Inhoud
5631
2277/001
2277/001
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
DOC 54
DOC 54
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
SOMMAIRE
Résumé .......................................................................
Exposé des motifs .......................................................
Avant-projet .................................................................
Analyse d’impact .........................................................
Avis du Conseil d’État .................................................
Projet de loi .................................................................
INHOUD
Samenvatting ..............................................................
Memorie van toelichting ..............................................
Voorontwerp ................................................................
Impactanalyse .............................................................
Advies van de Raad van State ....................................
Wetsontwerp ...............................................................
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
houdende het toezicht op verwerkers van
betalingstransacties
relatif à la surveillance des processeurs
d’opérations de paiement
3
4
24
36
44
51
Blz.
Pages
3 février 2017
3 februari 2017
3
4
24
40
44
51
2
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De regering heeft dit wetsontwerp op
3 februari 2017 ingediend.
Le gouvernement a déposé ce projet de loi le
3 février 2017.
De “goedkeuring tot drukken” werd op
3 februari 2017 door de Kamer ontvangen.
Le “bon à tirer” a été reçu à la Chambre le
3 février 2017.
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Vuye&Wouters
:
Vuye&Wouters
3
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Het wetsontwerp beoogt om de systeemrelevante
verwerkers van het Belgisch betaalverkeer te onder-
werpen aan bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaar-
den en om hen onder direct wettelijk toezicht van de
Nationale Bank van België te brengen.
Le projet de loi a pour objet de soumettre les pro-
cesseurs de paiements d’importance systémique en
Belgique à un ensemble de conditions d’exercice
de leur activité et de les placer sous la surveillance
légale directe de la Banque nationale de Belgique.
RÉSUMÉ
SAMENVATTING
4
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
MEMORIE VAN TOELICHTING
DAMES EN HEREN,
ALGEMENE TOELICHTING
Het gebruik van giraal geld en daaraan gekoppelde
elektronische betaalmiddelen heeft een hoge vlucht
genomen in onze maatschappij. Dit heeft tot gevolg dat
de maatschappij sterk aangewezen is op de stabiliteit
en continuïteit van dit betaalverkeer. Het zelfs tijdelijk
niet goed functioneren van één bepaalde dienstverlener
heeft verstrekkende gevolgen voor het gehele girale
betalingssysteem. De economische schade die hierdoor
wordt geleden, kan aanzienlijk zijn. Gebeurtenissen in
het recente verleden hebben dit reeds uitgewezen.
De partijen die instaan voor het verwerken van beta-
lingstransacties – en wiens naar behoren functioneren
zo essentieel is voor het goed functioneren van het ge-
hele betaalverkeer – veranderen voortdurend. Teneinde
een goed zicht te hebben welke partijen verantwoordelijk
zijn voor de verwerking van transacties in het Belgisch
betaalverkeer en om de mogelijkheden voor de Bank
voor het effectief uitoefenen van haar toezichtstaak beter
wettelijk te verankeren, legt dit wetsontwerp een aantal
verplichtingen op aan de verwerkers van het Belgisch
betaalverkeer die van systemisch belang zijn. Er wordt
voorgesteld dit systemisch belang te bepalen op basis
van de overschrijding van een drempel van het aantal
betalingstransacties via één bepaald betalingsschema,
gemeten over één kalenderjaar, waarvoor een verwerker
diensten voor de verwerking heeft verleend.
Van “soft law” naar een juridisch afdwingbaar kader
Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststel-
ling van het organiek statuut van de Nationale Bank van
België (hierna: de organieke wet) bepaalt dat de Bank
waakt over de goede werking van de verrekenings- en
betalingssystemen en zich vergewist van hun doelmatig-
heid en deugdelijkheid.
Dit oversight, dat overigens ook wordt uitgeoefend
door de Europese Centrale Bank (hierna: “ECB”) en
de andere centrale banken van het Europees Systeem
van Centrale Banken (hierna: “ESCB”), is gebaseerd op
vrijwilligheid, historische relaties met belangrijke spelers
in de markt en de morele overtuigingskracht van de
betrokken instellingen.
Een steeds verder eengemaakte markt van betaalver-
keer met complexere verhoudingen tussen een stijgend
aantal verwerkers evenals de recente problemen inzake
EXPOSÉ DES MOTIFS
MESDAMES, MESSIEURS,
EXPOSÉ GENERAL
L’utilisation de monnaie scripturale et d’instruments
de paiement électronique connexes s’est largement
répandue dans notre société. Cette dernière est en
conséquence fortement tributaire de la stabilité et de
la continuité de ce mode de paiement. La défaillance,
même temporaire, d’un fournisseur de services déter-
miné a de profondes répercussions sur le système de
paiement électronique tout entier. Les dégâts écono-
miques qui en découlent peuvent être considérables.
De récents événements l’ont déjà démontré.
Les parties chargées de traiter les opérations de
paiement – et dont le fonctionnement correct est essen-
tiel au bon fonctionnement du circuit de paiement tout
entier – changent continuellement. Afin de déterminer
clairement quelles sont les parties responsables du trai-
tement d’opérations de paiement en Belgique et d’offrir
un meilleur ancrage légal aux instruments dont dispose
la Banque pour exercer concrètement sa mission de
surveillance, le présent projet de loi impose une série
d’obligations aux processeurs d’opérations de paiement
qui sont d’importance systémique en Belgique. Il est
proposé de définir cette importance systémique sur
la base du dépassement d’un seuil quant au nombre
d’opérations de paiement effectuées au cours d’une
année calendaire au moyen d’un schéma de paiement
déterminé, pour le traitement desquelles un processeur
a fourni des services.
De la soft law à un cadre juridique contraignant
L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut
organique de la Banque nationale de Belgique (ci-après
“la loi organique”) prévoit que la Banque veille au bon
fonctionnement des systèmes de compensation et de
paiements et qu’elle s’assure de leur efficacité et de
leur solidité.
Cet oversight, par ailleurs également exercé par la
Banque Centrale Européenne (ci-après “BCE”) et les
autres banques du Système Européen de Banques
Centrales (ci-après “SEBC”), repose sur la coopération
volontaire, les relations historiques avec les acteurs
importants du marché et la force de persuasion morale
des autorités concernées.
Un marché des paiements toujours plus unifié
accompagné de relations plus complexes entre un
nombre croissant de processeurs ainsi que les récents
5
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
stabiliteit en continuïteit van het Belgische betaalverkeer
zijn katalysatoren voor het beter wettelijk verankeren
van het oversight op systeemrelevante verwerkers. Het
voorliggend wetsontwerp geeft daarmee gevolg aan
een evolutie die recent is ingezet op Europees niveau.
De normen die de verrekenings- en betalingssyste-
men geacht worden na te leven, zijn doorgaans vervat
in instrumenten die niet juridisch afdwingbaar zijn.
Zonder exhaustief te zijn, kan men verwijzen naar de
volgende normen:
— op internationaal niveau, de Principles for Financial
Market Infrastructures (PFMI), ontwikkeld in 2012 in
samenwerking tussen enerzijds het in de schoot van
de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) opgerichte
Committee on Payment and Settlement Systems en
anderzijds het Technische Comité van de Internationale
Organisatie van Effectentoezichthouders (IOSCO);
— op Eurosysteemniveau, het Revised Oversight
framework for retail payment systems (februari 2016),
het Oversight framework for credit transfer schemes
(oktober 2010) en het Oversight framework for direct
debit schemes (oktober 2010).
Recent stelt men evenwel vast dat het op vrijwillig-
heid gebaseerde oversightsysteem voor welbepaalde
verwerkers van betalingstransacties op zijn grenzen
botst en niet altijd op efficiënte en solide wijze de nale-
ving van de oversightnormen kan verzekeren. De ECB
vaardigde op 3 juli 2014 Verordening (EU) nr. 795/2014
uit met betrekking tot oversightvereisten voor systeem-
relevante betalingssystemen (systemically important
payment systems of SIPS). Deze zogenaamde SIPS-
verordening herneemt de oversightvereisten uit de PFMI
die dienen nageleefd te worden door de SIPS en brengt
ze daardoor onder in een juridisch afdwingbaar kader.
De zesde considerans van de SIPS-verordening stelt
dat ook autoriteiten in andere landen geacht worden
op soortgelijke wijze de PFMI-beginselen te introduce-
ren en toe te passen in hun respectievelijke wettelijke
en regelgevende kaders, voor zover deze kaders dat
toestaan.
De overgang van een soft law-benadering naar een ju-
ridisch afdwingbare benadering van het oversight, vond
bijvoorbeeld ook al (gedeeltelijk) plaats in Nederland.
In Nederland zijn de zogenaamde afwikkelondernemin-
gen onder het toezicht van De Nederlandsche Bank
geplaatst. Afwikkelondernemingen zorgen ervoor dat
er online of in een handelszaak met een betaalkaart
kan betaald worden, en verlenen dus diensten waarvan
sommige overeenstemmen met de diensten die door de
in het voorliggend wetsontwerp geviseerde verwerkers
problèmes qui ont touché la stabilité et la continuité des
paiements en Belgique invitent à renforcer l’ancrage
légal de l’oversight des processeurs d’importance sys-
témique. Le présent projet de loi concorde en cela avec
un processus récemment entamé au niveau européen.
Les normes à respecter par les systèmes de compen-
sation et de paiements sont en règle générale énoncées
dans des instruments qui ne sont pas juridiquement
contraignants. Sans être exhaustif, on peut évoquer les
normes suivantes:
— au niveau international, les Principles for Financial
Market Infrastructures (PFMI), élaborés en 2012
dans le cadre d’une collaboration entre, d’une part,
le Committee on Payment and Settlement Systems
constitué au sein de la Banque des règlements inter-
nationaux (BRI) et, d’autre part, le Comité technique
de l’Organisation internationale des commissions de
valeurs (IOSCO);
— au niveau de l’Eurosystème, le Revised Oversight
framework for retail payment systems (février 2016),
le Oversight framework for credit transfer schemes
(octobre 2010) et le Oversight framework for direct debit
schemes (octobre 2010).
On constate toutefois depuis peu que le système
d’oversight basé sur la bonne volonté atteint ses limites
pour certains processeurs d’opérations de paiement
bien précis et ne parvient pas en permanence à assu-
rer de façon efficace et robuste le respect des normes
de surveillance. La BCE a adopté le 3 juillet 2014 le
règlement (UE) n° 795/2014 concernant les exigences
de surveillance applicables aux systèmes de paiement
d’importance systémique (systemically important pay-
ment systems ou SIPS). Ce règlement SIPS reprend les
exigences d’oversight des PFMI que les SIPS doivent
respecter et les intègre ainsi dans un cadre juridique-
ment contraignant. Dans son sixième considérant, le
règlement SIPS indique que les autorités d’autres pays
devraient elles aussi instaurer et appliquer de façon
similaire les principes des PFMI dans leurs cadres
juridiques et réglementaires respectifs, dans toute la
mesure autorisée par ces derniers.
La transition d’une approche de soft law vers une
approche juridiquement contraignante de l’oversight
s’est déjà par exemple opérée (partiellement) aux Pays-
Bas. La Nederlandsche Bank y exerce un contrôle sur
ce que l’on appelle les “afwikkelondernemingen”. Ces
“afwikkelondernemingen” veillent à ce que l’on puisse
payer par carte en ligne ou dans un commerce et four-
nissent donc des services dont certains correspondent
aux services fournis par les processeurs visés par le
présent projet de loi. Les “afwikkelondernemingen” sont
6
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
worden verleend. De afwikkelondernemingen dienen
daarbij bepaalde vereisten na te leven die rechtstreeks
ontleend zijn aan de oversightvereisten.
Anders dan in Nederland behoudt het voorliggend
wetsontwerp evenwel de oversightbenadering: sys-
teemrelevante verwerkers worden onderworpen aan
de in de artikelen 11, 12 en 13 opgenomen oversight-
verwachtingen die gebaseerd zijn op de PFMI. Deze
verwerkers worden niet aan prudentiële vereisten
onderworpen, wat onder meer impliceert dat zij niet
aan een vergunningsplicht onderworpen zijn en dat zij
geen bedrijfsvergunningsvoorwaarden (zoals inzake
kapitaalvereisten) dienen na te leven. Het wetsontwerp
leidt er wel toe dat de betrokken oversightverwachtingen
juridisch afdwingbaar worden.
Reikwijdte
De bepalingen van het wetsontwerp zijn gericht op
verwerkers van betalingstransacties, mits (a) deze beta-
lingstransacties worden uitgevoerd tussen verschillende
betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalings-
dienstaanbieder van de betaler als de betalingsdien-
staanbieder van de begunstigde in België actief is. Dit
betekent dat iedere verwerker van betalingstransacties
tussen twee betalingsdienstaanbieders die beiden
actief zijn in België gevat wordt door het voorliggend
wetsontwerp, ongeacht of de verwerker en de beta-
lingsdienstaanbieder een rechtspersoon naar Belgisch
recht zijn en ongeacht of zij in België gevestigd zijn.
Het doel van dit wetsontwerp bestaat er immers in de
stabiliteit en continuïteit van het Belgische betaalver-
keer te verzekeren zodat het nodig is alle betrokken
betalingsdienstaanbieders en verwerkers, ook als zij
in het buitenland gevestigd zijn, te vatten. Het volstaat
met andere woorden betalingsdiensten aan te bieden
in België, of dat nu gebeurt op basis van een door de
Belgische bevoegde autoriteiten verleende vergunning
of door het gebruikmaken van het vrij verkeer van dien-
sten, om gevat te worden door deze definitie.
Een verwerker van betalingstransacties dient echter
alleen de ontworpen bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
na te leven wanneer hij door overschrijding van een
drempel wordt aangemerkt als een systeemrelevante
verwerker.
De in het wetsontwerp voorgestelde drempel vindt
zijn oorsprong in een analyse van de gegevens die
de Bank verzamelt in het kader van Verordening (EU)
Nr. 1409/2013 van de Europese Centrale Bank van
28 november 2013 betreffende betalingsstatistieken
(ECB/2013/43), evenals uit de gegevens verzameld
in het kader van het soft law oversight dat de Bank
momenteel uitoefent. Hieruit blijkt dat het totaal aantal
tenus, dans le cadre de ce contrôle, de respecter cer-
taines obligations directement inspirées des exigences
en matière d’oversight.
Contrairement à ce qui se passe aux Pays-Bas, le
présent projet de loi maintient quant à lui l’approche
d’oversight: les processeurs d’importance systémique
doivent satisfaire aux exigences en matière de surveil-
lance reprises aux articles 11, 12 et 13 et basées sur
les PFMI. Ces processeurs ne sont pas soumis à des
exigences prudentielles, ce qui implique entre autres
qu’ils ne sont pas soumis à une obligation d’agrément et
ne sont pas tenus de respecter des conditions d’accès à
l’activité (telles que des exigences de fonds propres). En
revanche, le projet de loi rend ces exigences d’oversight
juridiquement contraignantes.
Portée
Les dispositions du projet de loi visent les proces-
seurs d’opérations de paiement dès lors que (a) lesdites
opérations de paiement sont effectuées entre des pres-
tataires de services de paiement différents et (b) tant le
prestataire de services de paiement du payeur que celui
du bénéficiaire opèrent en Belgique. Est donc visé par
le présent projet de loi tout processeur d’opérations de
paiement effectuées entre deux prestataires de services
de paiement qui opèrent tous deux en Belgique, que le
processeur et le prestataire de services de paiement
soient ou non des personnes morales de droit belge et
qu’ils soient ou non établis en Belgique. L’objectif du
présent projet de loi étant en effet d’assurer la stabilité
et la continuité des paiements en Belgique, il faut que
tous les prestataires de services de paiement et proces-
seurs concernés soient visés, même s’ils sont établis à
l’étranger. En d’autres mots, il suffit, pour être visé par
cette définition, de proposer des services de paiement
en Belgique, que ce soit avec l’agrément de l’une des
autorités belges compétentes ou en exerçant le droit à
la libre circulation des services.
Un processeur d’opérations de paiement n’est
cependant tenu de respecter les conditions proposées
d’exercice de l’activité que s’il est considéré comme un
processeur d’importance systémique du fait du dépas-
sement d’un seuil.
Le seuil proposé dans le projet de loi trouve son ori-
gine dans une analyse des données que la Banque col-
lecte dans le cadre du règlement (UE) n° 1409/2013 de
la Banque centrale européenne du 28 novembre 2013
concernant les statistiques relatives aux paiements
(BCE/2013/43), ainsi que dans les données récoltées
par la Banque dans le cadre de l’oversight de soft law
qu’elle exerce actuellement. Il en ressort que le nombre
7
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
betalingen in België met Belgische betaalkaarten voor
het jaar 2014 ongeveer rond de 1,3 miljard ligt. Dit be-
treft zowel transacties in verkooppunten (zogenaamde
“Point Of Sale” of POS-transacties) als e-commerce
transacties (zogenaamde “Card Not Present” of CNP-
transacties). Andere bronnen waarover de Bank be-
schikt bij de uitoefening van haar oversightbevoegdheid
tonen aan dat het aantal transacties zoals hierboven
vermeld niet evenredig verdeeld is over de verschillende
in België actieve betalingsschema’s. Bancontact neemt
het overgrote deel van deze betalingstransacties voor
haar rekening. Maestro, het debetkaartbetalingschema
van MasterCard, neemt een veel kleiner aandeel van het
totaal voor haar rekening en alle andere MasterCard,
Visa en American Express transacties evenals de ande-
re kredietkaarttransacties maken een veel kleiner deel
uit van het totaal aantal Belgische betalingstransacties.
Rekening houdend met (i) het relatieve belang van
ieder van deze in België actieve betalingsschema’s voor
het goed functioneren van het geheel, (ii) het systemisch
belang van de gekende verwerkers van het Belgisch
betaalverkeer en (iii) de in dit wetsontwerp voorziene
verplichtingen in hoofde van de uitbater van ieder in
België actief betalingsschema, wordt voorgesteld om
de drempel te bepalen op het overschrijden door een
verwerker van honderdvijfentwintig miljoen betalings-
transacties via één bepaald betalingsschema waarvoor
die verwerker diensten voor de verwerking ervan heeft
verleend.
Europese context
De vraag rijst of het voorliggende wetsontwerp een
ongeoorloofde beperking inhoudt van het vrij verrichten
van diensten, met name doordat ook verwerkers die
niet in België gevestigd zijn er door gevat worden. Men
dient echter te wijzen op de feitelijke gevolgen van de
invoering van dit wetsontwerp. Een gebrek aan direct
wettelijk toezicht en directe controle op de systeemre-
levante verwerkers van het Belgische betaalverkeer
kan het vertrouwen van de markt in die verwerkers, in
het betaalverkeer in zijn geheel en in het gebruik van
in euro uitgedrukte betalingsinstrumenten verminderen.
Bovendien is de vaste rechtspraak van het Hof van
Justitie dat het vrij verrichten van diensten kan beperkt
worden mits men vier voorwaarden naleeft.
Ten eerste dient de beperking zijn oorsprong te
vinden in een dwingende reden van algemeen belang.
De gevolgen van de maatschappelijke ontwrichting
total de paiements en Belgique effectués avec des
cartes de paiement belges pour l’année 2014 atteint
environ 1,3 milliard. Ceci concerne aussi bien les
transactions dans les points de vente (aussi appelées
transactions “Point Of Sale” [POS]) que les transactions
de commerce électronique (aussi appelées transac-
tions “Card Not Present” [CNP]). D’autres sources
dont dispose la Banque dans l’exercice de ses compé-
tences d’oversight montrent que les transactions dont
question ci-avant ne sont pas réparties de manière
égale entre les différents schémas de paiement actifs
en Belgique. La grande majorité de ces opérations de
paiement concerne le schéma de paiement Bancontact.
Maestro, le schéma de paiement par carte de débit de
MasterCard, en représente une partie beaucoup plus
limitée. Toutes les autres transactions MasterCard,
Visa et American Express et autres (cartes de crédit)
constituent une partie plus réduite du nombre total
d’opérations de paiement en Belgique.
Compte tenu (i) de l’importance relative de chacun
des schémas de paiement opérant en Belgique pour le
bon fonctionnement de l’ensemble, (ii) de l’importance
systémique des processeurs connus, dans le circuit de
paiements belge et (iii) des obligations prévues dans le
présent projet de loi pour tout exploitant d’un schéma de
paiement opérant en Belgique, il est proposé de fixer le
seuil comme étant le dépassement, par un processeur,
du chiffre de cent vingt-cinq millions d’opérations de
paiement par schéma de paiement pour le traitement
desquelles le processeur a fourni des services.
Le contexte européen
La question se pose de savoir si le présent projet
de loi constitue une restriction non justifiée à la libre
circulation des services, notamment du fait qu’il vise
également des processeurs non établis en Belgique.
Il faut toutefois souligner les conséquences concrètes
qu’aura l’introduction du présent projet de loi. Un défaut
de surveillance légale directe et de contrôle direct des
processeurs d’importance systémique des paiements
en Belgique peut amoindrir la confiance que le marché
porte à ces processeurs, au circuit de paiement dans
son ensemble et à l’usage d’instruments de paiement
libellés en euros.
De plus, la jurisprudence constante de la Cour de
Justice considère que la libre circulation des services
peut être limitée pour autant qu’il soit satisfait à quatre
conditions.
Premièrement, la limitation doit être justifiée par un
motif impérieux d’intérêt général. Les conséquences
des perturbations sociétales qu’entraînerait un manque
8
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
die gepaard gaan met een gebrek aan stabiliteit of
continuïteit van het Belgisch betaalverkeer zijn zo
groot dat de morele overtuigingskracht waarvan eerder
sprake onmogelijk nog kan volstaan om de toestand te
voorkomen of te remediëren. Recente gebeurtenissen
bevestigen dit ook.
Ten tweede dient de beperking zonder discriminatie
toepasbaar te zijn. Het voorliggend wetsontwerp is van
toepassing op alle verwerkers van betalingstransacties,
ongeacht hun land van oorsprong. Daarenboven viseert
het wetsontwerp uitsluitend verwerkers van Belgische
betalingstransacties, dit zijn betalingstransacties die
plaatsvinden tussen betalingsdienstaanbieders die
beiden in België actief zijn zonder onderscheid o.b.v. het
land van oorsprong van de betalingsdienstaanbieder of
van de verwerker.
Het behoeft dan ook geen nadere uitleg waarom het
voorliggend wetsontwerp geheel geschikt is om het na-
gestreefde doel – met name de stabiliteit en continuïteit
van het Belgisch betaalverkeer verzekeren – te bereiken
(derde voorwaarde).
Tot slot is er sprake van een grote zin voor proporti-
onaliteit in het voorliggend wetsontwerp door enkel de
verwerkers die een bepaalde drempel overschrijden
– zogenaamde systeemrelevante verwerkers – aan
de voorgestelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden te
onderwerpen.
Op advies van de Raad van State werd in het wets-
ontwerp op diverse plaatsen verduidelijkt dat de nieuw
gecreëerde reglementaire bevoegdheid van de Bank
deze is bedoeld in het nieuwe artikel 8, § 2 van de
organieke wet van de Bank. Deze reglementen dienen
dus door de Koning goedgekeurd te worden.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
HOOFDSTUK 1
Doel – definities – toepassingsgebied
Artikel 1
Overeenkomstig artikel 83 van de Grondwet, bepaalt
dit artikel dat de wet een door artikel 74 van de Grondwet
beoogde aangelegenheid regelt.
Artikel 2
Dit artikel preciseert de reikwijdte en het doel van
het wetsontwerp: het toezicht op de activiteiten van
de stabilité ou de continuité du circuit de paiements en
Belgique sont si importantes que la force de persuasion
morale déjà évoquée ne peut plus suffire pour prévenir
la situation ou y remédier. De récents événements le
prouvent d’ailleurs.
Deuxièmement, la limitation doit pouvoir être appli-
quée sans discrimination. Le présent projet de loi s’ap-
plique à tous les processeurs d’opérations de paiement,
quel que soit leur pays d’origine. En outre, le projet de
loi vise exclusivement les processeurs d’opérations de
paiement en Belgique, c’est-à-dire les opérations de
paiement effectuées entre prestataires de services de
paiement opérant tous deux en Belgique sans distinction
du pays d’origine du prestataire de services de paiement
ou du processeur.
Il n’est dès lors nul besoin d’expliquer plus avant en
quoi le présent projet de loi est tout à fait approprié pour
atteindre l’objectif fixé, c’est-à-dire assurer la stabilité et
la continuité du système de paiement belge (troisième
condition).
Enfin, le présent projet de loi applique un degré élevé
de proportionnalité, en ce que les conditions proposées
d’exercice de l’activité ne s’appliquent qu’aux pro-
cesseurs qui dépassent un certain seuil, à savoir les
processeurs d’importance systémique.
Sur avis du Conseil d’État il est précisé à plusieurs
endroits dans le projet de loi que la nouvelle compétence
réglementaire de la Banque est celle visée au nouvel
article 8, § 2 de la loi organique de la Banque. Ces
règlements doivent dès lors être approuvés par le Roi.
COMMENTAIRE DES ARTICLES
CHAPITRE 1ER
Objet – définitions – champ d’application
Article 1er
Conformément à l’article 83 de la Constitution, cet
article précise que la loi règle une matière visée à
l’article 74 de la Constitution.
Article 2
Cet article précise la portée et l’objet du projet de
loi: assurer un meilleur ancrage légal de la surveillance
9
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
verwerkers van betalingstransacties beter wettelijk ver-
ankeren teneinde aldus de stabiliteit en de continuïteit
van het Belgisch betaalverkeer te verzekeren. Het betreft
een opdracht die deel uitmaakt van de oversighttaken
die aan de Bank worden toevertrouwd door artikel 8 van
haar organieke wet.
Artikel 3
Dit artikel bevat een aantal definities die, waar mo-
gelijk, zijn overgenomen uit bestaande Europese of
nationale regelgeving.
Een sleutelbegrip in de bepaling van het toepassings-
gebied van het wetsontwerp is het begrip “verwerking
van betalingstransacties”. Deze definitie dient men sa-
men met die van het begrip”betalingstransactie” te lezen.
Samen omvatten zij twee luiken die cumulatief moeten
vervuld zijn alvorens er sprake is van de verwerking van
betalingstransacties die binnen het toepassingsgebied
van het wetsontwerp vallen.
Het eerste luik omvat “het uitvoeren van technische
processen nodig voor en in het bijzonder gericht op de
afhandeling van een betalingstransactie”. Gezien de
brede waaier aan activiteiten en processen die nodig zijn
om betalingstransacties uit te voeren, is de definitie zo
neutraal en alomvattend mogelijk opgesteld. Niettemin
moet het steeds gaan om technische processen die niet
alleen nodig zijn voor de afhandeling van een betalings-
transactie, maar ook in het bijzonder hierop zijn gericht.
Deze laatste precisering sluit dan ook algemene onder-
steunende dienstverleners uit, zoals telecombedrijven,
waterleveranciers en elektriciteit- en gasleveranciers.
Het sluit evenzeer bedrijven uit die uitsluitend financiële
berichtgeving verzorgen (in het Engels: “financial mes-
saging”), zoals SWIFT.
Het tweede luik beslaat de definitie van betalings-
transactie: “een door de betaler of de begunstigde
geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt over-
gemaakt, ongeacht of er onderliggende verplichtingen
tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij
(a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen
verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel
de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de be-
talingsdienstaanbieder van de begunstigde in België
actief is.”
Het begrip “betalingsdienstaanbieder” wordt gedefi-
nieerd door te verwijzen naar artikel 5 van de wet van
21 december 2009 betreffende het statuut van de beta-
lingsinstellingen, de toegang tot het bedrijf van betalings-
dienstaanbieder en de toegang tot betalingssystemen
des activités de processeurs d’opérations de paiement
afin d’assurer la stabilité et la continuité des paiements
en Belgique. Cette mission fait partie des tâches
d’oversight confiées à la Banque par l’article 8 de sa
loi organique.
Article 3
Cet article contient une série de définitions qui sont,
dans la mesure du possible, calquées sur celles de
réglementations européennes ou nationales.
Une notion-clé pour déterminer le champ d’application
du projet de loi est la notion de “traitement d’opérations
de paiement”. Cette définition doit être lue en parallèle
avec celle de la notion d’“opération de paiement”. Elles
recouvrent conjointement deux volets qui doivent être
rencontrés de façon cumulative pour qu’il soit question
d’un traitement d’opérations de paiement entrant dans
le champ d’application du présent projet de loi.
Le premier volet comprend “la mise en œuvre des
processus techniques qui sont nécessaires et spécia-
lement destinés à l’exécution d’une opération de paie-
ment”. Vu le large éventail d’activités et de processus
nécessaires pour effectuer des opérations de paiement,
la définition est aussi neutre et générale que possible.
Il doit néanmoins toujours s’agir de processus tech-
niques non seulement nécessaires à l’exécution des
opérations de paiement, mais également spécialement
destinés à celui-ci. Cette dernière précision exclut donc
les fournisseurs de services généraux de support tels
qu’opérateurs télécoms, distributeurs d’eau et fournis-
seurs de gaz et d’électricité. Elle exclut tout autant les
sociétés qui fournissent exclusivement des services
de messagerie financière (en anglais “financial mes-
saging”), comme SWIFT.
Le second volet concerne la définition de l’opération
de paiement: “une action, initiée par le payeur ou le bé-
néficiaire, consistant à transférer de la monnaie scriptu-
rale, indépendamment de toute obligation sous-jacente
entre le payeur et le bénéficiaire, et dans le cadre de
laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre
des prestataires de services de paiement différents et
(b) tant le prestataire de services de paiement du payeur
que celui du bénéficiaire opèrent en Belgique”.
La notion de “prestataire de services de paiement”
est définie par référence à l’article 5 de la loi du
21 décembre 2009 relative au statut des établisse-
ments de paiement, à l’accès à l’activité de prestataire
de services de paiement et à l’accès aux systèmes de
10
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
(hierna: de wet van 21 december 2009). De belang-
rijkste betalingsdienstaanbieders zijn de krediet- en
betalingsinstellingen.
Het is nuttig even stil te staan bij het eerste vereiste
dat een betalingstransactie moet worden uitgevoerd
“tussen verschillende betalingsdienstaanbieders”. Dit
houdt in dat de verwerking van een betalingstransactie
tussen een betaler en een begunstigde die voor die
transactie beiden beroep doen op dezelfde betalings-
dienstaanbieder uitgesloten is uit het toepassingsgebied
van het wetsontwerp.
Het tweede vereiste van de definitie van betalings-
transactie beperkt het toepassingsgebied van het
wetsontwerp tot de verwerking van betalingstransacties
waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de beta-
ler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde
in België actief zijn. Hiermee worden enkel de Belgische
betalingstransacties geviseerd (in het Engels noemt
men dit principe “both legs in”). Dit betekent dat beta-
lingsdienstaanbieders die in België actief zijn op basis
van het uitoefenen van het recht op het vrij verkeer van
diensten (bijvoorbeeld de buitenlandse betalingsinstel-
lingen die gebruik maken van het Europees “paspoort”
bedoeld in Richtlijn 2007/64/EG van 13 november 2007
betreffende betalingsdiensten in de interne markt) ge-
viseerd worden door het voorliggend wetsontwerp. Het
doel van het wetsontwerp bestaat er immers in om de
stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betaalverkeer
te verzekeren door de verwerkers ervan onder direct
wettelijk toezicht van de Bank te plaatsen.
Een “verwerker” wordt dan ook logischerwijze gede-
finieerd als iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon
die diensten voor de verwerking van betalingstransac-
ties aanbiedt. Het is hierbij irrelevant of deze verwerker
zich in België of in het buitenland bevindt en of hij de
verwerking van betalingstransacties uitbesteedt aan
een derde partij of niet. Zodra hij instaat voor de “ver-
werking van betalingstransacties” binnen de grenzen
van de definities zoals hierboven uiteengezet, valt hij
onder het toepassingsgebied van het wetsontwerp. De
bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden zijn enkel van toepas-
sing op de zogenaamde “systeemrelevante verwerkers”,
waaronder men iedere verwerker verstaat die de eerder
vernoemde drempel overschrijdt. Het is dus perfect mo-
gelijk dat een systeemrelevante verwerker alle diensten
voor de verwerking van betalingstransacties aan een
dienstverlener uitbesteedt, welke laatste dan tevens
als systeemrelevante verwerker dient beschouwd te
worden.
Een ander sleutelbegrip is dat van “betalingssche-
ma”, dat gedefinieerd wordt als een in België actief
enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders
paiement (ci-après “la loi du 21 décembre 2009”). Les
principaux prestataires de services de paiement sont
les établissements de crédit et de paiement.
Il est utile de s’attarder un moment sur la première
condition, selon laquelle une opération de paiement
doit être effectuée “entre des prestataires de services
de paiement différents”. Cela signifie que le traitement
d’une opération de paiement entre un payeur et un béné-
ficiaire qui font tous deux appel pour cette transaction
au même prestataire de services de paiement sort du
champ d’application du présent projet de loi.
La seconde condition de la définition d’une opération
de paiement limite le champ d’application du présent
projet de loi au traitement d’opérations de paiement
pour lesquelles tant le prestataire de services de paie-
ment du payeur que celui du bénéficiaire opèrent en
Belgique. Sont ici uniquement visées les opérations de
paiement belges (un principe appelé “both legs in” en
anglais). Cela signifie que les prestataires de services
de paiement qui opèrent en Belgique en se fondant sur
l’exercice du droit à la libre circulation des services (par
exemple les établissements de paiement qui utilisent le
“passeport” européen visé par la directive 2007/64/CE
du 13 novembre 2007 concernant les services de paie-
ment dans le marché intérieur) sont visés par le présent
projet de loi. Le but du projet de loi est en effet de garantir
la stabilité et la continuité des paiements en Belgique en
soumettant les opérateurs qui en assurent le traitement
à la surveillance légale directe de la Banque.
Un “processeur” est donc logiquement défini comme
étant toute personne physique ou morale qui propose
des services de traitement d’opérations de paiement.
Il est sans importance que ce processeur se trouve en
Belgique ou à l’étranger ou qu’il sous-traite ou non le
traitement d’opérations de paiement à une tierce par-
tie. Il tombe dans le champ d’application du projet de
loi dès lors qu’il se charge du “traitement d’opérations
de paiement” dans les limites des définitions établies
ci-dessus. Les conditions d’exercice de l’activité ne
s’appliquent qu’aux processeurs dits “d’importance
systémique”, c’est-à-dire tout processeur qui dépasse
le seuil précité. Ainsi, il est parfaitement possible qu’un
processeur d’importance systémique externalise tous
ses services de traitement d’opérations de paiement
à un prestataire de services, ce dernier devant être
également considéré comme processeur d’importance
systémique.
Un autre concept-clé est celui de “schéma de paie-
ment”, défini comme étant un ensemble unique, opérant
en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ou
11
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden
en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstrans-
acties dat losstaat van een infrastructuur die of een
betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt,
en dat een uitbater omvat.
Deze definitie is in overeenstemming met de definitie
van dit begrip in Europese regelgeving, m.n. zowel in
Verordening (EU) Nr. 260/2012 van 14 maart 2012 tot
vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten
voor overmakingen en automatische afschrijvingen in
euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009,
als in Verordening (EU) Nr. 2015/751 van 29 april 2015
betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten
gebaseerde betalingstransacties. Het is belangrijk op te
merken dat enkel de in België actieve betalingsschema’s
opgenomen worden in deze definitie en derhalve in het
toepassingsgebied van het wetsontwerp inbegrepen
zijn.
Om rekening te houden met het advies van de Raad
van State werd een definitie ingevoegd van “uitbater van
een betalingsschema”, dit is een besluitvormingsorgaan,
organisatie of entiteit die juridisch verantwoordelijk is
voor de werking van een betalingsschema. Het wets-
ontwerp legt inderdaad bepaalde verplichtingen op aan
de entiteit die verantwoordelijk is voor de werking van
het betalingsschema, zodat het noodzakelijk is om te
bepalen wie deze entiteit dan wel is.
Artikel 4
Dit artikel bevat enkele logische uitsluitingen uit het
toepassingsgebied van het wetsontwerp, zoals de ver-
werking van (reis)cheques, wisselbrieven, tegoedbon-
nen en postwissels. Het verwerken van overschrijvingen
en domiciliëringen (gedefinieerd in het ontworpen artikel
3, 16° en 17°) is evenzeer uitgesloten uit het toepas-
singsgebied van het wetsontwerp. De verwerkers van
deze betalingsdiensten zijn het Uitwisselingscentrum
en Verrekening (UCV) en Target2-BE. Dit zijn beta-
lingssystemen in de zin van artikel 2 van de wet van
28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/
EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter
van de afwikkeling van betalingen en effectentransac-
ties in betalings- en afwikkelingssystemen. Zij vallen
onder het oversight dat wordt uitgeoefend door het
Eurosysteem als respectievelijk een PIRPS (Prominently
Important Retail Payment System) en een SIPS
(Systemically Important Payment System). Als SIPS is
Target2-BE bovendien onderworpen aan Verordening
(EU) Nr. 795/2014 van de Europese Centrale Bank van
3 juli 2014 met betrekking tot oversightvereisten voor
systeemrelevante betalingssystemen. Het is dan ook
aangewezen om de verwerking van overschrijvingen en
de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de
paiement, convenu entre des prestataires de services de
paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système
de paiement qui en sous-tend le fonctionnement et qui
comprend un exploitant.
Cette définition est conforme à la définition de cette
notion dans la législation européenne, à savoir tant
dans le Règlement (UE) n° 260/2012 du 14 mars 2012
établissant des exigences techniques et commer-
ciales pour les virements et prélèvements en euros et
modifiant le Règlement (CE) n° 924/2009, que dans
le Règlement (UE) n° 2015/751 du 29 avril 2015 relatif
aux commissions d’interchange pour les opérations de
paiement liées à une carte. Il est important de remarquer
que seuls les schémas de paiement opérant en Belgique
sont repris dans cette définition et tombent par voie de
conséquence dans le champ d’application du présent
projet de loi.
Pour tenir compte de l’avis du Conseil d’État, une
définition de “exploitant d’un schéma de paiement” a été
introduite, à savoir un organe décisionnel, un organisme
ou une entité qui est juridiquement responsable du
fonctionnement d’un schéma de paiement. Le projet de
loi impose effectivement certaines obligations à l’entité
qui est responsable du fonctionnement du schéma de
paiement, de manière qu’il est nécessaire de déterminer
qui est cette entité.
Article 4
Cet article contient quelques exclusions logiques du
champ d’application du présent projet de loi, telles que
le traitement des chèques et chèques de voyage, des
lettres de change, des titres de service et des mandats
postaux. Le traitement des virements et domiciliations
(tels que définis à l’article 3, 16° et 17°, en projet) est
également exclu du champ d’application du projet de
loi. Les processeurs de ces services de paiement sont
le Centre d’échange et de Compensation (CEC) et
Target2-BE. Ce sont des systèmes de paiement au sens
de l’article 2 de la loi du 28 avril 1999 visant à transpo-
ser la directive 98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le
caractère définitif du règlement dans les systèmes de
paiement et de règlement des opérations sur titres. Étant
respectivement un PIRPS (Prominently Important Retail
Payment System) et un SIPS (Systemically Important
Payment System), ils sont soumis à l’oversight exercé
par l’Eurosystème. En tant que SIPS, Target2-BE est
en outre soumis au règlement (UE) n° 795/2014 de la
Banque centrale européenne du 3 juillet 2014 concer-
nant les exigences de surveillance applicables aux
systèmes de paiement d’importance systémique. Il
convient dès lors d’exclure du champ d’application
12
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
domiciliëringen uit te sluiten van het toepassingsgebied
van het wetsontwerp. De verwerking van betalingstrans-
acties die binnen een betalings- of een effectenafwik-
kelingssysteem worden uitgevoerd wordt evenzeer
uitgesloten uit het toepassingsgebied. Dit houdt o.a. in
dat voor de verwerking van kaartbetalingstransacties, de
bovenvermelde betalingssystemen UCV en Target2-BE
uitgesloten zijn door deze bepaling.
HOOFDSTUK 2
Drempel en kennisgevingsverplichtingen
Artikel 5
Dit artikel legt de drempel vast die bepalend is voor
de kwalificatie van een verwerker als systeemrelevante
verwerker. Zoals hierboven aangehaald, steunt de bepa-
ling van deze drempel op een analyse van het Belgisch
kaartbetalingsverkeer waarbij slechts die verwerkers die
systemisch relevant zijn onder het toepassingsgebied
van het wetsontwerp vallen, met name bij overschrijding
door een verwerker van honderdvijfentwintig miljoen in
België verrichte betalingstransacties via één bepaald
betalingsschema waarvoor hij diensten voor de ver-
werking ervan heeft verleend. Een verwerker wordt in
principe beschouwd als een systeemrelevante verwer-
ker louter door het overschrijden van de drempel, met
dien verstande dat het ogenblik van effectieve toepas-
sing van de bepalingen van Hoofdstuk 3 afhangt van
de kennisgeving van de Bank bedoeld in artikel 6. Op
advies van de Raad van State werd verduidelijkt dat de
kwalificatie als systeemrelevante verwerker pas geldt
vanaf het ogenblik waarop de kennisgeving vanwege
de Bank uitwerking heeft.
De Koning wordt de bevoegdheid verleend om, op
advies van de Bank, het bedrag van de drempel te
wijzigen en om nadere regels vast te leggen voor het
berekenen van de drempel.
Artikel 6
Paragraaf 1 en paragraaf 2 van dit artikel leggen ver-
plichtingen op tot het meedelen van bepaalde informatie
aan de Bank, teneinde deze laatste toe te laten te oorde-
len of de in artikel 5 bedoelde drempel overschreden is.
Aldus is iedere uitbater van een betalingsschema
gehouden om zowel de identiteit van zijn verwerker(s) als
het totaal aantal via zijn betalingsschema verrichte beta-
lingstransacties te rapporteren aan de Bank, evenals het
aandeel daarin van iedere verwerker waarop hij beroep
doet voor de verwerking van zijn betalingstransacties.
du présent projet de loi le traitement des virements et
domiciliations. Le traitement d’opérations de paiement
effectuées dans le cadre d’un système de paiement ou
de règlement d’opérations sur titres est de même exclu
du champ d’application. Ceci signifie entre autres que
pour le traitement d’opérations de paiement par carte,
les systèmes de paiement CEC et Target2-BE susmen-
tionnés sont exclus par cette disposition.
CHAPITRE 2
Seuil et obligations de notification
Article 5
Cet article fixe le seuil qui détermine si un processeur
occupe une position d’importance systémique. Comme
mentionné précédemment, le niveau du seuil précité
repose sur une analyse du flux de paiements par carte
des processeurs revêtant un caractère systémique aux
termes du projet de loi, c’est-à-dire tout processeur qui
dépasse le seuil des cent vingt-cinq millions d’opéra-
tions de paiement effectuées en Belgique au moyen
d’un schéma de paiement déterminé pour lequel il a
fourni des services de traitement. Un processeur est
en principe considéré comme étant d’importance systé-
mique dès qu’il dépasse le seuil précité, étant entendu
que le moment d’application effective des dispositions
visées au chapitre 3 dépend de la notification de la
Banque visé à l’article 6. Sur avis du Conseil d’État, il
a été précisé que la qualification en tant que processeur
d’importance systémique ne s’applique qu’à partir du
moment auquel la notification de la Banque prend effet.
Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à modifier le
seuil établi ainsi qu’à fixer des règles complémentaires
pour le calcul du seuil précité.
Article 6
Les paragraphes 1er et 2 de cet article fixent les
obligations relatives à la communication de certaines
informations à la Banque, afin que cette dernière puisse
évaluer si le seuil visé à l’article 5 a été dépassé.
Par voie de conséquence, tout exploitant d’un
schéma de paiement est tenu de déclarer à la Banque
l’identité de son (ses) processeur(s) ainsi que le nombre
total d’opérations de paiement effectuées au moyen
de son schéma de paiement, mais aussi la part que
représente chaque processeur auquel il fait appel pour
13
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Het hoeft dan ook geen precisering dat het totaal aantal
per verwerker gerapporteerde betalingstransacties in
het geval van meerdere verwerkers dient overeen te
stemmen met het totaal aantal via dat betalingsschema
verrichte betalingstransacties.
Daarnaast is iedere verwerker ertoe gehouden om
zowel de Bank als de uitbater van het betalingsschema
wiens transacties hij verwerkt, in te lichten wanneer hij
de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijdt.
Paragraaf 3 bepaalt dat de Bank de verwerkers die
de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijden, in kennis
dient te stellen van hun kwalificatie als systeemrelevante
verwerker. De Bank kan zich daarvoor baseren op de
informatie die gerapporteerd werd in toepassing van
paragraaf 1 en paragraaf 2, maar ook op alle andere in-
formatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar
taken. De kennisgeving van de Bank dient in dat geval
afdoende toegelicht te worden. De systeemrelevante
verwerker heeft minstens één maand de tijd om zich
te schikken naar de bepalingen van het wetsontwerp.
De kennisgeving door de Bank wordt ingevoegd om
transparantieredenen, met name om er voor te zorgen
dat alle betrokken marktspelers, en in het bijzonder de
uitbaters van betalingsschema’s, daadwerkelijk kennis
hebben van de kwalificatie van de betrokken verwerker
als systeemrelevante verwerker. De Bank beschikt zelf
niet over een discretionaire beoordelingsmarge bij het
verstrekken van de kennisgeving, met dien verstande
dat de kennisgeving tevens de uiterste datum dient te
bevatten waarop de systeemrelevante verwerker zich
moet geschikt hebben naar de bepalingen van het
wetsontwerp.
Paragraaf 4 bepaalt dat de kwalificatie als systeemre-
levante verwerker van toepassing is tot de systeemrele-
vante verwerker niet langer de drempel overschrijdt en
de Bank hem hiervan in kennis heeft gesteld. De Bank
bezorgt die kennisgeving op eigen initiatief dan wel op
gemotiveerd verzoek van de betrokken systeemrele-
vante verwerker.
Artikel 7
Dit artikel verplicht de Bank om een openbaar consul-
teerbaar register bij te houden dat alle systeemrelevante
verwerkers oplijst. De Bank actualiseert dit register
regelmatig. Op advies van de Raad van State werd
verduidelijkt dat bij die actualisering in het bijzonder
rekening wordt gehouden met de kennisgevingen die in
voorkomend geval gegeven zijn krachtens artikel 6, § 4.
le traitement de ses opérations de paiement. Inutile dès
lors de préciser, dans le cas où plusieurs processeurs
sont concernés, que le total des transactions déclarées
pour chacun d’eux doit correspondre au nombre total
d’opérations effectuées par le schéma de paiement.
Chaque processeur est de surcroît tenu d’informer la
Banque ainsi que l’exploitant du schéma de paiement
auquel il offre ses services de traitement dès qu’il
dépasse le seuil visé à l’article 5.
Aux termes du paragraphe 3, tout processeur qui
dépasse le seuil défini à l’article 5 doit être informé de sa
qualification en tant que processeur d’importance systé-
mique. Aux fins de cette qualification, la Banque peut se
servir de toute information déclarée en application des
paragraphes 1er et 2, ainsi que de toute autre information
dont elle dispose dans le cadre de l’exercice de ses
missions. La notification de la Banque doit dans ce cas
être suffisamment motivée. Le processeur d’importance
systémique dispose d’un délai d’un mois au moins pour
se conformer aux dispositions du projet de loi.
La disposition relative à l’avis motivé de la Banque a
été introduite pour des questions de transparence, no-
tamment pour s’assurer que tout intervenant de marché
concerné, et plus particulièrement tout exploitant d’un
schéma de paiement, a effectivement connaissance
de la qualification du processeur concerné en tant que
processeur d’importance systémique. La Banque ne
dispose pas d’une marge d’appréciation discrétionnaire
pour rendre son avis motivé, étant entendu que l’avis
doit aussi mentionner la date à laquelle le processeur
d’importance systémique doit au plus tard s’être
conformé aux dispositions du projet de loi.
Aux termes du paragraphe 4, la qualification en tant
que processeur d’importance systémique est d’applica-
tion jusqu’à ce que le processeur d’importance systé-
mique ne dépasse plus le seuil fixé et que la Banque l’en
ait notifié. La Banque rend cet avis de sa propre initiative
ou sur demande motivée du processeur d’importance
systémique concerné.
Article 7
Aux termes de cet article, la Banque a l’obligation
de tenir un registre public reprenant l’ensemble des
processeurs d’importance systémique. La Banque met
régulièrement ce registre à jour. Sur avis du Conseil
d’État, il a été précisé que ces mises à jour tiennent
notamment compte des notifications effectuées, le cas
échéant, en vertu de l’article 6, § 4.
14
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 3
Bedrijfsuitoefening
Artikel 8
Krachtens dit artikel dient iedere uitbater van een
betalingsschema zich ervan te vergewissen dat iedere
systeemrelevante verwerker waarop hij beroep doet in
staat is om het bepaalde in Hoofdstuk 3 na te leven; dit
zowel bij de start van de relatie met een systeemrelevan-
te verwerker als op regelmatige tijdstippen gedurende
de relatie. In dat kader hanteert legt hij de nodige ijver
aan de dag. De opzet van deze bepaling is een sensibi-
lisering van de uitbater van het betalingsschema m.b.t.
het belang van de operationele stabiliteit en continuïteit
van de verwerking van betalingstransacties voor het
Belgisch betaalverkeer.
Artikel 9
Krachtens dit artikel is de voorafgaande toestemming
van de Bank vereist voor fusies tussen systeemrelevante
verwerkers en voor fusies tussen dergelijke verwerkers
en andere ondernemingen. De Bank kan fusies tevens
aan voorwaarden onderwerpen wanneer dat nodig is
om een gezond en voorzichtig beleid, een passende
risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het
Belgisch betaalverkeer te verzekeren.
Er werd geen rekening gehouden met de opmerking
van de Raad van State, dat deze regeling niet van toe-
passing zou zijn op even grote verwerkers die niet uit
een fusie ontstaan zijn. De bepalingen van dit artikel
dienen inderdaad alleen van toepassing te zijn wanneer
een systeemrelevante verwerker participeert in een fu-
sie. Het vereiste van de drempel bedoeld in artikel 5 is
daarbij doorslaggevend. Wanneer een (niet-systeem-
relevante) verwerker ingevolge een fusie de betrokken
drempel zou overschrijden, zal deze automatisch binnen
het toepassingsgebied van de wet komen. Daarenboven
is deze bepaling volledig gebaseerd op een gelijkaardige
bepaling inzake de fusie van betalingsinstellingen die
aan het prudentieel toezicht van de Bank onderworpen
zijn (zie artikel 18 van de wet van 21 december 2009 op
het statuut van de betalingsinstellingen): deze bepaling
voorziet alleen in een voorafgaande toestemming van
de Bank in geval van fusie en niet in andere situaties.
Artikel 10
Dit artikel bepaalt dat systeemrelevante verwerkers
belangrijke operationele taken enkel kunnen uitbesteden
onder bepaalde voorwaarden (dit is de zogenaamde
CHAPITRE 3
Exercice de l’activité
Article 8
En vertu de cet article, tout exploitant d’un schéma de
paiement est tenu de s’assurer que chaque processeur
d’importance systémique auquel il fait appel est à même
de respecter les dispositions du chapitre 3; ceci tant au
début de la relation avec un processeur d’importance
systémique qu’à intervalles réguliers au cours de la
relation. Dans ce cadre, il fait preuve de la diligence
requise. L’objet de cette disposition est de sensibiliser
l’exploitant du schéma de paiement à l’importance de la
stabilité et de la continuité opérationnelles du traitement
des opérations de paiement en Belgique.
Article 9
En vertu de cet article, sont soumises à l’autorisation
préalable de la Banque les fusions entre processeurs
d’importance systémique et les fusions entre ces pro-
cesseurs et d’autres entreprises. En plus, la Banque
peut soumettre les fusions à des conditions si cela est
nécessaire en vue d’une gestion saine et prudente,
d’une maîtrise adéquate des risques et de la continuité
et de la stabilité des paiements en Belgique.
Il n’est pas tenu compte de la remarque du Conseil
d’État suivant laquelle ce régime ne s’appliquerait pas
aux processeurs de même envergure ne résultant pas
d’une fusion. En effet, les dispositions de cet article ne
doivent s’appliquer que si un processeur d’importance
systémique participe à une fusion. Le prescrit du seuil
visé à l’article 5 joue un rôle déterminant. Quand un
processeur (qui n’est pas d’importance systémique)
dépasse le seuil en raison d’une fusion, il entrera auto-
matiquement dans le champ d’application de la loi. En
outre, cette disposition est entièrement fondée sur une
disposition similaire concernant la fusion d’établisse-
ments de paiement soumis au contrôle prudentiel de la
Banque (voir article 18 de la loi du 21 décembre 2009
relative au statut des établissements de paiement): cette
disposition prévoit uniquement l’autorisation préalable
de la Banque en cas de fusion et pas dans d’autres
situations.
Article 10
Cet article prévoit que les processeurs d’impor-
tance systémique ne peuvent externaliser des tâches
opérationnelles importantes qu’à certaines conditions
15
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“outsourcing” van activiteiten) en mits voorafgaande
toestemming van de Bank. Het ontworpen artikel 3, 14°
definieert het begrip “belangrijke operationele taak”.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid, een passende risicobeheersing en de continu-
iteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan
de Bank de uitbesteding van belangrijke operationele
taken daarenboven aan bijkomende voorwaarden on-
derwerpen. Anders dan wat de Raad van State in zijn
advies stelde, betreft het hier geen algemeen regelge-
vend optreden vanwege de Bank doch wel een ad hoc
beslissing in een specifiek uitbestedingsdossier. Het
nieuw in te voegen artikel 8, § 2 van de organieke wet
van de Bank is dus niet van toepassing.
Artikel 5 van het wetsontwerp impliceert dat de kwali-
ficatie als systeemrelevante verwerker kan gelden voor
iedere verwerker die diensten voor de verwerking van
betalingstransacties aanbiedt en dit ongeacht waar deze
verwerker zich bevindt
Hieruit vloeit dan ook voort dat een dienstverlener
zoals bedoeld in artikel 10 aan wie de effectieve ver-
werking van betalingstransacties is uitbesteed (binnen
de grenzen van dit begrip zoals gedefinieerd in artikel
3, 1°) zelf te beschouwen is als een systeemrelevante
verwerker en dus tevens zelf medeverantwoordelijk is
voor inbreuken op de gedragsregels vervat in Hoofdstuk
3. De uitbestedende systeemrelevante verwerker blijft
tevens medeverantwoordelijk.
Artikel 11
Artikel 11 is het eerste van twee artikelen die con-
crete gedragsregels opleggen aan systeemrelevante
verwerkers.
Dit artikel is gebaseerd op de Principles for Financial
Market Infrastructures (PFMI), ontwikkeld in 2012 in
samenwerking tussen enerzijds het in de schoot van
de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) opgerichte
Committee on Payment and Settlement Systems en
anderzijds het Technische Comité van de Internationale
Organisatie van Effectentoezichthouders (IOSCO). De
principes opgenomen in deze PFMI zijn standaarden
die door de internationale gemeenschap als essentieel
worden aangemerkt om de stabiliteit te waarborgen en
versterken.
De inhoud van artikel 11 is gebaseerd op een vertaling
van aspecten van de PFMI-principes 2, 3 en 17 naar de
context van verwerkers van betaalverkeer. Er wordt dan
ook verwezen naar deze internationale standaarden.
Het is tevens zo dat de Bank bij reglement nader kan
(“sous-traitance” d’activités) et sous réserve de l’autori-
sation préalable de la Banque. L’article 3, 14°, proposé
définit la notion de “tâche opérationnelle importante”.
En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî-
trise adéquate des risques et de la continuité et de la
stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut
en plus soumettre l’externalisation des tâches opéra-
tionnelles importantes à des conditions additionnelles.
Contrairement à ce que le Conseil d’État a indiqué
dans son avis, ceci ne concerne pas une intervention
réglementaire générale de la part de la Banque, mais
une décision ad hoc dans un dossier d’externalisation
spécifique. Le nouvel article 8, § 2 de la loi organique
de la Banque ne s’applique donc pas.
Selon l’article 5 du projet de loi, la qualification de
processeur d’importance systémique peut s’appliquer
à tout processeur proposant des services de traitement
d’opérations de paiement, et ce indépendamment du
lieu où se trouve ce processeur.
Il en découle donc qu’un prestataire de services
tel que visé à l’article 10 à qui le traitement effectif
d’opérations de paiement a été sous-traité (dans les
limites de cette notion telle que définie à l’article 3, 1°)
doit être considéré lui-même comme un processeur
d’importance systémique et qu’il est donc également
coresponsable des infractions commises aux règles de
conduite fixées au chapitre 3. Le processeur d’impor-
tance systémique qui externalise continue également
à assumer la coresponsabilité.
Article 11
L’article 11 est le premier de deux articles imposant
des règles de conduite concrètes à des processeurs
d’importance systémique.
Cet article est fondé sur les Principles for Financial
Market Infrastructures (PFMI), élaborés en 2012 en col-
laboration entre, d’une part, le Committee on Payment
and Settlement Systems, créé au sein de la Banque
des règlements internationaux (BRI), et, d’autre part,
le Comité Technique de l’Organisation internationale
des commissions de valeurs (IOSCO). Les principes
énoncés dans ces PFMI sont des normes considérées
comme essentielles par la communauté internationale
pour garantir et renforcer la stabilité.
Le contenu de l’article 11 est fondé sur une traduction
de certains aspects des PFMI 2, 3 et 17 dans le contexte
des processeurs d’opérations de paiement. Il est dès
lors fait référence à ces normes internationales. En
outre, la Banque peut préciser par voie de règlement ce
16
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
bepalen wat zij specifiek verstaat onder de in dit artikel
opgelegde gedragsregels.
Artikel 12
Dit artikel is de vertaling naar de context van ver-
werkers van betalingstransacties van bepaalde van de
klassieke oversightverwachtingen t.a.v. kritische dienst-
verleners van financiële marktinfrastructuren, zoals deze
opgenomen zijn in Annex F van de PFMI.
Paragraaf 3 van dit artikel bevat het vereiste dat sys-
teemrelevante verwerkers er voor moeten zorgen dat de
diensten voor de verwerking van betalingstransacties
maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens en
20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ‘s morgens
niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit
van het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt.
De Koning kan, op advies van de Bank, nadere regels
vastleggen voor het bepalen en berekenen van de niet-
beschikbaarheid en de in het artikel bedoelde periodes
van niet-beschikbaarheid wijzigen.
Niet-beschikbaarheid is te beschouwen als de on-
voorziene periode gedurende welke diensten voor de
verwerking van betalingstransacties, geheel of gedeel-
telijk, niet bruikbaar zijn voor de betalingsdienstaanbie-
ders, betalingsschema’s of betalingsdienstgebruikers.
Het betreft evenzeer de onvoorziene periode gedurende
welke de verwerking van betalingstransacties niet ver-
loopt zoals deze dient te verlopen.
De niet-beschikbaarheid wordt per tijdvak berekend,
ongeacht het aantal incidenten. Aldus wordt de tijd
van niet-beschikbaarheid van alle incidenten die zich
gedurende een welbepaald tijdvak (bijv. tussen 8 uur
’s morgens tot 20 uur) kunnen voordoen, opgeteld om
na te gaan of de wettelijk voorgeschreven limiet over-
schreden is.
Tevens is er een bovengrens op kwartaalbasis vast-
gesteld waarbij men slechts voor maximum 30 minuten
per kwartaal niet beschikbaar mag zijn tussen 8 uur ’s
morgens en 20 uur ’s avonds en voor maximum 120 mi-
nuten per kwartaal tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens.
Ook hier kan de Bank bij reglement nader bepalen wat
zij specifiek verstaat onder de in dit artikel opgelegde
gedragsregels.
qu’elle entend spécifiquement par les règles de conduite
énoncées dans cet article.
Article 12
Cet article est la traduction, dans le contexte des
processeurs d’opérations de paiement, de certaines des
attentes classiques en matière d’oversight à l’égard des
prestataires de services critiques des infrastructures de
marchés financiers, telles qu’elles figurent à l’annexe F
des PFMI.
Le paragraphe 3 de cet article comporte l’exigence
selon laquelle les processeurs d’importance systémique
doivent veiller à ce que les services de traitement des
opérations de paiement ne soient indisponibles tout
au plus que 30 minutes entre 8 heures du matin et
20 heures et 60 minutes entre 20 heures et 8 heures
du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des
paiements en Belgique ne soient pas compromises.
Le Roi peut, sur avis de la Banque, fixer des règles
complémentaires pour déterminer et calculer l’indispo-
nibilité, et modifier les périodes d’indisponibilité visées
à l’article en question.
L’indisponibilité doit être considérée comme la
période imprévue au cours de laquelle les services
de traitement des opérations de paiement ne peuvent
être utilisés, en tout ou en partie, par les prestataires
de services de paiement, les schémas de paiement ou
les utilisateurs de services de paiement. Il s’agit éga-
lement de la période imprévue au cours de laquelle le
traitement des opérations de paiement ne se déroule
pas comme il devrait.
L’indisponibilité est comptabilisée par tranche horaire,
indépendamment du nombre d’incidents. La durée de
l’indisponibilité résultant de l’ensemble des incidents qui
se sont produits durant une tranche horaire déterminée
(par exemple entre 8 heures et 20 heures) est calculée
afin de déterminer si la limite légale est dépassée.
Il existe en outre une limite trimestrielle autorisant une
indisponibilité de 30 minutes maximum par trimestre
entre 8 heures du matin et 20 heures et de 120 minutes
maximum par trimestre entre 20 heures et 8 heures du
matin.
Dans ce cas également, la Banque peut préciser par
voie de règlement ce qu’il y a lieu d’entendre spécifi-
quement par les règles de conduite visées à l’article
en question.
17
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Artikel 13
Samenhangend met de vereisten inzake beschik-
baarheid van de dienstverlening, bevat artikel 13 ver-
eisten met betrekking tot de communicatie rond een
eventuele niet-beschikbaarheid. Iedere systeemrele-
vante verwerker dient de Bank tijdens een werkdag in
kennis te stellen van de niet-beschikbaarheid van de
diensten voor de verwerking van betalingstransacties
binnen de volgende tijdsgrenzen:
1° 15 minuten na detectie van het incident indien het
incident plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur;
2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het
incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens.
Op advies van de Bank kan de Koning deze tijds-
grenzen aanpassen.
Bovenstaande houdt in dat een incident dat zou
plaatsvinden na 20u op een zaterdag zo spoedig moge-
lijk, doch pas na 8u ’s morgens op de daaropvolgende
werkdag, aan de Bank ter kennis moet gebracht worden.
Dit verduidelijkt op afdoende wijze de vraag van de
Raad van State naar de samenhang tussen de woorden
“tijdens een werkdag” en de woorden “15 minuten na
detectie”.
Paragraaf 2 bepaalt dat in geval van een incident
met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van
artikel 11 en alle paragrafen van artikel 12 behalve deze
inzake niet-beschikbaarheid van de dienstverlening,
een systeemrelevante verwerker de Bank hiervan ten
laatste de eestvolgende werkdag in kennis moet stel-
len. Dit betreft incidenten zoals een potentiële diefstal
van gegevens van betalingsdienstgebruikers, fraude of
“hacking” van de computersystemen.
De Bank kan bij reglement bepalen op welke wijze
de kennisgevingen bedoeld in artikel 13 dienen plaats
te vinden, evenals welke gegevens dienen meegedeeld
te worden.
Paragraaf 4 bepaalt dat de Bank binnen een redelijke
termijn een grondige analyse dient te verkrijgen van
de systeemrelevante verwerker met betrekking tot een
incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen
van artikel 11 en 12. Dit slaat uiteraard in de eerste
plaats op niet beschikbaarheid van de diensten voor
de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld
in artikel 12 paragraaf 3 maar is evenzeer van toepas-
sing op andere incidenten die een inbreuk uitmaken op
de bepalingen van artikel 11 en de overige paragrafen
van artikel 12.
Article 13
Compte tenu des exigences en matière de disponi-
bilité de la fourniture des services, l’article 13 comporte
des exigences liées à la communication relative à une
éventuelle indisponibilité. Tout processeur d’importance
systémique est tenu d’informer la Banque pendant
un jour ouvrable de l’indisponibilité des services de
traitement des opérations de paiement dans les délais
suivants:
1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident
si l’incident se produit entre 8 heures du matin et
20 heures;
2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin si
l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du matin.
Sur avis de la Banque, le Roi peut adapter ces délais.
Ceci implique qu’un incident qui se produirait après
20 heures le samedi devrait être notifié à la Banque dès
que possible, mais au plus tôt à 8 heures le matin du
jour ouvrable suivant. Ceci répond de manière suffisante
à la question du Conseil d’État concernant le rapport
entre les mots “pendant un jour ouvrable” et les mots
“dans les 15 minutes de la détection”.
Le paragraphe 2 prévoit qu’en cas d’incident relatif
aux dispositions de l’article 11 et de tous les paragraphes
de l’article 12, sauf celui concernant l’indisponibilité de
la fourniture des services, ou d’infraction à celles-ci, un
processeur d’importance systémique doit en informer
la Banque au plus tard le premier jour ouvrable suivant.
Il s’agit d’incidents tels qu’un vol potentiel de données
d’utilisateurs de services de paiement, une fraude ou
un piratage des systèmes informatiques.
La Banque peut préciser par voie de règlement la ma-
nière dont les notifications visées à l’article 13 doivent
se dérouler, ainsi que les données à communiquer.
Le paragraphe 4 prévoit que la Banque doit recevoir
de la part du processeur d’importance systémique,
dans un délai raisonnable, une analyse approfondie des
incidents qui constituent une infraction aux dispositions
des articles 11 et 12. Cela concerne principalement
l’indisponibilité des services de traitement des opé-
rations de paiement visé à l’article 12, paragraphe 3,
mais est également applicable aux autres incidents qui
constituent une infraction aux dispositions de l’article
11 et des autres paragraphes de l’article 12.
18
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder
die grondige analyse dient verstaan te worden.
HOOFDSTUK 4
Toezicht op betalingsschema’s en
systeemrelevante verwerkers
Artikel 14
Dit artikel bepaalt dat de Bank erop toeziet dat de
betalingsschema’s en hun uitbaters en de systeem-
relevante verwerkers doorlopend functioneren met
inachtneming van de bepalingen van het wetsontwerp
die op hen van toepassing zijn. Ten aanzien van de be-
talingsschema’s en hun uitbaters heeft het toezicht van
de Bank aldus voornamelijk betrekking op de naleving
van artikel 8, en ten aanzien van de systeemrelevante
verwerkers betreft het toezicht de naleving van het
bepaalde in de artikelen 9 tot en met 13. Het toezicht
door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het
licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de
door de systeemrelevante verwerker verrichte activitei-
ten, en de eraan verbonden risico’s. Dit mag niet aldus
worden geïnterpreteerd dat daarbij andere controle- en
toezichtsbevoegdheden worden verleend dan die welke
bij artikel 15 worden toegekend aan de Bank.
Artikel 15
De Bank kan zich, in het kader van haar toezichtsop-
dracht, door iedere uitbater van een betalingsschema en
door iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen
doen verstrekken over hun organisatie, werking, finan-
ciële positie en verwerkte betalingstransacties. Zij kan
eveneens voorschrijven dat haar geregeld cijfergege-
vens of andere documenten en uitleg worden verstrekt
om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze
wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen zijn nageleefd. Tot slot kan de Bank bij de
uitbater van een betalingsschema’s en de systeemrele-
vante verwerkers inspecties verrichten om na te gaan of
de bepalingen van het wetsontwerp worden nageleefd.
HOOFDSTUK 5
Dwangsommen en administratieve sancties
Artikel 16
Krachtens dit artikel kan de Bank een termijn vast-
stellen waarbinnen een systeemrelevante verwerker die
zich niet houdt aan de bepalingen van het wetsontwerp,
La Banque peut préciser par voie de règlement ce
qu’il y a lieu d’entendre par cette analyse approfondie.
CHAPITRE 4
Surveillance des schémas de paiement et des
processeurs d’importance systémique
Article 14
Cet article dispose que la Banque veille à ce que
les schémas de paiement et leurs exploitants et les
processeurs d’importance systémique fonctionnent
en permanence en conformité avec les dispositions du
projet de loi qui leur sont applicables. La surveillance
exercée par la Banque porte donc principalement sur
le respect de l’article 8 pour les schémas de paiement
et leurs exploitants et sur le respect du prescrit des
articles 9 à 13 pour les processeurs d’importance sys-
témique. La surveillance exercée par la Banque doit être
proportionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à
la complexité des activités exercées par le processeur
d’importance systémique, et aux risques qui y sont liés.
Ceci ne saurait être interprété comme conférant des
pouvoirs de contrôle et de surveillance autres que ceux
qui sont attribués à la Banque par l’article 15.
Article 15
Dans le cadre de sa mission de surveillance, la
Banque peut se faire transmettre par chaque exploi-
tant d’un schéma de paiement et chaque processeur
d’importance systémique tous renseignements sur leur
organisation, fonctionnement, situation financière et les
opérations de paiement qu’ils traitent. Elle peut égale-
ment imposer que des données chiffrées ou d’autres
documents et explications lui soient régulièrement
fournis afin de vérifier si les prescriptions de cette loi ou
de ses arrêtés et règlements d’exécution sont respec-
tées. Enfin, La Banque peut procéder à des inspections
auprès des exploitants d’un schéma de paiement et des
processeurs d’importance systémique pour s’assurer
du respect des dispositions du présent projet de loi.
CHAPITRE 5
Astreintes et sanctions administratives
Article 16
En vertu de cet article, la Banque peut fixer un délai
dans lequel un processeur d’importance systémique
qui ne se conforme pas aux dispositions du projet de
19
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
de toestand in kwestie moet verhelpen of zich moet
conformeren aan welbepaalde bepalingen van het wets-
ontwerp of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of
reglementen. Indien de verwerker na het verstrijken van
deze termijn de toestand niet heeft verholpen, kan de
Bank hem een dwangsom opleggen die per kalender-
dag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro noch in
het totaal meer dan 2 500 000 euro. Daarnaast kan de
Bank publiek bekendmaken dat een systeemrelevante
verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar aanma-
ningen om zich binnen de door haar bepaalde termijn te
conformeren aan de voorschriften van het wetsontwerp.
Men dient op te merken dat de door de Bank opge-
legde dwangsommen niet mogen beschouwd worden
als sancties doch wel als administratieve maatregelen
die erop gericht zijn de betrokken systeemrelevante
verwerkers zo snel en efficiënt mogelijk te doen functio-
neren conform de bepalingen van het wetsontwerp. Net
zoals de dwangsommen in prudentiële aangelegenhe-
den, worden zij opgelegd door het Directiecomité van
de Bank. Tegen een beslissing waarbij een dwangsom
wordt opgelegd, zal volgens een versnelde procedure
beroep mogelijk zijn bij de Raad van State (zie infra).
De in dit artikel bedoelde maatregelen (dwangsom
en/of publieke bekendmaking) kunnen enkel genomen
worden ten aanzien van systeemrelevante verwerkers.
Gelet op de aard en de meer beperkte reikwijdte van
de in artikel 8 bedoelde zorgvuldigheidsverplichting,
wordt het weinig doeltreffend noch opportuun geacht
om dergelijke maatregelen eveneens te nemen ten
aanzien van de uitbaters van betalingsschema’s. Aan
die uitbaters kunnen wel administratieve geldboetes
opgelegd worden.
Artikel 17 en 18
Wanneer een systeemrelevante verwerker zich niet
houdt aan het bepaalde in de artikelen 6, § 2, 9, 10,
11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen
besluiten en reglementen, kan de Bank krachtens dit ar-
tikel overgaan tot het opleggen van een administratieve
geldboete. Het minimumbedrag van de boete ligt vast
op 25 000 euro en het maximum bedraagt het hoogste
van ofwel 25 miljoen euro of 10 % van de jaaromzet van
het voorgaande boekjaar. Hiermee wordt bereikt dat de
Bank een administratieve geldboete van 10 % van de
jaaromzet van het voorgaande boekjaar kan opleggen,
ook al is dit bedrag hoger dan 25 miljoen euro. En dit
voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten. Dit
dubbele mechanisme ter bepaling van het plafond van
de sanctie geeft de Bank de nodige slagkracht om een
sanctie te bepalen die een afdoend effect heeft op de
betrokken systeemrelevante verwerker.
loi, doit remédier à la situation ou se conformer à des
dispositions bien précises du projet de loi ou aux arrêtés
et règlements adoptés en vue de son exécution. Si le
processeur n’a pas remédié à la situation au terme du
délai imparti, la Banque peut lui infliger une astreinte
qui ne pourra excéder 50 000 euros par jour calendaire,
ni 2 500 000 euros au total. La Banque peut en outre
rendre public qu’un processeur d’importance systé-
mique ne s’est pas conformé aux injonctions qui lui ont
été faites de respecter dans le délai qu’elle lui a imparti
les dispositions du projet de loi.
Il convient de noter que les astreintes infligées par la
Banque ne peuvent pas être considérées comme des
sanctions, mais bien comme des mesures d’ordre admi-
nistratif visant à ce que les processeurs d’importance
systémique concernés fonctionnent conformément aux
dispositions du projet de loi. À l’instar des astreintes
concernant des questions prudentielles, elles sont fixées
par le Comité de direction de la Banque. Dans le cas
d’une décision d’appliquer une astreinte, il est possible
de faire appel selon une procédure accélérée auprès
du Conseil d’État (voir infra).
Les mesures visées dans cet article (astreintes et/ou
publication) ne peuvent être prises qu’à l’encontre de
processeurs d’importance systémique. Compte tenu
de la nature et de la portée plus limitée de l’obligation
de diligence inscrite à l’article 8, il est peu efficace et
opportun d’adopter ce type de mesures à l’encontre
des exploitants de schémas de paiement. Ces derniers
peuvent en revanche se voir infliger des amendes
administratives.
Articles 17 et 18
Lorsqu’un processeur d’importance systémique
n’observe pas les dispositions des articles 6, § 2, 9,
10, 11, 12, 13 ou 15, ou de leurs arrêtés et règlements
d’exécution, la Banque peut, en vertu de cet article, lui
imposer une amende administrative. Le montant mini-
mum de l’amende est fixé à 25 000 euros et le montant
maximum ne peut excéder le montant le plus élevés
des deux montants ci-après, soit 25 millions d’euros,
soit 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice pré-
cédent. La Banque peut par conséquent imposer une
amende administrative de 10 % du chiffre d’affaires
annuel de l’exercice précédent même si ce montant est
supérieur à 25 millions d’euros, et ce pour le même fait
ou pour le même ensemble de faits. Ce double méca-
nisme servant à la définition du plafond de la sanction
confère à la Banque le pouvoir de définir une sanction
qui soit efficace à l’égard du processeur d’importance
systémique concerné.
20
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Wanneer de uitbater van een betalingsschema zich
niet houdt aan het bepaalde in de artikelen 6, § 1, 8 of
15 of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten en
reglementen, kan de Bank krachtens dit artikel eveneens
overgaan tot het opleggen van een administratieve
geldboete. In dat geval bedraagt de boete minimum
25 000 euro, doch het maximum bedraagt het hoogste
bedrag van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaar-
omzet van het voorgaande boekjaar van de uitbater van
het betalingsschema.
De Bank dient bij het opleggen van de administra-
tieve geldboetes rekening te houden met de duur en
de ernst van de gepleegde inbreuk. Artikel 18 geeft de
Bank aldus de mogelijkheid om, in voorkomend geval,
met verzachtende en verzwarende omstandigheden
rekening te houden bij het bepalen van de hoogte van
de administratieve geldboete.
Administratieve geldboetes worden opgelegd door de
in de schoot van de Bank opgerichte Sanctiecommissie
(zie infra). Tegen beslissingen waarbij een administra-
tieve geldboete wordt opgelegd, kan krachtens artikel
36/21 van de organieke wet van de Bank beroep worden
aangetekend bij het hof van beroep te Brussel.
Artikel 19
Dit artikel biedt de Bank de mogelijkheid om, onver-
minderd enige andere genomen maatregel, de uitbater
van een betalingsschema te verbieden (nog langer)
gebruik te maken van een systeemrelevante verwerker
indien deze laatste het voorwerp heeft uitgemaakt van
een administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel
17. Deze maatregel kan verregaande gevolgen hebben
maar wordt noodzakelijk geacht om de stabiliteit en de
continuïteit van het Belgische betaalverkeer te verzeke-
ren. Vooral wanneer een systeemrelevante verwerker in
een andere lidstaat gevestigd is of zijn diensten vanuit
een andere lidstaat aanbiedt, zijn dwangsommen en
administratieve sancties niet altijd geschikt om de na-
leving van het wetsontwerp te verzekeren. Een door de
Bank aan de uitbater van een betalingsschema opge-
legd verbod om beroep te doen op de diensten van een
systeemrelevante verwerker is dan de ultieme maatregel
om de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch betaal-
verkeer veilig te stellen.
Daarnaast kan de Bank een systeemrelevante ver-
werker verbieden belangrijke operationele taken met
betrekking tot de verwerking van betalingstransacties
uit te besteden aan een dienstverlener indien de in ar-
tikel 10 bedoelde voorwaarden inzake uitbesteding niet
worden nageleefd of nog indien de dienstverlener, indien
die zelf een systeemrelevante verwerker is, het voorwerp
Lorsque l’exploitant d’un schéma de paiement n’ob-
serve pas les dispositions des articles 6, § 1er, 8 ou 15,
ou leurs arrêtés et règlements d’exécution, la Banque
peut, en vertu de cet article, également lui imposer
une amende administrative. En l’espèce, le montant
minimum de l’amende est fixé à 25 000 euros, mais le
montant maximum équivaut au montant le plus élevé
entre 2 500 000 euros et 10 % du chiffre d’affaires an-
nuel de l’exercice précédent de l’exploitant du schéma
de paiement.
La Banque doit tenir compte de la durée et de la
gravité de l’infraction commise lorsqu’elle impose les
amendes administratives. L’article 18 confère donc à la
Banque la possibilité de tenir compte, le cas échéant,
de circonstances atténuantes et aggravantes lorsqu’elle
définit le niveau de l’amende administrative.
Les amendes administratives sont imposées par la
Commission des sanctions hébergée par la Banque
(voir ci-dessous). En vertu de l’article 36/21 de la loi
organique de la Banque, il est possible d’interjeter
appel auprès de la cour d’appel de Bruxelles contre les
décisions imposant une amende administrative.
Article 19
Cet article habilite la Banque, sans préjudice de
toute autre mesure prise, à interdire à l’exploitant d’un
schéma de paiement de (continuer de) faire appel à
un processeur d’importance systémique au cas où ce
processeur a fait l’objet d’une amende administrative
telle que visée à l’article 17. Bien que cette mesure soit
susceptible d’entraîner de très lourdes conséquences,
elle est jugée nécessaire pour préserver la stabilité et
la continuité des paiements en Belgique. En particulier
lorsqu’un processeur d’importance systémique est
établi dans un autre État membre ou offre ses services
au départ d’un autre État membre, les astreintes et les
amendes administratives ne constituent pas toujours
l’instrument approprié pour garantir le respect du projet
de loi. L’imposition à l’exploitant d’un schéma de paie-
ment d’une interdiction de recourir aux services d’un
processeur d’importance systémique constitue dès lors
la mesure ultime de la Banque pour préserver la stabilité
et la continuité des paiements en Belgique.
En outre, la Banque peut interdire à un processeur
d’importance systémique d’externaliser des tâches
opérationnelles importantes relatives au traitement
d’opérations de paiement à un prestataire de services
si les conditions visées à l’article 10 concernant l’exter-
nalisation ne sont pas respectées, ou si le prestataire de
services qui est lui-même un processeur d’importance
21
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
heeft uitgemaakt van een administratieve geldboete als
bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°.
Artikel 20
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
HOOFDSTUK 6
Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding
Artikel 21
Hierboven werd reeds toegelicht dat het wetsontwerp
bepaalde oversightverwachtingen ten aanzien van sys-
teemrelevante verwerkers onderbrengt in een juridisch
afdwingbaar kader, in navolging van gelijkaardige evolu-
ties op Europees vlak. Deze evoluties doen vermoeden
dat een tendens is ingezet waarbij de oversightvereisten
op termijn steeds vaker zullen opgenomen worden in
juridisch afdwingbare akten, zowel op Europees als op
nationaal niveau. Het voorliggend wetsontwerp kiest
voor het behoud van de oversightbenadering wat de
systeemrelevante verwerkers betreft. Om deze evolutie
evenwel te consolideren, vervangt het ontworpen artikel
21 artikel 8 van de organieke wet van de Bank.
De eerste paragraaf van artikel 8 herneemt de be-
woordingen van het huidige artikel 8 maar verduidelijkt
dat de Bank niet alleen het oversight uitoefent op de
verrekenings- en betalingssystemen maar ook op de
vereffeningssystemen. De Bank past daarbij niet alleen
de Europese regelgeving toe maar ook de Belgische
wetgeving ter zake.
Aldus bevestigt de eerste paragraaf dat de Bank niet
alleen het oversight uitoefent zoals bedoeld in artikel
22 van de statuten van het ESCB en van de ECB (ver-
zekeren van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en
betalingssystemen) maar ook in die domeinen die niet
tot de bevoegdheid van het ESCB en de ECB beho-
ren. In zijn arrest van 4 maart 2015 (zaak T-496/11,
Verenigd Koninkrijk / ECB) oordeelde het Gerecht van
het Hof van Justitie immers dat “de ECB niet over de
nodige bevoegdheid beschikt om de activiteiten van
effectenvereffeningssystemen te reguleren”. Dit arrest
doet echter geen afbreuk aan de bevoegdheid van de
lidstaten om de nationale centrale banken, zoals in casu
de Bank, bevoegd te maken voor het oversight in andere
domeinen. De eerste paragraaf van artikel 8 bevestigt
en verduidelijkt aldus de bestaande praktijk in België.
systémique, a fait l’objet d’une amende administrative
telle que visée à l’article 17, paragraphe 1er, 1°.
Article 20
Le présent article n’appelle pas de commentaire
particulier.
CHAPITRE 6
Modifications et entrée en vigueur
Article 21
Comme expliqué ci-avant, le projet de loi place une
série d’attentes en matière d’oversight à l’égard des
processeurs d’importance systémique dans un cadre
juridique contraignant, suivant en cela des évolutions
comparables observées à l’échelon européen. Ces évo-
lutions laissent à penser qu’il se dégage une tendance
qui amènera à terme à consigner de plus en souvent
les exigences en matière d’oversight dans des actes
juridiques contraignants, et ce aux niveaux tant euro-
péen que national. Le présent projet de loi opte pour le
maintien de l’approche d’oversight en ce qui concerne
les processeurs d’importance systémique. Aux fins tou-
tefois de consolider cette évolution, l’article 21 en projet
remplace l’article 8 de la loi organique de la Banque.
Le paragraphe 1er de l’article 8 reprend la formulation
de l’actuel article 8 tout en précisant que la Banque
exerce l’oversight non seulement sur les systèmes de
compensation et de paiement, mais aussi sur les sys-
tèmes de liquidation. À cet effet, la Banque applique à
la fois la réglementation européenne et la législation
belge en la matière.
Ainsi le paragraphe 1er confirme-t-il que la Banque
exerce l’oversight non seulement tel que le prévoit
l’article 22 des statuts du SEBC et de la BCE (assurer
l’efficacité et la solidité des systèmes de compensa-
tion et de paiement) mais aussi dans les domaines qui
ne relèvent pas de la compétence du SEBC et de la
BCE. Dans son arrêt du 4 mars 2015 (affaire T-496/11,
Royaume-Uni/BCE), le Tribunal de la Cour de Justice
a en effet estimé que “la BCE ne dispose pas de la
compétence nécessaire pour réglementer l’activité des
systèmes de compensation de titres”. Pour autant, ledit
arrêt ne porte pas préjudice à la compétence des États
membres de confier aux banques centrales nationales,
en l’espèce donc la Banque, l’oversight dans d’autres
domaines. Le paragraphe 1er de l’article 8 confirme et
précise donc les pratiques existantes en Belgique.
22
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Paragraaf 2 bepaalt dat de Bank in oversightaange-
legenheden reglementen kan vaststellen ter aanvulling
van de betrokken wettelijke of reglementaire bepalingen
betreffende technische punten. Deze reglementen heb-
ben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning
en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De
Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze regle-
menten of deze regels zelf vaststellen indien de Bank
geen reglementen heeft vastgesteld. Deze bepaling is
geïnspireerd op de reglementaire bevoegdheid die de
Bank reeds heeft bij de uitoefening van het prudentieel
toezicht op de financiële instellingen (zie artikel 12bis,
§ 2 van de organieke wet van de Bank).
Paragraaf 3 bepaalt dat de Bank de oversightbe-
voegdheden uitsluitend uitoefent in het algemeen
belang. De Bank, de leden van haar organen en haar
personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor
hun beslissingen, niet-optreden, handelingen of ge-
dragingen in het kader van de uitoefening van deze
opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout.
Deze bepaling is geïnspireerd op artikel 12bis, § 3 van
de organieke wet van de Bank.
Artikel 22
Artikel 36/8, § 1 van de organieke wet van de Bank
bepaalt dat de Sanctiecommissie oordeelt over het
opleggen van de administratieve geldboetes waarin
voorzien is door de wetten die van toepassing zijn op
de instellingen waarop zij toezicht houdt, evenals over
het opleggen van de administratieve geldboetes waarin
voorzien is in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van
21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel-
lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de
toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en
tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de
toegang tot betalingssystemen.
Het artikel 22 zorgt er voor dat de Sanctiecommissie
ook oordeelt over het opleggen van de administratieve
geldboetes die voorzien zijn in het voorliggend wets-
ontwerp, en meer in het algemeen alle administratieve
geldboetes die voorzien zijn in de oversightwetten be-
doeld in artikel 8, § 1 van de organieke wet van de Bank.
Tevens wordt in artikel 36/8, § 1 van die organiek wet
verduidelijkt dat de Sanctiecommissie ook administra-
tieve geldboetes kan opleggen wanneer zulks voorzien
is in de wetten bedoeld in artikel 12ter van de organieke
wet van de Bank (regelgeving inzake de afwikkeling van
kredietinstellingen, beursvennootschappen en bepaalde
andere ondernemingen).
Le paragraphe 2 dispose que la Banque peut, dans
les matières d’oversight, adopter des règlements visant
à compléter les dispositions légales ou réglementaires
applicables concernant des points techniques. Ces
règlements ne prennent effet qu’après approbation
par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi
peut apporter des modifications à ces règlements ou
fixer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté
de règlement. Cette disposition s’inspire de la compé-
tence réglementaire dont dispose déjà la Banque dans
l’exercice du contrôle prudentiel des établissements
financiers (voir l’article 12bis, § 2, de la loi organique
de la Banque).
Le paragraphe 3 dispose que la Banque exerce ses
pouvoirs en matière d’oversight exclusivement dans
l’intérêt général. Hormis cas de fraude ou faute grave,
la Banque, les membres de ses organes et son per-
sonnel ne sont civilement pas responsables de leurs
décisions, inactions, actes ou comportements dans
l’exercice de cette mission. Cette disposition s’inspire
de l’article 12bis, § 3, de la loi organique de la Banque.
Article 22
L’article 36/8, § 1er, de la loi organique de la Banque
prévoit que la Commission des sanctions statue sur
l’imposition des amendes administratives prévues
par les lois applicables aux établissements qu’elle
contrôle, ainsi que sur l’imposition des amendes admi-
nistratives prévues aux articles 50/1 et 50/2 de la loi du
21 décembre 2009 relative au statut des établissements
de paiement et des établissements de monnaie électro-
nique, à l’accès à l’activité de prestataire de services
de paiement, à l’activité d’émission de monnaie élec-
tronique et à l’accès aux systèmes de paiement.
L’article 22 prévoit que la Commission des sanc-
tions statue également sur l’imposition des amendes
administratives prévues par le présent projet de loi, et
plus généralement de toutes les amendes administra-
tives prévues par les lois relatives à l’oversight visées
à l’article 8, § 1er, de la loi organique de la Banque.
L’article 36/8, § 1er, de ladite loi organique précise par
ailleurs que la Commission des sanctions peut égale-
ment imposer des sanctions administratives dans les
cas prévus par les lois visées à l’article 12ter de la loi
organique de la Banque (réglementation relative à la
résolution des établissements de crédit, des sociétés
de bourse et de certaines autres entreprises).
23
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Artikel 23
Het artikel 23 verzekert dat de procedureregels voor
het opleggen van administratieve geldboetes ook van
toepassing zijn wanneer de Bank in de uitoefening van
haar oversightbevoegdheden en bevoegdheden inzake
afwikkeling vaststelt dat er aanwijzingen zijn van praktij-
ken die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van
een administratieve geldboete. Dit artikel brengt daartoe
een wijziging aan in artikel 36/9, § 1 van de organieke
wet van de Bank.
De minister van Economie,
Kris PEETERS
De minister van Financiën,
Johan VAN OVERTVELDT
Article 23
L’article 23 assure que les règles de procédure
concernant l’imposition d’amendes administratives
soient également applicables lorsque la Banque
constate, dans l’exercice de ses missions d’oversight
et de ses compétences en matière de résolution, qu’il
existe des indices de l’existence d’une pratique sus-
ceptible de donner lieu à l’imposition d’une amende
administrative. Cet article modifie donc l’article 36/9,
§ 1er, de la loi organique de la Banque.
Le ministre de l’Économie,
Kris PEETERS
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
24
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
VOORONTWERP VAN WET
onderworpen aan het advies van de Raad van State
Voorontwerp van wet houdende het toezicht op
verwerkers van betalingstransacties
HOOFDSTUK 1
Doel – definities – toepassingsgebied
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel
74 van de Grondwet.
Art. 2
Deze wet regelt het toezicht op de activiteiten van ver-
werkers van betalingstransacties alsook het toezicht op de
naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering
ervan genomen besluiten en reglementen.
De opdrachten die deze wet aan de Bank toevertrouwt,
maken een taak uit zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van
22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van
de Nationale Bank van België.
Art. 3
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° verwerking van betalingstransacties: het uitvoeren van
technische processen nodig voor en in het bijzonder gericht
op de afhandeling van een betalingstransactie;
2° verwerker: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon
die diensten voor de verwerking van betalingstransac-
ties aanbiedt;
3° systeemrelevante verwerker: iedere verwerker die de
drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt;
4° betalingstransactie: een door de betaler of de be-
gunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt
overgemaakt, ongeacht of er onderliggende verplichtingen
tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij (a) de
betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen verschillende
betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalingsdienst-
aanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van
de begunstigde in België actief zijn;
5° betalingsdienstaanbieder: de instellingen en overheden
bedoeld in artikel 5 van de wet van 21 december 2009;
6° betaler: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon die
houder is van een betaalrekening en een betalingstransactie
vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij ontbreken van
AVANT-PROJET DE LOI
soumis à l’avis du Conseil d’État
Avant-projet de loi relatif à la surveillance des
processeurs d’opérations de paiement
CHAPITRE 1ER
Objectif – définitions – champ d’application
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la
Constitution.
Art. 2
La présente loi règle la surveillance des activités des pro-
cesseurs d’opérations de paiement, ainsi que le contrôle du
respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et
règlements adoptés aux fi ns de son exécution.
Les missions dévolues à la Banque par la présente loi
font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du
22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque natio-
nale de Belgique.
Art. 3
Aux fi ns de l’application de la présente loi, il y a lieu
d’entendre par:
1° traitement d’opérations de paiement: la mise en œuvre
des processus techniques qui sont nécessaires et spécia-
lement destinés à l’exécution d’une opération de paiement;
2° processeur: toute personne physique ou morale qui
propose des services de traitement d’opérations de paiement;
3° processeur d’importance systémique: tout processeur
qui dépasse le seuil visé à l’article 5;
4° opération de paiement: une action, initiée par le payeur
ou le bénéfi ciaire, consistant à transférer de la monnaie
scripturale, indépendamment de toute obligation sous-ja-
cente entre le payeur et le bénéfi ciaire, et dans le cadre de
laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre des
prestataires de services de paiement différents et (b) tant le
prestataire de services de paiement du payeur que celui du
bénéfi ciaire opèrent en Belgique;
5° prestataire de services de paiement: les établissements
et autorités visés à l’article 5 de la loi du 21 décembre 2009;
6° payeur: une personne physique ou morale qui est
titulaire d’un compte de paiement et autorise un ordre de
paiement à partir de ce compte de paiement, ou, en l’absence
25
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
een betaalrekening, een natuurlijke of rechtspersoon die een
betalingsopdracht geeft;
7° begunstigde: natuurlijke of rechtspersoon die de be-
oogde uiteindelijke ontvanger is van het giraal geld waarop
een betalingstransactie betrekking heeft;
8° betaalrekening: een op naam van één of meer beta-
lingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de
uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;
9° betalingsdienstgebruiker: natuurlijke of rechtspersoon
die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van
een betalingsdienst gebruikmaakt;
10° betalingsdienst: elke bedrijfsactiviteit bedoeld in artikel
4, 1° van de wet van 21 december 2009;
11° betalingsopdracht: een door een betaler of begunstigde
aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een
betalingstransactie uit te voeren;
12° betalingsschema: een in België actief enkel geheel
van tussen betalingsdienstaanbieders overeengekomen
voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren
voor de uitvoering van betalingstransacties dat losstaat van
een infrastructuur die of een betalingssysteem dat de wer-
king ervan ondersteunt, en dat een voor de werking van het
betalingsschema verantwoordelijk(e) specifi ek(e) besluitvor-
mingsorgaan, – organisatie of -entiteit omvat;
13° uitbesteding: een overeenkomst van om het even
welke vorm tussen een verwerker en een dienstverlener op
grond waarvan deze dienstverlener een proces, een dienst
of een activiteit verricht die anders door de verwerker zelf
zou worden verricht;
14° belangrijke operationele taak: een taak die bij een
gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk
nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inacht-
neming door de verwerker van de verplichtingen waaraan
hij uit hoofde van deze wet onderworpen is, dan wel voor de
continuïteit en de stabiliteit van zijn dienstverlening en van
het Belgisch betaalverkeer;
15° de Bank: de instelling bedoeld in de wet van
22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van
de Nationale Bank van België;
16° overschrijving: een betalingsdienst voor het crediteren
van de betaalrekening van een begunstigde met een beta-
lingstransactie of een reeks betalingstransacties van een
betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaan-
bieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis
van een door de betaler gegeven instructie;
17° domiciliëring: een betalingsdienst voor het debiteren
van de betaalrekening van een betaler, waarbij een beta-
lingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op
basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de
betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de be-
talingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming;
de compte de paiement, une personne physique ou morale
qui donne un ordre de paiement;
7° bénéfi ciaire: une personne physique ou morale qui est le
destinataire prévu de la monnaie scripturale ayant fait l’objet
d’une opération de paiement;
8° compte de paiement: un compte qui est détenu au nom
d’un ou de plusieurs utilisateurs de services de paiement et
qui est utilisé aux fi ns de l’exécution d’opérations de paiement;
9° utilisateur de services de paiement: une personne phy-
sique ou morale qui utilise un service de paiement en qualité
de payeur ou de bénéfi ciaire, ou des deux;
10° service de paiement: toute activité professionnelle
visée à l’article 4, 1°, de la loi du 21 décembre 2009;
11° ordre de paiement: toute instruction d’un payeur ou
d’un bénéfi ciaire à son prestataire de services de paiement
demandant l’exécution d’une opération de paiement;
12° schéma de paiement: un ensemble unique, opérant
en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ou de
lignes directrices pour l’exécution d’opérations de paiement,
convenu entre des prestataires de services de paiement,
distinct d’une infrastructure ou d’un système de paiement qui
en soutient le fonctionnement, et qui comprend une entité, un
organisme ou un organe décisionnel spécifi que responsable
du fonctionnement du schéma de paiement;
13° externalisation: tout accord, quelle que soit sa forme,
entre un processeur et un prestataire de services en vertu
duquel ce prestataire de services prend en charge un pro-
cessus, un service ou une activité qui aurait autrement été
pris en charge par le processeur lui-même;
14° tâche opérationnelle importante: toute tâche qui, en
cas de d’anomalie ou de défaillance dans son exercice, est
susceptible de nuire sérieusement à la capacité du proces-
seur de se conformer en permanence aux obligations qui lui
incombent en vertu de la présente loi, ou à la continuité et à
la stabilité de ses services et du circuit de paiement belge;
15° la Banque: l ’organisme visé dans la loi du
22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque natio-
nale de Belgique;
16° virement: service de paiement fourni par le prestataire
de services de paiement qui détient le compte de paiement
d’un payeur, visant à créditer, sur la base d’une instruction
donnée par le payeur, le compte de paiement d’un bénéfi ciaire
par une opération ou une série d’opérations de paiement,
réalisées à partir du compte de paiement du payeur;
17° domiciliation: un service de paiement visant à débiter
le compte de paiement d’un payeur, lorsqu’une opération de
paiement est initiée par le bénéfi ciaire sur la base du consen-
tement donné par le payeur au bénéfi ciaire, au prestataire de
services de paiement du bénéfi ciaire ou au propre prestataire
de services de paiement du payeur;
26
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
18° wet van 21 december 2009: de wet van
21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel-
lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de
toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot
de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang
tot betalingssystemen;
19° werkdag: alle kalenderdagen met uitsluiting van de
zondagen en wettelijke feestdagen.
Art. 4
Deze wet is niet van toepassing op:
1° de verwerking van betalingstransacties die zijn geba-
seerd op een van de volgende documenten die door een
betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met de bedoeling
giraal geld beschikbaar te stellen aan de begunstigde:
i) een papieren cheque bedoeld in artikel 1 van de wet
van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale
wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de in-
werkingtreding van deze wet, en iedere andere gelijkaardige
vorm van papieren cheque, zoals de postcheque bepaald bij
de wet van 2 mei 1956 op de postcheck, een circulaire cheque,
of elke andere titel die, ongeacht de benaming of de vorm,
dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt;
ii) een papieren wisselbrief bedoeld in artikel 1 van de
gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbrief-
jes, als ingevoegd in Titel VIII van Boek I van het Wetboek
van Koophandel en iedere gelijkaardige vorm van papieren
wisselbrief die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde
rechtsgevolgen met zich meebrengt;
iii) een papieren tegoedbon, waaronder papieren dien-
stencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van
20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en
papieren maaltijdcheque;
iv) een papieren reischeque;
v) een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald in
contanten aan een loket van een postkantoor of van een ander
postaal servicepunt;
2° de verwerking van betalingstransacties die binnen
een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem worden
uitgevoerd;
3° de verwerking van overschrijvingen en domiciliëringen.
18° loi du 21 décembre 2009: la loi du 21 décembre 2009 re-
lative au statut des établissements de paiement et des éta-
blissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité
de prestataires de services de paiement, à l’activité d’émis-
sion de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes
de paiement;
19° jour ouvrable: tous les jours calendaires à l’exception
des dimanches et jours fériés.
Art. 4
La présente loi ne s’applique pas:
1° au traitement d’opérations de paiement fondées sur l’un
des documents suivants, tiré sur le prestataire de services
de paiement en vue de mettre de la monnaie scripturale à la
disposition du bénéfi ciaire:
i) un chèque papier tel que visé à l’article 1er de la loi du
1er mars 1961 concernant l’introduction dans la législation
nationale de la loi uniforme sur le chèque et sa mise en
vigueur, ainsi que toute autre forme similaire de chèque papier,
telle qu’un chèque postal au sens de la loi du 2 mai 1956 sur
le chèque postal, un chèque circulaire, ou tout autre titre qui,
quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assorti des
mêmes effets juridiques;
ii) une lettre de change sur support papier, telle que visée
à l’article 1er des lois coordonnées sur la lettre de change et
le billet à ordre, insérées dans le titre VIII du livre Ier du Code
de commerce, ainsi que toute autre forme similaire de lettre
de change sur support papier qui, quelle que soit sa dénomi-
nation ou sa forme, est assortie des mêmes effets juridiques;
iii) un titre de service sur support papier, comme par
exemple un titre-service sur support papier tel que visé à
l’article 2, 1°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le
développement de services et d’emplois de proximité, ou un
chèque-repas sur support papier;
iv) un chèque de voyage sur support papier;
v) un mandat postal sur support papier, émis et/ou payé
en espèces au guichet d’un bureau de poste ou d’un autre
point de service postal;
2° au traitement d’opérations de paiement effectuées au
sein d’un système de paiement ou de règlement d’opérations
sur titres;
3° au traitement de virements et domiciliations.
27
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 2
Drempel en kennisgevingsverplichtingen
Art. 5
Indien een verwerker voor minimum honderdvijfentwintig
miljoen betalingstransacties, gemeten over het voorgaande
kalenderjaar, via één bepaald betalingsschema diensten voor
de verwerking ervan heeft verleend, wordt deze verwerker
beschouwd als een systeemrelevante verwerker.
Op voorstel van de Bank, kan de Koning:
1° het bedrag van de drempel bedoeld in het eerste
lid wijzigen;
2° nadere regels vastleggen voor de berekening van de
drempel bedoeld in het eerste lid.
Art. 6
§ 1. Ieder betalingsschema verstrekt jaarlijks, vóór 1 april,
aan de Bank de volgende gegevens over iedere verwerker
waarop hij beroep doet:
1° de naam, voornamen, woon -en verblijfplaats en ge-
boortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is;
2° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het
adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbestuur van
de verwerker die een rechtspersoon is;
3° het aantal tijdens het voorgaande kalenderjaar via haar
betalingsschema verrichte betalingstransacties, evenals het
aandeel in dit totaal aantal betalingstransacties van iedere
verwerker waarvan zij gebruik maakt.
§ 2. Iedere verwerker is ertoe gehouden om de Bank en
het betalingsschema waarvoor hij diensten verleent onver-
wijld in te lichten wanneer hij de drempel bedoeld in artikel
5 overschrijdt.
§ 3. De Bank stelt een verwerker die de drempel bedoeld
in artikel 5 overschrijdt in kennis van diens kwalifi catie als
systeemrelevante verwerker. De Bank kan daarbij rekening
houden met de informatie die zij ontvangt in toepassing van
de paragrafen 1 en 2. De Bank kan echter ook rekening hou-
den met alle andere informatie waarover zij beschikt in de
uitoefening van haar taken.
De Bank brengt haar gemotiveerde kennisgeving ter kennis
van de verwerker en van het betrokken betalingsschema, met
een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangst-
bewijs. Die kennisgeving heeft uitwerking vanaf de datum
bepaald door de Bank, doch ten vroegste één maand na
datum van de kennisgeving, en dit tot de Bank een systeem-
relevante verwerker een kennisgeving bezorgt als bedoeld
in paragraaf 4.
CHAPITRE 2
Seuil et obligations de notification
Art. 5
Si un processeur a fourni des services aux fi ns du traite-
ment d’un minimum de cent vingt-cinq millions d’opérations
de paiement, calculées sur l’année calendaire antérieure,
au moyen d’un schéma de paiement déterminé, ce pro-
cesseur est considéré comme un processeur d’importance
systémique.
Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à:
1° modifi er le montant du seuil visé à l’alinéa 1er;
2° fi xer des règles plus précises pour le calcul du seuil
visé à l’alinéa 1er.
Art. 6
§ 1er. Tout schéma de paiement transmet à la Banque,
avant le 1er avril, les informations suivantes concernant chaque
processeur auquel il fait appel:
1° le nom, les prénoms, le lieu de résidence et le domi-
cile, ainsi que la date de naissance si le processeur est une
personne physique;
2° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse
du siège social ou du siège central si le processeur est une
personne morale;
3° le nombre d’opérations de paiement effectuées au
moyen de son schéma de paiement au cours de l’année
calendaire écoulée, ainsi que la part que représente chaque
processeur auquel il recourt.
§ 2. Tout processeur est tenu d’informer immédiatement
la Banque et le schéma de paiement pour lequel il fournit des
services en cas de dépassement du seuil visé à l’article 5.
§ 3. La Banque notifi e à un processeur qui dépasse le
seuil visé à l’article 5 sa qualifi cation en tant que processeur
d’importance systémique. La Banque peut, à cette fi n, tenir
compte de toute information qu’elle reçoit en vertu des para-
graphes 1er et 2. La Banque peut toutefois aussi tenir compte
de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice
de ses missions.
La Banque porte sa notifi cation motivée à la connaissance
du processeur et du schéma de paiement concerné, soit
par courrier recommandé, soit par courrier avec accusé de
réception. Cette notifi cation prend effet à compter de la date
arrêtée par la Banque, ou au plus tôt un mois après la date de
la notifi cation, et ce jusqu’à ce qu’elle fournisse au processeur
une notifi cation telle que visée au paragraphe 4.
28
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 4. Een verwerker wordt niet langer als een systeemre-
levante verwerker beschouwd wanneer deze niet langer de
drempel in artikel 5 overschrijdt en de Bank de systeemre-
levante verwerker daarvan in kennis stelt. De Bank kan die
kennisgeving bezorgen:
1° op eigen initiatief, op grond van de informatie die zij
ontvangt in toepassing van paragraaf 1 dan wel op grond van
alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening
van haar taken;
2° op vraag van een systeemrelevante verwerker, in welk
geval die verwerker de nodige cijfergegevens of uitleg toe-
voegt aan diens verzoek. De Bank kan nader bepalen welke
cijfergegevens of uitleg vereist zijn.
Art. 7
De Bank houdt een lijst bij van alle verwerkers aan wie
zij krachtens artikel 6, § 3 een kennisgeving heeft bezorgd.
De Bank maakt deze lijst bekend op haar website. De Bank
zorgt voor een regelmatige actualisering van de op de website
verstrekte informatie.
De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere
verwerker minstens de volgende informatie:
1° de datum van de bezorging van de kennisgeving en
de datum waarop die kennisgeving uitwerking heeft zoals
bepaald in artikel 6, § 3, tweede lid;
2° de naam, voornamen, woon-en verblijfplaats en ge-
boortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is;
3° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het
adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbestuur van
de verwerker die een rechtspersoon is.
HOOFDSTUK 3
Bedrijfsuitoefening
Art. 8
Ieder betalingsschema dient zich er op periodieke basis
van te vergewissen dat iedere systeemrelevante verwerker
waarvan zij gebruik maakt in staat is om het bepaalde in dit
Hoofdstuk na te leven. Het betalingsschema hanteert daarbij
de nodige zorgvuldigheid.
De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het
bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden.
Art. 9
De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor
fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor fusies
tussen die verwerkers en andere ondernemingen.
§ 4. Un processeur n’est plus considéré comme un pro-
cesseur d’importance systémique dès lors qu’il ne dépasse
plus le seuil visé à l’article 5 et que la Banque le lui a notifi é.
La Banque peut procéder à cette notifi cation:
1° de sa propre initiative, sur la base d’informations qu’elle
reçoit en vertu du paragraphe 1er, ainsi que sur la base de
toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de
ses missions;
2° sur demande d’un processeur d’importance systémique,
auquel cas ce processeur joint à sa requête toutes les expli-
cations ou données nécessaires. La Banque peut ensuite
décider quelles données ou explications sont requises.
Art. 7
La Banque conserve une liste de tous les processeurs à
qui elle a fourni une notifi cation en vertu de l’article 6, § 3. La
Banque publie cette liste sur son site internet. La Banque est
tenue de mettre régulièrement à jour les informations fi gurant
sur son site internet.
La liste visée à l’alinéa 1er doit mentionner au minimum
les informations suivantes concernant chaque processeur:
1° la date à laquelle la notifi cation a été transmise ainsi que
la date à laquelle la notifi cation prend effet, conformément à
l’article 6, § 3, alinéa 2;
2° le nom, les prénoms, le domicile, le lieu de résidence,
ainsi que la date de naissance du processeur s’il est une
personne physique;
3° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse
du siège social ou du siège central du processeur, s’il est
une personne morale.
CHAPITRE 3
Exercice de l’activité
Art. 8
Tout schéma de paiement est tenu de s’assurer sur une
base périodique que tout processeur d’importance systé-
mique auquel il recourt est à même de respecter les disposi-
tions du présent chapitre. Le schéma de paiement fait preuve
à cet égard de la diligence requise.
La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y
a lieu d’entendre par les dispositions de l’alinéa 1er.
Art. 9
Sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque les
fusions entre processeurs d’importance systémique et les
fusions entre ces processeurs et d’autres entreprises.
29
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Worden voor de toepassing van dit artikel met fusies ge-
lijkgesteld, overdrachten van een deel of het geheel van het
bedrijf en integrale of gedeeltelijke overdrachten van het net.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en
stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de fu-
sies bedoeld in het eerste lid aan voorwaarden onderwerpen.
De Bank kan haar toestemming enkel weigeren binnen
drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld
met voorlegging van een volledig dossier, om redenen die
verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de
systeemrelevante verwerker en de impact van het voorstel op
de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer.
Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de
toestemming geacht te zijn verkregen.
Art. 10
Een systeemrelevante verwerker mag belangrijke operati-
onele taken met betrekking tot de verwerking van betalings-
transacties slechts uitbesteden aan een dienstverlener onder
de hiernavolgende voorwaarden:
1° de voorafgaande toestemming van de Bank is vereist;
2° de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding
van de verwerker zijn verantwoordelijkheden delegeert;
3° de relatie en verplichtingen van de verwerker ten op-
zichte van betalingsdienstaanbieders en betalingsschema’s
worden niet gewijzigd;
4° de naleving van de voorwaarden waaraan de verwer-
ker krachtens deze wet moet voldoen, mag niet worden
ondermijnd;
5° de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan
de kwaliteit van de interne controle van de verwerker en aan
het vermogen van de Bank om de naleving door de verwerker
van zijn verplichtingen te controleren.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en
stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de uit-
besteding van belangrijke operationele taken aan bijkomende
voorwaarden onderwerpen.
Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijft de systeem-
relevante verwerker volledig verantwoordelijk voor de hande-
lingen die gesteld zijn door de dienstverlener.
Art. 11
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de aanne-
melijke oorzaken van interne en externe operationele risico’s
voor de verwerking van betalingstransacties te identifi ceren
en de impact ervan te beperken door middel van een passend
Sont, pour l’application du présent article, assimilé à des
fusions, les cessions de l’ensemble ou d’une partie de l’acti-
vité et les cessions de l’ensemble ou d’une partie du réseau.
En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maîtrise
adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des
paiements en Belgique, la Banque peut soumettre les fusions
visées à l’alinéa 1er à des conditions.
La Banque ne peut refuser l’autorisation que dans les
trois mois de la notifi cation préalable qui lui a été faite du
projet avec présentation d’un dossier complet, et pour des
motifs relatifs à la gestion saine et prudente du processeur
d’importance systémique et à l’incidence de la proposition
sur la continuité et la stabilité des paiements en Belgique. Si
elle n’intervient pas dans le délai fi xé ci-dessus, l’autorisation
est réputée acquise.
Art. 10
Un processeur d’importance systémique ne peut exter-
naliser des tâches opérationnelles importantes relatives
au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de
services qu’aux conditions suivantes:
1° l’autorisation préalable de la Banque est requise;
2° l’externalisation n’entraîne aucune délégation de la
responsabilité de la direction générale du processeur;
3° la relation et les obligations du processeur à l’égard
des prestataires de services de paiement et des schémas
de paiement ne sont pas modifi ées;
4° le respect des conditions que le processeur est tenu de
remplir en vertu de la présente loi n’est pas altéré;
5° l’externalisation ne peut pas être faite d’une manière
qui nuise sérieusement à la qualité du contrôle interne du
processeur et qui empêche la Banque de contrôler le respect,
par le processeur, de ses obligations.
En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maîtrise
adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des
paiements en Belgique, la Banque peut soumettre l’exter-
nalisation des tâches opérationnelles importantes à des
conditions additionnelles.
Dans l’externalisation d’activités, le processeur d’impor-
tance systémique demeure entièrement responsable des
actes posés par le prestataire de services.
Art. 11
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de
recenser les causes vraisemblables de risques opérationnels
internes et externes pour le traitement des transactions de
paiement et d’en limiter l’incidence au moyen d’une politique
30
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beleid en passende systemen, procedures en controles. De
risicobeheersings-procedures dienen doeltreffend te zijn.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient zijn syste-
men zodanig te ontwerpen dat een hoge mate van veiligheid,
integriteit, confi dentialiteit en operationele betrouwbaarheid,
stabiliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Die systemen
dienen een toereikende en schaalbare capaciteit te hebben.
§ 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient bedrijfs-
continuïteitsmanagement toe te passen en dient daartoe
te beschikken over bedrijfscontinuïteitsplannen. Het geheel
moet streven naar een snel herstel van de activiteiten en de
naleving van zijn verplichtingen in het geval van een storing
in de verwerking van betalingstransacties.
§ 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een
risicobeheerbeleid en procedures en systemen te beschikken
die hem in staat stellen om de risico’s die zich voordoen of
door hem gedragen worden te identifi ceren, meten, opvolgen
en beheersen.
Iedere systeemrelevante verwerker dient over een dui-
delijk en goed gedocumenteerd risicobeheersingskader te
beschikken dat diens risicotolerantiebeleid omvat, verant-
woordelijkheden en verantwoording voor risicobeslissingen
toewijst en dat het besluitvormingsproces in perioden van
crisis en noodsituaties omschrijft. De interne bestuursrege-
lingen van iedere systeemrelevante verwerker dienen voor
de risicobeheersings- en interne controlefuncties voldoende
gezag, onafhankelijkheid, middelen en, in voorkomend geval,
toegang tot de raad van bestuur te verzekeren.
Risicobeheersingskaders moeten onderworpen worden
aan een periodieke beoordeling.
§ 5. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder
het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 4 dient verstaan
te worden.
Art. 12
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste
beleidsplannen en procedures te implementeren evenals
afdoende middelen te voorzien teneinde de confi dentialiteit
en integriteit van de informatie evenals de continue beschik-
baarheid van zijn dienstverlening te verzekeren.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste
beleidsplannen en procedures te implementeren evenals
afdoende middelen te voorzien teneinde te verzekeren dat
zijn dienstverlening beschikbaar, betrouwbaar, veerkrachtig
en weerbaar blijft.
§ 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient er voor te
zorgen dat de diensten voor de verwerking van betalingstrans-
acties maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens
en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens
adaptée et de systèmes, de procédures et de contrôles adé-
quats. Les procédures de maîtrise des risques doivent être
efficaces.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de
concevoir ses systèmes de telle sorte qu’ils garantissent un
degré élevé de sécurité, d’intégrité, de confi dentialité, ainsi
que de fi abilité, de stabilité et de continuité opérationnelles.
Ces systèmes doivent posséder une capacité suffisante et
évolutive.
§ 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de
mettre en œuvre une gestion de la continuité des activités et
de disposer à cet égard de plans de continuité des activités.
L’ensemble doit tendre vers une reprise rapide des activités
et le respect de ses obligations en cas de perturbation du
traitement des opérations de paiement.
§ 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu
de disposer d’une politique et de procédures de gestion des
risques et de systèmes lui permettant d’identifi er, de mesu-
rer, de suivre et de maîtriser les risques qui surviennent ou
qu’il supporte.
Tout processeur d’importance systémique est tenu de
disposer d’un cadre de maîtrise des risques clair et bien
documenté, qui inclut sa politique de tolérance aux risques,
qui assigne les responsabilités et la justifi cation des déci-
sions liées aux risques et qui décrit le processus de prise de
décisions en périodes de crise et en situations d’urgence.
Les modalités de gestion de tout processeur d’importance
systémique sont tenues d’assurer, pour les fonctions de
maîtrise des risques et de contrôle interne, une autorité, une
indépendance, des ressources suffisantes et, le cas échéant,
l’accès au conseil d’administration.
Les dispositifs de contrôle des risques doivent être soumis
à une évaluation périodique.
§ 5. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il
y a lieu d’entendre par les dispositions des paragraphes 1er à 4.
Art. 12
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu
de prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que
les ressources suffisantes, pour assurer la confi dentialité et
l’intégrité des informations, ainsi que la disponibilité continue
de la fourniture de ses services.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de
prévoir les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les
ressources suffisantes, pour assurer que la fourniture de ses
services demeure disponible, fi able, dynamique et résilient.
§ 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu
de veiller à ce que les services de traitement des opéra-
tions de paiement ne soient indisponibles qu’au maximum
durant 30 minutes entre 8 heures du matin et 20 heures, et
31
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit van
het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt.
De gecumuleerde niet beschikbaarheid van de diensten
voor de verwerking van betalingstransacties mag tussen 8 uur
’s morgens en 20 uur de grens van 30 minuten per kwartaal en
tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens de grens van 120 minuten
per kwartaal niet overschrijden.
Op voorstel van de Bank, kan de Koning de periode van niet
beschikbaarheid bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen.
§ 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient te beschikken
over robuuste methodologieën teneinde te kunnen plannen
voor de gehele levensloop van de gebruikte technologieën
en de selectie van technologische standaarden.
§ 5. Iedere systeemrelevante verwerker, of indien hij hiertoe
niet in staat zou zijn het betalingsschema bedoeld in artikel
5, dient transparante communicatie te verzorgen over de
diensten voor de verwerking van betalingstransacties naar, in
voorkomend geval, de betrokken betalingsdienstaanbieders,
betalingsschema’s en betalingsdienstgebruikers en dient hen
te voorzien van voldoende informatie.
In geval van een niet beschikbaarheid van de diensten
voor de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld
in paragraaf 3, dient deze informatie minstens te slaan op de
oorzaken en gevolgen en de voorziene duur ervan evenals
de voorziene hersteltijd.
§ 6. De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder
het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met 5 dient verstaan
te worden.
Art. 13
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de Bank
tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet-beschik-
baarheid van de diensten voor de verwerking van betalings-
transacties binnen volgende tijdsgrenzen:
1° 15 minuten na detectie van het incident indien het inci-
dent plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur;
2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het
incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens.
Op voorstel van de Bank, kan de Koning:
1° de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid wijzigen;
2° nadere regels vastleggen voor het berekenen van de
tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de eerstvol-
gende werkdag volgend op de vaststelling van een incident
met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van artikel
11 en artikel 12, paragrafen 1, 2, 4 en 6 de Bank hiervan in
kennis te stellen.
60 minutes entre 20 heures et 8 heures du matin, de sorte
que la continuité et la stabilité des paiements en Belgique ne
soient pas compromises.
L’indisponibilité cumulative des services de traitement des
opérations de paiement ne peut pas dépasser 30 minutes par
trimestre entre 8 heures du matin et 20 heures et 120 minutes
par trimestre entre 20 heures et 8 heures du matin.
Sur proposition de la Banque, le Roi est habilité à modifi er
la période d’indisponibilité visée à l’alinéa 1er et 2.
§ 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de
disposer de méthodologies robustes afi n de pouvoir planifi er
l’ensemble de la durée de vie des technologies utilisées et
la sélection de normes technologiques.
§ 5. Tout processeur d’importance systémique, ou, si cela
lui était impossible, le schéma de paiement visé à l’article 5,
est tenu d’assurer une communication transparente sur les
services de traitement des opérations de paiement à l’égard,
le cas échéant, des prestataires de services de paiement, des
schémas de paiement et des utilisateurs de services de paie-
ment, et est tenu de leur fournir des informations suffisantes.
En cas d’indisponibilité des services de traitement des
opérations de paiement visés au paragraphe 3, ces informa-
tions doivent au moins porter sur les causes et conséquences,
et leur durée prévue, ainsi que sur le délai de rétablisse-
ment prévu.
§ 6. La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il
y a lieu d’entendre par les dispositions des paragraphes 1er à 5.
Art. 13
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu
d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de l’indisponi-
bilité des services de traitement des opérations de paiement
dans les délais suivants:
1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident si
l’incident se produit entre 8 heures du matin et 20 heures;
2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin si
l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du matin.
Sur proposition de la Banque, le Roi est habilité à:
1° modifi er les délais visés à l’alinéa 1er;
2° fi xer des règles complémentaires pour calculer les délais
visés à l’alinéa 1er.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu, le
premier jour ouvrable suivant le constat d’un incident relatif
à ou d’une infraction aux dispositions des articles 11 et 12,
paragraphes 1er, 2, 4 et 6, d’en informer la Banque.
32
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 3. De Bank kan bij reglement de wijze waarop de ken-
nisgeving onder het bepaalde in paragrafen 1 en 2 dient plaats
te vinden evenals de te verstrekken gegevens nader bepalen.
§ 4. De systeemrelevante verwerker dient de Bank binnen
een redelijke termijn een grondige analyse te bezorgen van
een incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van
de artikelen 11 en 12.
De Bank kan bij reglement nader bepalen wat onder het
bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden.
HOOFDSTUK 4
Toezicht op betalingsschema’s en systeemrelevante
verwerkers
Art. 14
De Bank ziet erop toe dat ieder betalingsschema en
iedere systeemrelevante verwerker doorlopend werkt over-
eenkomstig de bepalingen van deze wet die op hem van
toepassing zijn en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen. Het toezicht door de Bank dient evenredig
en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en
de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker
verrichte activiteiten, en de eraan verbonden risico’s.
Art. 15
De Bank kan zich door ieder betalingsschema en door
iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen doen
verstrekken over hun organisatie, werking, fi nanciële positie
en verwerkte betalingstransacties, en voorschrijven dat haar
geregeld cijfergegevens of andere documenten en uitleg
worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften
van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen zijn nageleefd.
De Bank kan bij ieder betalingsschema en bij iedere sys-
teemrelevante verwerker ter plaatse inspecties verrichten
en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk
gegeven in het bezit van het betalingsschema of van de
verwerker, om na te gaan of de bepalingen van deze wet zijn
nageleefd en of de haar door het betalingsschema en de
verwerker voorgelegde staten en andere inlichtingen, juist
en waarheidsgetrouw zijn.
HOOFDSTUK 5
Dwangsommen en administratieve sancties
Art. 16
§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschre-
ven maatregelen, kan de Bank, wanneer zij vaststelt dat een
systeemrelevante verwerker niet werkt overeenkomstig de
§ 3. La Banque peut préciser par voie de règlement la
manière dont la notifi cation fi gurant dans les dispositions
des paragraphes 1er et 2 doit avoir lieu, ainsi que les données
à fournir.
§ 4. Le processeur d’importance systémique est tenu,
dans un délai raisonnable, de fournir à la Banque une analyse
approfondie d’un incident qui constitue une infraction aux
dispositions des articles 11 et 12.
La Banque peut préciser par voie de règlement ce qu’il y a
lieu d’entendre par les dispositions au paragraphe 1er.
CHAPITRE 4
Surveillance des schémas de paiement et des
processeurs d’importance systémique
Art. 14
La Banque veille à ce que chaque schéma de paiement
et chaque processeur d’importance systémique fonctionne
en permanence en conformité avec les dispositions de la
présente loi qui lui sont applicables, ainsi que des arrêtés et
règlements pris pour son exécution. La surveillance exercée
par la Banque doit être proportionnée et adaptée à la nature,
à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le
processeur d’importance systémique, et aux risques qui y
sont liés.
Art. 15
La Banque peut se faire transmettre par chaque schéma
de paiement et chaque processeur d’importance systémique
tous renseignements sur leur organisation, fonctionnement,
situation fi nancière et les opérations de paiement qu’ils
traitent, et imposer que des données chiffrées ou d’autres
documents et explications lui soient fournis régulièrement afi n
de vérifi er si les prescriptions de la présente loi ou des arrêtés
et règlements pris pour son application sont respectées.
La Banque peut procéder auprès de chaque schéma de
paiement et de chaque processeur d’importance systémique
à des inspections sur place et prendre connaissance et copie,
sur place également, de toute information détenue par le
schéma de paiement ou le processeur, en vue de vérifi er le
respect des dispositions de la présente loi ainsi que l’exacti-
tude et la sincérité des états et autres informations qui lui sont
fournis par le schéma de paiement et le processeur.
CHAPITRE 5
Astreintes et sanctions administratives
Art. 16
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi, la Banque peut, lorsqu’elle constate qu’un pro-
cesseur d’importance systémique n’agit pas en conformité
33
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen
besluiten en reglementen of dat de uitoefening van zijn bedrijf
een bedreiging vormt voor de stabiliteit en continuïteit van het
Belgisch betalingsverkeer, een termijn vaststellen waarbinnen
deze toestand moet worden verholpen of de systeemrele-
vante verwerker zich moet conformeren aan welbepaalde
voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen.
§ 2. Indien de toestand na het verstrijken van deze termijn
niet is verholpen, kan de Bank na de systeemrelevante ver-
werker gehoord of tenminste opgeroepen te hebben hem de
betaling van een dwangsom opleggen die per kalenderdag
niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal
2 500 000 euro mag overschrijden.
§ 3. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven
maatregelen, kan de Bank openbaar maken dat een systeem-
relevante verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar
aanmaningen om zich binnen de termijn bedoeld in paragraaf
1 te conformeren aan de voorschriften van deze wet of van
de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
Art. 17
Onverminderd de andere maatregelen bepaald in deze
wet, kan de Bank:
1° indien zij een inbreuk vaststelt op de artikelen 6, § 2, 9,
10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen be-
sluiten en reglementen, aan de betrokken systeem-relevante
verwerker een administratieve geldboete opleggen die niet
minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het
hoogste bedrag van ofwel 25 000 000 euro of 10 % van de
jaaromzet van het voorgaande boekjaar, voor hetzelfde feit
of voor hetzelfde geheel van feiten;
2° indien zij een inbreuk vaststelt op het bepaalde in de
artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen
maatregelen, aan het betrokken betalingsschema een admi-
nistratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen
dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel
2 500 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande
boekjaar van het betalingsschema, voor hetzelfde feit of voor
hetzelfde geheel van feiten.
De jaaromzet bedoeld in het eerste lid is het bedrag zoals
bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen.
Art. 18
De Bank houdt bij het opleggen van een administratieve
geldboete zoals bepaald in artikel 17 rekening met de duur
en de ernst van de inbreuk.
avec les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et
règlements pris pour son exécution ou que l’exercice de son
activité présente une menace pour la stabilité et la continuité
des paiements en Belgique, fi xer un délai dans lequel il doit
être remédié à cette situation ou dans lequel le processeur
d’importance systémique doit se conformer à des dispositions
précises de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris
pour son exécution.
§ 2. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la
situation, la Banque peut, le processeur d’importance systé-
mique ayant été entendu ou à tout le moins dûment convoqué,
lui infl iger une astreinte qui ne pourra excéder 50 000 euros
par jour calendaire, ni 2 500 000 euros au total.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi, la Banque peut rendre public qu’un processeur
d’importance systémique ne s’est pas conformé aux injonc-
tions qui lui ont été faites de respecter dans le délai visé
au paragraphe 1er les dispositions de la présente loi ou des
arrêtés ou règlements pris pour son exécution.
Art. 17
Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente
loi, la Banque peut:
1° si elle constate une infraction aux articles 6, § 2, 9, 10,
11, 12, 13 ou 15 ou à leurs arrêtés et règlements d’exécution,
imposer au processeur d’importance systémique une amende
qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le
montant le plus élevé de 25 000 000 euros ou 10 % du chiffre
d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent, pour le
même fait ou pour le même ensemble de faits;
2° si elle constate une infraction aux provisions des ar-
ticles 6, § 1er, 8 ou 15 ou à leurs mesures d’exécution, imposer
au schéma de paiement impliqué une amende administrative
qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le
montant le plus élevé de 2 500 000 euros ou 10 % du chiffre
d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent du
schéma de paiement, pour le même fait ou pour le même
ensemble de faits.
Le chiffre d’affaires annuel visé au paragraphe 1er est le
montant tel que défi ni à l’article 15 du Code des Sociétés.
Art. 18
La Banque tient compte de la durée et de la gravité de
l’infraction lorsqu’elle impose une amende administrative
telle que défi nie à l’article 17.
34
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 19
§ 1. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet
en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten,
besluiten of reglementen, kan de Bank een betalingsschema
verbieden gebruik te maken van een systeemrelevante ver-
werker, indien deze verwerker het voorwerp heeft uitgemaakt
van een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17,
eerste lid, 1°.
§ 2. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet
en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten,
besluiten of reglementen, kan de Bank een systeemrele-
vante verwerker verbieden belangrijke operationele taken
met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties
uit te besteden aan een dienstverlener indien de in artikel
10 bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd of indien
de dienstverlener, in zijn hoedanigheid van systeemrelevante
verwerker, zelf het voorwerp heeft uitgemaakt van een admi-
nistratieve geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°.
Art. 20
De met toepassing van de artikelen 16 en 17 opgelegde
dwangsommen en geldboetes worden ingevorderd ten bate
van de Schatkist door de Algemene Administratie van de
inning en invordering van de Federale Overheidsdienst
Financiën.
HOOFDSTUK 6
Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding
Art. 21
Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling
van het organiek statuut van de Nationale Bank van België,
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013 tot
wijziging van diverse wetten ter gedeeltelijke omzetting van de
Richtlijn 2010/78/EU van 24 november 2010 wat betreft de be-
voegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten
(Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzeke-
ringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor
effecten en markten), wordt vervangen als volgt:
“Art. 8. § 1. De Bank waakt over de goede werking van
de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen en ze
vergewist zich van hun doelmatigheid en deugdelijkheid over-
eenkomstig deze wet, de bijzondere wetten of reglementen
en, in voorkomend geval, de Europese regels ter zake.
Ze mag met dit doel alle verrichtingen doen en faciliteiten
ter beschikking stellen.
Ze gaat over tot de toepassing van de verordeningen
vastgelegd door de ECB ter verzekering van doelmatige en
deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen binnen de
Europese Unie en met andere landen.
Art. 19
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par
d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire
à un schéma de paiement de faire appel à un processeur
d’importance systémique au cas où ce processeur a fait l’objet
d’une amende administrative telle que visée à l’article 17,
paragraphe 1er, 1°.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi et sans préjudice des mesures prévues par
d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire
à un processeur d’importance systémique d’externaliser des
tâches opérationnelles importantes relatives au traitement
d’opérations de paiement à un prestataire de services si les
conditions visées à l’article 10 ne sont pas respectées, ou si
le prestataire de services, en sa qualité de processeur d’im-
portance systémique, a lui-même fait l’objet d’une amende
administrative telle que visée à l’article 17, paragraphe 1er, 1°.
Art. 20
Les astreintes et amendes imposées en application
des articles 16 et 17 sont recouvrées au profi t du Trésor
public par l’Administration générale de la Perception et du
Recouvrement du Service public fédéral Finances.
CHAPITRE 6
Modifications et entrée en vigueur
Art. 21
L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque nationale de Belgique, modifi é par
l’arrêté royal du 12 novembre 2013 modifi ant diverses lois en
vue de la transposition partielle de la directive 2010/78/UE
du 24 novembre 2010 en ce qui concerne les compétences
des autorités européennes de surveillance (Autorité bancaire
européenne, Autorité européenne des assurances et des pen-
sions professionnelles et Autorité européenne des marchés
fi nanciers), est remplacé par le texte suivant:
“Art. 8. § 1er. La Banque veille au bon fonctionnement des
systèmes de compensation, de règlement et de paiements et
elle s’assure de leur efficacité et de leur solidité conformément
à la présente loi, aux lois et règlements particuliers et, le cas
échéant, aux règles européennes en la matière.
Elle peut faire toutes opérations ou accorder des facilités
à ces fi ns.
Elle pourvoit à l’application des règlements arrêtés par la
BCE en vue d’assurer l’efficacité et la solidité des systèmes
de compensation et de paiements au sein de l’Union euro-
péenne et avec les États tiers.
35
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 2. In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit
artikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen
ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire
bepalingen betreffende technische punten.
Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin andere
wetten of reglementen voorzien, kan de Bank overeenkomstig
de procedure van de open raadpleging de inhoud van elk
reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een
consultatieronde en deze bekendmaken op haar website voor
eventuele opmerkingen van belanghebbende partijen.
Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeu-
ring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch
Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze
reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank
geen reglementen heeft vastgesteld.
§ 3. De Bank oefent de bevoegdheden krachtens dit artikel
uitsluitend in het algemeen belang uit. De Bank, de leden van
haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk
aansprakelijk voor hun beslissingen, niet-optreden, hande-
lingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van
deze opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout.”.
Art. 22
De eerste paragraaf van artikel 36/8 van dezelfde wet, inge-
voegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende de
evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de fi nanciële sector
en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015 houdende
diverse fi nanciële bepalingen, houdende de oprichting van
een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie
“Sociale activiteiten” en houdende een bepaling inzake de
gelijkheid van vrouwen en mannen, wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleggen van
de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de wetten
bedoeld in de artikelen 8, 12bis en 12ter en in de artikelen
50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het sta-
tuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor
elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdien-
staanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch
geld en de toegang tot betalingssystemen.”.
Art. 23
In de eerste paragraaf van artikel 36/9 van dezelfde wet, in-
gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 betreffende
de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de fi nanciële
sector en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014 houdende
diverse bepalingen, worden de woorden “krachtens artikel
12bis” vervangen door de woorden “krachtens de artikelen
8, 12bis of 12ter”.
Art. 24
Deze wet treedt in werking op [invoegen datum].
§ 2. Dans les matières pour lesquelles elle a compétence
en vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements
visant à compléter les dispositions législatives ou réglemen-
taires applicables concernant des points techniques.
Sans préjudice de la consultation prévue par d’autres lois
ou règlements, la Banque peut, conformément à la procédure
de consultation publique, apporter lors d’une consultation des
explications sur le contenu de tout règlement qu’elle envisage
d’adopter et les publier sur son site web pour observations
éventuelles de la part des parties intéressées.
Ces règlements ne prennent effet qu’après approbation par
le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter
des modifi cations à ces règlements ou fi xer lui-même ces
règles si la Banque n’a pas adopté de règlement.
§ 3. La Banque exerce les compétences qui lui sont
dévolues par le présent article exclusivement dans l’intérêt
général. Hormis cas de fraude ou faute grave, la Banque,
les membres de ses organes et son personnel ne sont pas
civilement responsables de leurs décisions, inactions, actes
ou comportements dans l’exercice de cette mission.”.
Art. 22
Le premier paragraphe de l’article 36/8 de la même loi,
inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 mettant en œuvre
l’évolution des structures de contrôle du secteur fi nancier et
modifi é par la loi du 18 décembre 2015 portant des disposi-
tions fi nancières diverses, portant la création d’un service
administratif à comptabilité autonome “Activités sociales” et
portant une disposition en matière d’égalité des femmes et
des hommes, est remplacé par le texte suivant:
“§ 1er. La Commission des sanctions statue sur l’imposition
des amendes administratives prévues par les lois visées aux
articles 8, 12bis et 12ter et aux articles 50/1 et 50/2 de la loi
du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements
de paiement et des établissements de monnaie électronique,
à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement,
à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès
aux systèmes de paiement.”.
Art. 23
Au premier paragraphe de l’article 36/9 de la même loi,
inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 mettant en œuvre
l’évolution des structures de contrôle du secteur fi nancier
et modifi é par la loi du 25 avril 2014 portant des dispositions
diverses, les mots “en vertu de l’article 12bis” sont remplacés
par “en vertu des articles 8, 12bis ou 12ter”.
Art. 24
La présente loi entre en vigueur le [indiquer la date].
36
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7)
- 26/09/2016 14:19
1/4
Geïntegreerde impactanalyse
Beschrijvende fiche
A. Auteur
Bevoegd regeringslid
Minister van Financiën
Contactpersoon beleidscel
Naam :
E-mail :
Tel. Nr. :
Overheidsdienst
FOD Financien
Contactpersoon overheidsdienst
Naam :
E-mail :
Tel. Nr. :
B. Ontwerp
Titel van de regelgeving
VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN
BETALINGSTRANSACTIES
37
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7)
- 26/09/2016 14:19
2/4
Korte beschrijving van het ontwerp van regelgeving met vermelding van de oorsprong (verdrag, richtlijn,
samenwerkingsakkoord, actualiteit, …), de beoogde doelen van uitvoering.
Het ontwerp onderwerpt de systeemrelevante verwerkers van het Belgisch betaalverkeer (zie de definitie
van betalingstransactie in artikel 3) aan bepaalde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden om hen onder direct
wettelijk toezicht van de Nationale Bank van België (Bank) te brengen.
De partijen die instaan voor het verwerken van betalingstransacties veranderen voortdurend. Teneinde
een goed zicht te hebben welke partijen verantwoordelijk zijn voor de verwerking van transacties in het
Belgisch betaalverkeer en om de mogelijkheden voor de Bank voor het effectief uitoefenen van haar
toezichtstaak beter wettelijk te verankeren, legt dit wetsontwerp een aantal verplichtingen op aan de
verwerkers van het Belgisch betaalverkeer die van systemisch belang zijn. Er wordt voorgesteld dit
systemisch belang te bepalen op basis van de overschrijding van een drempel van het aantal
betalingstransacties via één bepaald betalingsschema, gemeten over één kalenderjaar, waarvoor een
verwerker diensten voor de verwerking heeft verleend.
Een steeds verder eengemaakte markt van betaalverkeer met complexere verhoudingen tussen een
stijgend aantal verwerkers evenals de recente problemen inzake stabiliteit en continuïteit van het
Belgische betaalverkeer zijn katalysatoren voor het beter wettelijk verankeren van het oversight op
systeemrelevante verwerkers. Het voorliggend wetsontwerp geeft daarmee gevolg aan een evolutie die
recent is ingezet op Europees niveau.
Men stelt immers vast dat het op vrijwilligheid gebaseerde oversightsysteem voor welbepaalde
verwerkers van betalingstransacties op zijn grenzen botst en niet altijd op efficiënte en solide wijze de
naleving van de oversightnormen kan verzekeren.
De overgang van een soft law-benadering naar een juridisch afdwingbare benadering van het oversight,
vond bijvoorbeeld ook al (gedeeltelijk) plaats in Nederland.
Een gebrek aan direct wettelijk toezicht en directe controle op de systeemrelevante verwerkers van het
Belgische betaalverkeer kan immers het vertrouwen van de markt in die verwerkers, in het betaalverkeer
in zijn geheel en in het gebruik van in euro uitgedrukte betalingsinstrumenten verminderen.
Impactanalyses reeds uitgevoerd:
Ja
Nee
C. Raadpleging over het ontwerp van regelgeving
Verplichte, facultatieve of informele raadplegingen
nvt
D. Bronnen gebruikt om de impactanalyse uit te voeren
Statistieken, referentiedocumenten, organisaties en referentiepersonen
nvt
38
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7)
- 26/09/2016 14:19
3/4
Welke impact heeft het ontwerp van regelgeving op deze 21 thema’s?
1. Kansarmoedebestrijding
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
2. Gelijke kansen en sociale cohesie
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
3. Gelijkheid van vrouwen en mannen
1. Op welke personen heeft het ontwerp (rechtstreeks of onrechtstreeks) een impact en wat is de naar
geslacht uitgesplitste samenstelling van deze groep(en) van personen?
Er zijn personen betrokken.
Personen zijn niet betrokken.
Leg uit waarom:
nvt
4. Gezondheid
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
5. Werkgelegenheid
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
6. Consumptie- en productiepatronen
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
7. Economische ontwikkeling
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
8. Investeringen
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
9. Onderzoek en ontwikkeling
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
10. Kmo's
1. Welke ondernemingen zijn rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken?
Er zijn ondernemingen (inclusief kmo's) betrokken.
Ondernemingen zijn niet betrokken.
Leg uit waarom:
nvt
11. Administratieve lasten
Ondernemingen of burgers zijn betrokken.
Ondernemingen of burgers zijn niet betrokken.
12. Energie
39
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
VOORONTWERP VAN WET HOUDENDE HET TOEZICHT OP VERWERKERS VAN BETALINGSTRANSACTIES - (v7)
- 26/09/2016 14:19
4/4
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
13. Mobiliteit
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
14. Voeding
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
15. Klimaatverandering
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
16. Natuurlijke hulpbronnen
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
17. Buiten- en binnenlucht
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
18. Biodiversiteit
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
19. Hinder
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
20. Overheid
Positieve impact
Negatieve impact
Geen impact
21. Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling
1. Identificeer de eventuele rechtstreekse of onrechtstreekse impact van het ontwerp op de
ontwikkelingslanden op het vlak van: voedselveiligheid, gezondheid en toegang tot geneesmiddelen,
waardig werk, lokale en internationale handel, inkomens en mobilisering van lokale middelen (taxatie),
mobiliteit van personen, leefmilieu en klimaatverandering (mechanismen voor schone ontwikkeling), vrede
en veiligheid.
Impact op ontwikkelingslanden.
Geen impact op ontwikkelingslanden.
Leg uit waarom:
nvt
40
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7)
- 26/09/2016 14:19
1/4
Analyse d'impact intégrée
Fiche signalétique
A. Auteur
Membre du Gouvernement compétent
Ministre des Finances
Contact cellule stratégique
Nom :
E-mail :
Téléphone :
Administration
SPF Finances
Contact administration
Nom :
E-mail :
Téléphone :
B. Projet
Titre de la règlementation
AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE
PAIEMENT
41
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7)
- 26/09/2016 14:19
2/4
Description succincte du projet de réglementation en mentionnant l'origine réglementaire (traités,
directive, accord de coopération, actualité, …), les objectifs poursuivis et la mise en œuvre.
Le projet de loi a pour objet de soumettre les processeurs d’importance systémique des paiements en
Belgique (voir la définition de transaction de paiement dans l’article 3 ci-dessous) à un ensemble de
conditions d’exercice de leur activité, et de les placer sous la surveillance légale directe de la Banque
nationale de Belgique ( la Banque).
Les parties chargées de traiter les opérations de paiement changent continuellement. Afin de déterminer
clairement quelles sont les parties responsables du traitement d’opérations de paiement en Belgique et
d’offrir un meilleur ancrage légal aux moyens dont dispose la Banque pour exercer concrètement sa
mission de surveillance, le présent projet de loi impose une série d’obligations aux processeurs
d’opérations de paiement en Belgique qui sont d’importance systémique. Il est proposé de définir cette
importance systémique sur la base du dépassement d’un seuil quant au nombre d’opérations de
paiement effectuées au cours d’une année calendaire au moyen d’un schéma de paiement déterminé,
pour le traitement desquelles un processeur a fourni des services.
Un marché des paiements toujours plus unifié accompagné de relations plus complexes entre un nombre
croissant de processeurs ainsi que les récents problèmes qui ont touché la stabilité et la continuité des
paiements en Belgique invitent à renforcer l’ancrage légal de l’oversight des processeurs d’importance
systémique. Le présent projet de loi concorde en cela avec un processus récemment entamé au niveau
européen.
On constate toutefois depuis peu que le système d’oversight basé sur la bonne volonté atteint ses limites
pour certains processeurs d’opérations de paiement bien précis et ne parvient pas en permanence à
assurer de façon efficace et robuste le respect des normes de surveillance.
La transition d’une approche en soft law vers une approche juridiquement contraignante de l’oversight
s’est déjà par exemple opérée (partiellement) aux Pays-Bas.
Un défaut de surveillance légale directe et de contrôle direct des processeurs d’importance systémique
des paiements en Belgique peut amoindrir la confiance que le marché porte à ces processeurs, au circuit
de paiement dans son ensemble et à l’usage d’instruments de paiement libellés en euros.
Analyses d'impact déjà réalisées :
Oui
Non
C. Consultations sur le projet de réglementation
Consultation obligatoire, facultative ou informelle
néant
D. Sources utilisées pour effectuer l’analyse d’impact
Statistiques, documents, institutions et personnes de référence
néant
42
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7)
- 26/09/2016 14:19
3/4
Quel est l’impact du projet de réglementation sur ces 21 thèmes ?
1. Lutte contre la pauvreté
Impact positif
Impact négatif
Pas d'impact
2. Égalité des chances et cohésion sociale
Impact positif
Impact négatif
Pas d'impact
3. Égalité des femmes et des hommes
1. Quelles personnes sont (directement et indirectement) concernées par le projet et quelle est la
composition sexuée de ce(s) groupe(s) de personnes ?
Des personnes sont concernées.
Aucune personne n’est concernée.
Expliquez pourquoi :
néant
4. Santé
Impact positif
Impact négatif
Pas d'impact
5. Emploi
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
6. Modes de consommation et production
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
7. Développement économique
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
8. Investissements
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
9. Recherche et développement
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
10. PME
1. Quelles entreprises sont directement et indirectement concernées ?
Des entreprises (dont des PME) sont concernées.
Aucune entreprise n'est concernée.
Expliquez pourquoi :
néant
11. Charges administratives
Des entreprises/citoyens sont concernés.
Les entreprises/citoyens ne sont pas concernés.
12. Énergie
43
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
AVANT-PROJET DE LOI RELATIF A LA SURVEILLANCE DES PROCESSEURS D’OPERATIONS DE PAIEMENT - (v7)
- 26/09/2016 14:19
4/4
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
13. Mobilité
Impact positif
Impact négatif
Pas d'impact
14. Alimentation
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
15. Changements climatiques
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
16. Ressources naturelles
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
17. Air intérieur et extérieur
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
18. Biodiversité
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
19. Nuisances
Impact positif
Impact négatif
Pas d'impact
20. Autorités publiques
Impact positif
Impact négatif
Pas d’impact
21. Cohérence des politiques en faveur du développement
1. Identifiez les éventuels impacts directs et indirects du projet sur les pays en développement dans les
domaines suivants : sécurité alimentaire, santé et accès aux médicaments, travail décent, commerce local et
international, revenus et mobilisations de ressources domestiques (taxation), mobilité des personnes,
environnement et changements climatiques (mécanismes de développement propre), paix et sécurité.
Impact sur les pays en développement.
Pas d'imapct sur les pays en développement.
Expliquez pourquoi :
néant
44
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE
NR. 60.399/2 VAN 30 NOVEMBER 2016
Op 3 november 2016 is de Raad van State, afdeling
Wetgeving, door de minister van Financiën, belast met
Bestrijding van de fiscale fraude verzocht binnen een termijn
van dertig dagen een advies te verstrekken over een voor-
ontwerp van wet “houdende het toezicht op verwerkers van
betalingstransacties”.
Het voorontwerp is door de tweede kamer onderzocht
op 30 november 2016. De kamer was samengesteld
uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en
Wanda Vogel, staatsraden, Marianne Dony, assessor, en
Bernadette Vigneron, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste
auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse
tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre
Vandernoot.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op
30 november 2016.
*
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van
artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wet-
ten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving
overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoör-
dineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het
voorontwerp,1 de bevoegdheid van de steller van de handeling
en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanlei-
ding tot de volgende opmerkingen.
ALGEMENE OPMERKINGEN
1. Bij het lezen van artikel 5, eerste lid, van het voorontwerp
kan de indruk ontstaan dat het loutere feit dat “een verwerker
voor minimum honderdvijfentwintig miljoen betalingstrans-
acties, gemeten over het voorgaande kalenderjaar, via één
bepaald betalingsschema diensten voor de verwerking ervan
heeft verleend” tot gevolg heeft dat die verwerker valt onder
de regeling waarin de ontworpen wet voorziet, doordat hij lui-
dens dezelfde bepaling als “een systeemrelevante verwerker”
wordt beschouwd.
Uit het in onderlinge samenhang lezen van de artikelen 6 en
7 van het voorontwerp, inzonderheid van de artikelen 6, § 3,
tweede lid, tweede zin, en 7, tweede lid, 1°, lijkt evenwel voort
te vloeien dat de verwerker pas onder de ontworpen wet zou
vallen vanaf de datum waarop de kennisgeving waarmee de
1
Aangezien het om een voorontwerp van wet gaat, wordt onder
“rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen
verstaan.
AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT
N° 60.399/2 DU 30 NOVEMBRE 2016
Le 3 novembre 2016, le Conseil d’État, section de légis-
lation, a été invité par le ministre des Finances, chargé de la
Lutte contre la fraude fiscale à communiquer un avis, dans
un délai de trente jours, sur un avant-projet de loi “relatif à
la surveillance des processeurs d’opérations de paiement”.
L’avant-projet a été examiné par la deuxième chambre
le 30 novembre 2016. La chambre était composée de
Pierre Vandernoot, président de chambre, Luc Detroux et
Wanda Vogel, conseillers d’État, Marianne Dony, assesseur,
et Bernadette Vigneron, greffier.
Le rapport a été présenté par Jean-Luc Paquet, premier
auditeur.
La concordance entre la version française et la ver-
sion néerlandaise a été vérifiée sous le contrôle de Pierre
Vandernoot.
L’avis, dont le texte suit, a été donné le 30 novembre 2016.
*
Comme la demande d’avis est introduite sur la base de
l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois coordonnées sur le
Conseil d’État, la section de législation limite son examen au
fondement juridique de l’avant-projet 1, à la compétence de
l’auteur de l’acte ainsi qu’à l’accomplissement des formalités
préalables, conformément à l’article 84, § 3, des lois coor-
données précitées.
Sur ces trois points, l’avant-projet appelle les observations
suivantes.
OBSERVATIONS GÉNÉRALES
1. La lecture de l’article 5, alinéa 1er, de l’avant-projet peut
donner à penser que le seul fait qu’“un processeur a fourni des
services aux fins du traitement d’un minimum de cent vingt-
cinq millions d’opérations de paiement, calculées sur l’année
calendaire antérieure, au moyen d’un schéma de paiement
déterminé” a pour effet, par la qualification de ce processeur
qui en résulte, selon la même disposition, comme étant “un
processeur d’importance systémique”, de le soumettre aux
règles prévues par la loi en projet.
Or, il semble ressortir de la combinaison des ar-
ticles 6 et 7 de l’avant-projet, spécialement des articles 6,
§ 3, alinéa 2, seconde phrase, et 7, alinéa 2, 1°, que le pro-
cesseur ne serait soumis à la loi en projet qu’à partir de la
date de prise d’effet de la notification par laquelle la Banque
1
S’agissant d’un avant-projet de loi, on entend par “fondement
juridique” la conformité aux normes supérieures.
45
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Nationale Bank hem op de hoogte brengt van zijn kwalificatie
als systeemrelevante verwerker uitwerking heeft.
Zulks zou echter duidelijker moeten blijken uit het disposi-
tief, aangezien de artikelen 6 en 7, in samenhang gelezen met
artikel 5, eveneens aldus kunnen worden geïnterpreteerd dat
ze een declaratoire draagwijdte toekennen aan de kennisge-
ving, wat tot gevolg zou hebben dat de betrokken verwerkers
onder de ontworpen wet zouden vallen zodra zij materieel
gezien de in artikel 5 opgesomde voorwaarden vervullen met
als enige voorbehoud het bestaan van een kennisgeving in
die zin door de Nationale Bank.
2. Luidens verscheidene bepalingen van het voorontwerp,
inzonderheid de inleidende zin van artikel 6, § 1, en de arti-
kelen 8 en 19, moeten de “betalingsschema’s” voldoen aan
een aantal voorschriften die aldus opgevat zijn dat ze voor
personen of voor organisaties gelden, terwijl het begrip beta-
lingsschema naar luid van artikel 3, 12°, van het voorontwerp
als volgt wordt gedefinieerd:
“een [uniek,] in België actief (…) geheel van tussen be-
talingsdienstaanbieders overeengekomen voorschriften,
praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering
van betalingstransacties (...), en dat een voor de werking van
het betalingsschema verantwoordelijk(e) specifiek(e) besluit-
vormingsorgaan, -organisatie of -entiteit omvat”,
zodat ze dus, in tegenstelling tot de “verantwoordelijken
voor [hun] werking”, niet kunnen worden beschouwd als
personen of organisaties waarop de bepalingen in kwestie
betrekking kunnen hebben.
De voornoemde bepalingen moeten aldus geredigeerd
worden dat die verantwoordelijken moeten voldoen aan de
erin opgesomde voorschriften.
3. Bij verscheidene bepalingen, inzonderheid bij de artike-
len 8, tweede lid, 11, § 5, 12, § 6, en 13, § § 3 en 4, tweede lid,
worden aan de Nationale Bank bevoegdheden van verorde-
nende aard verleend. Dat geldt ook voor artikel 10, tweede lid,
aangezien die bepaling aldus kan worden gelezen dat een
dergelijke bevoegdheid wordt verleend.
De bevoegdheden waarvan in die bepalingen sprake is,
moeten in beginsel verleend worden aan de Koning, wiens
akten onder de politieke verantwoordelijkheid vallen van de
ministers die ze medeondertekenen.
In voorkomend geval zouden de bevoegdheden kunnen
worden verleend aan de Koning en zou kunnen worden be-
paald dat de Nationale Bank advies uitbrengt; in dat verband
wordt verwezen naar de opmerking die bij artikel 12, § 3, derde
lid, geformuleerd wordt.
Weliswaar luidt het ontworpen artikel 8, § 2, eerste en
derde lid, van de wet van 22 februari 1998 “tot vaststelling
van het organiek statuut van de Nationale Bank van België”
(artikel 21 van het voorontwerp) als volgt:
“In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit ar-
tikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen ter
nationale lui notifie sa qualification en tant que processeur
d’importance systémique.
Ceci devrait ressortir toutefois plus clairement du dispositif,
les articles 6 et 7 pouvant également être interprétés, lus en
combinaison avec l’article 5, comme conférant une portée
déclaratoire à la notification, ce qui aurait pour conséquence
que les processeurs concernés seraient soumis à la loi en
projet dès qu’ils remplissent matériellement les conditions
énoncées par l’article 5 sous la seule réserve de l’existence
d’une notification en ce sens de la Banque nationale.
2. Plusieurs dispositions de l’avant-projet, notamment
la phrase liminaire de l’article 6, § 1er, ainsi que les ar-
ticles 8 et 19, soumettent les “schémas de paiement” à cer-
taines règles conçues comme s’adressant à des personnes ou
à des organismes, alors que la notion de schéma de paiement
est définie comme suit par l’article 3, 12°, de l’avant-projet:
“un ensemble unique, opérant en Belgique, de règles, de
pratiques, de normes et/ou de lignes directrices pour l’exé-
cution d’opérations de paiement, […] et qui comprend une
entité, un organisme ou un organe décisionnel spécifique
responsable du fonctionnement du schéma de paiement”,
et qu’ils ne peuvent donc être considérés comme étant des
personnes ou des organismes susceptibles d’être concernés
par les dispositions en question, contrairement à leurs “res-
ponsables du fonctionnement”.
Les dispositions précitées doivent être rédigées de manière
à soumettre ces responsables aux règles qu’elles énoncent.
3. Plusieurs dispositions, spécialement les articles 8, ali-
néa 2, 11, § 5, 12, § 6, et 13, § § 3 et 4, alinéa 2, confèrent à la
Banque nationale des habilitations à caractère réglementaire.
Tel est également le cas pour l’article 10, alinéa 2, cette dispo-
sition pouvant être lue comme conférant pareille habilitation.
C’est en principe au Roi, dont les actes sont soumis à la
responsabilité politique des ministres qui les contresignent,
qu’il convient de conférer les habilitations envisagées par
ces dispositions.
Le cas échéant, les habilitations pourraient être confé-
rées au Roi moyennant l’avis de la Banque nationale; il est
renvoyé sur ce point à l’observation formulée sur l’article 12,
§ 3, alinéa 3.
Il est vrai que l’article 8, § 2, alinéas 1er et 3, de la loi du
22 février 1998 “fixant le statut organique de la Banque natio-
nale de Belgique”, en projet à l’article 21 de l’avant-projet,
dispose ce qui suit:
“Dans les matières pour lesquelles elle a compétence en
vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements
46
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
aanvulling van de betrokken wettelijke of reglementaire be-
palingen betreffende technische punten.
(...)
Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeu-
ring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch
Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze
reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank
geen reglementen heeft vastgesteld.”
Gelet op inzonderheid artikel 2, tweede lid, van het voor-
ontwerp, naar luid waarvan
“[d]e opdrachten die deze wet aan de Bank toevertrouwt,
(...) een taak [uitmaken] zoals bedoeld in artikel 8 van de wet
van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut
van de Nationale Bank van België”,
kan worden gesteld dat met betrekking tot de reglementen
van de Nationale Bank waarvan in de voornoemde bepalingen
van het voorontwerp sprake is die procedure ter verkrijging
van de goedkeuring van de Koning moet worden gevolgd.
Het is evenwel niet duidelijk of zulks het geval zou zijn.
Als met betrekking tot de reglementen waarvan in de
voornoemde bepalingen van het voorontwerp sprake is die
procedure ter verkrijging van de goedkeuring van de Koning
zou moeten worden gevolgd, zou de hierboven geformuleerde
opmerking niet meer relevant zijn. Als die procedure niet zou
moeten worden gevolgd, zou die opmerking volledig op haar
plaats zijn, temeer daar aldus op de reglementen van de
Nationale Bank die in de voornoemde bepalingen vermeld
worden een andere rechtsregeling van toepassing zou zijn
dan op de reglementen die, hoewel ze op “technische punten”
betrekking hebben, eveneens bij het ontworpen artikel 8,
§ 2, van de wet van 22 februari 1998 zouden kunnen worden
vastgesteld.
Het voorontwerp moet in het licht van deze opmerking hoe
dan ook worden verduidelijkt.
visant à compléter les dispositions législatives ou réglemen-
taires applicables concernant des points techniques.
[…]
Ces règlements ne prennent effet qu’après approbation par
le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter
des modifications à ces règlements ou fixer lui-même ces
règles si la Banque n’a pas adopté de règlement”.
Compte tenu notamment de l’article 2, alinéa 2, de l’avant-
projet, aux termes duquel
“[l]es missions dévolues à la Banque par la présente
loi font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du
22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque natio-
nale de Belgique”,
il peut être soutenu que les règlements de la Banque
nationale prévus par les dispositions précitées de l’avant-
projet seront soumis à cette procédure d’approbation royale.
Il n’apparaît toutefois pas clairement si tel serait le cas.
Si cette procédure d’approbation royale devait s’appli-
quer aux règlements prévus par les dispositions précitées
de l’avant-projet, l’observation formulée ci-avant perdrait sa
pertinence. Si ce n’était pas le cas, elle garderait tout son
sens, et ce d’autant plus qu’il se créerait ainsi une différence
de régime juridique entre les règlements de la Banque natio-
nale prévus par les dispositions précitées et ceux, portant
pourtant sur des “points techniques”, dont l’adoption serait
également envisagée par l’article 8, § 2, en projet de la loi
du 22 février 1998.
L’avant-projet sera en toute hypothèse clarifié à la lumière
de la présente observation.
47
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
BIJZONDERE OPMERKINGEN
INDIENINGSBESLUIT
In het indieningsbesluit moet de verwijzing naar arti-
kel 108 van de Grondwet worden weggelaten.2
DISPOSITIEF
Artikel 3
In artikel 3, 19°, moet het woorddeel “kalender-” worden
weggelaten. Dezelfde opmerking geldt voor de overige be-
palingen van het voorontwerp waarin dat woorddeel wordt
gebruikt.
Artikel 7
Teneinde ervoor te zorgen dat de aan het publiek verstrekte
informatie juist is, zou het nuttig kunnen zijn om in artikel 7,
eerste lid, in fine, te vermelden dat bij de actualisering inzon-
derheid rekening moet worden gehouden met de kennisge-
vingen die in voorkomend geval krachtens artikel 6, § 4, van
het voorontwerp bezorgd zijn.
Artikel 8
Gelet op de tweede zin van het eerste lid, naar luid waarvan
“[h]et betalingsschema (...) daarbij de nodige zorgvuldigheid
[hanteert]” waarmee blijkbaar bedoeld wordt dat “[h]et beta-
lingsschema (…) daarbij de nodige ijver aan de dag [legt]”,
moeten in de eerste zin de woorden “op periodieke basis”
worden weggelaten en moeten de woorden “er” en “van”
aaneen worden geschreven.
Bovendien zou het beter zijn om de bedoeling weer te
geven die blijkt uit de commentaar bij het artikel en naar luid
waarvan de controle ook “bij de start van de relatie met een
systeemrelevante verwerker” dient te gebeuren.
Artikel 9
Aangezien uit de commentaar bij het artikel blijkt dat
het doel van het artikel erin lijkt te bestaan “een gezond en
voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de
continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer te
verzekeren”, is het moeilijk te verantwoorden dat alleen voor
de “fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor [de]
fusies tussen dergelijke verwerkers en andere ondernemin-
gen” toestemming zou moeten worden verleend, terwijl die
regeling niet van toepassing zou zijn op even grote verwerkers
die niet uit een fusie ontstaan zijn en de door de bepaling
nagestreefde doelen in dat geval eveneens in het gedrang
zouden komen.
2
Beginselen van de wetgevingstechniek – Handleiding voor
het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.
raadvst-consetat.be, tab “Wetgevingstechniek”, aanbeve-
ling 227 en formule F 5.
OBSERVATIONS PARTICULIÈRES
ARRÊTÉ DE PRÉSENTATION
Dans l’arrêté de présentation, le visa de l’article 108 de la
Constitution doit être omis 2.
DISPOSITIF
Article 3
À l’article 3, 19°, le mot “calendaires” sera omis. La même
observation vaut pour les autres dispositions de l’avant-projet
dans lesquelles ce mot est utilisé.
Article 7
Afin de garantir une information exacte du public, il pourrait
être utile de préciser, à la fin de l’article 7, alinéa 1er, que la
mise à jour doit tenir compte notamment des notifications
effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4, de
l’avant-projet.
Article 8
Compte tenu de la seconde phrase de l’alinéa 1er, aux
termes de laquelle “[l]e schéma de paiement fait preuve à
cet égard de la diligence requise”, les mots “sur une base
périodique” doivent être omis de la première phrase. Il est
également renvoyé à l’observation formulée dans la version
néerlandaise du présent avis.
En outre, mieux vaudrait traduire l’intention résultant du
commentaire de l’article selon laquelle la vérification doit
aussi intervenir “au début de la relation avec un processeur
d’importance systémique”.
Article 9
Dès lors que, selon le commentaire de l’article, l’objectif
poursuivi par celui-ci semble consister à assurer “une gestion
saine et prudente, […] une maîtrise adéquate des risques et
de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique”,
il est difficilement justifiable que seules “les fusions entre
processeurs d’importance systémique et les fusions entre
ces processeurs et d’autres entreprises” soient soumises à
un régime d’autorisation alors que ce régime ne s’appliquerait
pas aux processeurs de même envergure ne résultant pas
d’une fusion et que les objectifs poursuivis par la disposition
seraient en ce cas également compromis.
2
Principes de technique législative – Guide de rédaction des
textes législatifs et réglementaires, www.raadvst-consetat.be,
onglet “Technique législative”, recommandation n° 227 et formule
F 5.
48
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Die regeling lijkt des te meer bloot te staan aan kritiek
daar ze ook zou gelden voor verwerkers die niet onder het
Belgische recht vallen, ook al vallen hun bij de ontworpen wet
geregelde activiteiten wel onder het Belgische recht.
De bepaling moet aan een grondig heronderzoek worden
onderworpen.
Artikel 12
Doordat bij paragraaf 3, derde lid, aan de Nationale Bank
een bevoegdheid wordt verleend om voorstellen te doen met
het oog op de uitoefening door de Koning van de bevoegdheid
die Hij aan die bepaling ontleent, wordt deze bevoegdheid van
de Koning door die bepaling te sterk ingeperkt. Daaruit zou
immers niet alleen volgen dat de Koning enkel zou kunnen
handelen indien aan Hem een voorstel is bezorgd, maar ook
dat Hij in principe niet van de inhoud daarvan zou kunnen
afwijken, tenzij Hij om een nieuw voorstel verzoekt.
De bevoegdheid van de Nationale Bank ter zake moet wor-
den beperkt tot een adviesverlenende bevoegdheid. Een der-
gelijke traditioneel geregelde adviesverlening zou het perfect
mogelijk maken dat de Nationale Bank in voorkomend geval
uit eigen beweging een advies geeft, wat zou bijdragen tot de
erkenning van haar rol, zonder daarbij evenwel te raken aan
de prerogatieven van de Koning, die dan immers de vrijheid
zou hebben dat advies niet te volgen en Zijn bevoegdheden
aldus ten volle zou kunnen uitoefenen.
Dezelfde opmerking geldt voor artikel 13, § 1, tweede lid.
Artikel 13
1. Met betrekking tot het geval dat wordt behandeld in ar-
tikel 13, § , eerste lid, 1°, van het voorontwerp, ziet de Raad
van State niet in hoe het mogelijk is om de Bank zowel “tijdens
een werkdag” als binnen een tijdspanne van “15 minuten na
detectie” in te lichten indien het incident op een zondag of
een feestdag tussen 8 uur ‘s morgens en 20 uur plaatsvindt.
De bepaling moet, in voorkomend geval, worden herzien.
2. De steller van het ontwerp wordt verzocht na te gaan of
in artikel 13, § 2, niet moet worden verwezen naar artikel 12,
§ 5, in plaats van naar artikel 12, § 6.
Artikel 14
De tweede zin van de voorliggende bepaling luidt als volgt:
“Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te
zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van
de door de systeemrelevante verwerker verrichte activiteiten,
en de eraan verbonden risico’s.”
Die zin mag niet aldus worden geïnterpreteerd dat daarbij
andere controle- en toezichtsbevoegdheden worden verleend
Ce mécanisme paraît d’autant plus critiquable qu’il s’appli-
querait également à des processeurs ne relevant pas du droit
belge, même si leurs activités réglées par la loi en projet sont
soumises au droit belge.
La disposition sera fondamentalement réexaminée.
Article 12
En conférant un pouvoir de proposition à la Banque natio-
nale en vue de l’exercice par le Roi de la compétence qu’Il
tiendrait du paragraphe 3, alinéa 3, cette dernière disposition
restreint de manière excessive cette dernière compétence. Il
en résulterait en effet que non seulement le Roi ne pourrait
agir sans être saisi de la proposition mais en outre, en prin-
cipe, qu’il ne pourrait s’en écarter quant à son contenu, sauf
à solliciter une nouvelle proposition.
Il y a lieu de limiter la compétence de la Banque nationale
en l’espèce à une compétence d’avis. Pareil mécanisme clas-
siquement consultatif rendrait parfaitement possible un avis
donné, le cas échéant, d’initiative par la Banque nationale, ce
qui contribuerait à reconnaître le rôle de cette dernière tout
en respectant les prérogatives du Roi, lequel resterait alors
en effet libre de s’écarter de cet avis et pourrait ainsi exercer
la plénitude de Ses compétences.
La même observation vaut pour l’article 13, § 1er, alinéa 2.
Article 13
1. En ce qui concerne l’hypothèse visée à l’article 13, § 1er,
alinéa 1er, 1°, de l’avant-projet, le Conseil d’État n’aperçoit
pas comment une information peut être faite à la Banque à
la fois “pendant un jour ouvrable” et “dans les 15 minutes de
la détection” si l’incident se produit entre 8 heures du matin
et 20 heures un dimanche ou un jour férié.
La disposition sera, le cas échéant, revue.
2. L’auteur du projet est invité à vérifier si, à l’article 13,
§ 2, il n’y a pas lieu de viser l’article 12, § 5, plutôt que
l’article 12, § 6.
Article 14
La seconde phrase de la disposition à l’examen, aux
termes de laquelle
“[l]a surveillance exercée par la Banque doit être propor-
tionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité
des activités exercées par le processeur d’importance sys-
témique, et aux risques qui y sont liés”
ne saurait être interprétée comme conférant des pouvoirs
de contrôle et de surveillance autres que ceux qui sont
49
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
dan die welke bij artikel 15 van het voorontwerp worden
toegekend aan de Nationale Bank. Hij moet worden gelezen
als een kader waarbinnen die laatste bevoegdheden moeten
worden uitgeoefend.
Het zou raadzaam zijn dat te bevestigen in de commentaar
bij de bepaling.
Artikel 21
In de inleidende zin van artikel 21 van het vooront-
werp moet worden vermeld dat het koninklijk besluit van
12 november 2013 “tot wijziging van diverse wetten ter
gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2010/78/EU van
24 november 2010 wat betreft de bevoegdheden van
de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese
Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en
bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten
en markten)” is bekrachtigd bij de wet van 25 april 2014. De
vermelding van het opschrift van dat koninklijk besluit van
12 november 2013 is echter overbodig.
Hetzelfde geldt voor de opschriften van het koninklijk be-
sluit van 3 maart 2011 en van de wetten van 25 april 2014 en
18 december 2015 die worden vermeld in de inleidende zin
van artikel 22 en in artikel 23.
Artikel 22
In de inleidende zin van artikel 22 moet het woord “gewij-
zigd” worden vervangen door het woord “vervangen”.
SLOTOPMERKINGEN
De Franse tekst van het voorontwerp bevat een reeks fou-
ten en gebreken die moeten worden weggewerkt. Zo:
— dienen in artikel 6, § 1, 3°, de woorden “dans ce nombre
total d’opérations de paiement” te worden ingevoegd na de
woorden “ainsi que la part”;
— moet in artikel 6, § 3, tweede lid, niet “ou au plus tôt”,
maar “mais au plus tôt” worden geschreven;
— laat het zich aanzien dat in artikel 11, § 4, eerste lid, “est
tenu de disposer d’une politique de gestion des risques et de
procédures et systèmes” moet worden geschreven;
— is het woord “résilient” dat wordt gebruikt in de Franse
tekst van artikel 12, § 2, geen goede weergave van de bete-
kenis van het woord “weerbaar” dat in de Nederlandse tekst
van die bepaling wordt gebruikt;
— moet in artikel 12, § 5, eerste lid, het woord “concernés”
worden ingevoegd na de woorden “et des utilisateurs de
services de paiement”;
attribués à la Banque nationale par l’article 15 de l’avant-pro-
jet. Elle doit être lue comme établissant le cadre dans lequel
ces derniers pouvoirs doivent s’exercer.
Il serait opportun que le commentaire de la disposition le
confirme.
Article 21
Il y a lieu de mentionner dans la phrase liminaire
de l ’article 21 de l ’avant-projet que l ’arrêté royal
du 12 novembre 2013 “modifiant diverses lois en vue
de la transposition partielle de la Directive 2010/78/UE
du 24 novembre 2010 en ce qui concerne les compétences
des autorités européennes de surveillance (Autorité bancaire
européenne, Autorité européenne des assurances et des pen-
sions professionnelles et Autorité européenne des marchés
financiers)” a été confirmé par la loi du 25 avril 2014, mais
il est inutile de citer également l’intitulé de cet arrêté royal
du 12 novembre 2013.
Il en va de même pour les intitulés de l ’arrêté
royal du 3 mars 2011 et des lois des 25 avril 2014 et
18 décembre 2015 mentionnés dans la phrase liminaire de
l’article 22 et dans l’article 23.
Article 22
Dans la phrase liminaire de l’article 22, il convient de
remplacer le mot “modifié” par “remplacé”.
OBSERVATIONS FINALES
La version française de l’avant-projet comporte une série
d’erreurs et de lacunes qu’il convient de corriger. Ainsi, dans
la version française:
— à l’article 6, § 1er, 3°, après les mots “ainsi que la part”, il
y a lieu d’insérer les mots “dans ce nombre total d’opérations
de paiement”;
— à l’article 6, § 3, alinéa 2, il y a lieu d’écrire non pas “ou
au plus tôt” mais “mais au plus tôt”;
— à l’article 11, § 4, alinéa 1er, il semble qu’il faille écrire
“est tenu de disposer d’une politique de gestion des risques
et de procédures et systèmes”;
— à l’article 12, § 2, le mot “résilient” utilisé dans la version
française ne rend pas de manière appropriée le mot “weer-
baar” figurant dans la version néerlandaise;
— à l’article 12, § 5, alinéa 1er, après les mots “et des
utilisateurs de services de paiement”, il convient d’insérer le
mot “concernés”;
50
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
— dient in artikel 13, § 4, tweede lid, “paragraphe 1er” te
worden vervangen door “alinéa 1er”;
— moet in artikel 17, eerste lid, 1°, het woord “administra-
tive” worden ingevoegd na het woord “amende”;
— dienen in artikel 17, tweede lid, de woorden “au paragrap-
he 1er” te worden vervangen door de woorden “à l’alinéa 1er”;
— moet in artikel 19, § § 1 en 2, telkens in fine, “à l’article 17,
alinéa 1er, 1°” worden geschreven.
De griffier,
De voorzitter,
Bernadette VIGNERON
Pierre VANDERNOOT
— à l’article 13, § 4, alinéa 2, il y a lieu de remplacer “para-
graphe 1er” par “alinéa 1er”;
— à l’article 17, alinéa 1er, 1°, après le mot “amende” il y a
lieu d’insérer le mot “administrative”;
— à l’article 17, alinéa 2, il y a lieu de remplacer les mots
“au paragraphe 1er” par les mots “à l’alinéa 1er”;
— à l’article 19, § § 1er et 2, il convient d’écrire chaque fois,
in fine, “à l’article 17, alinéa 1er, 1°” .
Le greffier,
Le président,
Bernadette VIGNERON
Pierre VANDERNOOT
51
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
WETSONTWERP
FILIP,
KONING DER BELGEN,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,
ONZE GROET.
Op de voordracht van de minister van Economie en
de minister van Financiën,
HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:
De minister van Economie en de minister van
Financiën zijn ermee belast het ontwerp van wet, waar-
van de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Kamers
van volksvertegenwoordigers voor te leggen:
HOOFDSTUK 1
Doel – definities – toepassingsgebied
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2
Deze wet regelt het toezicht op de activiteiten van
verwerkers van betalingstransacties alsook het toezicht
op de naleving van de bepalingen van deze wet en de
ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
De opdrachten die deze wet aan de Bank toever-
trouwt, maken een taak uit zoals bedoeld in artikel
8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van
het organiek statuut van de Nationale Bank van België.
Art. 3
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
1° verwerking van betalingstransacties: het uitvoeren
van technische processen nodig voor en in het bijzonder
gericht op de afhandeling van een betalingstransactie;
PROJET DE LOI
PHILIPPE,
ROI DES BELGES,
À tous, présents et à venir,
SALUT.
Sur la proposition du ministre de l’Économie et du
ministre des Finances,
NOUS AVONS ARRÊTÉ ET ARRÊTONS:
Le ministre de l’Économie et le ministre des Finances
sont chargés de présenter en notre nom à la Chambre
des représentants le projet de loi dont la teneur suit:
CHAPITRE 1ER
Objectif – définitions – champ d’application
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’ar-
ticle 74 de la Constitution.
Art. 2
La présente loi règle la surveillance des activités
des processeurs d’opérations de paiement, ainsi que
le contrôle du respect des dispositions de la présente
loi et des arrêtés et règlements adoptés aux fins de son
exécution.
Les missions dévolues à la Banque par la présente loi
font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du
22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque
nationale de Belgique.
Art. 3
Aux fins de l’application de la présente loi, il y a lieu
d’entendre par:
1° traitement d’opérations de paiement: la mise en
œuvre des processus techniques qui sont nécessaires
et spécialement destinés à l’exécution d’une opération
de paiement;
52
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° verwerker: iedere natuurlijke persoon of rechts-
persoon die diensten voor de verwerking van betalings-
transacties aanbiedt;
3° systeemrelevante verwerker: iedere verwerker die
de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt;
4° betalingstransactie: een door de betaler of de
begunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld
wordt overgemaakt, ongeacht of er onderliggende ver-
plichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn,
en waarbij (a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd
tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b)
zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als
de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in
België actief zijn;
5° betalingsdienstaanbieder: de instellingen en
overheden bedoeld in artikel 5 van de wet van
21 december 2009;
6° betaler: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon
die houder is van een betaalrekening en een betalings-
transactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij
ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke of
rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft;
7° begunstigde: natuurlijke of rechtspersoon die de
beoogde uiteindelijke ontvanger is van het giraal geld
waarop een betalingstransactie betrekking heeft;
8° betaalrekening: een op naam van één of meer be-
talingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor
de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;
9° betalingsdienstgebruiker: natuurlijke of rechtsper-
soon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde
of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt;
10° betalingsdienst: elke bedrijfsactiviteit bedoeld in
artikel 4, 1° van de wet van 21 december 2009;
11° betalingsopdracht: een door een betaler of be-
gunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven
instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
12° betalingsschema: een in België actief enkel
geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeen-
gekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of
richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties
dat losstaat van een infrastructuur die of een betalings-
systeem dat de werking ervan ondersteunt;
2° processeur: toute personne physique ou morale
qui propose des services de traitement d’opérations
de paiement;
3° processeur d’importance systémique: tout proces-
seur qui dépasse le seuil visé à l’article 5;
4° opération de paiement: une action, initiée par le
payeur ou le bénéficiaire, consistant à transférer de la
monnaie scripturale, indépendamment de toute obliga-
tion sous-jacente entre le payeur et le bénéficiaire, et
dans le cadre de laquelle (a) l’opération de paiement
est effectuée entre des prestataires de services de
paiement différents et (b) tant le prestataire de services
de paiement du payeur que celui du bénéficiaire opèrent
en Belgique;
5° prestataire de services de paiement: les éta-
blissements et autorités visés à l’article 5 de la loi du
21 décembre 2009;
6° payeur: une personne physique ou morale qui est
titulaire d’un compte de paiement et autorise un ordre
de paiement à partir de ce compte de paiement, ou,
en l’absence de compte de paiement, une personne
physique ou morale qui donne un ordre de paiement;
7° bénéficiaire: une personne physique ou morale qui
est le destinataire prévu de la monnaie scripturale ayant
fait l’objet d’une opération de paiement;
8° compte de paiement: un compte qui est détenu
au nom d’un ou de plusieurs utilisateurs de services
de paiement et qui est utilisé aux fins de l’exécution
d’opérations de paiement;
9° utilisateur de services de paiement: une personne
physique ou morale qui utilise un service de paiement
en qualité de payeur ou de bénéficiaire, ou des deux;
10° service de paiement: toute activité professionnelle
visée à l’article 4, 1°, de la loi du 21 décembre 2009;
11° ordre de paiement: toute instruction d’un payeur
ou d’un bénéficiaire à son prestataire de services de
paiement demandant l’exécution d’une opération de
paiement;
12° schéma de paiement: un ensemble unique, opé-
rant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/
ou de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de
paiement, convenu entre des prestataires de services de
paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système
de paiement qui en soutient le fonctionnement;
53
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
13° uitbater van een betalingsschema: een besluitvor-
mingsorgaan, organisatie of entiteit die juridisch verant-
woordelijk is voor de werking van een betalingsschema;
14° uitbesteding: een overeenkomst van om het even
welke vorm tussen een verwerker en een dienstverle-
ner op grond waarvan deze dienstverlener een proces,
een dienst of een activiteit verricht die anders door de
verwerker zelf zou worden verricht;
15° belangrijke operationele taak: een taak die bij een
gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezen-
lijk nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende
inachtneming door de verwerker van de verplichtingen
waaraan hij uit hoofde van deze wet onderworpen is,
dan wel voor de continuïteit en de stabiliteit van zijn
dienstverlening en van het Belgisch betaalverkeer;
16° de Bank: de instelling bedoeld in de wet van
22 februari 1998;
17° overschrijving: een betalingsdienst voor het
crediteren van de betaalrekening van een begunstigde
met een betalingstransactie of een reeks betalingstrans-
acties van een betaalrekening van een betaler door de
betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van
de betaler beheert, op basis van een door de betaler
gegeven instructie;
18° domiciliëring: een betalingsdienst voor het de-
biteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij
een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de
begunstigde op basis van een door de betaler aan de
begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de
begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de
betaler verstrekte instemming;
19° wet van 22 februari 1998: de wet van
22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut
van de Nationale Bank van België;
20° wet van 21 december 2009: de wet van
21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel-
lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de
toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en
tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de
toegang tot betalingssystemen;
21° werkdag: alle dagen met uitsluiting van de zon-
dagen en wettelijke feestdagen.
13° exploitant d’un schéma de paiement: un organe
décisionnel, un organisme ou une entité qui est juridi-
quement responsable du fonctionnement d’un schéma
de paiement;
14° externalisation: tout accord, quelle que soit sa
forme, entre un processeur et un prestataire de ser-
vices en vertu duquel ce prestataire de services prend
en charge un processus, un service ou une activité qui
aurait autrement été pris en charge par le processeur
lui-même;
15° tâche opérationnelle importante: toute tâche qui,
en cas de d’anomalie ou de défaillance dans son exer-
cice, est susceptible de nuire sérieusement à la capacité
du processeur de se conformer en permanence aux
obligations qui lui incombent en vertu de la présente
loi, ou à la continuité et à la stabilité de ses services et
du circuit de paiement belge;
16° la Banque: l’organisme visé dans la loi du
22 février 1998;
17° virement: service de paiement fourni par le pres-
tataire de services de paiement qui détient le compte
de paiement d’un payeur, visant à créditer, sur la base
d’une instruction donnée par le payeur, le compte de
paiement d’un bénéficiaire par une opération ou une
série d’opérations de paiement, réalisées à partir du
compte de paiement du payeur;
18° domiciliation: un service de paiement visant à
débiter le compte de paiement d’un payeur, lorsqu’une
opération de paiement est initiée par le bénéficiaire
sur la base du consentement donné par le payeur au
bénéficiaire, au prestataire de services de paiement
du bénéficiaire ou au propre prestataire de services de
paiement du payeur;
19° loi du 22 février 1998: la loi du 22 février 1998
fixant le statut organique de la Banque nationale de
Belgique;
20° loi du 21 décembre 2009: la loi du
21 décembre 2009 relative au statut des établisse-
ments de paiement et des établissements de monnaie
électronique, à l’accès à l’activité de prestataires de
services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie
électronique et à l’accès aux systèmes de paiement;
21° jour ouvrable: tous les jours à l’exception des
dimanches et jours fériés.
54
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 4
Deze wet is niet van toepassing op:
1° de verwerking van betalingstransacties die zijn
gebaseerd op een van de volgende documenten die
door een betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met
de bedoeling giraal geld beschikbaar te stellen aan de
begunstigde:
i) een papieren cheque bedoeld in artikel 1 van de
wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de
nationale wetgeving van de eenvormige wet op de
cheque en de inwerkingtreding van deze wet, en iedere
andere gelijkaardige vorm van papieren cheque, zoals
de postcheque bepaald bij de wet van 2 mei 1956 op
de postcheck, een circulaire cheque, of elke andere
titel die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde
rechtsgevolgen met zich meebrengt;
ii) een papieren wisselbrief bedoeld in artikel 1 van
de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en or-
derbriefjes, als ingevoegd in Titel VIII van Boek I van het
Wetboek van Koophandel en iedere gelijkaardige vorm
van papieren wisselbrief die, ongeacht de benaming of
de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt;
iii) een papieren tegoedbon, waaronder papieren
dienstencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de
wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten
en -banen, en papieren maaltijdcheque;
iv) een papieren reischeque;
v) een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald
in contanten aan een loket van een postkantoor of van
een ander postaal servicepunt;
2° de verwerking van betalingstransacties die bin-
nen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem
worden uitgevoerd;
3° de verwerking van overschrijvingen en
domiciliëringen.
HOOFDSTUK 2
Drempel en kennisgevingsverplichtingen
Art. 5
Indien een verwerker voor minimum honderdvijfen-
twintig miljoen betalingstransacties, gemeten over het
Art. 4
La présente loi ne s’applique pas:
1° au traitement d’opérations de paiement fondées
sur l’un des documents suivants, tiré sur le prestataire
de services de paiement en vue de mettre de la monnaie
scripturale à la disposition du bénéficiaire:
i) un chèque papier tel que visé à l’article 1er de la
loi du 1er mars 1961 concernant l’introduction dans la
législation nationale de la loi uniforme sur le chèque et
sa mise en vigueur, ainsi que toute autre forme simi-
laire de chèque papier, telle qu’un chèque postal au
sens de la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal, un
chèque circulaire, ou tout autre titre qui, quelle que soit
sa dénomination ou sa forme, est assorti des mêmes
effets juridiques;
ii) une lettre de change sur support papier, telle que
visée à l’article 1er des lois coordonnées sur la lettre
de change et le billet à ordre, insérées dans le titre VIII
du livre Ier du Code de commerce, ainsi que toute autre
forme similaire de lettre de change sur support papier
qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est
assortie des mêmes effets juridiques;
iii) un titre de service sur support papier, comme
par exemple un titre-service sur support papier tel que
visé à l’article 2, 1°, de la loi du 20 juillet 2001 visant
à favoriser le développement de services et d’emplois
de proximité, ou un chèque-repas sur support papier;
iv) un chèque de voyage sur support papier;
v) un mandat postal sur support papier, émis et/ou
payé en espèces au guichet d’un bureau de poste ou
d’un autre point de service postal;
2° au traitement d’opérations de paiement effectuées
au sein d’un système de paiement ou de règlement
d’opérations sur titres;
3° au traitement de virements et domiciliations.
CHAPITRE 2
Seuil et obligations de notification
Art. 5
Si un processeur a fourni des services aux fins du
traitement d’un minimum de cent vingt-cinq millions
55
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voorgaande jaar, via één bepaald betalingsschema
diensten voor de verwerking ervan heeft verleend, wordt
deze verwerker beschouwd als een systeemrelevante
verwerker vanaf het ogenblik waarop de kennisgeving
bedoeld in artikel 6, § 3 uitwerking heeft.
Op advies van de Bank, kan de Koning:
1° het bedrag van de drempel bedoeld in het eerste
lid wijzigen;
2° nadere regels vastleggen voor de berekening van
de drempel bedoeld in het eerste lid.
Art. 6
§ 1. Iedere uitbater van een betalingsschema ver-
strekt jaarlijks, vóór 1 april, aan de Bank de volgende
gegevens over iedere verwerker waarop hij beroep doet:
1° de naam, voornamen, woon -en verblijfplaats en
geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek
persoon is;
2° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en
het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbe-
stuur van de verwerker die een rechtspersoon is;
3° het aantal tijdens het voorgaande jaar via zijn be-
talingsschema verrichte betalingstransacties, evenals
het aandeel in dit totaal aantal betalingstransacties van
iedere verwerker waarvan het schema gebruik maakt.
§ 2. Iedere verwerker is ertoe gehouden om de Bank
en het betalingsschema waarvoor hij diensten verleent
onverwijld in te lichten wanneer hij de drempel bedoeld
in artikel 5 overschrijdt.
§ 3. De Bank stelt een verwerker die de drempel
bedoeld in artikel 5 overschrijdt in kennis van diens
kwalificatie als systeemrelevante verwerker. De Bank
kan daarbij rekening houden met de informatie die zij
ontvangt in toepassing van de paragrafen 1 en 2. De
Bank kan echter ook rekening houden met alle andere
informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van
haar taken.
De Bank brengt haar gemotiveerde kennisgeving ter
kennis van de verwerker en van de betrokken uitbater
van het betalingsschema, met een ter post aangete-
kende brief of een brief met ontvangstbewijs. Die ken-
nisgeving heeft uitwerking vanaf de datum bepaald door
de Bank, doch ten vroegste één maand na datum van
d’opérations de paiement, calculées sur l’année anté-
rieure, au moyen d’un schéma de paiement déterminé,
ce processeur est considéré comme un processeur
d’importance systémique à partir du moment auquel la
notification visée à l’article 6, § 3 prend effet.
Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à:
1° modifier le montant du seuil visé à l’alinéa 1er;
2° fixer des règles plus précises pour le calcul du
seuil visé à l’alinéa 1er.
Art. 6
§ 1er. Tout exploitant d’un schéma de paiement
transmet à la Banque, avant le 1er avril, les informations
suivantes concernant chaque processeur auquel il fait
appel:
1° le nom, les prénoms, le lieu de résidence et le
domicile, ainsi que la date de naissance si le processeur
est une personne physique;
2° la dénomination sociale, la forme juridique et
l’adresse du siège social ou du siège central si le pro-
cesseur est une personne morale;
3° le nombre d’opérations de paiement effectuées au
moyen de son schéma de paiement au cours de l’année
écoulée, ainsi que la part dans ce nombre total d’opé-
rations de paiement que représente chaque processeur
auquel le schéma recourt.
§ 2. Tout processeur est tenu d’informer immédiate-
ment la Banque et le schéma de paiement pour lequel
il fournit des services en cas de dépassement du seuil
visé à l’article 5.
§ 3. La Banque notifie à un processeur qui dépasse le
seuil visé à l’article 5 sa qualification en tant que proces-
seur d’importance systémique. La Banque peut, à cette
fin, tenir compte de toute information qu’elle reçoit en
vertu des paragraphes 1er et 2. La Banque peut toutefois
aussi tenir compte de toute autre information dont elle
dispose dans l’exercice de ses missions.
La Banque porte sa notification motivée à la connais-
sance du processeur et de l’exploitant du schéma de
paiement concerné, soit par courrier recommandé, soit
par courrier avec accusé de réception. Cette notification
prend effet à compter de la date arrêtée par la Banque,
mais au plus tôt un mois après la date de la notification,
56
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
de kennisgeving, en dit tot de Bank een systeemrele-
vante verwerker een kennisgeving bezorgt als bedoeld
in paragraaf 4.
§ 4. Een verwerker wordt niet langer als een sys-
teemrelevante verwerker beschouwd wanneer deze niet
langer de drempel in artikel 5 overschrijdt en de Bank
de systeemrelevante verwerker daarvan in kennis stelt.
De Bank kan die kennisgeving bezorgen:
1° op eigen initiatief, op grond van de informatie die
zij ontvangt in toepassing van paragraaf 1 dan wel op
grond van alle andere informatie waarover zij beschikt
in de uitoefening van haar taken;
2° op vraag van een systeemrelevante verwerker, in
welk geval die verwerker de nodige cijfergegevens of
uitleg toevoegt aan diens verzoek. De Bank kan nader
bepalen welke cijfergegevens of uitleg vereist zijn.
Art. 7
De Bank houdt een lijst bij van alle verwerkers aan
wie zij krachtens artikel 6, § 3 een kennisgeving heeft
bezorgd. De Bank maakt deze lijst bekend op haar web-
site. De Bank zorgt voor een regelmatige actualisering
van de op de website verstrekte informatie. Bij die actu-
alisering wordt in het bijzonder rekening gehouden met
de kennisgevingen die in voorkomend geval gegeven
zijn krachtens artikel 6, § 4.
De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere
verwerker minstens de volgende informatie:
1° de datum van de bezorging van de kennisgeving
en de datum waarop die kennisgeving uitwerking heeft
zoals bepaald in artikel 6, § 3, tweede lid;
2° de naam, voornamen, woon-en verblijfplaats en
geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek
persoon is;
3° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en
het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofd-
bestuur van de verwerker die een rechtspersoon is.
et ce jusqu’à ce qu’elle fournisse au processeur une
notification telle que visée au paragraphe 4.
§ 4. Un processeur n’est plus considéré comme un
processeur d’importance systémique dès lors qu’il ne
dépasse plus le seuil visé à l’article 5 et que la Banque le
lui a notifié. La Banque peut procéder à cette notification:
1° de sa propre initiative, sur la base d’informations
qu’elle reçoit en vertu du paragraphe 1er, ainsi que sur la
base de toute autre information dont elle dispose dans
l’exercice de ses missions;
2° sur demande d’un processeur d’importance sys-
témique, auquel cas ce processeur joint à sa requête
toutes les explications ou données nécessaires. La
Banque peut ensuite décider quelles données ou expli-
cations sont requises.
Art. 7
La Banque conserve une liste de tous les processeurs
à qui elle a fourni une notification en vertu de l’article 6,
§ 3. La Banque publie cette liste sur son site internet.
La Banque est tenue de mettre régulièrement à jour les
informations figurant sur son site internet. Ces mises
à jour tiennent notamment compte des notifications
effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4.
La liste visée à l’alinéa 1er doit mentionner au mini-
mum les informations suivantes concernant chaque
processeur:
1° la date à laquelle la notification a été transmise
ainsi que la date à laquelle la notification prend effet,
conformément à l’article 6, § 3, alinéa 2;
2° le nom, les prénoms, le domicile, le lieu de rési-
dence, ainsi que la date de naissance du processeur
s’il est une personne physique;
3° la dénomination sociale, la forme juridique et
l’adresse du siège social ou du siège central du pro-
cesseur, s’il est une personne morale.
57
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 3
Bedrijfsuitoefening
Art. 8
Iedere uitbater van een betalingsschema dient zich
ervan te vergewissen dat iedere systeemrelevante
verwerker waarvan het schema gebruik maakt in staat
is om het bepaalde in dit Hoofdstuk na te leven. De
uitbater van het betalingsschema legt daarbij de nodige
zorgvuldigheid.
De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8,
§ 2 van de wet van 22 februari 1998 nader bepalen wat
onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te
worden.
Art. 9
De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist
voor fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor
fusies tussen die verwerkers en andere ondernemingen.
Worden voor de toepassing van dit artikel met fusies
gelijkgesteld, overdrachten van een deel of het geheel
van het bedrijf en integrale of gedeeltelijke overdrachten
van het net.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit
en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de
Bank de fusies bedoeld in het eerste lid aan voorwaar-
den onderwerpen.
De Bank kan haar toestemming enkel weigeren bin-
nen drie maanden nadat zij van het project in kennis is
gesteld met voorlegging van een volledig dossier, om
redenen die verband houden met het gezond en voor-
zichtig beleid van de systeemrelevante verwerker en de
impact van het voorstel op de continuïteit en stabiliteit
van het Belgisch betaalverkeer. Als zij niet binnen voor-
noemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht
te zijn verkregen.
Art. 10
Een systeemrelevante verwerker mag belangrijke
operationele taken met betrekking tot de verwerking
van betalingstransacties slechts uitbesteden aan een
dienstverlener onder de hiernavolgende voorwaarden:
CHAPITRE 3
Exercice de l’activité
Art. 8
Tout exploitant d’un schéma de paiement est tenu de
s’assurer que tout processeur d’importance systémique
auquel le schéma recourt est à même de respecter les
dispositions du présent chapitre. L’exploitant du schéma
de paiement fait preuve à cet égard de la diligence
requise.
La Banque peut préciser par voie de règlement visé
à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a
lieu d’entendre par les dispositions de l’alinéa 1er.
Art. 9
Sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque
les fusions entre processeurs d’importance systé-
mique et les fusions entre ces processeurs et d’autres
entreprises.
Sont, pour l’application du présent article, assimilé à
des fusions, les cessions de l’ensemble ou d’une partie
de l’activité et les cessions de l’ensemble ou d’une
partie du réseau.
En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî-
trise adéquate des risques et de la continuité et de la
stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut sou-
mettre les fusions visées à l’alinéa 1er à des conditions.
La Banque ne peut refuser l’autorisation que dans
les trois mois de la notification préalable qui lui a été
faite du projet avec présentation d’un dossier complet,
et pour des motifs relatifs à la gestion saine et prudente
du processeur d’importance systémique et à l’incidence
de la proposition sur la continuité et la stabilité des
paiements en Belgique. Si elle n’intervient pas dans le
délai fixé ci-dessus, l’autorisation est réputée acquise.
Art. 10
Un processeur d’importance systémique ne peut
externaliser des tâches opérationnelles importantes
relatives au traitement d’opérations de paiement à un
prestataire de services qu’aux conditions suivantes:
58
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° de voorafgaande toestemming van de Bank is
vereist;
2° de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste
leiding van de verwerker zijn verantwoordelijkheden
delegeert;
3° de relatie en verplichtingen van de verwerker ten
opzichte van betalingsdienstaanbieders en betalings-
schema’s worden niet gewijzigd;
4° de naleving van de voorwaarden waaraan de
verwerker krachtens deze wet moet voldoen, mag niet
worden ondermijnd;
5° de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen
aan de kwaliteit van de interne controle van de verwerker
en aan het vermogen van de Bank om de naleving door
de verwerker van zijn verplichtingen te controleren.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit
en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de
Bank de uitbesteding van belangrijke operationele taken
aan bijkomende voorwaarden onderwerpen.
Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijft de sys-
teemrelevante verwerker volledig verantwoordelijk voor
de handelingen die gesteld zijn door de dienstverlener.
Art. 11
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de aan-
nemelijke oorzaken van interne en externe operationele
risico’s voor de verwerking van betalingstransacties te
identificeren en de impact ervan te beperken door mid-
del van een passend beleid en passende systemen,
procedures en controles. De risicobeheersingsproce-
dures dienen doeltreffend te zijn.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient zijn
systemen zodanig te ontwerpen dat een hoge mate
van veiligheid, integriteit, confidentialiteit en operati-
onele betrouwbaarheid, stabiliteit en continuïteit zijn
gewaarborgd. Die systemen dienen een toereikende
en schaalbare capaciteit te hebben.
§ 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient be-
drijfscontinuïteitsmanagement toe te passen en dient
daartoe te beschikken over bedrijfscontinuïteitsplan-
nen. Het geheel moet streven naar een snel herstel
van de activiteiten en de naleving van zijn verplichtin-
gen in het geval van een storing in de verwerking van
betalingstransacties.
1° l’autorisation préalable de la Banque est requise;
2° l’externalisation n’entraîne aucune délégation de
la responsabilité de la direction générale du processeur;
3° la relation et les obligations du processeur à l’égard
des prestataires de services de paiement et des sché-
mas de paiement ne sont pas modifiées;
4° le respect des conditions que le processeur est
tenu de remplir en vertu de la présente loi n’est pas
altéré;
5° l’externalisation ne peut pas être faite d’une
manière qui nuise sérieusement à la qualité du contrôle
interne du processeur et qui empêche la Banque
de contrôler le respect, par le processeur, de ses
obligations.
En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî-
trise adéquate des risques et de la continuité et de la
stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut
soumettre l’externalisation des tâches opérationnelles
importantes à des conditions additionnelles.
Dans l’externalisation d’activités, le processeur
d’importance systémique demeure entièrement respon-
sable des actes posés par le prestataire de services.
Art. 11
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de recenser les causes vraisemblables de risques
opérationnels internes et externes pour le traitement
des transactions de paiement et d’en limiter l’incidence
au moyen d’une politique adaptée et de systèmes, de
procédures et de contrôles adéquats. Les procédures
de maîtrise des risques doivent être efficaces.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de concevoir ses systèmes de telle sorte qu’ils
garantissent un degré élevé de sécurité, d’intégrité, de
confidentialité, ainsi que de fiabilité, de stabilité et de
continuité opérationnelles. Ces systèmes doivent pos-
séder une capacité suffisante et évolutive.
§ 3. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de mettre en œuvre une gestion de la continuité
des activités et de disposer à cet égard de plans de
continuité des activités. L’ensemble doit tendre vers
une reprise rapide des activités et le respect de ses
obligations en cas de perturbation du traitement des
opérations de paiement.
59
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient over
een risicobeheerbeleid en procedures en systemen te
beschikken die hem in staat stellen om de risico’s die
zich voordoen of door hem gedragen worden te identi-
ficeren, meten, opvolgen en beheersen.
Iedere systeemrelevante verwerker dient over een
duidelijk en goed gedocumenteerd risicobeheersingska-
der te beschikken dat diens risicotolerantiebeleid omvat,
verantwoordelijkheden en verantwoording voor risico-
beslissingen toewijst en dat het besluitvormingsproces
in perioden van crisis en noodsituaties omschrijft. De
interne bestuursregelingen van iedere systeemrelevante
verwerker dienen voor de risicobeheersings- en interne
controlefuncties voldoende gezag, onafhankelijkheid,
middelen en, in voorkomend geval, toegang tot de raad
van bestuur te verzekeren.
Risicobeheersingskaders moeten onderworpen wor-
den aan een periodieke beoordeling.
§ 5. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel
8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen
wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met
4 dient verstaan te worden.
Art. 12
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de ge-
paste beleidsplannen en procedures te implementeren
evenals afdoende middelen te voorzien teneinde de
confidentialiteit en integriteit van de informatie evenals
de continue beschikbaarheid van zijn dienstverlening
te verzekeren.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de
gepaste beleidsplannen en procedures te implemen-
teren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde
te verzekeren dat zijn dienstverlening beschikbaar,
betrouwbaar, veerkrachtig en weerbaar blijft.
§ 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient er voor
te zorgen dat de diensten voor de verwerking van be-
talingstransacties maximaal slechts 30 minuten tussen
8 uur ’s morgens en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur
en 8 uur ’s morgens niet beschikbaar zijn, zodat de
continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer
niet in het gedrang komt.
De gecumuleerde niet beschikbaarheid van de
diensten voor de verwerking van betalingstransacties
mag tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur de grens van
§ 4. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de disposer d’une politique de gestion des risques
et de procédures et systèmes lui permettant d’identifier,
de mesurer, de suivre et de maîtriser les risques qui
surviennent ou qu’il supporte.
Tout processeur d’importance systémique est tenu
de disposer d’un cadre de maîtrise des risques clair
et bien documenté, qui inclut sa politique de tolérance
aux risques, qui assigne les responsabilités et la justi-
fication des décisions liées aux risques et qui décrit le
processus de prise de décisions en périodes de crise
et en situations d’urgence. Les modalités de gestion de
tout processeur d’importance systémique sont tenues
d’assurer, pour les fonctions de maîtrise des risques et
de contrôle interne, une autorité, une indépendance,
des ressources suffisantes et, le cas échéant, l’accès
au conseil d’administration.
Les dispositifs de contrôle des risques doivent être
soumis à une évaluation périodique.
§ 5. La Banque peut préciser par voie de règlement
visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce
qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des para-
graphes 1er à 4.
Art. 12
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées,
ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer la
confidentialité et l’intégrité des informations, ainsi que
la disponibilité continue de la fourniture de ses services.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de prévoir les stratégies et procédures appropriées,
ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer que
la fourniture de ses services demeure disponible, fiable,
dynamique et puissante.
§ 3. Tout processeur d’importance systémique est
tenu de veiller à ce que les services de traitement des
opérations de paiement ne soient indisponibles qu’au
maximum durant 30 minutes entre 8 heures du matin
et 20 heures, et 60 minutes entre 20 heures et 8 heures
du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des
paiements en Belgique ne soient pas compromises.
L’indisponibilité cumulative des services de traitement
des opérations de paiement ne peut pas dépasser
30 minutes par trimestre entre 8 heures du matin et
60
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
30 minuten per kwartaal en tussen 20 uur en 8 uur ’s
morgens de grens van 120 minuten per kwartaal niet
overschrijden.
Op advies van de Bank, kan de Koning de periode van
niet beschikbaarheid bedoeld in het eerste en tweede
lid wijzigen.
§ 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient te
beschikken over robuuste methodologieën teneinde
te kunnen plannen voor de gehele levensloop van de
gebruikte technologieën en de selectie van technolo-
gische standaarden.
§ 5. Iedere systeemrelevante verwerker, of indien
hij hiertoe niet in staat zou zijn de uitbater van het be-
talingsschema bedoeld in artikel 5, dient transparante
communicatie te verzorgen over de diensten voor de
verwerking van betalingstransacties naar, in voorko-
mend geval, de betrokken betalingsdienstaanbieders,
betalingsschema’s en betalingsdienstgebruikers en
dient hen te voorzien van voldoende informatie.
In geval van een niet beschikbaarheid van de dien-
sten voor de verwerking van betalingstransacties zoals
bedoeld in paragraaf 3, dient deze informatie minstens
te slaan op de oorzaken en gevolgen en de voorziene
duur ervan evenals de voorziene hersteltijd.
§ 6. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel
8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen
wat onder het bepaalde in de paragrafen 1 tot en met
5 dient verstaan te worden.
Art. 13
§ 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de Bank
tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet-
beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking
van betalingstransacties binnen volgende tijdsgrenzen:
1° 15 minuten na detectie van het incident indien het
incident plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur;
2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het
incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens.
Op advies van de Bank, kan de Koning:
1° de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid wijzigen;
20 heures et 120 minutes par trimestre entre 20 heures
et 8 heures du matin.
Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à modifier la
période d’indisponibilité visée à l’alinéa 1er et 2.
§ 4. Tout processeur d’importance systémique
est tenu de disposer de méthodologies robustes afin
de pouvoir planifier l’ensemble de la durée de vie
des technologies utilisées et la sélection de normes
technologiques.
§ 5. Tout processeur d’importance systémique, ou,
si cela lui était impossible, l’exploitant schéma de paie-
ment visé à l’article 5, est tenu d’assurer une communi-
cation transparente sur les services de traitement des
opérations de paiement à l’égard, le cas échéant, des
prestataires de services de paiement, des schémas de
paiement et des utilisateurs de services de paiement
concernés, et est tenu de leur fournir des informations
suffisantes.
En cas d’indisponibilité des services de traitement
des opérations de paiement visés au paragraphe 3, ces
informations doivent au moins porter sur les causes et
conséquences, et leur durée prévue, ainsi que sur le
délai de rétablissement prévu.
§ 6. La Banque peut préciser par voie de règlement
visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce
qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions des para-
graphes 1er à 5.
Art. 13
§ 1er. Tout processeur d’importance systémique est
tenu d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de
l’indisponibilité des services de traitement des opéra-
tions de paiement dans les délais suivants:
1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident
si l’incident se produit entre 8 heures du matin et
20 heures;
2° dans les meilleurs délais, après 8 heures du matin
si l’incident se produit entre 20 heures et 8 heures du
matin.
Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à:
1° modifier les délais visés à l’alinéa 1er;
61
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° nadere regels vastleggen voor het berekenen van
de tijdsgrenzen bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de
eerstvolgende werkdag volgend op de vaststelling van
een incident met betrekking tot of een inbreuk op de
bepalingen van artikel 11 en artikel 12, paragrafen 1, 2,
4 en 5 de Bank hiervan in kennis te stellen.
§ 3. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel
8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, de wijze waarop
de kennisgeving onder het bepaalde in paragrafen 1 en
2 dient plaats te vinden evenals de te verstrekken ge-
gevens nader bepalen.
§ 4. De systeemrelevante verwerker dient de Bank
binnen een redelijke termijn een grondige analyse te
bezorgen van een incident dat een inbreuk uitmaakt op
de bepalingen van de artikelen 11 en 12.
De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8,
§ 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen
wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan
te worden.
HOOFDSTUK 4
Toezicht op betalingsschema’s en
systeemrelevante verwerkers
Art. 14
De Bank ziet erop toe dat ieder betalingsschema en
zijn uitbater en iedere systeemrelevante verwerker door-
lopend werken overeenkomstig de bepalingen van deze
wet die op hen van toepassing zijn en de ter uitvoering
ervan genomen besluiten en reglementen. Het toezicht
door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het
licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de
door de systeemrelevante verwerker verrichte activitei-
ten, en de eraan verbonden risico’s.
Art. 15
De Bank kan zich door iedere uitbater van een
betalingsschema en door iedere systeemrelevante
verwerker alle inlichtingen doen verstrekken over hun
organisatie, werking, financiële positie en verwerkte
betalingstransacties, en voorschrijven dat haar geregeld
cijfergegevens of andere documenten en uitleg worden
verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van
deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen zijn nageleefd.
2° fixer des règles complémentaires pour calculer les
délais visés à l’alinéa 1er.
§ 2. Tout processeur d’importance systémique est
tenu, le premier jour ouvrable suivant le constat d’un
incident relatif à ou d’une infraction aux dispositions
des articles 11 et 12, paragraphes 1er, 2, 4 et 5, d’en
informer la Banque.
§ 3. La Banque peut préciser par voie de règlement
visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, la
manière dont la notification figurant dans les disposi-
tions des paragraphes 1er et 2 doit avoir lieu, ainsi que
les données à fournir.
§ 4. Le processeur d’importance systémique est tenu,
dans un délai raisonnable, de fournir à la Banque une
analyse approfondie d’un incident qui constitue une
infraction aux dispositions des articles 11 et 12.
La Banque peut préciser par voie de règlement visé
à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a
lieu d’entendre par les dispositions à l’alinéa 1er.
CHAPITRE 4
Surveillance des schémas de paiement et des
processeurs d’importance systémique
Art. 14
La Banque veille à ce que chaque schéma de paie-
ment et son exploitant et chaque processeur d’impor-
tance systémique fonctionnent en permanence en
conformité avec les dispositions de la présente loi qui
leurs sont applicables, ainsi que des arrêtés et règle-
ments pris pour son exécution. La surveillance exercée
par la Banque doit être proportionnée et adaptée à
la nature, à l’étendue et à la complexité des activités
exercées par le processeur d’importance systémique,
et aux risques qui y sont liés.
Art. 15
La Banque peut se faire transmettre par chaque ex-
ploitant d’un schéma de paiement et chaque processeur
d’importance systémique tous renseignements sur leur
organisation, fonctionnement, situation financière et les
opérations de paiement qu’ils traitent, et imposer que
des données chiffrées ou d’autres documents et expli-
cations lui soient fournis régulièrement afin de vérifier
si les prescriptions de la présente loi ou des arrêtés et
règlements pris pour son application sont respectées.
62
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De Bank kan bij iedere uitbater van een betalings-
schema en bij iedere systeemrelevante verwerker ter
plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis
nemen en een kopie maken van elk gegeven in het
bezit van de uitbater van het betalingsschema of van
de verwerker, om na te gaan of de bepalingen van deze
wet zijn nageleefd en of de haar door de uitbater van het
betalingsschema en de verwerker voorgelegde staten
en andere inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn.
HOOFDSTUK 5
Dwangsommen en administratieve sancties
Art. 16
§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voor-
geschreven maatregelen, kan de Bank, wanneer zij
vaststelt dat een systeemrelevante verwerker niet werkt
overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of
dat de uitoefening van zijn bedrijf een bedreiging vormt
voor de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch beta-
lingsverkeer, een termijn vaststellen waarbinnen deze
toestand moet worden verholpen of de systeemrelevante
verwerker zich moet conformeren aan welbepaalde
voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen.
§ 2. Indien de toestand na het verstrijken van deze
termijn niet is verholpen, kan de Bank na de systeemre-
levante verwerker gehoord of tenminste opgeroepen te
hebben hem de betaling van een dwangsom opleggen
die per dag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro,
noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden.
§ 3. Onverminderd de andere bij deze wet voorge-
schreven maatregelen, kan de Bank openbaar maken
dat een systeemrelevante verwerker geen gevolg heeft
gegeven aan haar aanmaningen om zich binnen de
termijn bedoeld in paragraaf 1 te conformeren aan de
voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen.
Art. 17
Onverminderd de andere maatregelen bepaald in
deze wet, kan de Bank:
1° indien zij een inbreuk vaststelt op de artikelen 6,
§ 2, 9, 10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen, aan de betrok-
ken systeemrelevante verwerker een administratieve
La Banque peut procéder auprès de chaque exploi-
tant d’un schéma de paiement et de chaque processeur
d’importance systémique à des inspections sur place et
prendre connaissance et copie, sur place également, de
toute information détenue par l’exploitant du schéma de
paiement ou le processeur, en vue de vérifier le respect
des dispositions de la présente loi ainsi que l’exactitude
et la sincérité des états et autres informations qui lui
sont fournis par l’exploitant du schéma de paiement et
le processeur.
CHAPITRE 5
Astreintes et sanctions administratives
Art. 16
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues
par la présente loi, la Banque peut, lorsqu’elle constate
qu’un processeur d’importance systémique n’agit pas
en conformité avec les dispositions de la présente loi
ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou
que l’exercice de son activité présente une menace pour
la stabilité et la continuité des paiements en Belgique,
fixer un délai dans lequel il doit être remédié à cette
situation ou dans lequel le processeur d’importance
systémique doit se conformer à des dispositions pré-
cises de la présente loi ou des arrêtés et règlements
pris pour son exécution.
§ 2. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à
la situation, la Banque peut, le processeur d’importance
systémique ayant été entendu ou à tout le moins dûment
convoqué, lui infliger une astreinte qui ne pourra excéder
50 000 euros par jour, ni 2 500 000 euros au total.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi, la Banque peut rendre public qu’un pro-
cesseur d’importance systémique ne s’est pas conformé
aux injonctions qui lui ont été faites de respecter dans
le délai visé au paragraphe 1er les dispositions de la
présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour
son exécution.
Art. 17
Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi, la Banque peut:
1° si elle constate une infraction aux articles 6, § 2,
9, 10, 11, 12, 13 ou 15 ou à leurs arrêtés et règlements
d’exécution, imposer au processeur d’importance
systémique une amende administrative qui ne pourra
63
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan
25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van
ofwel 25 000 000 euro of 10 % van de jaaromzet van
het voorgaande boekjaar, voor hetzelfde feit of voor
hetzelfde geheel van feiten;
2° indien zij een inbreuk vaststelt op het bepaalde
in de artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering
ervan genomen maatregelen, aan de betrokken uit-
bater van een betalingsschema een administratieve
geldboete opleggen die niet minder mag bedragen
dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag
van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaaromzet
van het voorgaande boekjaar van de uitbater van het
betalingsschema, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde
geheel van feiten.
De jaaromzet bedoeld in het eerste lid is het be-
drag zoals bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van
Vennootschappen.
Art. 18
De Bank houdt bij het opleggen van een administra-
tieve geldboete zoals bepaald in artikel 17 rekening met
de duur en de ernst van de inbreuk.
Art. 19
§ 1. Onverminderd de andere maatregelen in deze
wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an-
dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank de
uitbater van een betalingsschema verbieden gebruik
te maken van een systeemrelevante verwerker, indien
deze verwerker het voorwerp heeft uitgemaakt van
een administratieve geldboete als bedoeld in artikel 17,
eerste lid, 1°.
§ 2. Onverminderd de andere maatregelen in deze
wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an-
dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank
een systeemrelevante verwerker verbieden belangrijke
operationele taken met betrekking tot de verwerking van
betalingstransacties uit te besteden aan een dienstver-
lener indien de in artikel 10 bedoelde voorwaarden niet
worden nageleefd of indien de dienstverlener, in zijn
hoedanigheid van systeemrelevante verwerker, zelf
het voorwerp heeft uitgemaakt van een administratieve
geldboete als bedoeld in artikel 17, eerste lid, 1°.
être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant
le plus élevé de 25 000 000 euros ou 10 % du chiffre
d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent,
pour le même fait ou pour le même ensemble de faits;
2° si elle constate une infraction aux provisions des
articles 6, § 1er, 8 ou 15 ou à leurs mesures d’exécu-
tion, imposer à l’exploitant d’un schéma de paiement
impliqué une amende administrative qui ne pourra être
inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus
élevé de 2 500 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires
annuel de l’exercice comptable précédent de l’exploitant
du schéma de paiement, pour le même fait ou pour le
même ensemble de faits.
Le chiffre d’affaires annuel visé à l’alinéa 1er est
le montant tel que défini à l’article 15 du Code des
Sociétés.
Art. 18
La Banque tient compte de la durée et de la gravité
de l’infraction lorsqu’elle impose une amende adminis-
trative telle que définie à l’article 17.
Art. 19
§ 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi et sans préjudice des mesures prévues
par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut
interdire à l’exploitant d’un schéma de paiement de
faire appel à un processeur d’importance systémique
au cas où ce processeur a fait l’objet d’une amende
administrative telle que visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi et sans préjudice des mesures prévues
par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut
interdire à un processeur d’importance systémique
d’externaliser des tâches opérationnelles importantes
relatives au traitement d’opérations de paiement à
un prestataire de services si les conditions visées à
l’article 10 ne sont pas respectées, ou si le prestataire
de services, en sa qualité de processeur d’importance
systémique, a lui-même fait l’objet d’une amende
administrative telle que visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°.
64
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 20
De met toepassing van de artikelen 16 en 17 op-
gelegde dwangsommen en geldboetes worden inge-
vorderd ten bate van de Schatkist door de Algemene
Administratie van de inning en invordering van de
Federale Overheidsdienst Financiën.
HOOFDSTUK 6
Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding
Art. 21
Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vast-
stelling van het organiek statuut van de Nationale
Bank van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit
van 12 november 2013 en bekrachtigd bij de wet van
25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
“Art. 8. § 1. De Bank waakt over de goede werking van
de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen
en ze vergewist zich van hun doelmatigheid en deugde-
lijkheid overeenkomstig deze wet, de bijzondere wetten
of reglementen en, in voorkomend geval, de Europese
regels ter zake.
Ze mag met dit doel alle verrichtingen doen en faci-
liteiten ter beschikking stellen.
Ze gaat over tot de toepassing van de verordeningen
vastgelegd door de ECB ter verzekering van doelmatige
en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen bin-
nen de Europese Unie en met andere landen.
§ 2. In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit
artikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen
ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglemen-
taire bepalingen betreffende technische punten.
Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin
andere wetten of reglementen voorzien, kan de Bank
overeenkomstig de procedure van de open raadpleging
de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast
te stellen, toelichten in een consultatieronde en deze
bekendmaken op haar website voor eventuele opmer-
kingen van belanghebbende partijen.
Deze reglementen hebben slechts uitwerking na
goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan
in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen
aanbrengen aan deze reglementen of deze regels zelf
vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft
vastgesteld.
Art. 20
Les astreintes et amendes imposées en application
des articles 16 et 17 sont recouvrées au profit du Trésor
public par l’Administration générale de la Perception et
du Recouvrement du Service public fédéral Finances.
CHAPITRE 6
Modifications et entrée en vigueur
Art. 21
L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut
organique de la Banque nationale de Belgique, modifié
par l’arrêté royal du 12 novembre 2013 et confirmé par
la loi du 25 avril 2014, est remplacé par le texte suivant:
“Art. 8. § 1er. La Banque veille au bon fonctionne-
ment des systèmes de compensation, de règlement et
de paiements et elle s’assure de leur efficacité et de
leur solidité conformément à la présente loi, aux lois et
règlements particuliers et, le cas échéant, aux règles
européennes en la matière.
Elle peut faire toutes opérations ou accorder des
facilités à ces fins.
Elle pourvoit à l’application des règlements arrêtés
par la BCE en vue d’assurer l’efficacité et la solidité des
systèmes de compensation et de paiements au sein de
l’Union européenne et avec les États tiers.
§ 2. Dans les matières pour lesquelles elle a compé-
tence en vertu de cet article, la Banque peut adopter
des règlements visant à compléter les dispositions
législatives ou réglementaires applicables concernant
des points techniques.
Sans préjudice de la consultation prévue par d’autres
lois ou règlements, la Banque peut, conformément à la
procédure de consultation publique, apporter lors d’une
consultation des explications sur le contenu de tout
règlement qu’elle envisage d’adopter et les publier sur
son site web pour observations éventuelles de la part
des parties intéressées.
Ces règlements ne prennent effet qu’après approba-
tion par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi
peut apporter des modifications à ces règlements ou
fixer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté
de règlement.
65
2277/001
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 3. De Bank oefent de bevoegdheden krachtens dit
artikel uitsluitend in het algemeen belang uit. De Bank,
de leden van haar organen en haar personeelsleden
zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen,
niet-optreden, handelingen of gedragingen in het kader
van de uitoefening van deze opdracht, behalve in geval
van bedrog of zware fout.”
Art. 22
De eerste paragraaf van artikel 36/8 van dezelfde wet,
ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011
en vervangen bij de wet van 18 december 2015, wordt
vervangen als volgt:
“§ 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleg-
gen van de administratieve geldboetes waarin voorzien
is in de wetten bedoeld in de artikelen 8, 12bis en
12ter en in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van
21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel-
lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de
toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en
tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de
toegang tot betalingssystemen.”
Art. 23
In de eerste paragraaf van artikel 36/9 van dezelfde
wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011
en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de
woorden “krachtens artikel 12bis” vervangen door de
woorden “krachtens de artikelen 8, 12bis of 12ter”.
Art. 24
Deze wet treedt in werking op [invoegen datum].
Gegeven te Brussel, 31 januari 2017
FILIP
VAN KONINGSWEGE:
De minister van Economie,
Kris PEETERS
De minister van Financiën,
Johan VAN OVERTVELDT
§ 3. La Banque exerce les compétences qui lui sont
dévolues par le présent article exclusivement dans
l’intérêt général. Hormis cas de fraude ou faute grave, la
Banque, les membres de ses organes et son personnel
ne sont pas civilement responsables de leurs décisions,
inactions, actes ou comportements dans l’exercice de
cette mission.”
Art. 22
Le premier paragraphe de l’article 36/8 de la même
loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et remplacé
par la loi du 18 décembre 2015, est remplacé par le
texte suivant:
“§ 1er. La Commission des sanctions statue sur
l’imposition des amendes administratives prévues
par les lois visées aux articles 8, 12bis et 12ter et aux
articles 50/1 et 50/2 de la loi du 21 décembre 2009
relative au statut des établissements de paiement et
des établissements de monnaie électronique, à l’accès
à l’activité de prestataire de services de paiement,
à l’activité d’émission de monnaie électronique et à
l’accès aux systèmes de paiement.”
Art. 23
Au premier paragraphe de l’article 36/9 de la même
loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié
par la loi du 25 avril 2014, les mots “en vertu de l’ar-
ticle 12bis” sont remplacés par “en vertu des articles 8,
12bis ou 12ter”.
Art. 24
La présente loi entre en vigueur le [indiquer la date].
Donné à Bruxelles, le 31 janvier 2017
PHILIPPE
PAR LE ROI:
Le ministre de l’Économie,
Kris PEETERS
Le ministre des Finances,
Johan VAN OVERTVELDT
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale