Document 54K2277/003

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2277 Verslag 🌐 NL

Inhoud

DOOR DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING PAR LA COMMISSION DES FINANCES ET DU BUDGET TEXTE ADOPTÉ TEKST AANGENOMEN 5810 DOC 54 2277/003 DOC 54 2277/003 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 16 februari 2017 16 février 2017 Voir: Doc 54 2277/ (2016/2017): 001: Projet de loi. 002: Rapport. Zie: Doc 54 2277/ (2016/2017): 001: Wetsontwerp. 002: Verslag. PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende het toezicht op verwerkers van betalingstransacties relatif à la surveillance des processeurs d’opérations de paiement 2 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Vuye&Wouters : Vuye&Wouters 3 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 1 Doel – defi nities – toepassingsgebied Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2 Deze wet regelt het toezicht op de activiteiten van verwerkers van betalingstransacties alsook het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. De opdrachten die deze wet aan de Bank toever- trouwt, maken een taak uit zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. Art. 3 Voor de toepassing van deze wet wordt ver- staan onder: 1° verwerking van betalingstransacties: het uitvoeren van technische processen nodig voor en in het bijzonder gericht op de afhandeling van een betalingstransactie; 2° verwerker: iedere natuurlijke persoon of rechts- persoon die diensten voor de verwerking van betalings- transacties aanbiedt; 3° systeemrelevante verwerker: iedere verwerker die de drempel bedoeld in artikel 5 overschrijdt; 4° betalingstransactie: een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij giraal geld wordt overgemaakt, ongeacht of er onderliggende ver- plichtingen tussen de betaler en de begunstigde zijn, en waarbij (a) de betalingstransactie wordt uitgevoerd tussen verschillende betalingsdienstaanbieders en (b) zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in België actief zijn; 5° betalingsdienstaanbieder: de instellingen en overheden bedoeld in artikel 5  van de wet van 21 december 2009; CHAPITRE 1ER Objectif – défi nitions – champ d’application Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’ar- ticle 74 de la Constitution. Art. 2 La présente loi règle la surveillance des activités des processeurs d’opérations de paiement, ainsi que le contrôle du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements adoptés aux fi ns de son exécution. Les missions dévolues à la Banque par la présente loi font partie des missions visées à l’article 8 de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique. Art. 3 Aux fi ns de l’application de la présente loi, il y a lieu d’entendre par: 1° traitement d’opérations de paiement: la mise en œuvre des processus techniques qui sont nécessaires et spécialement destinés à l’exécution d’une opération de paiement; 2° processeur: toute personne physique ou morale qui propose des services de traitement d’opérations de paiement; 3° processeur d’importance systémique: tout proces- seur qui dépasse le seuil visé à l’article 5; 4° opération de paiement: une action, initiée par le payeur ou le bénéfi ciaire, consistant à transférer de la monnaie scripturale, indépendamment de toute obliga- tion sous-jacente entre le payeur et le bénéfi ciaire, et dans le cadre de laquelle (a) l’opération de paiement est effectuée entre des prestataires de services de paiement différents et (b) tant le prestataire de services de paiement du payeur que celui du bénéfi ciaire opèrent en Belgique; 5° prestataire de services de paiement: les éta- blissements et autorités visés à l’article 5 de la loi du 21 décembre 2009; 4 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 6° betaler: hetzij een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalings- transactie vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij bij ontbreken van een betaalrekening, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft; 7° begunstigde: een natuurlijke of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger is van het giraal geld waarop een betalingstransactie betrekking heeft; 8° betaalrekening: een op naam van één of meer be- talingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt; 9° betalingsdienstgebruiker: een natuurlijke of rechts- persoon die in de hoedanigheid van betaler, begunstigde of beide van een betalingsdienst gebruikmaakt; 10° betalingsdienst: elke bedrijfsactiviteit bedoeld in artikel 4, 1° van de wet van 21 december 2009; 11° betalingsopdracht: een door een betaler of be- gunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren; 12° betalingsschema: een in België actief enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeen- gekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of richtsnoeren voor de uitvoering van betalingstransacties dat losstaat van een infrastructuur die of een betalings- systeem dat de werking ervan ondersteunt; 13° uitbater van een betalingsschema: een besluitvor- mingsorgaan, organisatie of entiteit die juridisch verant- woordelijk is voor de werking van een betalingsschema; 14° uitbesteding: elke overeenkomst van om het even welke vorm tussen een verwerker en een dienstverle- ner op grond waarvan deze dienstverlener een proces, een dienst of een activiteit verricht die anders door de verwerker zelf zou worden verricht; 15° belangrijke operationele taak: elke taak die bij een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezen- lijk nadelige gevolgen zou hebben voor de voortdurende inachtneming door de verwerker van de verplichtingen waaraan hij uit hoofde van deze wet onderworpen is, dan wel voor de continuïteit en de stabiliteit van zijn dienstverlening en van het Belgisch betaalverkeer; 6° payeur: une personne physique ou morale qui est titulaire d’un compte de paiement et autorise un ordre de paiement à partir de ce compte de paiement, ou, en l’absence de compte de paiement, une personne physique ou morale qui donne un ordre de paiement; 7° bénéfi ciaire: une personne physique ou morale qui est le destinataire prévu de la monnaie scripturale ayant fait l’objet d’une opération de paiement; 8° compte de paiement: un compte qui est détenu au nom d’un ou de plusieurs utilisateurs de services de paiement et qui est utilisé aux fi ns de l’exécution d’opérations de paiement; 9° utilisateur de services de paiement: une personne physique ou morale qui utilise un service de paiement en qualité de payeur ou de bénéfi ciaire, ou des deux; 10° service de paiement: toute activité professionnelle visée à l’article 4, 1°, de la loi du 21 décembre 2009; 11° ordre de paiement: toute instruction d’un payeur ou d’un bénéficiaire à son prestataire de services de paiement demandant l’exécution d’une opération de paiement; 12° schéma de paiement: un ensemble unique, opé- rant en Belgique, de règles, de pratiques, de normes et/ ou de lignes directrices pour l’exécution d’opérations de paiement, convenu entre des prestataires de services de paiement, distinct d’une infrastructure ou d’un système de paiement qui en soutient le fonctionnement; 13° exploitant d’un schéma de paiement: un organe décisionnel, un organisme ou une entité qui est juridi- quement responsable du fonctionnement d’un schéma de paiement; 14° externalisation: tout accord, quelle que soit sa forme, entre un processeur et un prestataire de ser- vices en vertu duquel ce prestataire de services prend en charge un processus, un service ou une activité qui aurait autrement été pris en charge par le proces- seur lui-même; 15° tâche opérationnelle importante: toute tâche qui, en cas d’anomalie ou de défaillance dans son exercice, est susceptible de nuire sérieusement à la capacité du processeur de se conformer en permanence aux obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi, ou à la continuité et à la stabilité de ses services et du circuit de paiement belge; 5 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 16° de Bank: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998; 17° overschrijving: een betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstrans- acties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie; 18° domiciliëring: een betalingsdienst voor het de- biteren van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler aan de begunstigde, aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde of aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler verstrekte instemming; 19° wet van 22  februari  1998: de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 20° wet van 21  december  2009: de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen; 21° werkdag: alle dagen met uitsluiting van de zon- dagen en wettelijke feestdagen. Art. 4 Deze wet is niet van toepassing op: 1° de verwerking van betalingstransacties die zijn gebaseerd op een van de volgende documenten die door een betalingsdienstaanbieder zijn uitgegeven met de bedoeling giraal geld beschikbaar te stellen aan de begunstigde: i) een papieren cheque als bedoeld in artikel 1 van de wet van 1 maart 1961 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de cheque en de inwerkingtreding van deze wet, en iedere andere gelijkaardige vorm van papieren cheque, zoals de postcheque bepaald bij de wet van 2 mei 1956 op de postcheque, een circulaire cheque, of elke andere titel die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; 16° la Banque: l’organisme visé dans la loi du 22 février 1998; 17° virement: un service de paiement fourni par le prestataire de services de paiement qui détient le compte de paiement d’un payeur, visant à créditer, sur la base d’une instruction donnée par le payeur, le compte de paiement d’un bénéfi ciaire par une opération ou une série d’opérations de paiement, réalisées à partir du compte de paiement du payeur; 18° domiciliation: un service de paiement visant à débiter le compte de paiement d’un payeur, lorsqu’une opération de paiement est initiée par le bénéfi ciaire sur la base du consentement donné par le payeur au bénéfi ciaire, au prestataire de services de paiement du bénéfi ciaire ou au propre prestataire de services de paiement du payeur; 19° loi du 22 février 1998: la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique; 20° loi du 21  décembre  2009: la loi du 21  décembre  2009 relative au statut des établisse- ments de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataires de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement; 21° jour ouvrable: tous les jours à l’exception des dimanches et jours fériés. Art. 4 La présente loi ne s’applique pas: 1° au traitement d’opérations de paiement fondées sur l’un des documents suivants, émis par le prestataire de services de paiement en vue de mettre de la monnaie scripturale à la disposition du bénéfi ciaire: i) un chèque papier visé à l’article 1er de la loi du 1er mars 1961 concernant l’introduction dans la légis- lation nationale de la loi uniforme sur le chèque et sa mise en vigueur, ainsi que toute autre forme similaire de chèque papier, telle qu’un chèque postal au sens de la loi du 2 mai 1956 sur le chèque postal, un chèque circulaire, ou tout autre titre qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assorti des mêmes effets juridiques; 6 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 ii) een papieren wisselbrief als bedoeld in artikel 1 van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes, ingevoegd in Titel VIII van Boek I van het Wetboek van Koophandel en iedere gelijkaardige vorm van papieren wisselbrief die, ongeacht de benaming of de vorm, dezelfde rechtsgevolgen met zich meebrengt; iii) een papieren tegoedbon, waaronder een papieren dienstencheque zoals bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, en papieren maaltijdcheque; iv) een papieren reischeque; v) een papieren postwissel uitgegeven en/of betaald in contanten aan een loket van een postkantoor of van een ander postaal servicepunt; 2° de verwerking van betalingstransacties die bin- nen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem worden uitgevoerd; 3° de verwerking van overschrijvingen en domiciliëringen. HOOFDSTUK 2 Drempel en kennisgevingsverplichtingen Art. 5 Indien een verwerker voor minimum honderdvijfen- twintig miljoen betalingstransacties, gemeten over het voorgaande jaar, via één bepaald betalingsschema diensten voor de verwerking ervan heeft verleend, wordt deze verwerker beschouwd als een systeemrelevante verwerker vanaf het ogenblik waarop de in artikel 6, § 3, bedoelde kennisgeving uitwerking heeft. Op advies van de Bank, kan de Koning: 1° het bedrag van de in het eerste lid bedoelde drem- pel wijzigen; 2° nadere regels vastleggen voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde drempel. ii) une lettre de change sur support papier, visée à l’article 1er des lois coordonnées sur la lettre de change et le billet à ordre, insérées dans le titre VIII du livre Ier du Code de commerce, ainsi que toute autre forme simi- laire de lettre de change sur support papier qui, quelle que soit sa dénomination ou sa forme, est assortie des mêmes effets juridiques; iii) un titre de service sur support papier, dont le titre- service sur support papier visé à l’article 2, 1°, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d’emplois de proximité, ou un chèque-repas sur support papier; iv) un chèque de voyage sur support papier; v) un mandat postal sur support papier, émis et/ou payé en espèces au guichet d’un bureau de poste ou d’un autre point de service postal; 2° au traitement d’opérations de paiement effectuées au sein d’un système de paiement ou de règlement d’opérations sur titres; 3° au traitement de virements et domiciliations. CHAPITRE 2 Seuil et obligations de notifi cation Art. 5 Si un processeur a fourni des services aux fi ns du traitement d’un minimum de cent vingt-cinq millions d’opérations de paiement, calculées sur l’année anté- rieure, au moyen d’un schéma de paiement déterminé, ce processeur est considéré comme un processeur d’importance systémique à partir du moment auquel la notifi cation visée à l’article 6, § 3 prend effet. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifi er le montant du seuil visé à l’alinéa 1er; 2° fi xer des règles plus précises pour le calcul du seuil visé à l’alinéa 1er. 7 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 6 § 1. Iedere uitbater van een betalingsschema ver- strekt jaarlijks, vóór 1 april, aan de Bank de volgende gegevens over iedere verwerker waarop hij beroep doet: 1° de naam, voornamen, woon -en verblijfplaats en geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 2° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofdbe- stuur van de verwerker die een rechtspersoon is; 3° het aantal tijdens het voorgaande jaar via zijn be- talingsschema verrichte betalingstransacties, evenals het aandeel in dit totaal aantal betalingstransacties van iedere verwerker waarvan het schema gebruik maakt. § 2. Iedere verwerker is ertoe gehouden om de Bank en het betalingsschema waarvoor hij diensten verleent onverwijld in te lichten wanneer hij de in artikel 5 be- doelde drempel overschrijdt. § 3. De Bank stelt een verwerker die de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijdt in kennis van diens kwalifi catie als systeemrelevante verwerker. De Bank kan daarbij rekening houden met de informatie die zij ontvangt in toepassing van de paragrafen 1 en 2. De Bank kan echter ook rekening houden met alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken. De Bank brengt haar gemotiveerde kennisgeving ter kennis van de verwerker en van de betrokken uitbater van het betalingsschema, met een ter post aange- tekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Die kennisgeving heeft uitwerking vanaf de datum bepaald door de Bank, doch ten vroegste één maand na datum van de kennisgeving, en dit tot de Bank een systeem- relevante verwerker een in paragraaf 4 bedoelde ken- nisgeving bezorgt. § 4. Een verwerker wordt niet langer als een sys- teemrelevante verwerker beschouwd wanneer deze niet langer de in artikel 5 bedoelde drempel overschrijdt en de Bank de systeemrelevante verwerker daarvan in kennis stelt. De Bank kan die kennisgeving bezorgen: 1° op eigen initiatief, op grond van de informatie die zij ontvangt in toepassing van paragraaf 1 dan wel op grond van alle andere informatie waarover zij beschikt in de uitoefening van haar taken; Art. 6 §  1er. Tout exploitant d’un schéma de paiement transmet à la Banque, avant le 1er avril, les informa- tions suivantes concernant chaque processeur auquel il fait appel: 1° le nom, les prénoms, le domicile et le lieu de rési- dence, ainsi que la date de naissance de tout processeur qui est une personne physique; 2° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central du pro- cesseur qui est une personne morale; 3° le nombre d’opérations de paiement effectuées au moyen de son schéma de paiement au cours de l’année précédente, ainsi que la part dans ce nombre total d’opérations de paiement que représente chaque processeur auquel le schéma recourt. § 2. Tout processeur est tenu d’informer immédiate- ment la Banque et le schéma de paiement pour lequel il fournit des services en cas de dépassement du seuil visé à l’article 5. § 3. La Banque notifi e à un processeur qui dépasse le seuil visé à l’article 5 sa qualifi cation en tant que proces- seur d’importance systémique. La Banque peut, à cette fi n, tenir compte de toute information qu’elle reçoit en vertu des paragraphes 1er et 2. La Banque peut toutefois aussi tenir compte de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions. La Banque porte sa notifi cation motivée à la connais- sance du processeur et de l’exploitant du schéma de paiement concerné, soit par lettre recommandée à la poste, soit par courrier avec accusé de réception. Cette notifi cation prend effet à compter de la date arrêtée par la Banque, mais au plus tôt un mois après la date de la notifi cation, et ce jusqu’à ce que la Banque fournisse au processeur d’importance systémique une notifi cation telle que visée au paragraphe 4. § 4. Un processeur n’est plus considéré comme un processeur d’importance systémique dès lors qu’il ne dépasse plus le seuil visé à l’article 5 et que la Banque le lui a notifi é. La Banque peut procéder à cette notifi cation: 1° de sa propre initiative, sur la base d’informations qu’elle reçoit en vertu du paragraphe 1er, ainsi que sur la base de toute autre information dont elle dispose dans l’exercice de ses missions; 8 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° op vraag van een systeemrelevante verwerker, in welk geval die verwerker de nodige cijfergegevens of uitleg toevoegt aan diens verzoek. De Bank kan nader bepalen welke cijfergegevens of uitleg vereist zijn. Art. 7 De Bank houdt een lijst bij van alle verwerkers aan wie zij krachtens artikel 6, § 3, een kennisgeving heeft bezorgd. De Bank maakt deze lijst bekend op haar web- site. De Bank zorgt voor een regelmatige actualisering van de op de website verstrekte informatie. Bij die actu- alisering wordt in het bijzonder rekening gehouden met de kennisgevingen die in voorkomend geval gegeven zijn krachtens artikel 6, § 4. De in het eerste lid bedoelde lijst vermeldt voor iedere verwerker minstens de volgende informatie: 1° de datum van de bezorging van de kennisgeving en de datum waarop die kennisgeving uitwerking heeft zoals bepaald in artikel 6, § 3, tweede lid; 2° de naam, voornamen, woon-en verblijfplaats en geboortedatum van iedere verwerker die een fysiek persoon is; 3° de maatschappelijke benaming, de rechtsvorm en het adres van de maatschappelijke zetel of het hoofd- bestuur van de verwerker die een rechtspersoon is. HOOFDSTUK 3 Bedrijfsuitoefening Art. 8 Iedere uitbater van een betalingsschema dient zich ervan te vergewissen dat iedere systeemrelevante verwerker waarvan het schema gebruik maakt in staat is om het bepaalde in dit Hoofdstuk na te leven. De uitbater van het betalingsschema legt daarbij de nodige zorgvuldigheid. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2, van de wet van 22 februari 1998 nader bepalen wat onder het bepaalde in het eerste lid dient verstaan te worden. 2° sur demande d’un processeur d’importance sys- témique, auquel cas ce processeur joint à sa requête toutes les explications ou données chiffrées néces- saires. La Banque peut ensuite décider quelles données chiffrées ou explications sont requises. Art. 7 La Banque conserve une liste de tous les processeurs à qui elle a fourni une notifi cation en vertu de l’article 6, § 3. La Banque publie cette liste sur son site internet. La Banque est tenue de mettre régulièrement à jour les informations fi gurant sur son site internet. Ces mises à jour tiennent notamment compte des notifi cations effectuées, le cas échéant, en vertu de l’article 6, § 4. La liste visée à l’alinéa 1er doit mentionner au mini- mum les informations suivantes concernant chaque processeur: 1° la date à laquelle la notifi cation a été transmise ainsi que la date à laquelle la notifi cation prend effet, conformément à l’article 6, § 3, alinéa 2; 2° le nom, les prénoms, le domicile, le lieu de rési- dence, ainsi que la date de naissance de tout processeur qui est une personne physique; 3° la dénomination sociale, la forme juridique et l’adresse du siège social ou du siège central du pro- cesseur, qui est une personne morale. CHAPITRE 3 Exercice de l’activité Art. 8 Tout exploitant d’un schéma de paiement est tenu de s’assurer que tout processeur d’importance systémique auquel le schéma recourt est à même de respecter les dispositions du présent chapitre. L’exploitant du schéma de paiement fait preuve à cet égard de la dili- gence requise. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2, de la loi du 22 février 1998, ce qu’il y a lieu d’entendre par les dispositions de l’alinéa 1er. 9 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 9 De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor fusies tussen systeemrelevante verwerkers en voor fusies tussen die verwerkers en andere ondernemingen. Worden voor de toepassing van dit artikel met fusies gelijkgesteld, overdrachten van een deel of het geheel van het bedrijf en integrale of gedeeltelijke overdrachten van het net. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de in het eerste lid bedoelde fusies aan voorwaar- den onderwerpen. De Bank kan haar toestemming enkel weigeren bin- nen drie maanden nadat zij van het project vooraf in kennis is gesteld met voorlegging van een volledig dos- sier, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de systeemrelevante verwerker en de impact van het voorstel op de continuïteit en sta- biliteit van het Belgisch betaalverkeer. Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. Art. 10 Een systeemrelevante verwerker mag belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties slechts uitbesteden aan een dienstverlener onder de hiernavolgende voorwaarden: 1° de voorafgaande toestemming van de Bank is vereist; 2° de uitbesteding leidt er niet toe dat de hoogste leiding van de verwerker ook maar enige verantwoor- delijkheid delegeert; 3° de relatie en verplichtingen van de verwerker ten opzichte van betalingsdienstaanbieders en betalings- schema’s worden niet gewijzigd; 4° de naleving van de voorwaarden waaraan de verwerker krachtens deze wet moet voldoen, mag niet worden ondermijnd; 5° de uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan de kwaliteit van de interne controle van de verwerker Art. 9 Sont soumises à l’autorisation préalable de la Banque les fusions entre processeurs d’importance systé- mique et les fusions entre ces processeurs et d’autres entreprises. Sont, pour l’application du présent article, assimilé à des fusions, les cessions de l’ensemble ou d’une partie de l’activité et les cessions de l’ensemble ou d’une partie du réseau. En vue d’une gestion saine et prudente, d’une maî- trise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut sou- mettre les fusions visées à l’alinéa 1er à des conditions. La Banque ne peut refuser son autorisation que dans les trois mois de la notifi cation préalable qui lui a été faite du projet avec présentation d’un dossier complet, et pour des motifs relatifs à la gestion saine et prudente du processeur d’importance systémique et à l’incidence de la proposition sur la continuité et la stabilité des paiements en Belgique. Si elle n’intervient pas dans le délai fi xé ci-dessus, l’autorisation est réputée acquise. Art. 10 Un processeur d’importance systémique ne peut externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services qu’aux conditions suivantes: 1° l’autorisation préalable de la Banque est requise; 2° l’externalisation n’entraîne aucune délégation de la responsabilité de la direction générale du processeur; 3° la relation et les obligations du processeur à l’égard des prestataires de services de paiement et des sché- mas de paiement ne sont pas modifi ées; 4° le respect des conditions que le processeur est tenu de remplir en vertu de la présente loi n’est pas altéré; 5° l’externalisation ne peut pas être faite d’une manière qui nuise sérieusement à la qualité du contrôle 10 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 en aan het vermogen van de Bank om de naleving door de verwerker van zijn verplichtingen te controleren. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid, een passende risicobeheersing en de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer, kan de Bank de uitbesteding van belangrijke operationele taken aan bijkomende voorwaarden onderwerpen. Bij de uitbesteding van werkzaamheden blijft de sys- teemrelevante verwerker volledig verantwoordelijk voor de handelingen die gesteld zijn door de dienstverlener. Art. 11 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de aan- nemelijke oorzaken van interne en externe operationele risico’s voor de verwerking van betalingstransacties te identifi ceren en de impact ervan te beperken door mid- del van een passend beleid en passende systemen, procedures en controles. De risicobeheersingsproce- dures dienen doeltreffend te zijn. § 2. Iedere systeemrelevante verwerker dient zijn systemen zodanig te ontwerpen dat een hoge mate van veiligheid, integriteit, confi dentialiteit en operati- onele betrouwbaarheid, stabiliteit en continuïteit zijn gewaarborgd. Die systemen dienen een toereikende en schaalbare capaciteit te hebben. § 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient be- drijfscontinuïteitsmanagement toe te passen en dient daartoe te beschikken over bedrijfscontinuïteitsplan- nen. Het geheel moet streven naar een snel herstel van de activiteiten en de naleving van zijn verplichtin- gen in het geval van een storing in de verwerking van betalingstransacties. § 4. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een risicobeheerbeleid en procedures en systemen te beschikken die hem in staat stellen om de risico’s die zich voordoen of door hem gedragen worden te identi- fi ceren, meten, opvolgen en beheersen. Iedere systeemrelevante verwerker dient over een duidelijk en goed gedocumenteerd risicobeheersingska- der te beschikken dat diens risicotolerantiebeleid omvat, verantwoordelijkheden en verantwoording voor risico- beslissingen toewijst en dat het besluitvormingsproces in perioden van crisis en noodsituaties omschrijft. De interne bestuursregelingen van iedere systeemrelevante verwerker dienen voor de risicobeheersings- en interne controlefuncties voldoende gezag, onafhankelijkheid, interne du processeur et qui empêche la Banque de contrôler le respect, par le processeur, de ses obligations. Eu égard à la nécessité d’une gestion saine et pru- dente, d’une maîtrise adéquate des risques et de la continuité et de la stabilité des paiements en Belgique, la Banque peut soumettre l’externalisation des tâches opé- rationnelles importantes à des conditions additionnelles. Dans l’externalisation d’activités, le processeur d’importance systémique demeure entièrement respon- sable des actes posés par le prestataire de services. Art. 11 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu d’identifi er les causes vraisemblables de risques opérationnels internes et externes pour le traitement des transactions de paiement et d’en limiter l’incidence au moyen d’une politique adéquate et de systèmes adéquats, de procédures et de contrôles adéquats. Les procédures de maîtrise des risques doivent être efficaces. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de concevoir ses systèmes de telle sorte qu’ils garantissent un degré élevé de sécurité, d’intégrité, de confi dentialité, ainsi que de fi abilité, de stabilité et de continuité opérationnelles. Ces systèmes doivent pos- séder une capacité suffisante et évolutive. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de mettre en œuvre une gestion de la continuité des activités et de disposer à cet égard de plans de continuité des activités. L’ensemble doit tendre vers une reprise rapide des activités et le respect de ses obligations en cas de perturbation du traitement des opérations de paiement. § 4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’une politique de gestion des risques et de procédures et systèmes lui permettant d’identifi er, de mesurer, de suivre et de maîtriser les risques qui surviennent ou qu’il supporte. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer d’un cadre de maîtrise des risques clair et bien documenté, qui inclut sa politique de tolérance aux risques, qui assigne les responsabilités et la justifi cation des décisions liées aux risques et qui décrit le processus de prise de décisions en périodes de crise et en situa- tions d’urgence. Les modalités de gestion interne de tout processeur d’importance systémique sont tenues d’assurer, pour les fonctions de maîtrise des risques et 11 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 middelen en, in voorkomend geval, toegang tot de raad van bestuur te verzekeren. Risicobeheersingskaders moeten onderworpen wor- den aan een periodieke beoordeling. § 5. De Bank kan de in de paragrafen 1 tot en met 4 bedoelde verplichtingen bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, na- der bepalen. Art. 12 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de ge- paste beleidsplannen en procedures te implementeren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde de confi dentialiteit en integriteit van de informatie evenals de continue beschikbaarheid van zijn dienstverlening te verzekeren. §  2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de gepaste beleidsplannen en procedures te implemen- teren evenals afdoende middelen te voorzien teneinde te verzekeren dat zijn dienstverlening beschikbaar, betrouwbaar, veerkrachtig en weerbaar blijft. § 3. Iedere systeemrelevante verwerker dient er voor te zorgen dat de diensten voor de verwerking van be- talingstransacties maximaal slechts 30 minuten tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur en 60 minuten tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens niet beschikbaar zijn, zodat de continuïteit en stabiliteit van het Belgisch betaalverkeer niet in het gedrang komt. De gecumuleerde niet beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties mag tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur de grens van 30 minuten per kwartaal en tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens de grens van 120 minuten per kwartaal niet overschrijden. Op advies van de Bank, kan de Koning de periode van niet beschikbaarheid bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen. §  4. Iedere systeemrelevante verwerker dient te beschikken over robuuste methodologieën teneinde te kunnen plannen voor de gehele levensloop van de gebruikte technologieën en de selectie van technolo- gische standaarden. § 5. Iedere systeemrelevante verwerker, of indien hij hiertoe niet in staat zou zijn de uitbater van het in artikel 5 bedoelde betalingsschema, dient transparante de contrôle interne, une autorité, une indépendance, des ressources suffisantes et, le cas échéant, l’accès au conseil d’administration. Les dispositifs de contrôle des risques doivent être soumis à une évaluation périodique. § 5. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, les mo- dalités des obligations visées aux paragraphes 1er à 4. Art. 12 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu de mettre en oeuvre les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer la confi dentialité et l’intégrité des informations, ainsi que la disponibilité continue de la fourniture de ses services. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu de mettre en oeuvre les stratégies et procédures appropriées, ainsi que les ressources suffisantes, pour assurer que la fourniture de ses services demeure dis- ponible, fi able, dynamique et puissante. § 3. Tout processeur d’importance systémique est tenu de veiller à ce que les services de traitement des opérations de paiement ne soient indisponibles qu’au maximum durant 30 minutes entre 8 heures du matin et 20 heures, et 60 minutes entre 20 heures et 8 heures du matin, de sorte que la continuité et la stabilité des paiements en Belgique ne soient pas compromises. L’indisponibilité cumulative des services de traitement des opérations de paiement ne peut pas dépasser 30 minutes par trimestre entre 8 heures du matin et 20 heures et 120 minutes par trimestre entre 20 heures et 8 heures du matin. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à modifi er la période d’indisponibilité visée à l’alinéa 1er et 2. §  4. Tout processeur d’importance systémique est tenu de disposer de méthodologies robustes afi n de pouvoir planifi er l’ensemble de la durée de vie des technologies utilisées et la sélection de normes technologiques. §  5. Tout processeur d’importance systémique, ou, si cela lui était impossible, l’exploitant du schéma de paiement visé à l’article 5, est tenu d’assurer une 12 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 communicatie te verzorgen over de diensten voor de verwerking van betalingstransacties naar, in voorko- mend geval, de betrokken betalingsdienstaanbieders, betalingsschema’s en betalingsdienstgebruikers en dient hen te voorzien van voldoende informatie. In geval van een niet beschikbaarheid van de dien- sten voor de verwerking van betalingstransacties zoals bedoeld in paragraaf 3, dient deze informatie minstens te slaan op de oorzaken en gevolgen en de voorziene duur ervan evenals de voorziene hersteltijd. § 6. De Bank kan de in de paragrafen 1 tot en met 5 bedoelde verplichtingen bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, na- der bepalen. Art. 13 § 1. Iedere systeemrelevante verwerker dient de Bank tijdens een werkdag in kennis te stellen van de niet- beschikbaarheid van de diensten voor de verwerking van betalingstransacties binnen volgende tijdsgrenzen: 1° 15 minuten na detectie van het incident indien het incident plaatsvindt tussen 8 uur ’s morgens en 20 uur; 2° zo spoedig mogelijk, na 8 uur ‘s morgens indien het incident plaatsvindt tussen 20 uur en 8 uur ’s morgens. Op advies van de Bank, kan de Koning: 1° de in het eerste lid bedoelde tijdsgrenzen wijzigen; 2° nadere regels vastleggen voor het berekenen van de in het eerste lid bedoelde tijdsgrenzen. §  2. Iedere systeemrelevante verwerker dient de eerstvolgende werkdag volgend op de vaststelling van een incident met betrekking tot of een inbreuk op de bepalingen van artikel 11 en artikel 12, paragrafen 1, 2, 4 en 5 de Bank hiervan in kennis te stellen. § 3. De Bank kan bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, de wijze waarop de kennisgeving zoals vermeld in paragrafen 1 en 2 dient plaats te vinden evenals de te verstrekken gegevens nader bepalen. § 4. De systeemrelevante verwerker dient de Bank binnen een redelijke termijn een grondige analyse te communication transparente sur les services de trai- tement des opérations de paiement à l’égard, le cas échéant, des prestataires de services de paiement, des schémas de paiement et des utilisateurs de services de paiement concernés, et est tenu de leur fournir des informations suffisantes. En cas d’indisponibilité des services de traitement des opérations de paiement visés au paragraphe 3, ces informations doivent au moins porter sur les causes et conséquences, et leur durée prévue, ainsi que sur le délai de rétablissement prévu. § 6. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, les mo- dalités des obligations visées aux paragraphes 1er à 5. Art. 13 § 1er. Tout processeur d’importance systémique est tenu d’informer la Banque pendant un jour ouvrable de l’indisponibilité des services de traitement des opéra- tions de paiement dans les délais suivants: 1° dans les 15 minutes de la détection de l’incident si l’incident se produit entre 8  heures du matin et 20 heures; 2° dans les meilleurs délais, après 8  heures du matin si l’incident se produit entre 20  heures et 8 heures du matin. Sur avis de la Banque, le Roi est habilité à: 1° modifi er les délais visés à l’alinéa 1er; 2° fi xer des modalités pour calculer les délais visés à l’alinéa 1er. § 2. Tout processeur d’importance systémique est tenu, le premier jour ouvrable suivant le constat d’un incident relatif à ou d’une infraction aux dispositions des articles 11 et 12, paragraphes 1er, 2, 4 et 5, d’en informer la Banque. § 3. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, la manière dont la notifi cation fi gurant dans les disposi- tions des paragraphes 1er et 2 doit avoir lieu, ainsi que les données à fournir. § 4. Le processeur d’importance systémique est tenu, dans un délai raisonnable, de fournir à la Banque une 13 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 bezorgen van een incident dat een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van de artikelen 11 en 12. De Bank kan de in het eerste lid bedoelde verplich- tingen bij reglement als bedoeld in artikel 8, § 2 van de wet van 22 februari 1998, nader bepalen. HOOFDSTUK 4 Toezicht op betalingsschema’s en systeemrelevante verwerkers Art. 14 De Bank ziet erop toe dat ieder betalingsschema en zijn uitbater en iedere systeemrelevante verwerker door- lopend werken overeenkomstig de bepalingen van deze wet die op hen van toepassing zijn en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Het toezicht door de Bank dient evenredig en passend te zijn, in het licht van de aard, de omvang en de complexiteit van de door de systeemrelevante verwerker verrichte activitei- ten, en de eraan verbonden risico’s. Art. 15 De Bank kan zich door iedere uitbater van een betalingsschema en door iedere systeemrelevante verwerker alle inlichtingen doen verstrekken over hun organisatie, werking, fi nanciële positie en verwerkte betalingstransacties, en voorschrijven dat haar geregeld cijfergegevens of andere documenten en uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. De Bank kan bij iedere uitbater van een betalings- schema en bij iedere systeemrelevante verwerker ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in het bezit van de uitbater van het betalingsschema of van de verwerker, om na te gaan of de bepalingen van deze wet zijn nageleefd en of de haar door de uitbater van het betalingsschema en de verwerker voorgelegde staten en andere inlichtingen, juist en waarheidsgetrouw zijn. analyse approfondie d’un incident qui constitue une infraction aux dispositions des articles 11 et 12. La Banque peut préciser par voie de règlement visé à l’article 8, § 2 de la loi du 22 février 1998, les modalités des obligations visées à l’alinéa 1er. CHAPITRE 4 Surveillance des schémas de paiement et des processeurs d’importance systémique Art. 14 La Banque veille à ce que chaque schéma de paie- ment et son exploitant et chaque processeur d’impor- tance systémique fonctionnent en permanence en conformité avec les dispositions de la présente loi qui leurs sont applicables, ainsi que des arrêtés et règle- ments pris pour son exécution. La surveillance exercée par la Banque doit être proportionnée et adaptée à la nature, à l’étendue et à la complexité des activités exercées par le processeur d’importance systémique, et aux risques qui y sont liés. Art. 15 La Banque peut se faire transmettre par chaque exploitant d’un schéma de paiement et chaque proces- seur d’importance systémique tous renseignements sur leur organisation, fonctionnement, situation fi nancière et les opérations de paiement traitées, et imposer que des données chiffrées ou d’autres documents et explications lui soient fournis régulièrement afi n de pouvoir vérifi er si les prescriptions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son application sont respectées. La Banque peut procéder auprès de chaque exploi- tant d’un schéma de paiement et de chaque processeur d’importance systémique à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sur place également, de toute information détenue par l’exploitant du schéma de paiement ou le processeur, en vue de vérifi er le respect des dispositions de la présente loi ainsi que l’exactitude et la sincérité des états et autres informations qui lui sont fournis par l’exploitant du schéma de paiement et le processeur. 14 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 5 Dwangsommen en administratieve sancties Art. 16 §  1. Onverminderd de andere bij deze wet voor- geschreven maatregelen, kan de Bank, wanneer zij vaststelt dat een systeemrelevante verwerker niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of dat de uitoefening van zijn bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit en continuïteit van het Belgisch beta- lingsverkeer, een termijn vaststellen waarbinnen deze toestand moet worden verholpen of de systeemrelevante verwerker zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 2. Indien de toestand na het verstrijken van deze termijn niet is verholpen, kan de Bank na de systeemre- levante verwerker gehoord of tenminste opgeroepen te hebben hem de betaling van een dwangsom opleggen die per dag niet meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in het totaal 2 500 000 euro mag overschrijden. § 3. Onverminderd de andere bij deze wet voorge- schreven maatregelen, kan de Bank openbaar maken dat een systeemrelevante verwerker geen gevolg heeft gegeven aan haar aanmaningen om zich binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijn te conformeren aan de voorschriften van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Art. 17 Onverminderd de andere maatregelen bepaald in deze wet, kan de Bank: 1° indien zij een inbreuk vaststelt op de artikelen 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, aan de betrok- ken systeemrelevante verwerker een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag van ofwel 25 000 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten; 2° indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen in de artikelen 6, § 1, 8 of 15 of op de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, aan de betrokken uit- bater van een betalingsschema een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 25 000 euro noch meer dan het hoogste bedrag CHAPITRE 5 Astreintes et sanctions administratives Art. 16 § 1er. Sans préjudice d’autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut, lorsqu’elle constate qu’un processeur d’importance systémique n’agit pas en conformité avec les dispositions de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution ou que l’exercice de son activité présente une menace pour la stabilité et la continuité des paiements en Belgique, fi xer un délai dans lequel il doit être remédié à cette situation ou dans lequel le processeur d’importance systémique doit se conformer à des dispositions pré- cises de la présente loi ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution. § 2. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la situation, la Banque peut, le processeur d’importance systémique ayant été entendu ou à tout le moins dûment convoqué, lui infl iger une astreinte qui ne pourra excéder 50 000 euros par jour, ni 2 500 000 euros au total. § 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut rendre public qu’un pro- cesseur d’importance systémique ne s’est pas conformé aux injonctions qui lui ont été faites de respecter dans le délai visé au paragraphe 1er les dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution. Art. 17 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut: 1° si elle constate une infraction aux articles 6, § 2, 9, 10, 11, 12, 13 ou 15 ou à leurs arrêtés et règlements d’exécution, imposer au processeur d’importance systémique une amende administrative qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 25 000 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires annuel de l’exercice comptable précédent, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits; 2° si elle constate une infraction aux provisions des articles 6, § 1er, 8 ou 15 ou à leurs mesures d’exécu- tion, imposer à l’exploitant d’un schéma de paiement impliqué une amende administrative qui ne pourra être inférieure à 25 000 euros ni dépasser le montant le plus élevé de 2 500 000 euros ou 10 % du chiffre d’affaires 15 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 van ofwel 2 500 000 euro of 10 % van de jaaromzet van het voorgaande boekjaar van de uitbater van het betalingsschema, voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten. De in het eerste lid bedoelde jaaromzet is het be- drag als bedoeld in artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen. Art. 18 De Bank houdt bij het opleggen van een in artikel 17 bedoelde administratieve geldboete rekening met de duur en de ernst van de inbreuk. Art. 19 § 1. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an- dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank de uitbater van een betalingsschema verbieden gebruik te maken van een systeemrelevante verwerker, indien deze verwerker het voorwerp heeft uitgemaakt van een in artikel 17, eerste lid, 1°, bedoelde administratieve geldboete. § 2. Onverminderd de andere maatregelen in deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in an- dere wetten, besluiten of reglementen, kan de Bank een systeemrelevante verwerker verbieden belangrijke operationele taken met betrekking tot de verwerking van betalingstransacties uit te besteden aan een dienstver- lener indien de in artikel 10 bedoelde voorwaarden niet worden nageleefd of indien de dienstverlener, in zijn hoedanigheid van systeemrelevante verwerker, zelf het voorwerp heeft uitgemaakt van een in artikel 17, eerste lid, 1°, bedoelde administratieve geldboete. Art. 20 De met toepassing van de artikelen 16 en 17 op- gelegde dwangsommen en geldboetes worden inge- vorderd ten bate van de Schatkist door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën. annuel de l’exercice comptable précédent de l’exploitant du schéma de paiement, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits. Le chiffre d’affaires annuel visé à l’alinéa 1er est le montant visé à l’article 15 du Code des Sociétés. Art. 18 La Banque tient compte de la durée et de la gravité de l’infraction lorsqu’elle impose une amende adminis- trative visée à l’article 17. Art. 19 § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à l’exploitant d’un schéma de paiement de faire appel à un processeur d’importance systémique au cas où ce processeur a fait l’objet d’une amende administrative visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures prévues par d’autres lois, arrêtés ou règlements, la Banque peut interdire à un processeur d’importance systémique d’externaliser des tâches opérationnelles importantes relatives au traitement d’opérations de paiement à un prestataire de services si les conditions visées à l’article 10 ne sont pas respectées, ou si le prestataire de services, en sa qualité de processeur d’importance systémique, a lui-même fait l’objet d’une amende admi- nistrative visée à l’article 17, alinéa 1er, 1°. Art. 20 Les astreintes et amendes imposées en application des articles 16 et 17 sont recouvrées au profi t du Trésor public par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement du Service public fédéral Finances. 16 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 6 Wijzigingsbepalingen en inwerkingtreding Art. 21 Artikel 8 van de wet van 22 februari 1998 tot vast- stelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013 en bekrachtigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt: “Art. 8. § 1. De Bank waakt over de goede werking van de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen en ze vergewist zich van hun doelmatigheid en deugde- lijkheid overeenkomstig deze wet, de bijzondere wetten of reglementen en, in voorkomend geval, de Europese regels ter zake. Ze mag met dit doel alle verrichtingen doen en faci- liteiten ter beschikking stellen. Ze gaat over tot de toepassing van de verordeningen vastgelegd door de ECB ter verzekering van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen bin- nen de Europese Unie en met andere landen. § 2. In de aangelegenheden waarvoor zij krachtens dit artikel bevoegd is, kan de Bank reglementen vaststellen ter aanvulling van de betrokken wettelijke of reglemen- taire bepalingen betreffende technische punten. Zonder afbreuk te doen aan de raadpleging waarin andere wetten of reglementen voorzien, kan de Bank overeenkomstig de procedure van de openbare raad- pleging de inhoud van elk reglement dat zij overweegt vast te stellen, toelichten in een consultatieronde en deze bekendmaken op haar website voor eventuele opmerkingen van belanghebbende partijen. Deze reglementen hebben slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning en bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Koning kan wijzigingen aanbrengen aan deze reglementen of deze regels zelf vaststellen indien de Bank geen reglementen heeft vastgesteld. § 3. De Bank oefent de bevoegdheden krachtens dit artikel uitsluitend in het algemeen belang uit. De Bank, de leden van haar organen en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, niet-optreden, handelingen of gedragingen in het kader van de uitoefening van deze opdracht, behalve in geval van bedrog of zware fout.” CHAPITRE 6 Modifi cations et entrée en vigueur Art. 21 L’article 8 de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, modifi é par l’arrêté royal du 12 novembre 2013 et confi rmé par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit: “Art. 8. § 1er. La Banque veille au bon fonctionne- ment des systèmes de compensation, de règlement et de paiements et elle s’assure de leur efficacité et de leur solidité conformément à la présente loi, aux lois et règlements particuliers et, le cas échéant, aux règles européennes en la matière. Elle peut à cette fi n effectuer toutes opérations et accorder des facilités. Elle pourvoit à l’application des règlements arrêtés par la BCE en vue d’assurer l’efficacité et la solidité des systèmes de compensation et de paiements au sein de l’Union européenne et avec les États tiers. § 2. Dans les matières pour lesquelles elle est com- pétente en vertu de cet article, la Banque peut adopter des règlements visant à compléter les dispositions législatives ou réglementaires applicables concernant des points techniques. Sans préjudice de la consultation prévue par d’autres lois ou règlements, la Banque peut, conformément à la procédure de consultation publique, apporter lors d’une consultation des explications sur le contenu de tout règlement qu’elle envisage d’adopter et les publier sur son site web pour observations éventuelles de la part des parties intéressées. Ces règlements ne prennent effet qu’après approba- tion par le Roi et publication au Moniteur belge. Le Roi peut apporter des modifi cations à ces règlements ou fi xer lui-même ces règles si la Banque n’a pas adopté de règlements. § 3. La Banque exerce les compétences qui lui sont dévolues par le présent article exclusivement dans l’intérêt général. Hormis en cas de fraude ou de faute grave, la Banque, les membres de ses organes et son personnel ne sont pas civilement responsables de leurs décisions, inactions, actes ou comportements dans l’exercice de cette mission.” 17 2277/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 22 Artikel 36/8, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en vervangen bij de wet van 18 december 2015, wordt vervangen als volgt: “§ 1. De Sanctiecommissie oordeelt over het opleg- gen van de administratieve geldboetes waarin voorzien is in de wetten bedoeld in de artikelen 8, 12bis en 12ter en in de artikelen 50/1 en 50/2 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen.” Art. 23 In artikel 36/9, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “krachtens artikel 12bis” vervangen door de woorden “krachtens de artikelen 8, 12bis of 12ter”. Art. 24 Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 22 L’article 36/8, §  1er, de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et remplacé par la loi du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit: “§  1er. La Commission des sanctions statue sur l’imposition des amendes administratives prévues par les lois visées aux articles 8, 12bis et 12ter et aux articles 50/1 et 50/2 de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement.” Art. 23 À l’article 36/9, § 1er, de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 3 mars 2011 et modifi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “en vertu de l’article 12bis” sont remplacés par les mots “en vertu des articles 8, 12bis ou 12ter”. Art. 24 La présente loi entre en vigueur le jour de sa publi- cation au Moniteur belge. Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot