicile, le lieu de rési- dence, ainsi que la date de naissance du processeur s’il est une personne physique; 3° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central du pro- cesseur, s’il est une personne morale. 57 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 3 Bedrijfsuitoefening Art. 8 Iedere uitbater van een betalingsschema dient zich ervan te vergewissen dat iedere systeemrelevante verwerker waarvan het schema gebruik maakt in staat is om het bepaalde in dit Hoofdstuk na te leven. De uitbater van het betalingsschema legt daarbij de nodige zorgvuldigheid. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998 nader bepalen wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden. Art. 9 De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor fusies tussen die verwerkers en andere ondernemingen. Worden voor de toepassing van dit artikel met fusies gelijkgesteld, overdrachten van een deel of het geheel van het bedrijf en integrale of gedeeltelijke overdrachten van het net. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de fusies bedoeld in het eerste lid aan voorwaar- den onderwerpen. De Bank kan haar toestemming enkel weigeren bin- nen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld met voorlegging van een volledig dossier, om redenen die verband houden met het gezond en voor- zichtig beleid van de systeemrelevante verwerker en de impact van het voorstel op de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer. Als zij niet binnen voor- noemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. Art. 10 Een systeemrelevante verwerker mag belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties slechts uitbesteden aan een dienstverlener onder de hiernavolgende voorwaarden: CHAPITRE 3 Exercice de l’activité Art. 8 Tout exploitant d’un schéma de paiement est tenu de s’assurer que tout processeur d’importance systémique auquel le schéma recourt est à même de respecter les dispositions du présent chapitre. L’exploitant du schéma de paiement fait preuve à cet égard de la diligence requise. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions de l’alinéa 1er. Art. 9 Sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque les fusions entre processeurs d’importance systé- mique et les fusions entre ces processeurs et d’autres entreprises. Sont, pour l’application du présent article, assimilé à des fusions, les cessions de l’ensemble ou d’une partie de l’activité et les cessions de l’ensemble ou d’une partie du réseau. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî- trise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut sou- mettre les fusions visées à l’alinéa 1er à des conditions. La Banque ne peut refuser l’autorisation que dans les trois mois de la notification préalable qui lui a été faite du projet avec présentation d’un dossier complet, et pour des motifs relatifs à la gestion saine et prudente du processeur d’importance systémique et à l’incidence de la proposition sur la continuité et la stabilité des paiements en Belgique. Si elle n’intervient pas dans le délai fixé ci-dessus, l’autorisation est réputée acquise. Art. 10 Un processeur d’importance systémique ne peut externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services qu’aux conditions suivantes: 58 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° de voorafgaande toestemming van de Bank is vereist; 2° de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding van de verwerker zijn verantwoordelijkheden delegeert; 3° de relatie en verplichtingen van de verwerker ten opzichte van betalingsdienstaanbieders en betalings- schema’s worden niet gewijzigd; 4° de naleving van de voorwaarden waaraan de verwerker krachtens deze wet moet voldoen, mag niet worden ondermijnd; 5° de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan de kwaliteit van de interne controle van de verwerker en aan het vermogen van de Bank om de naleving door de verwerker van zijn verplichtingen te controleren. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de uitbesteding van belangrijke operationele taken aan bijkomende voorwaarden onderwerpen. Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijft de sys- teemrelevante verwerker volledig verantwoordelijk voor de handelingen die gesteld zijn door de dienstverlener. Art. 11 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de aan- nemelijke oorzaken van interne en externe operationele risico’s voor de verwerking van betalingstransacties te identificeren en de impact ervan te beperken door mid- del van een passend beleid en passende systemen, procedures en controles. De risicobeheersingsproce- dures dienen doeltreffend te zijn. § 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient zijn systemen zodanig te ontwerpen dat een hoge mate van veiligheid, integriteit, confidentialiteit en operati- onele betrouwbaarheid, stabiliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Die systemen dienen een toereikende en schaalbare capaciteit te hebben. § 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient be- drijfscontinuïteitsmanagement toe te passen en dient daartoe te beschikken over bedrijfscontinuïteitsplan- nen. Het geheel moet streven naar een snel herstel van de activiteiten en de naleving van zijn verplichtin- gen in het geval van een storing in de verwerking van betalingstransacties. 1° l’autorisation préalable de la Banque est requise; 2° l’externalisation n’entraîne aucune délégation de la responsabilité de la direction générale du processeur; 3° la relation et les obligations du processeur à l’égard des prestataires de services de paiement et des sché- mas de paiement ne sont pas modifiées; 4° le respect des conditions que le processeur est tenu de remplir en vertu de la présente loi n’est pas altéré; 5° l’externalisation ne peut pas être faite d’une manière qui nuise sérieusement à la qualité du contrôle interne du processeur et qui empêche la Banque de contrôler le respect, par le processeur, de ses obligations. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî- trise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut soumettre l’externalisation des tâches opérationnelles importantes à des conditions additionnelles. Dans l’externalisation d’activités, le processeur d’importance systémique demeure entièrement respon- sable des actes posés par le prestataire de services. Art. 11 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de recenser les causes vraisemblables de risques opérationnels internes et externes pour le traitement des transactions de paiement et d’en limiter l’incidence au moyen d’une politique adaptée et de systèmes, de procédures et de contrôles adéquats. Les procédures de maîtrise des risques doivent être efficaces. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de concevoir ses systèmes de telle sorte qu’ils garantissent un degré élevé de sécurité, d’intégrité, de confidentialité, ainsi que de fiabilité, de stabilité et de continuité opérationnelles. Ces systèmes doivent pos- séder une capacité suffisante et évolutive. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de mettre en œuvre une gestion de la continuité des activités et de disposer à cet égard de plans de continuité des activités. L’ensemble doit tendre vers une reprise rapide des activités et le respect de ses obligations en cas de perturbation du traitement des opérations de paiement. 59 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een risicobeheerbeleid en procedures en systemen te beschikken die hem in staat stellen om de risico’s die zich voordoen of door hem gedragen worden te identi- ficeren, meten, opvolgen en beheersen. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een duidelijk en goed gedocumenteerd risicobeheersingska- der te beschikken dat diens risicotolerantiebeleid omvat, verantwoordelijkheden en verantwoording voor risico- beslissingen toewijst en dat het besluitvormingsproces in perioden van crisis en noodsituaties omschrijft. De interne bestuursregelingen van iedere systeemrelevante verwerker dienen voor de risicobeheersings- en interne controlefuncties voldoende gezag, onafhankelijkheid, middelen en, in voorkomend geval, toegang tot de raad van bestuur te verzekeren. Risicobeheersingskaders moeten onderworpen wor- den aan een periodieke beoordeling. § 5. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 4 dient verstaan te worden. Art. 12 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de ge- paste beleidsplannen en procedures te implementeren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde de confidentialiteit en integriteit van de informatie evenals de continue beschikbaarheid van zijn dienstverlening te verzekeren. §  2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste beleidsplannen en procedures te implemen- teren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde te verzekeren dat zijn dienstverlening beschikbaar, betrouwbaar, veerkrachtig en weerbaar blijft. § 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient er voor te zorgen dat de diensten voor de verwerking van be- talingstransacties maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt. De gecumuleerde niet beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties mag tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur de grens van § 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’une politique de gestion des risques et de procédures et systèmes lui permettant d’identifier, de mesurer, de suivre et de maîtriser les risques qui surviennent ou qu’il supporte. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’un cadre de maîtrise des risques clair et bien documenté, qui inclut sa politique de tolérance aux risques, qui assigne les responsabilités et la justi- fication des décisions liées aux risques et qui décrit le processus de prise de décisions en périodes de crise et en situations d’urgence. Les modalités de gestion de tout processeur d’importance systémique sont tenues d’assurer, pour les fonctions de maîtrise des risques et de contrôle interne, une autorité, une indépendance, des ressources suffisantes et, le cas échéant, l’accès au conseil d’administration. Les dispositifs de contrôle des risques doivent être soumis à une évaluation périodique. § 5. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des para- graphes 1er à 4. Art. 12 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer la confidentialité et l’intégrité des informations, ainsi que la disponibilité continue de la fourniture de ses services. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer que la fourniture de ses services demeure disponible, fiable, dynamique et puissante. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de veiller à ce que les services de traitement des opérations de paiement ne soient indisponibles qu’au maximum durant 30 minutes entre 8 heures du matin et 20 heures, et 60 minutes entre 20 heures et 8 heures du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des paiements en Belgique ne soient pas compromises. L’indisponibilité cumulative des services de traitement des opérations de paiement ne peut pas dépasser 30 minutes par trimestre entre 8 heures du matin et 60 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 30 minuten per kwartaal en tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens de grens van 120 minuten per kwartaal niet overschrijden. Op advies van de Bank, kan de Koning de periode van niet beschikbaarheid bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen. §  4. Iedere systeemrelevante verwerker dient te beschikken over robuuste methodologieën teneinde te kunnen plannen voor de gehele levensloop van de gebruikte technologieën en de selectie van technolo- gische standaarden. § 5. Iedere systeemrelevante verwerker, of indien hij hiertoe niet in staat zou zijn de uitbater van het be- talingsschema bedoeld in artikel 5, dient transparante communicatie te verzorgen over de diensten voor de verwerking van betalingstransacties naar, in voorko- mend geval, de betrokken betalingsdienstaanbieders, betalingsschema’s en betalingsdienstgebruikers en dient hen te voorzien van voldoende informatie. In geval van een niet beschikbaarheid van de dien- sten voor de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld in paragraaf 3, dient deze informatie minstens te slaan op de oorzaken en gevolgen en de voorziene duur ervan evenals de voorziene hersteltijd. § 6. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 5 dient verstaan te worden. Art. 13 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de Bank tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet- beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties binnen volgende tijdsgrenzen: 1° 15 minuten na detectie van het incident indien het incident plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur; 2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens. Op advies van de Bank, kan de Koning: 1° de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid wijzigen; 20 heures et 120 minutes par trimestre entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à modifier la période d’indisponibilité visée à l’alinéa 1er et 2. §  4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer de méthodologies robustes afin de pouvoir planifier l’ensemble de la durée de vie des technologies utilisées et la sélection de normes technologiques. § 5. Tout processeur d’importance systémique, ou, si cela lui était impossible, l’exploitant schéma de paie- ment visé à l’article 5, est tenu d’assurer une communi- cation transparente sur les services de traitement des opérations de paiement à l’égard, le cas échéant, des prestataires de services de paiement, des schémas de paiement et des utilisateurs de services de paiement concernés, et est tenu de leur fournir des informations suffisantes. En cas d’indisponibilité des services de traitement des opérations de paiement visés au paragraphe 3, ces informations doivent au moins porter sur les causes et conséquences, et leur durée prévue, ainsi que sur le délai de rétablissement prévu. § 6. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des para- graphes 1er à 5. Art. 13 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de l’indisponibilité des services de traitement des opéra- tions de paiement dans les délais suivants: 1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident si l’incident se produit entre 8  heures du matin et 20 heures; 2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin si l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifier les délais visés à l’alinéa 1er; 61 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° nadere regels vastleggen voor het berekenen van de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid. §  2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de eerstvolgende werkdag volgend op de vaststelling van een incident met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van artikel 11 en artikel 12, paragrafen 1, 2, 4 en 5 de Bank hiervan in kennis te stellen. § 3. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, de wijze waarop de kennisgeving onder het bepaalde in paragrafen 1 en 2 dient plaats te vinden evenals de te verstrekken ge- gevens nader bepalen. § 4. De systeemrelevante verwerker dient de Bank binnen een redelijke termijn een grondige analyse te bezorgen van een incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van de artikelen 11 en 12. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden. HOOFDSTUK 4 Toezicht op betalingsschema’s en systeemrelevante verwerkers Art. 14 De Bank ziet erop toe dat ieder betalingsschema en zijn uitbater en iedere systeemrelevante verwerker door- lopend werken overeenkomstig de bepalingen van deze wet die op hen van toepassing zijn en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker verrichte activitei- ten, en de eraan verbonden risico’s. Art. 15 De Bank kan zich door iedere uitbater van een betalingsschema en door iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen doen verstrekken over hun organisatie, werking, financiële positie en verwerkte betalingstransacties, en voorschrijven dat haar geregeld cijfergegevens of andere documenten en uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. 2° fixer des règles complémentaires pour calculer les délais visés à l’alinéa 1er. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu, le premier jour ouvrable suivant le constat d’un incident relatif à ou d’une infraction aux dispositions des articles 11 et 12, paragraphes 1er, 2, 4 et 5, d’en informer la Banque. § 3. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, la manière dont la notification figurant dans les disposi- tions des paragraphes 1er et 2 doit avoir lieu, ainsi que les données à fournir. § 4. Le processeur d’importance systémique est tenu, dans un délai raisonnable, de fournir à la Banque une analyse approfondie d’un incident qui constitue une infraction aux dispositions des articles 11 et 12. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions à l’alinéa 1er. CHAPITRE 4 Surveillance des schémas de paiement et des processeurs d’importance systémique Art. 14 La Banque veille à ce que chaque schéma de paie- ment et son exploitant et chaque processeur d’impor- tance systémique fonctionnent en permanence en conformité avec les dispositions de la présente loi qui leurs sont applicables, ainsi que des arrêtés et règle- ments pris pour son exécution. La surveillance exercée par la Banque doit être proportionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le processeur d’importance systémique, et aux risques qui y sont liés. Art. 15 La Banque peut se faire transmettre par chaque ex- ploitant d’un schéma de paiement et chaque processeur d’importance systémique tous renseignements sur leur organisation, fonctionnement, situation financière et les opérations de paiement qu’ils traitent, et imposer que des données chiffrées ou d’autres documents et expli- cations lui soient fournis régulièrement afin de vérifier si les prescriptions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son application sont respectées. 62 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De Bank kan bij iedere uitbater van een betalings- schema en bij iedere systeemrelevante verwerker ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de uitbater van het betalingsschema of van de verwerker, om na te gaan of de bepalingen van deze wet zijn nageleefd en of de haar door de uitbater van het betalingsschema en de verwerker voorgelegde staten en andere inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn. HOOFDSTUK 5 Dwangsommen en administratieve sancties Art. 16 §  1. Onverminderd de andere bij deze wet voor- geschreven maatregelen, kan de Bank, wanneer zij vaststelt dat een systeemrelevante verwerker niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of dat de uitoefening van zijn bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch beta- lingsverkeer, een termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen of de systeemrelevante verwerker zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 2. Indien de toestand na het verstrijken van deze termijn niet is verholpen, kan de Bank na de systeemre- levante verwerker gehoord of tenminste opgeroepen te hebben hem de betaling van een dwangsom opleggen die per dag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden. § 3. Onverminderd de andere bij deze wet voorge- schreven maatregelen, kan de Bank openbaar maken dat een systeemrelevante verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar aanmaningen om zich binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1 te conformeren aan de voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Art. 17 Onverminderd de andere maatregelen bepaald in deze wet, kan de Bank: 1° indien zij een inbreuk vaststelt op de artikelen 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, aan de betrok- ken systeemrelevante verwerker een administratieve La Banque peut procéder auprès de chaque exploi- tant d’un schéma de paiement et de chaque processeur d’importance systémique à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sur place également, de toute information détenue par l’exploitant du schéma de paiement ou le processeur, en vue de vérifier le respect des dispositions de la présente loi ainsi que l’exactitude et la sincérité des états et autres informations qui lui sont fournis par l’exploitant du schéma de paiement et le processeur. CHAPITRE 5 Astreintes et sanctions administratives Art. 16 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut, lorsqu’elle constate qu’un processeur d’importance systémique n’agit pas en conformité avec les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou que l’exercice de son activité présente une menace pour la stabilité et la continuité des paiements en Belgique, fixer un délai dans lequel il doit être remédié à cette situation ou dans lequel le processeur d’importance systémique doit se conformer à des dispositions pré- cises de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution. § 2. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la situation, la Banque peut, le processeur d’importance systémique ayant été entendu ou à tout le moins dûment convoqué, lui infliger une astreinte qui ne pourra excéder 50 000 euros par jour, ni 2 500 000 euros au total. § 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut rendre public qu’un pro- cesseur d’importance systémique ne s’est pas conformé aux injonctions qui lui ont été faites de respecter dans le délai visé au paragraphe 1er les dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution. Art. 17 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut: 1° si elle constate une infraction aux articles 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 ou 15 ou à leurs arrêtés et règlements d’exécution, imposer au processeur d’importance systémique une amende administrative qui ne pourra 63 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel 25 000 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten; 2° indien zij een inbreuk vaststelt op het bepaalde in de artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, aan de betrokken uit- bater van een betalingsschema een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar van de uitbater van het betalingsschema, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten. De jaaromzet bedoeld in het eerste lid is het be- drag zoals bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Art. 18 De Bank houdt bij het opleggen van een administra- tieve geldboete zoals bepaald in artikel 17 rekening met de duur en de ernst van de inbreuk. Art. 19 § 1. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an- dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank de uitbater van een betalingsschema verbieden gebruik te maken van een systeemrelevante verwerker, indien deze verwerker het voorwerp heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°. § 2. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an- dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank een systeemrelevante verwerker verbieden belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties uit te besteden aan een dienstver- lener indien de in artikel 10 bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd of indien de dienstverlener, in zijn hoedanigheid van systeemrelevante verwerker, zelf het voorwerp heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°. être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 25 000 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits; 2° si elle constate une infraction aux provisions des articles 6, § 1er, 8 ou 15 ou à leurs mesures d’exécu- tion, imposer à l’exploitant d’un schéma de paiement impliqué une amende administrative qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 2 500 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent de l’exploitant du schéma de paiement, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Le chiffre d’affaires annuel visé à l’alinéa  1er est le montant tel que défini à l’article 15 du Code des Sociétés. Art. 18 La Banque tient compte de la durée et de la gravité de l’infraction lorsqu’elle impose une amende adminis- trative telle que définie à l’article 17. Art. 19 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à l’exploitant d’un schéma de paiement de faire appel à un processeur d’importance systémique au cas où ce processeur a fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à un processeur d’importance systémique d’externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services si les conditions visées à l’article 10 ne sont pas respectées, ou si le prestataire de services, en sa qualité de processeur d’importance systémique, a lui-même fait l’objet d’une amende administrative telle que visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°. 64 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 20 De met toepassing van de artikelen 16 en 17 op- gelegde dwangsommen en geldboetes worden inge- vorderd ten bate van de Schatkist door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën. HOOFDSTUK 6 Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding Art. 21 Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vast- stelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013 en bekrachtigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt: “Art. 8. § 1. De Bank waakt over de goede werking van de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen en ze vergewist zich van hun doelmatigheid en deugde- lijkheid overeenkomstig deze wet, de bijzondere wetten of reglementen en, in voorkomend geval, de Europese regels ter zake. Ze mag met dit doel alle verrichtingen doen en faci- liteiten ter beschikking stellen. Ze gaat over tot de toepassing van de verordeningen vastgelegd door de ECB ter verzekering van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen bin- nen de Europese Unie en met andere landen. § 2. In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit artikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglemen- taire bepalingen betreffende technische punten. Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin andere wetten of reglementen voorzien, kan de Bank overeenkomstig de procedure van de open raadpleging de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een consultatieronde en deze bekendmaken op haar website voor eventuele opmer- kingen van belanghebbende partijen. Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft vastgesteld. Art. 20 Les astreintes et amendes imposées en application des articles 16 et 17 sont recouvrées au profit du Trésor public par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement du Service public fédéral Finances. CHAPITRE 6 Modifications et entrée en vigueur Art. 21 L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, modifié par l’arrêté royal du 12 novembre 2013 et confirmé par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par le texte suivant: “Art. 8. § 1er. La Banque veille au bon fonctionne- ment des systèmes de compensation, de règlement et de paiements et elle s’assure de leur efficacité et de leur solidité conformément à la présente loi, aux lois et règlements particuliers et, le cas échéant, aux règles européennes en la matière. Elle peut faire toutes opérations ou accorder des facilités à ces fins. Elle pourvoit à l’application des règlements arrêtés par la BCE en vue d’assurer l’efficacité et la solidité des systèmes de compensation et de paiements au sein de l’Union européenne et avec les États tiers. § 2. Dans les matières pour lesquelles elle a compé- tence en vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements visant à compléter les dispositions législatives ou réglementaires applicables concernant des points techniques. Sans préjudice de la consultation prévue par d’autres lois ou règlements, la Banque peut, conformément à la procédure de consultation publique, apporter lors d’une consultation des explications sur le contenu de tout règlement qu’elle envisage d’adopter et les publier sur son site web pour observations éventuelles de la part des parties intéressées. Ces règlements ne prennent effet qu’après approba- tion par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifications à ces règlements ou fixer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté de règlement. 65 2277/001 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 3. De Bank oefent de bevoegdheden krachtens dit artikel uitsluitend in het algemeen belang uit. De Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, niet-optreden, handelingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van deze opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout.” Art. 22 De eerste paragraaf van artikel 36/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en vervangen bij de wet van 18 december 2015, wordt vervangen als volgt: “§ 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleg- gen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de wetten bedoeld in de artikelen 8, 12bis en 12ter en in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen.” Art. 23 In de eerste paragraaf van artikel 36/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “krachtens artikel 12bis” vervangen door de woorden “krachtens de artikelen 8, 12bis of 12ter”. Art. 24 Deze wet treedt in werking op [invoegen datum]. Gegeven te Brussel, 31 januari 2017 FILIP VAN KONINGSWEGE: De minister van Economie, Kris PEETERS De minister van Financiën, Johan VAN OVERTVELDT § 3. La Banque exerce les compétences qui lui sont dévolues par le présent article exclusivement dans l’intérêt général. Hormis cas de fraude ou faute grave, la Banque, les membres de ses organes et son personnel ne sont pas civilement responsables de leurs décisions, inactions, actes ou comportements dans l’exercice de cette mission.” Art. 22 Le premier paragraphe de l’article 36/8 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et remplacé par la loi du 18 décembre 2015, est remplacé par le texte suivant: “§  1er. La Commission des sanctions statue sur l’imposition des amendes administratives prévues par les lois visées aux articles 8, 12bis et 12ter et aux articles 50/1 et 50/2 de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement.” Art. 23 Au premier paragraphe de l’article 36/9 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié par la loi du 25 avril 2014, les mots “en vertu de l’ar- ticle 12bis” sont remplacés par “en vertu des articles 8, 12bis ou 12ter”. Art. 24 La présente loi entre en vigueur le [indiquer la date]. Donné à Bruxelles, le 31 janvier 2017 PHILIPPE PAR LE ROI: Le ministre de l’Économie, Kris PEETERS Le ministre des Finances, Johan VAN OVERTVELDT Centrale drukkerij – Imprimerie centrale Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot