Document 54K2060/003

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2060 Verslag 🌐 NL

Inhoud

DOOR DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING PAR LA COMMISSION DES FINANCES ET DU BUDGET TEXTE ADOPTÉ TEKST AANGENOMEN Voir: Doc 54 2060/ (2015/2016): 001: Projet de loi. 002: Rapport. Zie: Doc 54 2060/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. 002: Verslag. 4868 DOC 54 2060/003 DOC 54 2060/003 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 14 oktober 2016 14 octobre 2016 PROJET DE LOI WETSONTWERP betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies relatif à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement 2 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Onafh./Indép. : Onafhankelijk / Indépendant 3 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 TITEL 1 Doel en defi nities Artikel 1 § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. § 2. Deze wet regelt: 1° de toegang tot de beleggingsactiviteiten en tot de verlening van beleggingsdiensten; 2° de vergunningsprocedure, de vergunningsvoor- waarden, de bedrijfs uitoefenings voorwaarden voor en het toezicht op de vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies; 3° de beleggersbeschermingsregeling waaraan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten deelnemen; 4° de toegang tot de deviezenhandel. § 3. Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van de volgende Richtlijnen: — Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggings ondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG; — Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; — Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op fi nanciële entiteiten in een fi nancieel conglomeraat; — Richtlijn 97/9/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggers- compensatiestelsels. TITRE 1ER Objet et défi nitions Article 1er § 1er. La présente loi règle une matière visée à l’article 74 de la Constitution. § 2. La présente loi règle: 1° l’accès aux activités d’investissement et à la pres- tation de services d’investissement; 2° la procédure d’agrément, les conditions d’agré- ment, les conditions d’exercice et le contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; 3° le système de protection des investisseurs auquel doivent adhérer les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les sociétés de gestion d’OPCA et les sociétés de gestion d’organismes de placement collectif; 4° l’accès à l’activité de commerce de devises. § 3. La présente loi assure la transposition partielle des directives suivantes: — la directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l’accès à l’activité des établissements de crédit et la surveillance pruden- tielle des établissements de crédit et des entreprises d’investissement, modifi ant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE; — la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d’instruments fi nanciers, modifi ant les directives 85/611/ CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE du Conseil; — la directive 2011/89/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 novembre 2011 modifi ant les directives 98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/CE en ce qui concerne la surveillance complémentaire des entités fi nancières des conglomérats fi nanciers; — de la directive 97/9/CE du Parlement européen et du Conseil du 3 mars 1997 relative aux systèmes d’indemnisation des investisseurs. 4 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 2 Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings- besluiten wordt verstaan onder: 1° beleggingsdiensten en -activiteiten: iedere hierna genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op fi nanciële instrumenten: 1. het ontvangen en doorgeven van orders met be- trekking tot één of meer fi nanciële instrumenten, met inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen; 2. het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten; 3. het handelen voor eigen rekening; 4. vermogensbeheer; 5. beleggingsadvies; 6. het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie; 7. het plaatsen van fi nanciële instrumenten zonder plaatsingsgarantie; 8. het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten; 2° nevendienst: iedere hierna genoemde dienst: 1. bewaring en beheer van fi nanciële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaar- neming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer; 2. het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer fi nanciële instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is; 3. advisering aan ondernemingen inzake kapitaal- structuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhan- gende aangelegen heden, alsmede advisering en dienst- verrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen; 4. valutawisseldiensten voor zover deze samenhan- gen met het verrichten van beleggingsdiensten; Art. 2 Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre: 1° par services et activités d’investissement: tout service ou activité cité ci-dessous qui porte sur des instruments fi nanciers: 1. la réception et la transmission d’ordres portant sur un ou plusieurs instruments fi nanciers, en ce compris la mise en rapport de deux ou plusieurs investisseurs permettant ainsi la réalisation, entre ces investisseurs, d’une opération; 2. l’exécution d’ordres au nom de clients; 3. la négociation pour compte propre; 4. la gestion de portefeuille; 5. le conseil en investissement; 6. la prise ferme d’instruments fi nanciers et/ou le placement d’instruments financiers avec engage- ment ferme; 7. le placement d’instruments fi nanciers sans enga- gement ferme; 8. l’exploitation d’un système multilatéral de négo- ciation (MTF); 2° par service auxiliaire: tout service cité ci-dessous: 1. la conservation et l’administration d’instruments fi nanciers pour le compte de clients, y compris la garde et les services connexes, comme la gestion de tréso- rerie/de garanties; 2. l’octroi d’un crédit ou d’un prêt à un investisseur pour lui permettre d’effectuer une transaction sur un ou plusieurs instruments fi nanciers, dans laquelle intervient l’entreprise qui octroie le crédit ou le prêt; 3. le conseil aux entreprises en matière de structure du capital, de stratégie industrielle et de questions connexes; le conseil et les services en matière de fusions et de rachat d’entreprises; 4. les services de change lorsque ces services sont liés à la fourniture de services d’investissement; 5 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 5.  onderzoek op beleggingsgebied en fi nanciële analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in fi nanciële instrumenten; 6. diensten in verband met het overnemen van fi nan- ciële instrumenten; 7. de hierboven bedoelde beleggings diensten en -activiteiten alsmede neven diensten die verband houden met de onderliggende waarde van de derivaten, als be- doeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e), f), g) en j) van de wet van 2 augustus 2002, wanneer verstrekt in samenhang met de verstrekking van beleggings- en nevendiensten; 3° financieel instrument: de instrumenten zoals gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid,1°, van de wet van 2 augustus 2002; 4° effecten: de effecten zoals gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid, 31°, van de wet van 2 augustus 2002; 5° geldmarktinstrumenten: de instrumenten zoals gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid, 32°, van de wet van 2 augustus 2002; 6° uitvoering van orders voor rekening van cliënten: optreden om overeenkomsten te sluiten tot verkoop of aankoop van één of meer fi nanciële instrumenten voor rekening van cliënten; 7° handelen voor eigen rekening: met eigen kapitaal handelen in één of meer fi nanciële instrumenten, het- geen resulteert in het uitvoeren van transacties; 8° vermogensbeheer: het per cliënt op discretionaire basis beheren van portefeuilles op grond van een door de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuil- les één of meer fi nanciële instrumenten bevatten; 9° beleggingsadvies: het doen van gepersonaliseerde aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met betrekking tot één of meer verrichtingen die betrekking hebben op fi nanciële instrumenten; 10° gepersonaliseerde aanbeveling: een aanbeveling die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt is voor de betrokken persoon, of berust op een afwe- ging van diens persoonlijke omstandigheden en als oogmerk heeft dat één van de volgende reeks stappen wordt gezet: — een bepaald fi nancieel instrument wordt gekocht, verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, over- genomen of er wordt daarop ingetekend; 5. la recherche en investissements et l’analyse fi nan- cière ou toute autre forme de recommandation générale concernant les transactions sur instruments fi nanciers; 6. les services liés à la prise ferme; 7. ceux des services et activités d’investissement précités et services auxiliaires qui concernent le marché sous-jacent des instruments dérivés visés à l’article 2, alinéa 1er, 1°, e), f), g) et j), de la loi du 2 août 2002, lorsqu’ils sont liés à la prestation de services d’inves- tissement ou de services auxiliaires; 3° par instrument fi nancier: les instruments défi nis à l’article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002; 4° par valeurs mobilières: les valeurs mobilières défi - nies à l’article 2, alinéa 1er, 31°, de la loi du 2 août 2002; 5° par instruments du marché monétaire: les instru- ments défi nis à l’article 2, alinéa 1er, 32°, de la loi du 2 août 2002; 6° par exécution d’ordres pour le compte de clients: le fait de conclure des accords d’achat ou de vente d’un ou de plusieurs instruments fi nanciers pour le compte de clients; 7° par négociation pour compte propre: le fait de négocier en engageant ses propres capitaux un ou plusieurs instruments fi nanciers en vue de conclure des transactions; 8° par gestion de portefeuille: la gestion discrétion- naire et individualisée de portefeuilles incluant un ou plusieurs instruments fi nanciers, dans le cadre d’un mandat donné par le client; 9° par conseil en investissement: la fourniture de recommandations personnalisées à un client, soit à sa demande soit à l’initiative de l’entreprise d’investisse- ment, en ce qui concerne une ou plusieurs transactions portant sur des instruments fi nanciers; 10° par une recommandation personnalisée: une recommandation qui est présentée comme adaptée à cette personne, ou est fondée sur l’examen de la situation propre à cette personne, et qui recommande la réalisation d’une opération relevant des catégories suivantes: — l’achat, la vente, la souscription, l’échange, le remboursement, la détention ou la prise ferme d’un instrument fi nancier particulier; 6 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 — een aan een bepaald fi nancieel instrument ver- bonden recht wordt uitgeoefend of juist niet uitgeoefend om een fi nancieel instrument te kopen, te verkopen, te ruilen, te gelde te maken of daarop in te tekenen. Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aan- beveling als deze uitsluitend via distributiekanalen, in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van 2 augustus 2002, of aan het publiek wordt gedaan; 11° cliënt: iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wie een beleggingsonderneming beleggingsdiensten en/of nevendiensten verricht; 12° professionele cliënt: de professionele cliënten zoals gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid, 28°, van de wet van 2 augustus 2002; 13° niet-professionele cliënt: de cliënt die niet als een professionele cliënt wordt behandeld; 14° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility – MTF): een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploi- teerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot fi nan- ciële instrumenten – binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels – samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeen- komstig het bepaalde in hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002 of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG; 15° systematische internaliseerder: een beleggings- onderneming die op een georganiseerde, frequente en systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF; 16° market maker: een persoon die op de fi nanciële markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor eigen rekening en met eigen kapitaal te handelen door fi nanciële instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te verkopen; 17° lidstaat: een Staat die partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte (EER); 18° derde land: een Staat die geen partij is bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte; 19° lidstaat van herkomst: a. indien de beleggingsonderneming een natuurlijke persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofd- kantoor heeft; — l’exercice ou le non-exercice du droit conféré par un instrument fi nancier particulier d’acheter, de vendre, de souscrire, d’échanger ou de rembourser un instru- ment fi nancier. Une recommandation n’est pas réputée personnali- sée si elle est exclusivement diffusée par des canaux de distribution au sens de l’article 2, alinéa 1er, 26°, de la loi du 2 août 2002, ou est destinée au public; 11° par client: toute personne physique ou morale à qui une entreprise d’investissement fournit des services d’investissement et/ou des services auxiliaires; 12° par client professionnel: les clients profession- nels défi nis à l’article 2, alinéa 1er, 28°, de la loi du 2 août 2002; 13° par client de détail: un client qui n’est pas traité comme un client professionnel; 14° par système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility – MTF): un système multila- téral, exploité par une entreprise d’investissement, un établissement de crédit ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre – en son sein même et selon des règles non discrétionnaires – de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments fi nanciers, d’une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du chapitre II de la loi du 2 août 2002 ou du titre II de la Directive 2004/39/CE; 15° par internalisateur systématique: une entreprise d’investissement qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre en exé- cutant les ordres des clients en dehors d’un marché réglementé ou d’un MTF; 16° par teneur de marché: une personne qui est pré- sente de manière continue sur les marchés fi nanciers pour négocier pour son propre compte et qui se porte acheteuse et vendeuse d’instruments fi nanciers en engageant ses propres capitaux, à des prix fi xés par elle; 17° par État membre: un État partie à l’Accord sur l’Espace économique européen (EEE); 18° par pays tiers: un État qui n’est pas partie à l’Accord sur l’Espace économique européen; 19° par État membre d’origine: a. si l’entreprise d’investissement est une personne physique, l’État membre où son administration centrale est située; 7 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 b. indien de beleggingsonderneming een rechtsper- soon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen; c. indien de beleggingsonderneming overeenkomstig haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen; 20° lidstaat van ontvangst: de lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonder- neming een bijkantoor heeft of diensten en/of activitei- ten verricht; 21° bevoegde autoriteit: de FSMA, de Bank of de bui- tenlandse autoriteiten die elke lidstaat overeenkomstig artikel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG aanwijst, tenzij in de Richtlijn anders is gespecifi eerd; 22°  kredietinstelling: iedere instelling bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014; 23° beheervennootschap van instellingen voor col- lectieve belegging: een beheer vennootschap in de zin van artikel 3, 12° van de wet van 3 augustus 2012 be- treffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvordering; 24° beheerder van AICB’s: een beheerder van al- ternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 be- treffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders; 25° verbonden agent: een natuurlijke of rechtsper- soon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke verantwoordelijkheid van slechts één beleggingson- derneming voor rekening waarvan hij optreedt de be- leggings- en/of nevendiensten bij cliënten of potentiële cliënten promoot, instructies of orders van cliënten met betrekking tot beleggings diensten of fi nanciële instru- menten ontvangt en doorgeeft, fi nanciële instrumenten plaatst en/of advies verstrekt aan cliënten of potentiële cliënten met betrekking tot deze fi nanciële instrumenten of diensten; 26° bijkantoor: een bedrijfszetel die niet het hoofd- kantoor is en die een onderdeel zonder rechtsper- soonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming en beleggings diensten en/of beleggingsactiviteiten verricht, en ook nevendiensten kan verrichten waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft ge- kregen; alle bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een b. si l’entreprise d’investissement est une personne morale, l’État membre où son siège statutaire est situé; c. si, conformément à son droit national, l’entreprise d’investissement n’a pas de siège statutaire, l’État membre où son administration centrale est située; 20° par État membre d’accueil: l’État membre, autre que l’État membre d’origine, dans lequel une entreprise d’investissement a une succursale ou fournit des ser- vices et/ou exerce des activités; 21° par autorité compétente: la FSMA, la Banque ou les autorités étrangères désignées par chaque État membre conformément à l’article 48 de la Directive 2004/39/CE, sauf indication contraire contenue dans la Directive; 22° par établissement de crédit: tout établissement de crédit visé au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III de la loi du 25 avril 2014; 23° par société de gestion d’organismes de place- ment collectif: une société de gestion au sens de l’article 3, 12° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances; 24° par gestionnaire d’OPCA: un gestionnaire d’organismes de placement collectif alternatifs au sens de l’article 3, 13° de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires; 25° par agent lié: toute personne physique ou morale qui, sous la responsabilité entière et inconditionnelle d’une seule et unique entreprise d’investissement pour le compte de laquelle elle agit, fait la promotion auprès de clients ou de clients potentiels de services d’investissement et/ou de services auxiliaires, reçoit et transmet les instructions ou les ordres de clients concernant des instruments fi nanciers ou des services d’investissement, place des instruments fi nanciers et/ ou fournit à des clients ou à des clients potentiels des conseils sur ces instruments ou services; 26° par succursale: un siège d’exploitation autre que l’administration centrale qui constitue une partie, dépourvue de personnalité juridique, d’une entreprise d’investissement et qui fournit des services d’inves- tissement et/ou exerce des activités d’investissement et peut également fournir les services auxiliaires pour lesquels elle a obtenu un agrément; tous les sièges 8 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beleggings onderneming met hoofdkantoor in een ande- re lidstaat worden als één enkel bijkantoor beschouwd; 27° gekwalifi ceerde deelneming: het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uit- gegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de stemrechten worden berekend conform de bepalingen van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, alsook conform de be- palingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen rekening gehouden met stemrechten of aandelen die worden gehouden als gevolg van het vast overnemen van fi nanciële instrumenten en/of het plaatsen van fi nanciële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na hun verwerving worden overgedragen; 28° de begrippen controle, deelneming, deelnemings- verhouding, moeder onderneming, dochteronderneming en verbonden onderneming: de omschrijving die van die begrippen wordt gegeven in de uitvoeringsbesluiten van artikel 55; 29° nauwe banden: een situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door: a) een situatie waarin een deelnemings verhouding bestaat of b) een situatie waarin ondernemingen verbonden ondernemingen zijn of c) een band van dezelfde aard als bedoeld in boven- staande litterae a) en b) tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon; 30° fi nanciële instelling: alle ondernemingen bedoeld in artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014; voor de toepassing van de artikelen 59 en 60 worden met een fi nanciële instelling gelijkgesteld, de instellingen voor postcheque- en girodiensten, de beheervennootschap- pen van AICB’s, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de vereffenings- instellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002 en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele be- heer van diensten die verstrekt worden door dergelijke vereffeningsinstellingen; d’exploitation établis dans le même État membre par une entreprise d’investissement dont le siège se trouve dans un autre État membre sont considérés comme une succursale unique; 27° par participation qualifi ée: la détention, directe ou indirecte, de 10  p.c. au moins du capital d’une société ou des droits de vote attachés aux titres émis par cette société, ou toute autre possibilité d’exercer une infl uence notable sur la gestion de la société dans laquelle est détenue une participation; le calcul des droits de vote s’établit conformément aux dispositions de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des parti- cipations importantes, ainsi qu’à celles de ses arrêtés d’exécution; il n’est pas tenu compte des droits de vote ou des actions détenues à la suite de la prise ferme d’instruments fi nanciers et/ou du placement d’instru- ments fi nanciers avec engagement ferme, pour autant que, d’une part, ces droits ne soient pas exercés ni utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de l’émetteur et que, d’autre part, ils soient cédés dans un délai d’un an après leur acquisition; 28° par les notions de contrôle, participation, lien de participation, entreprise-mère, fi liale et entreprise liée: le sens qui leur est conféré par les arrêtés d’exécution de l’article 55; 29° par liens étroits: une situation dans laquelle au moins deux personnes physiques ou morales sont liées par: a) une situation dans laquelle il existe un lien de participation ou b) une situation dans laquelle des entreprises sont des entreprises liées ou c) une relation de même nature que sous les litterae a) et b) ci-dessus entre une personne physique et une personne morale; 30° par établissement fi nancier: toutes les entre- prises visées à l’article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014; pour l’application des articles 59 et 60 sont assimilés à des établissements fi nanciers les offices de chèques postaux, les sociétés de gestion d’OPCA, les sociétés de gestion d’organismes de placement collectif, les organismes de liquidation visés à l’article 2, 17°, de la loi du 2 août 2002, ainsi que les organismes dont l’activité consiste à assurer, en tout ou en partie, la gestion opérationnelle de services fournis par de tels organismes de liquidation; 9 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 31° marktonderneming: een persoon of personen die het bedrijf van een gereglementeerde markt beheren en/of exploiteren waarbij de gereglementeerde markt de marktonderneming zelf kan zijn; 32° gereglementeerde markt: een door een markt- onderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot fi nanciële instrumenten – binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem – samenbrengt of het samen- brengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot fi nanciële instrumenten die volgens de regels en de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 2002 of titel III van de Richtlijn 2004/39/EG; 33° Richtlijn 2004/39/EG: de Richtlijn 2004/39/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële in- strumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611 EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad; 34° Richtlijn 2009/65/EG: de Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor col- lectieve belegging in effecten (icbe’s) (herschikking); 35° Richtlijn 2009/138/EG: de Richtlijn 2009/38/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uit- oefening van het verzekerings- en het herverzekerings- bedrijf (Solvabiliteit II); 36° Richtlijn 2011/61/EU: de Richtlijn 2011/61/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 in- zake beheerders van alternatieve beleggingsinstel- lingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/ EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010; 37° Richtlijn 2013/36/EU: de Richtlijn 2013/36/ EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggings ondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG; 31° par entreprise de marché: une ou plusieurs per- sonnes gérant et/ou exploitant l’activité d’un marché réglementé; l’entreprise de marché peut être le marché réglementé lui-même; 32° par marché réglementé: un système multilatéral, exploité et/ou géré par une entreprise de marché, qui assure ou facilite la rencontre – en son sein même et selon ses règles non discrétionnaires – de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments fi nanciers, d’une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats portant sur des instruments fi nanciers admis à la négociation dans le cadre de ses règles et/ou de ses systèmes, et qui est agréé et fonctionne régulièrement conformément aux dispositions de la loi du 2 août 2002 ou du titre III de la Directive 2004/39/CE; 33° par Directive 2004/39/CE: la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d’instruments fi nanciers, modi- fi ant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil; 34° par Directive 2009/65/CE: la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) (refonte); 35° par Directive 2009/138/CE: la Directive 2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assu- rance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II); 36° par Directive 2011/61/UE: la Directive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur les gestionnaires de fonds d’investissement alternatifs et modifi ant les Directives 2001/41/CE et 2009/65/CE ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE) n°1095/2010; 37° par Directive 2013/36/UE: la Directive 2013/36/ UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l’accès à l’activité des établis- sements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des entreprises d’investis- sement, modifi ant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE; 10 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 38° Verordening (EU) Nr. 1095/2010: Verordening (EU) Nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24  november  2010  tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie; 39° Verordening (EU) Nr. 575/2013: Verordening (EU) Nr. 573/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggings ondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; 40° wet van 2  augustus  2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan- ciële sector en de fi nanciële diensten; 41° wet van 22 maart 2006: de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdien- sten en de distributie van fi nanciële instrumenten; 42° wet van 21  december  2009: de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel- lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen; 43° wet van 3  augustus  2012: de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor col- lectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen; 44° wet van 19 april 2014: de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders; 45° wet van 25 april 2014: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen; 46° gedragsregels: de regels bedoeld in artikel 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002; 47° Bank: de Nationale Bank van België, bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 48° FSMA: Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002; 38° par Règlement (UE) n° 1095/2010: Règlement (UE) n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés fi nanciers), modifi ant la Décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision 2009/77/CE de la Commission; 39° Règlement (UE) n° 575/2013: le Règlement (UE) n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles applicables aux établissements de crédit et aux entre- prises d’investissement et modifi ant le règlement (UE) n° 648/2012; 40° par loi du 2 août 2002: la loi du 2 août 2002 rela- tive à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers; 41° par loi du 22 mars 2006: la loi du 22 mars 2006 re- lative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instru- ments fi nanciers; 42° par loi du 21  décembre  2009: la loi du 21  décembre  2009 relative au statut des établisse- ments de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement; 43° par loi du 3 août 2012: la loi du 3 août 2012 rela- tive aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux orga- nismes de placement en créances; 44° par loi du 19 avril 2014: la loi du 19 avril 2014 rela- tive aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires; 45° par loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse; 46° par règles de conduite: les règles visées aux articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002; 47° par Banque: la Banque Nationale de Belgique, visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut orga- nique de la Banque Nationale de Belgique; 48° par FSMA: l’Autorité des services et marchés fi nanciers, visée à l’article 44 de la loi du 2 août 2002; 11 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 49° toezichthoudende overheid: — de Bank, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse beursvennoot schappen als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014; — de FSMA, voor het toezicht op de Belgische of buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies; 50°  consoliderende toezichthouder: de bevoegde autoriteit die belast is met het toezicht op geconsoli- deerde basis op moederbeleggingsondernemingen in de Europese Unie en beleggingsondernemingen die onder de zeggenschap staan van een fi nanciële moe- derholding in de Europese Unie; 51° Europese Autoriteit voor effecten en markten: de Europese Autoriteit voor effecten en markten opgericht bij Verordening nr. 1095/2010; 52°  Europese Bankautoriteit: de Europese Bankautoriteit opgericht bij Verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie; 53° onafhankelijke controlefunctie: de interneaudit- functie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie, als respectievelijk bedoeld in het tweede, vierde of vijfde lid van artikel 25, § 5; 54° buitenlandse vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsbeheer: de beleggingsonderne- mingen naar buitenlands recht, ongeacht of het daarbij gaat om het recht van een lidstaat of van een derde land, die, conform het recht waaronder zij ressorteren, niet gemachtigd zijn om de diensten te verstrekken of de activiteiten te verrichten die in het Belgisch recht zijn voorbehouden aan de beursvennoot schappen conform artikel 6; 55° buitenlandse beursvennootschappen: de be- leggingsondernemingen naar buitenlands recht als gedefi nieerd in artikel 589 van de wet van 25 april 2014; 56° Garantiefonds: het Garantiefonds voor fi nanciële diensten opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de fi nanciële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en an- dere verrichtingen in het kader van de fi nanciële stabili- teit, voor wat betreft de bescherming van de deposito’s, 49° par autorité de contrôle: — la Banque, s’il s’agit du contrôle des sociétés de bourse belges ou étrangères visées à l’article 1er, § 3, alinéa 2de la loi du 25 avril 2014; — la FSMA s’il s’agit du contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement belges ou étrangères; 50° par superviseur sur base consolidée: l’autorité compétente chargée de la surveillance sur base conso- lidée des entreprises d’investissement mères dans l’Union européenne et des entreprises d’investissement contrôlées par des compagnies fi nancières mères dans l’Union européenne; 51° par Autorité européenne des marchés fi nanciers: l’Autorité européenne des marchés fi nanciers instituée par le Règlement n° 1095/2010; 52° par Autorité bancaire européenne: l’Auto- rité bancaire européenne instituée par le Règlement n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifi ant la Décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision 2009/78/CE de la Commission; 53° par fonction de contrôle indépendante: la fonction d’audit interne, la fonction de compliance ou la fonction de gestion des risques visées respectivement à l’alinéa 2, 4 ou 5 de l’article 25, § 5; 54° par sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères, les entreprises d’investissement de droit étranger, qu’il s’agisse du droit d’un État membre ou d’un pays tiers, qui ne sont pas, conformément au droit dont elles relèvent, habilitées à fournir des services ou à exercer des activités réservées en droit belge aux société de bourse conformément à l’article 6; 55° par sociétés de bourses étrangères, les entre- prises d’investissement de droit étranger défi nies à l’article 589 de la loi du 25 avril 2014; 56° par Fonds de garantie: le Fonds de garantie pour les services fi nanciers créé conformément à l’article 3 de l’arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécu- tion de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité fi nancière et instituant en particulier une garantie d’État relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité fi nancière, en ce qui concerne la protection 12 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten; 57° werkdag: een dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een wettelijke feestdag is. TITEL 2 Toegang tot de uitoefening van beleggings activiteiten en tot het beleggingsdienstenbedrijf HOOFDSTUK 1 Toepassingsgebied Art. 3 § 1. Onverminderd de uitzonderingen zoals bedoeld in artikel 4, gelden de bepalingen van deze titel voor de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor derden en/of het uitoefenen van een of meer beleg- gingsactiviteiten, alsook voor de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen. Deze ondernemingen worden hierna “beleggingson- dernemingen” genoemd. § 2. In afwijking van de eerste paragraaf mag de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 8 eveneens worden uitgeoefend door een marktonderneming die een gereglementeerde markt organiseert. De marktondernemingen die voornemens zijn de beleggingsdienst te verlenen als bedoeld in artikel 2, 1°, 8 dienen hiervoor de voorafgaande toestemming te krijgen van de FSMA. De FSMA verleent haar toestemming uitsluitend als blijkt dat de marktonderneming de bepalingen naleeft van artikel 498 tot 511 van de wet van 25 april 2014. De marktonderneming bezorgt de FSMA een pro- gramma van werkzaamheden dat beantwoordt aan de voorwaarden die door de FSMA zijn vastgesteld en waarin met name de omvang is vermeld van de ver- richtingen die zij voornemens is uit te voeren, alsook haar organisatiestructuur en welke nauwe banden zij heeft met andere personen. Daarnaast verstrekt de marktonderneming de FSMA alle nodige inlichtingen om haar aanvraag te beoordelen. des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopératives agréées, et modifi ant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers; 57° par jour ouvrable: un jour qui n’est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal. TITRE 2 De l’acces aux activités d’investissement et à l’activité de prestation de services d’investissement CHAPITRE 1ER Champ d’application Art. 3 § 1er. Sans préjudice des exceptions visées à l’article 4, les dispositions du présent titre s’appliquent aux entreprises de droit belge dont l’activité habituelle consiste à fournir ou offrir à des tiers un ou plusieurs services d’investissement à titre professionnel et/ou à exercer une ou plusieurs activités d’investissement, ainsi qu’aux entreprises de droit étranger qui exercent cette activité en Belgique. Ces entreprises sont dénommés ci-après “entreprises d’investissement”. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er , le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 8, peut également être exercé par une entreprise de marché qui organise un marché réglementé. Les entreprises de marché qui entendent fournir le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 8 doivent obtenir l’autorisation préalable de la FSMA. La FSMA n’accorde son autorisation que si elle constate que l’entreprise de marché respecte les dispo- sitions des articles 498 à 511 de la loi du 25 avril 2014. L’entreprise de marché communique à la FSMA un programme d’activités répondant aux conditions fi xées par la FSMA dans lequel sont notamment indiqués le volume des opérations envisagées ainsi que la structure de l’organisation de l’entreprise et ses liens étroits avec d’autres personnes. L’entreprise de marché commu- nique également à la FSMA tous les renseignements nécessaires à l’appréciation de sa demande. 13 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De FSMA neemt een beslissing binnen zes maanden na indiening van een volledig dossier. Artikel 519 van de wet van 25 april 2014 en artikel 31, 34 en 35, 47 tot 53, 56 tot 58 en hoofdstuk III van deze titel zijn mutatis mutandis van toepassing op de marktondernemingen als bedoeld in paragraaf 2. §  3. Als een marktonderneming de toestemming vraagt om een MTF te exploiteren en de personen die de MTF effectief leiden dezelfde zijn als diegenen die de gereglementeerde markt effectief leiden, worden die personen geacht te voldoen aan de vereisten van artikel 19 van de wet van 25 april 2014. § 4. De FSMA stelt een lijst op van de marktonder- nemingen die toestemming hebben gekregen om een MTF te exploiteren, en vermeldt daarbij om welke MTF’s het gaat. De FSMA publiceert die lijst en de wijzigingen die erin worden aangebracht op haar website, en maakt deze lijst over aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten. Artikel 64 is mutatis mutandis van toepas- sing als de FSMA vaststelt dat niet langer is voldaan aan de voormelde voorwaarden. Art. 4 § 1. Dit titel geldt niet voor: 1° de kredietinstellingen bedoeld in Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014. Artikel 9, § 1, 3 en 4 is echter wel van toepassing op deze instellingen; 2° de verzekeringsondernemingen en de onderne- mingen die werkzaamheden van herverzekering en retrocessie uitoefenen als bedoeld in Richtlijn 2009/138/ EG wanneer zij de in die Richtlijn bedoelde werkzaam- heden uitoefenen; 3° de ondernemingen die uitsluitend beleggingsdien- sten en -activiteiten verrichten voor hun moederonder- neming, hun dochterondernemingen of een andere dochteronderneming van hun moeder-onderneming; 4° de personen die een beleggingsdienst of -activiteit als incidentele activiteit verrichten in het kader van een beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan een beroepscode is onderworpen en het verrichten van de dienst of de activiteit op grond daarvan niet is uitgesloten; La FSMA statue dans les six mois de l’introduction d’un dossier complet. L’article 519 de la loi du 25 avril 2014, et les articles 31, 34 et 35, 47 à 53, 56 à 58 et le Chapitre III du pré- sent titre s’appliquent par analogie aux entreprises de marché visées au paragraphe 2. §  3. Lorsqu’une entreprise de marché demande l’autorisation d’exploiter un MTF et que les personnes dirigeant effectivement l’activité du MTF sont les mêmes que celles qui dirigent effectivement l’activité du marché réglementé, ces personnes sont réputées respecter les exigences défi nies à l’article 19 de la loi du 25 avril 2014. §  4. La FSMA établit la liste des entreprises de marché autorisées à exploiter un MTF, en indiquant les MTF exploitées. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que les modifi cations qui y sont apportées, et la transmet à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers. L’article 64  s’applique par analogie lorsque la FSMA constate qu’il n’est plus satisfait aux conditions précitées. Art. 4 § 1er. Le présent titre n’est pas applicable: 1° aux établissements de crédit visés au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III de la loi du 25 avril 2014. L’article 9, §§ 1er, 3 et 4 est néanmoins applicable à ces établissements; 2° aux entreprises d’assurance ni aux entreprises exerçant les activités de réassurance et de rétrocession visées à la Directive 2009/138/CE lorsqu’elles exercent les activités visées dans ladite directive; 3° aux entreprises qui fournissent un service ou une activité d’investissement exclusivement à leur entre- prise-mère, à leurs fi liales ou à une autre fi liale de leur entreprise-mère; 4° aux personnes qui fournissent un service ou une activité d’investissement si cette activité est exercée de manière accessoire dans le cadre d’une activité professionnelle, et si cette dernière est régie par des dispositions légales ou réglementaires ou par un code déontologique régissant la profession et que ceux- ci n’excluent pas la fourniture de ce service ou de cette activité; 14 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 5° personen die geen beleggingsdiensten of beleg- gingsactiviteiten verrichten, anders dan handel voor eigen rekening, tenzij zij market makers of systematische internaliseerder zijn; 6° de ondernemingen waarvan de beleggingsdien- sten en -activiteiten uitsluitend bestaan in het beheer van een werknemersparticipatieplan; 7° de ondernemingen waarvan de beleggingsdien- sten en -activiteiten bestaan in het verstrekken van zowel de diensten en activiteiten bedoeld onder 3° als die bedoeld onder 6°; 8°  leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en andere nationale instellingen met een soort- gelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of bij dat beheer betrokken zijn; 9° de instellingen voor collectieve belegging en pen- sioenfondsen ongeacht of hiervoor op communautair niveau gecoördineerde bepalingen gelden, alsmede de bewaarders en beheerders van deze instellingen; 10° personen die voor eigen rekening in fi nanciële instrumenten handelen of beleggingsdiensten in van grondstoffen afgeleide instrumenten of derivatencon- tracten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, j), van de wet van 2 augustus 2002 verrichten voor de cliënten van hun hoofdbedrijf, mits dit op groepsniveau als een nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is aan te merken en mits dit hoofdbedrijf niet bestaat in het verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 46 of bankdien- sten in de zin van de wet van 25 april 2014; 11° personen die tijdens het uitoefenen van een andere, niet onder deze wet vallende beroepsactiviteit beleggingsadvies verstrekken mits er niet specifi ek voor deze adviesverstrekking wordt betaald; 12° personen waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het voor eigen rekening handelen in grondstoffen en/of van grondstoffen afgeleide instrumenten. Deze uitzondering is niet van toepassing wanneer de personen die voor eigen rekening in grondstoffen en/of van grondstoffen afgeleide instrumenten handelen deel uitmaken van een groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verrichten van andere beleggingsdiensten in de zin van deze wet of bankdiensten in de zin van de wet van 25 april 2014; 5° aux personnes qui ne fournissent aucun service ou activité d’investissement autre que la négociation pour son propre compte à moins qu’elles ne soient teneurs de marché ou internalisateur systématique; 6° aux entreprises dont les services et activités d’investissement consistent exclusivement en la gestion d’un système de participation des travailleurs; 7° aux entreprises dont les services et activités d’investissement consistent en la fourniture tant des services et activités visés au 3° qu’à ceux visés au 6°; 8° aux membres du système européen de banques centrales, aux autres organismes nationaux à vocation similaire, ni aux autres organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou intervenant dans cette gestion; 9° aux organismes de placement collectif et aux fonds de retraite, qu’ils soient ou non coordonnés au niveau communautaire, ni aux dépositaires et gestionnaires de ces organismes; 10° aux personnes négociant des instruments fi nan- ciers pour compte propre ou fournissant des services d’investissement concernant des instruments dérivés sur matières premières ou des contrats dérivés visés à l’article 2, alinéa 1er, 1°, j), de la loi du 2 août 2002 aux clients de leur activité principale à condition que ces prestations soient accessoires par rapport à leur activité principale, lorsque cette activité principale est considé- rée au niveau du groupe, et qu’elle ne consiste pas en la fourniture de services d’investissement au sens de l’article 2 ou de services bancaires au sens de la loi du 25 avril 2014; 11° aux personnes fournissant des conseils en inves- tissement dans le cadre de l’exercice d’une autre activité professionnelle qui n’est pas visée par la présente loi à condition que la fourniture de tels conseils ne soit pas spécifi quement rémunérée; 12° aux personnes dont l’activité principale consiste à négocier pour compte propre des matières premières et/ou des instruments dérivés sur ces matières. La présente exception ne s’applique pas lorsque les per- sonnes qui négocient pour compte propre des matières premières et/ou des instruments dérivés sur matières premières font partie d’un groupe dont l’activité princi- pale est la fourniture de services d’investissement au sens de la présente loi ou de services bancaires au sens de la loi du 25 avril 2014; 15 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 13° ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten en/of beleggings-activiteiten uitsluitend bestaan in het voor eigen rekening handelen op markten voor fi nanci- ele futures of opties of op andere derivatenmarkten en op markten in onderliggende fi nanciële instrumenten met als enig doel het afdekken van posities op deriva- tenmarkten, of die voor rekening van andere leden van deze zelfde markten handelen, of deze laatsten een prijs geven, en die door clearing members van deze markten worden gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de door deze ondernemingen gesloten contracten bij clearing members van deze zelfde markten berust. § 2. De in dit boek verleende rechten gelden niet voor het verrichten van diensten waarbij als tegenpar- tij wordt opgetreden bij transacties uitgevoerd door overheidsinstellingen die zich met de overheidsschuld bezighouden of door leden van het Europese stelsel van centrale banken in het kader van de uitoefening van hun taken overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en de Statuten van het Europese stelsel van centrale banken en van de Europese centrale bank. Art. 5 De Koning kan, op advies van de Bank en de FSMA, regels vaststellen met betrekking tot het statuut van en het toezicht op de ondernemingen bedoeld in artikel 4, § 1, 13°. HOOFDSTUK 2 Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht Art. 6 § 1. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht moeten, vooraleer hun werkzaamheden aan te vatten, één van de volgende vergunningen verkrijgen van de toezichthouder, ongeacht de plaats waar zij hun werk- zaamheden zullen uitoefenen: 1° een vergunning als beursvennootschap; 2° een vergunning als vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies. § 2. Onverminderd de voorschriften inzake kapitaal, mag de vergunning als beursvennootschap gelden voor alle beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten als bedoeld in artikel 2. 13° aux entreprises dont les services et/ou activités d’investissement consistent exclusivement à négocier pour compte propre sur des marchés d’instruments fi nanciers à terme ou d’options ou d’autres marchés dérivés et sur des marchés d’instruments fi nanciers sous-jacents uniquement aux seules fi ns de couvrir des positions sur des marchés dérivés, ou qui négocient ou assurent la formation des prix pour le compte d’autres membres de ces marchés et sont alors couvertes par la garantie d’un membre compensateur de ceux-ci, lorsque la responsabilité des contrats conclus par ces entreprises est assumée par un tel membre compen- sateur de ces mêmes marchés. §  2. Les droits conférés dans le présent titre ne s’étendent pas à la fourniture de services en qualité de contrepartie dans les transactions effectuées par des organismes publics chargés de la gestion de la dette publique ou par des membres du système euro- péen de banques centrales, dans le cadre des tâches qui leur sont assignées par le traité instituant l’Union européenne et par les statuts du système européen de banques centrales et de la Banque centrale européenne. Art. 5 Le Roi peut, sur avis de la Banque et de la FSMA, établir des règles relatives au statut et au contrôle des entreprises visées à l’article 4, § 1er, 13°. CHAPITRE 2 Des entreprises d’investissement de droit belge Art. 6 § 1er. Les entreprises d’investissement de droit belge sont tenues, avant de commencer leurs opérations, d’obtenir auprès de l’autorité de contrôle l’un des agré- ments suivants, et ce quel que soit le lieu d’exercice de leurs activités: 1° l’agrément en qualité de société de bourse; 2° l’agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. §  2. Sans préjudice des dispositions prévues en matière de capital, l’agrément en qualité de société de bourse peut couvrir l’ensemble des services d’investis- sement, activités d’investissement et services auxiliaires visés à l’article 2. 16 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 3. De vergunning als vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies mag enkel gelden voor de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1°, 1, 2, 4, en 5, en voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 3, 5 en 7. Om hun eigen middelen te beleggen mogen zij posities houden in fi nanciële instrumenten, buiten de handelsportefeuille. § 4. Er kan geen vergunning als beleggingsonder- neming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten van nevendiensten. § 5. De vergunning als beursvennootschap wordt ver- leend door de Bank conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 492 tot 496 van de wet van 25 april 2014. De Bank spreekt zich uit over de vergunningsaan- vraag op advies van de FSMA conform artikel 494 van de wet van 25 april 2014. De vergunning als vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies wordt verleend door de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in titel III. Art. 7 De toezichthoudende overheden stellen een lijst op van de beleggingsondernemingen waaraan krachtens deze afdeling een vergunning werd verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op hun website in onderling overleg bekendgemaakt. De FSMA brengt de lijst en de wijzigingen daarin ter kennis van de Europese Autoriteit voor effecten en markten. De lijst van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht bevat volgende rubrieken: a. beursvennootschappen; b.  vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De lijst vermeldt de beleggingsdiensten en de an- dere diensten die de beleggingsondernemingen mogen verrichten. In de lijst wordt tevens aangegeven of de beursven- nootschap bevoegd is om op te treden als bewaarder voor fi nanciële instrumenten van verzekeringsonder- nemingen, voor instellingen voor collectieve belegging en voor kredietinstellingen voor zover deze laatste § 3. L’agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peut couvrir que les services d’investissement visés à l’article 2, 1°, 1, 2, 4, et 5, ainsi que les services auxiliaires visés à l’article 2 , 2°, 3, 5 et 7. En vue d’investir leurs fonds propres, elles peuvent détenir des positions hors portefeuille de négociation relatives à des instruments fi nanciers. § 4. Il ne peut être délivré d’agrément en qualité d’entreprise d’investissement pour la seule prestation de services auxiliaires. § 5. L’agrément en qualité de société de bourse est délivré par la Banque conformément aux modalités et conditions fi xées aux articles 492 à 496 de la loi du 25 avril 2014. La Banque se prononce sur la demande d’agrément sur avis de la FSMA conformément à l’article 494 de la loi du 25 avril 2014. L’agrément en qualité de société de gestion de por- tefeuille et de conseil en investissement est délivré par la FSMA conformément aux modalités et conditions fi xées dans le titre III. Art. 7 Les autorités de contrôle établissent une liste des entreprises d’investissement agréées en vertu de la présente section. Elles publient de façon concertée cette liste et toutes les modifi cations qui y sont apportées, sur leur site internet. La FSMA notifi e la liste et ses modifi - cations à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers. La liste des entreprises d’investissement de droit belge comprend les rubriques suivantes: a. les sociétés de bourse; b. les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. La liste mentionne les services d’investissement et les services auxiliaires que les entreprises d’investis- sement sont autorisées à fournir. La liste mentionne également si la société de bourse a le pouvoir d’intervenir en qualité de dépositaire pour des instruments fi nanciers d’entreprises d’assurances, pour des organismes de placement collectif ainsi que pour des établissements de crédit lorsque ces derniers 17 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 handelen voor rekening van hun cliënten, aangezien dit de activiteit is als bedoeld in artikel 499, § 2, van de wet van 25 april 2014. De lijst kan worden onderverdeeld in subrubrieken en kan andere diensten vermelden. Een bijlage bij deze lijst vermeldt de financiële holdings naar Belgisch recht zoals bepaald bij artikel 59, § 1, 2°. Art. 8 Wanneer een vergunning is verleend aan een be- leggingsonderneming naar Belgisch recht die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van één of meer moederondernemingen die ressor- teren onder het recht van één of meer derde landen, wordt in de kennisgeving aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten ook de identiteit opgegeven van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend geval, de fi nanciële structuur van de groep die de beleg- gingsonderneming controleert waaraan een vergunning is verleend. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het verlenen van een dergelijke vergunning. Op verzoek van de Europese Autoriteit voor effecten en markten of van de Europese Commissie verstrekt de FSMA hen dezelfde inlichtingen, wanneer haar of aan de Bank een vergunningsaanvraag wordt voorgelegd van een beleggingsonderneming naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid in de gevallen bedoeld in artikel 15, §§ 2 en 3, van de Richtlijn 2004/39/EG. In de in artikel 15, § 3, tweede en derde lid, van dezelfde richtlijn bedoelde gevallen zal de FSMA haar beslissingen over de vergunningsaanvraag van ven- nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings- advies naar Belgisch recht als bedoeld in het eerste lid, beperken of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie. Art. 9 §  1. Alleen de beleggings ondernemingen naar Belgisch recht, de kredietinstellingen en de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen mogen in België openbaar gebruik maken van de term “beleggingsonderneming”, agissent pour le compte de leur clientèle, étant l’activité visée à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014. La liste peut comporter des sous-rubriques et peut mentionner d’autres services. À la liste est annexée la mention des compagnies fi nancières de droit belge défi nies à l’article 59, § 1er, 2°. Art. 8 Lorsqu’un agrément est accordé à une entreprise d’investissement de droit belge qui est une fi liale, directe ou indirecte, d’une ou de plusieurs entreprises mères qui relèvent du droit d’un ou de plusieurs pays tiers, la notifi cation à l’Autorité européenne des marchés fi nan- ciers mentionne l’identité de cette ou de ces entreprises mères et, s’il y a lieu, indique la structure fi nancière du groupe qui contrôle l’entreprise d’investissement à laquelle l’agrément est accordé. La FSMA informe également les autorités de contrôle des autres États membres de l’octroi d’un tel agrément. La FSMA communique les mêmes informations à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers et à la Commission européenne, à leur demande, lorsque la FSMA ou la Banque est saisie d’une demande d’agré- ment d’une entreprise d’investissement de droit belge répondant aux conditions défi nies à l’alinéa 1er, dans les cas visés à l’article 15, §§ 2 et 3, de la Directive 2004/39/CE. Dans les cas visés à l’article 15, § 3, alinéas 2 et 3, de la même directive, la FSMA limite ou suspend ses décisions d’agrément de sociétés de gestion de por- tefeuille et de conseil en investissement de droit belge visées à l’alinéa 1er et cela selon les modalités et pour la durée fi xée par le Conseil de l’Union européenne ou la Commission européenne en application de ces dispositions. Art. 9 § 1er. Les entreprises d’investissement de droit belge, les établissements de crédit et les entreprises d’inves- tissement étrangères opérant en Belgique en vertu des articles 10 à 14 sont seuls autorisés à faire usage public en Belgique du terme “entreprise d’investissement”, 18 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame. § 2. Alleen de beursvennootschappen en de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggings-ondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 3, 6, 7 of 8 bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in België openbaar gebruik maken van de term “beursvennootschap”, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame. § 3. Alleen de vennootschappen voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies, de beursvennootschappen en de krediet instellingen, alsook de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggings- ondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 4, bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in België openbaar gebruik maken van de woorden “vermogens- beheerder”, “vermogensbeheer” of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame. § 4. Alleen de volgende vennootschappen en instel- lingen mogen in België openbaar gebruik maken van de woorden “beleggingsadviseur”,”beleggingsadvies” of enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame: a) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies; b) de beursvennootschappen; c) de kredietinstellingen; d) de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2, 1°, 5, bedoelde beleggings- dienst dekt; e) de makelaars in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in de wet van 22 maart 2006. notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité. §  2. Les sociétés de bourse et les entreprises d’investissement étrangères qui opèrent en Belgique en vertu des articles 10 à 14 et dont l’agrément couvre le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 3, 6, 7 ou 8 sont seules autorisées à faire usage public en Belgique du terme “société de bourse”, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les sociétés de bourse et les établissements de crédit, ainsi que les entreprises d’investissement étrangères qui opèrent en Belgique en vertu des articles 10 à 14 et dont l’agrément couvre le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 4, sont seuls autorisés à faire usage public en Belgique des termes “gérant de fortune” et “gestion de fortune” ou de tout autre terme faisant référence à cette activité, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité. § 4. Les sociétés et établissements suivants sont seuls autorisés à faire publiquement usage en Belgique des termes “conseiller en investissement”,”conseil en investissement”, ou de tout autre terme faisant référence à cette activité, notamment dans leur dénomination sociale, dans la désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité: a) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; b) les sociétés de bourse; c) les établissements de crédit; d) les entreprises d’investissement étrangères opérant en Belgique en vertu des articles 10 à 14 de la présente loi et dont l’agrément couvre le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 5; e) les courtiers en services bancaires et en services d’investissement visés par la loi du 22 mars 2006. 19 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 3 Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht Afdeling 1 Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren Art. 10 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of beleggings activiteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen, via de vestiging van een bijkantoor, deze diensten in België aanvatten zodra de toezichthoudende overheid er hen van in kennis heeft gesteld dat zij als bijkantoor van een beleggingsonderneming uit de Europese Economische Ruimte zijn geregistreerd. Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit wor- den verricht. § 2. De registratie van de bijkantoren van buiten- landse beursvennootschappen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in para- graaf 1, wordt door de Bank ter kennis gebracht van deze ondernemingen conform artikel 590 van de wet van 25 april 2014. De FSMA wordt onmiddellijk in kennis gesteld van deze kennisgevingen van registraties van bijkantoren die door de Bank zijn verricht. § 3. De registratie van de buitenlandse vennootschap- pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als bedoeld in paragraaf 1, wordt door de FSMA ter kennis gebracht van deze ondernemingen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs. Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maan- den nadat de toezichthoudende autoriteiten voor de beleggings ondernemingen van de lidstaat van herkomst van de beleggingsonderneming, het op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste informatie- dossier hebben meegedeeld. Bij gebreke van ontvangst van een kennisgeving binnen de vastgestelde termijn mag zij haar bijkantoor openen en de voornoemde werkzaamheden aanvatten. Zij stelt de FSMA hiervan in kennis. CHAPITRE 3 Des entreprises d’investissement de droit étranger Section 1re Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre Art. 10 § 1er. Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir dans leur État membre d’origine des services d’investissement et/ou à y exercer des activités d’investissement et à y fournir des services auxiliaires peuvent, par voie d’installation de succursales, commencer à prester ces services en Belgique dès que l’autorité de contrôle leur a notifi é leur enregistrement comme succursales d’entreprises d’investissement de l’Espace économique européen. Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que conjointement à un service d’investissement et/ou à une activité d’investissement. § 2. L’enregistrement des succursales de sociétés de bourses étrangères relevant du droit d’un autre État membre visées au paragraphe 1er, est notifi é à ces entre- prises par la Banque conformément à l’article 590 de la loi du 25 avril 2014. La FSMA est informée sans délai des notifi cations d’enregistrement de succursales effectuées par la Banque. § 3. L’enregistrement des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre visées au paragraphe 1er, est notifi é à ces entreprises par la FSMA par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception. Cette notifi cation doit intervenir au plus tard deux mois après que les autorités de contrôle des entre- prises d’investissement de l’État membre d’origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement aient communiqué le dossier d’informa- tion requis par les dispositions de droit européen. En l’absence de notifi cation dans le délai fi xé, l’entreprise peut ouvrir la succursale et entamer les activités préci- tées. Elle en informe la FSMA. 20 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 4. De FSMA stelt elk jaar de lijst op van de geregis- treerde bijkantoren en maakt die alsook alle wijzigingen die hierin tijdens het jaar zijn aangebracht, bekend op zijn website. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggings ondernemingen waarvoor zij bevoegd is. Art. 11 De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggings- diensten en/of beleggings activiteiten en nevendiensten mogen verrichten, mogen deze werkzaamheden in België aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst aan de FSMA mededeling heeft gedaan van de op grond van de Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste kennisgeving. Deze kennisgeving omvat de opgave van het pro- gramma van werkzaamheden waarin wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten alsmede nevendiensten de beleggingsonderneming voornemens is te verrichten, alsook of zij van plan is om in het kader van het vrije dienstenverkeer in België gebruik te maken van verbonden agenten. Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleg- gingsdienst en/of beleggings activiteit worden verricht. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de beleggings- ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en haar in kennis hebben gesteld van hun voornemen om in België de beleggings diensten als bedoeld in artikel 2, 1° en de beleggingsactiviteiten als bedoeld in ditzelfde artikel te verrichten. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleg- gingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is. De FSMA vraagt bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst informatie op met betrekking tot de identiteitsgegevens van de verbonden agenten waarvan de beleggingsonderneming voornemens is gebruik te maken. Zij maakt deze gegevens bekend op haar website. § 4. La FSMA établit la liste des succursales enregis- trées et la publie sur son site internet, ainsi que toutes les modifi cations qui y sont apportées en cours d’année. La Banque publie également sur son site internet la liste des succursales relevant de ses compétences. Art. 11 Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir dans leur État membre d’ori- gine des services d’investissement et/ou à y exercer des activités d’investissement et à y fournir des services auxiliaires, peuvent entamer ces activités en Belgique sous le régime de la libre prestation de services dès que l’autorité compétente de l’État membre d’origine a communiqué à la FSMA la notifi cation requise par les dispositions de droit européen en la matière. Cette notifi cation doit inclure le programme d’activité de l’entreprise d’investissement, mentionnant les ser- vices et/ou les activités d’investissement ainsi que les services auxiliaires qu’elle entend fournir ou exercer. La notifi cation doit également préciser si l’entreprise d’investissement prévoit, dans le cadre de la libre circulation de services en Belgique, de recourir à des agents liés. Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que conjointement à un service d’investissement et/ou à une activité d’investissement. La FSMA établit la liste des entreprises d’investisse- ment relevant du droit d’un autre État membre qui ont notifi é leur intention de fournir en Belgique les services d’investissement visés à l’article 2, 1°, et d’y exercer les activités d’investissement visées au même article. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que toutes les modifi cations qui y sont apportées en cours d’année. La Banque publie également sur son site internet la liste des entreprises d’investissement relevant de ses compétences. La FSMA demande à l’autorité compétente de l’État membre d’origine de lui communiquer l’identité des agents liés auxquels l’entreprise d’investissement entend recourir. La FSMA publie ces informations sur son site internet. 21 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 2 Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die niet onder de richtlijn 2004/39/EG vallen Art. 12 De artikelen 10 tot 11 zijn niet van toepassing op de beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die niet in het toepassings- gebied van de richtlijn 2004/39/UE van het Europees Parlement en de Raad vallen op grond van artikel 2, § 1, m) en n) en artikel 3 van deze richtlijn. Voor de bijkantoren en de dienstverrichtingen in België van deze ondernemingen zijn de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van toepassing. Afdeling 3 Bijkantoren in België van beleggings ondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen Art. 13 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land en voornemens zijn om in België beleggingsdiensten aan te bieden of te verstrekken en/of om er beleggingsactiviteiten te ver- richten via het oprichten van bijkantoren, moeten vooraf een vergunning verkrijgen van de toezichthouder. §  2. De bijkantoren van buitenlandse beursven- nootschappen die ressorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de Bank conform artikel 603 van de wet van 25 april 2014. De bijkantoren van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res- sorteren onder het recht van een derde land moeten een vergunning verkrijgen van de FSMA conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 84. § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de bijkan- toren waaraan een vergunning is verleend en publiceert die op haar website, evenals alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de bijkantoren waarvoor zij bevoegd is. Section 2 Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d’investissement non soumises à la directive 2004/39/CE Art. 12 Les articles 10 et 11 ne s’appliquent pas aux entre- prises d’investissement relevant du droit d’un autre État membre qui ne tombent pas dans le champ d’application de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en vertu de l’article 2, § 1er, m) et n), et de l’article 3 de cette directive. Les succursales et les activités de prestation de services en Belgique de ces entreprises sont soumises aux dispositions des sections 3 et 4. Section 3 Des succursales en Belgique des entreprises d’investissement relevant du droit de pays tiers Art. 13 § 1er. Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un pays tiers qui ont l’intention d’offrir ou de fournir des services d’investissement et/ou d’exercer des activités d’investissement en Belgique, par voie d’installation de succursales, doivent préalablement se faire agréer par l’autorité de contrôle. § 2. Les succursales de sociétés de bourse étran- gères relevant du droit d’un pays tiers doivent obtenir leur agrément auprès de la Banque conformément à l’article 603 de la loi du 25 avril 2014. Les succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un pays tiers doivent obtenir leur agrément auprès de la FSMA conformément aux modalités et conditions fi xées à l’article 84. § 3. La FSMA établit la liste des succursales agréées et la publie sur son site internet, ainsi que toutes les modifi cations qui y sont apportées en cours d’année. La Banque publie également sur son site internet la liste des succursales relevant de ses compétences. 22 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 4 Dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingingen die ressorteren onder een derde land Art. 14 § 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder een derde land en die in hun land van herkomst daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen, mogen zonder vestiging enkel aan volgende beleggers deze diensten in België aanbieden of verlenen: a) de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen; b) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van België, het Rentenfonds, het Beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten, het Garantiefonds voor fi nanciële diensten en de Deposito- en Consignatiekas; c) de Belgische en buitenlandse kredietinstellingen bedoeld in artikel 1, 1°, § 3, van de wet van 25 april 2014; d) de Belgische en buitenlandse beleggingsonder- nemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de zin van artikel 2, 1°; e) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in boek II van deel 2 van de wet van 3 augustus 2012; f) de verzekeringsondernemingen en instellingen als gedefi nieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekerings ondernemingen; g) de buitenlandse verzekerings ondernemingen en pensioen fondsen die niet in België werkzaam zijn; h) de vennootschappen waarvan fi nanciële instru- menten zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt, of tot een andere buitenlandse, regelmatig werkende, erkende en voor het publiek toegankelijke markt, en waarvan het geconsolideerd eigen vermogen minstens 25 000 000 EUR bedraagt; i) de in België gevestigde personen die de nationaliteit hebben van het land van herkomst van de betrokken beleggings onderneming of van een land waar deze beleggingsonderneming een bijkantoor heeft, voor zo- ver de beleggingsonderneming voor wat betreft de in België aangeboden of verleende beleggingsdiensten Section 4 Des activités de prestation de services en Belgique des entreprises d’investissement relevant du droit de pays tiers Art. 14 § 1er. Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un pays tiers et qui fournissent effectivement des services d’investissement dans leur État d’origine, peuvent offrir ou fournir ces services en Belgique, sans y être établies, aux seuls investisseurs suivants: a) l’État, les Régions et les Communautés; b)  la Banque Centrale Européenne, la Banque Nationale de Belgique, le Fonds des Rentes, le Fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers, le Fonds de garantie pour les services fi nanciers et la Caisse des Dépôts et Consignations; c) les établissements de crédit belges et étrangers visés à l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014; d) les entreprises d’investissement belges et étran- gères dont l’activité habituelle consiste à fournir à titre professionnel des services d’investissement au sens de l’article 2, 1°; e) les organismes de placement collectif visés au livre II de la partie 2 de la loi du 3 août 2012; f) les entreprises et organismes d’assurances et de réassurance telles que défi nies aux articles 5, 1° et 2° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance; g)  les entreprises d’assurances étrangères et les fonds de pension étrangers qui n’opèrent pas en Belgique; h) les sociétés dont des instruments fi nanciers sont admis à un marché réglementé ou à un autre marché étranger, de fonctionnement régulier, reconnu et acces- sible au public, et dont les capitaux propres consolidés s’élèvent à 25 000 000 EUR au moins; i)  les personnes établies en Belgique qui ont la nationalité de l’État d’origine de l’entreprise d’inves- tissement concernée ou d’un État dans lequel cette entreprise d’investissement a établi une succursale, pour autant qu’en ce qui concerne les services d’inves- tissement offerts ou fournis en Belgique, l’entreprise 23 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 in het land van herkomst of in het betrokken land van vestiging onderworpen is aan een gelijkwaardig toezicht als Belgische beleggingsondernemingen. § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde ondernemin- gen dienen zich vooraf bij de FSMA bekend te maken, met opgave van de voorgenomen beleggingsdiensten die ze voornemens zijn te verrichten, alsook van de categorieën van beleggers aan wie ze voornemens zijn deze diensten te verlenen. De FSMA kan het verlenen van beleggingsdiensten in België verbieden aan een beleggingsonderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt aan de beleggingsondernemingen onder Belgisch recht biedt. § 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de in dit artikel bedoelde beleggingsondernemingen die in België de diensten verlenen als bedoeld in artikel 2, 1° van de wet. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is. HOOFDSTUK 4 Samenwerking tussen toezichthoudende overheden Art. 15 Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toe- zicht op de beleggingsondernemingen sluiten de Bank en de FSMA een protocol dat op hun respectieve web- sites wordt bekend gemaakt. Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samen- werking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen waar de wet een advies, raadpleging, informatie of ander contact tussen de twee instellingen voorziet of waar overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren. d’investissement soit soumise, dans son État d’origine ou dans l’État d’implantation concerné, à un contrôle équivalent à celui auquel sont assujetties les entreprises d’investissement belges. § 2. Les entreprises visées au paragraphe 1er sont tenues de se faire connaître préalablement auprès de la FSMA, en précisant les services d’investissement qu’elles envisagent de fournir et les catégories d’inves- tisseurs auxquelles elles entendent fournir ces services. La FSMA peut interdire la prestation de services en Belgique à une entreprise relevant du droit d’un État qui n’accorde pas les mêmes possibilités d’accès à son marché aux entreprises d’investissement de droit belge. §  3. La FSMA établit chaque année la liste des entreprises d’investissement visées au présent article qui fournissent en Belgique les services visés à l’article 2, 1°, de la loi. La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi que toutes les modifi cations qui y sont apportées en cours d’année. La Banque publie éga- lement sur son site internet la liste des entreprises d’investissement relevant de ses compétences. CHAPITRE 4 De la collaboration entre autorités de contrôle Art. 15 En vue d’assurer un contrôle efficace et coordonné des entreprises d’investissement, la Banque et la FSMA concluent un protocole, qu’elles publient sur leur site internet respectif. Ce protocole détermine les modalités de la collabo- ration entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où la loi prévoit un avis, une consultation, une information ou tout autre contact entre les deux institutions, ainsi que dans les cas où une concertation entre les deux institutions est nécessaire pour assurer une application uniforme de la législation. 24 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 TITEL 3 Statuut van en toezicht op de vennootschappen voor vermogens beheer en beleggings advies HOOFDSTUK 1 Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht Afdeling 1 Vergunningsprocedure Art. 16 De vergunning als vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies wordt afgeleverd door de FSMA. De aanvragers duiden aan welke in artikel 2 bedoelde beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zij voornemens zijn te verrichten of aan te bieden. Daarbij verduidelijken zij op welke financiële instrumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Bij de vergunnings aanvraag wordt een programma van werk- zaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de FSMA gestelde voorwaarden en waarin met name de aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen alsook de organisatiestructuur van de onderneming worden vermeld en de nauwe banden die zij heeft met andere personen. De aanvragers moeten alle inlich- tingen verstrekken die nodig zijn om hun aanvraag te kunnen beoordelen. Het tweede lid is eveneens van toepassing op de aan- vragen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die reeds over een vergunning beschikken, die ertoe strekken bijkomende diensten en activiteiten bedoeld in artikel 2 waarvoor zij nog geen vergunning hebben te mogen verrichten. De artikelen 7 en 17 tot 19 zijn van toepassing. Art. 17 Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies die hetzij de dochteronderneming is van een beursvennootschap, van een krediet instelling, een verzekerings onderneming of een herverzekerings- onderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochter- onderneming van de moederonderneming van een beursvennootschap, van een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming of een herverzekeringson- derneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle TITRE 3 Du statut et du contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement CHAPITRE 1ER Des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge Section 1re Procédure d’agrément Art. 16 L’agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est délivré par la FSMA. Les demandeurs indiquent les services et activités d’investissement et/ou les services auxiliaires visés à l’article 2, qu’ils envisagent de fournir. Ils précisent les instruments fi nanciers sur lesquels portent ces services et activités. La demande d’agrément est accompagnée d’un programme d’activités répondant aux conditions fi xées par la FSMA dans lequel sont notamment indi- qués le volume des opérations envisagées ainsi que la structure de l’organisation de l’entreprise et ses liens étroits avec d’autres personnes. Les demandeurs doivent fournir tous renseignements nécessaires à l’appréciation de leur demande. L’alinéa 2 s’applique également aux demandes intro- duites par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déjà agréées qui souhaitent fournir des services et activités supplémentaires visés à l’article 2, non couverts par leur agrément. Les articles 7 et 17 à 19 sont d’application. Art. 17 Lorsque l’agrément est sollicité par une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui est soit la fi liale d’une société de bourse, d’un éta- blissement de crédit, d’une entreprise d’assurances ou d’une entreprise de réassurance de droit belge, soit la fi liale de l’entreprise mère d’une société de bourse, d’un établissement de crédit, d’une entreprise d’assu- rances ou d’une entreprise de réassurance de droit belge, soit encore contrôlée par les mêmes personnes physiques ou morales qu’une société de bourse, qu’un 25 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een beursvennootschap, een kredietinstelling, een verzekerings onderneming of een herverzekerings- onderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de Bank. Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die hetzij de dochteronderneming is van een andere beleggingsonderneming, van een kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een herverzekerings-onderneming, een beheerder van AICB’s of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van de moeder onderneming van een andere beleggings- onderneming, van een kredietinstelling, een verzeke- rings-onderneming, een herverzekerings onderneming, een beheerder van AICB’s of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergun- ning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechts- personen als een andere beleggingsonderneming, een kredietinstelling, een verzekerings onderneming, een herverzekerings onderneming, een beheerder van AICB’s of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende overheden die in deze andere lidstaten bevoegd zijn voor het toezicht op de beleggingsondernemingen, krediet instellingen, verzekeringsondernemingen, her- verzekeringsondernemingen, beheerders van AICB’s of beheervennootschappen van instellingen voor col- lectieve belegging, waaraan zij krachtens hun recht een vergunning of toelating hebben verleend. De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de Bank of de in het tweede lid bedoelde toezichthoudende overheden voor het beoordelen van de geschiktheid van de aan- deelhouders en de leiding overeenkomstig de artikelen 22 en 23, wanneer deze aandeelhouder, al naargelang het geval, een in het eerste of tweede lid bedoelde on- derneming is en de bij de leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betrokken persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een van de, al naargelang het geval, in het eerste of tweede lid bedoelde ondernemingen. Deze overheden delen elkaar alle informatie mee die relevant is voor het be- oordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen. établissement de crédit, qu’une entreprise d’assurances ou qu’une entreprise de réassurance de droit belge, la FSMA consulte la Banque avant de prendre sa décision. Lorsque l’agrément est sollicité par une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui est soit la fi liale d’une autre entreprise d’investis- sement, d’un établissement de crédit, d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de réassurance, d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion d’or- ganismes de placement collectif, agréé dans un autre État membre, soit la fi liale de l’entreprise mère d’une autre entreprise d’investissement, d’un établissement de crédit, d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de réassurance, d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif, agréé dans un autre État- membre, soit encore contrôlée par les mêmes personnes physiques ou morales qu’une autre entreprise d’investissement, qu’un établissement de crédit, qu’une entreprise d’assurances, qu’une entre- prise de réassurance, qu’un gestionnaire d’OPCA ou qu’une société de gestion d’organismes de placement collectif, agréé dans un autre État membre, la FSMA consulte, avant de prendre sa décision, les autorités nationales de ces autres États membres qui contrôlent les entreprises d’investissement, les établissements de crédit, les entreprises d’assurances, les entreprises de réassurance, les gestionnaires d’OPCA ou les sociétés de gestion d’organismes de placement collectif, agréés selon leur droit. De même, la FSMA consulte préalablement la Banque ou les autorités de contrôle visées à l’alinéa 2 aux fi ns d’évaluer les qualités requises des actionnaires et des dirigeants conformément aux articles 22 et 23 , lorsque l’actionnaire est une entreprise visée, selon le cas, à l’alinéa 1er ou 2, et que la personne participant à la direc- tion de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prend part également à la direction de l’une des entreprises visées, selon le cas, à l’alinéa 1er ou 2 . Ces autorités se communiquent mutuellement toutes informations utiles pour l’évaluation des qualités requises des actionnaires et des personnes participant à la direction visés au présent alinéa. 26 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 18 De FSMA verleent de aangevraagde vergunning aan vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voldoen aan de voorwaarden van afdeling II. Zij spreekt zich uit over de vergunning binnen de zes maanden na de indiening van een vol- ledige aanvraag. De beslissingen inzake vergunning vermelden de beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de neven- diensten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag verrichten. De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers. Art. 19 Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies kan de FSMA de vergunning van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies beperken tot bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde fi nanciële instrumenten, alsook in haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten met betrekking tot bepaalde fi nanciële instrumenten voorwaarden stellen. Afdeling 2 Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling 1 Rechtsvorm Art. 20 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht moeten worden opgericht in de rechtsvorm van een handelsvennoot- schap, met uitzondering van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door één enkele persoon. Art. 18 La FSMA accorde l’agrément sollicité aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement répondant aux conditions fi xées à la section II. Elle sta- tue sur la demande dans les six mois de l’introduction d’un dossier complet. Les décisions en matière d’agrément mentionnent les services et activités d’investissement ainsi que les ser- vices auxiliaires que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est autorisée à fournir. Les décisions en matière d’agrément sont notifi ées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recom- mandée à la poste ou avec accusé de réception. Art. 19 En vue d’une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment, la FSMA peut limiter l’agrément de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à certains services ou activités ou à certains instruments fi nanciers, de même qu’elle peut assortir l’agrément de conditions relatives à la fourniture de certains services ou activités ou en rapport avec certains instruments fi nanciers. Section 2 Conditions d’agrément Sous-section 1re Forme Art. 20 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge doivent être constituées sous la forme d’une société commerciale, à l’exception de la forme de la société privée à responsabilité limitée constituée par une seule personne. 27 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Onderafdeling 2 Aanvangskapitaal Art. 21 §  1. Om een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te verkrij- gen moet het volstort gedeelte van het kapitaal 125 000 euro bedragen. § 2. Voor bestaande instellingen die een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies aanvragen, worden voor de toepassing van § 1 de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met kapitaal. Onderafdeling 3 Aandeelhouders of vennoten Art. 22 De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwali- fi ceerde deelneming bezitten in het kapitaal van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten. De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, redenen heeft om aan te nemen dat de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtsperso- nen niet geschikt zijn. Wanneer er nauwe banden bestaan tussen de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere natuurlijke of rechtspersonen, wordt de vergunning pas verleend indien deze banden de juiste uitoefening van de toezichthoudende taak van de FSMA niet belemmeren. De FSMA weigert de vergunning indien de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of rechtspersonen met wie de vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft, Sous-section 2 Capital initial Art. 21 § 1er. L’agrément en qualité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est subor- donné à l’existence d’un capital entièrement libéré à concurrence de 125 000 EUR. § 2. En cas de préexistence de la société deman- deresse de l’agrément comme société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les primes d’émission, les réserves et le résultat reporté sont, pour l’application du § 1er, assimilés au capital. Sous-section 3 Détenteurs du capital Art. 22 L’agrément est subordonné à la communication à la FSMA de l’identité des personnes physiques ou morales qui, directement ou indirectement, agissant seules ou de concert avec d’autres, détiennent dans le capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement une participation qualifi ée. La communication doit comporter l’indication des quotités du capital et des droits de vote détenus par ces personnes. L’agrément est refusé si la FSMA a des raisons de considérer que les personnes physiques ou morales visées à l’alinéa 1er ne présentent pas les qualités néces- saires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Lorsqu’il existe des liens étroits entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et d’autres personnes physiques ou morales, l’agrément n’est délivré que si ces liens n’empêchent pas la FSMA d’exercer effectivement ses fonctions prudentielles. La FSMA refuse l’agrément si les dispositions législa- tives, réglementaires ou administratives d’un pays tiers applicables à une ou plusieurs personnes physiques ou morales avec lesquelles la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens 28 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 of moeilijkheden in verband met de toepassing van die bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste uitoefening van haar toezichthoudende taken. Onderafdeling 4 Leiding Art. 23 §  1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de personen belast met de effec- tieve leiding, in voorkomend geval de leden van het directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuur- lijke personen. De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. § 2. De effectieve leiding van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd. § 3. De FSMA verleent geen vergunning indien zij er niet van overtuigd is dat de personen die het bedrijf van de vennootschap voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies effectief zullen leiden, als voldoende professioneel betrouwbaar bekend staan en over voldoende deskundigheid beschikken, dan wel indien er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te nemen dat eventuele voorgenomen wijzigingen in het bestuur van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies een bedreiging vormen voor het gezond en voorzichtig beleid ervan. Art. 24 Artikel 20  van de wet van 25  april  2014  is van toepassing. Onderafdeling 5 Organisatie Art. 25 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten beschikken over een voor hun werkzaam heden of voorgenomen werkzaamheden étroits, ou des difficultés liées à l’application desdites dispositions, l’empêchent d’exercer effectivement ses fonctions prudentielles. Sous-section 4 Dirigeants Art. 23 § 1er. Les membres de l’organe légal d’administration des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant les membres du comité de direction, ainsi que les responsables des fonctions de contrôle indépendantes sont exclusivement des per- sonnes physiques. Les personnes visées à l’alinéa 1er doivent dispo- ser en permanence de l’honorabilité professionnelle nécessaire et de l’expertise adéquate à l’exercice de leur fonction. § 2. La direction effective des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit être confi ée à deux personnes physiques au moins. § 3. La FSMA refuse l’agrément si elle n’est pas convaincue que les personnes qui dirigeront effective- ment l’activité de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement jouissent d’une hono- rabilité professionnelle et d’une expertise suffisantes ou s’il existe des raisons objectives et démontrables d’estimer que le changement proposé dans la direction risquerait de compromettre la gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement . Art. 24 L’article 20 de la loi du 25 avril 2014 est d’application. Sous-section 5 Organisation Art. 25 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d’une structure de gestion, d’une organisation administrative 29 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 passende beleidsstructuur, administratieve en boek- houdkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaat- regelen met betrekking tot de elektronische informatie- verwerking, en interne controle. Zij houden daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico’s. § 2. De vennootschappen voor vermogens beheer en beleggingsadvies dienen te beschikken over een pas- sende beleids structuur, waaronder inzonderheid dient te worden verstaan: een coherente en transparante organisatiestructuur, met inbegrip van een passende functiescheiding; een duidelijk omschreven, trans- parant en samenhangend geheel van verantwoorde- lijkheidstoewijzingen; passende procedures voor de identifi catie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico’s die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies loopt ingevolge haar werkzaam heden of voorgenomen werkzaamheden; een beloningsbeleid en een beloningscultuur die in overeenstemming zijn met en bijdragen aan een degelijk en doeltreffend risicobeheer. § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies richten een auditcomité op bin- nen hun wettelijk bestuursorgaan. Het auditcomité is samengesteld uit niet-uitvoerende leden van het wettelijk bestuursorgaan. Ten minste één lid van het auditcomité is een onafhankelijk lid van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen en beschikt over de nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit. Bovendien beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de betrokken vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en op het gebied van boekhouding en audit. In het jaarverslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt aangetoond dat de leden van het auditcomité over de nodige individuele en collectieve deskundig- heid beschikken. De vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria, zijn vrijgesteld van de verplichting om een auditcomité op te richten: a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het be- trokken boekjaar van minder dan 250 personen, b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro, et comptable, de mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine informatique et d’un contrôle interne, appropriés aux activités qu’elles exercent ou entendent exercer. Elles tiennent compte à cet égard de la nature, du volume et de la complexité de ces activités, ainsi que des risques y afférents. § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d’une struc- ture de gestion adéquate, se composant notamment des éléments suivants: une structure organisationnelle cohérente et transparente, prévoyant une séparation adéquate des fonctions; un dispositif d’attribution des responsabilités qui est bien défi ni, transparent et cohé- rent; des procédures adéquates d’identifi cation, de mesure, de gestion, de suivi et de reporting interne des risques importants encourus par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en rai- son des activités qu’elle exerce ou entend exercer; des politiques et pratiques de rémunération permettant et promouvant une gestion saine et efficace des risques. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituent un comité d’audit au sein de leur organe légal d’administration. Le comité d’audit est composé de membres non-exécutifs de l’organe légal d’administration. Au moins un membre du comité d’audit est un membre indépendant de l’organe d’administration au sens de l’article 526ter du Code des sociétés et est compétent en matière de comptabilité et/ou d’audit. En outre, les membres du comité d’audit disposent d’une compétence collective dans le domaine des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée et en matière de comptabilité et d’audit. Le rapport annuel de l’organe légal d’administration justifi e la compétence individuelle et collective des membres du comité d’audit. Sont exemptées de l’obligation de constituer un comité d’audit les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement répondant à au moins deux des trois critères suivants: a) nombre moyen de salariés inférieur à 250 per- sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné, b) total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros, 30 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. Voor zover een auditcomité is opgericht dat voor de gehele groep bevoegd is en voldoet aan de vereisten van deze wet, kan de FSMA aan een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een dochter of een kleindochter is van een gemengde fi - nanciële holding, van een verzekeringsholding, van een fi nanciële holding, van een kredietinstelling, van een beursvennootschap, van een verzekerings onderneming, van een herverzekerings onderneming, van een andere beleggings onderneming, van een beheerder van AICB’s of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, afwijkingen toestaan van de voor- melde bepalingen en specifi eke voorwaarden vastleg- gen voor het verlenen van deze afwijkingen. De FSMA maakt haar afwijkingsbeleid openbaar. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité van de genoteerde vennootschap- pen in de zin van artikel 4 van dit Wetboek. § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies richten een remuneratiecomité op binnen hun wettelijk bestuursorgaan. Het remuneratie- comité is samengesteld uit niet-uitvoerende leden van het wettelijk bestuurs orgaan. Ten minste één lid van het remuneratiecomité is een onafhankelijk lid van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen. Het remuneratie- comité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over beloningsbeleid en -cultuur en de stimulansen die worden gecreëerd voor het beheer van risico, kapitaal en liquiditeit. In het jaarverslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt aangetoond dat de leden van het remuneratie- comité over de nodige individuele en collectieve des- kundigheid beschikken. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die niet signifi cant zijn wat betreft hun interne organisatie of wat betreft de aard, reikwijdte en complexiteit van hun activiteiten en die voldoen aan ten minste twee van de volgende drie criteria zijn vrij- gesteld van de verplichting om een remuneratiecomité op te richten: a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het be- trokken boekjaar van minder dan 250 personen; b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro; c) chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à 50 000 000 euros. Pour autant qu’un comité d’audit dont les attributions s’étendent à tout le groupe et répondant aux exigences de la présente loi ait été constitué, la FSMA peut, à l’égard des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui sont fi liales ou sous-fi - liales d’une compagnie fi nancière mixte, d’une société holding d’assurances, d’une compagnie fi nancière, d’un établissement de crédit, d’une société de bourse, d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de réassurance, d’une autre entreprise d’investissement, d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif, accorder des dérogations aux dispositions qui précèdent et fi xer des conditions spécifi ques à l’octroi de celles-ci. La FSMA rend sa politique de dérogation publique. Les dispositions qui précèdent ne portent pas préju- dice aux dispositions du Code des sociétés relatives au comité d’audit des sociétés cotées au sens de l’article 4 de ce Code. § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituent un comité de rémunération au sein de leur organe légal d’adminis- tration. Le comité de rémunération est composé de membres non-exécutifs de l’organe légal d’administra- tion. Au moins un membre du comité de rémunération est un membre indépendant de l’organe légal d’adminis- tration au sens de l’article 526ter du Code des sociétés. Le comité de rémunération est composé de manière à lui permettre d’exercer un jugement compétent et indépen- dant sur les politiques et les pratiques de rémunération et sur les incitations créées pour la gestion des risques, des fonds propres et de la liquidité. Le rapport annuel de l’organe légal d’administration justifi e l’expertise individuelle et collective requise des membres du comité de rémunération. Sont exemptées de l’obligation d’avoir un comité de rémunération les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ne revêtent pas une importance signifi cative en raison de leur organisation interne ou en raison de la nature, de la portée et de la complexité de leurs activités et qui répondent à au moins deux des trois critères suivants: a) nombre moyen de salariés inférieur à 250 per- sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné; b) total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros; 31 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. Voor zover een remuneratiecomité is opgericht dat voor de gehele groep bevoegd is en voldoet aan de vereisten van deze wet, kan de FSMA aan een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een dochter of een kleindochter is van een gemengde fi nanciële holding, van een verzekeringsholding, van een fi nanciële holding, van een kredietinstelling, van een beursvennootschap, van een verzekerings onderneming, van een herverzekerings onderneming, van een andere beleggings onderneming, van een beheerder van AICB’s of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, afwijkingen toestaan van de voor- melde bepalingen en specifi eke voorwaarden vastleg- gen voor het verlenen van deze afwijkingen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het remuneratiecomité van vennootschappen waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een in artikel 4 van dit Wetboek bedoelde markt. § 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dienen een passende interne controle te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld. Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dienen zij een systeem van interne controle te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouw- baarheid van het fi nanciële verslaggevingproces, zodat de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nemen de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende on- afhankelijke interneauditfunctie. De vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies werken een passend integriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd. Onverminderd artikel 87bis van de wet van 2  augustus  2002  nemen zij de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de onderneming, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van het bedrijf van vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. c) chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à 50 000 000 euros. Pour autant qu’un comité de rémunération dont les attributions s’étendent à tout le groupe et répondant aux exigences de la présente loi ait été constitué, la FSMA peut, à l’égard des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui sont fi liales ou sous- fi liales d’une compagnie fi nancière mixte, d’une société holding d’assurances, d’une compagnie fi nancière, d’un établissement de crédit, d’une société de bourse, d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de réassurance, d’une autre entreprise d’investissement, d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif, accorder des dérogations aux dispositions qui précèdent et fi xer des conditions spécifi ques à l’octroi de celles-ci. Les dispositions qui précèdent ne portent pas préju- dice aux dispositions du Code des sociétés relatives au comité de rémunération des sociétés dont les actions sont admises à la négociation sur un marché visé à l’article 4 dudit Code. § 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent organiser un contrôle interne adéquat, dont le fonctionnement est évalué au moins une fois par an. En ce qui concerne leur organisa- tion administrative et comptable, elles doivent organiser un système de contrôle interne qui procure un degré de certitude raisonnable quant à la fi abilité du processus de reporting fi nancier, de manière à ce que les comptes annuels soient conformes à la réglementation comptable en vigueur. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent les mesures nécessaires pour pouvoir disposer en permanence d’une fonction d’audit interne indépendante adéquate. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement élaborent une politique d’intégrité adéquate, qui est actualisée régulièrement. Sans préjudice de l’article 87bis de la loi du 2 août 2002, elles prennent les mesures nécessaires pour pouvoir disposer en permanence d’une fonction de compliance indépendante adéquate, destinée à assurer le respect, par l’entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, des règles de droit relatives à l’intégrité de l’activité de société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement . 32 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dienen te beschikken over een pas- sende onafhankelijke risicobeheerfunctie. § 6. De FSMA kan, onverminderd het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende risicobeheerfunctie en, een passende onafhankelijke compliancefunctie en nadere regels uitwerken overeenkomstig de Europese wetgeving. § 7. Onverminderd de bevoegdheden van het wet- telijke bestuursorgaan inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van Vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke be- stuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5. Onverminderd de wettelijke opdrachten van het wet- telijk bestuursorgaan, heeft het auditcomité minstens de volgende taken: a) monitoring van het fi nanciële verslaggevingsproces; b) monitoring van de doeltreffendheid van de sys- temen voor interne controle en risicobeheer van de onderneming; c) monitoring van de interne audit en de desbetref- fende activiteiten; d) monitoring van de wettelijke controle van de jaar- rekening en de geconsolideerde jaarrekening. Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursor- gaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, en ten minste wanneer het wettelijk bestuursor- gaan de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening en de in artikel 55 bedoelde periodieke staten opstelt die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt. De FSMA kan, bij reglement vastgesteld overeen- komstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de elementen in de bovenstaande lijst op technische punten preciseren en aanvullen. Het remuneratiecomité is verantwoordelijk voor het voorbereiden van beslissingen over beloning, inclusief Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d’une fonction de gestion des risques indépendante adéquate. § 6. La FSMA peut, sans préjudice des dispositions des §§ 1er à 5, préciser ce qu’il y a lieu d’entendre par structure de gestion adéquate, contrôle interne adéquat, fonction d’audit interne indépendante adéquate, fonction de gestion des risques adéquate etfonction de com- pliance indépendante adéquate, et élaborer des règles plus précises conformément à la législation européenne. § 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe légal d’administration en ce qui concerne la détermina- tion de la politique générale, tels que prévus par le Code des sociétés, les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement , le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l’organe légal d’administration, les mesures nécessaires pour assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 5. Sans préjudice des missions légales de l’organe légal d’administration, le comité d’audit est au moins chargé des missions suivantes: a) suivi du processus d’élaboration de l’information fi nancière; b) suivi de l’efficacité des systèmes de contrôle interne et de gestion des risques de l’entreprise; c) suivi de l’audit interne et de ses activités; d) suivi du contrôle légal des comptes annuels et des comptes consolidés. Le comité d’audit fait régulièrement rapport à l’organe légal d’administration sur l’exercice de ses missions, au moins lors de l’établissement par celui-ci des comptes annuels et consolidés et des états périodiques visés à l’article 55, respectivement transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment à la fi n de l’exercice social et à la fi n du premier semestre social. La FSMA peut préciser et compléter sur des points d’ordre technique les éléments énumérés dans la liste reprise ci-dessus, par voie de règlement pris conformé- ment à l’article 64 de la loi du 2 août 2002. Le comité de rémunération est chargé de préparer les décisions concernant les rémunérations, notamment 33 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voor beslissingen die gevolgen hebben voor de risico’s en het risicobeheer van de vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies en die het leiding- gevend orgaan in zijn toezichtfunctie moet nemen. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen moet het remuneratiecomité rekening houden met de langeter- mijnbelangen van de aandeelhouders, de investeerders en andere belanghebbenden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Het wettelijke bestuursorgaan van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorko- mend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks te controleren of de onderneming beantwoordt aan het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen pas- sende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding, in voor- komend geval het directiecomité, lichten minstens jaar- lijks het wettelijke bestuursorgaan en de FSMA in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen. De informatieverstrekking aan de FSMA gebeurt volgens de modaliteiten die zij bepaalt. § 8. Als de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een individueel of geconso- lideerd prudentieel toezicht op de onderneming. Als de vennootschap voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een derde land, mogen de voor die persoon geldende wet- telijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de onderneming. Art. 26 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de wettelijke voor- schriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden te verzekeren. Zij werken passende regels uit voor de rechtstreekse en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in celles qui ont des répercussions sur le risque et la gestion des risques dans la société de gestion de por- tefeuille et de conseil en investissement et que l’organe de direction est appelé à arrêter dans l’exercice de sa fonction de surveillance. Lors de la préparation de ces décisions, le comité de rémunération tient compte des intérêts à long terme des actionnaires, des investisseurs et des autres parties prenantes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. L’organe légal d’administration de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l’intermédiaire du comité d’audit, si l’entreprise se conforme aux dispositions des §§ 1er à 5 et de l’alinéa 1er du présent paragraphe, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l’organe légal d’administra- tion et à la FSMA sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures adéquates prises. Ces informations sont transmises à la FSMA selon les modalités qu’elle détermine. § 8. S’il existe des liens étroits entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et d’autres personnes physiques ou morales, ces liens ne peuvent entraver l’exercice d’un contrôle prudentiel individuel ou sur base consolidée de l’entreprise. Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens étroits avec une per- sonne physique ou morale relevant du droit d’un pays tiers, les dispositions législatives, réglementaires et administratives applicables à cette personne ou leur mise en oeuvre ne peuvent entraver l’exercice d’un contrôle prudentiel individuel ou sur base consolidée de l’entreprise. Art. 26 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement mettent en place des poli- tiques et des procédures adéquates permettant d’assu- rer le respect, par l’entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés, ses agents liés et ses mandataires, des dispositions légales relatives aux services et activités d’investissement. Elles élaborent des règles appropriées applicables aux transactions personnelles, directes et indirectes, 34 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 fi nanciële instrumenten die worden uitgevoerd door de in het eerste lid bedoelde personen. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrek- king hebben op: —  de relevante personen op wie deze regels en verplichtingen van toepassing zijn; — de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden geacht met de wet; —  de modaliteiten waaronder de relevante per- sonen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te delen aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies; — de wijze waarop de vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies gegevens over de persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren. § 2. De vennootschappen voor vermogens beheer en beleggingsadvies nemen passende organisatori- sche en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconfl icten inzake beleggingsdiensten en -activiteiten tussen de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met hen verbonden onderneming, enerzijds, en hun cliënteel anderzijds, of tussen hun cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden. Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrekking hebben op de organisatorische regels die in acht moeten worden genomen ter voorkoming van belangenconfl icten en wanneer de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies onderzoek op beleggingsgebied produceert en verspreidt. § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies nemen passende maatregelen om de continuïteit van hun beleggingsdiensten en -activiteiten te verzekeren. § 4. Wanneer een vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activitei- ten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maat- regelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken. effectuées sur des instruments fi nanciers par les per- sonnes visées à l’alinéa 1er. Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles et obligations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur: — les personnes concernées auxquelles ces règles et obligations sont applicables; — les transactions personnelles qui sont réputées contraires à la loi; —  les modalités selon lesquelles les personnes concernées sont tenues de notifi er leurs transactions personnelles à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; — la manière dont les sociétés de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement doivent conserver un enregistrement des transactions personnelles. § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent des mesures organisationnelles et administratives adéquates pour empêcher que des confl its d’intérêts portant sur des services et activités d’investissement et survenant entre l’entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui lui est liée, d’une part, et sa clientèle, d’autre part, ou entre ses clients eux-mêmes, ne portent atteinte aux intérêts de ces derniers. Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles et obli- gations en la matière. Ces règles et obligations peuvent notamment porter sur les règles organisationnelles à respecter afi n d’empêcher la survenance de confl its d’intérêts, ainsi que lorsque la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement produit et diffuse des travaux de recherche en investissements. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prennent des mesures adé- quates pour assurer la continuité de leurs services et activités d’investissement. § 4. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement confi e à un tiers l’exécution de tâches opérationnelles essentielles pour assurer la fourniture de ses services d’investissement et l’exercice de ses activités d’investissement de manière continue et satisfaisante, elle prend des mesures adéquates pour limiter le risque opérationnel y afférent. 35 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de interne controleprocedures van de onderneming en aan het vermogen van de FSMA om te controleren of de onderneming haar wettelijke verplichtingen nakomt. De FSMA publiceert, een beleidsverklaring waarin zij haar beleid inzake uitbestedingen van diensten van beheer van vermogen van niet-professionele cliën- ten uiteenzet. Deze verklaring wordt op haar website bekendgemaakt. § 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies houden de gegevens bij over alle door hen verrichte beleggingsdiensten en -activiteiten om de FSMA in staat te stellen na te gaan of de onderneming de bepalingen van deze wet naleeft, inzonderheid of de onderneming haar verplichtingen tegenover haar cliënteel of potentieel cliënteel nakomt. § 6. De personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies, in voorkomend geval het directiecomité, nemen onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan van de onderneming de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5. Het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditco- mité, dient minstens jaarlijks te controleren of de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan het bepaalde bij deze paragrafen beantwoordt, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen. De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan en de FSMA in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid en over de genomen passende maatregelen. De informatieverstrekking aan de FSMA gebeurt volgens de modaliteiten die zij bepaalt. § 7. De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel vaststellen met een reglement genomen ter uitvoe- ring van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002. Art. 27 § 1. De FSMA bepaalt welke minimuminformatie de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies publiek moeten maken over hun solvabili- teit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere risicoposi- ties, hun beleid voor kapitaalbehoeften, onder verwijzing L’externalisation visée à l’alinéa 1er ne peut s’effectuer d’une manière qui nuise sensiblement au caractère adé- quat des procédures de contrôle interne de l’entreprise et qui empêche la FSMA de contrôler si l’entreprise respecte ses obligations légales. La FSMA publie, une communication dans laquelle elle expose la politique qu’elle suit en matière d’exter- nalisation de services de gestion de portefeuille fournis à des clients de détail. Cette déclaration est rendue publique sur son site internet . § 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conservent un enregistre- ment de tout service d’investissement fourni et de toute activité d’investissement exercée, afi n de permettre à la FSMA de vérifi er si l’entreprise se conforme aux dispositions de la présente loi et, en particulier, si elle respecte ses obligations à l’égard de ses clients ou clients potentiels. § 6. Les personnes chargées de la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement , le cas échéant le comité de direction, prennent, sous la surveillance de l’organe légal d’admi- nistration de l’entreprise, les mesures nécessaires pour assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 5. L’organe légal d’administration doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant par l’intermédiaire du comité d’audit, si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement se conforme aux disposi- tions des paragraphes précités, et il prend connaissance des mesures adéquates prises. Les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant le comité de direction, font rapport au moins une fois par an à l’organe légal d’administration et à la FSMA sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er et sur les mesures adéquates prises. Ces informations sont transmises à la FSMA selon les modalités qu’elle détermine. § 7. La FSMA peut préciser les dispositions du pré- sent article par voie de règlement pris en exécution des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002. Art. 27 § 1er. La FSMA détermine les informations minimales que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent publier en matière de solvabi- lité, de liquidité, de concentration de risques et d’autres positions de risques, sur leur politique de besoins en 36 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 naar de vereisten bedoeld in artikel 54, alsook over hun beloningsbeleid als bedoeld in artikel 25, § 2, eerste lid, in fi ne. Zij bepaalt tevens de minimale frequentie en de wijze van bekendmaking van deze informatie. § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures om te voldoen aan de informatieverplichtin- gen bedoeld in § 1. Ze evalueren het passend karakter van hun publiciteitsmaatregelen, daarin begrepen de controle van de gepubliceerde gegevens alsook de frequentie van de informatieverschaffing. § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en procedures teneinde te evalueren of de informatie die zij publiceren over hun organisatie, hun fi nanciële positie en hun risicostaat aan de marktdeelnemers een volledig inzicht in hun risicoprofi el verschaffen. §  4. De in dit artikel bedoelde reglementen wor- den genomen conform artikel 64  van de wet van 2 augustus 2002. § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen. Onderafdeling 6 Hoofdbestuur Art. 28 Het hoofdbestuur van een vennootschap voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies moet in België zijn gevestigd. Onderafdeling 7 Beleggersbescherming Art. 29 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten aansluiten bij de beleggers- beschermingsregeling als bedoeld in titel V. fonds propres par référence aux exigences visées à l’article 54 ainsi que sur leur politique en matière de rémunération visée à l’article 25, § 2, in fi ne. Elle défi nit également la fréquence minimale et les modalités de publication de ces informations. § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prévoient les règles et pro- cédures nécessaires pour se conformer aux exigences de publication prévues au § 1er. Elles évaluent l’adé- quation de leurs mesures de publication, en ce compris le contrôle des données publiées et la fréquence de publication. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement prévoient les règles et pro- cédures nécessaires afi n d’évaluer si les informations qu’elles publient sur leur organisation, leur situation fi nancière et l’état de leurs risques fournissent aux acteurs du marché des informations complètes sur leur profi l de risque. § 4. Les règlements visés au présent article sont pris conformément à l’article 64 de la loi du 2 août 2002. § 5. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autori- ser, dans les limites de la législation européenne, des dérogations aux dispositions des règlements pris par application du présent article. Sous-section 6 Administration centrale Art. 28 L’administration centrale d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit être fi xée en Belgique. Sous-section 7 Protection des investisseurs Art. 29 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent adhérer au système de pro- tection des investisseurs visé au titre V. 37 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 3 Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden Onderafdeling 1 Minimum eigen vermogen Art. 30 § 1. Het eigen vermogen van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig arti- kel 21 vastgestelde aanvangskapitaal. In coöperatieve vennootschappen mogen geen aan- delen worden terugbetaald als dit voor de onderneming tot gevolg zou hebben dat de eigen vermogenscoëffi- ciënten, als vastgesteld met toepassing van artikel 54, niet meer zouden worden gehaald. § 2. Wanneer het eigen vermogen niet meer het peil bereikt zoals vastgesteld bij § 1 kan de FSMA een ter- mijn vaststellen waarbinnen dit opnieuw op het betrok- ken peil moet worden gebracht. Onderafdeling 2 Wijzigingen in de kapitaalstructuur Art. 31 § 1. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belang- rijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalifi ceerde deelneming in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het per- centage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn doch- teronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde relevante informatie. § 2. De FSMA zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in paragraaf 1 bedoelde in- formatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in het derde lid bedoelde informatie, een Section 3 Conditions d’exercice de l’activité Sous-Section 1re Fonds propres minimums Art. 30 § 1er. Les fonds propres des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent devenir inférieurs au montant du capital initial fi xé confor- mément à l’article 21. Dans les sociétés coopératives, il ne peut être pro- cédé au remboursement de parts s’il en résulterait que l’entreprise ne respecterait plus les coefficients de fonds propres établis en vertu de l’article 54. § 2. Lorsque les fonds propres n’atteignent plus les montants fi xés au § 1er, la FSMA peut fi xer un délai dans lequel ils doivent à nouveau atteindre ces montants. Sous-Section 2 Modifi cations dans la structure du capital Art. 31 § 1er. Sans préjudice de l’article 59 et de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agis- sant seule ou de concert avec d’autres, qui a pris la décision soit d’acquérir, directement ou indirectement, une participation qualifi ée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, soit de procéder, directement ou indirectement, à une augmentation de cette participation qualifi ée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, de telle façon que la pro- portion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse les seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 % ou que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement devienne sa fi liale, est tenue de notifi er par écrit au préalable à la FSMA le montant envisagé de sa participation et les informations perti- nentes visées au paragraphe 3, alinéa 3. § 2. Diligemment, et en toute hypothèse dans un délai de deux jours ouvrables après la réception de la notifi cation et des informations complètes visées au paragraphe 1er, ainsi qu’après l’éventuelle réception ultérieure des informations visées à l’alinéa 3, la FSMA 38 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afl oopt. De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt om de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling uit te voeren, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennis- geving en van alle documenten die bij de kennisgeving gevoegd moeten worden conform de in paragraaf 3, derde lid, bedoelde lijst. De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende infor- matie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is. De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf de datum van het verzoek van de FSMA om informa- tie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoog- ste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelij- king bijkomende verzoeken om informatie te formuleren, hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg. De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onder- breking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen: a) indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet com- munautaire reglementering is onderworpen; of b)  indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht is onder- worpen ingevolge Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn 2009/65/EG, Richtlijn 2011/61/EU, Verordening (EG) Nr. 1060/2009  van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus en Verordening (EU) Nr. 1095/2010, Richtlijn 2009/138/EG of Richtlijn 2004/39/EG. § 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoorde- lingsperiode bedoeld in paragraaf 2, verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een ge- zond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is. en accuse réception par écrit au candidat acquéreur. L’accusé de réception indique la date d’expiration de la période d’évaluation. La période d’évaluation dont dispose la FSMA pour procéder à l’évaluation visée au paragraphe 3 est de maximum soixante jours ouvrables à compter de la date de l’accusé de réception de la notifi cation et de tous les documents requis avec la notifi cation sur la base de la liste visée au paragraphe 3, alinéa 3. La FSMA peut, pendant la période d’évaluation, au plus tard le cinquantième jour ouvrable de la période d’évaluation, demander un complément d’information nécessaire pour mener à bien son évaluation. Cette demande est faite par écrit et précise les informations complémentaires nécessaires. Pendant la période comprise entre la date de la de- mande d’informations par la FSMA et la réception d’une réponse du candidat acquéreur à cette demande, la période d’évaluation est suspendue. Cette suspension ne peut excéder vingt jours ouvrables. La FSMA peut formuler, au-delà de la date limite déterminée confor- mément à l’alinéa précédent, d’autres demandes visant à recueillir des informations complémentaires ou des clarifi cations, sans que ces demandes ne donnent tou- tefois lieu à une suspension de la période d’évaluation. La FSMA peut porter la suspension visée à l’alinéa 4, à trente jours ouvrables: a) si le candidat acquéreur est établi hors de la l’Espace économique européen ou relève d’une régle- mentation non communautaire; ou b) si le candidat acquéreur est une personne physique ou morale qui n’est pas soumise à une surveillance en vertu de la Directive 2013/36/UE, de la Directive 2009/65/CE, de la Directive 2011/61/UE , des Règlement (CE) n° 1060/2009 du Parlement européen et du Conseil du 16 septembre 2009 sur les agences de notation de crédit et (UE) n° 1095/2010, de la directive 2009/138/ CE, ou de la Directive 2004/39/CE. § 3. La FSMA peut, dans le courant de la période d’évaluation visée au paragraphe 2, s’opposer à la réa- lisation de l’acquisition si elle a des motifs raisonnables de considérer, sur la base des critères fi xés à l’alinéa 2, que le candidat acquéreur ne présente pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou si les informations fournies par le candidat acquéreur sont incomplètes. 39 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Bij de beoordeling van de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in paragraaf 2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies die het doelwit is van de verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de fi nanciële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria: a) de reputatie van de kandidaat-verwerver; b) de betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 23 bedoelde persoon die het bedrijf van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk gaat leiden; c) de fi nanciële soliditeit van de kandidaat-verwerver, met name met betrekking tot de aard van de werkzaam- heden die verricht en beoogd worden in de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het doelwit is van de verwerving; d) of de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële voorschriften op grond van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informa- tie tussen de bevoegde overheden mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de bevoegde overheden kan worden bepaald; e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefi nancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te fi nancieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20  mei  2015  inzake de voorkoming van het gebruik van het fi nanciële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefi nanciering, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten. De FSMA publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in paragraaf 1 bedoelde ken- nisgeving moet worden verstrekt. En procédant à l’évaluation de la notifi cation et des informations visées au paragraphe 1er, et des informa- tions complémentaires visées au paragraphe 2, la FSMA apprécie, afi n de garantir une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visée par l’acquisition envisagée et en tenant compte de l’infl uence probable du candidat acquéreur sur la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le caractère approprié du candidat acquéreur et la solidité financière de l’acquisition envisagée en appliquant l’ensemble des critères suivants: a) la réputation du candidat acquéreur; b) l’honorabilité et l’expertise de toute personne visée à l’article 23 qui assurera la direction des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la suite de l’acquisition envisagée; c) la solidité fi nancière du candidat acquéreur, compte tenu notamment du type d’activités exercées et envi- sagées au sein de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visée par l’acquisition envisagée; d) la capacité de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de satisfaire et de conti- nuer à satisfaire aux obligations prudentielles découlant de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci, en particulier le point de savoir si le groupe auquel il appartiendra possède une structure qui permet d’exercer une surveillance effective, d’échanger réelle- ment des informations entre les autorités compétentes et de déterminer le partage des responsabilités entre les autorités compétentes; e) l’existence de motifs raisonnables de soupçonner qu’une opération ou une tentative de blanchiment de capitaux ou de fi nancement du terrorisme au sens de l’article 1er de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement Européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l’utilisation du système fi nancier aux fi ns du blanchiment de capitaux ou du fi nancement du terrorisme est en cours ou a eu lieu en rapport avec l’acquisition envisagée, ou que l’acquisition envisagée pourrait en augmenter le risque. La FSMA publie sur son site internet une liste spé- cifi ant les informations pertinentes, proportionnées et adaptées à la nature du candidat acquéreur et de l’acquisition envisagée, qui sont nécessaires pour pro- céder à l’évaluation et qui doivent lui être communiquées au moment de la notifi cation visée au paragraphe 1er. 40 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Indien de FSMA na voltooiing van de beoorde- ling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende mo- tivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt. Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd. De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgeno- men verwerving een maximum termijn vaststellen en deze termijn zo nodig verlengen. § 4. Voor het verrichten van de in paragraaf 3 be- doelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg samen met iedere andere betrokken bevoegde overheid of, al naargelang het geval, met de Bank, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen is: a) een kredietinstelling, een beurs vennootschap, een verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonder- neming, een beleggingsonderneming, een beheerder van AICB’s of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend door de Bank of door een bevoegde overheid in een andere lidstaat; of b) de moederonderneming van een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde ondernemingen. In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt de FSMA in haar besluit steeds de eventuele stand- punten en bedenkingen van de overheid die bevoegd is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de Bank. Indien de prudentiële beoordeling van een voorgeno- men verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in een andere lidstaat competente toezichthouder op kre- dietinstellingen, verzekeringsonder-nemingen, herver- zekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen, beheerders van AICB’s of beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, of van de Bank wisselt de FSMA met deze toezichthouder of met de Bank zo spoedig mogelijk alle informatie uit die re- levant of van essentieel belang is voor de beoordeling. Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek Si la FSMA décide, au terme de l’évaluation, de s’opposer à l’acquisition envisagée, elle le notifi e par écrit au candidat acquéreur, dans un délai de deux jours ouvrables et sans dépasser la période d’évaluation. Un exposé approprié des motifs de la décision peut être rendu accessible au public à la demande du candidat acquéreur. Si, au terme de la période d’évaluation, la FSMA ne s’est pas opposée à l’acquisition envisagée, celle-ci est réputée approuvée. La FSMA peut fi xer un délai maximal pour la conclu- sion de l’acquisition envisagée et, le cas échéant, le proroger. § 4. La FSMA procède à l’évaluation visée au para- graphe 3 en pleine concertation avec toute autre autorité compétente concernée ou, selon le cas, avec la Banque, si le candidat acquéreur est: a) un établissement de crédit, une société de bourse, une entreprise d’assurances, une entreprise de réassu- rance, une entreprise d’investissement, un gestionnaire d’OPCA ou une société de gestion d’organismes de placement collectif agréés par la Banque ou par une autorité compétente dans un autre État membre; ou b) l’entreprise mère d’une des entreprises ayant une des qualités visées au a); ou c) une personne physique ou morale contrôlant une des entreprises visées au a). Dans les cas visés à l’alinéa précédent, toute décision de la FSMA mentionne les éventuels avis ou réserves formulés par l’autorité compétente responsable du candidat acquéreur ou, selon le cas, par la Banque. Lorsque l’évaluation prudentielle d’une acquisition projetée relève des compétences de l’autorité de contrôle des établissements de crédit, des entreprises d’assurances, des entreprises de réassurance, des en- treprises d’investissement, des gestionnaires d’OPCA ou des sociétés de gestion d’organismes de placement collectif d’un autre État membre, ou des compétences de la Banque, la FSMA échange, dans les meilleurs délais, avec cette autorité ou avec la Banque toute information essentielle ou pertinente pour l’évaluation. Dans ce cadre, elle lui communique sur demande toute 41 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 alle relevante informatie en uit eigen beweging alle es- sentiële informatie. § 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten om niet langer een rechtstreekse of onrecht- streekse gekwalifi ceerde deelneming in een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgeno- men deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalifi ceerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stem- rechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ophoudt zijn dochteronderneming te zijn. § 6. Indien de bij paragraaf 1 of paragraaf 5 voor- geschreven voorafgaande kennisgeving niet wordt verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in paragraaf 3 bedoelde verzet van de FSMA, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel van de beslissingen van een algemene vergadering die in de voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig verklaren. De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de FSMA. Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing. § 7. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belang- rijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een vennootschap voor vermogenssbe- heer en beleggingsadvies naar Belgisch recht recht- streeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalifi ceerde deelneming verkrijgt, de FSMA daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving. information pertinente et, de sa propre initiative, toute information essentielle. § 5. Toute personne physique ou morale qui a pris la décision de cesser de détenir, directement ou indirec- tement, une participation qualifi ée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement le notifi e par écrit au préalable à la FSMA et lui commu- nique le montant envisagé de sa participation. Une telle personne notifi e de même à la FSMA sa décision de diminuer sa participation qualifi ée de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital déte- nue descende en dessous des seuils de 20 %, de 30 % ou de 50 %, ou que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement cesse d’être sa fi liale. § 6. En cas d’abstention de procéder aux notifi ca- tions préalables prescrites par le paragraphe 1er ou le paragraphe 5 ou en cas d’acquisition ou d’accroisse- ment d’une participation en dépit de l’opposition de la FSMA visée au paragraphe 3, le président du tribunal de commerce dans le ressort duquel la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a son siège, statuant comme en référé, peut prendre les mesures visées à l’article 516, § 1er, du Code des sociétés, ainsi que prononcer l’annulation de tout ou partie des délibérations d’assemblée générale tenue dans les cas visés ci-dessus. La procédure est engagée par citation émanant de la FSMA. L’article 516, §  3, du Code des sociétés est d’application. § 7. Sans préjudice de l’article 59 et de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des participations importantes, toute personne physique ou morale agis- sant seule ou de concert avec d’autres, qui a acquis, directement ou indirectement, une participation dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, ou qui a procédé, direc- tement ou indirectement, à une augmentation de sa participation dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, de telle façon que la proportion de droits de vote ou de parts de capital détenue atteigne ou dépasse le seuil de 5 % des droits de vote ou du capital, sans pour autant détenir une participation qualifi ée, est tenue de le notifi er par écrit à la FSMA dans un délai de dix jours ouvrables après l’acquisition. 42 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een recht- streekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die geen gekwalifi ceerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten. De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aan- delen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die na de verwerving of vervreem- ding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de FSMA conform paragraaf 3, derde lid, op haar website publiceert. § 8. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies de FSMA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, tot gevolg hebben. Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de FSMA evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de FSMA niet statutair is voorgeschreven. Art. 32 Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die recht- streeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde deelne- ming bezit in een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een gezond en voorzichtig beleid van deze beleggingsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen: 1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen La même notifi cation est requise dans un délai de dix jours ouvrables de toute personne physique ou morale qui a cessé de détenir, directement ou indirectement, seul ou agissant de concert avec d’autres personnes, une participation de plus de 5 % du capital ou des droits de vote d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, qui ne constituait pas une participation qualifi ée. Les notifi cations visées aux alinéas 1er et 2 indiquent l’identité précise du ou des acquéreurs, le nombre de titres acquis ou cédés et le pourcentage des droits de vote et du capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détenus postérieu- rement à l’acquisition ou à la cession, ainsi que les informations nécessaires dont la liste est publiée par la FSMA sur son site internet conformément au paragraphe 3, alinéa 3. § 8. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent à la FSMA, dès qu’elles en ont connaissance, les acquisitions ou aliénations de leurs titres ou parts qui font franchir vers le haut ou vers le bas l’un des seuils visés au paragraphe 1er, alinéa 1er. Dans les mêmes conditions, elles communiquent à la FSMA, une fois par an au moins, l’identité des actionnaires ou associés qui possèdent, directement ou indirectement, agissant seuls ou de concert, des participations qualifi ées dans leur capital, ainsi que la quotité du capital et celle des droits de vote ainsi détenus. Elles communiquent de même à la FSMA la quotité des actions ou parts ainsi que celle des droits de vote y afférents dont l’acquisition ou l’aliénation leur est déclarée conformément à l’article 515 du Code des sociétés dans les cas où les statuts ne prescrivent pas leur déclaration à la FSMA. Art. 32 Lorsque la FSMA a des raisons de considérer que l’infl uence exercée par une personne physique ou morale détenant, directement ou indirectement, une participation qualifi ée dans une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est de nature à compromettre sa gestion saine et prudente, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, elle peut: 1° suspendre l’exercice des droits de vote attachés aux actions ou parts détenues par l’actionnaire ou l’associé en question; elle peut, à la demande de tout intéressé, accorder la levée des mesures ordonnées 43 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA kan haar beslissing openbaar maken; 2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhou- dersrechten in zijn bezit over te dragen. Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeel- houdersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij ge- volg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de ven- nootschap, om in te gaan op openbare overname- of rui- laanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwes- ter. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de FSMA en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voor- noemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen. Indien na afl oop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die op- treedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft, op verzoek van de FSMA alle of een deel van de beslis- singen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum par elle; sa décision est notifi ée de la manière la plus appropriée à l’actionnaire ou à l’associé en cause; sa décision est exécutoire dès qu’elle a été notifi ée; la FSMA peut rendre sa décision publique; 2° donner injonction à l’actionnaire ou à l’associé en cause de céder, dans le délai qu’elle fi xe, les droits d’associé qu’il détient. À défaut de cession dans le délai fi xé, la FSMA peut ordonner la mise sous séquestre des droits d’associé auprès de l’institution ou personne qu’elle détermine. Le séquestre en donne connaissance à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui modifi e en conséquence le registre des actions ou parts d’associés nominatives et qui n’accepte l’exercice des droits qui y sont attachés que par le seul séquestre. Le séquestre agit dans l’intérêt d’une gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et dans celui du détenteur des droits d’associés ayant fait l’objet du séquestre. Il exerce tous les droits attachés aux actions ou parts d’associés. Les sommes encaissées par lui au titre de dividende ou à un autre titre ne sont remises par lui au détenteur précité que si celui-ci a satisfait à l’injonction visée à l’alinéa 1er, 2°. La souscription à des augmentations de capital ou à d’autres titres conférant ou non le droit de vote, l’option en matière de dividende payable en titres de la société, la réponse à des offres publiques d’acqui- sition ou d’échange et la libération de titres non entière- ment libérés sont subordonnés à l’accord du détenteur précité. Les droits d’associés acquis en vertu de ces opérations font, de plein droit, l’objet du séquestre prévu ci-dessus. La rémunération du séquestre est fi xée par la FSMA et est à charge du détenteur précité. Le séquestre peut imputer cette rémunération sur les sommes qui lui sont versées en sa qualité de séquestre ou par le détenteur précité aux fi ns ou comme conséquence des opérations visées ci-dessus. Lorsque des droits de vote ont été exercés par le détenteur originaire ou par une personne, autre que le séquestre, agissant pour le compte de ce détenteur après l’échéance du délai fi xé conformément à l’alinéa 1er, 2°, première phrase, nonobstant une suspension de leur exercice prononcée conformément à l’alinéa 1er, 1°, le tribunal de commerce dans le ressort duquel la société a son siège peut, sur requête de la FSMA, prononcer la nullité de tout ou partie des délibérations de l’assemblée générale si, sans les droits de vote illégalement exercés, les quorums de présence ou de 44 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt. Art. 33 Op verzoek van de Europese Commissie brengt de FSMA haar in kennis van elk op grond van artikel 31, § 1, door een moederonderneming die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, aan de FSMA voorgelegd voornemen tot verwerving van een deelneming in een beleggingsonderneming uit de Europese Economische Ruimte, waardoor deze haar dochteronderneming zou worden. De FSMA beperkt of schorst de verwerving van een deelneming door rechtstreekse of onrechtstreekse moederondernemingen die ressorteren onder een derde land in de gevallen en onder de voorwaarden en de duur die bepaald zijn in artikel 15, lid 3 en lid 5, van de Richtlijn 2004/39/EG. Bij verwerving of vergroting van een deelneming, ondanks de maatregelen die de FSMA heeft genomen overeenkomstig het tweede lid, is artikel 31, § 6, van toepassing. Onderafdeling 3 Leiding en leiders Art. 34 De statuten van de vennootschappen voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies die zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap kunnen de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité, waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezol- diging vaststelt. Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel niet slaan op de vaststelling van het algemeen beleid noch op de handelingen die bij andere bepalingen van hetzelfde wetboek van vennootschappen zijn voorbehouden aan de raad van bestuur. Art. 35 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies brengen de FSMA voorafgaandelijk op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de majorité requis par lesdites délibérations n’auraient pas été réunis. Art. 33 La FSMA informe la Commission européenne, à la demande de cette dernière, de tout projet, dont la FSMA est informée en vertu de l’article 31, § 1er, de prise de participation par une entreprise mère relevant du droit d’un autre État membre dans une entreprise d’investis- sement de l’Espace économique européen et qui ferait de celle-ci sa fi liale. La FSMA limite ou suspend la prise de participation d’entreprises mères, directes ou indirectes, relevant du droit d’un pays tiers dans les cas et selon les conditions et la durée déterminées à l’article 15, alinéas 3 et 5, de la Directive 2004/39/CE. En cas d’acquisition ou d’accroissement d’une participation en dépit des mesures prises par la FSMA conformément à l’alinéa 2, l’article 31, § 6, est d’application. Sous-section 3 Direction et dirigeants Art. 34 Les statuts des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement constituées sous la forme d’une société anonyme peuvent autoriser le conseil d’administration à déléguer tout ou partie des pouvoirs visés à l’article 522, § 1er, alinéa 1er, du Code des sociétés à un comité de direction constitué en son sein, dont il nomme et révoque les membres et dont il détermine la rémunération. Cette délégation de compétence ne peut toutefois porter ni sur la détermination de la politique générale, ni sur les actes réservés au conseil d’administration par les autres dispositions du Code des sociétés. Art. 35 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement informent préalablement la FSMA de la proposition de nomination des membres 45 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een di- rectiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties. In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking delen de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 23 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste profes- sionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag. § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voor- gelegd aan de FSMA. Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in para- graaf 1 wordt voorgedragen bij een instelling die onder het toezicht staat van de FSMA overeenkomstig artikel 45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, raadpleegt de FSMA eerst de Bank. De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies informeren de FSMA over de even- tuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en tussen de personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval tussen de leden van het directiecomité. Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als be- doeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepas- sing van de paragrafen 1 en 2. Art. 36 §  1. Onverminderd artikelen 25  en 26  mogen de bestuurders, zaakvoerders of directeuren van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het de l’organe légal d’administration et des membres du comité de direction ou, en l’absence de comité de direc- tion, des personnes chargées de la direction effective, ainsi que des responsables des fonctions de contrôle indépendantes. Dans le cadre de l’information requise en vertu de l’alinéa 1er, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent à la FSMA tous les documents et informations lui permettant d’éva- luer si les personnes dont la nomination est proposée disposent de l’honorabilité professionnelle nécessaire et de l’expertise adéquate à l’exercice de leur fonction conformément à l’article 23 . L’alinéa 1er est également applicable à la proposition de renouvellement de la nomination des personnes qui y sont visées ainsi qu’au non-renouvellement de leur nomination, à leur révocation ou à leur démission. §  2. La nomination des personnes visées au paragraphe 1er est soumise à l’approbation préalable de la FSMA. Lorsqu’il s’agit de la nomination d’une personne qui est proposée pour la première fois à une fonction visée au paragraphe 1er dans un établissement soumis au contrôle de la FSMA en application de l’article 45, § 1er, 2° de la loi du 2 août 2002, la FSMA consulte préalablement la Banque. La Banque communique son avis à la FSMA dans un délai d’une semaine à compter de la réception de la demande d’avis. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement informent la FSMA de la répartition éventuelle des tâches entre les membres de l’organe légal d’administration et entre les personnes chargées de la direction effective, le cas échéant entre les membres du comité de direction. Les modifi cations importantes intervenues dans la répartition des tâches visée à l’alinéa 1er donnent lieu à l’application des paragraphes 1er et 2. Art. 36 § 1er. Sans préjudice des articles 25 et 26, les admi- nistrateurs, gérants ou directeurs d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et toutes personnes qui, sous quelque dénomination et en quelque qualité que ce soit, prennent part à 46 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, op de voor- waarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriële, com- merciële of fi nanciële werkzaamheden. § 2. De externe functies als bedoeld in § 1 worden beheerst door de interne regels die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet in- voeren en doen naleven teneinde: 1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen; 2° te voorkomen dat bij de vennootschap voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies belangenconfl icten zouden optreden alsook risico’s die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden; 3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies. De FSMA bepaalt, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer wor- den gelegd. Indien de FSMA in gebreke blijft het in het vorige lid bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst te wijzigen, is de Koning gemachtigd om zelf daartoe het initiatief te nemen. § 3. De vennootschapsmandatarissen van een die worden benoemd op de voordracht van de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dan wel personen die zij aanwijst. De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, mogen geen bestuurder zijn van een vennootschap waarin de vennootschap een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het da- gelijks bestuur. Voor een beperkte duur van 6 jaar geldt dit verbod echter niet voor de bestuurders die worden l’administration ou à la gestion de l’entreprise peuvent, en représentation ou non de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, exercer des mandats d’administrateur ou de gérant ou prendre part à l’administration ou à la gestion au sein d’une société commerciale ou à forme commerciale, d’une entreprise d’une autre forme de droit belge ou étranger ou d’une institution publique belge ou étrangère, ayant une activité industrielle, commerciale ou fi nancière, aux conditions et dans les limites prévues au présent article. § 2. Les fonctions extérieures visées au § 1er sont régies par des règles internes que la société de ges- tion de portefeuille et de conseil en investissement doit adopter et faire respecter en vue de poursuivre les objectifs suivants: 1° éviter que l’exercice de ces fonctions par des per- sonnes participant à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment ne porte atteinte à la disponibilité requise pour l’exercice de cette direction; 2° prévenir dans le chef de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement la surve- nance de confl its d’intérêts ainsi que les risques qui s’attachent à l’exercice de ces fonctions, notamment sur le plan des opérations d’initiés; 3° assurer une publicité adéquate de ces fonctions. La FSMA fixe les modalités d’exécution de ces obligations par voie de règlement soumis à l’approba- tion du Roi. Si la FSMA reste en défaut d’établir le règlement visé à l’alinéa précédent ou de le modifi er dans l’avenir, le Roi est habilité à en prendre Lui-même l’initiative. § 3. Les mandataires sociaux nommés sur présen- tation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent être des personnes qui participent à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou des personnes qu’elle désigne. Les administrateurs ne participant pas à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent être administra- teur d’une société dans laquelle l’entreprise détient une participation que s’ils ne participent pas à la gestion journalière de cette société. Cette interdiction n’est ce- pendant pas applicable, pour une durée limitée à 6 ans, 47 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 benoemd naar aanleiding van de verwerving van een deelneming of de overname van de activiteiten van de vennootschap waarin diezelfde personen deelnemen aan de effectieve leiding. De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 41, § 3, waarmee de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies nauwe banden heeft, of in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012 of van de wet van 19 april 2014, in een patrimonium-vennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een signifi cant belang bezitten of in een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheersdiensten aan de voornoemde vennootschappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap. § 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies notifi ëren zonder uitstel aan de FSMA de functies uitgeoefend buiten de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies door de in § 1 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel. Art. 37 In geval van faillissement van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zon- der gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duide- lijke fout van deze personen tot het faillissement heeft bijgedragen. Onderafdeling 4 Fusies en overdrachten Art. 38 De toestemming van de FSMA is vereist: aux administrateurs nommés à la suite de l’acquisition d’une participation ou de la reprise des activités de la société dans laquelle ces mêmes personnes participent à la direction effective. Les personnes qui participent à la direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent exercer un mandat compor- tant une participation à la gestion journalière que s’il s’agit d’une société visée à l’article 41, § 3, avec laquelle la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a des liens étroits, d’un organisme de placement collectif à forme statutaire au sens de la loi du 3 août 2012 ou de la loi du 19 avril 2014, d’une société patrimoniale dans laquelle de telles personnes ou leur famille détiennent dans le cadre de la gestion normale de leur patrimoine un intérêt signifi catif ou encore d’une société dans laquelle ces personnes sont les uniques dirigeants et dont l’activité se limite à des services de gestion aux sociétés précitées ou à l’activité d’une société patrimoniale. § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement notifi ent sans délai à la FSMA les fonctions exercées en dehors de la société de ges- tion de portefeuille et de conseil en investissement par les personnes visées au § 1er aux fi ns du contrôle du respect des dispositions prévues au présent article. Art. 37 En cas de faillite d’une société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement, sont nuls et sans effet relativement à la masse, les paiements effectués par cette société, soit en espèces, soit autrement, à ses administrateurs ou gérants, à titre de tantièmes ou autres participations aux bénéfi ces, au cours des deux années qui précèdent le moment déterminé par le tribu- nal comme étant celui de la cessation de ses paiements. L’alinéa 1er ne s’applique pas si le tribunal reconnaît qu’aucune faute grave et caractérisée de ces personnes n’a contribué à la faillite. Sous-section 4 Fusions et cessions Art. 38 Sont soumises à l’autorisation de la FSMA : 48 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° voor fusies van vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies, of van dergelijke vennoot- schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de fi nanciële sector bedrijvige instellingen; 2° wanneer tussen vennootschappen voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de fi nanciële sector bedrijvige instellingen, het bedrijf of het net integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen. De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in ken- nis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beleid van de betrokken vennootschap(pen) voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies. Als zij niet binnen voornoemde termijn op- treedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. Art. 39 Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere beleggingsondernemingen of andere in de fi nanciële sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplich- tingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrok- ken vennootschappen of ondernemingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 38, is aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Onderafdeling 5 Verplichtingen en verbodsbepalingen Art. 40 Buiten de diensten en activiteiten die zij overeen- komstig hun vergunning mogen verrichten, en buiten de werkzaamheden die zich in dit kader situeren of hier rechtstreeks bij aansluiten of bijkomend of aanvullend zijn, mogen vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geen andere werkzaamheden verrichten, tenzij met de toestemming van de FSMA. 1° les fusions entre sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou entre de telles socié- tés et d’autres entreprises d’investissement ou d’autres institutions fi nancières; 2° les cessions entre sociétés de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement ou entre de telles sociétés et d’autres entreprises d’investissement ou d’autres institutions fi nancières de l’ensemble ou d’une partie de leur activité ou de leur réseau. La FSMA ne peut refuser l’autorisation que dans les trois mois de la notifi cation préalable qui lui a été faite du projet et pour des motifs tenant à la gestion saine et prudente de la ou des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées. Si elle n’intervient pas dans le délai fi xé ci-dessus, l’autorisa- tion est réputée acquise. Art. 39 Toute cession totale ou partielle entre sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou entre de telles sociétés et d’autres entreprises d’investissement ou autres institutions fi nancières, des droits et obligations résultant des opérations des sociétés ou entreprises concernées, et autorisées conformément à l’article 38, est opposable aux tiers dès la publication au Moniteur belge de l’autorisation de la FSMA. Sous-section 5 Obligations et interdictions Art. 40 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent, sauf autorisation de la FSMA, exercer d’autres activités que la prestation des services et activités autorisés par leur agrément ainsi que les activités qui se situent dans le cadre ou le pro- longement direct de ces services, ou qui en constituent l’accessoire ou le complément. 49 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 41 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen rechtstreeks of onrechtstreeks deelnemingen bezitten, in welke vorm ook, in één of meer ondernemingen, onder de voorwaarden en binnen de grenzen zoals vastgesteld bij dit artikel. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ondernemingen verstaan, de handelsvennootschap- pen, de vennoot schappen met handelsvorm, de verenigingen in deelneming, de economische samen- werkingsverbanden en de Europese economische samenwerkingsverbanden. § 3. De vennootschappen voor vermogens-beheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen houden in: 1° Belgische of buitenlandse krediet-instellingen; 2° Belgische of buitenlandse beleggingsonderne- mingen; 3°  vereffeningsinstellingen of met vereffenings- instellingen gelijkgestelde instellingen als bedoeld in het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 36/26 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststel- ling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België; 4° Belgische of buitenlandse verzekerings-onderne- mingen of herverzekerings-ondernemingen; 5° Belgische of buitenlandse beheervennootschap- pen van instellingen voor collectieve belegging, als bedoeld in de wet van 3 augustus 2012; 6° Belgische of buitenlandse beheer vennootschappen van AICB’s als bedoeld in de wet van 19 april 2014; 7° andere Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van de werkzaamhe- den bedoeld in artikel 40 of de werkzaamheden van de in 1° tot en met 6° bedoelde ondernemingen, alsook in vennootschappen die zijn opgericht om het kapitaal van dergelijke ondernemingen in onder te brengen; 8° Belgische of buitenlandse ondernemingen met als hoofdbedrijf het verrichten van nevendiensten van het bedrijf van instellingen als bedoeld in 1° tot en met 6°. § 4. De vennootschappen voor vermogens beheer en beleggingsadvies mogen deelnemingen bezitten in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, voor zover het om deelnemingen gaat die geen gekwalifi ceerde Art. 41 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir, directement ou indirectement, des participations, quelle qu’en soit la forme, dans une ou plusieurs entreprises aux conditions et dans les limites fi xées par le présent article. § 2. Pour l’application du présent article, il y a lieu d’entendre par entreprises, les sociétés commerciales, les sociétés à forme commerciale, les associations en participation, les groupements d’intérêt économique et les groupements européens d’intérêt économique. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir des partici- pations dans: 1° les établissements de crédit, belges ou étrangers; 2° les entreprises d’investissement, belges ou étrangères; 3° les organismes de liquidation ou organismes assi- milés à des organismes de liquidation, tels que visés par l’arrêté royal pris en exécution de l’article 36/26 de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque Nationale de Belgique; 4° les entreprises d’assurances ou entreprises de réassurances, belges ou étrangères; 5° les sociétés de gestion d’organismes de placement collectif, belges ou étrangères, telles que visées par la loi du 3 août 2012; 6° les sociétés de gestion d’OPCA, belges ou étran- gères, telles que visées par la loi du 19 avril 2014; 7° d’autres entreprises, belges ou étrangères, dont l’objet principal consiste dans l’exercice des activités visées à l’article 40 ou des activités des entreprises visées aux points 1° à 6°, ainsi que dans des socié- tés constituées en vue de détenir le capital de telles entreprises; 8° des entreprises belges ou étrangères dont l’objet principal consiste dans la prestation de services auxiliaires à l’activité des établissements visés aux points 1° à 6°. § 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peuvent détenir des participa- tions dans d’autres cas que ceux visés au paragraphe 3 pour autant qu’il s’agisse de participations qui ne 50 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 deelneming vormen, of elke post ten hoogste 15 pct. en het totale bedrag van deze posten ten hoogste 45 pct. van het eigen vermogen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bedraagt. Deze grenzen kunnen evenwel bij koninklijk besluit worden verhoogd, op advies van de FSMA, maar een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag per post nooit voor meer dan 15 pct. van haar eigen vermogen gekwalifi ceerde deelnemingen bezitten en het totaal van deze deelnemingen mag nooit 60 pct. van haar eigen vermogen overschrijden. Voor de toepassing van de begrenzing per post over- eenkomstig het eerste lid, worden de deelnemingen die zijn uitgegeven door vennootschappen die, ongeacht hun statuut en hun rechtsvorm, ten aanzien van het ri- sico een samenhangend geheel vormen, als één enkele post beschouwd; tot bewijs van het tegendeel moeten verbonden ondernemingen ten aanzien van het risico als een samenhangend geheel worden beschouwd. Onverminderd het eerste lid moeten voor de toepas- sing van de artikelen 30 en 54, integraal van het eigen vermogen worden afgetrokken: a) de deelnemingen in ondernemingen die een ge- kwalifi ceerde deelneming bezitten in de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in een dochteronderneming hiervan; b) de deelnemingen in ondernemingen die worden gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen die dergelijke gekwalifi ceerde deelnemingen bezitten. § 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA het tijdelijk bezit van deelnemingen toestaan ongeacht de voor- waarden en beperkingen als bedoeld in § 4. Indien een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, als gevolg van toestemmingen overeenkomstig het eerste lid, in andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, een gekwalifi ceerde deelneming bezit waarvan het bedrag hoger ligt dan het bij paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen van de onderneming of indien het totaal van dergelijke deelnemingen hoger ligt dan het bij dezelfde paragraaf 4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen, wordt voor de toepassing van de artikelen 30 en 54 het overschrijdende bedrag afgetrokken van het eigen vermogen. Bij overschrijding van beide voornoemde grenzen wordt de grootste overschrijding van het eigen vermogen afgetrokken. constituent pas des participations qualifi ées ou que chaque poste n’excède pas 15 p.c. des fonds propres de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et que le montant total de ces postes n’excède pas 45 p.c. des fonds propres de l’entreprise. Ces limites peuvent toutefois être majorées par arrêté royal pris sur avis de la FSMA, sans qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment ne puisse détenir des participations qualifi ées qui excèdent, par poste, 15 p.c. des fonds propres de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et sans que le total de ces participations puisse excéder 60 p.c. des fonds propres de la société. Pour l’application de la limite par poste fi xée confor- mément à l’alinéa 1er, sont considérées comme un seul poste les participations émises par des sociétés qui, indépendamment de leur statut et de leur forme juridique, constituent un ensemble du point de vue du risque; les entreprises liées sont, jusqu’à preuve du contraire, à considérer comme un ensemble du point de vue du risque. Sans préjudice de l’alinéa 1er doivent être intégrale- ment déduites des fonds propres pour l’application des articles 30 et 54 : a) les participations dans des entreprises détenant une participation qualifi ée dans la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou dans des fi liales de cette dernière; b) les participations dans des entreprises contrôlées par des personnes physiques ou morales détenant de telles participations qualifi ées. § 5. Dans des cas spéciaux, la FSMA peut autoriser la détention temporaire de participations en dehors des conditions et limites visées au § 4. Si, par suite des autorisations données conformément à l’alinéa 1er, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détient, dans les autres cas que ceux visés au paragraphe 3, une participation qua- lifi ée dont le montant excède le pourcentage des fonds propres de l’entreprise applicable en vertu du § 4 ou si le total de telles participations excède le pourcentage des fonds propres applicable en vertu du même § 4, le montant de l’excédent est soustrait des fonds propres pour l’application des articles 30 et 54 . En cas d’excé- dents par rapport aux deux limites précitées, l’excédent le plus élevé est déduit des fonds propres. 51 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 6. De in dit artikel vermelde besluiten worden ge- nomen na raadpleging van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun repre- sentatieve beroepsverenigingen. § 7. De voorschriften van dit artikel doen geen afbreuk aan de met toepassing van artikel 54 uitgevaardigde reglementaire voorschriften. Art. 42 De vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies mogen geen gelddeposito’s ontvangen. Art. 43 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen leningen, noch kredie- ten toestaan. Art. 44 § 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen geen beroep doen op in België gevestigde tussenpersonen in bank- en beleg- gingsdiensten die niet zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006. Indien zij een beroep wensen te doen op een in een andere lidstaat gevestigde verbonden agent dienen zij zich ervan te vergewissen dat deze persoon in de betrokken lidstaat is ingeschreven in een daartoe be- stemd openbaar register. Zij vergewissen zich van de beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op de verbonden agenten. Indien de betrokken lidstaat waar de agent gevestigd is geen wettelijke regeling heeft die beleggingsonder- nemingen toelaat om verbonden agenten aan te wijzen, dient de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies zich ervan te vergewissen dat de betrokken tussenpersoon als agent in bank- en beleggingsdiensten is ingeschreven in het Belgische register als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006. § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die samenwerken met een verbonden agent blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoor- delijk voor elke handeling of elk verzuim van deze ver- bonden agent die voor hun rekening optreedt. § 6. Les arrêtés visés au présent article sont pris après consultation des sociétés de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement représentées par leurs associations professionnelles. § 7. Les dispositions du présent article ne portent pas préjudice aux dispositions réglementaires prescrites par application de l’article 54. Art. 42 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent recevoir des dépôts de fonds. Art. 43 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent consentir des prêts ou des crédits. Art. 44 § 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent faire appel à des intermédiaires en services bancaires et en services d’investissement établis en Belgique qui ne sont pas inscrits conformément à l’article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006. Si elles souhaitent faire appel à un agent lié établi dans un autre État membre, elles doivent veiller à ce que cette personne soit inscrite, dans l’État membre concerné, à un registre prévu à cet effet. Elles s’as- surent des limitations applicables aux agents liés dans l’État concerné. Si l’État membre concerné dans lequel est établi l’agent lié ne dispose pas d’un régime autorisant les entreprises d’investissement à faire appel à des agents liés, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doit s’assurer que l’intermédiaire concerné soit inscrit en qualité d’agent en services bancaires et en services d’investissement au registre belge visé à l’article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006. § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui collaborent avec un agent lié assument la responsabilité entière et inconditionnelle de toute action effectuée ou de toute omission commise par cet agent lié lorsqu’il agit pour leur compte. 52 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies zien erop toe dat de verbonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliënt. § 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dienen de werkzaamheden van de verbonden agenten te controleren. Zij treffen daarbij afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele negatieve gevolgen die de gebeurlijke bijkomende activi- teiten van de verbonden agenten zouden hebben op de werkzaamheden die deze voor hun rekening verrichten. §  4. De FMSA kan de bepalingen van dit artikel aanvullen met reglementen genomen met toepas- sing van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van 2 augustus 2002. Deze reglementen kunnen inzonder- heid de verplichtingen bepalen die op de vennootschap- pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies rusten die samenwerken met verbonden agenten. Art. 45 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waaraan een vergunning is verleend moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening. Zij dienen de FSMA op de hoogte te brengen van elke betekenisvolle wijziging met betrekking tot de voorwaar- den voor de initiële vergunningverlening. Onderafdeling 6 Opening van dochterondernemingen of bijkantoren in het buitenland Art. 46 Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voornemens is om rechtstreeks of via de tussenkomst van een fi nanciële holding of van een gemengde fi nanciële holding in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die werkzaam is als kredietinstelling of beleggings- onderneming, stelt de FSMA daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werk- zaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstruc- tuur en de bestuurders van de betrokken onderneming. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement veillent à ce que les agents liés avec lesquels elles collaborent indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter avec un client. § 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sont tenues de contrôler les activités des agents liés. Elles prennent les mesures adéquates afi n d’éviter que les éventuelles activités complémentaires des agents liés n’aient un impact négatif sur les activités exercées par ces agents pour le compte de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement . § 4. La FSMA peut compléter les dispositions du présent article par des règlements pris en application des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002. Ces règlements peuvent déterminer en particulier les obligations qui incombent aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement collaborant avec des agents liés. Art. 45 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement agréées sont tenues de se conformer en permanence aux conditions de l’agrément initial. Elles sont tenues de signaler à la FSMA toute modifi cation importante concernant les conditions de l’agrément initial. Sous-section 6 Ouverture de fi liales ou de succursales à l’étranger Art. 46 Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui projette d’acquérir ou de créer, directement ou par l’intermédiaire d’une compagnie fi nancière ou d’une compagnie fi nancière mixte, une fi liale à l’étranger exerçant l’activité d’un établissement de crédit ou d’une entreprise d’investissement notifi e son intention à la FSMA. Cette notifi cation est assor- tie d’une information sur les activités, l’organisation, l’actionnariat et les dirigeants de l’entreprise concernée. 53 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 47 § 1. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een bijkantoor op het grondgebied van een andere lidstaat wenst te vestigen om er alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggings- diensten en/of beleggings activiteiten of nevendiensten te verrichten die haar in België zijn toegestaan, stelt de FSMA daarvan in kennis. Zij verstrekt hierbij de volgende gegevens: 1° de lidstaten op het grondgebied waarvan zij voor- nemens is een bijkantoor te vestigen; 2°  een programma van werkzaamheden waarin onder meer de aangeboden fi nanciële instrumenten, de aangeboden beleggings diensten en/of beleggings- activiteiten alsmede nevendiensten en de organisatie- structuur van het bijkantoor worden vermeld en wordt aangegeven of het bijkantoor voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten; 3° het adres in de lidstaat van ontvangst waar docu- menten kunnen worden opgevraagd; 4° de naam van de effectieve leiders van het bijkan- toor en, in voorkomend geval, van de verantwoorde- lijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor. § 2. De effectieve leiders van het bijkantoor en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefunc- ties van het bijkantoor moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschik- ken. Artikel 35 is van overeenkomstige toepassing op de benoeming van de effectieve leiders van het bijkantoor en, in voorkomend geval, van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor. § 3. De FSMA kan zich verzetten tegen de uitvoering van het project bij beslissing die is ingegeven door de nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor op de administratieve structuur of de fi nanciële posi- tie van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. § 4. De beslissing van de FSMA moet, uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier met alle in § 1, tweede lid, bedoelde gegevens, met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbe- wijs ter kennis worden gebracht van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien de FSMA haar beslissing niet binnen deze termijn ter Art. 47 § 1er. Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement souhaitant établir une suc- cursale sur le territoire d’un autre État membre pour y fournir ou y exercer tout ou partie des services et/ ou activités d’investissement ou services auxiliaires énumérés à l’article 2 qu’elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique en informe la FSMA. Elle communique à cette occasion les informations suivantes: 1° les États membres sur le territoire duquel elle envisage d’établir une succursale; 2°  un programme d’activité précisant notamment les instruments fi nanciers, les services et/ou activités d’investissement ainsi que les services auxiliaires que fournira ou exercera la succursale de même que la structure organisationnelle de celle-ci et indiquant si la succursale prévoit de recourir à des agents liés; 3° l’adresse à laquelle des documents peuvent être réclamés dans l’État membre d’accueil; 4° le nom des dirigeants effectifs de la succursale et, le cas échéant, de ses responsables des fonctions de contrôle indépendantes. § 2. Les dirigeants effectifs de la succursale ainsi que les responsables des fonctions de contrôle indé- pendantes de la succursale doivent disposer en per- manence de l’honorabilité professionnelle nécessaire et de l’expertise adéquate à l’exercice de leur fonction. L’article 35 est applicable par analogie à la nomina- tion des dirigeants effectifs de la succursale et, le cas échéant, de ses responsables des fonctions de contrôle indépendantes. § 3. La FSMA peut s’opposer à la réalisation du projet par décision motivée par les répercussions préjudi- ciables de l’ouverture de la succursale sur la structure administrative ou la santé fi nancière de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. § 4. La décision de la FSMA doit être notifi ée à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception au plus tard trois mois après la réception du dossier complet comprenant les informations visées au § 1er, alinéa 2. Si la FSMA n’a pas notifi é sa décision dans ce délai, elle est réputée 54 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar te maken tegen het project van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. § 5. Dit artikel geldt ook voor de opening van bij- kantoren in een derde land, welke ook de geplande werkzaamheden voor deze bijkantoren zijn. Art. 48 Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor lid is van de Europese Economische Ruimte, doet de FSMA, tenzij zij, gelet op de voorgenomen werkzaamheden, redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de administratieve structuur of van de fi nanciële positie van een vennootschap voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies, binnen drie maanden na ontvangst van alle gegevens, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst en stelt zij de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies hiervan in kennis. De FSMA doet aan de bevoegde overheid van de lid- staat van ontvangst mededeling van de gegevens over het erkende compensatiestelsel waarvan de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies lid is overeenkomstig Richtlijn 97/9/EG. Eventuele wijzigingen in de gegevens worden door de FSMA aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst gemeld. Art. 49 Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor geen lid is van de Europese Economische Ruimte, kan de FSMA met de toezichthoudende overheden voor de beleggingsondernemingen van dit land, regels overeen- komen voor de opening en het toezicht op het bijkantoor alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling met naleving van de artikelen 74 tot 77bis van de wet van 2 augustus 2002. Art. 50 Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies die in het buitenland een bijkantoor heeft geopend stelt, in geval van wijziging van de overeenkom- stig artikel 47, § 1, tweede lid, verstrekte gegevens, ten minste één maand vóór de doorvoering van de wijziging de FSMA schriftelijk van deze wijziging in kennis. ne pas s’opposer au projet de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. §  5. Le présent article s’applique également à l’ouverture de succursales dans un pays tiers et cela sans restriction quant aux activités projetées pour ces succursales. Art. 48 Lorsque l’État d’implantation de la succursale est membre de l’Espace économique européen, la FSMA communique, sauf si elle a des raisons de douter de l’adéquation de la structure administrative ou de la santé fi nancière de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, compte tenu des activités envisagées, toutes ces informations, dans les trois mois suivant leur réception, à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil et en avise la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée. La FSMA communique à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil des renseignements détaillés sur le système de protection des investisseurs auquel la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est affiliée conformément à la Directive 97/9/CE. En cas de modifi cation de ces informations, la FSMA en avise l’autorité compétente de l’État membre d’accueil. Art. 49 Lorsque l’État d’implantation de la succursale n’est pas membre de l’Espace économique européen, la FSMA peut convenir avec l’autorité de contrôle des entreprises d’investissement de cet État des modalités d’ouverture et de contrôle de la succursale ainsi que des échanges d’informations souhaitables dans le respect des articles 74 à 77bis de la loi du 2 août 2002. Art. 50 En cas de modifi cation de l’une quelconque des informations communiquées conformément à l’article 47 , § 1er, alinéa 2, toute société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement qui a ouvert une succursale à l’étranger notifi e cette modifi cation par écrit à la FSMA au moins un mois avant de mettre ladite modifi cation en oeuvre. 55 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Indien het een bijkantoor betreft geopend in een lidstaat, stelt de FSMA de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst van deze wijziging in kennis. Artikel 47, §§ 2 en 3, is in voorkomend geval van toepassing, alsook artikel 48, naar gelang van de wij- zigingen in de in artikel 47 bedoelde gegevens of in de geldende beleggers-beschermingsregeling. Onderafdeling 7 Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte Art. 51 Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die voor de eerste maal alle of een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten op het grondgebied van een andere lidstaat wil verrichten die haar in België zijn toegestaan of die de soort van aldaar verrichte diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt de FSMA de volgende informatie: 1° de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamhe- den uit te oefenen; 2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/of beleggings activiteiten alsmede nevendiensten zij voornemens is te verrichten, in welke fi nanciële instru- menten ze diensten wil verstrekken, alsook of zij van plan is om gebruik te maken van verbonden agenten op het grondgebied van de lidstaat waar zij voornemens is diensten te verrichten. Ingeval de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van verbonden agenten deelt de FSMA, op verzoek van de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst, bin- nen een redelijke termijn de identiteitsgegevens mee van de verbonden agenten die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is in die lidstaat te gebruiken. De lidstaat van ontvangst kan die informatie openbaar maken. Art. 52 In het in artikel 51 bedoelde geval doet de FSMA deze informatie binnen een maand na de ontvangst ervan toekomen aan de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst, waarna de vennootschap voor Si elle a ouvert une succursale dans un État membre, la FSMA informe l’autorité compétente de l’État membre d’accueil de la modifi cation. L’article 47, §§ 2 et 3, est applicable s’il y a lieu, de même que l’article 48 , en fonction des modifi cations relatives aux informations visées à l’article 47, ou au système de protection des investisseurs applicable. Sous-section 7 Exercice de la libre prestation de services dans un autre État membre de l’Espace économique européen Art. 51 Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui souhaite fournir ou exercer pour la première fois sur le territoire d’un autre État membre tout ou partie des services et/ou activités d’investis- sement ou services auxiliaires énumérés à l’article 2 qu’elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique, ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis ou des activités exercées communique les informations suivantes à la FSMA : 1° l’État membre dans lequel elle envisage d’opérer; 2° un programme d’activité mentionnant, en parti- culier, les services et/ou les activités d’investissement ainsi que les services auxiliaires qu’elle entend fournir ou exercer, les instruments fi nanciers sur lesquels doivent porter ses services, et si elle prévoit de recourir à des agents liés sur le territoire de l’État membre où elle envisage de fournir des services. Si la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir à des agents liés, la FSMA communique, à la demande de l’autorité compé- tente de l’État membre d’accueil et dans un délai raison- nable, l’identité des agents liés auxquels la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement entend recourir dans cet État membre. L’État membre d’accueil peut rendre ces informations publiques. Art. 52 Dans le cas visé à l’article 51, la FSMA transmet ces informations, endéans le mois suivant leur réception, à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil; la société de gestion de portefeuille et de conseil en 56 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 vermogensbeheer en beleggingsadvies kan aanvangen met het verrichten van de betrokken beleggingsdiensten in de lidstaat van ontvangst. Art. 53 In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel 51  verstrekte gegevens stelt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA schrif- telijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt. De FSMA doet de bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst mededeling van die wijziging. Onderafdeling 8 De reglementaire normen en verplichtingen Art. 54 § 1. De FSMA bepaalt bij reglement, overeenkomstig de Europeesrechtelijke bepalingen, de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere begrenzingsnormen, die door alle vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten worden nageleefd. De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn. §  2. Onverminderd het bepaalde bij paragraaf 1, moet iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken over een voor haar werk- zaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaalbehoeften. De personen belast met de effectieve leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies identifi ceert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamhe- den, de eraan verbonden risico’s, en het beleid van de onderneming inzake risicobeheer. De vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies evalueert regelmatig haar beleid inzake kapitaalbehoeften en past dit beleid zonodig aan. De FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evalu- atie nader bepalen. investissement peut alors commencer à fournir le ou les services d’investissement dans l’État membre d’accueil. Art. 53 En cas de modifi cation de l’une quelconque des informations communiquées conformément à l’article 51 , la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en avise par écrit la FSMA , au moins un mois avant de mettre ladite modifi cation en oeuvre. La FSMA informe l’autorité compétente de l’État membre d’accueil de la modifi cation. Sous-section 8 Normes et obligations réglementaires Art. 54 § 1er. La FSMA détermine, par voie de règlement, conformément aux dispositions de droit européen, les normes en matière de solvabilité, liquidité et concentra- tion des risques, et autres normes de limitation à res- pecter par toutes les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Les normes visées au présent paragraphe peuvent être aussi bien de nature quantitative que de nature qualitative. § 2. Sans préjudice des dispositions du paragraphe 1er, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer d’une politique concernant leurs besoins en fonds propres qui soit appropriée aux activités qu’elles exercent ou entendent exercer. Les personnes chargées de la direction effec- tive de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le cas échéant le comité de direction, élaborent à cet effet, sous la surveillance de l’organe légal d’administration, une politique qui identifi e et détermine les besoins en fonds propres actuels et futurs de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en tenant compte de la nature, du volume et de la complexité de ces activités, des risques y afférents et de la politique de l’entreprise en matière de gestion des risques. La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement évalue régulièrement sa politique concernant ses besoins en fonds propres et adapte si nécessaire cette politique. La FSMA peut, par voie de règlement, préciser la fréquence de cette évaluation. 57 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat het be- leid van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften niet beantwoordt aan het risicoprofi el van de onderneming, kan zij, onverminderd het bepaalde bij artikel 64, in het licht van de doelstellingen van deze wet vereisten op- leggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en risicoposities, ter aanvulling van deze bedoeld in de eerste paragraaf. Zij kan bij reglement de criteria en procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt. § 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit, de Europese Commissie en de Raad in kennis van de informatie vereist door de Europese Richtlijnen die verband houden met de toepassing van de in dit artikel bedoelde reglementen. §  5. De in dit artikel bedoelde reglementen wor- den genomen conform artikel 64  van de wet van 2 augustus 2002. § 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen. Onderafdeling 9 Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels Art. 55 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies leggen periodiek aan de FSMA een gedetailleerde fi nanciële staat voor. Die staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld door de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar gere- geld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd. De effectieve leiding van de vennootschap voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt, in overeenstemming zijn met de boekhou- ding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de perio- dieke staten volledig zijn, d.i. alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en juist zijn, d.i. de gegevens correct weergeven uit de boekhouding § 3. Lorsque la FSMA estime que la politique d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement concernant ses besoins en fonds propres ne répond pas au profi l de risque de l’entreprise, elle peut, sans préjudice des dispositions de l’article 64, imposer, au regard des objectifs de la présente loi, des exigences en matière de solvabilité, de liquidité, de concentration des risques et de positions en risque qui s’ajoutent à celles visées au paragraphe 1er. Elle peut, par voie de règlement, fi xer les critères et procédures qu’elle applique à cet effet. § 4. La FSMA notifi e à l’Autorité bancaire européenne, à la Commission européenne et au Conseil, les informa- tions requises par les Directives européennes relatives à l’application des règlements visés au présent article. § 5. Les règlements visés au présent article sont pris conformément à l’article 64 de la loi du 2 août 2002. § 6. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autori- ser, dans les limites de la législation européenne, des dérogations aux dispositions des règlements pris par application du présent article. Sous-section 9 Informations périodiques et règles comptables Art. 55 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement communiquent périodiquement à la FSMA une situation fi nancière détaillée. Celle-ci est établie conformément aux règles fi xées, par la FSMA, qui en détermine la fréquence. La FSMA peut, en outre, prescrire la transmission régulière d’autres informations chiffrées ou descriptives nécessaires à la vérifi cation du respect des dispositions du présent titre ou des arrêtés et règlements pris pour leur exécution. La direction effective de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le cas échéant le comité de direction, déclare à la FSMA que les états périodiques précités qui lui sont transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la fi n du premier semestre social et à la fi n de l’exercice social, sont conformes à la compta- bilité et aux inventaires. Il est à cet effet requis que les états périodiques soient complets, c’est-à-dire qu’ils mentionnent toutes les données fi gurant dans la comp- tabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils 58 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld. Zij bevestigt het nodige ge- daan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarre- kening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar. De Koning bepaalt, op advies van de FSMA volgens welke regels de vennootschappen voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies: 1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen verrichten en hun jaarrekening opmaken en open- baar maken; 2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken, controleren en openbaar maken en het jaar- en con- troleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening opmaken en openbaar maken. De bestuurders of de zaakvoerders zijn, hetzij je- gens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van de overtreding van de ter uitvoering van het derde lid genomen bepalingen. Het vierde lid is eveneens van toepassing op de leden van het directiecomité. Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel heb- ben gehad, worden de bestuurders, de zaakvoerders en de leden van het directiecomité slechts ontheven van de aansprakelijkheid bedoeld in het vierde en het vijfde lid indien hun geen schuld kan worden verweten en zij die overtredingen, naargelang het geval, hebben aangeklaagd op de eerste algemene vergadering of op de eerstkomende zitting van de raad van bestuur nadat zij er kennis van hebben gekregen. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen toestaan van de in het eerste en het derde lid bedoelde besluiten en reglementen. sont établis, et qu’ils soient corrects, c’est-à-dire qu’ils concordent exactement avec la comptabilité et avec les inventaires sur la base desquels ils sont établis. La direction effective confi rme avoir fait le nécessaire pour que les états précités soient établis selon les instructions en vigueur de la FSMA, ainsi que par application des règles de comptabilisation et d’évaluation présidant à l’établissement des comptes annuels, ou, s’agissant des états périodiques qui ne se rapportent pas à la fi n de l’exercice, par application des règles de comptabilisation et d’évaluation qui ont présidé à l’établissement des comptes annuels afférents au dernier exercice. Le Roi détermine, sur avis de la FSMA: 1° les règles selon lesquelles les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement tiennent leur comptabilité, procèdent aux évaluations d’inventaire et établissent et publient leurs comptes annuels; 2° les règles à respecter par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement pour l’établissement, le contrôle et la publication de leurs comptes consolidés, ainsi que pour l’établissement et la publication des rapports de gestion et de contrôle relatifs à ces comptes consolidés. Les administrateurs ou les gérants sont solidairement responsables, soit envers la société, soit envers les tiers, de tous dommages et intérêts résultant d’infractions aux dispositions prises en exécution de l’alinéa 3. L’alinéa 4 est également applicable aux membres du comité de direction. En ce qui concerne les infractions auxquelles ils n’ont pas pris part, les administrateurs, les gérants et les membres du comité de direction ne sont déchargés de la responsabilité visée aux alinéas 4 et 5 que si aucune faute ne leur est imputable et s’ils ont dénoncé ces infractions selon le cas, lors de la première assemblée générale ou lors de la première séance du conseil d’administration suivant le moment où ils en ont eu connaissance. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser des dérogations aux arrêtés et règlements visés aux alinéas 1er et 3. 59 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 4 Toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht Art. 56 § 1. De FSMA ziet erop toe dat iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. § 2. De FSMA beoordeelt inzonderheid het passende karakter van de beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies als bedoeld in de artikelen 25 en 26, en het passende karakter van het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften als bedoeld in artikel 54, § 2. Zij stelt de frequentie en de omvang van deze beoordeling vast en houdt daarbij rekening met het belang van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies voor het fi nanciële stelsel, en met de aard, omvang en complexiteit ervan alsmede met het evenredigheidsbeginsel. De beoordeling wordt minimaal eenmaal per jaar bijgewerkt. § 3. De FSMA kan zich alle inlichtingen doen ver- strekken over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de vennootschappen voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies die zij controleert. Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in bezit van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies: 1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen op het statuut van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn nageleefd en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar door de vennootschap voor vermogens beheer en beleg- gingsadvies voorgelegde staten en inlichtingen, juist en waarheids getrouw zijn; 2° om het passende karakter te toetsen van de be- leidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie, de interne controle en het beleid van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften; om het passende karak- ter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige organisatie , de interne controle en het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften; Section 4 Contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge Art. 56 § 1er. La FSMA veille à ce que chaque société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement opère conformément aux dispositions de la présente loi et des arrêtés et règlements pris en exécution de celles-ci. § 2. La FSMA évalue notamment le caractère adéquat de la structure de gestion, de l’organisation administra- tive et comptable et du contrôle interne de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, tels que visés aux articles 25 et 26, ainsi que le carac- tère adéquat de la politique de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernant ses besoins en fonds propres, telle que visée à l’article 54 , § 2. Elle détermine la fréquence et l’ampleur de cette évaluation, en tenant compte de l’importance des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement pour le système fi nancier, de la nature, du volume et de la complexité de ces activités, ainsi que du principe de proportionnalité. L’évaluation est actualisée au moins une fois par an. §  3. La FSMA peut se faire communiquer toutes informations relatives à l’organisation, au fonctionne- ment, à la situation et aux opérations des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu’elle contrôle. Elle peut procéder à des inspections sur place et prendre connaissance et copie, sans déplacement, de toute information détenue par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, en vue: 1° de vérifi er le respect des dispositions légales et réglementaires relatives au statut des sociétés de ges- tion de portefeuille et de conseil en investissement ainsi que l’exactitude et la sincérité de la comptabilité et des comptes annuels ainsi que des états et autres informa- tions qui lui sont transmis par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; 2° de vérifi er le caractère adéquat des structures de gestion, de l’organisation administrative et comptable du contrôle interne et de la politique relative aux besoins en fonds propres de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; 60 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsad- vies gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit niet in het gedrang kunnen brengen. § 4. De Koning bepaalt welke vergoeding de vennoot- schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA moeten betalen om de kosten van toezicht te dekken. Art. 57 Relaties tussen een vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies en een bepaalde cliënt behoren niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies dit vergt. Art. 58 De FSMA kan bij de bijkantoren van vennootschap- pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd, na voorafgaande kennisgeving aan de overheden die toezicht houden op de beleggingsondernemingen van dat land, de in artikel 56, § 3, tweede lid, bedoelde inspecties, met als doel ter plaatse gegevens te verza- melen of te toetsen over de leiding en het beleid van het bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies kunnen vergemakkelijken. Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het eerste lid bedoelde overheden kan zij een deskundige die zij aanstelt, gelasten met alle nuttige controles en onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van deze deskundige worden door de vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies gedragen. Evenzo kan zij deze overheden verzoeken bepaalde van de in het eerste lid bedoelde controles en onder- zoeken te verrichten. Art. 59 § 1. Voor de toepassing van dit artikel: 1° wordt voor de defi nitie van de begrippen “ex- clusieve of gezamenlijke controle” en “consor- tium” verwezen naar de reglementering op de jaar- rekening en de geconsolideerde jaarrekening van de 3° de s’assurer que la gestion de la société de ges- tion de portefeuille et de conseil en investissement est saine et prudente et que sa situation ou ses opérations ne sont pas de nature à mettre en péril sa liquidité, sa rentabilité ou sa solvabilité. § 4. Le Roi détermine la rémunération à verser à la FSMA par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement en couverture des frais de contrôle. Art. 57 La FSMA ne connaît des relations entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et un client déterminé que dans la mesure requise pour le contrôle de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Art. 58 La FSMA peut procéder auprès des succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge établies dans un autre État membre, moyennant l’information préalable des autorités de cet État chargées du contrôle des entreprises d’investissement, aux inspections visées à l’article 56, § 3, alinéa 2, ainsi qu’à toute inspection en vue de recueillir ou de vérifi er sur place les informations relatives à la direction et à la gestion de la succursale ainsi que toutes informations susceptibles de faciliter le contrôle de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Elle peut, aux mêmes fi ns, et après en avoir avisé les autorités de contrôle visées à l’alinéa 1er, charger un expert, qu’elle désigne, d’effectuer les vérifi cations et expertises utiles. La rémunération et les frais de l’expert sont à charge de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Elle peut, de même, demander à ces autorités de procéder aux vérifi cations et expertises visées à l’ali- néa 1er qu’elle leur précise. Art. 59 § 1er. Pour l’application du présent article: 1° les notions de “contrôle exclusif ou conjoint “et de “consortium” s’entendent dans le sens de leur défi nition dans la réglementation relative aux comptes annuels et aux comptes consolidés des entreprises 61 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beleggingsondernemingen die met toepassing van artikel 55, derde lid, is uitgevaardigd; 2° moet onder “fi nanciële holding” worden verstaan, een fi nanciële instelling waarvan de dochteronderne- mingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer krediet- instellingen, beleggingsondernemingen of fi nanciële instellingen zijn en waarvan ten minste één een krediet- instelling of een beleggings onderneming is, en die geen gemengde fi nanciële holding is in de zin van artikel 60. Groepen van ondernemingen met een kredietinstel- ling, een beursvennootschap, een verzekeringsonder- neming of een herverzekeringsonderneming zijn voor hun toezicht op geconsolideerde basis onderworpen aan de bepalingen van de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV of van Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, Titel II, Hoofdstuk III van de wet van 25 april 2014 of van de bepalingen van Titel VI, Hoofdstukken I en II van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings-of herverzekeringsondernemingen. Groepen van ondernemingen met een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en zonder kredietinstelling, beursvennootschap, verzekerings- onderneming of herverzekerings onderneming zijn onderworpen aan de bepalingen van dit artikel. § 2. Wanneer een vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies een moederonderneming is, is zij onderworpen aan het toezicht op geconsolideerde basis door de FSMA, voor het geheel dat zij samen met haar Belgische en buitenlandse dochteronderne- mingen vormt. Het toezicht op geconsolideerde basis slaat op de fi nanciële positie, de grenzen en de voorwaarden als bedoeld in artikel 41 op het beleid, de organisatie en de interne controle procedures, als bedoeld in de artikelen 25 en 26, voor het geconsolideerde geheel, en op de invloed van de geconsolideerde ondernemingen op andere ondernemingen. De Koning kan het toezicht op geconsolideerde basis uitbreiden tot andere gebieden als bedoeld in de richtlijnen van de Europese Unie. De in de artikelen 27 en 54, §§ 1 tot en met 3, bedoel- de normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd op basis van de geconsolideerde positie van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggings advies en haar dochter ondernemingen. Het bepaalde bij artikel 54, paragrafen 5 en 6, is alsdan van overeenkomstige toepassing. d’investissement prise en application de l’article 55, alinéa 3; 2° il faut entendre par “compagnie fi nancière” un établissement fi nancier dont les entreprises fi liales sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs établissements de crédit, entreprises d’investissement ou établissements fi nanciers, l’une au moins de ces fi liales étant un établissement de crédit ou une entre- prise d’investissement, et qui n’est pas une compagnie fi nancière mixte au sens de l’article 60. Les groupes d’entreprises comprenant un établisse- ment de crédit, une société de bourse, une entreprise d’assurances ou une entreprise de réassurance sont soumis, pour ce qui est de leur contrôle sur base conso- lidée, respectivement aux dispositions des Sections Ire, II et IV du Livre II, Titre III, Chapitre IV, ou de la Sous- Section Ire de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la loi du 25 avril 2014 ou des dispositions du Titre VI, Chapitres I et II de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance. Les groupes d’entreprises comprenant une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et ne comprenant pas d’établissement de crédit, de société de bourse ou d’entreprise d’assurances ou de réassu- rance sont soumis aux dispositions du présent article. § 2. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement est une entreprise-mère, elle est soumise au contrôle de la FSMA sur la base consolidée de l’ensemble qu’elle constitue avec ses fi liales belges et étrangères. Le contrôle sur base consolidée porte sur la situation fi nancière, sur les limites et conditions visées à l’article 41, sur la gestion, l’organisation et les procédures de contrôle interne visées aux articles 25  et 26  de l’ensemble consolidé, et sur l’infl uence exercée par les entreprises incluses dans la consolidation sur d’autres entreprises. Le Roi peut étendre le contrôle sur base consolidée à d’autres domaines prévus par les direc- tives de l’Union européenne. Les normes et obligations visées aux articles 27 et 54 , §§ 1er à 3, peuvent être imposées sur la base de la situation consolidée de la société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement et de ses fi liales. Les dispositions de l’article 54, §§ 5 et 6, s’appliquent dans ce cas par analogie. 62 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies periodiek aan de FSMA een gecon- solideerde fi nanciële staat voor. De FSMA bepaalt, na raadpleging van de vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies via hun representatieve beroepsverenigingen, volgens welke regels deze staat moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten worden voorgelegd. Wanneer zij dit voor het prudentiële toezicht noodza- kelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen die geen dochter onderneming zijn maar waarin de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding heeft, in de consolidatie worden opgenomen. De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken vennootschappen voor vermogens beheer en beleg- gingsadvies, hun dochterondernemingen en alle andere geconsolideerde ondernemingen haar alle inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op ge- consolideerde basis. Voor dit toezicht kan de FSMA, ter plaatse, in alle geconsolideerde ondernemingen, de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het kader van het toezicht op geconsolideerde basis of, op kosten van de betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, erkende re- visoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die pas ver- richten bij een onderneming die in een andere lidstaat is gevestigd nadat zij de toezichthoudende overheid van deze Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voor zover de betrokken overheid die toetsing niet zelf dan wel via een revisor of een deskundige verricht. Indien de FSMA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verifi catie deelnemen zo zij dit wenselijk acht. Het toezicht op geconsolideerde basis heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke geconsolideerde onder- neming individueel toezicht houdt. Het toezicht op geconsolideerde basis doet geen afbreuk aan het individuele toezicht van elke geconsoli- deerde vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies. Er kan evenwel rekening worden gehouden met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde basis bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten van het individueel toezicht van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of het toezicht op subgeconsolideerde basis van een vennootschap voor vermogens beheer en beleggingsadvies die de Aux fi ns du contrôle sur base consolidée, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment concernées communiquent périodiquement à la FSMA une situation fi nancière consolidée. La FSMA détermine, après consultation des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement repré- sentées par leurs associations professionnelles, les règles d’établissement de cette situation et notamment les règles relatives au périmètre de consolidation, aux modes d’inclusion dans la consolidation et à la fré- quence des communications de ces situations. Lorsqu’elle le juge nécessaire pour le contrôle prudentiel, la FSMA peut exiger que soient incluses dans la consolidation les sociétés qui ne sont pas des fi liales mais dans lesquelles la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement détient une participation ou avec lesquelles elle a un autre lien en capital. La FSMA peut prescrire ou requérir que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment concernées, leurs fi liales ainsi que les autres entre- prises reprises dans la consolidation, lui communiquent toutes informations utiles pour l’exercice du contrôle sur base consolidée. La FSMA peut, aux fi ns de ce contrôle, procéder ou faire procéder, aux frais des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernées, par des réviseurs agréés ou, s’il y a lieu, par des experts étrangers agréés par elle à cet effet, à la vérifi cation sur place, dans toutes les entreprises incluses dans la consolidation, des informations reçues dans le cadre du contrôle sur base consolidée. La FSMA ne procède ou ne fait procéder à une vérifi cation auprès d’une entreprise établie dans un autre État membre qu’après en avoir avisé l’autorité de contrôle de cet État et à moins que cette autorité ne procède elle-même à cette vérifi cation ou permette qu’un reviseur ou un expert y procède. Si la FSMA ne procède pas elle-même à la vérifi cation, elle peut néanmoins y être associée, si elle le juge souhaitable. Le contrôle sur base consolidée n’entraîne pas le contrôle sur une base individuelle, par la FSMA , des entreprises incluses dans la consolidation. Le contrôle sur base consolidée ne porte pas préju- dice au contrôle, sur une base individuelle, des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment incluses dans la consolidation. Il peut cependant être tenu compte des implications du contrôle sur base consolidée pour déterminer la teneur et les modalités du contrôle sur une base individuelle des sociétés de ges- tion de portefeuille et de conseil en investissement ou du contrôle sur base sous-consolidée d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement 63 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 dochteronderneming is van een andere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die door een buitenlandse beleggings- onderneming zijn geconsolideerd, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan de buitenlandse overheid die bevoegd is voor het toezicht op deze beleggingsonderneming op geconsolideerde basis en waarbij deze overheid zelf of via de door haar gemachtigde revisoren of deskundigen, de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen. § 3. Wanneer een vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies een consortium vormt met een of meer andere ondernemingen, valt zij on- der het toezicht op geconsolideerde basis die geldt voor alle ondernemingen van het consortium en hun dochterondernemingen. De voorschriften van § 2 zijn van toepassing. § 4. Voor iedere vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies waarvan de moederonderne- ming een Belgische of buitenlandse fi nanciële holding uit een lidstaat is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde fi nanciële positie van de fi nanciële holding. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de FSMA, tenzij er zich onder de dochterondernemingen een kredietinstelling, een verzekerings- of herverzekerings- ondernemingen of een beursvennootschap bevindt, in welk geval het toezicht wordt uitgeoefend door de Bank. Dit toezicht slaat op de in het tweede en derde lid van paragraaf 2 bedoelde aspecten. De Koning kan de re- gels van dit toezicht bepalen, aanpassen en aanvullen, met opgave van alle andere voorschriften van deze wet die ter zake van toepassing zijn op fi nanciële holdings. Voor iedere vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarvan de moederonderneming een fi nanciële holding van buiten de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de gecon- solideerde fi nanciële positie van de fi nanciële holding volgens de regels bepaald door de Koning. § 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere de controle hebben over een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en de dochter- ondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepas- singsgebied van de paragrafen 2, 3 en 4 betreffende het toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepas- singsgebied van artikel 60 betreffende het aanvullend groepstoezicht, de FSMA en de bevoegde buitenlandse qui est fi liale d’une autre société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement. Le Roi peut déterminer les conditions dans lesquelles les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement belges incluses dans la consolidation d’une entreprise d’investissement étrangère peuvent être tenues de fournir des renseignements à l’autorité étrangère compétente pour le contrôle sur base conso- lidée de cette entreprise d’investissement et peuvent faire l’objet de la vérifi cation sur place par cette autorité ou par des reviseurs ou des experts mandatés par elle, des informations qu’elle a transmises. § 3. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement forme un consortium avec une ou plusieurs autres entreprises, elle est soumise au contrôle sur base consolidée englobant les entreprises formant le consortium ainsi que leurs fi liales. Les dispositions du § 2 sont applicables. § 4. Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont l’entreprise-mère est une compagnie fi nancière, belge ou étrangère, relevant d’un État membre, est soumise à une surveillance sur la base de la situation fi nancière consolidée de la com- pagnie fi nancière. Cette surveillance est exercée par la FSMA, sauf s’il y a parmi les fi liales un établissement de crédit, une entreprise d’assurances ou de réassurance ou une société de bourse, auquel cas la surveillance est exercée par la Banque. Cette surveillance porte sur les matières visées aux deuxième et troisième alinéas du paragraphe 2. Le Roi peut défi nir, adapter et compléter les modalités de cette surveillance en précisant quelles autres dispositions de la présente loi sont à cet effet applicables aux compagnies fi nancières. Toute société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont l’entreprise mère est une com- pagnie fi nancière ne relevant pas d’un État membre de l’Espace économique européen, est soumise à une surveillance sur la base de la situation fi nancière consolidée de la compagnie fi nancière, selon les règles défi nies par le Roi. § 5. Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou conjointement avec d’autres, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, ainsi que les fi liales de ces entreprises sont tenues, si ces entreprises et ces fi liales ne tombent pas dans le champ d’application des paragraphes 2, 3 et 4 concernant le contrôle sur base consolidée ou dans le champ d’appli- cation de l’article 60 concernant la surveillance com- plémentaire du groupe, de communiquer à la FSMA et 64 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 overheden alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies waarover deze ondernemingen de controle hebben. Dergelijke informatieplicht geldt ook voor onderne- mingen die, hoewel zij dochter-ondernemingen zijn van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies of een fi nanciële holding, niet in het toezicht op geconsolideerde basis zijn opgenomen. Wanneer de betrokken dochteronderneming een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is, kan de FSMA of de buitenlandse overheid die bevoegd is voor het toezicht op genoemde dochter onderneming, eisen dat de moeder onderneming-vennootschap voor vermogens beheer en beleggingsadvies of de moederonderneming-financiële holding de vereiste inlichtingen en gegevens verstrekt die voor het toezicht op genoemde dochteronderneming dienstig zijn. De Koning bepaalt: a) de voorwaarden en modaliteiten voor de verplich- tingen die voortvloeien uit het eerste en het tweede lid alsook voor de toetsing ter plaatse van de hierin bedoelde gegevens en inlichtingen; b) onverminderd artikel 107, welke maatregelen en sancties van de artikelen 68 en 69 van toepassing zijn wanneer de in het eerste en tweede lid bedoelde onder- nemingen hun verplichtingen niet nakomen. § 6. De bevoegde overheden van de lidstaat van ontvangst kunnen de FSMA in haar hoedanigheid van consoliderende toezichthouder of in haar hoedanigheid van bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies als signifi cant aan te merken. Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als signifi cant moet worden aangemerkt, en met name: a) wat de vermoedelijke gevolgen van een opschor- ting of beëindiging van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in de lidstaat van ontvangst zullen zijn; en b) de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, binnen het fi nanciële stelsel in de lidstaat van ontvangst. aux autorités étrangères compétentes les informations et renseignements utiles à l’exercice de la surveillance des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement que ces entreprises contrôlent. Pareille obligation de communication d’information est également applicable aux entreprises qui, bien qu’étant fi liales d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou d’une compagnie fi nancière, ne sont pas incluses dans la surveillance sur base consolidée. Lorsque la fi liale en cause est une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement , la FSMA ou l’autorité de contrôle étrangère compétente pour le contrôle de ladite fi liale peuvent exiger que la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement -mère ou la compagnie fi nancière-mère communique les informations et ren- seignements requis comme utiles pour l’exercice de la surveillance de ladite fi liale. Le Roi détermine: a) les conditions et modalités des obligations décou- lant des alinéas  1er et 2  ainsi que des vérifi cations sur place des informations et renseignements qu’ils prévoient; b) sans préjudice de l’article 107, celles des mesures et sanctions visées par les articles 68 et 69 qui sont applicables en cas de manquement à leurs obligations par les entreprises visées aux alinéas 1er et 2. § 6. Les autorités compétentes de l’État membre d’accueil peuvent demander à la FSMA, en sa qualité de superviseur sur base consolidée ou en sa qualité d’auto- rité compétente de l’État membre d’origine, qu’une succursale d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement soit considérée comme ayant une importance signifi cative. Cette demande expose les motifs amenant à consi- dérer que la succursale a une importance signifi cative, notamment au vu des éléments suivants: a) l’incidence probable d’une suspension ou de l’arrêt des opérations de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sur la liquidité du mar- ché et les systèmes de paiement, de règlement et de compensation dans l’État membre d’accueil; et b) la taille et l’importance de la succursale du point de vue du nombre de clients, dans le contexte du système fi nancier de l’État membre d’accueil. 65 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De bevoegde overheden van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van ontvangst, alsmede desgevallend de consoliderende toezichthouder, stellen alles in het werk om tot een gezamenlijk besluit te komen over de kwalifi catie van een bijkantoor als signifi cant. Als binnen de twee maanden na ontvangst van een verzoek geen gezamenlijk besluit wordt genomen, dient de FSMA de besluiten van de bevoegde overheden van de lidstaat van ontvangst, genomen uiterlijk twee maanden daarna, of het bijkantoor signifi cant is, te aanvaarden. De hiervoor bedoelde besluiten genomen door de FSMA in haar hoedanigheid van consoliderende toe- zichthouder of in haar hoedanigheid van bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst, worden op schrift gesteld met volledige opgaaf van redenen, worden aan de betrokken bevoegde overheden overgezonden, wor- den als defi nitief erkend en worden door de bevoegde overheden in de betrokken lidstaten toegepast. § 7. Indien de FSMA consoliderende toezichthouder is, richt zij colleges van toezichthouders op om het toezicht op de dochterondernemingen en de signifi ca- tieve bijkantoren te vergemakkelijken en zorgt zij voor passende coördinatie en samenwerking met relevante bevoegde overheden van derde landen. §  8. Indien de FSMA toezichthouder is van een dochteronderneming van een moederbeleggingson- derneming in de Europese Unie of van een fi nanciële moederholding in de Europese Unie, of ten gevolge van een verzoek als bedoeld in artikel 75, § 3, van een signifi cant bijkantoor van een beleggingsonderne- ming die onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorteert, kan zij deelnemen aan een college van toezichthouders, opgericht door de bevoegde consoliderende toezichthouders of de bevoegde toezichthouder van de lidstaat van herkomst. § 9. De Koning regelt tevens het toezicht op gecon- solideerde basis, in voorkomend geval overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2013/36/EU en van de Verordening (EU) Nr. 575/2013. § 10. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkin- gen toestaan van de met toepassing van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen. In dat geval stelt ze de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit daarvan in kennis. Les autorités compétentes de l’État membre d’ori- gine et de l’État membre d’accueil, ainsi que, le cas échéant, le superviseur sur base consolidée, font tout ce qui est en leur pouvoir pour parvenir à une décision commune sur la désignation d’une succursale en tant que succursale d’importance signifi cative. Si aucune décision commune n’est dégagée dans un délai de deux mois à compter de la réception de la demande, la FSMA doit accepter les décisions prises, au plus tard dans un délai supplémentaire de deux mois, par les autorités compétentes de l’État membre d’accueil, quant au fait que la succursale a ou non une importance signifi cative. Les décisions susvisées prises par la FSMA en sa qualité de superviseur sur base consolidée ou en sa qualité d’autorité compétente de l’État membre d’ori- gine, sont présentées dans un document de manière dûment motivée et sont transmises aux autorités com- pétentes concernées; elles sont reconnues comme étant déterminantes et elles sont appliquées par les autorités compétentes dans les États membres concernés. § 7. Si la FSMA est le superviseur sur base consoli- dée, elle établit des collèges des autorités de surveil- lance en vue de faciliter le contrôle des fi liales et des succursales d’importance signifi cative et assure une coordination et une collaboration adéquates avec les autorités compétentes pertinentes de pays tiers. § 8. Si la FSMA est l’autorité chargée du contrôle d’une fi liale d’une entreprise d’investissement mère dans l’Union européenne ou d’une compagnie fi nan- cière mère dans l’Union européenne, ou du contrôle, à la suite d’une demande telle que visée à l’article 75, § 3, d’une succursale d’importance signifi cative d’une entreprise d’investissement relevant du droit d’un autre État membre de l’Espace économique européen, elle peut participer à un collège des autorités de surveillance constitué par les superviseurs sur base consolidée compétents ou par l’autorité de contrôle compétente de l’État membre d’origine. § 9. Le Roi règle, pour le surplus, la surveillance sur base consolidée, le cas échéant conformément aux dispositions de la directive 2013/36/UE et du Règlement (UE) n° 575/2013. § 10. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, auto- riser des dérogations aux arrêtés et règlements pris en vertu du présent article. Dans ce cas, elle le notifi e à la Commission européenne et à l’Autorité bancaire européenne. 66 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 60 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt ver- staan onder: 1°  “groep”:  een geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederondememing, haar dochter ondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochter ondememingen rechtstreeks of onrecht streeks een deelneming aan- houden, alsook de ondernemingen waarmee een con- sortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden; 2° “fi nanciële dienstengroep”: een groep of subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet: a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat: i) is deze onderneming een moeder onderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de fi nanciële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de fi nanciële sector verbonden is onder de vorm van een consortium; ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggings- dienstensector, en iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entitei- ten uit de banksector en de beleggings dienstensector signifi cant; of b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat: i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de fi nanciële sector; ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en Art. 60 § 1er. Pour l’application du présent article, il y a lieu d’entendre par: 1°  “groupe”:  un ensemble d’entreprises constitué d’une entreprise mère, de ses fi liales, des entreprises dans lesquelles l’entreprise mère ou ses fi liales dé- tiennent directement ou indirectement une participation, ainsi que des entreprises avec lesquelles un consortium est formé et des entreprises qui sont contrôlées par ces dernières ou dans lesquelles ces dernières détiennent une participation; 2° “groupe de services fi nanciers”: un groupe ou un sous-groupe dans lequel l’une au moins des fi liales est une entreprise réglementée et qui satisfait aux condi- tions suivantes: a) lorsqu’une entreprise réglementée est à la tête du groupe ou du sous-groupe: i) cette entreprise est l’entreprise mère d’une entre- prise du secteur fi nancier, ou d’une entreprise qui détient une participation dans une entreprise du secteur fi nancier, ou d’une entreprise liée à une entreprise du secteur fi nancier sous la forme d’un consortium; ii) l’une au moins des entités du groupe ou du sous- groupe est une entreprise du secteur de l’assurance et l’une au moins des entités du groupe est une entre- prise du secteur bancaire ou du secteur des services d’investissement; et iii) les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l’assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d’investissement sont importantes; ou b) lorsqu’il n’y a pas d’entreprise réglementée à la tête du groupe ou du sous-groupe: i) les activités du groupe ou du sous-groupe s’exercent principalement dans le secteur fi nancier; ii) l’une au moins des entités du groupe ou du sous- groupe est une entreprise du secteur de l’assurance et l’une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur des services d’investissement; et 67 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entitei- ten uit de banksector en de beleggings dienstensector signifi cant; De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder de begrippen “in hoofdzaak” en “signifi cant”; 3°  “gereglementeerde onderneming”:  een rechts- persoon die hetzij een beleggingsonderneming is als gedefi nieerd in artikel 3, hetzij een kredietinstel- ling als gedefi nieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014, hetzij een verzekeringsonderneming of een herverzekerings onderneming als gedefi nieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder van AICB’s, hetzij een beheervennootschap van instel- lingen voor collectieve belegging, en elke andere onder- neming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze haar maatschappelijke zetel in België zou hebben, een toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van AICB’s of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; 4° “fi nanciële sector”: een sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen: a) een gereglementeerde onderneming die een kre- dietinstelling is, een fi nanciële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onder- neming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële sector, die “de banksector” wordt genoemd; b)  een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekerings-onderneming is, een verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekerings ondernemingen; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële sector, die “de verzekeringssector” wordt genoemd; c) een gereglementeerde onderneming die een beleg- gingsonderneming is, een onderneming die nevendien- sten verricht in de zin van artikel 2, 2°, een fi nanciële instelling in de zin van artikel 2, 7°; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële sector, die “de beleg- gingsdienstensector” wordt genoemd; 5° “gemengde fi nanciële holding”: een moederonder- neming, andere dan een gereglementeerde onderne- ming, aan het hoofd van een fi nanciële dienstengroep; iii) les activités consolidées et/ou agrégées des entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie du secteur de l’assurance, et des entités du secteur bancaire et du secteur des services d’investissement sont importantes; Le Roi détermine ce qu’il y a lieu d’entendre par “principalement” et “importantes”; 3° “entreprise réglementée”: une personne morale qui est soit une entreprise d’investissement telle que défi nie à l’article 3, soit un établissement de crédit tel que défi ni à l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014, soit une entreprise d’assurances ou une entreprise de réassurance telles que défi nies aux articles 5, 1° et 2° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance, soit un gestionnaire d’OPCA, soit une société de gestion d’organismes de placement collectif, et toute autre entreprise constituée selon un droit étranger qui, si elle avait son siège social en Belgique, serait tenue d’obtenir un agrément pour exercer l’activité d’entreprise d’inves- tissement, de gestionnaire d’OPCA ou de société de gestion d’organismes de placement collectif; 4° “secteur fi nancier”: un secteur composé de l’une ou plusieurs des entreprises suivantes: a) une entreprise réglementée ayant la qualité d’éta- blissement de crédit, un établissement fi nancier au sens de l’article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014, une entreprise de services auxiliaires au sens de l’article 4, paragraphe 1, point 18) du règlement (UE) n° 575/2013; ces entreprises font partie du même secteur fi nancier, dénommé “secteur bancaire”; b) une entreprise réglementée ayant la qualité d’en- treprise d’assurances ou de réassurance, une société holding d’assurances au sens de l’article 338, 5° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance; ces entre- prises font partie du même secteur fi nancier, dénommé “secteur des assurances”; c)  une entreprise réglementée ayant la qualité d’entreprise d’investissement, une entreprise qui four- nit des services auxiliaires au sens de l’article 2, 2°, un établissement fi nancier au sens de l’article 2 , 7°; ces entreprises font partie du même secteur fi nancier, dénommé “secteur des services d’investissement”; 5° “compagnie fi nancière mixte”: une entreprise mère, autre qu’une entreprise réglementée, qui est à la tête d’un groupe de services fi nanciers; 68 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 6° “moederonderneming”, “dochteronder-neming”, “controle”, “consortium”, “deelneming”: de begrippen in de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in artikelen 2, 28° en 59, artikel 3, § 1, 26° en de Afdelingen I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3° van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. § 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht: 1° die aan het hoofd staan van een fi nanciële dien- stengroep; of 2° waarvan de moederonderneming een gemengde fi nanciële holding met hoofdkantoor in een lidstaat is, zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf. Indien verschillende gereglementeerde ondernemin- gen dochterondernemingen van de in het eerste lid, 2°, bedoelde gemengde fi nanciële holding zijn, betreft het aanvullend toezicht op de fi nanciële dienstengroep uitsluitend de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht, voor zover de FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de fi nanciële dienstengroep. Wanneer een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht aan het hoofd staat van een fi nanciële dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht uitgeoefend door de toezichthoudende overheid ver- antwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gere- glementeerde onderneming. Het aanvullende toezicht slaat op de fi nanciële positie van de fi nanciële dienstengroep in het algemeen en de solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicocon- centratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne controle procedures en de risicobeheer-procedures voor het geheel van de groep. De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van het tweede en derde lid van toepassing zijn. Alle ondernemingen van de fi nanciële dienstengroep die behoren tot de fi nanciële sector worden in het aan- vullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt. 6° “entreprise mère”, “fi liale”, “contrôle”, “consortium”, “participation”: les notions au sens de la défi nition qui en est donnée aux articles 2, 28° et 59, à l’article 3, § 1er, 26° et aux Sections Ire, II et IV du Livre II, Titre III, Chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, ou à l’article 338, 1°, 2° et 3° de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de réassurance. § 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge: 1° qui sont à la tête d’un groupe de services fi nanciers; ou 2° dont l’entreprise mère est une compagnie fi nan- cière mixte ayant son siège dans un État membre, sont soumis à une surveillance complémentaire exer- cée au niveau du groupe conformément aux dispositions du présent paragraphe. Si plusieurs entreprises réglementées sont des fi liales de la compagnie fi nancière mixte visée à l’alinéa 1er, 2°, la surveillance complémentaire du groupe de services fi nanciers s’applique uniquement à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, pour autant que la FSMA soit compétente pour la surveillance complémentaire du groupe de services fi nanciers. Lorsqu’une entreprise réglementée de droit belge est à la tête d’un groupe de services fi nanciers, la sur- veillance complémentaire du groupe est exercée par l’autorité de contrôle chargée du contrôle de l’entreprise réglementée concernée. La surveillance complémentaire porte sur la situation fi nancière du groupe de services fi nanciers en général et sur la solvabilité du groupe en particulier, sur la concen- tration des risques, sur les opérations intragroupe, ainsi que sur les dispositifs de contrôle interne et les procédures de gestion des risques mis en place pour l’ensemble du groupe. Le Roi détermine les normes applicables en exécution des alinéas 2 et 3. Toutes les entreprises du groupe de services fi nan- ciers qui appartiennent au secteur fi nancier sont in- cluses dans la surveillance complémentaire du groupe, selon les modalités déterminées par le Roi. 69 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uit- breiden tot andere domeinen en tot groepsondernemin- gen buiten de fi nanciële sector, conform de Europese regelgeving. De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvul- lende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde en niet gereglementeerde ondernemingen haar alle inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groeps- toezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de betrokken gereglementeerde onderneming, erkende revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten. De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten bij een onderneming die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij de bevoegde toezichthoudende overheid van die an- dere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verifi catie deelnemen zo zij dit wenselijk acht. Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onder- neming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet. De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden Belgische ondernemingen, die deel uit maken van een fi nanciële dienstengroep en opgenomen zijn in het aanvullende groepstoezicht dat wordt uitgeoefend door een buitenlandse toezichthoudende overheid, verplicht kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse kan toetsen. § 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verze- keringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een fi nancieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/ EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Le Roi peut étendre la surveillance complémentaire du groupe à d’autres domaines ainsi qu’à des entre- prises du groupe ne faisant pas partie du secteur fi nan- cier, conformément à la réglementation européenne. La FSMA peut prescrire que les entreprises régle- mentées et non réglementées qui sont incluses dans la surveillance complémentaire du groupe, lui com- muniquent toutes informations utiles à l’exercice de la surveillance complémentaire du groupe. La FSMA peut, aux fi ns de cette surveillance, procéder ou faire procéder, aux frais de l’entreprise réglementée concer- née, par des réviseurs agréés ou, s’il y a lieu, par des experts étrangers agréés par elle à cet effet, à la véri- fi cation sur place, dans toutes les entreprises incluses dans la surveillance complémentaire du groupe, des informations qu’elle a reçues. La FSMA ne procède ou ne fait procéder à une vérifi cation auprès d’une entre- prise établie dans un autre État membre de l’Espace économique européen qu’après en avoir avisé l’autorité de contrôle compétente de cet autre État et à moins que cette dernière ne procède elle-même à cette vérifi cation ou permette qu’un réviseur ou un expert y procède. Si l’autorité de contrôle ne procède pas elle-même à la vérifi cation, elle peut néanmoins y être associée, si elle le juge souhaitable. La surveillance complémentaire du groupe n’entraîne pas le contrôle sur une base individuelle, par la FSMA , des entreprises incluses dans cette surveillance. La surveillance complémentaire du groupe ne porte pas davantage préjudice au contrôle sur base sociale et au contrôle sur base consolidée exercés conformément aux autres dispositions de la présente loi. Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles les entreprises belges qui font partie d’un groupe de services fi nanciers et sont incluses dans la surveillance complémentaire du groupe exercée par une autorité de contrôle étrangère, peuvent être tenues de fournir des renseignements à cette autorité de contrôle pour l’exercice de la surveillance complémentaire du groupe et peuvent faire l’objet de la vérifi cation sur place, par cette autorité ou par des réviseurs ou des experts man- datés par elle, des informations transmises. § 3. Le Roi détermine les règles de la surveillance com- plémentaire du groupe conformément aux dispositions de la directive 2002/87/CE du 16 décembre 2002 rela- tive à la surveillance complémentaire des établissements de crédit, des entreprises d’assurance et des entre- prises d’investissement appartenant à un conglomérat fi nancier, et modifi ant les directives 73/239/CEE, 79/267/ CEE, 92/49/CEE, 92/96/CEE, 93/6/CEE et 93/22/CEE 70 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad. § 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan van de krachtens dit artikel genomen besluiten en reglementen, voorzover dergelijke afwijkingen gelden voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Gebruik van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de bepalingen van Europees recht. Art. 61 §  1. De commissarissen die, overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, belast zijn met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies, brengen op eigen initiatief verslag uit bij de FSMA zodra zij, in het kader van hun opdracht bij een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in het kader van een revisorale opdracht bij een met de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies verbonden vennootschap: a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen vaststellen die de positie van de vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies fi nancieel of op het vlak van haar administratieve en boekhoudkundige organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze kunnen beïnvloeden; b) beslissingen of feiten vaststellen die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen, de statuten, dit boek en de ter uit- voering ervan genomen besluiten en reglementen; c) andere beslissingen of feiten vaststellen die kun- nen leiden tot een weigering van de certifi cering van de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud; d) beslissingen of feiten vaststellen met betrekking tot de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies die van aard zijn de bedrijfscontinuïteit ervan aan te tasten. §  2. Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in paragraaf 1, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken. du Conseil et les directives 98/78/CE et 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil. § 4. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser, en vue de la réalisation des objectifs du présent article, des dérogations motivées aux arrêtés et règlements pris en vertu de cet article, pour autant que de telles déro- gations soient d’application pour toutes les entreprises réglementées qui se trouvent dans des circonstances analogues. L’utilisation de cette faculté ne peut être contraire aux dispositions du droit européen. Art. 61 § 1er. Les commissaires, chargés du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de socié- tés de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement conformément au Code des sociétés, font d’initiative rapport à la FSMA dès qu’ils constatent, dans le cadre de leur mission auprès d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou d’une mission révisorale auprès d’une entreprise liée à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement: a) des décisions, des faits ou des évolutions qui infl uencent ou peuvent infl uencer de façon signifi cative la situation de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement sous l’angle fi nancier ou sous l’angle de son organisation administrative et comptable ou de son contrôle interne; b) des décisions ou des faits qui peuvent constituer des violations du Code des sociétés, des statuts, du présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution; c) des autres décisions ou des faits qui sont de nature à entraîner le refus ou des réserves en matière de cer- tifi cation des comptes annuels; d) des décisions ou des faits relatifs à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui sont de nature à compromettre sa continuité. § 2. Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne peut être intentée ni aucune sanction professionnelle, prononcée contre les commissaires qui ont procédé de bonne foi à une information visée au paragraphe 1er. 71 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 62 De FSMA kan een door haar aangesteld erkend revisor of de commissarissen belast met het toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarreke- ningen van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen, vragen om haar, op kosten van die entiteiten, bijzondere verslagen te bezorgen over de onderwerpen die zij bepaalt. Afdeling 5 Intrekking van een vergunning,uitzonderingsmaatregelen, dwang sommen en bestuursrechtelijke sancties Art. 63 Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van ven- nootschappen van vermogensbeheer en beleggings- advies die hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na het verlenen van een vergunning hebben aangevat, die afstand doen van hun vergunning of hun bedrijf hebben stopgezet. Zij wijzigt de vergunning van de vennoot- schappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies die gedeeltelijk afstand doen van hun vergunning. Art. 64 § 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat: —  een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet werkt overeenkomstig de bepa- lingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen; — het beleid of de fi nanciële positie van een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de goede afl oop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit; — de beleidsstructuren, administratieve of boekhoud- kundige organisatie of interne controle van een ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ernstige leemten vertonen; —  een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar vergunning verworven heeft door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze, Art. 62 La FSMA peut demander à un réviseur agréé dési- gné par elle, ou aux commissaires chargés du contrôle des comptes annuels et des comptes consolidés de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement conformément au Code des sociétés de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports spéciaux sur les sujets qu’elle détermine. Section 5 Radiation de l’agrément, mesures exceptionnelles, astreintes et sanctions administratives Art. 63 La FSMA radie par décision notifiée par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, l’agrément des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui n’ont pas entamé leurs activités dans les douze mois de l’agrément, qui renoncent à l’agrément ou qui ont cessé d’exercer leurs activités. Elle modifi e l’agrément des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui renoncent partiellement à celui-ci. Art. 64 § 1er. Lorsque la FSMA constate: — qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ne fonctionne pas en confor- mité avec les dispositions du présent titre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution; — que la gestion ou la situation fi nancière d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement sont de nature à mettre en cause la bonne fi n de ses engagements ou n’offrent pas des garanties suffisantes sur le plan de sa solvabilité, de sa liquidité ou de sa rentabilité; — que les structures de gestion, l’organisation admi- nistrative ou comptable ou le contrôle interne d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement présentent des lacunes graves; — qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a obtenu son agrément au moyen de fausses déclarations ou de toute autre manière irrégulière, 72 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen. Indien na afl oop van deze termijn de toestand niet is verholpen, kan de FSMA: 1° een speciale commissaris aanstellen. In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene ver- gadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist; de FSMA kan evenwel de verrich- tingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken. De speciale commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht aan alle organen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene vergadering voorleggen. De bezoldiging van de speciale commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De leden van de bestuurs- en de beleids-organen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toe- stemming van de speciale commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden voortvloeit. Indien de FSMA de aanstelling van een speciale commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft open- baar gemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciale commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciale commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen; 2° aanvullende vereisten opleggen inzake solvabili- teit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzin- gen, buiten deze bedoeld in artikel 54; 3° van vennootschappen voor vermogens beheer en beleggingsadvies eisen dat ze de variabele belo- ning tot een bepaald percentage van hun totale netto bedrijfsresultaten beperken als deze beloning niet met het in stand houden van een solide eigen vermogen te verenigen is of dat zij hun nettowinsten aanwenden om het eigen vermogen te versterken; elle fi xe le délai dans lequel il doit être remédié à la situation constatée. Si au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la situation, la FSMA peut: 1° désigner un commissaire spécial. Dans ce cas, l’autorisation écrite, générale ou spé- ciale de celui-ci est requise pour tous les actes et déci- sions de tous les organes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris l’assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion; la FSMA peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation. Le commissaire spécial peut soumettre à la délibé- ration de tous les organes de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, y compris l’assemblée générale, toutes propositions qu’il juge opportunes. La rémunération du commissaire spécial est fi xée par la FSMA et supportée par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Les membres des organes d’administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l’autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour la société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement ou les tiers. Si la FSMA a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifi é les actes et déci- sions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu’elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifi e. Dans les mêmes conditions, toute décision d’assemblée générale prise sans avoir recueilli l’autori- sation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifi e. La FSMA peut désigner un commissaire suppléant; 2° imposer, en matière de solvabilité, liquidité, concentration des risques et autres limitations, des exigences supplémentaires, autres que celles visées à l’article 54; 3° exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qu’elles limitent la rémuné- ration variable à un pourcentage du total des résultats nets d’exploitation lorsque cette rémunération n’est pas compatible avec le maintien de fonds propres solides, ou qu’elles affectent leurs bénéfi ces nets au renforcement de leurs fonds propres; 73 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 4° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden; deze schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben. De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of voor derden voortvloeit. Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft openbaar gemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig. De FSMA kan een vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies tevens gelasten de deel- nemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig artikel 41; artikel 32, tweede lid, is van toepassing; 5° de vervanging gelasten van bestuurders of zaak- voerders van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorga- nen van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies één of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naar gelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt; 6° de vergunning geheel of gedeeltelijk herroepen. Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij ernstig gevaar voor de beleggers, kan de FSMA de in deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld. 4° suspendre pour la durée qu’elle détermine l’exer- cice direct ou indirect de tout ou partie de l’activité de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou interdire cet exercice; cette suspen- sion peut, dans la mesure déterminée par la FSMA, impliquer la suspension totale ou partielle de l’exécution des contrats en cours. Les membres des organes d’administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions en violation de la suspension ou de l’interdiction sont responsables solidairement du préjudice qui en est résulté pour la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement ou les tiers. Si la FSMA a publié la suspension ou l’interdiction au Moniteur belge, les actes et décisions intervenus à l’encontre de celle-ci sont nuls. La FSMA peut, de même, enjoindre à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de céder des participations qu’elle détient conformé- ment à l’article 41; l’article 32, alinéa 2, est applicable; 5° enjoindre le remplacement des administrateurs ou gérants de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dans un délai qu’elle détermine et, à défaut d’un tel remplacement dans ce délai, substituer à l’ensemble des organes d’adminis- tration et de gestion de la société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissementun ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La FSMA publie sa décision au Moniteur belge. La rémunération du ou des administrateurs ou gérants provisoires est fi xée par la FSMA et supportée par la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. La FSMA peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs ou gérants provisoires, soit d’office, soit à la demande d’une majorité des actionnaires ou asso- ciés lorsqu’ils justifi ent que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires; 6° révoquer l’agrément en tout ou en partie. En cas d’extrême urgence et notamment en cas de péril grave pour les investisseurs, la FSMA peut adopter les mesures visées au présent paragraphe sans qu’un délai de redressement ne soit préalablement fi xé. 74 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 2. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA hebben voor de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van § 1. § 3. Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fi scale fraude door derden te bevorderen, zijn paragraaf 1, eerste en tweede lid, 4°, en paragraaf 2 van toepassing. § 4. Paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2 zijn niet van toepassing bij herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. § 5. De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 4°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de vennootschap voor vermogens beheer en beleggings- advies. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring heb- ben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de geschorste of vernietigde handeling of beslissing waren openbaar gemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen die een derde te goeder trouw ten aanzien van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies heeft verworven, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden in- gesteld na afl oop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn. Art. 65 Wanneer de overheden die toezicht houden op beleggingsondernemingen van een andere lidstaat, waar een vennootschap voor vermogensbeheer en §  2.  Les décisions de la FSMA visées au para- graphe 1er sortent leurs effets à l’égard de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à dater de leur notifi cation à celle-ci par lettre recomman- dée à la poste ou avec accusé de réception et, à l’égard des tiers, à dater de leur publication conformément aux dispositions du paragraphe 1er. § 3. Les paragraphes 1er, alinéa 1er et alinéa 2, 4°, et 2 sont applicables au cas où la FSMA a connaissance du fait qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement a mis en place un mécanisme particulier ayant pour but ou pour effet de favoriser la fraude fi scale par des tiers. § 4. Le § 1er, alinéa 1er et le § 2 ne sont pas applicables en cas de révocation de l’agrément d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déclarée en faillite. § 5. Le tribunal de commerce prononce à la requête de tout intéressé, les nullités visées au §  1er, ali- néa 2, 1° et 4°. L’action en nullité est dirigée contre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Si des motifs graves le justifi ent, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L’ordonnance de suspen- sion et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l’égard de tous. Au cas où l’acte ou la décision suspendus ou annulés ont fait l’objet d’une publication, l’ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés par extrait dans les mêmes formes. Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l’égard de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l’égard de ces droits, sous réserve du droit du demandeur à des dommages et intérêts s’il y a lieu. L’action en nullité ne peut plus être intentée après l’expiration d’un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont oppo- sables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui. Art. 65 Lorsque les autorités de contrôle des entreprises d’investissement d’un autre État membre dans lequel une société de gestion de portefeuille et de conseil en 75 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of er beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2 in het kader van het vrij ver- richten van diensten, de FSMA ervan in kennis stellen dat de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen die deze Staat heeft vastgesteld met toepas- sing van de Richtlijn 2004/39/EG en waarop genoemde overheden toezien, worden overtreden, neemt de FSMA zo spoedig mogelijk de wegens deze overtredingen vereiste maatregelen, als bedoeld in artikel 64, § 1. Zij brengt dit ter kennis van de voornoemde overheden. Artikel 64, § 2, is van toepassing. Art. 66 De FSMA stelt onmiddellijk de overheden in kennis die toezicht houden op de beleggingsondernemingen van de andere lidstaten waar een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleggings- of nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2, in het kader van het vrij verrichten van diensten, welke beslissingen zij overeenkomstig de artikelen 63 en 64 heeft genomen. Art. 67 De vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies waarvan de vergunning is ingetrokken of herroepen op grond van de artikelen 63 en 64, blijven onderworpen aan deze titel en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten en reglementen tot de verbintenis- sen van de vennootschap zijn vereffend desgevallend uit hoofde van aan beleggers verschuldigde gelden en fi nanciële instrumenten, tenzij de FSMA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften. Het eerste lid is niet van toepassing bij de herroeping van de vergunning van een failliet verklaarde vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. De FSMA brengt de Europese Autoriteit voor effecten en markten op de hoogte van de intrekking of herroeping van een vergunning op grond van de artikelen 63 en 64. Art. 68 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschre- ven maatregelen kan de FSMA openbaar maken dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsad- vies, een fi nanciële holding, een gemengde holding in de zin van artikel 3, 40°, van de wet van 25 april 2014 of een gemengde fi nanciële holding, geen gevolg heeft investissement de droit belge a établi une succursale ou fournit des services d’investissement ou des services auxiliaires visés à l’article 2 sous le régime de la libre prestation de services, saisissent la FSMA de violations des dispositions légales, réglementaires ou adminis- tratives applicables dans cet État sous le contrôle de ces autorités en exécution de la Directive 2004/39/CE, la FSMA prend, dans les plus brefs délais, celles des mesures visées à l’article 64, § 1er, que ces violations imposent. Elle en avise les autorités de contrôle préci- tées. L’article 64, § 2, est d’application. Art. 66 La FSMA informe sans délai les autorités de contrôle des entreprises d’investissement des autres États membres dans lesquels une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge a établi des succursales ou fournit des services d’investissement ou des services auxiliaires visés à l’article 2, sous le régime de la libre prestation de ser- vices, des décisions qu’elle a prises conformément aux articles 63 et 64 . Art. 67 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont l’agrément a été radié ou révo- qué en vertu des articles 63 et 64, restent soumises au présent titre et aux arrêtés et règlements pris pour son exécution jusqu’à la liquidation des engagements de la société résultant, le cas échéant, de fonds et d’instru- ments fi nanciers dus aux investisseurs, à moins que la FSMA ne les en dispense pour certaines dispositions. L’alinéa 1er n’est pas applicable en cas de révocation de l’agrément d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement déclarée en faillite. La FSMA notifi e à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers la radiation ou révocation d’un agrément en vertu des articles 63 et 64. Art. 68 Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut publier qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, une compagnie fi nancière, une compagnie mixte au sens de l’article 3, 40° de la loi du 25 avril 2014 ou une compagnie fi nancière mixte ne s’est pas conformée aux 76 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 gegeven aan de aanmaningen die zij gekregen heeft om zich binnen de termijn die zij vaststelt te conformeren aan de voorschriften van deze titel of van de ter uitvoe- ring ervan genomen besluiten en reglementen. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken onderneming. De FSMA stelt de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de openbaarmaking zoals bedoeld in het eerste lid. Art. 69 § 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorge- schreven maatregelen, kan de FSMA voor een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies , een fi nanciële holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde fi nanciële holding een termijn bepalen: a) waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbe- paalde voorschriften van deze titel of zijn uitvoerings- besluiten, of b)  waarbinnen zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar beleid inzake kapitaalbehoeften, haar administratieve en boekhoud- kundige organisatie of haar interne controle; c) waarbinnen zij zich moet conformeren aan de be- palingen van Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 be- treffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters. Indien de betrokken vennootschap in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn kan de FSMA, na de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen te hebben, haar een dwangsom opleggen van maxi- mum 2 500 000 euro per overtreding of van maximum 50 000 euro per dag vertraging. § 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in andere wetten of reglementen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan of indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc- derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters, een administratieve boete opleggen aan een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een fi nanciële holding, een gemengde holding als bedoeld in artikel 68 of een gemengde fi nanciële holding, naar injonctions qu’elle lui a faites de respecter dans le délai qu’elle détermine des dispositions du présent titre ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution. Les frais de cette publication sont à charge de l’entreprise concernée. La FSMA informe l’Autorité européenne des marchés fi nanciers de la publication visée à l’alinéa 1er. Art. 69 § 1. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut fi xer à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à une compagnie fi nancière, à une compagnie mixte visée à l’article 68 ou à une compagnie fi nancière mixte, un délai dans lequel: a) elle doit se conformer à des dispositions déter- minées du présent titre ou des arrêtés pris pour son exécution, ou b) elle doit apporter les adaptations qui s’imposent à sa structure de gestion, à sa politique concernant ses besoins en fonds propres, à son organisation adminis- trative et comptable ou à son contrôle interne. c) elle doit se conformer aux dispositions du Titre II du Règlement N° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties centrales et les référen- tiels centraux. Si la société concernée reste en défaut à l’expiration du délai, la FSMA peut, la société entendue ou à tout le moins dûment convoquée, lui infl iger une astreinte à raison d’un montant maximum de 2 500 000 euros par infraction ou de 50 000 euros par jour de retard. § 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi et sans préjudice des mesures défi nies par d’autres lois ou d’autres règlements, la FSMA peut, lorsqu’elle constate une infraction aux dispositions de la présente loi ou aux mesures prises en exécution de celles-ci ou lorsqu’elle constate une infraction aux dispositions du Titre II du Règlement N° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés de gré à gré, les contreparties cen- trales et les référentiels centraux, infl iger à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment , à une compagnie fi nancière, à une compagnie mixte visée à l’article 68 ou à une compagnie fi nancière 77 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, die niet minder mag bedragen dan 2 500 euro, noch meer dan 2 500 000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten. § 3. De dwangsommen en boeten die met toepas- sing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden inge- vorderd ten bate van de schatkist door de Algemene Administratie van de inning en de invordering. Wanneer de FSMA een maatregel die zij oplegt in overeenstemming met paragrafen 1  en 2  openbaar maakt, stelt ze de Europese Autoriteit voor effecten en markten daarvan tegelijktertijd in kennis. HOOFDSTUK 2 Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies Afdeling 1 Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennoot schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren Art. 70 Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die hun activiteiten in België mogen verrichten conform artikelen 10 en 11. Onderafdeling 1 Verplichtingen en verbodsbepalingen Art. 71 Onverminderd de voorschriften bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002 en onverminderd andere bepalingen die de FSMA bevoegdheid verlenen ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, is artikel 26, § 5, van toepassing op de bijkantoren van die ven- nootschappen, met betrekking tot door die bijkantoren uitgevoerde verrichtingen. mixte, belge ou étrangère établie en Belgique, une amende administrative qui ne peut être inférieure à 2 500 euros, ni supérieure, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, à 2 500 000 euros. § 3. Les astreintes et amendes imposées en appli- cation des §§ 1er ou 2 sont recouvrées au profi t du Trésor par l’Administration générale de la perception et du recouvrement. Lorsque la FSMA rend publique des mesures impo- sées conformément aux paragraphes 1er et 2 elle informe en même temps l’Autorité européenne des marchés fi nanciers. CHAPITRE 2 Des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères Section 1re Des succursales et des activités de prestation de services en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre Art. 70 La présente section s’applique aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui sont autorisées à exercer leurs activités en Belgique conformément aux articles 10 et 11. Sous-section 1 Obligations et interdictions Art. 71 Sans préjudice des règles prévues par et en vertu de la loi du 2 août 2002 et sans préjudice des autres dispositions qui confèrent des pouvoirs à la FSMA vis-à-vis des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre, l’article 26, § 5, est applicable aux succursales de ces sociétés, pour les transactions effectuées par ces succursales. 78 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Onderafdeling 2 Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels Art. 72 De bijkantoren van de buitenlandse vennootschap- pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, bezorgen de FSMA, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, voor statistische doeleinden bestemde periodieke staten over hun verrichtingen in België. De FSMA kan die bijkantoren gelasten haar, in de vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, gege- vens mee te delen van dezelfde aard als de gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden ge- vraagd, over materies die niet tot de bevoegdheid van de toezichthoudende overheden van de lidstaat van herkomst behoren. De buitenlandse vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, kunnen ook worden ver- plicht om gegevens die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden gevraagd, mee te delen aan de Bank en aan de Europese Centrale Bank. Art. 73 Artikel 55, tweede en derde lid, is van toepassing op de bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res- sorteren onder het recht van een andere lidstaat. Onderafdeling 3 Toezicht Art. 74 Onverminderd de bevoegdheden bepaald door en krachtens de wet van 2 augustus 2002, staan de bui- tenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, onder het toezicht van de FSMA met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 71 tot 73 voor de door die bepalingen geviseerde materies waarvoor de FSMA bevoegd is. De artikelen 56, §§ 3 en 4, en 57 zijn dienovereen- komstig van toepassing. Sous-section 2 Informations périodiques et règles comptables Art. 72 Les succursales des sociétés de gestion de por- tefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre transmettent à la FSMA, dans les formes et selon la périodicité qu’elle détermine, des états périodiques à des fi ns statistiques relatifs à leurs opérations effectuées en Belgique. La FSMA peut imposer à ces succursales de lui trans- mettre, dans les formes et selon la périodicité qu’elle détermine, des informations de même nature que celles qui sont exigées des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge, dans les matières ne relevant pas de la compétence des autorités de contrôle de l’État membre d’origine. Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre peuvent également être tenues de communiquer à la Banque et à la Banque centrale européenne des informations qui sont exigées des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge. Art. 73 L’article 55, alinéas 2 et 3, est applicable aux suc- cursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre. Sous-section 3 Contrôle Art. 74 Sans préjudice des pouvoirs conférées par et en vertu de la loi du 2 août 2002, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre sont soumises au contrôle de la FSMA aux fi ns prévues par les articles 71 à 73, dans la mesure où les matières visées par ces dispositions relèvent de la compétence de la FSMA. Les articles 56, §§ 3 et 4, et 57 sont applicables dans cette mesure. 79 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 75 § 1. Op verzoek van de toezichthoudende overhe- den van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies kan de FSMA, als een vorm van bijstand aan deze overheden, bij de bijkantoren van die vennoot- schappen inspecties verrichten, die kunnen slaan op zowel de in artikel 74 als de in artikel 58, eerste lid, bedoelde materies. De kosten voor de in het eerste lid bedoelde inspec- ties en controles worden gedragen door de overheid die erom verzoekt. § 2. De buitenlandse overheden die bevoegd zijn voor het prudentieel toezicht op de buitenlandse vennoot- schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die in België een bijkantoor hebben geopend, mogen, na voorafgaande kennisgeving aan de FSMA, in het ka- der van de uitoefening van hun verantwoordelijkheden, in dat bijkantoor zelf inspecties ter plaatse verrichten of op hun kosten controles laten uitvoeren door deskundi- gen die zij aanstellen. §  3. De FSMA kan de bevoegde consoliderende toezichthouder of anders de bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, als signifi cant aan te merken in de zin van artikel 59, § 6. Onderafdeling 4 Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties Art. 76 § 1. Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare redenen heeft om aan te nemen dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat die op Belgisch grondgebied door middel van een bijkantoor of van het vrij verrichten van diensten werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt die uit de ter uitvoering van de richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, waarbij aan FSMA geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van deze bevindingen in kennis. Art. 75 § 1er. La FSMA peut accepter de se charger, à la demande des autorités de contrôle de l’État membre d’origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère, et dans un but d’assistance à ces autorités, d’effectuer auprès des succursales de ces sociétés des inspections portant tant sur les matières visées à l’article 74 que sur celles visées à l’article 58, alinéa 1er. Les frais entraînés par les inspections et vérifi ca- tions prévues à l’alinéa 1er sont à charge de l’autorité requérante. § 2. Les autorités étrangères compétentes pour le contrôle prudentiel des sociétés de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement étrangères rele- vant du droit d’un autre État membre ayant ouvert en Belgique une succursale peuvent, moyennant un avis préalable donné à la FSMA et dans l’exercice de leurs responsabilités, procéder à des inspections sur place dans cette succursale ou faire procéder, à leurs frais, par des experts qu’elles désignent, à des contrôles auprès de cette succursale. § 3. La FSMA peut demander au superviseur sur base consolidée compétent ou à l’autorité compétente de l’État membre d’origine qu’une succursale d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement étrangère relevant du droit d’un autre État membre soit considérée comme ayant une importance signifi cative au sens de l’article 59, § 6. Sous-section 4 Mesures exceptionnelles, sanctions administratives et pénales Art. 76 §  1er. Lorsque la FSMA a des raisons claires et démontrables d’estimer qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un autre État membre opérant en Belgique par l’intermédiaire d’une succursale ou par voie de libre prestation de services viole les obligations qui lui incombent en vertu des dispositions arrêtées en application de la directive 2004/39/CE qui ne confèrent pas de pouvoirs à la FSMA, celle-ci en fait part à l’auto- rité compétente de l’État membre d’origine. 80 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in weerwil van de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maat- regelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn, blijft handelen op een wijze die de belangen van beleg- gers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, kan de FSMA na de bevoegde auto- riteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, maatregelen treffen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Ten aanzien van bijkantoren gaat het om de in artikel 64, § 1, 1°, 4° en 5° en § 2, bedoelde maatregelen; ten aanzien van buitenlandse vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies die bedrijvig zijn via het verrichten van diensten betreft het de in artikel 64, § 1, 4° en § 2, bedoelde maatregelen. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld. § 2. Indien de FSMA vaststelt dat een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies die in België een bijkantoor heeft, zich niet conformeert aan de in België geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die met toepassing van de in § 1 vermelde richtlijn tot de bevoegdheidssfeer van de FSMA behoren, maant zij de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies aan om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen. Indien de betrokken vennootschap niet het nodige doet, neemt de FSMA alle nodige maatregelen om er- voor te zorgen dat de betrokken vennootschap een eind maakt aan deze onregelmatige situatie. Van de strekking van deze maatregelen wordt mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst. Wanneer de overtredingen van een bijkantoor beoogd in het eerste lid blijven aanhouden, kan de FSMA, na de autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in kennis te hebben gesteld, de in artikel 64, § 1, 1°, 4° en 5°, bedoelde maatregelen treffen. Artikel 64, §§ 2 en 3, is ook van toepassing. Artikel 64, § 3, geldt eveneens voor de buitenlandse vennootschappen voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die in Belgïe werkzaam zijn via het vrij verrichten van diensten. De Europese Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onverwijld van deze maatregelen in kennis gesteld. §  3. De FSMA kan de zaak naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen, zoals be- paald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002. Si, en dépit des mesures prises par l’autorité compé- tente de l’État membre d’origine ou en raison du carac- tère inadéquat de ces mesures, la société concernée continue d’agir d’une manière clairement préjudiciable aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonc- tionnement ordonné des marchés, la FSMA peut, après en avoir informé l’autorité compétente de l’État membre d’origine, prendre des mesures pour protéger les investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement des marchés. À l’égard des succursales, il s’agit des mesures visées par l’article 64, § 1er, 1°, 4° et 5°, et § 2. À l’égard des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre opérant par voie de prestation de services, il s’agit des mesures visées par l’article 64, § 1er, 4°, et § 2. La Commission européenne et l’Autorité européenne des marchés fi nanciers sont informées sans délai de l’adoption de ces mesures. § 2. Si la FSMA constate qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étran- gère relevant du droit d’un autre État membre ayant une succursale en Belgique ne se conforme pas aux dispositions législatives ou réglementaires en vigueur en Belgique qui relèvent du domaine de compétence de la FSMA en application de la directive citée au § 1er, elle met la société concernée en demeure de remédier, dans le délai qu’elle détermine, à la situation constatée. Si la société concernée ne prend pas les dispositions nécessaires, la FSMA prend toutes les mesures appro- priées pour que la société mette fi n à cette situation irrégulière. La portée de ces mesures est communiquée aux autorités compétentes de l’État membre d’origine. En cas de persistance des manquements dans le chef d’une succursale visée à l’alinéa 1er, la FSMA peut, après en avoir avisé les autorités de l’État membre d’ori- gine, prendre les mesures visées par l’article 64, § 1er, 1°, 4° et 5°. L’article 64, §§ 2 et 3, est également applicable. L’article 64, § 3, s’applique également aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui opèrent en Belgique sous le régime de la libre prestation de services. La Commission européenne et l’Autorité européenne des marchés fi nanciers sont informées sans délai de l’adoption de ces mesures. § 3. La FSMA peut en référer à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers, comme prévu par l’article 77, § 1er, de la loi du 2 août 2002. 81 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 4. Het bepaalde in paragraaf 2 van dit artikel, behal- ve de laatste zin, is eveneens van toepassing wanneer een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat verplichtingen schendt die niet uit de ter uitvoering van de richtlijn 2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, maar die wel tot de bevoegdheid behoren van de FSMA. Art. 77 Bij intrekking of herroeping van de vergunning van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat door de toezichthoudende autoriteiten van haar lidstaat van herkomst, beveelt de FSMA, na deze autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de sluiting van het bijkantoor dat deze onderne- ming in België heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige zaakvoerder aanstellen die waakt over de tegoeden en de fi nanciële instrumenten van het bijkantoor in afwach- ting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die gemachtigd is in het belang van de schuldeisers alle bewarende maatregelen te treffen. Art. 78 De FSMA kan de autoriteiten die toezicht houden op een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat, meedelen om welke redenen zij van oordeel is dat de positie van het bijkantoor van deze onderneming in België niet de nodige waarborgen biedt voor een goede administratieve of boekhoudkundige organisatie of interne controle. Art. 79 Artikel 68 is van toepassing op de in deze afdeling bedoelde vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Art. 80 Artikel 69, eerste lid, a), en tweede en derde lid, is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res- sorteren onder het recht van een andere lidstaat en met een bijkantoor op het Belgisch grondgebied. § 4. Le prescrit du paragraphe 2 du présent article est, à l’exception de la dernière phrase, également applicable lorsque la succursale d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un autre État membre viole des obligations qui ne découlent pas des dispositions arrêtées en application de la directive 2004/39/CE mais qui relèvent bien de la compétence de la FSMA. Art. 77 En cas de radiation ou de révocation de l’agrément de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un autre État membre par les autorités de contrôle de son État membre d’origine, la FSMA ordonne, après en avoir avisé ces autorités, la fermeture de la succursale que cette société a établie en Belgique. Elle peut désigner un gérant provisoire qui s’assure des avoirs et des instruments fi nanciers de la succursale en attendant qu’il soit statué sur leur destination, et qui est habilité à prendre toutes mesures conservatoires dans l’intérêt des créanciers. Art. 78 La FSMA peut communiquer aux autorités de contrôle d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un autre État membre les raisons qu’elle a de considérer que la situation de la succursale en Belgique de cette société ne présente pas les garanties nécessaires sur le plan de la bonne organisation administrative ou comptable ou du contrôle interne. Art. 79 L’article 68 est applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement visées à la présente section. Art. 80 L’article 69, alinéa 1er, a), et alinéas 2  et 3, est applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre opérant en Belgique par l’intermédiaire d’une succursale. 82 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 81 Artikel 107, § 1, is van toepassing op: 1° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de bepalingen waarvan sprake in artikel 73 en de in uitvoe- ring van die bepalingen getroffen besluiten overtreedt; 2° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zon- der daartoe toestemming te hebben gekregen van de speciale commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, in de gevallen waarvan sprake in artikel 76, §§ 1 en 2; 3° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen een schorsingsbevel of een verbod als bedoeld in artikel 64, § 1, 4°, in de gevallen als bedoeld in artikel 76, §§ 2 en 3; Art. 82 Artikel 108 is van toepassing op de misdrijven gevi- seerd door artikel 81. Afdeling 2 Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennoot schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder de Richtlijn 2004/39/EC vallen Art. 83 De buitenlandse vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder de toepassing van Richtlijn 2004/39/EC van het Europees Parlement en de Raad vallen krachtens artikel 2, § 1, m) en n), en artikel 3 van die Richtlijn, zijn onderworpen aan de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van dit hoofdstuk. Afdeling 3 Bijkantoren in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van derde landen Onderafdeling 1 Vergunning Art. 84 § 1. De volgende bepalingen zijn van toepassing: Art. 81 Sont soumis aux dispositions de l’article 107, § 1er: 1° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux dispositions visées à l’article 73 et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions; 2° ceux qui accomplissent des actes ou opérations sans avoir obtenu l’autorisation du commissaire spécial visée à l’article 64, § 1er, 1°, dans les cas visés à l’article 76, §§ 1er et 2; 3° ceux qui accomplissent des actes ou opérations à l’encontre d’un ordre de suspension ou d’une interdic- tion donnés conformément à l’article 64, § 1er, 4°, dans les cas visés à l’article 76, §§ 2 et 3; Art. 82 L’article 108 est applicable aux infractions visées à l’article 81. Section 2 Succursales et activités de prestations de services en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre non soumises à la directive 2004/39/CE Art. 83 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui ne tombent pas dans le champ d’application de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil en vertu de l’article 2, § 1, m) et n), et de l’article 3 de cette directive sont soumises aux dispositions des sections 3 et 4 du présent chapitre. Section 3 Des succursales en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers Sous-section 1re Agrément Art. 84 § 1er. Sont applicables les dispositions suivantes: 83 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 l° de artikelen 6, 16, en 18: alvorens zich uit te spre- ken over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor, raadpleegt de FSMA de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de buitenlandse vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van derde landen; 2°  artikel 7: de in deze onderafdeling bedoelde bijkantoren worden vermeld in een bijzondere rubriek van de lijst; 3° artikel 20: een vergunning kan nochtans worden verleend aan bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies met rechtsper- soonlijkheid die geen handelsvennootschap zijn; 4°  artikel 21, waarbij het aanvangskapitaal wordt vervangen door een dotatie; de FSMA is bevoegd om de bestanddelen van die dotatie te beoordelen; 5° artikel 22: wat de identiteit van de aandeelhouders of vennoten van de vennootschap voor vermogensbe- heer en beleggingsadvies betreft; 6° de artikelen 23, 24, 25 en 26; 7° artikel 29: indien de verplichtingen van de in deze afdeling bedoelde bijkantoren niet door een beleggers- beschermingsregeling op een tenminste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstem- mende Belgische beleggers beschermingsregeling. § 2. De FSMA kan een vergunning weigeren aan het bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land die niet dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan ven- nootschappen voor vermogens beheer en beleggings- advies naar Belgisch recht. § 3. De FSMA kan een vergunning weigeren aan een in deze afdeling bedoeld bijkantoor indien zij van oordeel is dat, voor de bescherming van de beleggers of voor een gezond en voorzichtig beleid van de vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht vereist is. Onderafdeling 2 Bedrijfsuitoefening Art. 85 De volgende artikelen zijn van toepassing: 1° les articles 6, 16, et 18: étant entendu qu’avant de statuter sur la demande d’agrément de la succursale, la FSMA consulte les autorités de contrôle de l’État membre d’origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit de pays tiers; 2° l’article 7: étant entendu que les succursales visées par la présente sous-section sont mentionnées dans une rubrique spéciale de la liste; 3° l’article 20: toutefois, peuvent être agréées des succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dotées de la personnalité juri- dique mais n’ayant pas la forme de société commerciale; 4° l’article 21, le capital initial étant remplacé par une dotation, la FSMA a compétence pour apprécier les éléments constitutifs de la dotation; 5° l’article 22: en ce qui concerne l’identité des déten- teurs du capital de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; 6° les articles 23, 24, 25 et 26; 7° l’article 29: si les engagements des succursales visées dans la présente section ne sont pas couverts par un système de protection des investisseurs dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système belge de protection des investisseurs. § 2. La FSMA peut refuser l’agrément à la succursale d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un pays tiers qui n’accorde pas les mêmes possibilités d’accès à son marché aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement de droit belge. § 3. La FSMA peut refuser l’agrément à une succur- sale visée par la présente section si elle estime que la protection des investisseurs ou la gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement exige la constitution d’une société de droit belge. Sous-section 2 Exercice de l’activité Art. 85 Sont applicables les articles suivants: 84 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° artikel 30, § 1, eerste lid, en § 2; 2° artikel 31, § 7, wanneer de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van natuurlijke of rechtspersonen die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde deelneming bezitten in de zin van artikel 31, § 1, een gezond en voorzichtig beleid van de ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zou kunnen belemmeren, kan de FSMA, onverminderd de andere bij dit besluit bepaalde maatregelen, de ver- gunning van het bijkantoor voor de termijn die zij bepaalt schorsen of herroepen; artikel 64, § 1, 4° en 6°, en § 2, is van toepassing op deze beslissingen; 3° artikel 36, in verband met de leiders van het bijkantoor; 4° de artikelen 38 en 39; 5° artikel 40; 6° artikel 42; 7° artikelen 43 tot 45; 8° artikelen 54 en 55. Onderafdeling 3 Toezicht Art. 86 De artikelen 56, §§ 1 tot 3, en 57 zijn van toepassing. Onderafdeling 4 Intrekking van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen Art. 87 De volgende bepalingen zijn van toepassing: 1° de artikelen 63, 64, 67, 68 en 69; 2° de artikelen 107 en 108. 1° l’article 30, § 1er, alinéa 1er, et § 2; 2° l’article 31, § 7, lorsque la FSMA a des raisons de considérer que l’infl uence exercée par les personnes physiques ou morales détenant, directement ou indirec- tement, une participation qualifi ée au sens de l’article 31, § 1er, est de nature à compromettre la gestion saine et prudente de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut, suspendre ou révoquer, pour la durée qu’elle détermine, l’agrément de la succursale; l’article 64, § 1er, 4° et 6°, et § 2, est applicable à ces décisions; 3° l’article 36, en ce qui concerne les dirigeants de la succursale; 4° les articles 38 et 39; 5° l’article 40; 6° l’article 42; 7° les articles 43 à 45; 8° les articles 54 et 55. Sous-section 3 Contrôle Art. 86 Les articles 56, §§ 1er à 3, et 57 sont applicables. Sous-section 4 Radiation de l’agrément, mesures exceptionnelles et sanctions Art. 87 Sont applicables les dispositions suivantes: 1° les articles 63, 64, 67, 68 et 69; 2° les articles 107 et 108. 85 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 4 Dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land Art. 88 Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land, en die hun activiteiten in België mogen verrichten conform en binnen de grenzen vastgesteld in artikel 14. Art. 89 De buitenlandse vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land moeten bij de uitoefening van hun bedrijf in België, naast hun naam, hun land van herkomst en hun zetel vermelden. Art. 90 De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk aan de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen, met inbegrip van de gedragsregels die in België van toepassing zijn op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en hun verrichtingen. Art. 91 De FSMA mag de buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressor- teren onder het recht van een derde land gelasten haar alle inlichtingen te verstrekken over hun dienstverlening in België teneinde na te gaan of de in artikel 90 bedoelde bepalingen waarvoor zij bevoegd is, worden nageleefd. De FSMA mag de certifi catie of de aanpassing van deze inlichtingen gelasten aan de buitenlandse toezichthou- dende autoriteiten van de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, haar externe revisor of de erkende auditor die belast is met de certi- fi catie van haar rekeningen. Art. 92 Wanneer de FSMA vaststelt dat een in arti- kel  14  bedoelde buitenlandse vennootschap voor Section 4 Des activités de prestation de services en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers Art. 88 La présente section s’applique aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un pays tiers qui sont autorisées à exercer leurs activités en Belgique confor- mément et dans les limites établies à l’article 14. Art. 89 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers font, dans l’exercice de leur activité en Belgique, accompagner leur dénomination de la mention de leur État d’origine et de leur siège social. Art. 90 Les dispositions de la présente section ne portent pas préjudice au respect des dispositions légales et régle- mentaires, y compris des règles de conduite, applicables en Belgique aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseils en investissement et à leurs opérations. Art. 91 La FSMA peut imposer aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers visées à l’article 14 de lui transmettre toutes informations relatives aux services qu’elles prestent en Belgique, afi n de vérifi er si elles respectent les dispositions visées à l’article 90  qui relèvent de sa compétence. La FSMA peut imposer la certifi cation ou le redressement de ces informations par les autorités de contrôle étrangères de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement concernée, par son reviseur externe ou par l’auditeur agréé qui est chargé de la certifi cation de ses comptes. Art. 92 Lorsque la FSMA constate qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère 86 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land in België niet han- delt in overeenstemming met de op haar toepasselijke bepalingen of de belangen van haar cliënten in gevaar brengt, kan zij de onderneming aanmanen de vastge- stelde toestand binnen de door haar bepaalde termijn recht te zetten. Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen, brengt de FSMA haar bemerkingen ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst van de onderneming. Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de FSMA na de buitenlandse controle-autoriteiten hiervan in kennis te hebben gesteld, de voortzetting schorsen of verbieden van alle of een deel van de werkzaamheden van de vennootschap in België. Wanneer de betrokken vennootschap niet onder toezicht staat van een controle-autoriteit kan de FSMA, indien de toestand na het verstrijken van de termijn bepaald krachtens het eerste lid niet is verholpen, on- middellijk overgaan tot het schorsen of verbieden van alle of een deel van de werkzaamheden van de ven- nootschap in België. Artikel 64, § 2, is van toepassing op de in dit artikel bedoelde beslissingen. Art. 93 Artikel 68 is van toepassing op de in in artikel 14 be- doelde buitenlandse vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van een derde land. Art. 94 Artikel 107, § 1, is van toepassing op wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen het ver- bod of de schorsing bedoeld in artikel 30 van dit besluit. Artikel 108 is van toepassing. relevant du droit de pays tiers visée à l’article 14 n’agit pas, en Belgique, en conformité avec les dispositions qui lui sont applicables, ou qu’elle y met en danger les intérêts de ses clients, elle met la société en demeure de remédier, dans le délai qu’elle détermine, à la situa- tion constatée. Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la situation, la FSMA saisit de ses observations les auto- rités de contrôle de l’État d’origine de la société. En cas de persistance des manquements, la FSMA peut, après en avoir avisé les autorités de contrôle étrangères, suspendre ou interdire la poursuite de tout ou partie des activités de la société en Belgique. Lorsque la société concernée n’est soumise à la sur- veillance d’aucune autorité de contrôle, la FSMA peut, s’il n’a pas été remédié à la situation au terme du délai fi xé en vertu de l’alinéa 1er, procéder immédiatement à la suspension ou à l’interdiction de tout ou partie des activités de la société en Belgique. L’article 64, § 2, est applicable aux décisions visées au présent article. Art. 93 L’article 68 est applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit de pays tiers visées à l’article 14. Art. 94 Sont soumis aux dispositions de l’article 107, § 1er, ceux qui accomplissent des actes ou opérations à l’encontre de l’interdiction ou de la suspension visée à l’article 30 de la présente loi. L’article 108 est applicable. 87 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 3 Samenwerking tussen nationale autoriteiten Art. 95 Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies, richt de voorzitter van de rechtbank van koophandel een verzoek om advies aan de FSMA. De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis. De FSMA wordt schriftelijk om advies verzocht. Bij deze aanvraag worden de nodige documenten ter in- formatie gevoegd. De FSMA brengt haar advies uit binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Ingeval een procedure betrekking heeft op een beleg- gingsonderneming waarbij de FSMA vermoedt dat zich belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande coördinatie met de buitenlandse overheden vereist is, beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te brengen schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen over het verzoek. De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier. TITEL 4 Beleggersbeschermingsregelingen Art. 96 De in België gevestigde vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennoot- schappen van AICB’s als bedoeld in artikel 35 van de wet van 19 april 2014 en de beheervennootschappen CHAPITRE 3 De la collaboration entre autorités nationales Art. 95 Avant qu’il ne soit statué sur l’ouverture d’une procé- dure de faillite ou encore sur un dessaisissement provi- soire au sens de l’article 8 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites à l’égard d’une société de gestion de porte- feuille et de conseil en investissement, le président du tribunal de commerce saisit la FSMA d’une demande d’avis. Le greffier transmet cette demande sans délai. Il en informe le procureur du Roi. La saisine de la FSMA est écrite. Elle est accompa- gnée des pièces nécessaires à son information. La FSMA rend son avis dans un délai de quinze jours à compter de la réception de la demande d’avis. La FSMA peut, dans le cas d’une procédure relative à une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement susceptible, selon son appréciation, de présenter des implications systémiques importantes ou qui nécessite au préalable une coordination avec des autorités étrangères, rendre son avis dans un délai plus long, sans toutefois que le délai total ne puisse excéder trente jours. Lorsqu’elle estime devoir faire usage de ce délai exceptionnel, la FSMA le notifi e à l’autorité judiciaire appelée à statuer. Le délai dont dispose la FSMA pour rendre son avis suspend le délai dans lequel l’autorité judiciaire doit statuer. En l’absence de réponse de la FSMA dans le délai imparti, le tribunal peut statuer sur la demande. L’avis de la FSMA est écrit. Il est transmis par tout moyen au greffier, qui le remet au président du tribunal de commerce et au procureur du Roi. L’avis est versé au dossier. TITRE 4 Des systèmes de protection des investisseurs Art. 96 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement établies en Belgique, les sociétés de gestion d’OPCA visées à l’article 35 de la loi du 19 avril 2014 et les sociétés de gestion d’organismes 88 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 205 van de wet van 3 augustus 2012 moeten deelnemen aan een collectieve beleggersbescher- mingsregeling waaraan zij een bijdrage betalen en die tot doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers een schadeloosstelling toe te kennen wanneer het fail- lissement van een dergelijke vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB’s of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging wordt uitgesproken, of wan- neer de FSMA de in artikel 97 bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van een dergelijke vennootschap. Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogens beheer en beleg- gingsadvies en van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, noch voor de bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen van AICB’s. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies en van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een derde land en waarvan de ver- plichtingen door een beleggersbeschermingsregeling van dat land op een ten minste evenwaardige wijze zijn gedekt als in het kader van de in het eerste lid bedoelde beleggersbeschermingsregeling. Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrich- tingen van de beleggers beschermings regeling waar. Art. 97 De FSMA informeert het Garantiefonds zo spoedig mogelijk ingeval zij problemen op het spoor komt die waarschijnlijk tot de interventie van de beleggersbe- schermingsregeling zullen leiden. Behalve in de gevallen waarin het faillissement is uitgesproken, neemt de FSMA de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat, om redenen die rechtstreeks ver- band houden met haar fi nanciële positie, een vennoot- schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB’s of een beheervennoot- schap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht niet in staat lijkt om aan de beleggers de gelddeposito’s of de fi nanciële instrumenten terug te geven of terug te betalen, en dat de vennootschap dat ook in een nabije toekomst niet zal kunnen doen. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en alleszins uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastge- steld dat een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB’s de placement collectif visées à l’article 205 de la loi du 3 août 2012 doivent participer à un système collectif de protection des investisseurs auquel ils contribuent et visant à accorder à certaines catégories d’investisseurs une indemnisation, lorsque la faillite d’une telle société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment, d’une telle société de gestion d’OPCA ou d’une telle société de gestion d’organismes de placement collectif est prononcée ou lorsque la FSMA a pris la décision visée à l’article 97 à l’égard d’une telle société. L’alinéa 1er n’est pas applicable aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, et de sociétés de gestion d’organismes de placement collectif relevant du droit d’un autre État membre ainsi qu’aux succursales de sociétés de gestion d’OPCA étrangères. Il n’est pas davantage applicable aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et de sociétés de gestion d’organismes de placement collectif relevant du droit d’un pays tiers et dont les engagements sont couverts par un système de protection des investisseurs de cet État dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système visé à l’alinéa 1er. Le Fonds de garantie assure la gestion et les opéra- tions du système de protection des investisseurs. Art. 97 La FSMA informe dans les meilleurs délais le Fonds de garantie lorsqu’elle décèle des problèmes suscep- tibles de donner lieu à l’intervention du système de protection des investisseurs. Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée, la FSMA prend la décision constatant que, pour des raisons liées directement à sa situation fi nancière, une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, une société de gestion d’OPCA ou une société de gestion d’organismes de placement collectif de droit belge n’apparaît pas en mesure de restituer ou de rembourser aux investisseurs des dépôts de fonds ou des instruments fi nanciers, et que la société ne sera pas en mesure de le faire dans un futur proche. Ce constat est fait dès que possible et en tout état de cause au plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la première fois qu’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement une société de gestion d’OPCA ou une société de gestion d’organismes de 89 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 of een beheervennootschap van instellingen voor col- lectieve belegging heeft nagelaten om gelddeposito’s of fi nanciële instrumenten terug te geven. Het Garantiefonds zorgt voor de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vor- dering van de belegger in aanmerking is genomen en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De FSMA kan deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen. Die verlenging mag alleen worden toegestaan in zeer uitzonderlijke omstandigheden en specifi eke gevallen. De in gebreke gebleven vennootschap voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB’s, beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of, als deze failliet zijn, de curator deelt te allen tijde en op vraag van het Garantiefonds alle gegevens mee die laatstgenoemde nodig heeft om de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling van beleg- gers te kunnen garanderen. De Koning kan de nadere regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en be- leggingsadvies, de beheervennootschap van AICB’s, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator, enerzijds, en het Garantiefonds, anderzijds. Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gegevens die het Garantiefonds heeft ontvangen ter uitvoering van het vorige lid, kijkt de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheerven- nootschap van AICB’s, de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of de curator deze op zijn verzoek na en deelt hem, desgevallend, de verbeterde gegevens mee. Art. 98 Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig het Europees recht, voorzien de door het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermingsregeling in een schadeloosstelling voor elk geval waarin fi nanciële in- strumenten niet worden teruggegeven of terugbetaald, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito’s of fi nanciële instrumenten van cliënten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, tot een maximumbedrag van 20 000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings- advies, beheervennootschap van AICB’s of beheerven- nootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan de beleggerbeschermingsregeling deelneemt, ongeacht de valuta waarin die fi nanciële instrumenten zijn uitgedrukt. placement collectif n’a pas restitué les dépôts de fonds ou a omis de restituer un instrument fi nancier. Le Fonds de garantie assure le remboursement ou l’indemnisation visés à l’article 96 dans un délai de trois mois, après que l’éligibilité et le montant de la créance de l’investisseur ont été établis. La FSMA peut décider une prolongation ne dépassant pas trois mois. Cette prolongation ne peut être accordée que dans des circonstances très exceptionnelles et pour des cas particuliers. La société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement défaillante, la société de gestion d’OPCA défaillante, la société de gestion d’organismes de place- ment collectif défaillante ou, si celles-ci sont en faillite, le curateur communique à tout moment et à la demande du Fonds de garantie, toutes les données dont ce dernier a besoin pour assurer l’indemnisation des investisseurs visée à l’article 96. Le Roi peut défi nir les règles relatives à l’échange des données entre la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la société de gestion d’OPCA, la société de gestion d’organismes de placement collectif ou le curateur, d’une part, et le Fonds de garantie, d’autre part. S’il y a un doute concernant l’exactitude des données que le Fonds de garantie a reçues en exécution de l’alinéa précédent, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, la société de gestion d’OPCA, la société de gestion d’organismes de place- ment collectif ou le curateur les vérifi e à sa demande et lui transfère, le cas échéant, les données corrigées. Art. 98 Sans préjudice d’éventuelles franchises conformes au droit européen, le système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit une indemnisation pour toute non-restitution ou tout non-remboursement d’instruments fi nanciers qui ont été confi és dans l’ignorance de bonne foi de l’inter- diction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir ou conserver des instruments fi nanciers de clients, jusqu’à un plafond de 20 000 euros par investisseur et par société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, société de gestion d’OPCA, ou société de gestion d’organismes de placement collectif adhérant à ce système, quelle que soit la devise dans laquelle les instruments fi nanciers sont libellés. 90 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Het deel gelddeposito’s van de door het Garantiefonds ingestelde beleggers beschermingsregeling voorziet, ten belope van een maximumbedrag van 100 000 euro per belegger en per vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB’s of beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die aan deze regeling deelneemt, in de te- rugbetaling van de gelddeposito’s, die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het verbod voor die vennootschappen om gelddeposito’s van cliënten in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, ongeacht de valuta waarin die zijn uitgedrukt, op voorwaarde dat deze gelddeposito’s niet reeds zijn gedekt door de deposito beschermingsregeling als bedoeld in de artikelen 380 tot 384/1 van de wet van 25 april 2014. Art. 99 De Koning kan bepalen welke informatie de ven- nootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan de beleggers moeten ver- strekken over de dekking van hun tegoeden ingevolge voornoemde regeling. Art. 100 Het Garantiefonds neemt de nodige maatregelen en treft de nodige voorzieningen om de bijkantoren van de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, in staat te stellen deel te nemen aan de beleggersbeschermingsregeling die het beheert, met de bedoeling, binnen de grenzen van die regeling, de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de vennootschap in haar Staat deelneemt, aan te vullen. Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen tegenover de beleggersbeschermings regeling niet nakomt, wendt het Garantiefonds zich in samenwerking met de FSMA tot de bevoegde overheid die de vergunning heeft verleend aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies, de beheervennootschap van AICB’s of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaronder het bijkantoor ressorteert. Indien de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verhol- pen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies van deze overheid, het bijkantoor uitsluiten na afl oop van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De Le volet dépôts de fonds du système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit, jusqu’à un plafond de 100 000 euros par investisseur et par société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, société de gestion d’OPCA, ou société de gestion d’organismes de placement collectif adhérant à ce système, le remboursement des dépôts de fonds, qui ont été effectués dans l’ignorance de bonne foi de l’interdiction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir ou conserver des dépôts de fonds de clients, quelle que soit la devise dans laquelle ils sont libellés, à condition que ces dépôts de fonds ne soient pas déjà couverts par le système de protection des dépôts visé dans les articles 380 à 384/1 de la loi du 25 avril 2014. Art. 99 Le Roi peut règler le contenu de l’information à pro- curer aux investisseurs par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, les société de gestion d’OPCA, et les société de gestion d’orga- nismes de placement collectif concernant la couverture de leurs avoirs résultant du système précité. Art. 100 Le Fonds de garantie prend les mesures et dispo- sitions nécessaires pour permettre aux succursales des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, des sociétés de gestion d’OPCA et des sociétés de gestion d’organismes de placement collectif relevant du droit d’un autre État membre de participer au système de protection des investisseurs dont il assume la gestion, en vue de compléter, dans les limites de cesystème, les garanties procurées par le système auquel la société adhère dans son État. Si la succursale qui a fait usage de la faculté prévue par l’alinéa 1er ne remplit pas ses obligations envers le système de protection des investisseurs, le Fonds de garantie en collaboration avec la FSMA, en sai- sissent l’autorité compétente qui a délivré l’agrément à la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement à la société de gestion d’OPCA ou à la société de gestion d’organismes de placement collectif dont relève la succursale. A défaut de redressement de la situation, dans les douze mois, le Fonds de garantie peut, de l’avis conforme de cette autorité, exclure la succursale au terme d’un préavis de douze mois. Les engagements à terme antérieurs à l’exclusion restent 91 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven door de beschermingsregeling gedekt tot ze vervallen. De andere tegoeden die voor de uitsluiting werden gehou- den, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo niet, door de FSMA op de hoogte gebracht van het verval van de dekking. Art. 101 De Koning kan, op advies van de FSMA, de waarde- rings- en berekeningswijze vaststellen voor de initiële bijdrage die aan de beleggersbeschermingsregeling moet worden gestort door de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheerven- nootschappen van AICB’s en de beheervennootschap- pen van instellingen voor collectieve belegging die voor het eerst toetreden en waarvoor onvoldoende bijdragen worden ingebracht, afkomstig van een regeling waaraan zij vroeger hebben deelgenomen. TITEL 5 Bemiddelaars inzake valutahandel Art. 102 Zijn enkel gemachtigd om in België voor eigen re- kening of als commissionair dan wel als lasthebber deviezen te verhandelen: 1° de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank; 2° de kredietinstellingen naar Belgisch recht; 3° de buitenlandse kredietinstellingen die hun werk- zaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de wet van 25 april 2014; 4° de beursvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in titel II van het boek XII van de wet van 25 april 2014; 5° de buitenlandse beursvennootschappen die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens boek XII, titel III van de wet van 25 april 2014; 6° de betalingsinstellingen naar Belgisch recht waar- aan de Bank een vergunning heeft verleend conform artikel 6 van de wet van 21 december 2009; 7° de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die hun werkzaamheden in couverts par le système de protection, jusqu’à leur terme. Les autres avoirs détenus antérieurement à l’exclusion restent couverts pendant douze mois. Les investisseurs sont informés par la succursale, ou, à défaut, par la FSMA , de la cessation de la couverture. Art. 101 Le Roi peut, sur avis de la FSMA, déterminer le mode d’évaluation et de calcul de la contribution initiale à verser au système de protection des investisseurs par les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement les sociétés de gestion d’OPCA et les sociétés de gestion d’organismes de placement collectif qui y adhèrent pour la première fois et pour lesquels ne sont pas versées des contributions suffisantes apportées par un système auquel ils auraient adhéré antérieurement. TITRE 5 Des intermédiaires en matiere de commerce des devises Art. 102 Seuls sont habilités à effectuer en Belgique, pour compte propre ou comme commissionnaire ou man- dataire, le commerce des devises: 1° la Banque Nationale de Belgique et la Banque centrale européenne; 2° les établissements de crédit de droit belge; 3° les établissements de crédit étrangers autorisés à exercer leurs activités en Belgique en vertu de la loi du 25 avril 2014; 4° les sociétés de bourse de droit belge visées au titre II du livre XII de la loi du 25 avril 2014; 5° les sociétés de bourse étrangères autorisées à exercer leurs activités en en Belgique en vertu du livre XII, titre III de la loi du 25 avril 2014; 6° les établissements de paiement de droit belge agréés par la Banque conformément à l’article 6 de la loi du 21 décembre 2009; 7° les établissements de paiement relevant du droit d’un autre État membre autorisés à exercer leurs 92 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 België mogen uitoefenen conform artikel 39 en volgende van de wet van 21 december 2009; 8° De Post. Het eerste lid is niet van toepassing op verrichtingen voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart. Art. 103 De Koning bepaalt: 1° de regels betreffende de registratie van de in België gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 102, tweede lid en de re- geling alsook het toezicht die op hen van toepassing zijn; 2° de regels waaraan de in artikel 102, tweede lid, bedoelde deviezenverrichtingen zijn onderworpen. De personen bedoeld in het eerste lid dienen over de noodzakelijke professionele betrouw-baarheid en de passende ervaring te beschikken voor de uitoefening van de werkzaamheden omschreven in artikel 102, tweede lid. Zij mogen zich niet in één van de gevallen bevinden als beschreven in artikel 20 van de wet van 25 april 2014. Wanneer het een vennootschap betreft, gelden de voornoemde voorwaarden voor de personen die de feitelijke leiding hebben. De registratie van de vennootschap wordt geweigerd indien de personen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrecht-verlenende deelneming heb- ben van ten minste 5 pct. in het kapitaal van de ven- nootschap niet geschikt zijn, gelet op een gezond en voorzichtig beleid. De Koning kan bepalen dat de registratie wordt geweigerd, herroepen of geschorst wanneer de perso- nen bedoeld in het eerste lid, 1°, niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden of de andere voorwaarden die Hij bepaalt. De Koning regelt de procedure van registratie, alsook van schorsing en herroeping van de registratie. De FSMA kan aan de instellingen als bedoeld in ar- tikel 102, eerste lid, 1° tot 8°, vragen haar inlichtingen activités en Belgique conformément aux articles 39 et suivants de la loi du 21 décembre 2009; 8° La Poste. L’alinéa  1er n’est pas applicable aux opérations d’achat ou de vente au comptant de devises sous forme d’espèces ou de chèques libellés en devises ou par l’utilisation d’une carte de crédit ou de paiement. Art. 103 Le Roi détermine: 1° les règles relatives à l’enregistrement des per- sonnes établies en Belgique qui, à titre professionnel, exécutent les opérations visées à l’article 102, ali- néa 2 et le régime ainsi que le contrôle qui leur sont applicables; 2° les règles auxquelles sont soumises les opérations sur devises visées à l’article 102, alinéa 2. Les personnes visées à l’alinéa 1er doivent posséder l’honorabilité professionnelle nécessaire et l’expertise adéquate pour exercer les activités visées à l’article 102, alinéa 2. Elles ne peuvent se trouver dans l’un des cas défi nis par l’article 20 de la loi du 25 avril 2014. Lorsqu’il s’agit d’une société, les conditions précitées s’appliquent aux personnes chargées de la direction effective. L’enregistrement de la société est refusé si les per- sonnes qui détiennent directement ou indirectement dans le capital de la société une participation, conférant le droit de vote ou non, de 5 pct. au moins, ne présentent pas les qualités nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion saine et prudente de la société. Le Roi peut prévoir que l’enregistrement est refusé, révoqué ou suspendu si les personnes visées à l’ali- néa 1er, 1°, ne satisfont pas aux conditions légales ou aux autres conditions qu’Il détermine. Le Roi règle la procédure d’enregistrement ainsi que celle de la suspension et de la révocation de l’enregistrement. La FSMA peut demander, dans le délai qu’elle déter- mine, aux établissements visés à l’article 102, alinéa 1er, 93 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 te verstrekken, binnen de termijn die zij vaststelt, be- treffende de door die instellingen met deze personen verrichte transacties. TITEL 6 Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en informatieverstrekking HOOFDSTUK 1 Samenwerking tussen overheden Art. 104 De FSMA kan, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002, situaties naar de Europese Autoriteit voor effecten en markten verwijzen waarin een verzoek in verband met toezichtsactiviteiten, verifi catie ter plaatse, onderzoek en informatie-uitwisseling werd afgewezen, of niet binnen een redelijke termijn geho- noreerd werd. Art. 105 Met de goedkeuring van de minister van Financiën kan de FSMA, op basis van het wederkerigheidsbegin- sel, met de toezichthoudende overheden van het land van herkomst van de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie, en met de toezichthoudende overheden voor de andere bijkantoren van deze onderneming die buiten België gevestigd zijn, overeenkomen welke verplichtingen en verbodsbepalingen voor het bijkantoor van deze ven- nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in België gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de informatie-uitwisseling met deze overheden worden georganiseerd. Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen die beter aansluiten bij de aard en spreiding van de werkzaamheden van de vennootschap voor vermogens- beheer en beleggingsadvies en het toezicht, mogen de overeenkomsten afwijken van de bepalingen van afdeling 3 van het huidig hoofdstuk. Voor zover er een algemeen toezicht bestaat dat vol- doet aan de criteria vastgesteld krachtens afdeling 3 van het huidig hoofdstuk, mogen deze overeenkomsten vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde voorschriften van deze afdeling en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. 1° à 8°, des informations relatives aux transactions effectuées entre ces établissements et ces personnes. TITRE 6 Collaboration entre autorités compétentes et communication d’informations CHAPITRE 1ER De la collaboration entre autorités Art. 104 La FSMA peut, comme prévu par l’article 77, § 1er, de la loi du 2  août  2002  renvoyer devant l’Autorité européenne des marchés fi nanciers des situations dans lesquelles une requête relative à des activités de contrôle, de vérifi cation sur place, d’enquête et d’échange d’informations a été rejetée ou n’a pas été suivie d’effet dans un délai raisonnable. Art. 105 La FSMA peut, moyennant l’approbation du ministre des Finances, convenir, sur base de la réciprocité, avec les autorités de contrôle de l’État d’origine de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investisse- ment étrangère relevant du droit de pays tiers et avec celles des autres succursales de cette société établies dans d’autres États que la Belgique, de règles relatives aux obligations et interdictions de la succursale de cette société de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement en Belgique, à l’objet et aux modalités de sa surveillance ainsi qu’aux modalités de la collaboration et de l’échange d’informations avec ces autorités. Les conventions peuvent déroger aux dispositions de la section 3 du présent chapitre en vue de fi xer des règles et modalités plus appropriées à la nature et à la répartition des activités de la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère et de son contrôle. Moyennant l’existence d’un contrôle global répondant aux critères prévus en vertu de la section 3 du présent chapitre, ces conventions peuvent dispenser de l’appli- cation de certaines dispositions de cette section et des arrêtés et règlements pris pour son exécution. 94 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen voor de bijkantoren van een vennootschap voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies in een derde land waarop zij betrekking hebben, geen gunstiger regels bevatten dan voor de in België gevestigde bijkantoren van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg- gingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat. De overeenkomsten moeten een opzeggingsclausule met opzegging van ten hoogste zes maanden bevatten. De FSMA publiceert in haar jaarverslag de lijst en de inhoud van de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten. HOOFDSTUK 2 Informatieverstrekking Art. 106 De FSMA verstrekt op haar website de volgende informatie: 1° de wetgeving op het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, en de besluiten, re- glementen en circulaires genomen in uitvoering of met toepassing van deze wetgeving; 2° een omzettingstabel van de bepalingen van de Europese richtlijnen inzake prudentieel toezicht op beleggings ondernemingen, met opgaaf van de weer- houden opties; 3° de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 56, § 2; 4° geaggregeerde statistische gegevens over de belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1° bedoelde wetgeving; 5° andere informatie, als voorgeschreven bij besluiten en reglementen genomen in uitvoering van deze wet. De in het eerste lid bedoelde informatie wordt in voorkomend geval op de website bekendgemaakt op de wijze als overeengekomen tussen de landen van de Europese Economische Ruimte. De FSMA zorgt voor een geregelde actualisering van de op haar website verstrekte informatie. Les conventions prévues par le présent article ne peuvent comporter au bénéfi ce des succursales d’une société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangère relevant du droit d’un pays tiers qu’elles concernent des règles plus favorables que celles qui s’appliquent aux succursales établies en Belgique de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement étrangères relevant du droit d’un autre État membre. Les conventions doivent comporter une clause de résiliation moyennant un préavis qui ne peut excé- der six mois. La FSMA publie dans son rapport annuel la liste et la substance des conventions conclues en vertu du présent article. CHAPITRE 2 De la communication d’informations Art. 106 La FSMA fournit sur son site web les informations suivantes: 1° la législation relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement, ainsi que les arrêtés, règlements et circulaires pris en exécution ou en appli- cation de cette législation; 2° un tableau de transposition des dispositions des directives européennes relatives à la surveillance pru- dentielle des entreprises d’investissement, indiquant les options retenues; 3° les critères de vérification et les méthodes qu’elle utilise pour procéder à l’évaluation visée à l’article 56, § 2; 4° des données statistiques agrégées sur les prin- cipaux aspects relatifs à l’application de la législation visée au 1°; 5° toute autre information prescrite par les arrêtés et règlements pris en exécution de la présente loi. Les informations visées à l’alinéa 1er sont, le cas échéant, publiées sur le site web de la FSMA selon les modalités convenues entre les États membres de l’Espace économique européen. La FSMA veille à actualiser régulièrement les informations fournies sur son site web. 95 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 TITEL 7 Strafrechtelijke sancties Art. 107 § 1. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van die straffen alleen wordt gestraft: 1° wie het bedrijf uitoefent van een beleggingsonder- neming als bedoeld in artikel 3 zonder daartoe te zijn vergund of geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van de huidige wet of wanneer afstand is gedaan van die vergunning of registratie of die vergunning of registratie is ingetrokken, herroepen, geschorst of geschrapt; 2° wie zich niet conformeert aan artikel 9; 3° wie met opzet de kennisgevingen als bedoeld in artikel 31, §§ 1 en 5, niet verricht, wie het in artikel 31, § 3, bedoelde verzet negeert of wie de in artikel 32, eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert; 4° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de artikelen 36, 44, 55, eerste lid, eerste en derde zin, en tweede lid, 59, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste en tweede lid, en 60, § 2, achtste lid, overtreedt; 5° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur van een beleggingsonderneming die in het buitenland een bijkantoor opent of diensten verstrekt, zonder de kennis- gevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 47 of 51 of die zich niet conformeert aan de artikelen 50 en 53; 6° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de in artikel 55, eerste lid, tweede zin, en derde lid, 59, § 2, vierde lid, en negende lid, § 4, en § 5, derde lid, en § 9, 60, § 2, vijfde en laatste lid, en § 3; 7° wie zich niet conformeert aan de artikelen 102, eerste lid en 103; 8° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen van de speciaal commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°, of die indruisen tegen een schorsingsbeslissing overeenkomstig artikel 64, § 1, 4°; 9° wie de onderzoeken en controles verhindert waar- toe hij verplicht is in het land of in het buitenland, dan wel weigert de gegevens te verstrekken waartoe hij verplicht TITRE 7 Sanctions pénales Art. 107 § 1er. Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à un an et d’une amende de 50 EUR à 10 000 EUR ou d’une de ces peines seulement: 1° ceux qui exercent l’activité d’une entreprise d’in- vestissement visée à l’article 3 sans que cette entreprise soit agréée ou enregistrée à cet effet conformément aux dispositions de la présente loi, ou après avoir renoncé à cet agrément ou cet enregistrement ou s’être vu reti- rer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou cet enregistrement; 2° ceux qui ne se conforment pas à l’article 9; 3° ceux qui sciemment s’abstiennent de faire les noti- fi cations visées à l’article 31, §§ 1er et 5, ceux qui passent outre à l’opposition visée à l’article 31, § 3, ou ceux qui passent outre à la suspension visée à l’article 32, alinéa 1er, 1°; 4° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux articles 36, 44, 55, alinéa 1er, 1re et 3e phrases, et alinéa 2, 59, § 2, alinéa 4, 1re phrase, et § 5, alinéas 1er et 2, et 60, § 2, alinéa 8; 5° les administrateurs, les gérants ou les directeurs d’une entreprise d’investissement qui, à l’étranger, ouvrent une succursale ou y prestent des services sans avoir procédé aux notifi cations prévues par les articles  47  ou 51  ou qui ne se conforment pas aux articles 50 et 53; 6° les administrateurs, les gérants ou les directeurs qui contreviennent aux arrêtés ou aux règlements visés aux articles 55, alinéa 1er, 2e phrase, et alinéa 3, 59, § 2, alinéa 4, et alinéa 9, § 4, § 5, alinéa 3, et § 9, 60, § 2, alinéa 5 et dernier alinéa, et § 3; 7° ceux qui ne se conforment pas aux articles 102, alinéa 1er, et 103; 8° ceux qui accomplissent des actes ou opérations sans avoir obtenu l’autorisation du commissaire spécial visée à l’article 64, § 1er, 1° ou à l’encontre d’une déci- sion de suspension prise conformément à l’article 64, § 1er, 4°; 9° ceux qui mettent obstacle aux inspections et vérifi cations auxquelles ils sont tenus dans le pays ou à l’étranger ou refusent de donner des renseignements 96 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 is op grond van titels III en V, of wie bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt. § 2. Overtredingen van de artikelen 24 en 45 worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van 1 000 euro tot 10 000 euro. § 3. Elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die zich niet schikt naar de bepalingen van de met toepassing van artikel 54 getroffen reglementen wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van deze straffen alleen. Art. 108 De voorschriften van het eerste boek van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezon- derd, zijn van toepassing op de misdrijven die door deze titel worden bestraft. Art. 109 De ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de geldboetes waartoe hun bestuurders, zaakvoer- ders, directeuren of lasthebbers met toepassing van de voorschriften van deze titel worden veroordeeld. Art. 110 Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de overtreding van deze titel of één van de in artikel 24 be- doelde wetgevingen, tegen bestuurders, directeuren, zaakvoerders, lasthebbers, verantwoordelijken voor onafhankelijke controlefuncties van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding van huidige titel tegen iedere andere natuurlijke of rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door de gerechtelijke of bestuursrechtelijke overheid waar dit aanhangig is gemaakt. Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het eerste lid bedoelde misdrijven moet ter kennis worden gebracht van de FSMA door het openbaar ministerie. Art. 111 De FSMA is gerechtigd in elke stand van het geding tussen te komen voor de strafrechter bij wie een door qu’ils sont tenus de fournir en vertu des titres III et V ou qui donnent sciemment des renseignements inexacts ou incomplets. § 2. Sont punies d’un emprisonnement de trois mois à deux ans et d’une amende de 1 000 EUR à 10 000 EUR, les infractions aux articles 24 et 45. § 3. Sont punis d’un emprisonnement de huit jours à trois mois et d’une amende de 50 EUR à 10 000 EUR ou de l’une de ces peines seulement, les administra- teurs, gérants ou directeurs qui ne se conforment pas aux dispositions des règlements pris en exécution de l’article 54. Art. 108 Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l’article 85, sont appli- cables aux infractions punies par le présent titre. Art. 109 Les sociétés sont civilement responsables des amendes auxquelles sont condamnés leurs administra- teurs, gérants, directeurs ou mandataires en application des dispositions du présent titre. Art. 110 Toute information du chef d’infraction au présent titre ou à l’une des législations visées à l’article 24 à l’en- contre d’administrateurs, de directeurs, de gérants, de mandataires, de responsables de fonctions de contrôle indépendantes de sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement et toute information du chef d’infraction au présent livre à l’encontre de toute autre personne physique ou morale doit être portée à la connaissance de la FSMA par l’autorité judiciaire ou administrative qui en est saisie. Toute action pénale du chef des infractions visées à l’alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la FSMA à la diligence du ministère public. Art. 111 La FSMA est habilitée à intervenir en tout état de cause devant la juridiction répressive saisie d’une 97 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 deze wet bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat zij daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen. De tussenkomst geschiedt volgens de regels die gelden voor de burgerlijke partij. TITEL 8 Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1 Overgangsbepalingen Art. 112 De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behou- den die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die over- eenstemmen met hun huidige vergunning. Art. 113 De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een lidstaat, en zijn geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het ko- ninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in de artikelen 10, § 4, en 11, § 2. De bijkantoren van de beleggings ondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en op de datum van inwerkingtreding van deze wet over een vergunning beschikken, behouden die voor de beleg- gingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun huidige vergunning. De beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een derde land, en zijn geregistreerd op de lijst als bedoeld in artikel 25, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in artikel 14, § 2, derde lid. Art. 114 § 1. De koninklijke besluiten, de reglementen van de FSMA en alle andere handelingen van reglementaire infraction punie par la présente loi, sans qu’elle ait à justifi er d’un dommage. L’intervention suit les règles applicables à la par- tie civile. TITRE 8 Dispositions diverses CHAPITRE 1ER Dispositions transitoires Art. 112 Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui disposent d’un agrément à la date d’entrée en vigueur de la présente loi, le conservent pour ceux des services et/ou activités d’investissement et services auxiliaires visés à l’article 2, qui correspondent à leur agrément existant. Art. 113 Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un État membre enregistrées sur les listes visées aux articles 3 et 4 de l’arrêté royal du 20 décembre 1995 re- latif aux entreprises d’investissement étrangères sont, de plein droit, enregistrées sur les listes visées aux articles 10, § 4 et 11, § 2. Les succursales d’entreprises d’investissement relevant du droit d’un pays tiers qui disposent d’un agrément à la date d’entrée en vigueur de la présente loi, le conservent pour ceux des services et/ou activités d’investissement et services auxiliaires visés à l’article 2, qui correspondent à leur agrément existant. Les entreprises d’investissement relevant du droit d’un pays tiers fi gurant sur la liste visée à l’article 25, § 2, alinéa 3 de l’arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entreprises d’investissement étrangères sont, de plein droit, reprises sur la liste visée à l’article 14, § 2, alinéa 3. Art. 114 § 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la FSMA ainsi que tous autres actes de nature réglementaire 98 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 aard die ter uitvoering van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder- nemingen zijn vastgesteld, blijven van toepassing voor zover de bepalingen van deze wet voorzien in de alge- mene of specifi eke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen, en hun inhoud niet in strijd is met deze wet. § 2. De door de FSMA verleende machtigingen en afwijkingen en alle handelingen met individuele draag- wijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van voor- noemde wet van 6 april 1995 of van de reglementaire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd. Art. 115 Voor de toepassing van de artikelen 96 tot 101 dienen de woorden “het Garantiefonds” te worden begrepen als het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s, levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöpe- ratieve vennootschappen, en het Beschermingsfonds voor deposito’s en fi nanciële instrumenten, in functie van hun respectieve opdrachten opgenomen in het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de fi nanciële stabiliteit en inzonder- heid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de fi nanciële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito’s, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot op- richting van een beschermingsfonds voor deposito’s en fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële instrumenten. HOOFDSTUK 2 Wijzigingsbepalingen Art. 116 In de artikelen 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, eer- ste lid, 311, eerste lid, 399, eerste lid, 422, eerste en derde lid, 449, eerste lid, 468, zesde lid, 1°, 600, eerste lid, 771, 798, eerste lid en 869 van het Wetboek van Vennootschappen, worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de adoptés en exécution de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investisse- ment demeurent applicables dans la mesure où les dispositions de la présente loi prévoient les habilitations juridiques, générales ou spécifi ques, nécessaires à ces actes réglementaires et que leur contenu n’est pas contraire à la présente loi. § 2. Les autorisations et dérogations données par la FSMA ainsi que tous les actes de portée indivi- duelle adoptés antérieurement sur la base de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement ou des actes réglementaires adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation ou modifi cation décidée conformément à la présente loi. Art. 115 Pour l’application des articles 96 à 101, les mots “Fonds de garantie” doivent s’entendre comme com- prenant à la fois le Fonds spécial de protection pour les dépôts, les assurances sur la vie et le capital de sociétés coopératives agréées et le Fonds de protec- tion des dépôts et des instruments fi nanciers, selon leurs missions respectives prévues par l’arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promou- voir la stabilité fi nancière et instituant en particulier une garantie d’État relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité fi nan- cière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de sociétés coopéra- tives agréées, et modifi ant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers, et par la loi du 17 décembre 1998 créant un Fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers et réorganisant les systèmes de protection des dépôts et des instruments fi nanciers. CHAPITRE 2 Dispositions modifi catives Art. 116 Dans les articles 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, alinéa 1er, 311, alinéa 1er, 399, alinéa 1er, 422, alinéas 1er et 3, 449, alinéa 1er, 468, alinéa 6, 1°, 600, alinéa 1er, 771, 798, alinéa 1er, et 869 du Code des sociétés, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont chaque fois 99 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 kredietinstellingen” telkens vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op kredietinstellingen en beurs vennootschappen “. Art. 117 In artikel 88, tweede lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden “artikel 1, §  3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs” vervan- gen door de woorden “artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan- ciële sector en de fi nanciële diensten”. Art. 118 In artikel 92, § 3, 4° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden “artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggings ondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet” vervangen door de woorden “artikel 3 van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet”. Art. 119 In artikel 107, § 1, vierde lid van hetzelfde Wetboek, worden de woorden “artikel 1, §  3, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs” vervan- gen door de woorden “artikel 2, 5° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan- ciële sector en de fi nanciële diensten”. Art. 120 In artikel 108, 3° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden “artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 45 van deze wet” vervangen door de woorden “artikel 3 van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 117 Dans l’article 88, alinéa 2 du même Code, les mots “l’article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d’in- vestissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “l’article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative à la sur- veillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers”. Art. 118 Dans l’article 92, § 3, 4° du même Code, modifi é par la loi du 18 décembre 2015, les mots “l’article 44 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement, à l’exclusion des établis- sements visés à l’article 45 de cette loi” sont remplacés par les mots “l’article 3 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, à l’exclusion des établissements visés à l’article 4 de cette loi”. Art. 119 Dans l’article 107, § 1er, alinéa 4 du même Code, les mots “l’article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marches secondaires, au statut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “l’article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers”. Art. 120 Dans l’article 108, 3°, du même Code, modifi é par la loi du 18 décembre 2015, les mots “l’article 44 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement, à l’exclusion des établis- sements visés à l’article 45 de cette loi” sont remplacés par les mots “l’article 3 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de 100 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 van en het toezicht op de vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet”. Art. 121 In artikel 141 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden “artikel 47, § 1, 1°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “artikel 6, § 1, 1°, van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 122 In artikel 145, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden “de wet van 6 april 1995 inzake de secun- daire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden “de wet van … betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 123 In artikel 430, §  2, 1° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25  april  2014, worden de woorden “ondernemingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kre- dietinstellingen” vervangen door de woorden “kredietin- stellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”. Art. 124 In artikel 468, zesde lid, 2° van hetzelfde Wetboek, worden de woorden “de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne- mingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs” ver- vangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. portefeuille et de conseil en investissement, à l’exclusion des établissements visés à l’article 4 de cette loi”. Art. 121 Dans l’article 141 du même Code, modifi é par la loi du 18 décembre 2015, les mots “l’article 47, § 1er, 1°, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” sont remplacés par les mots “l’article 6, § 1er, 1°, de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 122 Dans l’article 145, 3°, du même Code, les mots “la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au sta- tut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 123 Dans l’article 430, § 2, 1°, du même Code, modi- fi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “entreprises régies par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “établissements de crédit régis par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 124 Dans l’article 468, alinéa 6, 2°, du même Code, les mots “la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entre- prises d’investissement et à leur contrôle, aux intermé- diaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. 101 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 125 In artikel 629, § 2, 1° en 630, § 2, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “ondernemingen die worden beheerst door de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op de kredietinstellingen” telkens vervangen door de woorden “kredietinstellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 126 In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betref- fende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2106, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepalingen onder 10°, a), 34° en 41°, wor- den de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” telkens vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 49°, luidende: “49° wet van …: wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”; 3° in het tweede lid, worden de woorden “wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “wet van …”. Art. 127 In artikel 19, § 3, derde lid van dezelfde wet, worden de woorden “artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van voornoemde wet van 6  april  1995” vervangen door de woorden “artikel 32, tweede en derde lid van de wet van …”. Art. 128 In artikel 27, § 6, vierde streepje van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woor- den “artikel 42 van de wet van 25 april 2014 en artikel 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” Art. 125 Dans les articles 629, § 2, 1°, et 630, § 2, du même Code, modifi és par la loi du 25 avril 2014, les mots “entreprises régies par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont chaque fois remplacés par les mots “établissements de crédit régis par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 126 Dans l’article 2 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nan- ciers, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 10°, a), le 34° et le 41°, les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établis- sements de crédit” sont chaque fois remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 2° l’alinéa 1er est complété par le 49° rédigé comme suit: “49° loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”; 3° dans l’alinéa 2, les mots “loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investisse- ment” sont remplacés par les mots “loi du …”. Art. 127 Dans l’article 19, §  3, alinéa 3  de la même loi, les mots “l’article 67, § 7, alinéas 2 et 3, de la loi du 6  avril  1995  précitée” sont remplacés par les mots “l’article 32, alinéas 2 et 3 de la loi du …”. Art. 128 Dans l’article 27, § 6, 4ème tiret de la même loi, modifi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “de l’article 42 de la loi du 25 avril 2014, ainsi que par et en vertu de l’article l’article 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” 102 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 vervangen door de woorden “de artikelen 42 en 510 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 42 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen, en artikel 26 van de wet van …”. Art. 129 In dezelfde wet, wordt een artikel 28quater inge- voegd, luidende: “Art. 28quater. De Koning kan, na advies van de FSMA en de BNB, bepalen welke verplichtingen en verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsonder- nemingen die ten aanzien van professionele cliënten, actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer fi nanciële instrumenten waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in contact brengen van deze professionele cliënten waar- door er tussen hen een verrichting tot stand kan komen. Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de administratieve en boekhoudkundige verwerking van deze verrichtingen.”. Art. 130 In artikel 31, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij het ko- ninklijk besluit van 27 april 2007, worden de woorden “ar- tikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggings ondernemingen” vervangen door de woorden “de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528 van de wet van 25 april 2015, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen”. Art. 131 In artikel 45, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatste- lijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 3°, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: a) in de bepaling onder f), worden de woorden “de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de wet van 25 april 2014 en de artikelen 62 en 62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het sont remplacés par les mots “des articles 42 et 510 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l’article 42 précité applicable aux sociétés de bourse, ainsi que par et en vertu de l’article 26 de la loi du …”. Art. 129 Dans la même loi, il est inséré un article 28quater rédigé comme suit: “Art. 28quater. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de la BNB, déterminer les obligations et interdictions appli- cables aux entreprises d’investissement qui exercent pour des clients professionnels des activités de récep- tion et transmission d’ordres portant sur un ou plusieurs instruments fi nanciers lorsque cette activité porte sur la mise en rapport de ces clients professionnels permettant ainsi la réalisation entre eux d’une opération. Le présent arrêté peut déterminer notamment les règles de conduite et les règles d’incompatibilité applicables à ces entreprises, ainsi que les règles en matière de traitement administratif et comptable de ces opérations.”. Art. 130 Dans l’article 31, § 5, de la même loi, modifi é par l’arrêté royal du 27 avril 2007, les mots “l’article 77bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” sont remplacés par les mots “les articles 65, §§ 1er et 2, et 528 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l’article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse”. Art. 131 Dans l’article 45, § 1er, alinéa 1er de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 3°, les modifications suivantes sont apportées: a) dans le f), les mots “les articles 21, 41, 42, 64 et 65, ainsi que l’article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d’investissement et l’exercice d’activités d’investissement, de la loi du 25 avril 2014, ainsi que les articles 62 et 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” 103 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65 § 3, evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggings- activiteiten, van de wet van 25 april 2014, de artikelen 502, 510, 527 en 528, evenals 530 voor wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de diezelfde wet voor zover de artikelen 502 en 528, eerste lid van die wet de voormelde artikelen 21 en 65, § 3, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen en de artikelen 25 en 26 van de wet van …”; b) de bepaling onder g) wordt vervangen als volgt: “g. de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen”. 2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden “en tegen het onrechtmatige gebruik van bena- mingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd”. Art. 132 In artikel 75, § 1, 1°, tweede lid van dezelfde wet, wor- den de woorden “artikel 95, §§ 5bis en 5ter, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggings-ondernemingen” vervangen door de woorden “artikel 59, §§ 6 en 7, van de wet van …”. Art. 133 In artikel 86bis, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laat- stelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 2°, worden de woorden “artikel 137 of aan artikel 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder- nemingen” vervangen door de woorden “artikel 102 of aan artikel 103 van de wet van …”. b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende: “6° in België openbaar gebruik maakt van bena- mingen of titels voert die krachtens de wettelijke of reglementaire bepalingen zijn voorbehouden aan ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd, zonder zelf te sont remplacés par les mots “les articles 21, 41, 42, 64 et 65, § 3, ainsi que l’article 66 en ce qui concerne la fourniture de services d’investissement et l’exercice d’activités d’investissement, de la loi du 25 avril 2014, les articles 502, 510, 527  et 528, ainsi que l’article 530 en ce qui concerne la fourniture de services d’in- vestissement et l’exercice d’activités d’investissement, de la même loi, dans la mesure où les articles 502 et 528, alinéa 1er de cette loi rendent les articles 21 et 65, § 3, précités applicables aux sociétés de bourse, ainsi que les articles 25 et 26 de la loi du …”; b) le g) est remplacé par ce qui suit: “g. les articles 65, §§ 1er et 2, et 528, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend l’article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés de bourse”. 2° le 5° est complété par les mots “et contre l’usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque”. Art. 132 Dans l’article 75, §  1er, 1°, alinéa 2  de la même loi, les mots “l’article 95, §§ 5bis et 5ter, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement” sont remplacés par les mots “l’article 59, §§ 6 et 7, de la loi du …”. Art. 133 Dans l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans le 2°, les mots “l’article 137 ou à l’article 139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” sont rem- placés par les mots “l’article 102 ou à l’article 103 de la loi du …”. b) l’alinéa est complété par un 6°, rédigé comme suit: “6° fait usage public en Belgique de dénominations ou porte des titres réservés en vertu de dispositions légales ou réglementaires à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque, sans avoir été agréée, inscrite ou enregistrée 104 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd conform de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen of na afstand te hebben gedaan van deze vergunning, inschrijving of registratie, dan wel nadat die vergunning, inschrijving of registratie werd ingetrokken, geschrapt of herroepen.” Art. 134 In artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 29 juni 2016, wor- den de woorden “artikel 109, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder- nemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden “artikel 69, § 1, tweede lid, of § 2, van de wet van …”. Art. 135 In de artikelen 4, 1°, a) en d), en 5°, 8, eerste lid, 4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1, derde lid, 12, § 1, 2° en § 2, 2° van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële instrumenten, worden de woorden “bankwet” telkens vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 136 In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° onder de bepaling 1°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt: “b) de beleggingsdiensten en activiteiten in de zin van artikel 2, 1°, 1, 5 en 7 van de wet van … “; 2° in de bepaling onder 5°, worden de woorden “artikel 44 van de wet op de beleggingsdiensten” vervangen door de woorden “artikel 3 van de wet van …”; 3° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt: “7° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 4° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt: conformément aux dispositions légales ou réglemen- taires applicables, ou après avoir renoncé à cet agré- ment, cette inscription ou cet enregistrement ou s’être vu retirer, radier ou révoquer cet agrément, cette inscription ou cet enregistrement. “. Art. 134 Dans l’article 121, § 1er, alinéa 1er, 4° de la même loi, tel que modifi é en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016, les mots “l’article 109, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “l’article 69, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du …”. Art. 135 Dans les articles 4, 1°, a) et d), et 5°, 8, alinéa 1er, 4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1er, alinéa 3, 12, § 1er, 2° et § 2, 2° de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instruments fi nanciers, les mots “loi bancaire” sont chaque fois remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 136 Dans l’article 4 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 1°, le b) est remplacé par ce qui suit: “b) les services et activités d’investissement au sens de l’article 2, 1°, 1, 5 et 7 de la loi du … “; 2° dans le 5°, les mots “l’article 44 de la loi sur les services d’investissement” sont remplacés par les mots “l’article 3 de la loi du …”; 3° le 7° est remplacé par ce qui suit: “7° loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. 4° le 9° est remplacé par ce qui suit: 105 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “9° wet van …: wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 137 In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vijfde lid, worden de woorden “artikel 46, 23° van de wet op de beleggingsdiensten. De voorschriften bepaald door en krachtens artikel 110 van dezelfde wet zijn van toepassing” vervangen door de woorden “artikel 2, 26° van de wet van …. De voorschriften bepaald door artikelen 10, en 70 tot 82 van de wet van … en door arti- kelen 590, 592 tot 600 van de wet van 25 april 2014 zijn van toepassing”; 2° in het zesde lid, worden de woorden “artikel 79 van de wet op de beleggingsdiensten” vervangen door de woorden “artikel 44 van de wet van … of van artikel 537 van de wet van 25 april 2014”. Art. 138 In artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt: “Bovendien moet hij de volgende verplichtin- gen naleven: 1° de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, b), zijn beperkt tot effecten en tot rechten van deelne- ming in een instelling voor collectieve belegging; 2° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op rekening gelden en fi nanciële instrumenten ontvangen en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat of volmacht hebben op rekening van zijn cliënten, tenzij van inwonende gezinsleden, noch zelf waarden of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open bewaargeving houden.”. Art. 139 In artikel 12, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: “9° loi du …: “la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 137 Dans l’article 5, § 1er de la même loi, modifi é par l’arrêté royal du 27 avril 2007, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans l’alinéa 5, les mots “au sens de l’article 46, 23°, de la loi sur les services d’investissement. Les dispositions prévues par et en vertu de l’article 110 de la même loi sont d’application” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 2, 26°, de la loi du …. Les dispositions prévues par les articles 10, 70 à 82 de la loi du … et par les articles 590, 592 à 600 de la loi du 25 avril 2014 sont d’application”; 2° dans l’alinéa 6, les mots “l’article 79 de la loi sur les services d’investissement” sont remplacés par les mots “l’article 44 de la loi du … ou de l’article 537 de la loi du 25 avril 2014”. Art. 138 Dans l’article 11, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par ce qui suit: “Il doit en outre respecter les obligations suivantes: 1° les services d’investissement visés à l’article 4, 1°, b), sont limités aux valeurs mobilières et parts d’orga- nismes de placement collectif; 2° il ne peut à aucun moment recevoir et garder des fonds et des instruments fi nanciers, ni en espèces ni sur un compte, ou se trouver dans une position débitrice à l’égard de l’épargnant ou de l’investisseur; il ne peut disposer d’aucun mandat ni d’aucune procuration sur un compte de ses clients, excepté sur ceux des membres de sa famille qui font partie de son ménage, ni détenir ou garder en dépôt des valeurs ou des livrets de comptes de ses clients. “. Art. 139 Dans l’article 12, § 1er de la même loi, modifi é par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 106 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt: “3° het verstrekken: — voor eigen rekening, van beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van … en, voor re- kening van derden, van dergelijke beleggingsdiensten met uitzondering van de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°, en — voor eigen rekening, van nevendiensten als be- doeld in artikel 2, 2° van de wet van …. Bovendien mag een makelaar in bank- en beleg- gingsdiensten niet optreden als tussenpersoon voor de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 1) van de wet van …”. b) in de bepaling onder 4° worden de woorden “de artikelen 137 tot en met 139 bis van de wet op de be- leggingsdiensten” vervangen door de woorden “artikel 102 en 103 van de wet van …”. Art. 140 In artikel 56, eerste lid van de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver- handeling op een gereglementeerde markt, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder b) worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 2° in de bepaling onder e) worden de woorden “in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne- mingen” vervangen door de woorden “in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014”; 3° in de bepaling onder f), worden de woorden “in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden ‘in titel III van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”; 4° in de bepaling onder g), worden de woorden “over- eenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van …”; a) le 3° est remplacé par ce qui suit: “3° “la fourniture: — pour son propre compte, des services d’investis- sement visés à l’article 2, 1°, de la loi du …, et, pour le compte de tiers, de tels services d’investissement autres que les services d’investissement visés à l’article 4, 1°, et, — pour son propre compte, des services auxiliaires visés à l’article 2, 2°, de la loi du …. En outre, un courtier en services bancaires et en services d’investissement ne peut pas servir d’intermé- diaire en matière de services auxiliaires visés à l’article 2, 2°, 1) de la loi du …”. b) dans le 4°, les mots “articles 137 à 139bis de la loi sur les services d’investissement” sont remplacés par les mots “articles 102 et 103 de la loi …”. Art. 140 Dans l’article 56, alinéa 1er de la loi du 16 juin 2006 re- lative aux offres publiques d’instruments de placement et aux admissions d’instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le b), les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 2° dans le e), les mots “au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement” sont remplacés par les mots “au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014”; 3° dans le f), les mots “au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre III de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”; 4° dans le g), les mots “en vertu du livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du …”; 107 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 5° in de bepaling onder h), worden de woorden “over- eenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van …”; 6° in de bepaling onder i), worden de woorden “krach- tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van …”. Art. 141 In artikel 68bis, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; b) in de bepaling onder 4° worden de woorden “als bedoeld in artikel 47 van de wet van 6 april 1995 in- zake het statuut van en het toezicht op de beleggings- ondernemingen, voor de deposito’s ontvangen overeen- komstig artikel 77, § 1, tweede lid, van de voornoemde wet” vervangen door de woorden “als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs vennootschappen, voor de deposito’s ontvangen overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet”; c) in de bepaling onder 5° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beurs vennootschappen”. Art. 142 In artikel 25 van de wet van 27 oktober 2006 betref- fende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensi- oenvoorziening, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “wet van 25  april  2014  op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen is van toepassing” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre- dietinstellingen en beurs vennootschappen”. 5° dans le h), les mots “conformément au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi du …”; 6° dans le i) les mots “en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du …”. Art. 141 Dans l’article 68bis, alinéa 1er de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi ca- tions suivantes sont apportées: a) dans le 1°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; b) dans le 4°, les mots “visées à l’article 47 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement, pour les dépôts reçus confor- mément à l’article 77, § 1er, alinéa 2, de la loi précitée” sont remplacés par les mots “visées à l’article 1er, § 3, alinéa 2 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, pour les dépôts reçus conformément à l’article 533 de la loi précitée”; c) dans le 5°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 142 Dans l’article 25 de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, remplacé par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des éta- blissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. 108 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 143 In artikel 10, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overname biedingen, gewijzigd bij de wet van 25  april  2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 2° worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; b) in de bepaling onder 5° worden de woor- den “bedoeld in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggings ondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden “bedoeld in boek XII, titel II van de voornoemde wet van 25 april 2014”; c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden “overeenkomstig boek II, titel III van de voornoemde wet van 6  april  1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”; d) in de bepaling onder 7° worden de woorden “over- eenkomstig boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkom- stig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de voornoemde wet van …”; e) in de bepaling onder 8° worden de woorden “krach- tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV van de voornoemde wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de voornoemde wet van …”. Art. 144 Artikelen 117 en 119 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor fi nanciële instrumenten worden opgeheven. Art. 145 Artikel 120  van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt: Art. 143 Dans l’article 10, § 1er de la loi du 1er avril 2007 rela- tive aux offres publiques d’acquisition, modifi é par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans le 2°, les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; b) dans le 5°, les mots “visées au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermé- diaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “visées au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014 précitée”; c) dans le 6°, les mots “conformément au livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995 précitée” sont remplacés par les mots “conformément au titre II, chapitre III, section Ire de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement “; d) dans le 7°, les mots “conformément au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995 précitée” sont remplacés par les mots “conformément au titre II, chapitre III, section III de la loi précitée du …”; e) dans le 8°, les mots “en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995 pré- citée” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi précitée du …”. Art. 144 Les articles 117 et 119 de l’arrêté royal du 27 avril 2007 visant à transposer la directive européenne concernant les marchés d’instruments fi nanciers sont abrogés. Art. 145 L’article 120 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit: 109 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “Art. 120. Artikel 12, § 1, 3° van dezelfde wet, ge- wijzigd bij de wet van …, wordt aangevuld met twee leden, luidende: “Een makelaar in bank- en beleggingsdiensten kan bovendien in afwijking van het eerste lid, voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden bedoeld in artikel 2, 1°, 5) van de wet van …, met be- trekking tot effecten en rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging. De Koning kan specifi eke organisatorische regels evenals gedragsregels opleggen aan de makelaars in bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden.””. Art. 146 Artikel 40, § 1, van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de in- stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 november 2012, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende: “Artikel 21, § 7, eerste lid, is van toepassing op de betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die hun werkzaamheden in België verrichten via bijkantoren. De betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die in België deviezenverrichtingen uitvoeren als bedoeld in artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, via bijkantoren, worden, wat de uitvoering van deviezenverrichtingen betreft, echter op de lijst van de in België geregistreerde wisselkantoren opgenomen met de vermelding “beta- lingsinstelling die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Daartoe stellen de betrokken betalingsinstellingen de FSMA ervan in kennis dat zij dergelijke deviezenverrichtingen uitvoeren.”. Art. 147 In artikel 48, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt: “Art. 120. L’article 12, § 1er, 3° de la même loi, modifi é par la loi du …, est complété par deux alinéas rédigés comme suit: “En outre, un courtier en services bancaires et en services d’investissement peut, par dérogation à l’ali- néa 1er, offrir pour son propre compte des services de conseil en investissement visés à l’article 2, 1°, 5), de la loi du …, concernant des valeurs mobilières et des parts d’organismes de placement collectif. Le Roi peut imposer des règles d’organisation spéci- fi ques ainsi que des règles de conduite aux courtiers en services bancaires et en services d’investissement qui offrent pour leur propre compte des services de conseil en investissement.””. Art. 146 L’article 40, § 1er de la loi du 21 décembre 2009 rela- tive au statut des établissements de paiements et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 novembre 2012, est complété par un quatrième alinéa rédigé comme suit: “L’article 21, § 7, alinéa 1er est applicable aux établis- sements de paiement visés à l’article 39 qui exercent leur activité en Belgique par la voie de succursales. Toutefois, les établissements de paiement visés à l’article 39 qui exercent en Belgique une activité d’opé- rations sur devises visés à l’article 103 de la loi du ... relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investis- sement, par la voie de succursales sont, pour ce qui concerne cette activité, repris dans la liste des bureaux de change enregistrés en Belgique avec la mention “éta- blissement de paiement exerçant des activités visées l’article 103 de la loi du ... relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. A cet effet, les éta- blissements de paiement concernés notifi ent la FSMA l’exercice de cette activité d’opérations sur devises. “. Art. 147 Dans l’article 48, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est remplacé par l’alinéa suivant: 110 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen van de toepassing van de artikelen 21, paragrafen 1 tot 6 en 8, en 22.”. Art. 148 In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betref- fende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 39° worden de woorden “in boek II, titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “in titel II van de wet van …”; 2° in de bepaling onder 47° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 3° de bepaling onder 48° wordt vervangen als volgt: “48° wet van …: de wet van … betreffende de toe- gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 149 In artikel 42, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …. Art. 150 In artikel 50, § 2, 3° van dezelfde wet worden de woorden “die onder de wet van 6 april 1995 vallen” vervangen door de woorden “die onder boek XII van de wet van 25 april 2014 vallen”. Art. 151 In artikel 71, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: “La Banque ne peut exempter ces personnes morales de l’application des articles 21, paragraphes 1er à 6 et 8 et 22. “. Art. 148 Dans l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2006, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 39°, les mots “au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre II de la loi du …”; 2° dans le 47°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 3° le 48° est remplacé par ce qui suit: “48° loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 149 Dans l’article 42, § 1er, 4°, a) de la même loi, modifi é par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”. Art. 150 Dans l’article 50, § 2, 3°, de la même loi, les mots “qui sont assujetties à la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “qui sont assujetties au livre XII de la loi du 25 avril 2014”. Art. 151 Dans l’article 71, alinéa 1er de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 111 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° in de bepaling onder e) worden de woorden “in boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “in boek XII, titel II van de wet van 25 april 2014”; 2° in de bepaling onder f) worden de woorden “in boek II, titel II van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “in titel III van de wet van …”; 3° in de bepaling onder g) worden de woorden “over- eenkomstig boek II, titel III van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de wet van …”; 4° in de bepaling onder h) worden de woorden “over- eenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de wet van …”; 5° in de bepaling onder i) worden de woorden “krach- tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van de wet van …”. Art. 152 In artikel 85, § 2 en 154, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “artikel 53 van de wet van 6 april 1995” telkens vervangen door de woorden “artikel 7, tweede lid, a) van de wet van …”. Art. 153 In artikel 187 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25  april  2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995 te verrichten” vervangen door de woorden “als bedoeld in titel II van de wet van … die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4 van de wet van … te verrichten”; b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”. 1° dans le e), les mots “au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014”; 2° dans le f), les mots “au livre II, titre II, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre III de la loi du …”; 3° dans le g), les mots “en vertu du livre II, titre III, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du …”; 4° dans le h), les mots “au livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre II, chapitre III, section III de la loi du …”; 5° dans le i), les mots “en vertu des arrêtés pris en exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III, section IV de la loi du …”. Art. 152 Dans les articles 85, § 2 et 154, § 2, alinéa 2, de la même loi, modifi és par la loi du 25 avril 2014, les mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont chaque fois remplacés par les mots “l’article 7, alinéa 2, a) de la loi du …”. Art. 153 Dans l’article 187  de la même loi, modifi é par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans le 1°, les mots “visées au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir les services d’investissement visés à l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “visées au titre II de la loi du …, qui sont autorisées à fournir les services d’investissement visés à l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”; b) dans le 2°, les mots “article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “article 2, 1°, 4 de la loi du …”. 112 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 154 In artikel 202, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014,worden de woorden “artikel 46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”. Art. 155 In artikel 205 van dezelfde wet worden de woorden “titel V van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “titel IV van de wet van …”. Art. 156 In artikel 221, eerste lid van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden “Artikel 62bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “Artikel 26 van de wet van …”. Art. 157 In artikel 241 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 2° worden de woorden “artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 60 van de wet van …”; 2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden “artikel 95 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “aan de Onderafdeling I van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van …”; 3° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden “artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “van de Onderafdeling II van Afdeling IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van …”. Art. 158 In artikel 5, 51° van de wet van 4 april 2014 betref- fende de verzekeringen, vervangen bij de wet van 26  oktober  2015, worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre- dietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”. Art. 154 Dans l’article 202, § 1er, 4°, a) de la même loi, modi- fi é par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”. Art. 155 Dans l’article 205 de la même loi, les mots “titre V de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “titre IV de la loi du …”. Art. 156 Dans l’article 221, alinéa 1er de la même loi, modifi é par la loi du 19 avril 2014, les mots “L’article 62bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “L’article 26 de la loi du …”. Art. 157 Dans l’article 241 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations sui- vantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots “l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 60 de la loi du …”; 2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “de l’article 95 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “aux dispositions de la Sous-section Ire de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même loi, de l’article 59 de la loi du …”; 3° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “de l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “de la Sous-section II de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même loi, de l’article 60 de la loi du …”. Art. 158 Dans l’article 5, 51° de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, remplacé par la loi du 26 octobre 2015, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. 113 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 159 In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 75° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 2° de bepaling onder 76° wordt vervangen als volgt: “76° wet van …: de wet van … betreffende de toe- gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 160 In artikel 33, eerste lid van dezelfde wet worden de woor- den “artikel 62bis van de wet van 6 april 1995”vervangen door de woorden “artikel 26 van de wet van …”. Art. 161 In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden “titel V van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “titel IV van de wet van …”. Art. 162 In artikel 108, § 3, van dezelfde wet worden de woor- den “wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “wet van …”. Art. 163 In artikel 209, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”. Art. 164 In artikel 248, § 2, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden “artikel 53 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 7, tweede lid, a) van de wet van …”. Art. 159 Dans l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 75°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 2° le 76° est remplacé par ce qui suit: “76° “loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 160 Dans l’article 33, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’article 62bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 26 de la loi du …”. Art. 161 Dans l’article 35 de la même loi, les mots “titre V de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “titre IV de la loi du …”. Art. 162 Dans l’article 108, § 3, de la même loi, les mots “loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “loi du …”. Art. 163 Dans l’article 209, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même loi, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”. Art. 164 Dans l’article 248, § 2, alinéa 1er de la même loi, les mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont rempla- cés par les mots “l’article 7, alinéa 2, a) de la loi du …”. 114 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 165 In artikel 307 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “als bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995 te verrichten” vervangen door de woorden “als bedoeld in titel II van de wet va… die over een vergunning beschikken om de beleggings- diensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4, van de wet van … te verrichten”; 2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”. Art. 166 In artikel 320, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”. Art. 167 In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid, 2° worden de woorden “artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 60 van de wet van …”; b) in het tweede lid worden de woorden “artikel 95 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 59 van de wet van …”; 2° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden “artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “van de onderafdeling II van afdeling IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel 60 van de wet van …”. Art. 165 Dans l’article 307 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 1°, les mots “visées au livre II, titres II à IV, de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir les services d’investissement visés à l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “visées au titre II de la loi du …, qui sont autorisées à fournir les services d’investissement visés à l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”; 2° dans le 2°, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”. Art. 166 Dans l’article 320, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même loi, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”. Art. 167 Dans l’article 345 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans l’alinéa 1er, 2°, les mots “l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 60 de la loi du …”; b) dans l’alinéa 2, les mots “de l’article 95 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “aux dis- positions de la sous-section Ire de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l’article 59 de la loi du …”; 2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “de l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “de la sous-section II de la section IV du livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l’article 60 de la loi du …”. 115 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 168 In de artikelen I. 9, 71° en 82°, XV. 57/1, eerste lid, en XV. 67/3, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, eerste lid van het Wetboek van economisch recht, worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” telkens vervan- gen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen “. Art. 169 In artikel I. 9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 2°, a) worden de woorden “artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”; 2° de bepaling onder 83° wordt vervangen als volgt: “83° wet van …: wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 170 In artikel III. 25, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden “de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25  april  2014  op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 171 In artikel III.95, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge- voegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden “die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en de beleggings ondernemingen die vallen onder de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder- nemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden “die vallen onder de wet Art. 168 Dans les articles I. 9, 71° et 82°, XV. 57/1, alinéa 1er, et XV. 67/3, § 1er, alinéas 1er et 2, et § 2, alinéa 1er du Code de droit économique, les mots “loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont chaque fois remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 169 Dans l’article I. 9 du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifi é en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le 2°, a) les mots “l’article 1er, alinéa 2, de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 2° le 83° est remplacé par ce qui suit: “83° loi du …: loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 170 Dans l’article III. 25, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots “la loi du 22 mars 1993 relative au statut et contrôle des établis- sements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 171 Dans l’article III. 95, § 1er du même Code, inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots “assujettis à la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, ainsi qu’aux entreprises d’investissement soumises à la loi du 6 avril 1995 rela- tive aux marchés secondaires, au statut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en placements” sont remplacés par les mots “soumis à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au 116 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen en de beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdiensten- bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 172 In artikel VI. 55, § 1, 4°, b) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden “de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervan- gen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”. Art. 173 In artikel VII. 3, § 3, 5° van hetzelfde Wetboek, gewij- zigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden “in de wet van 6 april 1995 of met een kredietinstelling bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de fi nanciële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “in de wet van … of met een krediet- instelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen waarbij een belegger transacties kan verrichten op één of meer van de fi nanciële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002”. Art. 174 In artikel VII. 173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden “artikel 53 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 7 van de wet van …”. Art. 175 In artikel VII. 176, § 3, 2° van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden “arti- kel 53 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 13, § 3, van de wet van …”. contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse, ainsi qu’aux entreprises d’investissement soumises à la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 172 Dans l’article VI. 55, § 1er, 4°, b) du même Code, inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots “la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 173 Dans l’article VII. 3, § 3, 5° du même Code, modifi é par la loi du 26 octobre 2015, les mots “par la loi du 6 avril 1995 ou avec un établissement de crédit visé à l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, aux fi ns de permettre à un investisseur d’effectuer une transaction liée à au moins un des instruments fi nanciers visés à l’article 2, 1°, de loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “par la loi du … ou avec un établissement de crédit visé à l’ article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établis- sements de crédit et des sociétés de bourse, aux fi ns de permettre à un investisseur d’effectuer une transaction liée à au moins un des instruments fi nanciers visés à l’article 2, 1°, de loi du 2 août 2002”. Art. 174 Dans l’article VII.173  du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014 et modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 7 de la loi du …”. Art. 175 Dans l’article VII. 176, § 3, 2° du même Code, inséré par la loi du 17 avril 2014 et modifi é par la loi 26 octobre 2015, les mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 13, § 3, de la loi du …”. 117 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 176 In artikel XI. 248, §  3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wor- den de woorden “in de artikelen 13 en 65 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “in de artikelen 14 en 312 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen “. Art. 177 In artikel XI. 250, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wor- den de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt: “a) artikel 107 van de wet van … betreffende de toe- gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies; b) de artikelen 348 en 349 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstel- lingen en beursvennoot schappen; “. Art. 178 In artikel 4, 3° van de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk fi nancieel planners en inzake het verstrekken van raad over fi nan- ciële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toe- zicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° onder de bepaling a) worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”; 2° onder de bepaling b) worden de woorden “arti- kel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden ‘artikel 3 van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdiensten- bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 176 Dans l’article XI. 248, § 3, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots “aux articles 13 et 65 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont rem- placés par les mots “aux articles 14 et 312 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 177 Dans l’article XI. 250, alinéa 2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 19 avril 2014, les a) et b) sont rem- placés par ce qui suit: “a) à l’article 107 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement; b) aux articles 348 et 349 de la loi du 25 avril 2014 re- lative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;”. Art. 178 Dans l’article 4, 3° de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des planifi cateurs fi nanciers indépendants et à la fourniture de consultations en pla- nifi cation par des entreprises réglementées et modifi ant le Code des sociétés et la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le a), les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse “; 2° dans le b), les mots “l’article 44  de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement” sont remplacés par les mots “l’article 3 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. 118 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 179 In artikel 12, § 2, van dezelfde wet worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”. Art. 180 In artikel 18, § 1, van dezelfde wet worden de woorden “artikel 46, 9° van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne- mingen” vervangen door de woorden “artikel 2, 9° van de wet van … betreffende de toegang tot het beleg- gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogens- beheer en beleggingsadvies”. Art. 181 In artikel 22, § 2, 4° van dezelfde wet worden de woorden “als bedoeld in de artikelen 137 en 139 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “als bedoeld in de artikelen 102 en 103 van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 182 In artikel 26, §  2, eerste lid, d) van dezelfde wet worden de woorden “als bedoeld in artikel 46, 9°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “als bedoeld in artikel 2, 9°, van de wet van … betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 183 In artikel 2, 37° van de wet van 12 mei 2014 betref- fende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” ver- vangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”. Art. 179 Dans l’article 12, § 2, de la même loi, les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse “. Art. 180 Dans l’article 18, § 1er de la même loi, les mots “l’ar- ticle 46, 9° de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” sont rem- placés par les mots “l’article 2, 9° de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves- tissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 181 Dans l’article 22, § 2, 4° de la même loi, les mots “visée aux articles 137 et 139 de la loi du 6 avril 1995 re- lative au statut et au contrôle des entreprises d’investis- sement” sont remplacés par les mots “visée aux articles 102 et 103 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 182 Dans l’article 26, § 2, alinéa 1er, d) de la même loi, les mots “visés à l’article 46, 9°, de la loi du 6 avril 1995 rela- tive au statut et au contrôle des entreprises d’investisse- ment” sont remplacés par les mots “visés à l’article 2, 9° de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 183 Dans l’article 2, 37° de la loi du 12 mai 2014 relative aux sociétés immobilières réglementées, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. 119 2060/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 184 De Koning kan de verwijzingen aanpassen in an- dere wetgevingen, waarin wordt verwezen naar wet- telijke bepalingen die zijn opgenomen in de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen of de uitvoeringsbeslui- ten ervan, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. HOOFDSTUK 3 Opheffingsbepalingen Art. 185 De wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen wordt opgeheven. Art. 186 Het koninklijk besluit van 20 december 1995 betref- fende de buitenlandse beleggingsondernemingen wordt opgeheven. Art. 187 Het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten, wordt opgeheven. Art. 188 Het koninklijk besluit van 29 januari 1999 tot aan- wijzing van de beleggingsondernemingen die moeten deelnemen aan een collectieve beschermingsregeling voor fi nanciële instrumenten, wordt opgeheven. Art. 184 Le Roi peut adapter les références contenues dans d’autres législations qui renvoient à des dispositions légales fi gurant dans la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement ou de ses arrêtés d’exécution pour les mettre en concor- dance avec les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution. CHAPITRE 3 Dispositions abrogatoires Art. 185 La loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement est abrogée. Art. 186 L’arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entre- prises d’investissement étrangères est abrogé. Art. 187 L’arrêté royal du 17 juin 1996 majorant les limites dans lesquelles les établissements de crédit et les entreprises d’investissement peuvent détenir des droits d’associés et des participations est abrogé. Art. 188 L’arrêté royal du 29 janvier 1999 désignant les entre- prises d’investissement tenues de participer à un sys- tème collectif de protection des instruments fi nanciers est abrogé. Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot