Inhoud
DOOR DE COMMISSIE
VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING
PAR LA COMMISSION
DES FINANCES ET DU BUDGET
TEXTE ADOPTÉ
TEKST AANGENOMEN
Voir:
Doc 54 2060/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
002:
Rapport.
Zie:
Doc 54 2060/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
002:
Verslag.
4868
DOC 54 2060/003
DOC 54 2060/003
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
14 oktober 2016
14 octobre 2016
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
betreffende de toegang tot het
beleggingsdienstenbedrijf en
betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies
relatif à l’accès à l’activité de prestation
de services d’investissement et
au statut et au contrôle des sociétés
de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement
2
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Onafh./Indép.
:
Onafhankelijk / Indépendant
3
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
TITEL 1
Doel en defi nities
Artikel 1
§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld
in artikel 74 van de Grondwet.
§ 2. Deze wet regelt:
1° de toegang tot de beleggingsactiviteiten en tot de
verlening van beleggingsdiensten;
2° de vergunningsprocedure, de vergunningsvoor-
waarden, de bedrijfs uitoefenings voorwaarden voor en
het toezicht op de vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies;
3° de beleggersbeschermingsregeling waaraan de
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s
en de beheervennootschappen van instellingen voor
collectieve belegging moeten deelnemen;
4° de toegang tot de deviezenhandel.
§ 3. Deze wet zorgt voor de gedeeltelijke omzetting
van de volgende Richtlijnen:
— Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement
en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het
bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht
op kredietinstellingen en beleggings ondernemingen, tot
wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van
de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
— Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor
fi nanciële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen
85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn
2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad
en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG
van de Raad;
— Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement
en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging
van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG
en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht
op fi nanciële entiteiten in een fi nancieel conglomeraat;
— Richtlijn 97/9/EU van het Europees Parlement
en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggers-
compensatiestelsels.
TITRE 1ER
Objet et défi nitions
Article 1er
§ 1er. La présente loi règle une matière visée à l’article
74 de la Constitution.
§ 2. La présente loi règle:
1° l’accès aux activités d’investissement et à la pres-
tation de services d’investissement;
2° la procédure d’agrément, les conditions d’agré-
ment, les conditions d’exercice et le contrôle des
sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement;
3° le système de protection des investisseurs auquel
doivent adhérer les sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement, les sociétés de gestion
d’OPCA et les sociétés de gestion d’organismes de
placement collectif;
4° l’accès à l’activité de commerce de devises.
§ 3. La présente loi assure la transposition partielle
des directives suivantes:
— la directive 2013/36/UE du Parlement européen et
du Conseil du 26 juin 2013 concernant l’accès à l’activité
des établissements de crédit et la surveillance pruden-
tielle des établissements de crédit et des entreprises
d’investissement, modifi ant la directive 2002/87/CE et
abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE;
— la directive 2004/39/CE du Parlement européen
et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés
d’instruments fi nanciers, modifi ant les directives 85/611/
CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE
du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la
directive 93/22/CEE du Conseil;
— la directive 2011/89/UE du Parlement européen et
du Conseil du 16 novembre 2011 modifi ant les directives
98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/CE en
ce qui concerne la surveillance complémentaire des
entités fi nancières des conglomérats fi nanciers;
— de la directive 97/9/CE du Parlement européen
et du Conseil du 3 mars 1997 relative aux systèmes
d’indemnisation des investisseurs.
4
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoerings-
besluiten wordt verstaan onder:
1° beleggingsdiensten en -activiteiten: iedere hierna
genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op
fi nanciële instrumenten:
1. het ontvangen en doorgeven van orders met be-
trekking tot één of meer fi nanciële instrumenten, met
inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee
of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een
verrichting tot stand kan komen;
2. het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten;
3. het handelen voor eigen rekening;
4. vermogensbeheer;
5. beleggingsadvies;
6. het overnemen van financiële instrumenten
en/of plaatsen van financiële instrumenten met
plaatsingsgarantie;
7. het plaatsen van fi nanciële instrumenten zonder
plaatsingsgarantie;
8. het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten;
2° nevendienst: iedere hierna genoemde dienst:
1. bewaring en beheer van fi nanciële instrumenten
voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaar-
neming en daarmee samenhangende diensten zoals
contanten- en/of zekerhedenbeheer;
2. het verstrekken van kredieten of leningen aan een
belegger om deze in staat te stellen een transactie in
één of meer fi nanciële instrumenten te verrichten, bij
welke transactie de onderneming die het krediet of de
lening verstrekt, betrokken is;
3. advisering aan ondernemingen inzake kapitaal-
structuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhan-
gende aangelegen heden, alsmede advisering en dienst-
verrichting op het gebied van fusies en overnames van
ondernemingen;
4. valutawisseldiensten voor zover deze samenhan-
gen met het verrichten van beleggingsdiensten;
Art. 2
Pour l’application de la présente loi et des arrêtés et
règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre:
1° par services et activités d’investissement: tout
service ou activité cité ci-dessous qui porte sur des
instruments fi nanciers:
1. la réception et la transmission d’ordres portant sur
un ou plusieurs instruments fi nanciers, en ce compris
la mise en rapport de deux ou plusieurs investisseurs
permettant ainsi la réalisation, entre ces investisseurs,
d’une opération;
2. l’exécution d’ordres au nom de clients;
3. la négociation pour compte propre;
4. la gestion de portefeuille;
5. le conseil en investissement;
6. la prise ferme d’instruments fi nanciers et/ou le
placement d’instruments financiers avec engage-
ment ferme;
7. le placement d’instruments fi nanciers sans enga-
gement ferme;
8. l’exploitation d’un système multilatéral de négo-
ciation (MTF);
2° par service auxiliaire: tout service cité ci-dessous:
1. la conservation et l’administration d’instruments
fi nanciers pour le compte de clients, y compris la garde
et les services connexes, comme la gestion de tréso-
rerie/de garanties;
2. l’octroi d’un crédit ou d’un prêt à un investisseur
pour lui permettre d’effectuer une transaction sur un ou
plusieurs instruments fi nanciers, dans laquelle intervient
l’entreprise qui octroie le crédit ou le prêt;
3. le conseil aux entreprises en matière de structure
du capital, de stratégie industrielle et de questions
connexes; le conseil et les services en matière de
fusions et de rachat d’entreprises;
4. les services de change lorsque ces services sont
liés à la fourniture de services d’investissement;
5
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
5. onderzoek op beleggingsgebied en fi nanciële
analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen
in verband met transacties in fi nanciële instrumenten;
6. diensten in verband met het overnemen van fi nan-
ciële instrumenten;
7. de hierboven bedoelde beleggings diensten en
-activiteiten alsmede neven diensten die verband houden
met de onderliggende waarde van de derivaten, als be-
doeld in artikel 2, eerste lid, 1°, e), f), g) en j) van de wet
van 2 augustus 2002, wanneer verstrekt in samenhang
met de verstrekking van beleggings- en nevendiensten;
3° financieel instrument: de instrumenten zoals
gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid,1°, van de wet van
2 augustus 2002;
4° effecten: de effecten zoals gedefi nieerd in artikel
2, eerste lid, 31°, van de wet van 2 augustus 2002;
5° geldmarktinstrumenten: de instrumenten zoals
gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid, 32°, van de wet van
2 augustus 2002;
6° uitvoering van orders voor rekening van cliënten:
optreden om overeenkomsten te sluiten tot verkoop of
aankoop van één of meer fi nanciële instrumenten voor
rekening van cliënten;
7° handelen voor eigen rekening: met eigen kapitaal
handelen in één of meer fi nanciële instrumenten, het-
geen resulteert in het uitvoeren van transacties;
8° vermogensbeheer: het per cliënt op discretionaire
basis beheren van portefeuilles op grond van een door
de cliënten gegeven opdracht, voor zover die portefeuil-
les één of meer fi nanciële instrumenten bevatten;
9° beleggingsadvies: het doen van gepersonaliseerde
aanbevelingen aan een cliënt, hetzij op diens verzoek
hetzij op initiatief van de beleggingsonderneming, met
betrekking tot één of meer verrichtingen die betrekking
hebben op fi nanciële instrumenten;
10° gepersonaliseerde aanbeveling: een aanbeveling
die wordt voorgesteld als een aanbeveling die geschikt
is voor de betrokken persoon, of berust op een afwe-
ging van diens persoonlijke omstandigheden en als
oogmerk heeft dat één van de volgende reeks stappen
wordt gezet:
— een bepaald fi nancieel instrument wordt gekocht,
verkocht, geruild, te gelde gemaakt, gehouden, over-
genomen of er wordt daarop ingetekend;
5. la recherche en investissements et l’analyse fi nan-
cière ou toute autre forme de recommandation générale
concernant les transactions sur instruments fi nanciers;
6. les services liés à la prise ferme;
7. ceux des services et activités d’investissement
précités et services auxiliaires qui concernent le marché
sous-jacent des instruments dérivés visés à l’article
2, alinéa 1er, 1°, e), f), g) et j), de la loi du 2 août 2002,
lorsqu’ils sont liés à la prestation de services d’inves-
tissement ou de services auxiliaires;
3° par instrument fi nancier: les instruments défi nis à
l’article 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 2 août 2002;
4° par valeurs mobilières: les valeurs mobilières défi -
nies à l’article 2, alinéa 1er, 31°, de la loi du 2 août 2002;
5° par instruments du marché monétaire: les instru-
ments défi nis à l’article 2, alinéa 1er, 32°, de la loi du
2 août 2002;
6° par exécution d’ordres pour le compte de clients:
le fait de conclure des accords d’achat ou de vente d’un
ou de plusieurs instruments fi nanciers pour le compte
de clients;
7° par négociation pour compte propre: le fait de
négocier en engageant ses propres capitaux un ou
plusieurs instruments fi nanciers en vue de conclure
des transactions;
8° par gestion de portefeuille: la gestion discrétion-
naire et individualisée de portefeuilles incluant un ou
plusieurs instruments fi nanciers, dans le cadre d’un
mandat donné par le client;
9° par conseil en investissement: la fourniture de
recommandations personnalisées à un client, soit à sa
demande soit à l’initiative de l’entreprise d’investisse-
ment, en ce qui concerne une ou plusieurs transactions
portant sur des instruments fi nanciers;
10° par une recommandation personnalisée: une
recommandation qui est présentée comme adaptée
à cette personne, ou est fondée sur l’examen de la
situation propre à cette personne, et qui recommande
la réalisation d’une opération relevant des catégories
suivantes:
— l’achat, la vente, la souscription, l’échange, le
remboursement, la détention ou la prise ferme d’un
instrument fi nancier particulier;
6
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
— een aan een bepaald fi nancieel instrument ver-
bonden recht wordt uitgeoefend of juist niet uitgeoefend
om een fi nancieel instrument te kopen, te verkopen, te
ruilen, te gelde te maken of daarop in te tekenen.
Een aanbeveling is geen gepersonaliseerde aan-
beveling als deze uitsluitend via distributiekanalen,
in de zin van artikel 2, eerste lid, 26°, van de wet van
2 augustus 2002, of aan het publiek wordt gedaan;
11° cliënt: iedere natuurlijke of rechtspersoon voor
wie een beleggingsonderneming beleggingsdiensten
en/of nevendiensten verricht;
12° professionele cliënt: de professionele cliënten
zoals gedefi nieerd in artikel 2, eerste lid, 28°, van de
wet van 2 augustus 2002;
13° niet-professionele cliënt: de cliënt die niet als een
professionele cliënt wordt behandeld;
14° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading
facility – MTF): een door een beleggingsonderneming,
een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploi-
teerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en
verkoopintenties van derden met betrekking tot fi nan-
ciële instrumenten – binnen dit systeem en volgens
niet-discretionaire regels – samenbrengt op zodanige
wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeen-
komstig het bepaalde in hoofdstuk II van de wet van
2 augustus 2002 of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG;
15° systematische internaliseerder: een beleggings-
onderneming die op een georganiseerde, frequente en
systematische wijze voor eigen rekening cliëntenorders
uitvoert buiten een gereglementeerde markt of een MTF;
16° market maker: een persoon die op de fi nanciële
markten doorlopend blijk geeft van de bereidheid voor
eigen rekening en met eigen kapitaal te handelen door
fi nanciële instrumenten tegen door hem vastgestelde
prijzen te kopen en te verkopen;
17° lidstaat: een Staat die partij is bij het Akkoord
betreffende de Europese Economische Ruimte (EER);
18° derde land: een Staat die geen partij is bij het
Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte;
19° lidstaat van herkomst:
a. indien de beleggingsonderneming een natuurlijke
persoon is, de lidstaat waar deze persoon zijn hoofd-
kantoor heeft;
— l’exercice ou le non-exercice du droit conféré par
un instrument fi nancier particulier d’acheter, de vendre,
de souscrire, d’échanger ou de rembourser un instru-
ment fi nancier.
Une recommandation n’est pas réputée personnali-
sée si elle est exclusivement diffusée par des canaux
de distribution au sens de l’article 2, alinéa 1er, 26°, de
la loi du 2 août 2002, ou est destinée au public;
11° par client: toute personne physique ou morale à
qui une entreprise d’investissement fournit des services
d’investissement et/ou des services auxiliaires;
12° par client professionnel: les clients profession-
nels défi nis à l’article 2, alinéa 1er, 28°, de la loi du
2 août 2002;
13° par client de détail: un client qui n’est pas traité
comme un client professionnel;
14° par système multilatéral de négociation
(Multilateral trading facility – MTF): un système multila-
téral, exploité par une entreprise d’investissement, un
établissement de crédit ou une entreprise de marché,
qui assure la rencontre – en son sein même et selon
des règles non discrétionnaires – de multiples intérêts
acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des
instruments fi nanciers, d’une manière qui aboutisse à la
conclusion de contrats conformément aux dispositions
du chapitre II de la loi du 2 août 2002 ou du titre II de la
Directive 2004/39/CE;
15° par internalisateur systématique: une entreprise
d’investissement qui, de façon organisée, fréquente
et systématique, négocie pour compte propre en exé-
cutant les ordres des clients en dehors d’un marché
réglementé ou d’un MTF;
16° par teneur de marché: une personne qui est pré-
sente de manière continue sur les marchés fi nanciers
pour négocier pour son propre compte et qui se porte
acheteuse et vendeuse d’instruments fi nanciers en
engageant ses propres capitaux, à des prix fi xés par elle;
17° par État membre: un État partie à l’Accord sur
l’Espace économique européen (EEE);
18° par pays tiers: un État qui n’est pas partie à
l’Accord sur l’Espace économique européen;
19° par État membre d’origine:
a. si l’entreprise d’investissement est une personne
physique, l’État membre où son administration centrale
est située;
7
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
b. indien de beleggingsonderneming een rechtsper-
soon is, de lidstaat waar haar statutaire zetel is gelegen;
c. indien de beleggingsonderneming overeenkomstig
haar nationale wetgeving geen statutaire zetel heeft, de
lidstaat waar haar hoofdkantoor is gelegen;
20° lidstaat van ontvangst: de lidstaat die niet de
lidstaat van herkomst is en waar de beleggingsonder-
neming een bijkantoor heeft of diensten en/of activitei-
ten verricht;
21° bevoegde autoriteit: de FSMA, de Bank of de bui-
tenlandse autoriteiten die elke lidstaat overeenkomstig
artikel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG aanwijst, tenzij
in de Richtlijn anders is gespecifi eerd;
22° kredietinstelling: iedere instelling bedoeld in
Boek II en in de Titels I en II van Boek III van de wet
van 25 april 2014;
23° beheervennootschap van instellingen voor col-
lectieve belegging: een beheer vennootschap in de zin
van artikel 3, 12° van de wet van 3 augustus 2012 be-
treffende de instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG
en de instellingen voor belegging in schuldvordering;
24° beheerder van AICB’s: een beheerder van al-
ternatieve instellingen voor collectieve belegging in de
zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014 be-
treffende de alternatieve instellingen voor collectieve
belegging en hun beheerders;
25° verbonden agent: een natuurlijke of rechtsper-
soon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke
verantwoordelijkheid van slechts één beleggingson-
derneming voor rekening waarvan hij optreedt de be-
leggings- en/of nevendiensten bij cliënten of potentiële
cliënten promoot, instructies of orders van cliënten met
betrekking tot beleggings diensten of fi nanciële instru-
menten ontvangt en doorgeeft, fi nanciële instrumenten
plaatst en/of advies verstrekt aan cliënten of potentiële
cliënten met betrekking tot deze fi nanciële instrumenten
of diensten;
26° bijkantoor: een bedrijfszetel die niet het hoofd-
kantoor is en die een onderdeel zonder rechtsper-
soonlijkheid vormt van een beleggingsonderneming
en beleggings diensten en/of beleggingsactiviteiten
verricht, en ook nevendiensten kan verrichten waarvoor
de beleggingsonderneming een vergunning heeft ge-
kregen; alle bedrijfszetels in eenzelfde lidstaat van een
b. si l’entreprise d’investissement est une personne
morale, l’État membre où son siège statutaire est situé;
c. si, conformément à son droit national, l’entreprise
d’investissement n’a pas de siège statutaire, l’État
membre où son administration centrale est située;
20° par État membre d’accueil: l’État membre, autre
que l’État membre d’origine, dans lequel une entreprise
d’investissement a une succursale ou fournit des ser-
vices et/ou exerce des activités;
21° par autorité compétente: la FSMA, la Banque
ou les autorités étrangères désignées par chaque État
membre conformément à l’article 48 de la Directive
2004/39/CE, sauf indication contraire contenue dans
la Directive;
22° par établissement de crédit: tout établissement
de crédit visé au Livre II et aux Titres Ier et II du Livre III
de la loi du 25 avril 2014;
23° par société de gestion d’organismes de place-
ment collectif: une société de gestion au sens de l’article
3, 12° de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes
de placement collectif qui répondent aux conditions de la
Directive 2009/65/CE et aux organismes de placement
en créances;
24° par gestionnaire d’OPCA: un gestionnaire
d’organismes de placement collectif alternatifs au sens
de l’article 3, 13° de la loi du 19 avril 2014 relative aux
organismes de placement collectif alternatifs et à leurs
gestionnaires;
25° par agent lié: toute personne physique ou morale
qui, sous la responsabilité entière et inconditionnelle
d’une seule et unique entreprise d’investissement
pour le compte de laquelle elle agit, fait la promotion
auprès de clients ou de clients potentiels de services
d’investissement et/ou de services auxiliaires, reçoit
et transmet les instructions ou les ordres de clients
concernant des instruments fi nanciers ou des services
d’investissement, place des instruments fi nanciers et/
ou fournit à des clients ou à des clients potentiels des
conseils sur ces instruments ou services;
26° par succursale: un siège d’exploitation autre
que l’administration centrale qui constitue une partie,
dépourvue de personnalité juridique, d’une entreprise
d’investissement et qui fournit des services d’inves-
tissement et/ou exerce des activités d’investissement
et peut également fournir les services auxiliaires pour
lesquels elle a obtenu un agrément; tous les sièges
8
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beleggings onderneming met hoofdkantoor in een ande-
re lidstaat worden als één enkel bijkantoor beschouwd;
27° gekwalifi ceerde deelneming: het rechtstreeks
of onrechtstreeks bezit van ten minste 10 % van het
kapitaal van een vennootschap of van de stemrechten
die zijn verbonden aan de door deze vennootschap uit-
gegeven effecten, dan wel elke andere mogelijkheid om
een invloed van betekenis uit te oefenen op het beleid
van de vennootschap waarin wordt deelgenomen; de
stemrechten worden berekend conform de bepalingen
van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking
van belangrijke deelnemingen, alsook conform de be-
palingen van haar uitvoeringsbesluiten; er wordt geen
rekening gehouden met stemrechten of aandelen die
worden gehouden als gevolg van het vast overnemen
van fi nanciële instrumenten en/of het plaatsen van
fi nanciële instrumenten met plaatsingsgarantie, tenzij
die rechten worden uitgeoefend of anderszins worden
gebruikt om inspraak uit te oefenen in het bestuur van
de uitgevende instelling, en mits ze binnen één jaar na
hun verwerving worden overgedragen;
28° de begrippen controle, deelneming, deelnemings-
verhouding, moeder onderneming, dochteronderneming
en verbonden onderneming: de omschrijving die van
die begrippen wordt gegeven in de uitvoeringsbesluiten
van artikel 55;
29° nauwe banden: een situatie waarin twee of meer
natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
a) een situatie waarin een deelnemings verhouding
bestaat of
b) een situatie waarin ondernemingen verbonden
ondernemingen zijn of
c) een band van dezelfde aard als bedoeld in boven-
staande litterae a) en b) tussen een natuurlijke persoon
en een rechtspersoon;
30° fi nanciële instelling: alle ondernemingen bedoeld
in artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014; voor de
toepassing van de artikelen 59 en 60 worden met een
fi nanciële instelling gelijkgesteld, de instellingen voor
postcheque- en girodiensten, de beheervennootschap-
pen van AICB’s, de beheervennootschappen van
instellingen voor collectieve belegging, de vereffenings-
instellingen bedoeld in artikel 2, 17°, van de wet van
2 augustus 2002 en de instellingen waarvan het bedrijf
bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele be-
heer van diensten die verstrekt worden door dergelijke
vereffeningsinstellingen;
d’exploitation établis dans le même État membre par
une entreprise d’investissement dont le siège se trouve
dans un autre État membre sont considérés comme une
succursale unique;
27° par participation qualifi ée: la détention, directe
ou indirecte, de 10 p.c. au moins du capital d’une
société ou des droits de vote attachés aux titres émis
par cette société, ou toute autre possibilité d’exercer
une infl uence notable sur la gestion de la société dans
laquelle est détenue une participation; le calcul des
droits de vote s’établit conformément aux dispositions
de la loi du 2 mai 2007 relative à la publicité des parti-
cipations importantes, ainsi qu’à celles de ses arrêtés
d’exécution; il n’est pas tenu compte des droits de vote
ou des actions détenues à la suite de la prise ferme
d’instruments fi nanciers et/ou du placement d’instru-
ments fi nanciers avec engagement ferme, pour autant
que, d’une part, ces droits ne soient pas exercés ni
utilisés autrement pour intervenir dans la gestion de
l’émetteur et que, d’autre part, ils soient cédés dans
un délai d’un an après leur acquisition;
28° par les notions de contrôle, participation, lien de
participation, entreprise-mère, fi liale et entreprise liée:
le sens qui leur est conféré par les arrêtés d’exécution
de l’article 55;
29° par liens étroits: une situation dans laquelle au
moins deux personnes physiques ou morales sont
liées par:
a) une situation dans laquelle il existe un lien de
participation ou
b) une situation dans laquelle des entreprises sont
des entreprises liées ou
c) une relation de même nature que sous les litterae
a) et b) ci-dessus entre une personne physique et une
personne morale;
30° par établissement fi nancier: toutes les entre-
prises visées à l’article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014;
pour l’application des articles 59 et 60 sont assimilés
à des établissements fi nanciers les offices de chèques
postaux, les sociétés de gestion d’OPCA, les sociétés
de gestion d’organismes de placement collectif, les
organismes de liquidation visés à l’article 2, 17°, de
la loi du 2 août 2002, ainsi que les organismes dont
l’activité consiste à assurer, en tout ou en partie, la
gestion opérationnelle de services fournis par de tels
organismes de liquidation;
9
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
31° marktonderneming: een persoon of personen die
het bedrijf van een gereglementeerde markt beheren
en/of exploiteren waarbij de gereglementeerde markt
de marktonderneming zelf kan zijn;
32° gereglementeerde markt: een door een markt-
onderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal
systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties
van derden met betrekking tot fi nanciële instrumenten
– binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire
regels van dit systeem – samenbrengt of het samen-
brengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze
dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking
tot fi nanciële instrumenten die volgens de regels en de
systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten,
en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig
werkt, overeenkomstig de bepalingen van de wet van
2 augustus 2002 of titel III van de Richtlijn 2004/39/EG;
33° Richtlijn 2004/39/EG: de Richtlijn 2004/39/
EG van het Europees Parlement en de Raad van
21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële in-
strumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611 EEG
en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG
van het Europees Parlement en de Raad en houdende
intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;
34° Richtlijn 2009/65/EG: de Richtlijn 2009/65/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot
coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke
bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor col-
lectieve belegging in effecten (icbe’s) (herschikking);
35° Richtlijn 2009/138/EG: de Richtlijn 2009/38/
EG van het Europees Parlement en de Raad van
25 november 2009 betreffende de toegang tot en uit-
oefening van het verzekerings- en het herverzekerings-
bedrijf (Solvabiliteit II);
36° Richtlijn 2011/61/EU: de Richtlijn 2011/61/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 in-
zake beheerders van alternatieve beleggingsinstel-
lingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/
EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG)
nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010;
37° Richtlijn 2013/36/EU: de Richtlijn 2013/36/
EU van het Europees Parlement en de Raad van
26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van
kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op
kredietinstellingen en beleggings ondernemingen, tot
wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van
de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG;
31° par entreprise de marché: une ou plusieurs per-
sonnes gérant et/ou exploitant l’activité d’un marché
réglementé; l’entreprise de marché peut être le marché
réglementé lui-même;
32° par marché réglementé: un système multilatéral,
exploité et/ou géré par une entreprise de marché, qui
assure ou facilite la rencontre – en son sein même et
selon ses règles non discrétionnaires – de multiples
intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers
pour des instruments fi nanciers, d’une manière qui
aboutisse à la conclusion de contrats portant sur des
instruments fi nanciers admis à la négociation dans le
cadre de ses règles et/ou de ses systèmes, et qui est
agréé et fonctionne régulièrement conformément aux
dispositions de la loi du 2 août 2002 ou du titre III de la
Directive 2004/39/CE;
33° par Directive 2004/39/CE: la Directive 2004/39/CE
du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004
concernant les marchés d’instruments fi nanciers, modi-
fi ant les Directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil
et la Directive 2000/12/CE du Parlement européen et du
Conseil et abrogeant la Directive 93/22/CEE du Conseil;
34° par Directive 2009/65/CE: la Directive 2009/65/CE
du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009
portant coordination des dispositions législatives,
réglementaires et administratives concernant certains
organismes de placement collectif en valeurs mobilières
(OPCVM) (refonte);
35° par Directive 2009/138/CE: la Directive
2009/138/CE du Parlement européen et du Conseil du
25 novembre 2009 sur l’accès aux activités de l’assu-
rance et de la réassurance et leur exercice (solvabilité II);
36° par Directive 2011/61/UE: la Directive 2011/61/UE
du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2011 sur
les gestionnaires de fonds d’investissement alternatifs
et modifi ant les Directives 2001/41/CE et 2009/65/CE
ainsi que les règlements (CE) n° 1060/2009 et (UE)
n°1095/2010;
37° par Directive 2013/36/UE: la Directive 2013/36/
UE du Parlement européen et du Conseil du
26 juin 2013 concernant l’accès à l’activité des établis-
sements de crédit et la surveillance prudentielle des
établissements de crédit et des entreprises d’investis-
sement, modifi ant la directive 2002/87/CE et abrogeant
les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE;
10
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
38° Verordening (EU) Nr. 1095/2010: Verordening
(EU) Nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en
de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van
een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese
Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van
Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit
2009/77/EG van de Commissie;
39° Verordening (EU) Nr. 575/2013: Verordening (EU)
Nr. 573/2013 van het Europees Parlement en de Raad
van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor
kredietinstellingen en beleggings ondernemingen en tot
wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;
40° wet van 2 augustus 2002: de wet van
2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan-
ciële sector en de fi nanciële diensten;
41° wet van 22 maart 2006: de wet van 22 maart 2006
betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdien-
sten en de distributie van fi nanciële instrumenten;
42° wet van 21 december 2009: de wet van
21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstel-
lingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de
toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en
tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de
toegang tot betalingssystemen;
43° wet van 3 augustus 2012: de wet van
3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor col-
lectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van
Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging
in schuldvorderingen;
44° wet van 19 april 2014: de wet van 19 april 2014
betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve
belegging en hun beheerders;
45° wet van 25 april 2014: de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen;
46° gedragsregels: de regels bedoeld in artikel 27 tot
28bis van de wet van 2 augustus 2002;
47° Bank: de Nationale Bank van België, bedoeld
in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het
organiek statuut van de Nationale Bank van België;
48° FSMA: Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten als bedoeld in artikel 44 van de wet van
2 augustus 2002;
38° par Règlement (UE) n° 1095/2010: Règlement
(UE) n° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil
du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne
de surveillance (Autorité européenne des marchés
fi nanciers), modifi ant la Décision n° 716/2009/CE et
abrogeant la Décision 2009/77/CE de la Commission;
39° Règlement (UE) n° 575/2013: le Règlement (UE)
n° 575/2013 du Parlement européen et du Conseil du
26 juin 2013 concernant les exigences prudentielles
applicables aux établissements de crédit et aux entre-
prises d’investissement et modifi ant le règlement (UE)
n° 648/2012;
40° par loi du 2 août 2002: la loi du 2 août 2002 rela-
tive à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers;
41° par loi du 22 mars 2006: la loi du 22 mars 2006 re-
lative à l’intermédiation en services bancaires et en
services d’investissement et à la distribution d’instru-
ments fi nanciers;
42° par loi du 21 décembre 2009: la loi du
21 décembre 2009 relative au statut des établisse-
ments de paiement et des établissements de monnaie
électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de
services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie
électronique et à l’accès aux systèmes de paiement;
43° par loi du 3 août 2012: la loi du 3 août 2012 rela-
tive aux organismes de placement collectif qui répondent
aux conditions de la Directive 2009/65/CE et aux orga-
nismes de placement en créances;
44° par loi du 19 avril 2014: la loi du 19 avril 2014 rela-
tive aux organismes de placement collectif alternatifs et
à leurs gestionnaires;
45° par loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse;
46° par règles de conduite: les règles visées aux
articles 27 à 28bis de la loi du 2 août 2002;
47° par Banque: la Banque Nationale de Belgique,
visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut orga-
nique de la Banque Nationale de Belgique;
48° par FSMA: l’Autorité des services et marchés
fi nanciers, visée à l’article 44 de la loi du 2 août 2002;
11
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
49° toezichthoudende overheid:
— de Bank, voor het toezicht op de Belgische of
buitenlandse beursvennoot schappen als bedoeld in
artikel 1, § 3, tweede lid, van de wet van 25 april 2014;
— de FSMA, voor het toezicht op de Belgische of
buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies;
50° consoliderende toezichthouder: de bevoegde
autoriteit die belast is met het toezicht op geconsoli-
deerde basis op moederbeleggingsondernemingen in
de Europese Unie en beleggingsondernemingen die
onder de zeggenschap staan van een fi nanciële moe-
derholding in de Europese Unie;
51° Europese Autoriteit voor effecten en markten: de
Europese Autoriteit voor effecten en markten opgericht
bij Verordening nr. 1095/2010;
52° Europese Bankautoriteit: de Europese
Bankautoriteit opgericht bij Verordening nr. 1093/2010
van het Europees Parlement en de Raad van
24 november 2010 tot oprichting van een Europese
toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit),
tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking
van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
53° onafhankelijke controlefunctie: de interneaudit-
functie, de compliancefunctie of de risicobeheerfunctie,
als respectievelijk bedoeld in het tweede, vierde of vijfde
lid van artikel 25, § 5;
54° buitenlandse vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsbeheer: de beleggingsonderne-
mingen naar buitenlands recht, ongeacht of het daarbij
gaat om het recht van een lidstaat of van een derde
land, die, conform het recht waaronder zij ressorteren,
niet gemachtigd zijn om de diensten te verstrekken of
de activiteiten te verrichten die in het Belgisch recht zijn
voorbehouden aan de beursvennoot schappen conform
artikel 6;
55° buitenlandse beursvennootschappen: de be-
leggingsondernemingen naar buitenlands recht als
gedefi nieerd in artikel 589 van de wet van 25 april 2014;
56° Garantiefonds: het Garantiefonds voor fi nanciële
diensten opgericht bij artikel 3 van het koninklijk besluit
van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van
15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering
van de fi nanciële stabiliteit en inzonderheid tot instelling
van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en an-
dere verrichtingen in het kader van de fi nanciële stabili-
teit, voor wat betreft de bescherming van de deposito’s,
49° par autorité de contrôle:
— la Banque, s’il s’agit du contrôle des sociétés de
bourse belges ou étrangères visées à l’article 1er, § 3,
alinéa 2de la loi du 25 avril 2014;
— la FSMA s’il s’agit du contrôle des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
belges ou étrangères;
50° par superviseur sur base consolidée: l’autorité
compétente chargée de la surveillance sur base conso-
lidée des entreprises d’investissement mères dans
l’Union européenne et des entreprises d’investissement
contrôlées par des compagnies fi nancières mères dans
l’Union européenne;
51° par Autorité européenne des marchés fi nanciers:
l’Autorité européenne des marchés fi nanciers instituée
par le Règlement n° 1095/2010;
52° par Autorité bancaire européenne: l’Auto-
rité bancaire européenne instituée par le Règlement
n° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du
24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de
surveillance (Autorité bancaire européenne), modifi ant
la Décision n° 716/2009/CE et abrogeant la Décision
2009/78/CE de la Commission;
53° par fonction de contrôle indépendante: la fonction
d’audit interne, la fonction de compliance ou la fonction
de gestion des risques visées respectivement à l’alinéa
2, 4 ou 5 de l’article 25, § 5;
54° par sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères, les entreprises
d’investissement de droit étranger, qu’il s’agisse du droit
d’un État membre ou d’un pays tiers, qui ne sont pas,
conformément au droit dont elles relèvent, habilitées à
fournir des services ou à exercer des activités réservées
en droit belge aux société de bourse conformément à
l’article 6;
55° par sociétés de bourses étrangères, les entre-
prises d’investissement de droit étranger défi nies à
l’article 589 de la loi du 25 avril 2014;
56° par Fonds de garantie: le Fonds de garantie pour
les services fi nanciers créé conformément à l’article
3 de l’arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécu-
tion de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures
visant à promouvoir la stabilité fi nancière et instituant
en particulier une garantie d’État relative aux crédits
octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre
de la stabilité fi nancière, en ce qui concerne la protection
12
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende
coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de
wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de
fi nanciële sector en de fi nanciële diensten;
57° werkdag: een dag die noch een zaterdag, noch
een zondag, noch een wettelijke feestdag is.
TITEL 2
Toegang tot de uitoefening van beleggings activiteiten
en tot het beleggingsdienstenbedrijf
HOOFDSTUK 1
Toepassingsgebied
Art. 3
§ 1. Onverminderd de uitzonderingen zoals bedoeld
in artikel 4, gelden de bepalingen van deze titel voor
de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan het
gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatig verrichten
of aanbieden van een of meer beleggingsdiensten voor
derden en/of het uitoefenen van een of meer beleg-
gingsactiviteiten, alsook voor de ondernemingen naar
buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen.
Deze ondernemingen worden hierna “beleggingson-
dernemingen” genoemd.
§ 2. In afwijking van de eerste paragraaf mag de
beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 8 eveneens
worden uitgeoefend door een marktonderneming die
een gereglementeerde markt organiseert.
De marktondernemingen die voornemens zijn de
beleggingsdienst te verlenen als bedoeld in artikel 2,
1°, 8 dienen hiervoor de voorafgaande toestemming te
krijgen van de FSMA.
De FSMA verleent haar toestemming uitsluitend als
blijkt dat de marktonderneming de bepalingen naleeft
van artikel 498 tot 511 van de wet van 25 april 2014.
De marktonderneming bezorgt de FSMA een pro-
gramma van werkzaamheden dat beantwoordt aan
de voorwaarden die door de FSMA zijn vastgesteld en
waarin met name de omvang is vermeld van de ver-
richtingen die zij voornemens is uit te voeren, alsook
haar organisatiestructuur en welke nauwe banden zij
heeft met andere personen. Daarnaast verstrekt de
marktonderneming de FSMA alle nodige inlichtingen
om haar aanvraag te beoordelen.
des dépôts, des assurances sur la vie et du capital de
sociétés coopératives agréées, et modifi ant la loi du
2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier
et aux services fi nanciers;
57° par jour ouvrable: un jour qui n’est ni un samedi,
ni un dimanche, ni un jour férié légal.
TITRE 2
De l’acces aux activités d’investissement et à
l’activité de prestation de services d’investissement
CHAPITRE 1ER
Champ d’application
Art. 3
§ 1er. Sans préjudice des exceptions visées à l’article
4, les dispositions du présent titre s’appliquent aux
entreprises de droit belge dont l’activité habituelle
consiste à fournir ou offrir à des tiers un ou plusieurs
services d’investissement à titre professionnel et/ou
à exercer une ou plusieurs activités d’investissement,
ainsi qu’aux entreprises de droit étranger qui exercent
cette activité en Belgique.
Ces entreprises sont dénommés ci-après “entreprises
d’investissement”.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er , le service
d’investissement visé à l’article 2, 1°, 8, peut également
être exercé par une entreprise de marché qui organise
un marché réglementé.
Les entreprises de marché qui entendent fournir le
service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 8 doivent
obtenir l’autorisation préalable de la FSMA.
La FSMA n’accorde son autorisation que si elle
constate que l’entreprise de marché respecte les dispo-
sitions des articles 498 à 511 de la loi du 25 avril 2014.
L’entreprise de marché communique à la FSMA un
programme d’activités répondant aux conditions fi xées
par la FSMA dans lequel sont notamment indiqués le
volume des opérations envisagées ainsi que la structure
de l’organisation de l’entreprise et ses liens étroits avec
d’autres personnes. L’entreprise de marché commu-
nique également à la FSMA tous les renseignements
nécessaires à l’appréciation de sa demande.
13
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De FSMA neemt een beslissing binnen zes maanden
na indiening van een volledig dossier.
Artikel 519 van de wet van 25 april 2014 en artikel
31, 34 en 35, 47 tot 53, 56 tot 58 en hoofdstuk III van
deze titel zijn mutatis mutandis van toepassing op de
marktondernemingen als bedoeld in paragraaf 2.
§ 3. Als een marktonderneming de toestemming
vraagt om een MTF te exploiteren en de personen die
de MTF effectief leiden dezelfde zijn als diegenen die
de gereglementeerde markt effectief leiden, worden die
personen geacht te voldoen aan de vereisten van artikel
19 van de wet van 25 april 2014.
§ 4. De FSMA stelt een lijst op van de marktonder-
nemingen die toestemming hebben gekregen om een
MTF te exploiteren, en vermeldt daarbij om welke MTF’s
het gaat. De FSMA publiceert die lijst en de wijzigingen
die erin worden aangebracht op haar website, en maakt
deze lijst over aan de Europese Autoriteit voor effecten
en markten. Artikel 64 is mutatis mutandis van toepas-
sing als de FSMA vaststelt dat niet langer is voldaan
aan de voormelde voorwaarden.
Art. 4
§ 1. Dit titel geldt niet voor:
1° de kredietinstellingen bedoeld in Boek II en in de
Titels I en II van Boek III van de wet van 25 april 2014.
Artikel 9, § 1, 3 en 4 is echter wel van toepassing op
deze instellingen;
2° de verzekeringsondernemingen en de onderne-
mingen die werkzaamheden van herverzekering en
retrocessie uitoefenen als bedoeld in Richtlijn 2009/138/
EG wanneer zij de in die Richtlijn bedoelde werkzaam-
heden uitoefenen;
3° de ondernemingen die uitsluitend beleggingsdien-
sten en -activiteiten verrichten voor hun moederonder-
neming, hun dochterondernemingen of een andere
dochteronderneming van hun moeder-onderneming;
4° de personen die een beleggingsdienst of -activiteit
als incidentele activiteit verrichten in het kader van een
beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan
wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan
een beroepscode is onderworpen en het verrichten
van de dienst of de activiteit op grond daarvan niet is
uitgesloten;
La FSMA statue dans les six mois de l’introduction
d’un dossier complet.
L’article 519 de la loi du 25 avril 2014, et les articles
31, 34 et 35, 47 à 53, 56 à 58 et le Chapitre III du pré-
sent titre s’appliquent par analogie aux entreprises de
marché visées au paragraphe 2.
§ 3. Lorsqu’une entreprise de marché demande
l’autorisation d’exploiter un MTF et que les personnes
dirigeant effectivement l’activité du MTF sont les mêmes
que celles qui dirigent effectivement l’activité du marché
réglementé, ces personnes sont réputées respecter les
exigences défi nies à l’article 19 de la loi du 25 avril 2014.
§ 4. La FSMA établit la liste des entreprises de
marché autorisées à exploiter un MTF, en indiquant
les MTF exploitées. La FSMA publie cette liste sur
son site internet, ainsi que les modifi cations qui y sont
apportées, et la transmet à l’Autorité européenne des
marchés fi nanciers. L’article 64 s’applique par analogie
lorsque la FSMA constate qu’il n’est plus satisfait aux
conditions précitées.
Art. 4
§ 1er. Le présent titre n’est pas applicable:
1° aux établissements de crédit visés au Livre II et
aux Titres Ier et II du Livre III de la loi du 25 avril 2014.
L’article 9, §§ 1er, 3 et 4 est néanmoins applicable à ces
établissements;
2° aux entreprises d’assurance ni aux entreprises
exerçant les activités de réassurance et de rétrocession
visées à la Directive 2009/138/CE lorsqu’elles exercent
les activités visées dans ladite directive;
3° aux entreprises qui fournissent un service ou une
activité d’investissement exclusivement à leur entre-
prise-mère, à leurs fi liales ou à une autre fi liale de leur
entreprise-mère;
4° aux personnes qui fournissent un service ou une
activité d’investissement si cette activité est exercée
de manière accessoire dans le cadre d’une activité
professionnelle, et si cette dernière est régie par des
dispositions légales ou réglementaires ou par un code
déontologique régissant la profession et que ceux-
ci n’excluent pas la fourniture de ce service ou de
cette activité;
14
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
5° personen die geen beleggingsdiensten of beleg-
gingsactiviteiten verrichten, anders dan handel voor
eigen rekening, tenzij zij market makers of systematische
internaliseerder zijn;
6° de ondernemingen waarvan de beleggingsdien-
sten en -activiteiten uitsluitend bestaan in het beheer
van een werknemersparticipatieplan;
7° de ondernemingen waarvan de beleggingsdien-
sten en -activiteiten bestaan in het verstrekken van
zowel de diensten en activiteiten bedoeld onder 3° als
die bedoeld onder 6°;
8° leden van het Europees Stelsel van Centrale
Banken en andere nationale instellingen met een soort-
gelijke functie, alsmede andere overheidsinstellingen
die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld
of bij dat beheer betrokken zijn;
9° de instellingen voor collectieve belegging en pen-
sioenfondsen ongeacht of hiervoor op communautair
niveau gecoördineerde bepalingen gelden, alsmede
de bewaarders en beheerders van deze instellingen;
10° personen die voor eigen rekening in fi nanciële
instrumenten handelen of beleggingsdiensten in van
grondstoffen afgeleide instrumenten of derivatencon-
tracten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, j), van de
wet van 2 augustus 2002 verrichten voor de cliënten
van hun hoofdbedrijf, mits dit op groepsniveau als een
nevenactiviteit van hun hoofdbedrijf is aan te merken en
mits dit hoofdbedrijf niet bestaat in het verrichten van
beleggingsdiensten in de zin van artikel 46 of bankdien-
sten in de zin van de wet van 25 april 2014;
11° personen die tijdens het uitoefenen van een
andere, niet onder deze wet vallende beroepsactiviteit
beleggingsadvies verstrekken mits er niet specifi ek voor
deze adviesverstrekking wordt betaald;
12° personen waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het
voor eigen rekening handelen in grondstoffen en/of van
grondstoffen afgeleide instrumenten. Deze uitzondering
is niet van toepassing wanneer de personen die voor
eigen rekening in grondstoffen en/of van grondstoffen
afgeleide instrumenten handelen deel uitmaken van een
groep waarvan het hoofdbedrijf bestaat in het verrichten
van andere beleggingsdiensten in de zin van deze wet
of bankdiensten in de zin van de wet van 25 april 2014;
5° aux personnes qui ne fournissent aucun service ou
activité d’investissement autre que la négociation pour
son propre compte à moins qu’elles ne soient teneurs
de marché ou internalisateur systématique;
6° aux entreprises dont les services et activités
d’investissement consistent exclusivement en la gestion
d’un système de participation des travailleurs;
7° aux entreprises dont les services et activités
d’investissement consistent en la fourniture tant des
services et activités visés au 3° qu’à ceux visés au 6°;
8° aux membres du système européen de banques
centrales, aux autres organismes nationaux à vocation
similaire, ni aux autres organismes publics chargés
de la gestion de la dette publique ou intervenant dans
cette gestion;
9° aux organismes de placement collectif et aux fonds
de retraite, qu’ils soient ou non coordonnés au niveau
communautaire, ni aux dépositaires et gestionnaires de
ces organismes;
10° aux personnes négociant des instruments fi nan-
ciers pour compte propre ou fournissant des services
d’investissement concernant des instruments dérivés
sur matières premières ou des contrats dérivés visés à
l’article 2, alinéa 1er, 1°, j), de la loi du 2 août 2002 aux
clients de leur activité principale à condition que ces
prestations soient accessoires par rapport à leur activité
principale, lorsque cette activité principale est considé-
rée au niveau du groupe, et qu’elle ne consiste pas en
la fourniture de services d’investissement au sens de
l’article 2 ou de services bancaires au sens de la loi du
25 avril 2014;
11° aux personnes fournissant des conseils en inves-
tissement dans le cadre de l’exercice d’une autre activité
professionnelle qui n’est pas visée par la présente loi à
condition que la fourniture de tels conseils ne soit pas
spécifi quement rémunérée;
12° aux personnes dont l’activité principale consiste
à négocier pour compte propre des matières premières
et/ou des instruments dérivés sur ces matières. La
présente exception ne s’applique pas lorsque les per-
sonnes qui négocient pour compte propre des matières
premières et/ou des instruments dérivés sur matières
premières font partie d’un groupe dont l’activité princi-
pale est la fourniture de services d’investissement au
sens de la présente loi ou de services bancaires au sens
de la loi du 25 avril 2014;
15
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
13° ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten
en/of beleggings-activiteiten uitsluitend bestaan in het
voor eigen rekening handelen op markten voor fi nanci-
ele futures of opties of op andere derivatenmarkten en
op markten in onderliggende fi nanciële instrumenten
met als enig doel het afdekken van posities op deriva-
tenmarkten, of die voor rekening van andere leden van
deze zelfde markten handelen, of deze laatsten een prijs
geven, en die door clearing members van deze markten
worden gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid
voor de uitvoering van de door deze ondernemingen
gesloten contracten bij clearing members van deze
zelfde markten berust.
§ 2. De in dit boek verleende rechten gelden niet
voor het verrichten van diensten waarbij als tegenpar-
tij wordt opgetreden bij transacties uitgevoerd door
overheidsinstellingen die zich met de overheidsschuld
bezighouden of door leden van het Europese stelsel van
centrale banken in het kader van de uitoefening van hun
taken overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de
Europese Unie en de Statuten van het Europese stelsel
van centrale banken en van de Europese centrale bank.
Art. 5
De Koning kan, op advies van de Bank en de FSMA,
regels vaststellen met betrekking tot het statuut van en
het toezicht op de ondernemingen bedoeld in artikel
4, § 1, 13°.
HOOFDSTUK 2
Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht
Art. 6
§ 1. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht
moeten, vooraleer hun werkzaamheden aan te vatten,
één van de volgende vergunningen verkrijgen van de
toezichthouder, ongeacht de plaats waar zij hun werk-
zaamheden zullen uitoefenen:
1° een vergunning als beursvennootschap;
2° een vergunning als vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies.
§ 2. Onverminderd de voorschriften inzake kapitaal,
mag de vergunning als beursvennootschap gelden
voor alle beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en
nevendiensten als bedoeld in artikel 2.
13° aux entreprises dont les services et/ou activités
d’investissement consistent exclusivement à négocier
pour compte propre sur des marchés d’instruments
fi nanciers à terme ou d’options ou d’autres marchés
dérivés et sur des marchés d’instruments fi nanciers
sous-jacents uniquement aux seules fi ns de couvrir des
positions sur des marchés dérivés, ou qui négocient ou
assurent la formation des prix pour le compte d’autres
membres de ces marchés et sont alors couvertes par
la garantie d’un membre compensateur de ceux-ci,
lorsque la responsabilité des contrats conclus par ces
entreprises est assumée par un tel membre compen-
sateur de ces mêmes marchés.
§ 2. Les droits conférés dans le présent titre ne
s’étendent pas à la fourniture de services en qualité
de contrepartie dans les transactions effectuées par
des organismes publics chargés de la gestion de la
dette publique ou par des membres du système euro-
péen de banques centrales, dans le cadre des tâches
qui leur sont assignées par le traité instituant l’Union
européenne et par les statuts du système européen de
banques centrales et de la Banque centrale européenne.
Art. 5
Le Roi peut, sur avis de la Banque et de la FSMA,
établir des règles relatives au statut et au contrôle des
entreprises visées à l’article 4, § 1er, 13°.
CHAPITRE 2
Des entreprises d’investissement de droit belge
Art. 6
§ 1er. Les entreprises d’investissement de droit belge
sont tenues, avant de commencer leurs opérations,
d’obtenir auprès de l’autorité de contrôle l’un des agré-
ments suivants, et ce quel que soit le lieu d’exercice de
leurs activités:
1° l’agrément en qualité de société de bourse;
2° l’agrément en qualité de société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement.
§ 2. Sans préjudice des dispositions prévues en
matière de capital, l’agrément en qualité de société de
bourse peut couvrir l’ensemble des services d’investis-
sement, activités d’investissement et services auxiliaires
visés à l’article 2.
16
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 3. De vergunning als vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies mag enkel gelden
voor de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 2, 1°,
1, 2, 4, en 5, en voor de nevendiensten als bedoeld in
artikel 2, 2°, 3, 5 en 7.
Om hun eigen middelen te beleggen mogen zij
posities houden in fi nanciële instrumenten, buiten de
handelsportefeuille.
§ 4. Er kan geen vergunning als beleggingsonder-
neming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten
van nevendiensten.
§ 5. De vergunning als beursvennootschap wordt ver-
leend door de Bank conform de regels en voorwaarden
die zijn vastgelegd in artikel 492 tot 496 van de wet van
25 april 2014.
De Bank spreekt zich uit over de vergunningsaan-
vraag op advies van de FSMA conform artikel 494 van
de wet van 25 april 2014.
De vergunning als vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies wordt verleend door de FSMA
conform de regels en voorwaarden die zijn vastgelegd
in titel III.
Art. 7
De toezichthoudende overheden stellen een lijst op
van de beleggingsondernemingen waaraan krachtens
deze afdeling een vergunning werd verleend. Die lijst
en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op hun
website in onderling overleg bekendgemaakt. De FSMA
brengt de lijst en de wijzigingen daarin ter kennis van de
Europese Autoriteit voor effecten en markten.
De lijst van de beleggingsondernemingen naar
Belgisch recht bevat volgende rubrieken:
a. beursvennootschappen;
b. vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies.
De lijst vermeldt de beleggingsdiensten en de an-
dere diensten die de beleggingsondernemingen mogen
verrichten.
In de lijst wordt tevens aangegeven of de beursven-
nootschap bevoegd is om op te treden als bewaarder
voor fi nanciële instrumenten van verzekeringsonder-
nemingen, voor instellingen voor collectieve belegging
en voor kredietinstellingen voor zover deze laatste
§ 3. L’agrément en qualité de société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement ne peut
couvrir que les services d’investissement visés à l’article
2, 1°, 1, 2, 4, et 5, ainsi que les services auxiliaires visés
à l’article 2 , 2°, 3, 5 et 7.
En vue d’investir leurs fonds propres, elles peuvent
détenir des positions hors portefeuille de négociation
relatives à des instruments fi nanciers.
§ 4. Il ne peut être délivré d’agrément en qualité
d’entreprise d’investissement pour la seule prestation
de services auxiliaires.
§ 5. L’agrément en qualité de société de bourse est
délivré par la Banque conformément aux modalités et
conditions fi xées aux articles 492 à 496 de la loi du
25 avril 2014.
La Banque se prononce sur la demande d’agrément
sur avis de la FSMA conformément à l’article 494 de la
loi du 25 avril 2014.
L’agrément en qualité de société de gestion de por-
tefeuille et de conseil en investissement est délivré par
la FSMA conformément aux modalités et conditions
fi xées dans le titre III.
Art. 7
Les autorités de contrôle établissent une liste des
entreprises d’investissement agréées en vertu de la
présente section. Elles publient de façon concertée cette
liste et toutes les modifi cations qui y sont apportées, sur
leur site internet. La FSMA notifi e la liste et ses modifi -
cations à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers.
La liste des entreprises d’investissement de droit
belge comprend les rubriques suivantes:
a. les sociétés de bourse;
b. les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement.
La liste mentionne les services d’investissement et
les services auxiliaires que les entreprises d’investis-
sement sont autorisées à fournir.
La liste mentionne également si la société de bourse
a le pouvoir d’intervenir en qualité de dépositaire pour
des instruments fi nanciers d’entreprises d’assurances,
pour des organismes de placement collectif ainsi que
pour des établissements de crédit lorsque ces derniers
17
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
handelen voor rekening van hun cliënten, aangezien
dit de activiteit is als bedoeld in artikel 499, § 2, van de
wet van 25 april 2014.
De lijst kan worden onderverdeeld in subrubrieken
en kan andere diensten vermelden.
Een bijlage bij deze lijst vermeldt de financiële
holdings naar Belgisch recht zoals bepaald bij artikel
59, § 1, 2°.
Art. 8
Wanneer een vergunning is verleend aan een be-
leggingsonderneming naar Belgisch recht die een
rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming
is van één of meer moederondernemingen die ressor-
teren onder het recht van één of meer derde landen,
wordt in de kennisgeving aan de Europese Autoriteit
voor effecten en markten ook de identiteit opgegeven
van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend
geval, de fi nanciële structuur van de groep die de beleg-
gingsonderneming controleert waaraan een vergunning
is verleend. De FSMA stelt tevens de toezichthoudende
autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van het
verlenen van een dergelijke vergunning.
Op verzoek van de Europese Autoriteit voor effecten
en markten of van de Europese Commissie verstrekt de
FSMA hen dezelfde inlichtingen, wanneer haar of aan
de Bank een vergunningsaanvraag wordt voorgelegd
van een beleggingsonderneming naar Belgisch recht
die voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid in
de gevallen bedoeld in artikel 15, §§ 2 en 3, van de
Richtlijn 2004/39/EG.
In de in artikel 15, § 3, tweede en derde lid, van
dezelfde richtlijn bedoelde gevallen zal de FSMA haar
beslissingen over de vergunningsaanvraag van ven-
nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings-
advies naar Belgisch recht als bedoeld in het eerste
lid, beperken of opschorten, volgens de regels en voor
de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn
vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de
Europese Commissie.
Art. 9
§ 1. Alleen de beleggings ondernemingen naar
Belgisch recht, de kredietinstellingen en de in België
krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse
beleggingsondernemingen mogen in België openbaar
gebruik maken van de term “beleggingsonderneming”,
agissent pour le compte de leur clientèle, étant l’activité
visée à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014.
La liste peut comporter des sous-rubriques et peut
mentionner d’autres services.
À la liste est annexée la mention des compagnies
fi nancières de droit belge défi nies à l’article 59, § 1er, 2°.
Art. 8
Lorsqu’un agrément est accordé à une entreprise
d’investissement de droit belge qui est une fi liale, directe
ou indirecte, d’une ou de plusieurs entreprises mères
qui relèvent du droit d’un ou de plusieurs pays tiers, la
notifi cation à l’Autorité européenne des marchés fi nan-
ciers mentionne l’identité de cette ou de ces entreprises
mères et, s’il y a lieu, indique la structure fi nancière
du groupe qui contrôle l’entreprise d’investissement
à laquelle l’agrément est accordé. La FSMA informe
également les autorités de contrôle des autres États
membres de l’octroi d’un tel agrément.
La FSMA communique les mêmes informations à
l’Autorité européenne des marchés fi nanciers et à la
Commission européenne, à leur demande, lorsque la
FSMA ou la Banque est saisie d’une demande d’agré-
ment d’une entreprise d’investissement de droit belge
répondant aux conditions défi nies à l’alinéa 1er, dans
les cas visés à l’article 15, §§ 2 et 3, de la Directive
2004/39/CE.
Dans les cas visés à l’article 15, § 3, alinéas 2 et 3,
de la même directive, la FSMA limite ou suspend ses
décisions d’agrément de sociétés de gestion de por-
tefeuille et de conseil en investissement de droit belge
visées à l’alinéa 1er et cela selon les modalités et pour
la durée fi xée par le Conseil de l’Union européenne
ou la Commission européenne en application de ces
dispositions.
Art. 9
§ 1er. Les entreprises d’investissement de droit belge,
les établissements de crédit et les entreprises d’inves-
tissement étrangères opérant en Belgique en vertu des
articles 10 à 14 sont seuls autorisés à faire usage public
en Belgique du terme “entreprise d’investissement”,
18
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel,
in hun effecten, waarden, stukken of reclame.
§ 2. Alleen de beursvennootschappen en de in België
krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse
beleggings-ondernemingen waarvan de vergunning de
in artikel 2, 1°, 3, 6, 7 of 8 bedoelde beleggingsdienst
dekt, mogen in België openbaar gebruik maken van de
term “beursvennootschap”, inzonderheid in hun naam,
in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden,
stukken of reclame.
§ 3. Alleen de vennootschappen voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies, de beursvennootschappen
en de krediet instellingen, alsook de in België krachtens
artikelen 10 tot 14 werkzame buitenlandse beleggings-
ondernemingen waarvan de vergunning de in artikel 2,
1°, 4, bedoelde beleggingsdienst dekt, mogen in België
openbaar gebruik maken van de woorden “vermogens-
beheerder”, “vermogensbeheer” of enig andere term
die naar deze werkzaamheid verwijst, inzonderheid in
hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten,
waarden, stukken of reclame.
§ 4. Alleen de volgende vennootschappen en instel-
lingen mogen in België openbaar gebruik maken van
de woorden “beleggingsadviseur”,”beleggingsadvies” of
enig andere term die naar deze werkzaamheid verwijst,
inzonderheid in hun naam, in de opgave van hun doel,
in hun effecten, waarden, stukken of reclame:
a) de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies;
b) de beursvennootschappen;
c) de kredietinstellingen;
d) de in België krachtens artikelen 10 tot 14 werkzame
buitenlandse beleggingsondernemingen waarvan de
vergunning de in artikel 2, 1°, 5, bedoelde beleggings-
dienst dekt;
e) de makelaars in bank- en beleggingsdiensten als
bedoeld in de wet van 22 maart 2006.
notamment dans leur dénomination sociale, dans la
désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets
ou documents ou dans leur publicité.
§ 2. Les sociétés de bourse et les entreprises
d’investissement étrangères qui opèrent en Belgique
en vertu des articles 10 à 14 et dont l’agrément couvre
le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 3, 6,
7 ou 8 sont seules autorisées à faire usage public en
Belgique du terme “société de bourse”, notamment dans
leur dénomination sociale, dans la désignation de leur
objet social, dans leurs titres, effets ou documents ou
dans leur publicité.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement, les sociétés de bourse et
les établissements de crédit, ainsi que les entreprises
d’investissement étrangères qui opèrent en Belgique
en vertu des articles 10 à 14 et dont l’agrément couvre
le service d’investissement visé à l’article 2, 1°, 4, sont
seuls autorisés à faire usage public en Belgique des
termes “gérant de fortune” et “gestion de fortune” ou
de tout autre terme faisant référence à cette activité,
notamment dans leur dénomination sociale, dans la
désignation de leur objet social, dans leurs titres, effets
ou documents ou dans leur publicité.
§ 4. Les sociétés et établissements suivants sont
seuls autorisés à faire publiquement usage en Belgique
des termes “conseiller en investissement”,”conseil en
investissement”, ou de tout autre terme faisant référence
à cette activité, notamment dans leur dénomination
sociale, dans la désignation de leur objet social, dans
leurs titres, effets ou documents ou dans leur publicité:
a) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement;
b) les sociétés de bourse;
c) les établissements de crédit;
d) les entreprises d’investissement étrangères
opérant en Belgique en vertu des articles 10 à 14 de
la présente loi et dont l’agrément couvre le service
d’investissement visé à l’article 2, 1°, 5;
e) les courtiers en services bancaires et en services
d’investissement visés par la loi du 22 mars 2006.
19
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 3
Beleggingsondernemingen naar
buitenlands recht
Afdeling 1
Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van
beleggingsondernemingen die onder het recht van een
andere lidstaat ressorteren
Art. 10
§ 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren
onder het recht van een andere lidstaat en op grond
van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst
beleggingsdiensten en/of beleggings activiteiten en
nevendiensten mogen verrichten, mogen, via de
vestiging van een bijkantoor, deze diensten in België
aanvatten zodra de toezichthoudende overheid er hen
van in kennis heeft gesteld dat zij als bijkantoor van een
beleggingsonderneming uit de Europese Economische
Ruimte zijn geregistreerd.
Nevendiensten mogen alleen tezamen met een
beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit wor-
den verricht.
§ 2. De registratie van de bijkantoren van buiten-
landse beursvennootschappen die ressorteren onder
het recht van een andere lidstaat als bedoeld in para-
graaf 1, wordt door de Bank ter kennis gebracht van
deze ondernemingen conform artikel 590 van de wet
van 25 april 2014.
De FSMA wordt onmiddellijk in kennis gesteld van
deze kennisgevingen van registraties van bijkantoren
die door de Bank zijn verricht.
§ 3. De registratie van de buitenlandse vennootschap-
pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
ressorteren onder het recht van een andere lidstaat als
bedoeld in paragraaf 1, wordt door de FSMA ter kennis
gebracht van deze ondernemingen met een ter post
aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs.
Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maan-
den nadat de toezichthoudende autoriteiten voor de
beleggings ondernemingen van de lidstaat van herkomst
van de beleggingsonderneming, het op grond van de
Europeesrechtelijke regels ter zake vereiste informatie-
dossier hebben meegedeeld. Bij gebreke van ontvangst
van een kennisgeving binnen de vastgestelde termijn
mag zij haar bijkantoor openen en de voornoemde
werkzaamheden aanvatten. Zij stelt de FSMA hiervan
in kennis.
CHAPITRE 3
Des entreprises d’investissement de
droit étranger
Section 1re
Des succursales et des activités de prestation de services
en Belgique des entreprises d’investissement relevant du
droit d’un autre État membre
Art. 10
§ 1er. Les entreprises d’investissement relevant du
droit d’un autre État membre, qui sont habilitées en
vertu de leur droit national à fournir dans leur État
membre d’origine des services d’investissement et/ou
à y exercer des activités d’investissement et à y fournir
des services auxiliaires peuvent, par voie d’installation
de succursales, commencer à prester ces services en
Belgique dès que l’autorité de contrôle leur a notifi é
leur enregistrement comme succursales d’entreprises
d’investissement de l’Espace économique européen.
Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que
conjointement à un service d’investissement et/ou à
une activité d’investissement.
§ 2. L’enregistrement des succursales de sociétés
de bourses étrangères relevant du droit d’un autre État
membre visées au paragraphe 1er, est notifi é à ces entre-
prises par la Banque conformément à l’article 590 de
la loi du 25 avril 2014.
La FSMA est informée sans délai des notifi cations
d’enregistrement de succursales effectuées par
la Banque.
§ 3. L’enregistrement des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit d’un autre État membre visées au
paragraphe 1er, est notifi é à ces entreprises par la FSMA
par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de
réception.
Cette notifi cation doit intervenir au plus tard deux
mois après que les autorités de contrôle des entre-
prises d’investissement de l’État membre d’origine de
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement aient communiqué le dossier d’informa-
tion requis par les dispositions de droit européen. En
l’absence de notifi cation dans le délai fi xé, l’entreprise
peut ouvrir la succursale et entamer les activités préci-
tées. Elle en informe la FSMA.
20
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 4. De FSMA stelt elk jaar de lijst op van de geregis-
treerde bijkantoren en maakt die alsook alle wijzigingen
die hierin tijdens het jaar zijn aangebracht, bekend op
zijn website. Ook de Bank publiceert op haar website
een lijst van de beleggings ondernemingen waarvoor
zij bevoegd is.
Art. 11
De beleggingsondernemingen die ressorteren onder
het recht van een andere lidstaat en op grond van hun
nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggings-
diensten en/of beleggings activiteiten en nevendiensten
mogen verrichten, mogen deze werkzaamheden in
België aanvatten in het kader van het vrij verrichten van
diensten, zodra de bevoegde autoriteit van de lidstaat
van herkomst aan de FSMA mededeling heeft gedaan
van de op grond van de Europeesrechtelijke regels ter
zake vereiste kennisgeving.
Deze kennisgeving omvat de opgave van het pro-
gramma van werkzaamheden waarin wordt aangegeven
welke beleggingsdiensten en/of beleggingsactiviteiten
alsmede nevendiensten de beleggingsonderneming
voornemens is te verrichten, alsook of zij van plan is
om in het kader van het vrije dienstenverkeer in België
gebruik te maken van verbonden agenten.
Nevendiensten mogen alleen tezamen met een beleg-
gingsdienst en/of beleggings activiteit worden verricht.
De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de beleggings-
ondernemingen die ressorteren onder het recht van een
andere lidstaat en haar in kennis hebben gesteld van
hun voornemen om in België de beleggings diensten als
bedoeld in artikel 2, 1° en de beleggingsactiviteiten als
bedoeld in ditzelfde artikel te verrichten. Op haar website
publiceert de FSMA deze lijst en alle wijzigingen die er
in de loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de
Bank publiceert op haar website een lijst van de beleg-
gingsondernemingen waarvoor zij bevoegd is.
De FSMA vraagt bij de bevoegde autoriteit van de
lidstaat van herkomst informatie op met betrekking
tot de identiteitsgegevens van de verbonden agenten
waarvan de beleggingsonderneming voornemens is
gebruik te maken. Zij maakt deze gegevens bekend op
haar website.
§ 4. La FSMA établit la liste des succursales enregis-
trées et la publie sur son site internet, ainsi que toutes
les modifi cations qui y sont apportées en cours d’année.
La Banque publie également sur son site internet la liste
des succursales relevant de ses compétences.
Art. 11
Les entreprises d’investissement relevant du droit
d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de
leur droit national à fournir dans leur État membre d’ori-
gine des services d’investissement et/ou à y exercer des
activités d’investissement et à y fournir des services
auxiliaires, peuvent entamer ces activités en Belgique
sous le régime de la libre prestation de services dès
que l’autorité compétente de l’État membre d’origine a
communiqué à la FSMA la notifi cation requise par les
dispositions de droit européen en la matière.
Cette notifi cation doit inclure le programme d’activité
de l’entreprise d’investissement, mentionnant les ser-
vices et/ou les activités d’investissement ainsi que les
services auxiliaires qu’elle entend fournir ou exercer.
La notifi cation doit également préciser si l’entreprise
d’investissement prévoit, dans le cadre de la libre
circulation de services en Belgique, de recourir à des
agents liés.
Les services auxiliaires ne peuvent être fournis que
conjointement à un service d’investissement et/ou à
une activité d’investissement.
La FSMA établit la liste des entreprises d’investisse-
ment relevant du droit d’un autre État membre qui ont
notifi é leur intention de fournir en Belgique les services
d’investissement visés à l’article 2, 1°, et d’y exercer
les activités d’investissement visées au même article.
La FSMA publie cette liste sur son site internet, ainsi
que toutes les modifi cations qui y sont apportées en
cours d’année. La Banque publie également sur son
site internet la liste des entreprises d’investissement
relevant de ses compétences.
La FSMA demande à l’autorité compétente de l’État
membre d’origine de lui communiquer l’identité des
agents liés auxquels l’entreprise d’investissement
entend recourir. La FSMA publie ces informations sur
son site internet.
21
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 2
Bijkantoren en dienstverrichtingen in België van
beleggingsondernemingen die niet onder de richtlijn
2004/39/EG vallen
Art. 12
De artikelen 10 tot 11 zijn niet van toepassing op de
beleggingsondernemingen die ressorteren onder het
recht van een andere lidstaat die niet in het toepassings-
gebied van de richtlijn 2004/39/UE van het Europees
Parlement en de Raad vallen op grond van artikel 2, § 1,
m) en n) en artikel 3 van deze richtlijn.
Voor de bijkantoren en de dienstverrichtingen in
België van deze ondernemingen zijn de bepalingen van
afdelingen 3 en 4 van toepassing.
Afdeling 3
Bijkantoren in België van beleggings ondernemingen die
ressorteren onder het recht van derde landen
Art. 13
§ 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren
onder het recht van een derde land en voornemens
zijn om in België beleggingsdiensten aan te bieden of
te verstrekken en/of om er beleggingsactiviteiten te ver-
richten via het oprichten van bijkantoren, moeten vooraf
een vergunning verkrijgen van de toezichthouder.
§ 2. De bijkantoren van buitenlandse beursven-
nootschappen die ressorteren onder het recht van een
derde land moeten een vergunning verkrijgen van de
Bank conform artikel 603 van de wet van 25 april 2014.
De bijkantoren van buitenlandse vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res-
sorteren onder het recht van een derde land moeten
een vergunning verkrijgen van de FSMA conform de
regels en voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 84.
§ 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de bijkan-
toren waaraan een vergunning is verleend en publiceert
die op haar website, evenals alle wijzigingen die er in de
loop van het jaar in worden aangebracht. Ook de Bank
publiceert op haar website een lijst van de bijkantoren
waarvoor zij bevoegd is.
Section 2
Des succursales et des activités de prestation de services
en Belgique des entreprises d’investissement non
soumises à la directive 2004/39/CE
Art. 12
Les articles 10 et 11 ne s’appliquent pas aux entre-
prises d’investissement relevant du droit d’un autre État
membre qui ne tombent pas dans le champ d’application
de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et
du Conseil en vertu de l’article 2, § 1er, m) et n), et de
l’article 3 de cette directive.
Les succursales et les activités de prestation de
services en Belgique de ces entreprises sont soumises
aux dispositions des sections 3 et 4.
Section 3
Des succursales en Belgique des entreprises
d’investissement relevant du droit de pays tiers
Art. 13
§ 1er. Les entreprises d’investissement relevant du
droit d’un pays tiers qui ont l’intention d’offrir ou de
fournir des services d’investissement et/ou d’exercer
des activités d’investissement en Belgique, par voie
d’installation de succursales, doivent préalablement se
faire agréer par l’autorité de contrôle.
§ 2. Les succursales de sociétés de bourse étran-
gères relevant du droit d’un pays tiers doivent obtenir
leur agrément auprès de la Banque conformément à
l’article 603 de la loi du 25 avril 2014.
Les succursales de sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement étrangères relevant
du droit d’un pays tiers doivent obtenir leur agrément
auprès de la FSMA conformément aux modalités et
conditions fi xées à l’article 84.
§ 3. La FSMA établit la liste des succursales agréées
et la publie sur son site internet, ainsi que toutes les
modifi cations qui y sont apportées en cours d’année.
La Banque publie également sur son site internet la liste
des succursales relevant de ses compétences.
22
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 4
Dienstverrichtingen in België van
beleggingsondernemingingen die ressorteren onder een
derde land
Art. 14
§ 1. De beleggingsondernemingen die ressorteren
onder een derde land en die in hun land van herkomst
daadwerkelijk beleggingsdiensten verlenen, mogen
zonder vestiging enkel aan volgende beleggers deze
diensten in België aanbieden of verlenen:
a) de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen;
b) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank
van België, het Rentenfonds, het Beschermingsfonds
voor deposito’s en financiële instrumenten, het
Garantiefonds voor fi nanciële diensten en de Deposito-
en Consignatiekas;
c) de Belgische en buitenlandse kredietinstellingen
bedoeld in artikel 1, 1°, § 3, van de wet van 25 april 2014;
d) de Belgische en buitenlandse beleggingsonder-
nemingen waarvan het gewone bedrijf bestaat in het
beroepsmatig verrichten van beleggingsdiensten in de
zin van artikel 2, 1°;
e) de instellingen voor collectieve belegging bedoeld
in boek II van deel 2 van de wet van 3 augustus 2012;
f) de verzekeringsondernemingen en instellingen
als gedefi nieerd in artikel 5, 1° en 2° van de wet van
13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de
verzekerings- of herverzekerings ondernemingen;
g) de buitenlandse verzekerings ondernemingen en
pensioen fondsen die niet in België werkzaam zijn;
h) de vennootschappen waarvan fi nanciële instru-
menten zijn toegelaten tot een gereglementeerde markt,
of tot een andere buitenlandse, regelmatig werkende,
erkende en voor het publiek toegankelijke markt, en
waarvan het geconsolideerd eigen vermogen minstens
25 000 000 EUR bedraagt;
i) de in België gevestigde personen die de nationaliteit
hebben van het land van herkomst van de betrokken
beleggings onderneming of van een land waar deze
beleggingsonderneming een bijkantoor heeft, voor zo-
ver de beleggingsonderneming voor wat betreft de in
België aangeboden of verleende beleggingsdiensten
Section 4
Des activités de prestation de services en Belgique des
entreprises d’investissement relevant du droit de pays tiers
Art. 14
§ 1er. Les entreprises d’investissement relevant du
droit d’un pays tiers et qui fournissent effectivement
des services d’investissement dans leur État d’origine,
peuvent offrir ou fournir ces services en Belgique, sans
y être établies, aux seuls investisseurs suivants:
a) l’État, les Régions et les Communautés;
b) la Banque Centrale Européenne, la Banque
Nationale de Belgique, le Fonds des Rentes, le Fonds
de protection des dépôts et des instruments fi nanciers,
le Fonds de garantie pour les services fi nanciers et la
Caisse des Dépôts et Consignations;
c) les établissements de crédit belges et étrangers
visés à l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014;
d) les entreprises d’investissement belges et étran-
gères dont l’activité habituelle consiste à fournir à titre
professionnel des services d’investissement au sens
de l’article 2, 1°;
e) les organismes de placement collectif visés au livre
II de la partie 2 de la loi du 3 août 2012;
f) les entreprises et organismes d’assurances et de
réassurance telles que défi nies aux articles 5, 1° et 2°
de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle
des entreprises d’assurance ou de réassurance;
g) les entreprises d’assurances étrangères et
les fonds de pension étrangers qui n’opèrent pas
en Belgique;
h) les sociétés dont des instruments fi nanciers sont
admis à un marché réglementé ou à un autre marché
étranger, de fonctionnement régulier, reconnu et acces-
sible au public, et dont les capitaux propres consolidés
s’élèvent à 25 000 000 EUR au moins;
i) les personnes établies en Belgique qui ont la
nationalité de l’État d’origine de l’entreprise d’inves-
tissement concernée ou d’un État dans lequel cette
entreprise d’investissement a établi une succursale,
pour autant qu’en ce qui concerne les services d’inves-
tissement offerts ou fournis en Belgique, l’entreprise
23
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
in het land van herkomst of in het betrokken land van
vestiging onderworpen is aan een gelijkwaardig toezicht
als Belgische beleggingsondernemingen.
§ 2. De in de eerste paragraaf bedoelde ondernemin-
gen dienen zich vooraf bij de FSMA bekend te maken,
met opgave van de voorgenomen beleggingsdiensten
die ze voornemens zijn te verrichten, alsook van de
categorieën van beleggers aan wie ze voornemens zijn
deze diensten te verlenen.
De FSMA kan het verlenen van beleggingsdiensten
in België verbieden aan een beleggingsonderneming
die ressorteert onder het recht van een Staat die niet
dezelfde toegangsmogelijkheden tot zijn markt aan de
beleggingsondernemingen onder Belgisch recht biedt.
§ 3. De FSMA stelt elk jaar een lijst op van de in dit
artikel bedoelde beleggingsondernemingen die in België
de diensten verlenen als bedoeld in artikel 2, 1° van de
wet. Op haar website publiceert de FSMA deze lijst en
alle wijzigingen die er in de loop van het jaar in worden
aangebracht. Ook de Bank publiceert op haar website
een lijst van de beleggingsondernemingen waarvoor
zij bevoegd is.
HOOFDSTUK 4
Samenwerking tussen
toezichthoudende overheden
Art. 15
Met het oog op een efficiënt en gecoördineerd toe-
zicht op de beleggingsondernemingen sluiten de Bank
en de FSMA een protocol dat op hun respectieve web-
sites wordt bekend gemaakt.
Dit protocol bepaalt de modaliteiten van de samen-
werking tussen de Bank en de FSMA in alle gevallen
waar de wet een advies, raadpleging, informatie of ander
contact tussen de twee instellingen voorziet of waar
overleg tussen beide instellingen noodzakelijk is om een
eenvormige toepassing van de wetgeving te verzekeren.
d’investissement soit soumise, dans son État d’origine
ou dans l’État d’implantation concerné, à un contrôle
équivalent à celui auquel sont assujetties les entreprises
d’investissement belges.
§ 2. Les entreprises visées au paragraphe 1er sont
tenues de se faire connaître préalablement auprès de
la FSMA, en précisant les services d’investissement
qu’elles envisagent de fournir et les catégories d’inves-
tisseurs auxquelles elles entendent fournir ces services.
La FSMA peut interdire la prestation de services en
Belgique à une entreprise relevant du droit d’un État
qui n’accorde pas les mêmes possibilités d’accès à son
marché aux entreprises d’investissement de droit belge.
§ 3. La FSMA établit chaque année la liste des
entreprises d’investissement visées au présent article
qui fournissent en Belgique les services visés à l’article
2, 1°, de la loi. La FSMA publie cette liste sur son site
internet, ainsi que toutes les modifi cations qui y sont
apportées en cours d’année. La Banque publie éga-
lement sur son site internet la liste des entreprises
d’investissement relevant de ses compétences.
CHAPITRE 4
De la collaboration entre autorités de contrôle
Art. 15
En vue d’assurer un contrôle efficace et coordonné
des entreprises d’investissement, la Banque et la FSMA
concluent un protocole, qu’elles publient sur leur site
internet respectif.
Ce protocole détermine les modalités de la collabo-
ration entre la Banque et la FSMA dans tous les cas où
la loi prévoit un avis, une consultation, une information
ou tout autre contact entre les deux institutions, ainsi
que dans les cas où une concertation entre les deux
institutions est nécessaire pour assurer une application
uniforme de la législation.
24
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
TITEL 3
Statuut van en toezicht op de vennootschappen voor
vermogens beheer en beleggings advies
HOOFDSTUK 1
Vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies naar Belgisch recht
Afdeling 1
Vergunningsprocedure
Art. 16
De vergunning als vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies wordt afgeleverd
door de FSMA.
De aanvragers duiden aan welke in artikel 2 bedoelde
beleggingsdiensten en -activiteiten en nevendiensten zij
voornemens zijn te verrichten of aan te bieden. Daarbij
verduidelijken zij op welke financiële instrumenten
deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Bij de
vergunnings aanvraag wordt een programma van werk-
zaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de
FSMA gestelde voorwaarden en waarin met name de
aard en de omvang van de voorgenomen verrichtingen
alsook de organisatiestructuur van de onderneming
worden vermeld en de nauwe banden die zij heeft met
andere personen. De aanvragers moeten alle inlich-
tingen verstrekken die nodig zijn om hun aanvraag te
kunnen beoordelen.
Het tweede lid is eveneens van toepassing op de aan-
vragen van vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies die reeds over een vergunning
beschikken, die ertoe strekken bijkomende diensten en
activiteiten bedoeld in artikel 2 waarvoor zij nog geen
vergunning hebben te mogen verrichten. De artikelen
7 en 17 tot 19 zijn van toepassing.
Art. 17
Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van een
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies die hetzij de dochteronderneming is van een
beursvennootschap, van een krediet instelling, een
verzekerings onderneming of een herverzekerings-
onderneming naar Belgisch recht, hetzij de dochter-
onderneming van de moederonderneming van een
beursvennootschap, van een kredietinstelling, een
verzekeringsonderneming of een herverzekeringson-
derneming naar Belgisch recht, hetzij onder de controle
TITRE 3
Du statut et du contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement
CHAPITRE 1ER
Des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement de droit belge
Section 1re
Procédure d’agrément
Art. 16
L’agrément en qualité de société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement est délivré
par la FSMA.
Les demandeurs indiquent les services et activités
d’investissement et/ou les services auxiliaires visés à
l’article 2, qu’ils envisagent de fournir. Ils précisent les
instruments fi nanciers sur lesquels portent ces services
et activités. La demande d’agrément est accompagnée
d’un programme d’activités répondant aux conditions
fi xées par la FSMA dans lequel sont notamment indi-
qués le volume des opérations envisagées ainsi que la
structure de l’organisation de l’entreprise et ses liens
étroits avec d’autres personnes. Les demandeurs
doivent fournir tous renseignements nécessaires à
l’appréciation de leur demande.
L’alinéa 2 s’applique également aux demandes intro-
duites par les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement déjà agréées qui souhaitent
fournir des services et activités supplémentaires visés à
l’article 2, non couverts par leur agrément. Les articles
7 et 17 à 19 sont d’application.
Art. 17
Lorsque l’agrément est sollicité par une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qui est soit la fi liale d’une société de bourse, d’un éta-
blissement de crédit, d’une entreprise d’assurances
ou d’une entreprise de réassurance de droit belge, soit
la fi liale de l’entreprise mère d’une société de bourse,
d’un établissement de crédit, d’une entreprise d’assu-
rances ou d’une entreprise de réassurance de droit
belge, soit encore contrôlée par les mêmes personnes
physiques ou morales qu’une société de bourse, qu’un
25
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als
een beursvennootschap, een kredietinstelling, een
verzekerings onderneming of een herverzekerings-
onderneming naar Belgisch recht raadpleegt de FSMA,
vooraleer een beslissing te nemen, de Bank.
Wanneer de vergunningsaanvraag uitgaat van
een vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die hetzij de dochteronderneming
is van een andere beleggingsonderneming, van een
kredietinstelling, een verzekerings-onderneming, een
herverzekerings-onderneming, een beheerder van
AICB’s of een beheervennootschap van instellingen
voor collectieve belegging, met vergunning of toelating in
een andere lidstaat, hetzij de dochteronderneming van
de moeder onderneming van een andere beleggings-
onderneming, van een kredietinstelling, een verzeke-
rings-onderneming, een herverzekerings onderneming,
een beheerder van AICB’s of een beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging, met vergun-
ning of toelating in een andere lidstaat, hetzij onder
de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechts-
personen als een andere beleggingsonderneming,
een kredietinstelling, een verzekerings onderneming,
een herverzekerings onderneming, een beheerder van
AICB’s of een beheervennootschap van instellingen
voor collectieve belegging, met vergunning of toelating
in een andere lidstaat, raadpleegt de FSMA, vooraleer
een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende
overheden die in deze andere lidstaten bevoegd zijn
voor het toezicht op de beleggingsondernemingen,
krediet instellingen, verzekeringsondernemingen, her-
verzekeringsondernemingen, beheerders van AICB’s
of beheervennootschappen van instellingen voor col-
lectieve belegging, waaraan zij krachtens hun recht een
vergunning of toelating hebben verleend.
De FSMA raadpleegt eveneens vooraf de Bank of de
in het tweede lid bedoelde toezichthoudende overheden
voor het beoordelen van de geschiktheid van de aan-
deelhouders en de leiding overeenkomstig de artikelen
22 en 23, wanneer deze aandeelhouder, al naargelang
het geval, een in het eerste of tweede lid bedoelde on-
derneming is en de bij de leiding van de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies betrokken
persoon eveneens betrokken is bij de leiding van een
van de, al naargelang het geval, in het eerste of tweede
lid bedoelde ondernemingen. Deze overheden delen
elkaar alle informatie mee die relevant is voor het be-
oordelen van de geschiktheid van de in dit lid bedoelde
aandeelhouders en bij de leiding betrokken personen.
établissement de crédit, qu’une entreprise d’assurances
ou qu’une entreprise de réassurance de droit belge, la
FSMA consulte la Banque avant de prendre sa décision.
Lorsque l’agrément est sollicité par une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qui est soit la fi liale d’une autre entreprise d’investis-
sement, d’un établissement de crédit, d’une entreprise
d’assurances, d’une entreprise de réassurance, d’un
gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion d’or-
ganismes de placement collectif, agréé dans un autre
État membre, soit la fi liale de l’entreprise mère d’une
autre entreprise d’investissement, d’un établissement de
crédit, d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise
de réassurance, d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une
société de gestion d’organismes de placement collectif,
agréé dans un autre État- membre, soit encore contrôlée
par les mêmes personnes physiques ou morales qu’une
autre entreprise d’investissement, qu’un établissement
de crédit, qu’une entreprise d’assurances, qu’une entre-
prise de réassurance, qu’un gestionnaire d’OPCA ou
qu’une société de gestion d’organismes de placement
collectif, agréé dans un autre État membre, la FSMA
consulte, avant de prendre sa décision, les autorités
nationales de ces autres États membres qui contrôlent
les entreprises d’investissement, les établissements de
crédit, les entreprises d’assurances, les entreprises de
réassurance, les gestionnaires d’OPCA ou les sociétés
de gestion d’organismes de placement collectif, agréés
selon leur droit.
De même, la FSMA consulte préalablement la Banque
ou les autorités de contrôle visées à l’alinéa 2 aux fi ns
d’évaluer les qualités requises des actionnaires et des
dirigeants conformément aux articles 22 et 23 , lorsque
l’actionnaire est une entreprise visée, selon le cas, à
l’alinéa 1er ou 2, et que la personne participant à la direc-
tion de la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement prend part également à la direction
de l’une des entreprises visées, selon le cas, à l’alinéa
1er ou 2 . Ces autorités se communiquent mutuellement
toutes informations utiles pour l’évaluation des qualités
requises des actionnaires et des personnes participant
à la direction visés au présent alinéa.
26
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 18
De FSMA verleent de aangevraagde vergunning
aan vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die voldoen aan de voorwaarden
van afdeling II. Zij spreekt zich uit over de vergunning
binnen de zes maanden na de indiening van een vol-
ledige aanvraag.
De beslissingen inzake vergunning vermelden de
beleggingsdiensten en -activiteiten evenals de neven-
diensten die de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies mag verrichten.
De beslissingen inzake vergunning worden binnen
vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of
een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van
de aanvragers.
Art. 19
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies kan de FSMA de vergunning van de
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies beperken tot bepaalde diensten of activiteiten
of tot bepaalde fi nanciële instrumenten, alsook in haar
vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten
of activiteiten met betrekking tot bepaalde fi nanciële
instrumenten voorwaarden stellen.
Afdeling 2
Vergunningsvoorwaarden
Onderafdeling 1
Rechtsvorm
Art. 20
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies naar Belgisch recht moeten worden
opgericht in de rechtsvorm van een handelsvennoot-
schap, met uitzondering van de besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid die is opgericht door
één enkele persoon.
Art. 18
La FSMA accorde l’agrément sollicité aux sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
répondant aux conditions fi xées à la section II. Elle sta-
tue sur la demande dans les six mois de l’introduction
d’un dossier complet.
Les décisions en matière d’agrément mentionnent les
services et activités d’investissement ainsi que les ser-
vices auxiliaires que la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement est autorisée à fournir.
Les décisions en matière d’agrément sont notifi ées
aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recom-
mandée à la poste ou avec accusé de réception.
Art. 19
En vue d’une gestion saine et prudente de la société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment, la FSMA peut limiter l’agrément de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement à
certains services ou activités ou à certains instruments
fi nanciers, de même qu’elle peut assortir l’agrément de
conditions relatives à la fourniture de certains services
ou activités ou en rapport avec certains instruments
fi nanciers.
Section 2
Conditions d’agrément
Sous-section 1re
Forme
Art. 20
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement de droit belge doivent être constituées
sous la forme d’une société commerciale, à l’exception
de la forme de la société privée à responsabilité limitée
constituée par une seule personne.
27
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Onderafdeling 2
Aanvangskapitaal
Art. 21
§ 1. Om een vergunning als vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies te verkrij-
gen moet het volstort gedeelte van het kapitaal
125 000 euro bedragen.
§ 2. Voor bestaande instellingen die een vergunning
als vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies aanvragen, worden voor de toepassing van
§ 1 de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen
resultaat gelijkgesteld met kapitaal.
Onderafdeling 3
Aandeelhouders of vennoten
Art. 22
De FSMA verleent pas een vergunning nadat zij in
kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke
of rechtspersonen die, alleen of in onderling overleg
handelend, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwali-
fi ceerde deelneming bezitten in het kapitaal van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties
en hoeveel stemrechten deze personen bezitten.
De vergunning wordt geweigerd wanneer de FSMA
gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig
beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, redenen heeft om aan te nemen dat
de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtsperso-
nen niet geschikt zijn.
Wanneer er nauwe banden bestaan tussen de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
en andere natuurlijke of rechtspersonen, wordt de
vergunning pas verleend indien deze banden de juiste
uitoefening van de toezichthoudende taak van de FSMA
niet belemmeren.
De FSMA weigert de vergunning indien de wettelijke
of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land
die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of
rechtspersonen met wie de vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies nauwe banden heeft,
Sous-section 2
Capital initial
Art. 21
§ 1er. L’agrément en qualité de société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement est subor-
donné à l’existence d’un capital entièrement libéré à
concurrence de 125 000 EUR.
§ 2. En cas de préexistence de la société deman-
deresse de l’agrément comme société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, les primes
d’émission, les réserves et le résultat reporté sont, pour
l’application du § 1er, assimilés au capital.
Sous-section 3
Détenteurs du capital
Art. 22
L’agrément est subordonné à la communication à la
FSMA de l’identité des personnes physiques ou morales
qui, directement ou indirectement, agissant seules ou de
concert avec d’autres, détiennent dans le capital de la
société de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement une participation qualifi ée. La communication
doit comporter l’indication des quotités du capital et des
droits de vote détenus par ces personnes.
L’agrément est refusé si la FSMA a des raisons de
considérer que les personnes physiques ou morales
visées à l’alinéa 1er ne présentent pas les qualités néces-
saires au regard du besoin de garantir une gestion saine
et prudente de la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement.
Lorsqu’il existe des liens étroits entre la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
et d’autres personnes physiques ou morales, l’agrément
n’est délivré que si ces liens n’empêchent pas la FSMA
d’exercer effectivement ses fonctions prudentielles.
La FSMA refuse l’agrément si les dispositions législa-
tives, réglementaires ou administratives d’un pays tiers
applicables à une ou plusieurs personnes physiques
ou morales avec lesquelles la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement a des liens
28
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
of moeilijkheden in verband met de toepassing van die
bepalingen, een belemmering vormen voor de juiste
uitoefening van haar toezichthoudende taken.
Onderafdeling 4
Leiding
Art. 23
§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan
van de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, de personen belast met de effec-
tieve leiding, in voorkomend geval de leden van het
directiecomité, evenals de verantwoordelijken voor de
onafhankelijke controlefuncties, zijn uitsluitend natuur-
lijke personen.
De in het eerste lid bedoelde personen moeten
permanent over de voor de uitoefening van hun functie
vereiste professionele betrouwbaarheid en passende
deskundigheid beschikken.
§ 2. De effectieve leiding van de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet
aan ten minste twee natuurlijke personen worden
toevertrouwd.
§ 3. De FSMA verleent geen vergunning indien zij
er niet van overtuigd is dat de personen die het bedrijf
van de vennootschap voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies effectief zullen leiden, als voldoende
professioneel betrouwbaar bekend staan en over
voldoende deskundigheid beschikken, dan wel indien
er objectieve en aantoonbare redenen zijn om aan te
nemen dat eventuele voorgenomen wijzigingen in het
bestuur van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies een bedreiging vormen voor het
gezond en voorzichtig beleid ervan.
Art. 24
Artikel 20 van de wet van 25 april 2014 is van
toepassing.
Onderafdeling 5
Organisatie
Art. 25
§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies moeten beschikken over een voor
hun werkzaam heden of voorgenomen werkzaamheden
étroits, ou des difficultés liées à l’application desdites
dispositions, l’empêchent d’exercer effectivement ses
fonctions prudentielles.
Sous-section 4
Dirigeants
Art. 23
§ 1er. Les membres de l’organe légal d’administration
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, les personnes chargées de la direction
effective, le cas échéant les membres du comité de
direction, ainsi que les responsables des fonctions de
contrôle indépendantes sont exclusivement des per-
sonnes physiques.
Les personnes visées à l’alinéa 1er doivent dispo-
ser en permanence de l’honorabilité professionnelle
nécessaire et de l’expertise adéquate à l’exercice de
leur fonction.
§ 2. La direction effective des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement doit être
confi ée à deux personnes physiques au moins.
§ 3. La FSMA refuse l’agrément si elle n’est pas
convaincue que les personnes qui dirigeront effective-
ment l’activité de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement jouissent d’une hono-
rabilité professionnelle et d’une expertise suffisantes
ou s’il existe des raisons objectives et démontrables
d’estimer que le changement proposé dans la direction
risquerait de compromettre la gestion saine et prudente
de la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement .
Art. 24
L’article 20 de la loi du 25 avril 2014 est d’application.
Sous-section 5
Organisation
Art. 25
§ 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement doivent disposer d’une
structure de gestion, d’une organisation administrative
29
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
passende beleidsstructuur, administratieve en boek-
houdkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaat-
regelen met betrekking tot de elektronische informatie-
verwerking, en interne controle.
Zij houden daarbij rekening met de aard, de omvang
en de complexiteit van deze werkzaamheden en de
eraan verbonden risico’s.
§ 2. De vennootschappen voor vermogens beheer en
beleggingsadvies dienen te beschikken over een pas-
sende beleids structuur, waaronder inzonderheid dient
te worden verstaan: een coherente en transparante
organisatiestructuur, met inbegrip van een passende
functiescheiding; een duidelijk omschreven, trans-
parant en samenhangend geheel van verantwoorde-
lijkheidstoewijzingen; passende procedures voor de
identifi catie, de meting, het beheer en de opvolging van
en de interne verslaggeving over de belangrijke risico’s
die de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies loopt ingevolge haar werkzaam heden of
voorgenomen werkzaamheden; een beloningsbeleid
en een beloningscultuur die in overeenstemming zijn
met en bijdragen aan een degelijk en doeltreffend
risicobeheer.
§ 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies richten een auditcomité op bin-
nen hun wettelijk bestuursorgaan. Het auditcomité
is samengesteld uit niet-uitvoerende leden van het
wettelijk bestuursorgaan. Ten minste één lid van het
auditcomité is een onafhankelijk lid van het wettelijk
bestuursorgaan in de zin van artikel 526ter van het
Wetboek van Vennootschappen en beschikt over de
nodige deskundigheid op het gebied van boekhouding
en/of audit. Bovendien beschikken de leden van het
auditcomité over een collectieve deskundigheid op het
gebied van de activiteiten van de betrokken vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en
op het gebied van boekhouding en audit.
In het jaarverslag van het wettelijk bestuursorgaan
wordt aangetoond dat de leden van het auditcomité
over de nodige individuele en collectieve deskundig-
heid beschikken.
De vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies die voldoen aan ten minste twee van de
volgende drie criteria, zijn vrijgesteld van de verplichting
om een auditcomité op te richten:
a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het be-
trokken boekjaar van minder dan 250 personen,
b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan
43 000 000 euro,
et comptable, de mécanismes de contrôle et de
sécurité dans le domaine informatique et d’un contrôle
interne, appropriés aux activités qu’elles exercent ou
entendent exercer.
Elles tiennent compte à cet égard de la nature, du
volume et de la complexité de ces activités, ainsi que
des risques y afférents.
§ 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement doivent disposer d’une struc-
ture de gestion adéquate, se composant notamment
des éléments suivants: une structure organisationnelle
cohérente et transparente, prévoyant une séparation
adéquate des fonctions; un dispositif d’attribution des
responsabilités qui est bien défi ni, transparent et cohé-
rent; des procédures adéquates d’identifi cation, de
mesure, de gestion, de suivi et de reporting interne des
risques importants encourus par la société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement en rai-
son des activités qu’elle exerce ou entend exercer; des
politiques et pratiques de rémunération permettant et
promouvant une gestion saine et efficace des risques.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement constituent un comité d’audit
au sein de leur organe légal d’administration. Le comité
d’audit est composé de membres non-exécutifs de
l’organe légal d’administration. Au moins un membre du
comité d’audit est un membre indépendant de l’organe
d’administration au sens de l’article 526ter du Code des
sociétés et est compétent en matière de comptabilité
et/ou d’audit. En outre, les membres du comité d’audit
disposent d’une compétence collective dans le domaine
des activités de la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement concernée et en matière
de comptabilité et d’audit.
Le rapport annuel de l’organe légal d’administration
justifi e la compétence individuelle et collective des
membres du comité d’audit.
Sont exemptées de l’obligation de constituer un
comité d’audit les sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement répondant à au moins
deux des trois critères suivants:
a) nombre moyen de salariés inférieur à 250 per-
sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné,
b) total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros,
30
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan
50 000 000 euro.
Voor zover een auditcomité is opgericht dat voor de
gehele groep bevoegd is en voldoet aan de vereisten
van deze wet, kan de FSMA aan een vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die een
dochter of een kleindochter is van een gemengde fi -
nanciële holding, van een verzekeringsholding, van een
fi nanciële holding, van een kredietinstelling, van een
beursvennootschap, van een verzekerings onderneming,
van een herverzekerings onderneming, van een andere
beleggings onderneming, van een beheerder van AICB’s
of van een beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging, afwijkingen toestaan van de voor-
melde bepalingen en specifi eke voorwaarden vastleg-
gen voor het verlenen van deze afwijkingen. De FSMA
maakt haar afwijkingsbeleid openbaar.
De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan
de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen
over het auditcomité van de genoteerde vennootschap-
pen in de zin van artikel 4 van dit Wetboek.
§ 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies richten een remuneratiecomité op
binnen hun wettelijk bestuursorgaan. Het remuneratie-
comité is samengesteld uit niet-uitvoerende leden van
het wettelijk bestuurs orgaan. Ten minste één lid van
het remuneratiecomité is een onafhankelijk lid van het
wettelijk bestuursorgaan in de zin van artikel 526ter van
het Wetboek van Vennootschappen. Het remuneratie-
comité is zodanig samengesteld dat het een kundig en
onafhankelijk oordeel kan geven over beloningsbeleid
en -cultuur en de stimulansen die worden gecreëerd
voor het beheer van risico, kapitaal en liquiditeit.
In het jaarverslag van het wettelijk bestuursorgaan
wordt aangetoond dat de leden van het remuneratie-
comité over de nodige individuele en collectieve des-
kundigheid beschikken.
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die niet signifi cant zijn wat betreft hun
interne organisatie of wat betreft de aard, reikwijdte en
complexiteit van hun activiteiten en die voldoen aan
ten minste twee van de volgende drie criteria zijn vrij-
gesteld van de verplichting om een remuneratiecomité
op te richten:
a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het be-
trokken boekjaar van minder dan 250 personen;
b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan
43 000 000 euro;
c) chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à
50 000 000 euros.
Pour autant qu’un comité d’audit dont les attributions
s’étendent à tout le groupe et répondant aux exigences
de la présente loi ait été constitué, la FSMA peut, à
l’égard des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement qui sont fi liales ou sous-fi -
liales d’une compagnie fi nancière mixte, d’une société
holding d’assurances, d’une compagnie fi nancière,
d’un établissement de crédit, d’une société de bourse,
d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de
réassurance, d’une autre entreprise d’investissement,
d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion
d’organismes de placement collectif, accorder des
dérogations aux dispositions qui précèdent et fi xer des
conditions spécifi ques à l’octroi de celles-ci. La FSMA
rend sa politique de dérogation publique.
Les dispositions qui précèdent ne portent pas préju-
dice aux dispositions du Code des sociétés relatives au
comité d’audit des sociétés cotées au sens de l’article
4 de ce Code.
§ 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement constituent un comité de
rémunération au sein de leur organe légal d’adminis-
tration. Le comité de rémunération est composé de
membres non-exécutifs de l’organe légal d’administra-
tion. Au moins un membre du comité de rémunération
est un membre indépendant de l’organe légal d’adminis-
tration au sens de l’article 526ter du Code des sociétés.
Le comité de rémunération est composé de manière à lui
permettre d’exercer un jugement compétent et indépen-
dant sur les politiques et les pratiques de rémunération
et sur les incitations créées pour la gestion des risques,
des fonds propres et de la liquidité.
Le rapport annuel de l’organe légal d’administration
justifi e l’expertise individuelle et collective requise des
membres du comité de rémunération.
Sont exemptées de l’obligation d’avoir un comité de
rémunération les sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement qui ne revêtent pas une
importance signifi cative en raison de leur organisation
interne ou en raison de la nature, de la portée et de la
complexité de leurs activités et qui répondent à au moins
deux des trois critères suivants:
a) nombre moyen de salariés inférieur à 250 per-
sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné;
b) total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros;
31
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan
50 000 000 euro.
Voor zover een remuneratiecomité is opgericht dat
voor de gehele groep bevoegd is en voldoet aan de
vereisten van deze wet, kan de FSMA aan een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
een dochter of een kleindochter is van een gemengde
fi nanciële holding, van een verzekeringsholding, van
een fi nanciële holding, van een kredietinstelling, van een
beursvennootschap, van een verzekerings onderneming,
van een herverzekerings onderneming, van een andere
beleggings onderneming, van een beheerder van AICB’s
of van een beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging, afwijkingen toestaan van de voor-
melde bepalingen en specifi eke voorwaarden vastleg-
gen voor het verlenen van deze afwijkingen.
De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de
bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over
het remuneratiecomité van vennootschappen waarvan
de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een
in artikel 4 van dit Wetboek bedoelde markt.
§ 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies dienen een passende interne controle
te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks
dient te worden beoordeeld. Wat haar administratieve
en boekhoudkundige organisatie betreft, dienen zij een
systeem van interne controle te organiseren dat een
redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouw-
baarheid van het fi nanciële verslaggevingproces, zodat
de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende
boekhoudreglementering.
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies nemen de nodige maatregelen om
blijvend te kunnen beschikken over een passende on-
afhankelijke interneauditfunctie.
De vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies werken een passend integriteitsbeleid
uit dat geregeld wordt geactualiseerd.
Onverminderd artikel 87bis van de wet van
2 augustus 2002 nemen zij de nodige maatregelen
om blijvend te kunnen beschikken over een passende
onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door
de onderneming, haar bestuurders, effectieve leiding,
werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van
de rechtsregels in verband met de integriteit van het
bedrijf van vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies.
c) chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à
50 000 000 euros.
Pour autant qu’un comité de rémunération dont les
attributions s’étendent à tout le groupe et répondant aux
exigences de la présente loi ait été constitué, la FSMA
peut, à l’égard des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement qui sont fi liales ou sous-
fi liales d’une compagnie fi nancière mixte, d’une société
holding d’assurances, d’une compagnie fi nancière,
d’un établissement de crédit, d’une société de bourse,
d’une entreprise d’assurances, d’une entreprise de
réassurance, d’une autre entreprise d’investissement,
d’un gestionnaire d’OPCA ou d’une société de gestion
d’organismes de placement collectif, accorder des
dérogations aux dispositions qui précèdent et fi xer des
conditions spécifi ques à l’octroi de celles-ci.
Les dispositions qui précèdent ne portent pas préju-
dice aux dispositions du Code des sociétés relatives au
comité de rémunération des sociétés dont les actions
sont admises à la négociation sur un marché visé à
l’article 4 dudit Code.
§ 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement doivent organiser un contrôle
interne adéquat, dont le fonctionnement est évalué au
moins une fois par an. En ce qui concerne leur organisa-
tion administrative et comptable, elles doivent organiser
un système de contrôle interne qui procure un degré de
certitude raisonnable quant à la fi abilité du processus
de reporting fi nancier, de manière à ce que les comptes
annuels soient conformes à la réglementation comptable
en vigueur.
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement prennent les mesures nécessaires
pour pouvoir disposer en permanence d’une fonction
d’audit interne indépendante adéquate.
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement élaborent une politique d’intégrité
adéquate, qui est actualisée régulièrement.
Sans préjudice de l’article 87bis de la loi du
2 août 2002, elles prennent les mesures nécessaires
pour pouvoir disposer en permanence d’une fonction de
compliance indépendante adéquate, destinée à assurer
le respect, par l’entreprise, ses administrateurs, ses
dirigeants effectifs, ses salariés et ses mandataires,
des règles de droit relatives à l’intégrité de l’activité
de société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement .
32
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies dienen te beschikken over een pas-
sende onafhankelijke risicobeheerfunctie.
§ 6. De FSMA kan, onverminderd het bepaalde bij
de paragrafen 1 tot 5, nader bepalen wat moet worden
verstaan onder een passende beleidsstructuur, een
passende interne controle, een passende onafhankelijke
interneauditfunctie, een passende risicobeheerfunctie
en, een passende onafhankelijke compliancefunctie en
nadere regels uitwerken overeenkomstig de Europese
wetgeving.
§ 7. Onverminderd de bevoegdheden van het wet-
telijke bestuursorgaan inzake vaststelling van het
algemeen beleid als bepaald bij het Wetboek van
Vennootschappen, nemen de personen belast met de
effectieve leiding van de vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend geval
het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke be-
stuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving
van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5.
Onverminderd de wettelijke opdrachten van het wet-
telijk bestuursorgaan, heeft het auditcomité minstens
de volgende taken:
a) monitoring van het fi nanciële verslaggevingsproces;
b) monitoring van de doeltreffendheid van de sys-
temen voor interne controle en risicobeheer van de
onderneming;
c) monitoring van de interne audit en de desbetref-
fende activiteiten;
d) monitoring van de wettelijke controle van de jaar-
rekening en de geconsolideerde jaarrekening.
Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursor-
gaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn
taken, en ten minste wanneer het wettelijk bestuursor-
gaan de jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening
en de in artikel 55 bedoelde periodieke staten opstelt die
de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies respectievelijk aan het einde van het boekjaar
en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.
De FSMA kan, bij reglement vastgesteld overeen-
komstig artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, de
elementen in de bovenstaande lijst op technische punten
preciseren en aanvullen.
Het remuneratiecomité is verantwoordelijk voor het
voorbereiden van beslissingen over beloning, inclusief
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement doivent disposer d’une fonction de
gestion des risques indépendante adéquate.
§ 6. La FSMA peut, sans préjudice des dispositions
des §§ 1er à 5, préciser ce qu’il y a lieu d’entendre par
structure de gestion adéquate, contrôle interne adéquat,
fonction d’audit interne indépendante adéquate, fonction
de gestion des risques adéquate etfonction de com-
pliance indépendante adéquate, et élaborer des règles
plus précises conformément à la législation européenne.
§ 7. Sans préjudice des pouvoirs dévolus à l’organe
légal d’administration en ce qui concerne la détermina-
tion de la politique générale, tels que prévus par le Code
des sociétés, les personnes chargées de la direction
effective de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement , le cas échéant le comité
de direction, prennent, sous la surveillance de l’organe
légal d’administration, les mesures nécessaires pour
assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 5.
Sans préjudice des missions légales de l’organe légal
d’administration, le comité d’audit est au moins chargé
des missions suivantes:
a) suivi du processus d’élaboration de l’information
fi nancière;
b) suivi de l’efficacité des systèmes de contrôle
interne et de gestion des risques de l’entreprise;
c) suivi de l’audit interne et de ses activités;
d) suivi du contrôle légal des comptes annuels et des
comptes consolidés.
Le comité d’audit fait régulièrement rapport à l’organe
légal d’administration sur l’exercice de ses missions, au
moins lors de l’établissement par celui-ci des comptes
annuels et consolidés et des états périodiques visés
à l’article 55, respectivement transmis par la société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment à la fi n de l’exercice social et à la fi n du premier
semestre social.
La FSMA peut préciser et compléter sur des points
d’ordre technique les éléments énumérés dans la liste
reprise ci-dessus, par voie de règlement pris conformé-
ment à l’article 64 de la loi du 2 août 2002.
Le comité de rémunération est chargé de préparer
les décisions concernant les rémunérations, notamment
33
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voor beslissingen die gevolgen hebben voor de risico’s
en het risicobeheer van de vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies en die het leiding-
gevend orgaan in zijn toezichtfunctie moet nemen. Bij
de voorbereiding van dergelijke beslissingen moet het
remuneratiecomité rekening houden met de langeter-
mijnbelangen van de aandeelhouders, de investeerders
en andere belanghebbenden van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies.
Het wettelijke bestuursorgaan van de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorko-
mend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks
te controleren of de onderneming beantwoordt aan het
bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5 en het eerste lid van
deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen pas-
sende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding, in voor-
komend geval het directiecomité, lichten minstens jaar-
lijks het wettelijke bestuursorgaan en de FSMA in over
de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze
paragraaf en over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA gebeurt
volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
§ 8. Als de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies nauwe banden heeft met andere
natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen
belemmering vormen voor een individueel of geconso-
lideerd prudentieel toezicht op de onderneming.
Als de vennootschap voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies nauwe banden heeft met een natuurlijke
of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een
derde land, mogen de voor die persoon geldende wet-
telijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen
of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een
individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op
de onderneming.
Art. 26
§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies leggen passende beleidslijnen en
procedures vast om de naleving van de wettelijke voor-
schriften inzake beleggingsdiensten en -activiteiten door
de onderneming, hun bestuurders, effectieve leiding,
werknemers, verbonden agenten en gevolmachtigden
te verzekeren.
Zij werken passende regels uit voor de rechtstreekse
en onrechtstreekse persoonlijke verrichtingen in
celles qui ont des répercussions sur le risque et la
gestion des risques dans la société de gestion de por-
tefeuille et de conseil en investissement et que l’organe
de direction est appelé à arrêter dans l’exercice de sa
fonction de surveillance. Lors de la préparation de ces
décisions, le comité de rémunération tient compte des
intérêts à long terme des actionnaires, des investisseurs
et des autres parties prenantes de la société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement.
L’organe légal d’administration de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
doit contrôler au moins une fois par an, le cas échéant
par l’intermédiaire du comité d’audit, si l’entreprise se
conforme aux dispositions des §§ 1er à 5 et de l’alinéa
1er du présent paragraphe, et il prend connaissance des
mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective,
le cas échéant le comité de direction, font rapport au
moins une fois par an à l’organe légal d’administra-
tion et à la FSMA sur le respect des dispositions de
l’alinéa 1er du présent paragraphe et sur les mesures
adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA selon
les modalités qu’elle détermine.
§ 8. S’il existe des liens étroits entre la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
et d’autres personnes physiques ou morales, ces liens
ne peuvent entraver l’exercice d’un contrôle prudentiel
individuel ou sur base consolidée de l’entreprise.
Si la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement a des liens étroits avec une per-
sonne physique ou morale relevant du droit d’un pays
tiers, les dispositions législatives, réglementaires et
administratives applicables à cette personne ou leur
mise en oeuvre ne peuvent entraver l’exercice d’un
contrôle prudentiel individuel ou sur base consolidée
de l’entreprise.
Art. 26
§ 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement mettent en place des poli-
tiques et des procédures adéquates permettant d’assu-
rer le respect, par l’entreprise, ses administrateurs, ses
dirigeants effectifs, ses salariés, ses agents liés et ses
mandataires, des dispositions légales relatives aux
services et activités d’investissement.
Elles élaborent des règles appropriées applicables
aux transactions personnelles, directes et indirectes,
34
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
fi nanciële instrumenten die worden uitgevoerd door de
in het eerste lid bedoelde personen.
Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de
desbetreffende nadere regels en verplichtingen. Deze
regels en verplichtingen kunnen inzonderheid betrek-
king hebben op:
— de relevante personen op wie deze regels en
verplichtingen van toepassing zijn;
— de persoonlijke verrichtingen die in strijd worden
geacht met de wet;
— de modaliteiten waaronder de relevante per-
sonen hun persoonlijke verrichtingen dienen mee te
delen aan de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies;
— de wijze waarop de vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies gegevens over de
persoonlijke verrichtingen dienen te bewaren.
§ 2. De vennootschappen voor vermogens beheer
en beleggingsadvies nemen passende organisatori-
sche en administratieve maatregelen om te voorkomen
dat belangenconfl icten inzake beleggingsdiensten en
-activiteiten tussen de onderneming, hun bestuurders,
effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of
een met hen verbonden onderneming, enerzijds, en hun
cliënteel anderzijds, of tussen hun cliënten onderling, de
belangen van deze laatsten zouden schaden.
Op advies van de FSMA bepaalt de Koning de
desbetreffende nadere regels en verplichtingen.
Deze regels en verplichtingen kunnen inzonderheid
betrekking hebben op de organisatorische regels die
in acht moeten worden genomen ter voorkoming van
belangenconfl icten en wanneer de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies onderzoek op
beleggingsgebied produceert en verspreidt.
§ 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies nemen passende maatregelen om de
continuïteit van hun beleggingsdiensten en -activiteiten
te verzekeren.
§ 4. Wanneer een vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies operationele taken die van
kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende
dienstverlening inzake beleggingsdiensten en -activitei-
ten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maat-
regelen om het hiermee gepaard gaande operationeel
risico te beperken.
effectuées sur des instruments fi nanciers par les per-
sonnes visées à l’alinéa 1er.
Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles et
obligations en la matière. Ces règles et obligations
peuvent notamment porter sur:
— les personnes concernées auxquelles ces règles
et obligations sont applicables;
— les transactions personnelles qui sont réputées
contraires à la loi;
— les modalités selon lesquelles les personnes
concernées sont tenues de notifi er leurs transactions
personnelles à la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement;
— la manière dont les sociétés de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement doivent conserver
un enregistrement des transactions personnelles.
§ 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement prennent des mesures
organisationnelles et administratives adéquates pour
empêcher que des confl its d’intérêts portant sur des
services et activités d’investissement et survenant entre
l’entreprise, ses administrateurs, ses dirigeants effectifs,
ses salariés et ses mandataires, ou toute entreprise qui
lui est liée, d’une part, et sa clientèle, d’autre part, ou
entre ses clients eux-mêmes, ne portent atteinte aux
intérêts de ces derniers.
Le Roi, sur avis de la FSMA, précise les règles et obli-
gations en la matière. Ces règles et obligations peuvent
notamment porter sur les règles organisationnelles à
respecter afi n d’empêcher la survenance de confl its
d’intérêts, ainsi que lorsque la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement produit et
diffuse des travaux de recherche en investissements.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement prennent des mesures adé-
quates pour assurer la continuité de leurs services et
activités d’investissement.
§ 4. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement confi e à un tiers l’exécution
de tâches opérationnelles essentielles pour assurer la
fourniture de ses services d’investissement et l’exercice
de ses activités d’investissement de manière continue
et satisfaisante, elle prend des mesures adéquates pour
limiter le risque opérationnel y afférent.
35
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen
wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van
de interne controleprocedures van de onderneming en
aan het vermogen van de FSMA om te controleren of
de onderneming haar wettelijke verplichtingen nakomt.
De FSMA publiceert, een beleidsverklaring waarin
zij haar beleid inzake uitbestedingen van diensten van
beheer van vermogen van niet-professionele cliën-
ten uiteenzet. Deze verklaring wordt op haar website
bekendgemaakt.
§ 5. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies houden de gegevens bij over alle door
hen verrichte beleggingsdiensten en -activiteiten om de
FSMA in staat te stellen na te gaan of de onderneming
de bepalingen van deze wet naleeft, inzonderheid of
de onderneming haar verplichtingen tegenover haar
cliënteel of potentieel cliënteel nakomt.
§ 6. De personen belast met de effectieve leiding van
de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies, in voorkomend geval het directiecomité, nemen
onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan van de
onderneming de nodige maatregelen voor de naleving
van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 5. Het wettelijke
bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditco-
mité, dient minstens jaarlijks te controleren of de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
aan het bepaalde bij deze paragrafen beantwoordt, en
neemt kennis van de genomen passende maatregelen.
De personen belast met de effectieve leiding, in
voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens
jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan en de FSMA in
over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid en
over de genomen passende maatregelen.
De informatieverstrekking aan de FSMA gebeurt
volgens de modaliteiten die zij bepaalt.
§ 7. De FSMA kan nadere bepalingen van dit artikel
vaststellen met een reglement genomen ter uitvoe-
ring van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van
2 augustus 2002.
Art. 27
§ 1. De FSMA bepaalt welke minimuminformatie de
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies publiek moeten maken over hun solvabili-
teit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere risicoposi-
ties, hun beleid voor kapitaalbehoeften, onder verwijzing
L’externalisation visée à l’alinéa 1er ne peut s’effectuer
d’une manière qui nuise sensiblement au caractère adé-
quat des procédures de contrôle interne de l’entreprise
et qui empêche la FSMA de contrôler si l’entreprise
respecte ses obligations légales.
La FSMA publie, une communication dans laquelle
elle expose la politique qu’elle suit en matière d’exter-
nalisation de services de gestion de portefeuille fournis
à des clients de détail. Cette déclaration est rendue
publique sur son site internet .
§ 5. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement conservent un enregistre-
ment de tout service d’investissement fourni et de toute
activité d’investissement exercée, afi n de permettre
à la FSMA de vérifi er si l’entreprise se conforme aux
dispositions de la présente loi et, en particulier, si elle
respecte ses obligations à l’égard de ses clients ou
clients potentiels.
§ 6. Les personnes chargées de la direction effective
de la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement , le cas échéant le comité de direction,
prennent, sous la surveillance de l’organe légal d’admi-
nistration de l’entreprise, les mesures nécessaires
pour assurer le respect des dispositions des §§ 1er à 5.
L’organe légal d’administration doit contrôler au moins
une fois par an, le cas échéant par l’intermédiaire du
comité d’audit, si la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement se conforme aux disposi-
tions des paragraphes précités, et il prend connaissance
des mesures adéquates prises.
Les personnes chargées de la direction effective, le
cas échéant le comité de direction, font rapport au moins
une fois par an à l’organe légal d’administration et à la
FSMA sur le respect des dispositions de l’alinéa 1er et
sur les mesures adéquates prises.
Ces informations sont transmises à la FSMA selon
les modalités qu’elle détermine.
§ 7. La FSMA peut préciser les dispositions du pré-
sent article par voie de règlement pris en exécution des
articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002.
Art. 27
§ 1er. La FSMA détermine les informations minimales
que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement doivent publier en matière de solvabi-
lité, de liquidité, de concentration de risques et d’autres
positions de risques, sur leur politique de besoins en
36
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
naar de vereisten bedoeld in artikel 54, alsook over hun
beloningsbeleid als bedoeld in artikel 25, § 2, eerste lid,
in fi ne. Zij bepaalt tevens de minimale frequentie en de
wijze van bekendmaking van deze informatie.
§ 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels en
procedures om te voldoen aan de informatieverplichtin-
gen bedoeld in § 1. Ze evalueren het passend karakter
van hun publiciteitsmaatregelen, daarin begrepen de
controle van de gepubliceerde gegevens alsook de
frequentie van de informatieverschaffing.
§ 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies voorzien de noodzakelijke regels
en procedures teneinde te evalueren of de informatie
die zij publiceren over hun organisatie, hun fi nanciële
positie en hun risicostaat aan de marktdeelnemers een
volledig inzicht in hun risicoprofi el verschaffen.
§ 4. De in dit artikel bedoelde reglementen wor-
den genomen conform artikel 64 van de wet van
2 augustus 2002.
§ 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de
perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan
van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel
genomen reglementen.
Onderafdeling 6
Hoofdbestuur
Art. 28
Het hoofdbestuur van een vennootschap voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies moet in België
zijn gevestigd.
Onderafdeling 7
Beleggersbescherming
Art. 29
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies moeten aansluiten bij de beleggers-
beschermingsregeling als bedoeld in titel V.
fonds propres par référence aux exigences visées à
l’article 54 ainsi que sur leur politique en matière de
rémunération visée à l’article 25, § 2, in fi ne. Elle défi nit
également la fréquence minimale et les modalités de
publication de ces informations.
§ 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement prévoient les règles et pro-
cédures nécessaires pour se conformer aux exigences
de publication prévues au § 1er. Elles évaluent l’adé-
quation de leurs mesures de publication, en ce compris
le contrôle des données publiées et la fréquence de
publication.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement prévoient les règles et pro-
cédures nécessaires afi n d’évaluer si les informations
qu’elles publient sur leur organisation, leur situation
fi nancière et l’état de leurs risques fournissent aux
acteurs du marché des informations complètes sur leur
profi l de risque.
§ 4. Les règlements visés au présent article sont pris
conformément à l’article 64 de la loi du 2 août 2002.
§ 5. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autori-
ser, dans les limites de la législation européenne, des
dérogations aux dispositions des règlements pris par
application du présent article.
Sous-section 6
Administration centrale
Art. 28
L’administration centrale d’une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement doit être
fi xée en Belgique.
Sous-section 7
Protection des investisseurs
Art. 29
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement doivent adhérer au système de pro-
tection des investisseurs visé au titre V.
37
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 3
Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Onderafdeling 1
Minimum eigen vermogen
Art. 30
§ 1. Het eigen vermogen van de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag niet
dalen onder het bedrag van het overeenkomstig arti-
kel 21 vastgestelde aanvangskapitaal.
In coöperatieve vennootschappen mogen geen aan-
delen worden terugbetaald als dit voor de onderneming
tot gevolg zou hebben dat de eigen vermogenscoëffi-
ciënten, als vastgesteld met toepassing van artikel 54,
niet meer zouden worden gehaald.
§ 2. Wanneer het eigen vermogen niet meer het peil
bereikt zoals vastgesteld bij § 1 kan de FSMA een ter-
mijn vaststellen waarbinnen dit opnieuw op het betrok-
ken peil moet worden gebracht.
Onderafdeling 2
Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Art. 31
§ 1. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet
van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belang-
rijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling
overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die
besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een
gekwalifi ceerde deelneming in een vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch
recht te verwerven of te vergroten, waardoor het per-
centage van de gehouden stemrechten of aandelen in
het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou
bereiken of overschrijden, dan wel de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn doch-
teronderneming zou worden, de FSMA daarvan vooraf
schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang
van de beoogde deelneming en de in paragraaf 3, derde
lid, bedoelde relevante informatie.
§ 2. De FSMA zendt de kandidaat-verwerver snel en
in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van
de kennisgeving en van alle in paragraaf 1 bedoelde in-
formatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later
tijdstip, van de in het derde lid bedoelde informatie, een
Section 3
Conditions d’exercice de l’activité
Sous-Section 1re
Fonds propres minimums
Art. 30
§ 1er. Les fonds propres des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement ne peuvent
devenir inférieurs au montant du capital initial fi xé confor-
mément à l’article 21.
Dans les sociétés coopératives, il ne peut être pro-
cédé au remboursement de parts s’il en résulterait que
l’entreprise ne respecterait plus les coefficients de fonds
propres établis en vertu de l’article 54.
§ 2. Lorsque les fonds propres n’atteignent plus les
montants fi xés au § 1er, la FSMA peut fi xer un délai dans
lequel ils doivent à nouveau atteindre ces montants.
Sous-Section 2
Modifi cations dans la structure du capital
Art. 31
§ 1er. Sans préjudice de l’article 59 et de la loi du
2 mai 2007 relative à la publicité des participations
importantes, toute personne physique ou morale agis-
sant seule ou de concert avec d’autres, qui a pris la
décision soit d’acquérir, directement ou indirectement,
une participation qualifi ée dans une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement de droit
belge, soit de procéder, directement ou indirectement, à
une augmentation de cette participation qualifi ée dans
une société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement de droit belge, de telle façon que la pro-
portion de droits de vote ou de parts de capital détenue
atteigne ou dépasse les seuils de 20 %, de 30 % ou de
50 % ou que la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement devienne sa fi liale, est tenue
de notifi er par écrit au préalable à la FSMA le montant
envisagé de sa participation et les informations perti-
nentes visées au paragraphe 3, alinéa 3.
§ 2. Diligemment, et en toute hypothèse dans un
délai de deux jours ouvrables après la réception de la
notifi cation et des informations complètes visées au
paragraphe 1er, ainsi qu’après l’éventuelle réception
ultérieure des informations visées à l’alinéa 3, la FSMA
38
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de
datum waarop de beoordelingsperiode afl oopt.
De beoordelingsperiode waarover de FSMA beschikt
om de in paragraaf 3 bedoelde beoordeling uit te voeren,
bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf
de datum van de ontvangstbevestiging van de kennis-
geving en van alle documenten die bij de kennisgeving
gevoegd moeten worden conform de in paragraaf 3,
derde lid, bedoelde lijst.
De FSMA kan tijdens de beoordelingsperiode, doch
niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende infor-
matie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling
af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en
vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.
De beoordelingsperiode wordt onderbroken vanaf
de datum van het verzoek van de FSMA om informa-
tie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de
kandidaat-verwerver. De onderbreking duurt ten hoog-
ste twintig werkdagen. Hoewel het de FSMA na het
verstrijken van de uiterste datum vastgelegd conform het
vorige lid, vrij staat om ter vervollediging of verduidelij-
king bijkomende verzoeken om informatie te formuleren,
hebben deze verzoeken evenwel geen onderbreking van
de beoordelingsperiode tot gevolg.
De FSMA kan de in het vierde lid bedoelde onder-
breking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen:
a) indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese
Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet com-
munautaire reglementering is onderworpen; of
b) indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke
of rechtspersoon is die niet aan toezicht is onder-
worpen ingevolge Richtlijn 2013/36/EU, Richtlijn
2009/65/EG, Richtlijn 2011/61/EU, Verordening (EG)
Nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de
Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus en
Verordening (EU) Nr. 1095/2010, Richtlijn 2009/138/EG
of Richtlijn 2004/39/EG.
§ 3. De FSMA kan zich in de loop van de beoorde-
lingsperiode bedoeld in paragraaf 2, verzetten tegen
de voorgenomen verwerving indien zij, uitgaande van
de in het tweede lid vastgestelde criteria, om gegronde
redenen niet overtuigd is van de geschiktheid van de
kandidaat-verwerver gelet op de noodzaak om een ge-
zond en voorzichtig beleid van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies te waarborgen,
of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft
verstrekt onvolledig is.
en accuse réception par écrit au candidat acquéreur.
L’accusé de réception indique la date d’expiration de la
période d’évaluation.
La période d’évaluation dont dispose la FSMA pour
procéder à l’évaluation visée au paragraphe 3 est de
maximum soixante jours ouvrables à compter de la date
de l’accusé de réception de la notifi cation et de tous les
documents requis avec la notifi cation sur la base de la
liste visée au paragraphe 3, alinéa 3.
La FSMA peut, pendant la période d’évaluation, au
plus tard le cinquantième jour ouvrable de la période
d’évaluation, demander un complément d’information
nécessaire pour mener à bien son évaluation. Cette
demande est faite par écrit et précise les informations
complémentaires nécessaires.
Pendant la période comprise entre la date de la de-
mande d’informations par la FSMA et la réception d’une
réponse du candidat acquéreur à cette demande, la
période d’évaluation est suspendue. Cette suspension
ne peut excéder vingt jours ouvrables. La FSMA peut
formuler, au-delà de la date limite déterminée confor-
mément à l’alinéa précédent, d’autres demandes visant
à recueillir des informations complémentaires ou des
clarifi cations, sans que ces demandes ne donnent tou-
tefois lieu à une suspension de la période d’évaluation.
La FSMA peut porter la suspension visée à l’alinéa
4, à trente jours ouvrables:
a) si le candidat acquéreur est établi hors de la
l’Espace économique européen ou relève d’une régle-
mentation non communautaire; ou
b) si le candidat acquéreur est une personne physique
ou morale qui n’est pas soumise à une surveillance
en vertu de la Directive 2013/36/UE, de la Directive
2009/65/CE, de la Directive 2011/61/UE , des Règlement
(CE) n° 1060/2009 du Parlement européen et du Conseil
du 16 septembre 2009 sur les agences de notation de
crédit et (UE) n° 1095/2010, de la directive 2009/138/
CE, ou de la Directive 2004/39/CE.
§ 3. La FSMA peut, dans le courant de la période
d’évaluation visée au paragraphe 2, s’opposer à la réa-
lisation de l’acquisition si elle a des motifs raisonnables
de considérer, sur la base des critères fi xés à l’alinéa 2,
que le candidat acquéreur ne présente pas les qualités
nécessaires au regard du besoin de garantir une gestion
saine et prudente de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement ou si les informations
fournies par le candidat acquéreur sont incomplètes.
39
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Bij de beoordeling van de in paragraaf 1 bedoelde
kennisgeving en informatie, en van de in paragraaf
2 bedoelde aanvullende informatie, toetst de FSMA,
met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van
de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies die het doelwit is van de verwerving en
rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de
kandidaat-verwerver op de vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies, de geschiktheid van
de kandidaat-verwerver en de fi nanciële soliditeit van de
voorgenomen verwerving aan alle onderstaande criteria:
a) de reputatie van de kandidaat-verwerver;
b) de betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in
artikel 23 bedoelde persoon die het bedrijf van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
als gevolg van de voorgenomen verwerving feitelijk
gaat leiden;
c) de fi nanciële soliditeit van de kandidaat-verwerver,
met name met betrekking tot de aard van de werkzaam-
heden die verricht en beoogd worden in de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
het doelwit is van de verwerving;
d) of de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies zal kunnen voldoen en blijven voldoen
aan de prudentiële voorschriften op grond van deze wet
en haar uitvoeringsbesluiten, met name of de groep
waarvan zij deel gaat uitmaken zo gestructureerd is dat
effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informa-
tie tussen de bevoegde overheden mogelijk zijn, en dat
de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de
bevoegde overheden kan worden bepaald;
e) of er gegronde redenen zijn om te vermoeden
dat in verband met de voorgenomen verwerving geld
wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd
gefi nancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld
wit te wassen of terrorisme te fi nancieren in de zin van
artikel 1 van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de
voorkoming van het gebruik van het fi nanciële stelsel
voor het witwassen van geld of terrorismefi nanciering,
of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop
zou kunnen vergroten.
De FSMA publiceert op haar website een lijst met de
voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in
verhouding staat tot en is afgestemd op de aard van de
kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en
die haar samen met de in paragraaf 1 bedoelde ken-
nisgeving moet worden verstrekt.
En procédant à l’évaluation de la notifi cation et des
informations visées au paragraphe 1er, et des informa-
tions complémentaires visées au paragraphe 2, la FSMA
apprécie, afi n de garantir une gestion saine et prudente
de la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement visée par l’acquisition envisagée et
en tenant compte de l’infl uence probable du candidat
acquéreur sur la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement, le caractère approprié
du candidat acquéreur et la solidité financière de
l’acquisition envisagée en appliquant l’ensemble des
critères suivants:
a) la réputation du candidat acquéreur;
b) l’honorabilité et l’expertise de toute personne visée
à l’article 23 qui assurera la direction des activités de
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement à la suite de l’acquisition envisagée;
c) la solidité fi nancière du candidat acquéreur, compte
tenu notamment du type d’activités exercées et envi-
sagées au sein de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement visée par l’acquisition
envisagée;
d) la capacité de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement de satisfaire et de conti-
nuer à satisfaire aux obligations prudentielles découlant
de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de
celle-ci, en particulier le point de savoir si le groupe
auquel il appartiendra possède une structure qui permet
d’exercer une surveillance effective, d’échanger réelle-
ment des informations entre les autorités compétentes
et de déterminer le partage des responsabilités entre
les autorités compétentes;
e) l’existence de motifs raisonnables de soupçonner
qu’une opération ou une tentative de blanchiment de
capitaux ou de fi nancement du terrorisme au sens de
l’article 1er de la Directive (UE) 2015/849 du Parlement
Européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la
prévention de l’utilisation du système fi nancier aux
fi ns du blanchiment de capitaux ou du fi nancement du
terrorisme est en cours ou a eu lieu en rapport avec
l’acquisition envisagée, ou que l’acquisition envisagée
pourrait en augmenter le risque.
La FSMA publie sur son site internet une liste spé-
cifi ant les informations pertinentes, proportionnées
et adaptées à la nature du candidat acquéreur et de
l’acquisition envisagée, qui sont nécessaires pour pro-
céder à l’évaluation et qui doivent lui être communiquées
au moment de la notifi cation visée au paragraphe 1er.
40
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Indien de FSMA na voltooiing van de beoorde-
ling besluit zich te verzetten tegen de voorgenomen
verwerving, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan
schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder
de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek
van de kandidaat-verwerver kan een passende mo-
tivering van het besluit voor het publiek toegankelijk
worden gemaakt.
Indien de FSMA zich binnen de beoordelingsperiode
niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving,
wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.
De FSMA mag voor de voltooiing van de voorgeno-
men verwerving een maximum termijn vaststellen en
deze termijn zo nodig verlengen.
§ 4. Voor het verrichten van de in paragraaf 3 be-
doelde beoordeling werkt de FSMA in onderling overleg
samen met iedere andere betrokken bevoegde overheid
of, al naargelang het geval, met de Bank, indien de
kandidaat-verwerver een van de volgende personen is:
a) een kredietinstelling, een beurs vennootschap, een
verzekerings-onderneming, een herverzekeringsonder-
neming, een beleggingsonderneming, een beheerder
van AICB’s of een beheervennootschap van instellingen
voor collectieve belegging waaraan een vergunning is
verleend door de Bank of door een bevoegde overheid
in een andere lidstaat; of
b) de moederonderneming van een van de in de
bepaling onder a) bedoelde ondernemingen; of
c) een natuurlijke of rechtspersoon die de controle
heeft over een van de in de bepaling onder a) bedoelde
ondernemingen.
In de in het voormelde lid bedoelde gevallen vermeldt
de FSMA in haar besluit steeds de eventuele stand-
punten en bedenkingen van de overheid die bevoegd
is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het
geval, van de Bank.
Indien de prudentiële beoordeling van een voorgeno-
men verwerving tot de bevoegdheid behoort van een in
een andere lidstaat competente toezichthouder op kre-
dietinstellingen, verzekeringsonder-nemingen, herver-
zekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen,
beheerders van AICB’s of beheervennootschappen
van instellingen voor collectieve belegging, of van de
Bank wisselt de FSMA met deze toezichthouder of met
de Bank zo spoedig mogelijk alle informatie uit die re-
levant of van essentieel belang is voor de beoordeling.
Daartoe verstrekt zij deze toezichthouder op verzoek
Si la FSMA décide, au terme de l’évaluation, de
s’opposer à l’acquisition envisagée, elle le notifi e par
écrit au candidat acquéreur, dans un délai de deux jours
ouvrables et sans dépasser la période d’évaluation. Un
exposé approprié des motifs de la décision peut être
rendu accessible au public à la demande du candidat
acquéreur.
Si, au terme de la période d’évaluation, la FSMA ne
s’est pas opposée à l’acquisition envisagée, celle-ci est
réputée approuvée.
La FSMA peut fi xer un délai maximal pour la conclu-
sion de l’acquisition envisagée et, le cas échéant,
le proroger.
§ 4. La FSMA procède à l’évaluation visée au para-
graphe 3 en pleine concertation avec toute autre autorité
compétente concernée ou, selon le cas, avec la Banque,
si le candidat acquéreur est:
a) un établissement de crédit, une société de bourse,
une entreprise d’assurances, une entreprise de réassu-
rance, une entreprise d’investissement, un gestionnaire
d’OPCA ou une société de gestion d’organismes de
placement collectif agréés par la Banque ou par une
autorité compétente dans un autre État membre; ou
b) l’entreprise mère d’une des entreprises ayant une
des qualités visées au a); ou
c) une personne physique ou morale contrôlant une
des entreprises visées au a).
Dans les cas visés à l’alinéa précédent, toute décision
de la FSMA mentionne les éventuels avis ou réserves
formulés par l’autorité compétente responsable du
candidat acquéreur ou, selon le cas, par la Banque.
Lorsque l’évaluation prudentielle d’une acquisition
projetée relève des compétences de l’autorité de
contrôle des établissements de crédit, des entreprises
d’assurances, des entreprises de réassurance, des en-
treprises d’investissement, des gestionnaires d’OPCA
ou des sociétés de gestion d’organismes de placement
collectif d’un autre État membre, ou des compétences
de la Banque, la FSMA échange, dans les meilleurs
délais, avec cette autorité ou avec la Banque toute
information essentielle ou pertinente pour l’évaluation.
Dans ce cadre, elle lui communique sur demande toute
41
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
alle relevante informatie en uit eigen beweging alle es-
sentiële informatie.
§ 5. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft
besloten om niet langer een rechtstreekse of onrecht-
streekse gekwalifi ceerde deelneming in een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te
bezitten, stelt de FSMA daarvan vooraf schriftelijk in
kennis met vermelding van het bedrag van de voorgeno-
men deelneming. Een dergelijke persoon stelt de FSMA
evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van
zijn gekwalifi ceerde deelneming zodanig te verkleinen
dat het percentage van de door hem gehouden stem-
rechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel
van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies ophoudt
zijn dochteronderneming te zijn.
§ 6. Indien de bij paragraaf 1 of paragraaf 5 voor-
geschreven voorafgaande kennisgeving niet wordt
verricht of indien een deelneming wordt verworven of
vergroot ondanks het in paragraaf 3 bedoelde verzet
van de FSMA, kan de voorzitter van de rechtbank van
koophandel van het rechtsgebied waar de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies haar
zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in
artikel 516, § 1, van het Wetboek van Vennootschappen
bedoelde maatregelen nemen, alsook alle of een deel
van de beslissingen van een algemene vergadering die
in de voornoemde gevallen zou zijn gehouden, nietig
verklaren.
De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding
door de FSMA.
Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen
is van toepassing.
§ 7. Onverminderd artikel 59 en onverminderd de wet
van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belang-
rijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling
overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die,
rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft
verworven in een vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies naar Belgisch recht, dan wel zijn
deelneming in een vennootschap voor vermogenssbe-
heer en beleggingsadvies naar Belgisch recht recht-
streeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het
percentage van de gehouden stemrechten of aandelen
in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten
of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus
een gekwalifi ceerde deelneming verkrijgt, de FSMA
daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn
van tien werkdagen na de verwerving.
information pertinente et, de sa propre initiative, toute
information essentielle.
§ 5. Toute personne physique ou morale qui a pris la
décision de cesser de détenir, directement ou indirec-
tement, une participation qualifi ée dans une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
le notifi e par écrit au préalable à la FSMA et lui commu-
nique le montant envisagé de sa participation. Une telle
personne notifi e de même à la FSMA sa décision de
diminuer sa participation qualifi ée de telle façon que la
proportion de droits de vote ou de parts de capital déte-
nue descende en dessous des seuils de 20 %, de 30 %
ou de 50 %, ou que la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement cesse d’être sa fi liale.
§ 6. En cas d’abstention de procéder aux notifi ca-
tions préalables prescrites par le paragraphe 1er ou le
paragraphe 5 ou en cas d’acquisition ou d’accroisse-
ment d’une participation en dépit de l’opposition de la
FSMA visée au paragraphe 3, le président du tribunal
de commerce dans le ressort duquel la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
a son siège, statuant comme en référé, peut prendre
les mesures visées à l’article 516, § 1er, du Code des
sociétés, ainsi que prononcer l’annulation de tout ou
partie des délibérations d’assemblée générale tenue
dans les cas visés ci-dessus.
La procédure est engagée par citation émanant
de la FSMA.
L’article 516, § 3, du Code des sociétés est
d’application.
§ 7. Sans préjudice de l’article 59 et de la loi du
2 mai 2007 relative à la publicité des participations
importantes, toute personne physique ou morale agis-
sant seule ou de concert avec d’autres, qui a acquis,
directement ou indirectement, une participation dans
une société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement de droit belge, ou qui a procédé, direc-
tement ou indirectement, à une augmentation de sa
participation dans une société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement de droit belge, de telle
façon que la proportion de droits de vote ou de parts de
capital détenue atteigne ou dépasse le seuil de 5 % des
droits de vote ou du capital, sans pour autant détenir
une participation qualifi ée, est tenue de le notifi er par
écrit à la FSMA dans un délai de dix jours ouvrables
après l’acquisition.
42
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Iedere alleen of in onderling overleg handelende
natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een recht-
streekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer
dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies,
die geen gekwalifi ceerde deelneming was, dient binnen
een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving
te verrichten.
De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede
lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of
verwervers, het aantal verworven of vervreemde aan-
delen en het percentage van de stemrechten en van het
kapitaal van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies die na de verwerving of vervreem-
ding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als
opgegeven in de lijst die de FSMA conform paragraaf
3, derde lid, op haar website publiceert.
§ 8. Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies de FSMA in kennis van de verwervingen
of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging
boven of daling onder een van de drempels bedoeld in
paragraaf 1, eerste lid, tot gevolg hebben.
Onder dezelfde voorwaarden delen zij de FSMA ten
minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen
of in onderling overleg handelende aandeelhouders
of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een
gekwalifi ceerde deelneming bezitten in hun kapitaal,
alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten
zij aldus bezitten. Zij delen de FSMA evenzo mee voor
hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden
stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of
vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel
515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval
een dergelijke kennisgeving aan de FSMA niet statutair
is voorgeschreven.
Art. 32
Indien de FSMA grond heeft om aan te nemen dat de
invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die recht-
streeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde deelne-
ming bezit in een vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies, een gezond en voorzichtig beleid
van deze beleggingsonderneming kan belemmeren,
kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde
maatregelen:
1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen
verbonden stemrechten die in bezit zijn van de betrokken
aandeelhouder of vennoot; zij kan, op verzoek van elke
belanghebbende, toestaan dat de door haar bevolen
La même notifi cation est requise dans un délai de dix
jours ouvrables de toute personne physique ou morale
qui a cessé de détenir, directement ou indirectement,
seul ou agissant de concert avec d’autres personnes,
une participation de plus de 5 % du capital ou des droits
de vote d’une société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement, qui ne constituait pas une
participation qualifi ée.
Les notifi cations visées aux alinéas 1er et 2 indiquent
l’identité précise du ou des acquéreurs, le nombre de
titres acquis ou cédés et le pourcentage des droits de
vote et du capital de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement détenus postérieu-
rement à l’acquisition ou à la cession, ainsi que les
informations nécessaires dont la liste est publiée par la
FSMA sur son site internet conformément au paragraphe
3, alinéa 3.
§ 8. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement communiquent à la FSMA,
dès qu’elles en ont connaissance, les acquisitions ou
aliénations de leurs titres ou parts qui font franchir vers le
haut ou vers le bas l’un des seuils visés au paragraphe
1er, alinéa 1er.
Dans les mêmes conditions, elles communiquent
à la FSMA, une fois par an au moins, l’identité des
actionnaires ou associés qui possèdent, directement
ou indirectement, agissant seuls ou de concert, des
participations qualifi ées dans leur capital, ainsi que
la quotité du capital et celle des droits de vote ainsi
détenus. Elles communiquent de même à la FSMA la
quotité des actions ou parts ainsi que celle des droits
de vote y afférents dont l’acquisition ou l’aliénation leur
est déclarée conformément à l’article 515 du Code des
sociétés dans les cas où les statuts ne prescrivent pas
leur déclaration à la FSMA.
Art. 32
Lorsque la FSMA a des raisons de considérer que
l’infl uence exercée par une personne physique ou
morale détenant, directement ou indirectement, une
participation qualifi ée dans une société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement est de nature
à compromettre sa gestion saine et prudente, et sans
préjudice des autres mesures prévues par la présente
loi, elle peut:
1° suspendre l’exercice des droits de vote attachés
aux actions ou parts détenues par l’actionnaire ou
l’associé en question; elle peut, à la demande de tout
intéressé, accorder la levée des mesures ordonnées
43
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt
op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de
betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is
uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de FSMA
kan haar beslissing openbaar maken;
2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen
om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhou-
dersrechten in zijn bezit over te dragen.
Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden
overgedragen, kan de FSMA bevelen de aandeel-
houdersrechten te sekwestreren bij de instelling of de
persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter
kennis van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die het register van de aandelen op
naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van
de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege
het sekwester. Het sekwester handelt in het belang
van een gezond en voorzichtig beleid van de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en
in het belang van de houder van de gesekwestreerde
aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die
aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het
sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts
aan de voornoemde houder overgemaakt indien hij ge-
volg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2°, bedoelde
aanmaning. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen
of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om
te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de ven-
nootschap, om in te gaan op openbare overname- of rui-
laanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol
te storten, is de instemming van de voornoemde houder
vereist. De aandeelhoudersrechten die zijn verworven
in het kader van dergelijke verrichtingen worden van
rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwes-
ter. De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld
door de FSMA en betaald door de voornoemde houder.
Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de
bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid
van sekwester of die hem worden gestort door de voor-
noemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van
de hierboven bedoelde verrichtingen.
Indien na afl oop van de overeenkomstig het eerste
lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten
werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of
door een andere persoon, buiten het sekwester, die op-
treedt voor rekening van deze houder, niettegenstaande
een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het
eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het
rechtsgebied waar de vennootschap haar zetel heeft,
op verzoek van de FSMA alle of een deel van de beslis-
singen van de algemene vergadering nietig verklaren
wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum
par elle; sa décision est notifi ée de la manière la plus
appropriée à l’actionnaire ou à l’associé en cause; sa
décision est exécutoire dès qu’elle a été notifi ée; la
FSMA peut rendre sa décision publique;
2° donner injonction à l’actionnaire ou à l’associé
en cause de céder, dans le délai qu’elle fi xe, les droits
d’associé qu’il détient.
À défaut de cession dans le délai fi xé, la FSMA peut
ordonner la mise sous séquestre des droits d’associé
auprès de l’institution ou personne qu’elle détermine.
Le séquestre en donne connaissance à la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qui modifi e en conséquence le registre des actions ou
parts d’associés nominatives et qui n’accepte l’exercice
des droits qui y sont attachés que par le seul séquestre.
Le séquestre agit dans l’intérêt d’une gestion saine et
prudente de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement et dans celui du détenteur des
droits d’associés ayant fait l’objet du séquestre. Il exerce
tous les droits attachés aux actions ou parts d’associés.
Les sommes encaissées par lui au titre de dividende
ou à un autre titre ne sont remises par lui au détenteur
précité que si celui-ci a satisfait à l’injonction visée à
l’alinéa 1er, 2°. La souscription à des augmentations de
capital ou à d’autres titres conférant ou non le droit de
vote, l’option en matière de dividende payable en titres
de la société, la réponse à des offres publiques d’acqui-
sition ou d’échange et la libération de titres non entière-
ment libérés sont subordonnés à l’accord du détenteur
précité. Les droits d’associés acquis en vertu de ces
opérations font, de plein droit, l’objet du séquestre prévu
ci-dessus. La rémunération du séquestre est fi xée par la
FSMA et est à charge du détenteur précité. Le séquestre
peut imputer cette rémunération sur les sommes qui
lui sont versées en sa qualité de séquestre ou par le
détenteur précité aux fi ns ou comme conséquence des
opérations visées ci-dessus.
Lorsque des droits de vote ont été exercés par le
détenteur originaire ou par une personne, autre que
le séquestre, agissant pour le compte de ce détenteur
après l’échéance du délai fi xé conformément à l’alinéa
1er, 2°, première phrase, nonobstant une suspension
de leur exercice prononcée conformément à l’alinéa
1er, 1°, le tribunal de commerce dans le ressort duquel
la société a son siège peut, sur requête de la FSMA,
prononcer la nullité de tout ou partie des délibérations
de l’assemblée générale si, sans les droits de vote
illégalement exercés, les quorums de présence ou de
44
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
dat is vereist voor de genoemde beslissingen, buiten de
onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt.
Art. 33
Op verzoek van de Europese Commissie brengt de
FSMA haar in kennis van elk op grond van artikel 31, § 1,
door een moederonderneming die ressorteert onder het
recht van een andere lidstaat, aan de FSMA voorgelegd
voornemen tot verwerving van een deelneming in een
beleggingsonderneming uit de Europese Economische
Ruimte, waardoor deze haar dochteronderneming
zou worden.
De FSMA beperkt of schorst de verwerving van een
deelneming door rechtstreekse of onrechtstreekse
moederondernemingen die ressorteren onder een
derde land in de gevallen en onder de voorwaarden en
de duur die bepaald zijn in artikel 15, lid 3 en lid 5, van
de Richtlijn 2004/39/EG.
Bij verwerving of vergroting van een deelneming,
ondanks de maatregelen die de FSMA heeft genomen
overeenkomstig het tweede lid, is artikel 31, § 6, van
toepassing.
Onderafdeling 3
Leiding en leiders
Art. 34
De statuten van de vennootschappen voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies die zijn opgericht
in de vorm van een naamloze vennootschap kunnen
de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de
in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van
Vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te
dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité,
waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezol-
diging vaststelt.
Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel niet slaan
op de vaststelling van het algemeen beleid noch op de
handelingen die bij andere bepalingen van hetzelfde
wetboek van vennootschappen zijn voorbehouden aan
de raad van bestuur.
Art. 35
§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies brengen de FSMA voorafgaandelijk
op de hoogte van het voorstel tot benoeming van de
majorité requis par lesdites délibérations n’auraient pas
été réunis.
Art. 33
La FSMA informe la Commission européenne, à la
demande de cette dernière, de tout projet, dont la FSMA
est informée en vertu de l’article 31, § 1er, de prise de
participation par une entreprise mère relevant du droit
d’un autre État membre dans une entreprise d’investis-
sement de l’Espace économique européen et qui ferait
de celle-ci sa fi liale.
La FSMA limite ou suspend la prise de participation
d’entreprises mères, directes ou indirectes, relevant du
droit d’un pays tiers dans les cas et selon les conditions
et la durée déterminées à l’article 15, alinéas 3 et 5, de
la Directive 2004/39/CE.
En cas d’acquisition ou d’accroissement d’une
participation en dépit des mesures prises par la
FSMA conformément à l’alinéa 2, l’article 31, § 6, est
d’application.
Sous-section 3
Direction et dirigeants
Art. 34
Les statuts des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement constituées sous la
forme d’une société anonyme peuvent autoriser le
conseil d’administration à déléguer tout ou partie des
pouvoirs visés à l’article 522, § 1er, alinéa 1er, du Code
des sociétés à un comité de direction constitué en son
sein, dont il nomme et révoque les membres et dont il
détermine la rémunération.
Cette délégation de compétence ne peut toutefois
porter ni sur la détermination de la politique générale,
ni sur les actes réservés au conseil d’administration par
les autres dispositions du Code des sociétés.
Art. 35
§ 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement informent préalablement la
FSMA de la proposition de nomination des membres
45
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden
van het directiecomité of, bij ontstentenis van een di-
rectiecomité, van de personen belast met de effectieve
leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de
onafhankelijke controlefuncties.
In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste
informatieverstrekking delen de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies aan de FSMA
alle documenten en informatie mee die haar toelaten
te beoordelen of de personen waarvan de benoeming
wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 23 over de
voor de uitoefening van hun functie vereiste profes-
sionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid
beschikken.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op het
voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de
in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de
niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of
hun ontslag.
§ 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde
personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voor-
gelegd aan de FSMA.
Wanneer het de benoeming betreft van een persoon
die voor het eerst voor een functie als bedoeld in para-
graaf 1 wordt voorgedragen bij een instelling die onder
het toezicht staat van de FSMA overeenkomstig artikel
45, § 1, 2°, van de wet van 2 augustus 2002, raadpleegt
de FSMA eerst de Bank.
De Bank deelt haar advies mee aan de FSMA binnen
een termijn van een week na ontvangst van het verzoek
om advies.
§ 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies informeren de FSMA over de even-
tuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk
bestuursorgaan en tussen de personen belast met de
effectieve leiding, in voorkomend geval tussen de leden
van het directiecomité.
Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als be-
doeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepas-
sing van de paragrafen 1 en 2.
Art. 36
§ 1. Onverminderd artikelen 25 en 26 mogen de
bestuurders, zaakvoerders of directeuren van een
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies en alle personen die, onder welke benaming
of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het
de l’organe légal d’administration et des membres du
comité de direction ou, en l’absence de comité de direc-
tion, des personnes chargées de la direction effective,
ainsi que des responsables des fonctions de contrôle
indépendantes.
Dans le cadre de l’information requise en vertu de
l’alinéa 1er, les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement communiquent à la FSMA
tous les documents et informations lui permettant d’éva-
luer si les personnes dont la nomination est proposée
disposent de l’honorabilité professionnelle nécessaire
et de l’expertise adéquate à l’exercice de leur fonction
conformément à l’article 23 .
L’alinéa 1er est également applicable à la proposition
de renouvellement de la nomination des personnes qui
y sont visées ainsi qu’au non-renouvellement de leur
nomination, à leur révocation ou à leur démission.
§ 2. La nomination des personnes visées au
paragraphe 1er est soumise à l’approbation préalable
de la FSMA.
Lorsqu’il s’agit de la nomination d’une personne
qui est proposée pour la première fois à une fonction
visée au paragraphe 1er dans un établissement soumis
au contrôle de la FSMA en application de l’article 45,
§ 1er, 2° de la loi du 2 août 2002, la FSMA consulte
préalablement la Banque.
La Banque communique son avis à la FSMA dans
un délai d’une semaine à compter de la réception de
la demande d’avis.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement informent la FSMA de la
répartition éventuelle des tâches entre les membres de
l’organe légal d’administration et entre les personnes
chargées de la direction effective, le cas échéant entre
les membres du comité de direction.
Les modifi cations importantes intervenues dans la
répartition des tâches visée à l’alinéa 1er donnent lieu
à l’application des paragraphes 1er et 2.
Art. 36
§ 1er. Sans préjudice des articles 25 et 26, les admi-
nistrateurs, gérants ou directeurs d’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
et toutes personnes qui, sous quelque dénomination
et en quelque qualité que ce soit, prennent part à
46
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet
ter vertegenwoordiging van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, op de voor-
waarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel,
mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen
in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid
van een handelsvennootschap of een vennootschap
met handelsvorm, een onderneming met een andere
Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische
of buitenlandse openbare instelling met industriële, com-
merciële of fi nanciële werkzaamheden.
§ 2. De externe functies als bedoeld in § 1 worden
beheerst door de interne regels die de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet in-
voeren en doen naleven teneinde:
1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de
effectieve leiding van de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies, door de uitoefening van
die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om
deze leiding waar te nemen;
2° te voorkomen dat bij de vennootschap voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies belangenconfl icten
zouden optreden alsook risico’s die gepaard gaan met
de uitoefening van die functies, onder andere op het
vlak van transacties van ingewijden;
3° te zorgen voor een passende openbaarmaking
van die functies.
De FSMA bepaalt, bij reglement goedgekeurd door
de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer wor-
den gelegd.
Indien de FSMA in gebreke blijft het in het vorige lid
bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst
te wijzigen, is de Koning gemachtigd om zelf daartoe
het initiatief te nemen.
§ 3. De vennootschapsmandatarissen van een die
worden benoemd op de voordracht van de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies,
moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve
leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies dan wel personen die zij aanwijst.
De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve
leiding van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies, mogen geen bestuurder zijn
van een vennootschap waarin de vennootschap een
deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het da-
gelijks bestuur. Voor een beperkte duur van 6 jaar geldt
dit verbod echter niet voor de bestuurders die worden
l’administration ou à la gestion de l’entreprise peuvent,
en représentation ou non de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, exercer
des mandats d’administrateur ou de gérant ou prendre
part à l’administration ou à la gestion au sein d’une
société commerciale ou à forme commerciale, d’une
entreprise d’une autre forme de droit belge ou étranger
ou d’une institution publique belge ou étrangère, ayant
une activité industrielle, commerciale ou fi nancière, aux
conditions et dans les limites prévues au présent article.
§ 2. Les fonctions extérieures visées au § 1er sont
régies par des règles internes que la société de ges-
tion de portefeuille et de conseil en investissement doit
adopter et faire respecter en vue de poursuivre les
objectifs suivants:
1° éviter que l’exercice de ces fonctions par des per-
sonnes participant à la direction effective de la société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment ne porte atteinte à la disponibilité requise pour
l’exercice de cette direction;
2° prévenir dans le chef de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement la surve-
nance de confl its d’intérêts ainsi que les risques qui
s’attachent à l’exercice de ces fonctions, notamment
sur le plan des opérations d’initiés;
3° assurer une publicité adéquate de ces fonctions.
La FSMA fixe les modalités d’exécution de ces
obligations par voie de règlement soumis à l’approba-
tion du Roi.
Si la FSMA reste en défaut d’établir le règlement visé
à l’alinéa précédent ou de le modifi er dans l’avenir, le
Roi est habilité à en prendre Lui-même l’initiative.
§ 3. Les mandataires sociaux nommés sur présen-
tation de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement doivent être des personnes
qui participent à la direction effective de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
ou des personnes qu’elle désigne.
Les administrateurs ne participant pas à la direction
effective de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement ne peuvent être administra-
teur d’une société dans laquelle l’entreprise détient une
participation que s’ils ne participent pas à la gestion
journalière de cette société. Cette interdiction n’est ce-
pendant pas applicable, pour une durée limitée à 6 ans,
47
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
benoemd naar aanleiding van de verwerving van een
deelneming of de overname van de activiteiten van de
vennootschap waarin diezelfde personen deelnemen
aan de effectieve leiding.
De personen die deelnemen aan de effectieve leiding
van de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies mogen geen mandaat uitoefenen dat een
deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een
vennootschap als bedoeld in artikel 41, § 3, waarmee de
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies nauwe banden heeft, of in een instelling voor
collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de
zin van de wet van 3 augustus 2012 of van de wet van
19 april 2014, in een patrimonium-vennootschap waarin
zij of hun familie, in het kader van het normale beheer
van hun vermogen, een signifi cant belang bezitten of
in een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn
en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van
beheersdiensten aan de voornoemde vennootschappen
of tot dat van een patrimoniumvennootschap.
§ 4. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies notifi ëren zonder uitstel aan de
FSMA de functies uitgeoefend buiten de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies door de in
§ 1 bedoelde personen met het oog op het toezicht op
de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.
Art. 37
In geval van faillissement van een vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn, met
betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zon-
der gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten,
hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders
of zaakvoerders in de vorm van tantièmes of andere
winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip
voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als
het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de
rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duide-
lijke fout van deze personen tot het faillissement heeft
bijgedragen.
Onderafdeling 4
Fusies en overdrachten
Art. 38
De toestemming van de FSMA is vereist:
aux administrateurs nommés à la suite de l’acquisition
d’une participation ou de la reprise des activités de la
société dans laquelle ces mêmes personnes participent
à la direction effective.
Les personnes qui participent à la direction effective
de la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement ne peuvent exercer un mandat compor-
tant une participation à la gestion journalière que s’il
s’agit d’une société visée à l’article 41, § 3, avec laquelle
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement a des liens étroits, d’un organisme de
placement collectif à forme statutaire au sens de la loi du
3 août 2012 ou de la loi du 19 avril 2014, d’une société
patrimoniale dans laquelle de telles personnes ou leur
famille détiennent dans le cadre de la gestion normale
de leur patrimoine un intérêt signifi catif ou encore d’une
société dans laquelle ces personnes sont les uniques
dirigeants et dont l’activité se limite à des services de
gestion aux sociétés précitées ou à l’activité d’une
société patrimoniale.
§ 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement notifi ent sans délai à la FSMA
les fonctions exercées en dehors de la société de ges-
tion de portefeuille et de conseil en investissement par
les personnes visées au § 1er aux fi ns du contrôle du
respect des dispositions prévues au présent article.
Art. 37
En cas de faillite d’une société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement, sont nuls et sans
effet relativement à la masse, les paiements effectués
par cette société, soit en espèces, soit autrement, à
ses administrateurs ou gérants, à titre de tantièmes ou
autres participations aux bénéfi ces, au cours des deux
années qui précèdent le moment déterminé par le tribu-
nal comme étant celui de la cessation de ses paiements.
L’alinéa 1er ne s’applique pas si le tribunal reconnaît
qu’aucune faute grave et caractérisée de ces personnes
n’a contribué à la faillite.
Sous-section 4
Fusions et cessions
Art. 38
Sont soumises à l’autorisation de la FSMA :
48
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° voor fusies van vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies, of van dergelijke vennoot-
schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
en andere beleggingsondernemingen of andere in de
fi nanciële sector bedrijvige instellingen;
2° wanneer tussen vennootschappen voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies of tussen dergelijke
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies en andere beleggingsondernemingen of
andere in de fi nanciële sector bedrijvige instellingen,
het bedrijf of het net integraal of gedeeltelijk wordt
overgedragen.
De FSMA kan haar toestemming enkel weigeren
binnen drie maanden nadat zij van het project in ken-
nis is gesteld, om redenen die verband houden met
het gezond en voorzichtig beleid van de betrokken
vennootschap(pen) voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies. Als zij niet binnen voornoemde termijn op-
treedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen.
Art. 39
Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies of tussen dergelijke vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en andere
beleggingsondernemingen of andere in de fi nanciële
sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplich-
tingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrok-
ken vennootschappen of ondernemingen, waarvoor
toestemming is verleend overeenkomstig artikel 38, is
aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van
de FSMA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Onderafdeling 5
Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 40
Buiten de diensten en activiteiten die zij overeen-
komstig hun vergunning mogen verrichten, en buiten
de werkzaamheden die zich in dit kader situeren of hier
rechtstreeks bij aansluiten of bijkomend of aanvullend
zijn, mogen vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies geen andere werkzaamheden
verrichten, tenzij met de toestemming van de FSMA.
1° les fusions entre sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement ou entre de telles socié-
tés et d’autres entreprises d’investissement ou d’autres
institutions fi nancières;
2° les cessions entre sociétés de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement ou entre de telles
sociétés et d’autres entreprises d’investissement ou
d’autres institutions fi nancières de l’ensemble ou d’une
partie de leur activité ou de leur réseau.
La FSMA ne peut refuser l’autorisation que dans les
trois mois de la notifi cation préalable qui lui a été faite
du projet et pour des motifs tenant à la gestion saine et
prudente de la ou des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement concernées. Si elle
n’intervient pas dans le délai fi xé ci-dessus, l’autorisa-
tion est réputée acquise.
Art. 39
Toute cession totale ou partielle entre sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
ou entre de telles sociétés et d’autres entreprises
d’investissement ou autres institutions fi nancières,
des droits et obligations résultant des opérations des
sociétés ou entreprises concernées, et autorisées
conformément à l’article 38, est opposable aux tiers
dès la publication au Moniteur belge de l’autorisation
de la FSMA.
Sous-section 5
Obligations et interdictions
Art. 40
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement ne peuvent, sauf autorisation de la
FSMA, exercer d’autres activités que la prestation des
services et activités autorisés par leur agrément ainsi
que les activités qui se situent dans le cadre ou le pro-
longement direct de ces services, ou qui en constituent
l’accessoire ou le complément.
49
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 41
§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies mogen rechtstreeks of onrechtstreeks
deelnemingen bezitten, in welke vorm ook, in één of
meer ondernemingen, onder de voorwaarden en binnen
de grenzen zoals vastgesteld bij dit artikel.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
ondernemingen verstaan, de handelsvennootschap-
pen, de vennoot schappen met handelsvorm, de
verenigingen in deelneming, de economische samen-
werkingsverbanden en de Europese economische
samenwerkingsverbanden.
§ 3. De vennootschappen voor vermogens-beheer
en beleggingsadvies mogen deelnemingen houden in:
1° Belgische of buitenlandse krediet-instellingen;
2° Belgische of buitenlandse beleggingsonderne-
mingen;
3° vereffeningsinstellingen of met vereffenings-
instellingen gelijkgestelde instellingen als bedoeld in
het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel
36/26 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststel-
ling van het organiek statuut van de Nationale Bank
van België;
4° Belgische of buitenlandse verzekerings-onderne-
mingen of herverzekerings-ondernemingen;
5° Belgische of buitenlandse beheervennootschap-
pen van instellingen voor collectieve belegging, als
bedoeld in de wet van 3 augustus 2012;
6° Belgische of buitenlandse beheer vennootschappen
van AICB’s als bedoeld in de wet van 19 april 2014;
7° andere Belgische of buitenlandse ondernemingen
met als hoofdbedrijf het verrichten van de werkzaamhe-
den bedoeld in artikel 40 of de werkzaamheden van de
in 1° tot en met 6° bedoelde ondernemingen, alsook in
vennootschappen die zijn opgericht om het kapitaal van
dergelijke ondernemingen in onder te brengen;
8° Belgische of buitenlandse ondernemingen met als
hoofdbedrijf het verrichten van nevendiensten van het
bedrijf van instellingen als bedoeld in 1° tot en met 6°.
§ 4. De vennootschappen voor vermogens beheer
en beleggingsadvies mogen deelnemingen bezitten in
andere gevallen dan bedoeld in paragraaf 3, voor zover
het om deelnemingen gaat die geen gekwalifi ceerde
Art. 41
§ 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement peuvent détenir, directement
ou indirectement, des participations, quelle qu’en soit la
forme, dans une ou plusieurs entreprises aux conditions
et dans les limites fi xées par le présent article.
§ 2. Pour l’application du présent article, il y a lieu
d’entendre par entreprises, les sociétés commerciales,
les sociétés à forme commerciale, les associations en
participation, les groupements d’intérêt économique
et les groupements européens d’intérêt économique.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement peuvent détenir des partici-
pations dans:
1° les établissements de crédit, belges ou étrangers;
2° les entreprises d’investissement, belges ou
étrangères;
3° les organismes de liquidation ou organismes assi-
milés à des organismes de liquidation, tels que visés
par l’arrêté royal pris en exécution de l’article 36/26 de
la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la
Banque Nationale de Belgique;
4° les entreprises d’assurances ou entreprises de
réassurances, belges ou étrangères;
5° les sociétés de gestion d’organismes de placement
collectif, belges ou étrangères, telles que visées par la
loi du 3 août 2012;
6° les sociétés de gestion d’OPCA, belges ou étran-
gères, telles que visées par la loi du 19 avril 2014;
7° d’autres entreprises, belges ou étrangères, dont
l’objet principal consiste dans l’exercice des activités
visées à l’article 40 ou des activités des entreprises
visées aux points 1° à 6°, ainsi que dans des socié-
tés constituées en vue de détenir le capital de telles
entreprises;
8° des entreprises belges ou étrangères dont
l’objet principal consiste dans la prestation de services
auxiliaires à l’activité des établissements visés aux
points 1° à 6°.
§ 4. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement peuvent détenir des participa-
tions dans d’autres cas que ceux visés au paragraphe
3 pour autant qu’il s’agisse de participations qui ne
50
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
deelneming vormen, of elke post ten hoogste 15 pct. en
het totale bedrag van deze posten ten hoogste 45 pct.
van het eigen vermogen van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies bedraagt. Deze
grenzen kunnen evenwel bij koninklijk besluit worden
verhoogd, op advies van de FSMA, maar een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mag
per post nooit voor meer dan 15 pct. van haar eigen
vermogen gekwalifi ceerde deelnemingen bezitten en
het totaal van deze deelnemingen mag nooit 60 pct.
van haar eigen vermogen overschrijden.
Voor de toepassing van de begrenzing per post over-
eenkomstig het eerste lid, worden de deelnemingen die
zijn uitgegeven door vennootschappen die, ongeacht
hun statuut en hun rechtsvorm, ten aanzien van het ri-
sico een samenhangend geheel vormen, als één enkele
post beschouwd; tot bewijs van het tegendeel moeten
verbonden ondernemingen ten aanzien van het risico
als een samenhangend geheel worden beschouwd.
Onverminderd het eerste lid moeten voor de toepas-
sing van de artikelen 30 en 54, integraal van het eigen
vermogen worden afgetrokken:
a) de deelnemingen in ondernemingen die een ge-
kwalifi ceerde deelneming bezitten in de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies of in een
dochteronderneming hiervan;
b) de deelnemingen in ondernemingen die worden
gecontroleerd door natuurlijke of rechtspersonen die
dergelijke gekwalifi ceerde deelnemingen bezitten.
§ 5. In bijzondere gevallen kan de FSMA het tijdelijk
bezit van deelnemingen toestaan ongeacht de voor-
waarden en beperkingen als bedoeld in § 4.
Indien een vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies, als gevolg van toestemmingen
overeenkomstig het eerste lid, in andere gevallen dan
bedoeld in paragraaf 3, een gekwalifi ceerde deelneming
bezit waarvan het bedrag hoger ligt dan het bij paragraaf
4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen
van de onderneming of indien het totaal van dergelijke
deelnemingen hoger ligt dan het bij dezelfde paragraaf
4 voorgeschreven percentage van het eigen vermogen,
wordt voor de toepassing van de artikelen 30 en 54 het
overschrijdende bedrag afgetrokken van het eigen
vermogen. Bij overschrijding van beide voornoemde
grenzen wordt de grootste overschrijding van het eigen
vermogen afgetrokken.
constituent pas des participations qualifi ées ou que
chaque poste n’excède pas 15 p.c. des fonds propres
de la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement et que le montant total de ces postes
n’excède pas 45 p.c. des fonds propres de l’entreprise.
Ces limites peuvent toutefois être majorées par arrêté
royal pris sur avis de la FSMA, sans qu’une société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment ne puisse détenir des participations qualifi ées
qui excèdent, par poste, 15 p.c. des fonds propres de
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement et sans que le total de ces participations
puisse excéder 60 p.c. des fonds propres de la société.
Pour l’application de la limite par poste fi xée confor-
mément à l’alinéa 1er, sont considérées comme un
seul poste les participations émises par des sociétés
qui, indépendamment de leur statut et de leur forme
juridique, constituent un ensemble du point de vue du
risque; les entreprises liées sont, jusqu’à preuve du
contraire, à considérer comme un ensemble du point
de vue du risque.
Sans préjudice de l’alinéa 1er doivent être intégrale-
ment déduites des fonds propres pour l’application des
articles 30 et 54 :
a) les participations dans des entreprises détenant
une participation qualifi ée dans la société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement ou dans
des fi liales de cette dernière;
b) les participations dans des entreprises contrôlées
par des personnes physiques ou morales détenant de
telles participations qualifi ées.
§ 5. Dans des cas spéciaux, la FSMA peut autoriser
la détention temporaire de participations en dehors des
conditions et limites visées au § 4.
Si, par suite des autorisations données conformément
à l’alinéa 1er, une société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement détient, dans les autres cas
que ceux visés au paragraphe 3, une participation qua-
lifi ée dont le montant excède le pourcentage des fonds
propres de l’entreprise applicable en vertu du § 4 ou si
le total de telles participations excède le pourcentage
des fonds propres applicable en vertu du même § 4, le
montant de l’excédent est soustrait des fonds propres
pour l’application des articles 30 et 54 . En cas d’excé-
dents par rapport aux deux limites précitées, l’excédent
le plus élevé est déduit des fonds propres.
51
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 6. De in dit artikel vermelde besluiten worden ge-
nomen na raadpleging van de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies via hun repre-
sentatieve beroepsverenigingen.
§ 7. De voorschriften van dit artikel doen geen afbreuk
aan de met toepassing van artikel 54 uitgevaardigde
reglementaire voorschriften.
Art. 42
De vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies mogen geen gelddeposito’s ontvangen.
Art. 43
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies mogen geen leningen, noch kredie-
ten toestaan.
Art. 44
§ 1. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies mogen geen beroep doen op in
België gevestigde tussenpersonen in bank- en beleg-
gingsdiensten die niet zijn ingeschreven overeenkomstig
artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
Indien zij een beroep wensen te doen op een in een
andere lidstaat gevestigde verbonden agent dienen
zij zich ervan te vergewissen dat deze persoon in de
betrokken lidstaat is ingeschreven in een daartoe be-
stemd openbaar register. Zij vergewissen zich van de
beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing
zijn op de verbonden agenten.
Indien de betrokken lidstaat waar de agent gevestigd
is geen wettelijke regeling heeft die beleggingsonder-
nemingen toelaat om verbonden agenten aan te wijzen,
dient de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies zich ervan te vergewissen dat de betrokken
tussenpersoon als agent in bank- en beleggingsdiensten
is ingeschreven in het Belgische register als bedoeld in
artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006.
§ 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die samenwerken met een verbonden
agent blijven volledig en onvoorwaardelijk verantwoor-
delijk voor elke handeling of elk verzuim van deze ver-
bonden agent die voor hun rekening optreedt.
§ 6. Les arrêtés visés au présent article sont pris
après consultation des sociétés de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement représentées par
leurs associations professionnelles.
§ 7. Les dispositions du présent article ne portent pas
préjudice aux dispositions réglementaires prescrites par
application de l’article 54.
Art. 42
Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement ne peuvent recevoir des
dépôts de fonds.
Art. 43
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement ne peuvent consentir des prêts ou
des crédits.
Art. 44
§ 1er. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement ne peuvent faire appel à des
intermédiaires en services bancaires et en services
d’investissement établis en Belgique qui ne sont pas
inscrits conformément à l’article 5, § 1er, de la loi du
22 mars 2006.
Si elles souhaitent faire appel à un agent lié établi
dans un autre État membre, elles doivent veiller à ce
que cette personne soit inscrite, dans l’État membre
concerné, à un registre prévu à cet effet. Elles s’as-
surent des limitations applicables aux agents liés dans
l’État concerné.
Si l’État membre concerné dans lequel est établi
l’agent lié ne dispose pas d’un régime autorisant les
entreprises d’investissement à faire appel à des agents
liés, la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement doit s’assurer que l’intermédiaire
concerné soit inscrit en qualité d’agent en services
bancaires et en services d’investissement au registre
belge visé à l’article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006.
§ 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement qui collaborent avec un agent
lié assument la responsabilité entière et inconditionnelle
de toute action effectuée ou de toute omission commise
par cet agent lié lorsqu’il agit pour leur compte.
52
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies zien erop toe dat de verbonden agenten
waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke
hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met
een cliënt.
§ 3. De vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies dienen de werkzaamheden van
de verbonden agenten te controleren. Zij treffen daarbij
afdoende maatregelen ter voorkoming van eventuele
negatieve gevolgen die de gebeurlijke bijkomende activi-
teiten van de verbonden agenten zouden hebben op de
werkzaamheden die deze voor hun rekening verrichten.
§ 4. De FMSA kan de bepalingen van dit artikel
aanvullen met reglementen genomen met toepas-
sing van de artikelen 49, § 3, en 64 van de wet van
2 augustus 2002. Deze reglementen kunnen inzonder-
heid de verplichtingen bepalen die op de vennootschap-
pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies rusten
die samenwerken met verbonden agenten.
Art. 45
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies waaraan een vergunning is verleend
moeten te allen tijde voldoen aan de voorwaarden voor
de initiële vergunningverlening.
Zij dienen de FSMA op de hoogte te brengen van elke
betekenisvolle wijziging met betrekking tot de voorwaar-
den voor de initiële vergunningverlening.
Onderafdeling 6
Opening van dochterondernemingen of bijkantoren in het
buitenland
Art. 46
Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die voornemens is om rechtstreeks
of via de tussenkomst van een fi nanciële holding of
van een gemengde fi nanciële holding in het buitenland
een dochteronderneming te verwerven of op te richten
die werkzaam is als kredietinstelling of beleggings-
onderneming, stelt de FSMA daarvan in kennis. Bij deze
kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werk-
zaamheden, de organisatie, de aandeelhoudersstruc-
tuur en de bestuurders van de betrokken onderneming.
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement veillent à ce que les agents liés avec
lesquels elles collaborent indiquent en quelle qualité ils
agissent avant de traiter avec un client.
§ 3. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement sont tenues de contrôler les
activités des agents liés. Elles prennent les mesures
adéquates afi n d’éviter que les éventuelles activités
complémentaires des agents liés n’aient un impact
négatif sur les activités exercées par ces agents pour
le compte de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement .
§ 4. La FSMA peut compléter les dispositions du
présent article par des règlements pris en application
des articles 49, § 3, et 64 de la loi du 2 août 2002.
Ces règlements peuvent déterminer en particulier les
obligations qui incombent aux sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement collaborant
avec des agents liés.
Art. 45
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement agréées sont tenues de se conformer
en permanence aux conditions de l’agrément initial.
Elles sont tenues de signaler à la FSMA toute
modifi cation importante concernant les conditions de
l’agrément initial.
Sous-section 6
Ouverture de fi liales ou de succursales à l’étranger
Art. 46
Toute société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement qui projette d’acquérir ou de créer,
directement ou par l’intermédiaire d’une compagnie
fi nancière ou d’une compagnie fi nancière mixte, une
fi liale à l’étranger exerçant l’activité d’un établissement
de crédit ou d’une entreprise d’investissement notifi e
son intention à la FSMA. Cette notifi cation est assor-
tie d’une information sur les activités, l’organisation,
l’actionnariat et les dirigeants de l’entreprise concernée.
53
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 47
§ 1. Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die een bijkantoor op het grondgebied
van een andere lidstaat wenst te vestigen om er alle of
een deel van de in artikel 2 opgesomde beleggings-
diensten en/of beleggings activiteiten of nevendiensten
te verrichten die haar in België zijn toegestaan, stelt de
FSMA daarvan in kennis.
Zij verstrekt hierbij de volgende gegevens:
1° de lidstaten op het grondgebied waarvan zij voor-
nemens is een bijkantoor te vestigen;
2° een programma van werkzaamheden waarin
onder meer de aangeboden fi nanciële instrumenten,
de aangeboden beleggings diensten en/of beleggings-
activiteiten alsmede nevendiensten en de organisatie-
structuur van het bijkantoor worden vermeld en wordt
aangegeven of het bijkantoor voornemens is gebruik te
maken van verbonden agenten;
3° het adres in de lidstaat van ontvangst waar docu-
menten kunnen worden opgevraagd;
4° de naam van de effectieve leiders van het bijkan-
toor en, in voorkomend geval, van de verantwoorde-
lijken voor de onafhankelijke controlefuncties van het
bijkantoor.
§ 2. De effectieve leiders van het bijkantoor en de
verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefunc-
ties van het bijkantoor moeten permanent over de voor
de uitoefening van hun functie vereiste professionele
betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschik-
ken. Artikel 35 is van overeenkomstige toepassing op de
benoeming van de effectieve leiders van het bijkantoor
en, in voorkomend geval, van de verantwoordelijken voor
de onafhankelijke controlefuncties van het bijkantoor.
§ 3. De FSMA kan zich verzetten tegen de uitvoering
van het project bij beslissing die is ingegeven door de
nadelige gevolgen van de opening van een bijkantoor
op de administratieve structuur of de fi nanciële posi-
tie van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies.
§ 4. De beslissing van de FSMA moet, uiterlijk drie
maanden na ontvangst van het volledige dossier met
alle in § 1, tweede lid, bedoelde gegevens, met een ter
post aangetekende brief of een brief met ontvangstbe-
wijs ter kennis worden gebracht van de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Indien
de FSMA haar beslissing niet binnen deze termijn ter
Art. 47
§ 1er. Toute société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement souhaitant établir une suc-
cursale sur le territoire d’un autre État membre pour
y fournir ou y exercer tout ou partie des services et/
ou activités d’investissement ou services auxiliaires
énumérés à l’article 2 qu’elle est autorisée à fournir ou
exercer en Belgique en informe la FSMA.
Elle communique à cette occasion les informations
suivantes:
1° les États membres sur le territoire duquel elle
envisage d’établir une succursale;
2° un programme d’activité précisant notamment
les instruments fi nanciers, les services et/ou activités
d’investissement ainsi que les services auxiliaires que
fournira ou exercera la succursale de même que la
structure organisationnelle de celle-ci et indiquant si la
succursale prévoit de recourir à des agents liés;
3° l’adresse à laquelle des documents peuvent être
réclamés dans l’État membre d’accueil;
4° le nom des dirigeants effectifs de la succursale et,
le cas échéant, de ses responsables des fonctions de
contrôle indépendantes.
§ 2. Les dirigeants effectifs de la succursale ainsi
que les responsables des fonctions de contrôle indé-
pendantes de la succursale doivent disposer en per-
manence de l’honorabilité professionnelle nécessaire
et de l’expertise adéquate à l’exercice de leur fonction.
L’article 35 est applicable par analogie à la nomina-
tion des dirigeants effectifs de la succursale et, le cas
échéant, de ses responsables des fonctions de contrôle
indépendantes.
§ 3. La FSMA peut s’opposer à la réalisation du projet
par décision motivée par les répercussions préjudi-
ciables de l’ouverture de la succursale sur la structure
administrative ou la santé fi nancière de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
§ 4. La décision de la FSMA doit être notifi ée à la
société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement par lettre recommandée à la poste
ou avec accusé de réception au plus tard trois mois
après la réception du dossier complet comprenant les
informations visées au § 1er, alinéa 2. Si la FSMA n’a
pas notifi é sa décision dans ce délai, elle est réputée
54
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
kennis heeft gebracht, wordt zij geacht geen bezwaar
te maken tegen het project van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies.
§ 5. Dit artikel geldt ook voor de opening van bij-
kantoren in een derde land, welke ook de geplande
werkzaamheden voor deze bijkantoren zijn.
Art. 48
Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor lid is
van de Europese Economische Ruimte, doet de FSMA,
tenzij zij, gelet op de voorgenomen werkzaamheden,
redenen heeft om te twijfelen aan de deugdelijkheid van
de administratieve structuur of van de fi nanciële positie
van een vennootschap voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies, binnen drie maanden na ontvangst van
alle gegevens, mededeling van deze gegevens aan de
bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst en stelt
zij de betrokken vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies hiervan in kennis.
De FSMA doet aan de bevoegde overheid van de lid-
staat van ontvangst mededeling van de gegevens over
het erkende compensatiestelsel waarvan de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies lid is
overeenkomstig Richtlijn 97/9/EG. Eventuele wijzigingen
in de gegevens worden door de FSMA aan de bevoegde
overheid van de lidstaat van ontvangst gemeld.
Art. 49
Wanneer het vestigingsland van het bijkantoor geen
lid is van de Europese Economische Ruimte, kan de
FSMA met de toezichthoudende overheden voor de
beleggingsondernemingen van dit land, regels overeen-
komen voor de opening en het toezicht op het bijkantoor
alsook voor de wenselijke informatie-uitwisseling met
naleving van de artikelen 74 tot 77bis van de wet van
2 augustus 2002.
Art. 50
Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies die in het buitenland een bijkantoor heeft
geopend stelt, in geval van wijziging van de overeenkom-
stig artikel 47, § 1, tweede lid, verstrekte gegevens, ten
minste één maand vóór de doorvoering van de wijziging
de FSMA schriftelijk van deze wijziging in kennis.
ne pas s’opposer au projet de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement.
§ 5. Le présent article s’applique également à
l’ouverture de succursales dans un pays tiers et cela
sans restriction quant aux activités projetées pour ces
succursales.
Art. 48
Lorsque l’État d’implantation de la succursale est
membre de l’Espace économique européen, la FSMA
communique, sauf si elle a des raisons de douter de
l’adéquation de la structure administrative ou de la santé
fi nancière de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement, compte tenu des activités
envisagées, toutes ces informations, dans les trois mois
suivant leur réception, à l’autorité compétente de l’État
membre d’accueil et en avise la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement concernée.
La FSMA communique à l’autorité compétente de
l’État membre d’accueil des renseignements détaillés
sur le système de protection des investisseurs auquel
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement est affiliée conformément à la Directive
97/9/CE. En cas de modifi cation de ces informations, la
FSMA en avise l’autorité compétente de l’État membre
d’accueil.
Art. 49
Lorsque l’État d’implantation de la succursale n’est
pas membre de l’Espace économique européen, la
FSMA peut convenir avec l’autorité de contrôle des
entreprises d’investissement de cet État des modalités
d’ouverture et de contrôle de la succursale ainsi que des
échanges d’informations souhaitables dans le respect
des articles 74 à 77bis de la loi du 2 août 2002.
Art. 50
En cas de modifi cation de l’une quelconque des
informations communiquées conformément à l’article
47 , § 1er, alinéa 2, toute société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement qui a ouvert une
succursale à l’étranger notifi e cette modifi cation par
écrit à la FSMA au moins un mois avant de mettre ladite
modifi cation en oeuvre.
55
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Indien het een bijkantoor betreft geopend in een
lidstaat, stelt de FSMA de bevoegde overheid van de
lidstaat van ontvangst van deze wijziging in kennis.
Artikel 47, §§ 2 en 3, is in voorkomend geval van
toepassing, alsook artikel 48, naar gelang van de wij-
zigingen in de in artikel 47 bedoelde gegevens of in de
geldende beleggers-beschermingsregeling.
Onderafdeling 7
Vrij verrichten van diensten in een andere lidstaat van de
Europese Economische Ruimte
Art. 51
Iedere vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die voor de eerste maal alle of een
deel van de in artikel 2 opgesomde beleggingsdiensten
en/of beleggingsactiviteiten of nevendiensten op het
grondgebied van een andere lidstaat wil verrichten die
haar in België zijn toegestaan of die de soort van aldaar
verrichte diensten of activiteiten wenst uit te breiden,
verstrekt de FSMA de volgende informatie:
1° de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamhe-
den uit te oefenen;
2° een programma van werkzaamheden waarin met
name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten
en/of beleggings activiteiten alsmede nevendiensten zij
voornemens is te verrichten, in welke fi nanciële instru-
menten ze diensten wil verstrekken, alsook of zij van
plan is om gebruik te maken van verbonden agenten op
het grondgebied van de lidstaat waar zij voornemens is
diensten te verrichten.
Ingeval de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies voornemens is gebruik te maken van
verbonden agenten deelt de FSMA, op verzoek van de
bevoegde overheid van de lidstaat van ontvangst, bin-
nen een redelijke termijn de identiteitsgegevens mee
van de verbonden agenten die de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies voornemens is
in die lidstaat te gebruiken. De lidstaat van ontvangst
kan die informatie openbaar maken.
Art. 52
In het in artikel 51 bedoelde geval doet de FSMA
deze informatie binnen een maand na de ontvangst
ervan toekomen aan de bevoegde overheid van de
lidstaat van ontvangst, waarna de vennootschap voor
Si elle a ouvert une succursale dans un État membre,
la FSMA informe l’autorité compétente de l’État membre
d’accueil de la modifi cation.
L’article 47, §§ 2 et 3, est applicable s’il y a lieu, de
même que l’article 48 , en fonction des modifi cations
relatives aux informations visées à l’article 47, ou au
système de protection des investisseurs applicable.
Sous-section 7
Exercice de la libre prestation de services dans un autre
État membre de l’Espace économique européen
Art. 51
Toute société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement qui souhaite fournir ou exercer pour
la première fois sur le territoire d’un autre État membre
tout ou partie des services et/ou activités d’investis-
sement ou services auxiliaires énumérés à l’article 2
qu’elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique,
ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis
ou des activités exercées communique les informations
suivantes à la FSMA :
1° l’État membre dans lequel elle envisage d’opérer;
2° un programme d’activité mentionnant, en parti-
culier, les services et/ou les activités d’investissement
ainsi que les services auxiliaires qu’elle entend fournir
ou exercer, les instruments fi nanciers sur lesquels
doivent porter ses services, et si elle prévoit de recourir
à des agents liés sur le territoire de l’État membre où
elle envisage de fournir des services.
Si la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement entend recourir à des agents liés, la
FSMA communique, à la demande de l’autorité compé-
tente de l’État membre d’accueil et dans un délai raison-
nable, l’identité des agents liés auxquels la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
entend recourir dans cet État membre. L’État membre
d’accueil peut rendre ces informations publiques.
Art. 52
Dans le cas visé à l’article 51, la FSMA transmet ces
informations, endéans le mois suivant leur réception,
à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil;
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
56
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
vermogensbeheer en beleggingsadvies kan aanvangen
met het verrichten van de betrokken beleggingsdiensten
in de lidstaat van ontvangst.
Art. 53
In geval van wijziging van de overeenkomstig artikel
51 verstrekte gegevens stelt de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies de FSMA schrif-
telijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks
ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.
De FSMA doet de bevoegde overheid van de lidstaat
van ontvangst mededeling van die wijziging.
Onderafdeling 8
De reglementaire normen en verplichtingen
Art. 54
§ 1. De FSMA bepaalt bij reglement, overeenkomstig
de Europeesrechtelijke bepalingen, de normen inzake
solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere
begrenzingsnormen, die door alle vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moeten
worden nageleefd.
De in deze paragraaf bedoelde normen kunnen zowel
van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn.
§ 2. Onverminderd het bepaalde bij paragraaf 1,
moet iedere vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies beschikken over een voor haar werk-
zaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend
beleid inzake kapitaalbehoeften. De personen belast
met de effectieve leiding van de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend
geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht
van het wettelijk bestuursorgaan een beleid uit dat de
huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
identifi ceert en vastlegt, rekening houdend met de aard,
de omvang en de complexiteit van deze werkzaamhe-
den, de eraan verbonden risico’s, en het beleid van de
onderneming inzake risicobeheer.
De vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies evalueert regelmatig haar beleid inzake
kapitaalbehoeften en past dit beleid zonodig aan. De
FSMA kan bij reglement de frequentie van deze evalu-
atie nader bepalen.
investissement peut alors commencer à fournir le ou les
services d’investissement dans l’État membre d’accueil.
Art. 53
En cas de modifi cation de l’une quelconque des
informations communiquées conformément à l’article
51 , la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement en avise par écrit la FSMA , au moins
un mois avant de mettre ladite modifi cation en oeuvre.
La FSMA informe l’autorité compétente de l’État
membre d’accueil de la modifi cation.
Sous-section 8
Normes et obligations réglementaires
Art. 54
§ 1er. La FSMA détermine, par voie de règlement,
conformément aux dispositions de droit européen, les
normes en matière de solvabilité, liquidité et concentra-
tion des risques, et autres normes de limitation à res-
pecter par toutes les sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement.
Les normes visées au présent paragraphe peuvent
être aussi bien de nature quantitative que de nature
qualitative.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du paragraphe
1er, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement doivent disposer d’une politique
concernant leurs besoins en fonds propres qui soit
appropriée aux activités qu’elles exercent ou entendent
exercer. Les personnes chargées de la direction effec-
tive de la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement, le cas échéant le comité de direction,
élaborent à cet effet, sous la surveillance de l’organe
légal d’administration, une politique qui identifi e et
détermine les besoins en fonds propres actuels et futurs
de la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement, en tenant compte de la nature, du
volume et de la complexité de ces activités, des risques
y afférents et de la politique de l’entreprise en matière
de gestion des risques.
La société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement évalue régulièrement sa politique
concernant ses besoins en fonds propres et adapte si
nécessaire cette politique. La FSMA peut, par voie de
règlement, préciser la fréquence de cette évaluation.
57
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 3. Wanneer de FSMA van oordeel is dat het be-
leid van een vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften niet
beantwoordt aan het risicoprofi el van de onderneming,
kan zij, onverminderd het bepaalde bij artikel 64, in het
licht van de doelstellingen van deze wet vereisten op-
leggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie
en risicoposities, ter aanvulling van deze bedoeld in de
eerste paragraaf. Zij kan bij reglement de criteria en
procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt.
§ 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit, de
Europese Commissie en de Raad in kennis van de
informatie vereist door de Europese Richtlijnen die
verband houden met de toepassing van de in dit artikel
bedoelde reglementen.
§ 5. De in dit artikel bedoelde reglementen wor-
den genomen conform artikel 64 van de wet van
2 augustus 2002.
§ 6. In bijzondere gevallen kan de FSMA binnen de
perken van de Europese wetgeving afwijkingen toestaan
van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel
genomen reglementen.
Onderafdeling 9
Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 55
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies leggen periodiek aan de FSMA een
gedetailleerde fi nanciële staat voor. Die staat wordt
opgemaakt overeenkomstig de regels vastgesteld door
de FSMA die ook de rapporteringsfrequentie bepaalt.
Bovendien kan de FSMA voorschrijven dat haar gere-
geld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om
te kunnen nagaan of de voorschriften van deze titel of de
ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen
zijn nageleefd.
De effectieve leiding van de vennootschap voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies, in voorkomend
geval het directiecomité, verklaart aan de FSMA dat
voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van
het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar
overmaakt, in overeenstemming zijn met de boekhou-
ding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de perio-
dieke staten volledig zijn, d.i. alle gegevens bevatten uit
de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan
de periodieke staten worden opgesteld, en juist zijn, d.i.
de gegevens correct weergeven uit de boekhouding
§ 3. Lorsque la FSMA estime que la politique d’une
société de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement concernant ses besoins en fonds propres ne
répond pas au profi l de risque de l’entreprise, elle peut,
sans préjudice des dispositions de l’article 64, imposer,
au regard des objectifs de la présente loi, des exigences
en matière de solvabilité, de liquidité, de concentration
des risques et de positions en risque qui s’ajoutent
à celles visées au paragraphe 1er. Elle peut, par voie
de règlement, fi xer les critères et procédures qu’elle
applique à cet effet.
§ 4. La FSMA notifi e à l’Autorité bancaire européenne,
à la Commission européenne et au Conseil, les informa-
tions requises par les Directives européennes relatives
à l’application des règlements visés au présent article.
§ 5. Les règlements visés au présent article sont pris
conformément à l’article 64 de la loi du 2 août 2002.
§ 6. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autori-
ser, dans les limites de la législation européenne, des
dérogations aux dispositions des règlements pris par
application du présent article.
Sous-section 9
Informations périodiques et règles comptables
Art. 55
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement communiquent périodiquement à la
FSMA une situation fi nancière détaillée. Celle-ci est
établie conformément aux règles fi xées, par la FSMA,
qui en détermine la fréquence. La FSMA peut, en outre,
prescrire la transmission régulière d’autres informations
chiffrées ou descriptives nécessaires à la vérifi cation du
respect des dispositions du présent titre ou des arrêtés
et règlements pris pour leur exécution.
La direction effective de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, le cas
échéant le comité de direction, déclare à la FSMA que
les états périodiques précités qui lui sont transmis par
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement à la fi n du premier semestre social et à
la fi n de l’exercice social, sont conformes à la compta-
bilité et aux inventaires. Il est à cet effet requis que les
états périodiques soient complets, c’est-à-dire qu’ils
mentionnent toutes les données fi gurant dans la comp-
tabilité et dans les inventaires sur la base desquels ils
58
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
en de inventarissen op basis waarvan de periodieke
staten worden opgesteld. Zij bevestigt het nodige ge-
daan te hebben opdat de voornoemde staten volgens
de geldende richtlijnen van de FSMA opgemaakt zijn,
en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en
waarderingsregels voor de opstelling van de jaarre-
kening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die
geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar,
met toepassing van de boekings- en waarderingsregels
voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking
tot het laatste boekjaar.
De Koning bepaalt, op advies van de FSMA volgens
welke regels de vennootschappen voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies:
1° hun boekhouding voeren, inventarisramingen
verrichten en hun jaarrekening opmaken en open-
baar maken;
2° hun geconsolideerde jaarrekening opmaken,
controleren en openbaar maken en het jaar- en con-
troleverslag over deze geconsolideerde jaarrekening
opmaken en openbaar maken.
De bestuurders of de zaakvoerders zijn, hetzij je-
gens de vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk
aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van
de overtreding van de ter uitvoering van het derde lid
genomen bepalingen.
Het vierde lid is eveneens van toepassing op de leden
van het directiecomité.
Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel heb-
ben gehad, worden de bestuurders, de zaakvoerders
en de leden van het directiecomité slechts ontheven
van de aansprakelijkheid bedoeld in het vierde en het
vijfde lid indien hun geen schuld kan worden verweten
en zij die overtredingen, naargelang het geval, hebben
aangeklaagd op de eerste algemene vergadering of op
de eerstkomende zitting van de raad van bestuur nadat
zij er kennis van hebben gekregen.
In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkingen
toestaan van de in het eerste en het derde lid bedoelde
besluiten en reglementen.
sont établis, et qu’ils soient corrects, c’est-à-dire qu’ils
concordent exactement avec la comptabilité et avec
les inventaires sur la base desquels ils sont établis. La
direction effective confi rme avoir fait le nécessaire pour
que les états précités soient établis selon les instructions
en vigueur de la FSMA, ainsi que par application des
règles de comptabilisation et d’évaluation présidant à
l’établissement des comptes annuels, ou, s’agissant des
états périodiques qui ne se rapportent pas à la fi n de
l’exercice, par application des règles de comptabilisation
et d’évaluation qui ont présidé à l’établissement des
comptes annuels afférents au dernier exercice.
Le Roi détermine, sur avis de la FSMA:
1° les règles selon lesquelles les sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement tiennent
leur comptabilité, procèdent aux évaluations d’inventaire
et établissent et publient leurs comptes annuels;
2° les règles à respecter par les sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement pour
l’établissement, le contrôle et la publication de leurs
comptes consolidés, ainsi que pour l’établissement et
la publication des rapports de gestion et de contrôle
relatifs à ces comptes consolidés.
Les administrateurs ou les gérants sont solidairement
responsables, soit envers la société, soit envers les tiers,
de tous dommages et intérêts résultant d’infractions aux
dispositions prises en exécution de l’alinéa 3.
L’alinéa 4 est également applicable aux membres du
comité de direction.
En ce qui concerne les infractions auxquelles ils n’ont
pas pris part, les administrateurs, les gérants et les
membres du comité de direction ne sont déchargés de
la responsabilité visée aux alinéas 4 et 5 que si aucune
faute ne leur est imputable et s’ils ont dénoncé ces
infractions selon le cas, lors de la première assemblée
générale ou lors de la première séance du conseil
d’administration suivant le moment où ils en ont eu
connaissance.
La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser
des dérogations aux arrêtés et règlements visés aux
alinéas 1er et 3.
59
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 4
Toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies naar Belgisch recht
Art. 56
§ 1. De FSMA ziet erop toe dat iedere vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies werkt
overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
§ 2. De FSMA beoordeelt inzonderheid het passende
karakter van de beleidsstructuur, administratieve en
boekhoudkundige organisatie en interne controle van
de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies als bedoeld in de artikelen 25 en 26, en het
passende karakter van het beleid van de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies inzake
haar kapitaalbehoeften als bedoeld in artikel 54, § 2. Zij
stelt de frequentie en de omvang van deze beoordeling
vast en houdt daarbij rekening met het belang van de
werkzaamheden van de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies voor het fi nanciële stelsel,
en met de aard, omvang en complexiteit ervan alsmede
met het evenredigheidsbeginsel. De beoordeling wordt
minimaal eenmaal per jaar bijgewerkt.
§ 3. De FSMA kan zich alle inlichtingen doen ver-
strekken over de organisatie, de werking, de positie en
de verrichtingen van de vennootschappen voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies die zij controleert.
Zij kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse
kennis nemen en een kopie maken van elk gegeven in
bezit van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies:
1° om na te gaan of de wettelijke en reglementaire
bepalingen op het statuut van de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies zijn nageleefd
en of de boekhouding en jaarrekening, alsook de haar
door de vennootschap voor vermogens beheer en beleg-
gingsadvies voorgelegde staten en inlichtingen, juist en
waarheids getrouw zijn;
2° om het passende karakter te toetsen van de be-
leidstructuren, de administratieve en boekhoudkundige
organisatie, de interne controle en het beleid van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
inzake haar kapitaalbehoeften; om het passende karak-
ter te toetsen van de beleidstructuren, de administratieve
en boekhoudkundige organisatie , de interne controle en
het beleid van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies inzake haar kapitaalbehoeften;
Section 4
Contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement de droit belge
Art. 56
§ 1er. La FSMA veille à ce que chaque société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
opère conformément aux dispositions de la présente loi et
des arrêtés et règlements pris en exécution de celles-ci.
§ 2. La FSMA évalue notamment le caractère adéquat
de la structure de gestion, de l’organisation administra-
tive et comptable et du contrôle interne de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement,
tels que visés aux articles 25 et 26, ainsi que le carac-
tère adéquat de la politique de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement concernant
ses besoins en fonds propres, telle que visée à l’article
54 , § 2. Elle détermine la fréquence et l’ampleur de
cette évaluation, en tenant compte de l’importance des
activités de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement pour le système fi nancier, de
la nature, du volume et de la complexité de ces activités,
ainsi que du principe de proportionnalité. L’évaluation
est actualisée au moins une fois par an.
§ 3. La FSMA peut se faire communiquer toutes
informations relatives à l’organisation, au fonctionne-
ment, à la situation et aux opérations des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qu’elle contrôle.
Elle peut procéder à des inspections sur place et
prendre connaissance et copie, sans déplacement, de
toute information détenue par la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, en vue:
1° de vérifi er le respect des dispositions légales et
réglementaires relatives au statut des sociétés de ges-
tion de portefeuille et de conseil en investissement ainsi
que l’exactitude et la sincérité de la comptabilité et des
comptes annuels ainsi que des états et autres informa-
tions qui lui sont transmis par la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement;
2° de vérifi er le caractère adéquat des structures de
gestion, de l’organisation administrative et comptable
du contrôle interne et de la politique relative aux besoins
en fonds propres de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement;
60
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
3° om zich ervan te vergewissen dat het beleid van de
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsad-
vies gezond en voorzichtig is en dat haar positie of haar
verrichtingen haar liquiditeit, rendabiliteit of solvabiliteit
niet in het gedrang kunnen brengen.
§ 4. De Koning bepaalt welke vergoeding de vennoot-
schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
aan de FSMA moeten betalen om de kosten van toezicht
te dekken.
Art. 57
Relaties tussen een vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies en een bepaalde cliënt
behoren niet tot de bevoegdheid van de FSMA, tenzij
het toezicht op de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies dit vergt.
Art. 58
De FSMA kan bij de bijkantoren van vennootschap-
pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar
Belgisch recht die in een andere lidstaat zijn gevestigd,
na voorafgaande kennisgeving aan de overheden die
toezicht houden op de beleggingsondernemingen van
dat land, de in artikel 56, § 3, tweede lid, bedoelde
inspecties, met als doel ter plaatse gegevens te verza-
melen of te toetsen over de leiding en het beleid van het
bijkantoor, alsook alle gegevens die het toezicht op de
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies kunnen vergemakkelijken.
Met hetzelfde doel en na kennisgeving aan de in het
eerste lid bedoelde overheden kan zij een deskundige
die zij aanstelt, gelasten met alle nuttige controles en
onderzoeken. De bezoldiging en de kosten van deze
deskundige worden door de vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies gedragen.
Evenzo kan zij deze overheden verzoeken bepaalde
van de in het eerste lid bedoelde controles en onder-
zoeken te verrichten.
Art. 59
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel:
1° wordt voor de defi nitie van de begrippen “ex-
clusieve of gezamenlijke controle” en “consor-
tium” verwezen naar de reglementering op de jaar-
rekening en de geconsolideerde jaarrekening van de
3° de s’assurer que la gestion de la société de ges-
tion de portefeuille et de conseil en investissement est
saine et prudente et que sa situation ou ses opérations
ne sont pas de nature à mettre en péril sa liquidité, sa
rentabilité ou sa solvabilité.
§ 4. Le Roi détermine la rémunération à verser à
la FSMA par les sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement en couverture des frais
de contrôle.
Art. 57
La FSMA ne connaît des relations entre la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
et un client déterminé que dans la mesure requise pour
le contrôle de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement.
Art. 58
La FSMA peut procéder auprès des succursales
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement de droit belge établies dans un
autre État membre, moyennant l’information préalable
des autorités de cet État chargées du contrôle des
entreprises d’investissement, aux inspections visées à
l’article 56, § 3, alinéa 2, ainsi qu’à toute inspection en
vue de recueillir ou de vérifi er sur place les informations
relatives à la direction et à la gestion de la succursale
ainsi que toutes informations susceptibles de faciliter le
contrôle de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement.
Elle peut, aux mêmes fi ns, et après en avoir avisé
les autorités de contrôle visées à l’alinéa 1er, charger un
expert, qu’elle désigne, d’effectuer les vérifi cations et
expertises utiles. La rémunération et les frais de l’expert
sont à charge de la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement.
Elle peut, de même, demander à ces autorités de
procéder aux vérifi cations et expertises visées à l’ali-
néa 1er qu’elle leur précise.
Art. 59
§ 1er. Pour l’application du présent article:
1° les notions de “contrôle exclusif ou conjoint “et
de “consortium” s’entendent dans le sens de leur
défi nition dans la réglementation relative aux comptes
annuels et aux comptes consolidés des entreprises
61
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beleggingsondernemingen die met toepassing van
artikel 55, derde lid, is uitgevaardigd;
2° moet onder “fi nanciële holding” worden verstaan,
een fi nanciële instelling waarvan de dochteronderne-
mingen uitsluitend of hoofdzakelijk één of meer krediet-
instellingen, beleggingsondernemingen of fi nanciële
instellingen zijn en waarvan ten minste één een krediet-
instelling of een beleggings onderneming is, en die geen
gemengde fi nanciële holding is in de zin van artikel 60.
Groepen van ondernemingen met een kredietinstel-
ling, een beursvennootschap, een verzekeringsonder-
neming of een herverzekeringsonderneming zijn voor
hun toezicht op geconsolideerde basis onderworpen
aan de bepalingen van de Afdelingen I, II en IV van
Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV of van Onderafdeling I van
Afdeling IV van Boek XII, Titel II, Hoofdstuk III van de
wet van 25 april 2014 of van de bepalingen van Titel VI,
Hoofdstukken I en II van de wet van 13 maart 2016 op
het statuut van en het toezicht op de verzekerings-of
herverzekeringsondernemingen.
Groepen van ondernemingen met een vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en zonder
kredietinstelling, beursvennootschap, verzekerings-
onderneming of herverzekerings onderneming zijn
onderworpen aan de bepalingen van dit artikel.
§ 2. Wanneer een vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies een moederonderneming is,
is zij onderworpen aan het toezicht op geconsolideerde
basis door de FSMA, voor het geheel dat zij samen
met haar Belgische en buitenlandse dochteronderne-
mingen vormt.
Het toezicht op geconsolideerde basis slaat op de
fi nanciële positie, de grenzen en de voorwaarden als
bedoeld in artikel 41 op het beleid, de organisatie en de
interne controle procedures, als bedoeld in de artikelen
25 en 26, voor het geconsolideerde geheel, en op de
invloed van de geconsolideerde ondernemingen op
andere ondernemingen. De Koning kan het toezicht op
geconsolideerde basis uitbreiden tot andere gebieden
als bedoeld in de richtlijnen van de Europese Unie.
De in de artikelen 27 en 54, §§ 1 tot en met 3, bedoel-
de normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd
op basis van de geconsolideerde positie van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggings advies
en haar dochter ondernemingen. Het bepaalde bij artikel
54, paragrafen 5 en 6, is alsdan van overeenkomstige
toepassing.
d’investissement prise en application de l’article
55, alinéa 3;
2° il faut entendre par “compagnie fi nancière” un
établissement fi nancier dont les entreprises fi liales
sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs
établissements de crédit, entreprises d’investissement
ou établissements fi nanciers, l’une au moins de ces
fi liales étant un établissement de crédit ou une entre-
prise d’investissement, et qui n’est pas une compagnie
fi nancière mixte au sens de l’article 60.
Les groupes d’entreprises comprenant un établisse-
ment de crédit, une société de bourse, une entreprise
d’assurances ou une entreprise de réassurance sont
soumis, pour ce qui est de leur contrôle sur base conso-
lidée, respectivement aux dispositions des Sections Ire,
II et IV du Livre II, Titre III, Chapitre IV, ou de la Sous-
Section Ire de la Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre
III de la loi du 25 avril 2014 ou des dispositions du Titre
VI, Chapitres I et II de la loi du 13 mars 2016 relative
au statut et contrôle des entreprises d’assurance ou
de réassurance.
Les groupes d’entreprises comprenant une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement et
ne comprenant pas d’établissement de crédit, de société
de bourse ou d’entreprise d’assurances ou de réassu-
rance sont soumis aux dispositions du présent article.
§ 2. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement est une entreprise-mère,
elle est soumise au contrôle de la FSMA sur la base
consolidée de l’ensemble qu’elle constitue avec ses
fi liales belges et étrangères.
Le contrôle sur base consolidée porte sur la situation
fi nancière, sur les limites et conditions visées à l’article
41, sur la gestion, l’organisation et les procédures
de contrôle interne visées aux articles 25 et 26 de
l’ensemble consolidé, et sur l’infl uence exercée par les
entreprises incluses dans la consolidation sur d’autres
entreprises. Le Roi peut étendre le contrôle sur base
consolidée à d’autres domaines prévus par les direc-
tives de l’Union européenne.
Les normes et obligations visées aux articles 27 et
54 , §§ 1er à 3, peuvent être imposées sur la base de la
situation consolidée de la société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement et de ses fi liales.
Les dispositions de l’article 54, §§ 5 et 6, s’appliquent
dans ce cas par analogie.
62
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Voor het toezicht op geconsolideerde basis leggen de
betrokken vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies periodiek aan de FSMA een gecon-
solideerde fi nanciële staat voor. De FSMA bepaalt, na
raadpleging van de vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies via hun representatieve
beroepsverenigingen, volgens welke regels deze staat
moet worden opgemaakt en inzonderheid volgens welke
regels de consolidatiekring wordt bepaald, consolidatie
moet worden toegepast en hoe vaak deze staten moeten
worden voorgelegd.
Wanneer zij dit voor het prudentiële toezicht noodza-
kelijk acht, kan de FSMA eisen dat de vennootschappen
die geen dochter onderneming zijn maar waarin de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
deelneemt of waarmee zij een andere kapitaalbinding
heeft, in de consolidatie worden opgenomen.
De FSMA kan voorschrijven of eisen dat de betrokken
vennootschappen voor vermogens beheer en beleg-
gingsadvies, hun dochterondernemingen en alle andere
geconsolideerde ondernemingen haar alle inlichtingen
verstrekken die nuttig zijn voor haar toezicht op ge-
consolideerde basis. Voor dit toezicht kan de FSMA,
ter plaatse, in alle geconsolideerde ondernemingen,
de inlichtingen toetsen die zij heeft ontvangen in het
kader van het toezicht op geconsolideerde basis of,
op kosten van de betrokken vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, erkende re-
visoren of, in voorkomend geval, door haar daartoe
erkende buitenlandse deskundigen hiermee gelasten.
De FSMA verricht deze toetsing of laat die pas ver-
richten bij een onderneming die in een andere lidstaat
is gevestigd nadat zij de toezichthoudende overheid
van deze Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voor
zover de betrokken overheid die toetsing niet zelf dan
wel via een revisor of een deskundige verricht. Indien
de FSMA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin
aan de verifi catie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.
Het toezicht op geconsolideerde basis heeft niet tot
gevolg dat de FSMA op elke geconsolideerde onder-
neming individueel toezicht houdt.
Het toezicht op geconsolideerde basis doet geen
afbreuk aan het individuele toezicht van elke geconsoli-
deerde vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies. Er kan evenwel rekening worden gehouden
met de implicaties van het toezicht op geconsolideerde
basis bij de bepaling van de inhoud en de modaliteiten
van het individueel toezicht van vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies of het toezicht
op subgeconsolideerde basis van een vennootschap
voor vermogens beheer en beleggingsadvies die de
Aux fi ns du contrôle sur base consolidée, les sociétés
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment concernées communiquent périodiquement à la
FSMA une situation fi nancière consolidée. La FSMA
détermine, après consultation des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement repré-
sentées par leurs associations professionnelles, les
règles d’établissement de cette situation et notamment
les règles relatives au périmètre de consolidation, aux
modes d’inclusion dans la consolidation et à la fré-
quence des communications de ces situations.
Lorsqu’elle le juge nécessaire pour le contrôle
prudentiel, la FSMA peut exiger que soient incluses
dans la consolidation les sociétés qui ne sont pas des
fi liales mais dans lesquelles la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement détient
une participation ou avec lesquelles elle a un autre lien
en capital.
La FSMA peut prescrire ou requérir que les sociétés
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment concernées, leurs fi liales ainsi que les autres entre-
prises reprises dans la consolidation, lui communiquent
toutes informations utiles pour l’exercice du contrôle sur
base consolidée. La FSMA peut, aux fi ns de ce contrôle,
procéder ou faire procéder, aux frais des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
concernées, par des réviseurs agréés ou, s’il y a lieu,
par des experts étrangers agréés par elle à cet effet,
à la vérifi cation sur place, dans toutes les entreprises
incluses dans la consolidation, des informations reçues
dans le cadre du contrôle sur base consolidée. La FSMA
ne procède ou ne fait procéder à une vérifi cation auprès
d’une entreprise établie dans un autre État membre
qu’après en avoir avisé l’autorité de contrôle de cet État
et à moins que cette autorité ne procède elle-même
à cette vérifi cation ou permette qu’un reviseur ou un
expert y procède. Si la FSMA ne procède pas elle-même
à la vérifi cation, elle peut néanmoins y être associée, si
elle le juge souhaitable.
Le contrôle sur base consolidée n’entraîne pas le
contrôle sur une base individuelle, par la FSMA , des
entreprises incluses dans la consolidation.
Le contrôle sur base consolidée ne porte pas préju-
dice au contrôle, sur une base individuelle, des sociétés
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment incluses dans la consolidation. Il peut cependant
être tenu compte des implications du contrôle sur base
consolidée pour déterminer la teneur et les modalités du
contrôle sur une base individuelle des sociétés de ges-
tion de portefeuille et de conseil en investissement ou
du contrôle sur base sous-consolidée d’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
63
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
dochteronderneming is van een andere vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden
Belgische vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die door een buitenlandse beleggings-
onderneming zijn geconsolideerd, verplicht kunnen
worden bepaalde inlichtingen te verstrekken aan de
buitenlandse overheid die bevoegd is voor het toezicht
op deze beleggingsonderneming op geconsolideerde
basis en waarbij deze overheid zelf of via de door haar
gemachtigde revisoren of deskundigen, de verstrekte
inlichtingen ter plaatse kan toetsen.
§ 3. Wanneer een vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies een consortium vormt
met een of meer andere ondernemingen, valt zij on-
der het toezicht op geconsolideerde basis die geldt
voor alle ondernemingen van het consortium en hun
dochterondernemingen.
De voorschriften van § 2 zijn van toepassing.
§ 4. Voor iedere vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies waarvan de moederonderne-
ming een Belgische of buitenlandse fi nanciële holding
uit een lidstaat is, geschiedt het toezicht op basis van
de geconsolideerde fi nanciële positie van de fi nanciële
holding. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de FSMA,
tenzij er zich onder de dochterondernemingen een
kredietinstelling, een verzekerings- of herverzekerings-
ondernemingen of een beursvennootschap bevindt, in
welk geval het toezicht wordt uitgeoefend door de Bank.
Dit toezicht slaat op de in het tweede en derde lid van
paragraaf 2 bedoelde aspecten. De Koning kan de re-
gels van dit toezicht bepalen, aanpassen en aanvullen,
met opgave van alle andere voorschriften van deze wet
die ter zake van toepassing zijn op fi nanciële holdings.
Voor iedere vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies waarvan de moederonderneming een
fi nanciële holding van buiten de Europese Economische
Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de gecon-
solideerde fi nanciële positie van de fi nanciële holding
volgens de regels bepaald door de Koning.
§ 5. Ondernemingen die uitsluitend of samen met
andere de controle hebben over een vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies en de dochter-
ondernemingen van deze ondernemingen moeten,
indien die ondernemingen niet vallen binnen het toepas-
singsgebied van de paragrafen 2, 3 en 4 betreffende het
toezicht op geconsolideerde basis of binnen het toepas-
singsgebied van artikel 60 betreffende het aanvullend
groepstoezicht, de FSMA en de bevoegde buitenlandse
qui est fi liale d’une autre société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement.
Le Roi peut déterminer les conditions dans lesquelles
les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement belges incluses dans la consolidation
d’une entreprise d’investissement étrangère peuvent
être tenues de fournir des renseignements à l’autorité
étrangère compétente pour le contrôle sur base conso-
lidée de cette entreprise d’investissement et peuvent
faire l’objet de la vérifi cation sur place par cette autorité
ou par des reviseurs ou des experts mandatés par elle,
des informations qu’elle a transmises.
§ 3. Lorsqu’une société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement forme un consortium avec
une ou plusieurs autres entreprises, elle est soumise au
contrôle sur base consolidée englobant les entreprises
formant le consortium ainsi que leurs fi liales.
Les dispositions du § 2 sont applicables.
§ 4. Toute société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement dont l’entreprise-mère est
une compagnie fi nancière, belge ou étrangère, relevant
d’un État membre, est soumise à une surveillance sur
la base de la situation fi nancière consolidée de la com-
pagnie fi nancière. Cette surveillance est exercée par la
FSMA, sauf s’il y a parmi les fi liales un établissement de
crédit, une entreprise d’assurances ou de réassurance
ou une société de bourse, auquel cas la surveillance est
exercée par la Banque. Cette surveillance porte sur les
matières visées aux deuxième et troisième alinéas du
paragraphe 2. Le Roi peut défi nir, adapter et compléter
les modalités de cette surveillance en précisant quelles
autres dispositions de la présente loi sont à cet effet
applicables aux compagnies fi nancières.
Toute société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement dont l’entreprise mère est une com-
pagnie fi nancière ne relevant pas d’un État membre
de l’Espace économique européen, est soumise à
une surveillance sur la base de la situation fi nancière
consolidée de la compagnie fi nancière, selon les règles
défi nies par le Roi.
§ 5. Les entreprises qui contrôlent, exclusivement ou
conjointement avec d’autres, une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement, ainsi
que les fi liales de ces entreprises sont tenues, si ces
entreprises et ces fi liales ne tombent pas dans le champ
d’application des paragraphes 2, 3 et 4 concernant le
contrôle sur base consolidée ou dans le champ d’appli-
cation de l’article 60 concernant la surveillance com-
plémentaire du groupe, de communiquer à la FSMA et
64
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
overheden alle gegevens en inlichtingen verstrekken die
nuttig zijn voor het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies waarover deze
ondernemingen de controle hebben.
Dergelijke informatieplicht geldt ook voor onderne-
mingen die, hoewel zij dochter-ondernemingen zijn van
een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies of een fi nanciële holding, niet in het toezicht
op geconsolideerde basis zijn opgenomen. Wanneer
de betrokken dochteronderneming een vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies is, kan
de FSMA of de buitenlandse overheid die bevoegd is
voor het toezicht op genoemde dochter onderneming,
eisen dat de moeder onderneming-vennootschap
voor vermogens beheer en beleggingsadvies of de
moederonderneming-financiële holding de vereiste
inlichtingen en gegevens verstrekt die voor het toezicht
op genoemde dochteronderneming dienstig zijn.
De Koning bepaalt:
a) de voorwaarden en modaliteiten voor de verplich-
tingen die voortvloeien uit het eerste en het tweede
lid alsook voor de toetsing ter plaatse van de hierin
bedoelde gegevens en inlichtingen;
b) onverminderd artikel 107, welke maatregelen en
sancties van de artikelen 68 en 69 van toepassing zijn
wanneer de in het eerste en tweede lid bedoelde onder-
nemingen hun verplichtingen niet nakomen.
§ 6. De bevoegde overheden van de lidstaat van
ontvangst kunnen de FSMA in haar hoedanigheid van
consoliderende toezichthouder of in haar hoedanigheid
van bevoegde overheid van de lidstaat van herkomst
verzoeken een bijkantoor van een vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies als signifi cant
aan te merken.
Het verzoek vermeldt de redenen waarom het
bijkantoor als signifi cant moet worden aangemerkt,
en met name:
a) wat de vermoedelijke gevolgen van een opschor-
ting of beëindiging van de werkzaamheden van de
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies voor de liquiditeit van de markt en de betalings-,
clearing- en afwikkelingssystemen in de lidstaat van
ontvangst zullen zijn; en
b) de omvang en het belang van het bijkantoor, wat
het aantal cliënten betreft, binnen het fi nanciële stelsel
in de lidstaat van ontvangst.
aux autorités étrangères compétentes les informations
et renseignements utiles à l’exercice de la surveillance
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement que ces entreprises contrôlent.
Pareille obligation de communication d’information
est également applicable aux entreprises qui, bien
qu’étant fi liales d’une société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement ou d’une compagnie
fi nancière, ne sont pas incluses dans la surveillance
sur base consolidée. Lorsque la fi liale en cause est
une société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement , la FSMA ou l’autorité de contrôle
étrangère compétente pour le contrôle de ladite fi liale
peuvent exiger que la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement -mère ou la compagnie
fi nancière-mère communique les informations et ren-
seignements requis comme utiles pour l’exercice de la
surveillance de ladite fi liale.
Le Roi détermine:
a) les conditions et modalités des obligations décou-
lant des alinéas 1er et 2 ainsi que des vérifi cations
sur place des informations et renseignements qu’ils
prévoient;
b) sans préjudice de l’article 107, celles des mesures
et sanctions visées par les articles 68 et 69 qui sont
applicables en cas de manquement à leurs obligations
par les entreprises visées aux alinéas 1er et 2.
§ 6. Les autorités compétentes de l’État membre
d’accueil peuvent demander à la FSMA, en sa qualité de
superviseur sur base consolidée ou en sa qualité d’auto-
rité compétente de l’État membre d’origine, qu’une
succursale d’une société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement soit considérée comme
ayant une importance signifi cative.
Cette demande expose les motifs amenant à consi-
dérer que la succursale a une importance signifi cative,
notamment au vu des éléments suivants:
a) l’incidence probable d’une suspension ou de l’arrêt
des opérations de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement sur la liquidité du mar-
ché et les systèmes de paiement, de règlement et de
compensation dans l’État membre d’accueil; et
b) la taille et l’importance de la succursale du point de
vue du nombre de clients, dans le contexte du système
fi nancier de l’État membre d’accueil.
65
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De bevoegde overheden van de lidstaat van herkomst
en van de lidstaat van ontvangst, alsmede desgevallend
de consoliderende toezichthouder, stellen alles in het
werk om tot een gezamenlijk besluit te komen over de
kwalifi catie van een bijkantoor als signifi cant.
Als binnen de twee maanden na ontvangst van een
verzoek geen gezamenlijk besluit wordt genomen, dient
de FSMA de besluiten van de bevoegde overheden
van de lidstaat van ontvangst, genomen uiterlijk twee
maanden daarna, of het bijkantoor signifi cant is, te
aanvaarden.
De hiervoor bedoelde besluiten genomen door de
FSMA in haar hoedanigheid van consoliderende toe-
zichthouder of in haar hoedanigheid van bevoegde
overheid van de lidstaat van herkomst, worden op schrift
gesteld met volledige opgaaf van redenen, worden aan
de betrokken bevoegde overheden overgezonden, wor-
den als defi nitief erkend en worden door de bevoegde
overheden in de betrokken lidstaten toegepast.
§ 7. Indien de FSMA consoliderende toezichthouder
is, richt zij colleges van toezichthouders op om het
toezicht op de dochterondernemingen en de signifi ca-
tieve bijkantoren te vergemakkelijken en zorgt zij voor
passende coördinatie en samenwerking met relevante
bevoegde overheden van derde landen.
§ 8. Indien de FSMA toezichthouder is van een
dochteronderneming van een moederbeleggingson-
derneming in de Europese Unie of van een fi nanciële
moederholding in de Europese Unie, of ten gevolge
van een verzoek als bedoeld in artikel 75, § 3, van
een signifi cant bijkantoor van een beleggingsonderne-
ming die onder een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte ressorteert, kan zij deelnemen
aan een college van toezichthouders, opgericht door
de bevoegde consoliderende toezichthouders of de
bevoegde toezichthouder van de lidstaat van herkomst.
§ 9. De Koning regelt tevens het toezicht op gecon-
solideerde basis, in voorkomend geval overeenkomstig
de bepalingen van de Richtlijn 2013/36/EU en van de
Verordening (EU) Nr. 575/2013.
§ 10. In bijzondere gevallen kan de FSMA afwijkin-
gen toestaan van de met toepassing van de krachtens
dit artikel genomen besluiten en reglementen. In dat
geval stelt ze de Europese Commissie en de Europese
Bankautoriteit daarvan in kennis.
Les autorités compétentes de l’État membre d’ori-
gine et de l’État membre d’accueil, ainsi que, le cas
échéant, le superviseur sur base consolidée, font tout
ce qui est en leur pouvoir pour parvenir à une décision
commune sur la désignation d’une succursale en tant
que succursale d’importance signifi cative.
Si aucune décision commune n’est dégagée dans
un délai de deux mois à compter de la réception de la
demande, la FSMA doit accepter les décisions prises,
au plus tard dans un délai supplémentaire de deux
mois, par les autorités compétentes de l’État membre
d’accueil, quant au fait que la succursale a ou non une
importance signifi cative.
Les décisions susvisées prises par la FSMA en sa
qualité de superviseur sur base consolidée ou en sa
qualité d’autorité compétente de l’État membre d’ori-
gine, sont présentées dans un document de manière
dûment motivée et sont transmises aux autorités com-
pétentes concernées; elles sont reconnues comme étant
déterminantes et elles sont appliquées par les autorités
compétentes dans les États membres concernés.
§ 7. Si la FSMA est le superviseur sur base consoli-
dée, elle établit des collèges des autorités de surveil-
lance en vue de faciliter le contrôle des fi liales et des
succursales d’importance signifi cative et assure une
coordination et une collaboration adéquates avec les
autorités compétentes pertinentes de pays tiers.
§ 8. Si la FSMA est l’autorité chargée du contrôle
d’une fi liale d’une entreprise d’investissement mère
dans l’Union européenne ou d’une compagnie fi nan-
cière mère dans l’Union européenne, ou du contrôle,
à la suite d’une demande telle que visée à l’article 75,
§ 3, d’une succursale d’importance signifi cative d’une
entreprise d’investissement relevant du droit d’un autre
État membre de l’Espace économique européen, elle
peut participer à un collège des autorités de surveillance
constitué par les superviseurs sur base consolidée
compétents ou par l’autorité de contrôle compétente
de l’État membre d’origine.
§ 9. Le Roi règle, pour le surplus, la surveillance sur
base consolidée, le cas échéant conformément aux
dispositions de la directive 2013/36/UE et du Règlement
(UE) n° 575/2013.
§ 10. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, auto-
riser des dérogations aux arrêtés et règlements pris
en vertu du présent article. Dans ce cas, elle le notifi e
à la Commission européenne et à l’Autorité bancaire
européenne.
66
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 60
§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt ver-
staan onder:
1° “groep”: een geheel van ondernemingen dat
gevormd wordt door een moederondememing, haar
dochter ondernemingen, de ondernemingen waarin de
moederonderneming of haar dochter ondememingen
rechtstreeks of onrecht streeks een deelneming aan-
houden, alsook de ondernemingen waarmee een con-
sortium wordt gevormd en de ondernemingen die door
deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of
waarin deze laatste ondernemingen een deelneming
aanhouden;
2° “fi nanciële dienstengroep”: een groep of subgroep
waarvan ten minste één van de dochterondernemingen
een gereglementeerde onderneming is en die aan de
volgende voorwaarden voldoet:
a) wanneer een gereglementeerde onderneming aan
het hoofd van de groep of subgroep staat:
i) is deze onderneming een moeder onderneming
van een onderneming in de financiële sector, een
onderneming die houder is van een deelneming in
een onderneming in de fi nanciële sector, dan wel een
onderneming die met een onderneming in de fi nanciële
sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of
subgroep een onderneming uit de verzekeringssector
en is ten minste één van de entiteiten in de groep
een onderneming uit de banksector of de beleggings-
dienstensector, en
iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde
activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende
entiteiten uit de verzekeringssector en van de entitei-
ten uit de banksector en de beleggings dienstensector
signifi cant; of
b) wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep
geen gereglementeerde onderneming staat:
i) vinden de activiteiten van de groep of subgroep in
hoofdzaak plaats in de fi nanciële sector;
ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of
subgroep een onderneming uit de verzekeringssector
en ten minste één van de entiteiten in de groep of
subgroep is een onderneming uit de banksector of de
beleggingsdienstensector, en
Art. 60
§ 1er. Pour l’application du présent article, il y a lieu
d’entendre par:
1° “groupe”: un ensemble d’entreprises constitué
d’une entreprise mère, de ses fi liales, des entreprises
dans lesquelles l’entreprise mère ou ses fi liales dé-
tiennent directement ou indirectement une participation,
ainsi que des entreprises avec lesquelles un consortium
est formé et des entreprises qui sont contrôlées par ces
dernières ou dans lesquelles ces dernières détiennent
une participation;
2° “groupe de services fi nanciers”: un groupe ou un
sous-groupe dans lequel l’une au moins des fi liales est
une entreprise réglementée et qui satisfait aux condi-
tions suivantes:
a) lorsqu’une entreprise réglementée est à la tête du
groupe ou du sous-groupe:
i) cette entreprise est l’entreprise mère d’une entre-
prise du secteur fi nancier, ou d’une entreprise qui
détient une participation dans une entreprise du secteur
fi nancier, ou d’une entreprise liée à une entreprise du
secteur fi nancier sous la forme d’un consortium;
ii) l’une au moins des entités du groupe ou du sous-
groupe est une entreprise du secteur de l’assurance
et l’une au moins des entités du groupe est une entre-
prise du secteur bancaire ou du secteur des services
d’investissement; et
iii) les activités consolidées et/ou agrégées des
entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie
du secteur de l’assurance, et des entités du secteur
bancaire et du secteur des services d’investissement
sont importantes; ou
b) lorsqu’il n’y a pas d’entreprise réglementée à la
tête du groupe ou du sous-groupe:
i) les activités du groupe ou du sous-groupe
s’exercent principalement dans le secteur fi nancier;
ii) l’une au moins des entités du groupe ou du sous-
groupe est une entreprise du secteur de l’assurance et
l’une au moins des entités du groupe ou du sous-groupe
est une entreprise du secteur bancaire ou du secteur
des services d’investissement; et
67
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde
activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende
entiteiten uit de verzekeringssector en van de entitei-
ten uit de banksector en de beleggings dienstensector
signifi cant;
De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder
de begrippen “in hoofdzaak” en “signifi cant”;
3° “gereglementeerde onderneming”: een rechts-
persoon die hetzij een beleggingsonderneming is
als gedefi nieerd in artikel 3, hetzij een kredietinstel-
ling als gedefi nieerd in artikel 1, § 3, van de wet van
25 april 2014, hetzij een verzekeringsonderneming of
een herverzekerings onderneming als gedefi nieerd in
artikel 5, 1° en 2° van de wet van 13 maart 2016 op
het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen, hetzij een beheerder
van AICB’s, hetzij een beheervennootschap van instel-
lingen voor collectieve belegging, en elke andere onder-
neming opgericht naar buitenlands recht die, indien ze
haar maatschappelijke zetel in België zou hebben, een
toelating dient te verkrijgen voor de uitoefening van het
bedrijf van beleggingsonderneming, van beheerder van
AICB’s of beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging;
4° “fi nanciële sector”: een sector die bestaat uit een
of meer van de volgende ondernemingen:
a) een gereglementeerde onderneming die een kre-
dietinstelling is, een fi nanciële instelling in de zin van
artikel 3, 41°, van de wet van 25 april 2014, een onder-
neming die nevendiensten verricht in de zin van artikel
4, lid 1, punt 18), van Verordening (EU) Nr. 575/2013;
deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële
sector, die “de banksector” wordt genoemd;
b) een gereglementeerde onderneming die een
verzekerings- of herverzekerings-onderneming is, een
verzekeringsholding in de zin van artikel 338, 5° van de
wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht
op de verzekerings- of herverzekerings ondernemingen;
deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële
sector, die “de verzekeringssector” wordt genoemd;
c) een gereglementeerde onderneming die een beleg-
gingsonderneming is, een onderneming die nevendien-
sten verricht in de zin van artikel 2, 2°, een fi nanciële
instelling in de zin van artikel 2, 7°; deze ondernemingen
behoren tot eenzelfde fi nanciële sector, die “de beleg-
gingsdienstensector” wordt genoemd;
5° “gemengde fi nanciële holding”: een moederonder-
neming, andere dan een gereglementeerde onderne-
ming, aan het hoofd van een fi nanciële dienstengroep;
iii) les activités consolidées et/ou agrégées des
entités du groupe ou du sous-groupe qui font partie
du secteur de l’assurance, et des entités du secteur
bancaire et du secteur des services d’investissement
sont importantes;
Le Roi détermine ce qu’il y a lieu d’entendre par
“principalement” et “importantes”;
3° “entreprise réglementée”: une personne morale
qui est soit une entreprise d’investissement telle que
défi nie à l’article 3, soit un établissement de crédit tel
que défi ni à l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014,
soit une entreprise d’assurances ou une entreprise de
réassurance telles que défi nies aux articles 5, 1° et 2°
de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle
des entreprises d’assurance et de réassurance, soit
un gestionnaire d’OPCA, soit une société de gestion
d’organismes de placement collectif, et toute autre
entreprise constituée selon un droit étranger qui, si elle
avait son siège social en Belgique, serait tenue d’obtenir
un agrément pour exercer l’activité d’entreprise d’inves-
tissement, de gestionnaire d’OPCA ou de société de
gestion d’organismes de placement collectif;
4° “secteur fi nancier”: un secteur composé de l’une
ou plusieurs des entreprises suivantes:
a) une entreprise réglementée ayant la qualité d’éta-
blissement de crédit, un établissement fi nancier au
sens de l’article 3, 41°, de la loi du 25 avril 2014, une
entreprise de services auxiliaires au sens de l’article 4,
paragraphe 1, point 18) du règlement (UE) n° 575/2013;
ces entreprises font partie du même secteur fi nancier,
dénommé “secteur bancaire”;
b) une entreprise réglementée ayant la qualité d’en-
treprise d’assurances ou de réassurance, une société
holding d’assurances au sens de l’article 338, 5° de la
loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des
entreprises d’assurance et de réassurance; ces entre-
prises font partie du même secteur fi nancier, dénommé
“secteur des assurances”;
c) une entreprise réglementée ayant la qualité
d’entreprise d’investissement, une entreprise qui four-
nit des services auxiliaires au sens de l’article 2, 2°,
un établissement fi nancier au sens de l’article 2 , 7°;
ces entreprises font partie du même secteur fi nancier,
dénommé “secteur des services d’investissement”;
5° “compagnie fi nancière mixte”: une entreprise mère,
autre qu’une entreprise réglementée, qui est à la tête
d’un groupe de services fi nanciers;
68
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
6° “moederonderneming”, “dochteronder-neming”,
“controle”, “consortium”, “deelneming”: de begrippen in
de zin van de omschrijving die ervan wordt gegeven in
artikelen 2, 28° en 59, artikel 3, § 1, 26° en de Afdelingen
I, II en IV van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV van de wet
van 25 april 2014, of artikel 338, 1°, 2° en 3° van de wet
van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht
op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
§ 2. De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies naar Belgisch recht:
1° die aan het hoofd staan van een fi nanciële dien-
stengroep; of
2° waarvan de moederonderneming een gemengde
fi nanciële holding met hoofdkantoor in een lidstaat is,
zijn onderworpen aan een aanvullend groepstoezicht
overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
Indien verschillende gereglementeerde ondernemin-
gen dochterondernemingen van de in het eerste lid,
2°, bedoelde gemengde fi nanciële holding zijn, betreft
het aanvullend toezicht op de fi nanciële dienstengroep
uitsluitend de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies naar Belgisch recht, voor zover de
FSMA bevoegd is voor het aanvullend toezicht op de
fi nanciële dienstengroep.
Wanneer een gereglementeerde onderneming naar
Belgisch recht aan het hoofd staat van een fi nanciële
dienstengroep wordt het aanvullende groepstoezicht
uitgeoefend door de toezichthoudende overheid ver-
antwoordelijk voor het toezicht op de betrokken gere-
glementeerde onderneming.
Het aanvullende toezicht slaat op de fi nanciële positie
van de fi nanciële dienstengroep in het algemeen en de
solvabiliteit van de groep in het bijzonder, de risicocon-
centratie, de intragroep-verrichtingen, en de interne
controle procedures en de risicobeheer-procedures voor
het geheel van de groep.
De Koning bepaalt de normen die in uitvoering van
het tweede en derde lid van toepassing zijn.
Alle ondernemingen van de fi nanciële dienstengroep
die behoren tot de fi nanciële sector worden in het aan-
vullende groepstoezicht opgenomen, volgens de nadere
regels die de Koning bepaalt.
6° “entreprise mère”, “fi liale”, “contrôle”, “consortium”,
“participation”: les notions au sens de la défi nition qui
en est donnée aux articles 2, 28° et 59, à l’article 3,
§ 1er, 26° et aux Sections Ire, II et IV du Livre II, Titre
III, Chapitre IV de la loi du 25 avril 2014, ou à l’article
338, 1°, 2° et 3° de la loi du 13 mars 2016 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’assurance et de
réassurance.
§ 2. Les sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement de droit belge:
1° qui sont à la tête d’un groupe de services
fi nanciers; ou
2° dont l’entreprise mère est une compagnie fi nan-
cière mixte ayant son siège dans un État membre,
sont soumis à une surveillance complémentaire exer-
cée au niveau du groupe conformément aux dispositions
du présent paragraphe.
Si plusieurs entreprises réglementées sont des fi liales
de la compagnie fi nancière mixte visée à l’alinéa 1er, 2°,
la surveillance complémentaire du groupe de services
fi nanciers s’applique uniquement à la société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement de droit
belge, pour autant que la FSMA soit compétente pour
la surveillance complémentaire du groupe de services
fi nanciers.
Lorsqu’une entreprise réglementée de droit belge
est à la tête d’un groupe de services fi nanciers, la sur-
veillance complémentaire du groupe est exercée par
l’autorité de contrôle chargée du contrôle de l’entreprise
réglementée concernée.
La surveillance complémentaire porte sur la situation
fi nancière du groupe de services fi nanciers en général et
sur la solvabilité du groupe en particulier, sur la concen-
tration des risques, sur les opérations intragroupe,
ainsi que sur les dispositifs de contrôle interne et les
procédures de gestion des risques mis en place pour
l’ensemble du groupe.
Le Roi détermine les normes applicables en exécution
des alinéas 2 et 3.
Toutes les entreprises du groupe de services fi nan-
ciers qui appartiennent au secteur fi nancier sont in-
cluses dans la surveillance complémentaire du groupe,
selon les modalités déterminées par le Roi.
69
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De Koning kan het aanvullende groepstoezicht uit-
breiden tot andere domeinen en tot groepsondernemin-
gen buiten de fi nanciële sector, conform de Europese
regelgeving.
De FSMA kan voorschrijven dat de in het aanvul-
lende groepstoezicht opgenomen gereglementeerde
en niet gereglementeerde ondernemingen haar alle
inlichtingen dienen te verstrekken die nuttig zijn voor
haar aanvullend groepstoezicht. Voor dit toezicht kan
de FSMA ter plaatse in alle in het aanvullende groeps-
toezicht opgenomen ondernemingen de inlichtingen
toetsen die zij heeft ontvangen, of, op kosten van de
betrokken gereglementeerde onderneming, erkende
revisoren, of in voorkomend geval door haar daartoe
erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten.
De FSMA verricht deze toetsing of laat die verrichten
bij een onderneming die in een andere lidstaat van de
Europese Economische Ruimte is gevestigd, nadat zij
de bevoegde toezichthoudende overheid van die an-
dere Staat hiervan in kennis heeft gesteld en voorzover
deze laatste die toetsing niet zelf verricht of toestaat
dat een revisor of deskundige deze verricht. Indien de
toezichthoudende overheid de toetsing niet zelf verricht,
kan zij niettemin aan de verifi catie deelnemen zo zij dit
wenselijk acht.
Het aanvullende groepstoezicht heeft niet tot gevolg
dat de FSMA op elke in dit toezicht opgenomen onder-
neming individueel toezicht uitoefent. Het aanvullende
groepstoezicht doet evenmin afbreuk aan het toezicht
op vennootschappelijke en op geconsolideerde basis
overeenkomstig de andere bepalingen van deze wet.
De Koning kan bepalen onder welke voorwaarden
Belgische ondernemingen, die deel uit maken van een
fi nanciële dienstengroep en opgenomen zijn in het
aanvullende groepstoezicht dat wordt uitgeoefend door
een buitenlandse toezichthoudende overheid, verplicht
kunnen worden bepaalde inlichtingen te verstrekken
aan die toezichthoudende overheid voor de uitoefening
van diens aanvullend groepstoezicht, en waarbij deze
overheid zelf of via door haar gemachtigde revisoren
of deskundigen de verstrekte inlichtingen ter plaatse
kan toetsen.
§ 3. De Koning bepaalt de regels voor het aanvullende
groepstoezicht overeenkomstig de bepalingen van de
Richtlijn 2002/87/EG van 16 december 2002 betreffende
het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verze-
keringsondernemingen en beleggingsondernemingen
in een fi nancieel conglomeraat en tot wijziging van de
Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/
EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de
Le Roi peut étendre la surveillance complémentaire
du groupe à d’autres domaines ainsi qu’à des entre-
prises du groupe ne faisant pas partie du secteur fi nan-
cier, conformément à la réglementation européenne.
La FSMA peut prescrire que les entreprises régle-
mentées et non réglementées qui sont incluses dans
la surveillance complémentaire du groupe, lui com-
muniquent toutes informations utiles à l’exercice de
la surveillance complémentaire du groupe. La FSMA
peut, aux fi ns de cette surveillance, procéder ou faire
procéder, aux frais de l’entreprise réglementée concer-
née, par des réviseurs agréés ou, s’il y a lieu, par des
experts étrangers agréés par elle à cet effet, à la véri-
fi cation sur place, dans toutes les entreprises incluses
dans la surveillance complémentaire du groupe, des
informations qu’elle a reçues. La FSMA ne procède ou
ne fait procéder à une vérifi cation auprès d’une entre-
prise établie dans un autre État membre de l’Espace
économique européen qu’après en avoir avisé l’autorité
de contrôle compétente de cet autre État et à moins que
cette dernière ne procède elle-même à cette vérifi cation
ou permette qu’un réviseur ou un expert y procède. Si
l’autorité de contrôle ne procède pas elle-même à la
vérifi cation, elle peut néanmoins y être associée, si elle
le juge souhaitable.
La surveillance complémentaire du groupe n’entraîne
pas le contrôle sur une base individuelle, par la FSMA
, des entreprises incluses dans cette surveillance. La
surveillance complémentaire du groupe ne porte pas
davantage préjudice au contrôle sur base sociale et au
contrôle sur base consolidée exercés conformément
aux autres dispositions de la présente loi.
Le Roi peut déterminer les conditions auxquelles
les entreprises belges qui font partie d’un groupe de
services fi nanciers et sont incluses dans la surveillance
complémentaire du groupe exercée par une autorité
de contrôle étrangère, peuvent être tenues de fournir
des renseignements à cette autorité de contrôle pour
l’exercice de la surveillance complémentaire du groupe
et peuvent faire l’objet de la vérifi cation sur place, par
cette autorité ou par des réviseurs ou des experts man-
datés par elle, des informations transmises.
§ 3. Le Roi détermine les règles de la surveillance com-
plémentaire du groupe conformément aux dispositions
de la directive 2002/87/CE du 16 décembre 2002 rela-
tive à la surveillance complémentaire des établissements
de crédit, des entreprises d’assurance et des entre-
prises d’investissement appartenant à un conglomérat
fi nancier, et modifi ant les directives 73/239/CEE, 79/267/
CEE, 92/49/CEE, 92/96/CEE, 93/6/CEE et 93/22/CEE
70
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees
Parlement en de Raad.
§ 4. In bijzondere gevallen kan de FSMA, met het
oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van
dit artikel, met redenen omklede afwijkingen toestaan
van de krachtens dit artikel genomen besluiten en
reglementen, voorzover dergelijke afwijkingen gelden
voor alle gereglementeerde ondernemingen die zich
in gelijkwaardige omstandigheden bevinden. Gebruik
van deze bevoegdheid mag niet indruisen tegen de
bepalingen van Europees recht.
Art. 61
§ 1. De commissarissen die, overeenkomstig het
Wetboek van Vennootschappen, belast zijn met het
toezicht op de jaarrekeningen en de geconsolideerde
jaarrekening van de vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies, brengen op eigen initiatief
verslag uit bij de FSMA zodra zij, in het kader van hun
opdracht bij een vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies of in het kader van een revisorale
opdracht bij een met de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies verbonden vennootschap:
a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen vaststellen
die de positie van de vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies fi nancieel of op het vlak van
haar administratieve en boekhoudkundige organisatie
of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze
kunnen beïnvloeden;
b) beslissingen of feiten vaststellen die kunnen
wijzen op een overtreding van het Wetboek van
Vennootschappen, de statuten, dit boek en de ter uit-
voering ervan genomen besluiten en reglementen;
c) andere beslissingen of feiten vaststellen die kun-
nen leiden tot een weigering van de certifi cering van
de jaarrekening of tot het formuleren van voorbehoud;
d) beslissingen of feiten vaststellen met betrekking
tot de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies die van aard zijn de bedrijfscontinuïteit
ervan aan te tasten.
§ 2. Tegen commissarissen die te goeder trouw
informatie hebben verstrekt als bedoeld in paragraaf
1, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of
tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch
professionele sancties worden uitgesproken.
du Conseil et les directives 98/78/CE et 2000/12/CE du
Parlement européen et du Conseil.
§ 4. La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser,
en vue de la réalisation des objectifs du présent article,
des dérogations motivées aux arrêtés et règlements pris
en vertu de cet article, pour autant que de telles déro-
gations soient d’application pour toutes les entreprises
réglementées qui se trouvent dans des circonstances
analogues. L’utilisation de cette faculté ne peut être
contraire aux dispositions du droit européen.
Art. 61
§ 1er. Les commissaires, chargés du contrôle des
comptes annuels et des comptes consolidés de socié-
tés de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement conformément au Code des sociétés, font
d’initiative rapport à la FSMA dès qu’ils constatent,
dans le cadre de leur mission auprès d’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
ou d’une mission révisorale auprès d’une entreprise
liée à la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement:
a) des décisions, des faits ou des évolutions qui
infl uencent ou peuvent infl uencer de façon signifi cative
la situation de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement sous l’angle fi nancier ou sous
l’angle de son organisation administrative et comptable
ou de son contrôle interne;
b) des décisions ou des faits qui peuvent constituer
des violations du Code des sociétés, des statuts, du
présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son
exécution;
c) des autres décisions ou des faits qui sont de nature
à entraîner le refus ou des réserves en matière de cer-
tifi cation des comptes annuels;
d) des décisions ou des faits relatifs à la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qui sont de nature à compromettre sa continuité.
§ 2. Aucune action civile, pénale ou disciplinaire ne
peut être intentée ni aucune sanction professionnelle,
prononcée contre les commissaires qui ont procédé de
bonne foi à une information visée au paragraphe 1er.
71
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 62
De FSMA kan een door haar aangesteld erkend
revisor of de commissarissen belast met het toezicht
op de jaarrekeningen en de geconsolideerde jaarreke-
ningen van vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies, overeenkomstig het Wetboek van
Vennootschappen, vragen om haar, op kosten van die
entiteiten, bijzondere verslagen te bezorgen over de
onderwerpen die zij bepaalt.
Afdeling 5
Intrekking van een vergunning,uitzonderingsmaatregelen,
dwang sommen en bestuursrechtelijke sancties
Art. 63
Bij beslissing die met een ter post aangetekende
brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt
gebracht, trekt de FSMA de vergunning in van ven-
nootschappen van vermogensbeheer en beleggings-
advies die hun bedrijf niet binnen twaalf maanden na
het verlenen van een vergunning hebben aangevat, die
afstand doen van hun vergunning of hun bedrijf hebben
stopgezet. Zij wijzigt de vergunning van de vennoot-
schappen van vermogensbeheer en beleggingsadvies
die gedeeltelijk afstand doen van hun vergunning.
Art. 64
§ 1. Wanneer de FSMA vaststelt dat:
— een vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies niet werkt overeenkomstig de bepa-
lingen van deze titel en de ter uitvoering ervan genomen
besluiten en reglementen;
— het beleid of de fi nanciële positie van een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies de
goede afl oop van haar verbintenissen in het gedrang
dreigt te brengen of niet voldoende waarborgen biedt
voor haar solvabiliteit, liquiditeit of rendabiliteit;
— de beleidsstructuren, administratieve of boekhoud-
kundige organisatie of interne controle van een ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
ernstige leemten vertonen;
— een vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies haar vergunning verworven heeft
door middel van valse verklaringen of op enige andere
onregelmatige wijze,
Art. 62
La FSMA peut demander à un réviseur agréé dési-
gné par elle, ou aux commissaires chargés du contrôle
des comptes annuels et des comptes consolidés de
sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement conformément au Code des sociétés
de lui remettre, aux frais de ces entités, des rapports
spéciaux sur les sujets qu’elle détermine.
Section 5
Radiation de l’agrément, mesures exceptionnelles,
astreintes et sanctions administratives
Art. 63
La FSMA radie par décision notifiée par lettre
recommandée à la poste ou avec accusé de réception,
l’agrément des sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement qui n’ont pas entamé
leurs activités dans les douze mois de l’agrément, qui
renoncent à l’agrément ou qui ont cessé d’exercer
leurs activités. Elle modifi e l’agrément des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
qui renoncent partiellement à celui-ci.
Art. 64
§ 1er. Lorsque la FSMA constate:
— qu’une société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement ne fonctionne pas en confor-
mité avec les dispositions du présent titre et des arrêtés
et règlements pris pour son exécution;
— que la gestion ou la situation fi nancière d’une
société de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement sont de nature à mettre en cause la bonne
fi n de ses engagements ou n’offrent pas des garanties
suffisantes sur le plan de sa solvabilité, de sa liquidité
ou de sa rentabilité;
— que les structures de gestion, l’organisation admi-
nistrative ou comptable ou le contrôle interne d’une
société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement présentent des lacunes graves;
— qu’une société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement a obtenu son agrément
au moyen de fausses déclarations ou de toute autre
manière irrégulière,
72
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
stelt zij de termijn vast waarbinnen deze toestand
moet worden verholpen. Indien na afl oop van deze
termijn de toestand niet is verholpen, kan de FSMA:
1° een speciale commissaris aanstellen.
In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen
van alle organen van de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies, inclusief de algemene ver-
gadering, alsook voor die van de personen die instaan
voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere
toestemming vereist; de FSMA kan evenwel de verrich-
tingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.
De speciale commissaris mag elk voorstel dat hij
nuttig acht aan alle organen van de vennootschap
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, inclusief
de algemene vergadering voorleggen. De bezoldiging
van de speciale commissaris wordt vastgesteld door
de FSMA en gedragen door de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies.
De leden van de bestuurs- en de beleids-organen en
de personen die instaan voor het beleid, die handelingen
stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toe-
stemming van de speciale commissaris, zijn hoofdelijk
aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
of voor derden voortvloeit.
Indien de FSMA de aanstelling van een speciale
commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft open-
baar gemaakt, met opgave van de handelingen en
beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn
alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste
toestemming nietig, tenzij de speciale commissaris
die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle
beslissingen van de algemene vergadering zonder de
vereiste toestemming van de speciale commissaris
nietig, tenzij hij die bekrachtigt.
De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris
aanstellen;
2° aanvullende vereisten opleggen inzake solvabili-
teit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzin-
gen, buiten deze bedoeld in artikel 54;
3° van vennootschappen voor vermogens beheer
en beleggingsadvies eisen dat ze de variabele belo-
ning tot een bepaald percentage van hun totale netto
bedrijfsresultaten beperken als deze beloning niet met
het in stand houden van een solide eigen vermogen te
verenigen is of dat zij hun nettowinsten aanwenden om
het eigen vermogen te versterken;
elle fi xe le délai dans lequel il doit être remédié à la
situation constatée. Si au terme de ce délai, il n’a pas
été remédié à la situation, la FSMA peut:
1° désigner un commissaire spécial.
Dans ce cas, l’autorisation écrite, générale ou spé-
ciale de celui-ci est requise pour tous les actes et déci-
sions de tous les organes de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, y compris
l’assemblée générale, et pour ceux des personnes
chargées de la gestion; la FSMA peut toutefois limiter
le champ des opérations soumises à autorisation.
Le commissaire spécial peut soumettre à la délibé-
ration de tous les organes de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, y compris
l’assemblée générale, toutes propositions qu’il juge
opportunes. La rémunération du commissaire spécial
est fi xée par la FSMA et supportée par la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
Les membres des organes d’administration et de
gestion et les personnes chargées de la gestion qui
accomplissent des actes ou prennent des décisions
sans avoir recueilli l’autorisation requise du commissaire
spécial sont responsables solidairement du préjudice
qui en est résulté pour la société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement ou les tiers.
Si la FSMA a publié au Moniteur belge la désignation
du commissaire spécial et spécifi é les actes et déci-
sions soumis à son autorisation, les actes et décisions
intervenus sans cette autorisation alors qu’elle était
requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial
ne les ratifi e. Dans les mêmes conditions, toute décision
d’assemblée générale prise sans avoir recueilli l’autori-
sation requise du commissaire spécial est nulle, à moins
que le commissaire spécial ne la ratifi e.
La FSMA peut désigner un commissaire suppléant;
2° imposer, en matière de solvabilité, liquidité,
concentration des risques et autres limitations, des
exigences supplémentaires, autres que celles visées
à l’article 54;
3° exiger des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement qu’elles limitent la rémuné-
ration variable à un pourcentage du total des résultats
nets d’exploitation lorsque cette rémunération n’est pas
compatible avec le maintien de fonds propres solides, ou
qu’elles affectent leurs bénéfi ces nets au renforcement
de leurs fonds propres;
73
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
4° voor de termijn die zij bepaalt, de rechtstreekse of
onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden; deze
schorsing kan, in de door de FSMA bepaalde mate, de
volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering
van de lopende overeenkomsten tot gevolg hebben.
De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de
personen die instaan voor het beleid, die handelingen
stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of
het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel
dat hieruit voor de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies of voor derden voortvloeit.
Indien de FSMA de schorsing of het verbod in het
Belgisch Staatsblad heeft openbaar gemaakt, zijn alle
hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig.
De FSMA kan een vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies tevens gelasten de deel-
nemingen over te dragen die zij bezit overeenkomstig
artikel 41; artikel 32, tweede lid, is van toepassing;
5° de vervanging gelasten van bestuurders of zaak-
voerders van de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies binnen een termijn die zij bepaalt
en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt,
in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorga-
nen van de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies één of meer voorlopige bestuurders
of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naar
gelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de
vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing
bekend in het Belgisch Staatsblad.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of
zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en
gedragen door de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies.
De FSMA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s)
of zaakvoerder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij
op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders
of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van
de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt;
6° de vergunning geheel of gedeeltelijk herroepen.
Bij uiterste hoogdringendheid en inzonderheid bij
ernstig gevaar voor de beleggers, kan de FSMA de in
deze paragraaf bedoelde maatregelen nemen zonder
dat vooraf een hersteltermijn wordt vastgesteld.
4° suspendre pour la durée qu’elle détermine l’exer-
cice direct ou indirect de tout ou partie de l’activité de
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement ou interdire cet exercice; cette suspen-
sion peut, dans la mesure déterminée par la FSMA,
impliquer la suspension totale ou partielle de l’exécution
des contrats en cours.
Les membres des organes d’administration et de
gestion et les personnes chargées de la gestion qui
accomplissent des actes ou prennent des décisions
en violation de la suspension ou de l’interdiction sont
responsables solidairement du préjudice qui en est
résulté pour la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement ou les tiers.
Si la FSMA a publié la suspension ou l’interdiction
au Moniteur belge, les actes et décisions intervenus à
l’encontre de celle-ci sont nuls.
La FSMA peut, de même, enjoindre à une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
de céder des participations qu’elle détient conformé-
ment à l’article 41; l’article 32, alinéa 2, est applicable;
5° enjoindre le remplacement des administrateurs
ou gérants de la société de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement dans un délai qu’elle
détermine et, à défaut d’un tel remplacement dans ce
délai, substituer à l’ensemble des organes d’adminis-
tration et de gestion de la société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissementun ou plusieurs
administrateurs ou gérants provisoires qui disposent,
seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des
personnes remplacées. La FSMA publie sa décision
au Moniteur belge.
La rémunération du ou des administrateurs ou
gérants provisoires est fi xée par la FSMA et supportée
par la société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement.
La FSMA peut, à tout moment, remplacer le ou les
administrateurs ou gérants provisoires, soit d’office, soit
à la demande d’une majorité des actionnaires ou asso-
ciés lorsqu’ils justifi ent que la gestion des intéressés ne
présente plus les garanties nécessaires;
6° révoquer l’agrément en tout ou en partie.
En cas d’extrême urgence et notamment en cas de
péril grave pour les investisseurs, la FSMA peut adopter
les mesures visées au présent paragraphe sans qu’un
délai de redressement ne soit préalablement fi xé.
74
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 2. De in § 1 bedoelde beslissingen van de FSMA
hebben voor de vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies uitwerking vanaf de datum van
hun kennisgeving met een ter post aangetekende brief
of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf
de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de
voorschriften van § 1.
§ 3. Wanneer de FSMA kennis heeft van het feit dat
een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies een bijzonder mechanisme heeft ingesteld
met als doel of gevolg fi scale fraude door derden te
bevorderen, zijn paragraaf 1, eerste en tweede lid, 4°,
en paragraaf 2 van toepassing.
§ 4. Paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 2 zijn niet van
toepassing bij herroeping van de vergunning van een
failliet verklaarde vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies.
§ 5. De rechtbank van koophandel spreekt op verzoek
van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als
bedoeld in § 1, tweede lid, 1° en 4°.
De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de
vennootschap voor vermogens beheer en beleggings-
advies. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de
eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen
van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het
schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring heb-
ben uitwerking ten aanzien van iedereen. Ingeval de
geschorste of vernietigde handeling of beslissing waren
openbaar gemaakt, worden het schorsingsbevel en het
vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde
wijze bekendgemaakt.
Wanneer de nietigheid de rechten kan benadelen
die een derde te goeder trouw ten aanzien van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
heeft verworven, kan de rechtbank verklaren dat die
nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de
betrokken rechten, onder voorbehoud van het eventuele
recht van de eiser op schadevergoeding.
De nietigheidsvordering kan niet meer worden in-
gesteld na afl oop van een termijn van zes maanden
vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of
beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie
hun nietigheid inroept, dan wel hem bekend zijn.
Art. 65
Wanneer de overheden die toezicht houden op
beleggingsondernemingen van een andere lidstaat,
waar een vennootschap voor vermogensbeheer en
§ 2. Les décisions de la FSMA visées au para-
graphe 1er sortent leurs effets à l’égard de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement à
dater de leur notifi cation à celle-ci par lettre recomman-
dée à la poste ou avec accusé de réception et, à l’égard
des tiers, à dater de leur publication conformément aux
dispositions du paragraphe 1er.
§ 3. Les paragraphes 1er, alinéa 1er et alinéa 2, 4°, et
2 sont applicables au cas où la FSMA a connaissance
du fait qu’une société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement a mis en place un mécanisme
particulier ayant pour but ou pour effet de favoriser la
fraude fi scale par des tiers.
§ 4. Le § 1er, alinéa 1er et le § 2 ne sont pas applicables
en cas de révocation de l’agrément d’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
déclarée en faillite.
§ 5. Le tribunal de commerce prononce à la requête
de tout intéressé, les nullités visées au § 1er, ali-
néa 2, 1° et 4°.
L’action en nullité est dirigée contre la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement.
Si des motifs graves le justifi ent, le demandeur en nullité
peut solliciter en référé la suspension provisoire des
actes ou décisions attaqués. L’ordonnance de suspen-
sion et le jugement prononçant la nullité produisent leurs
effets à l’égard de tous. Au cas où l’acte ou la décision
suspendus ou annulés ont fait l’objet d’une publication,
l’ordonnance de suspension et le jugement prononçant
la nullité sont publiés par extrait dans les mêmes formes.
Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux
droits acquis de bonne foi par un tiers à l’égard de
la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, le tribunal peut déclarer sans effet la
nullité à l’égard de ces droits, sous réserve du droit du
demandeur à des dommages et intérêts s’il y a lieu.
L’action en nullité ne peut plus être intentée après
l’expiration d’un délai de six mois à compter de la date
à laquelle les actes ou décisions intervenus sont oppo-
sables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
Art. 65
Lorsque les autorités de contrôle des entreprises
d’investissement d’un autre État membre dans lequel
une société de gestion de portefeuille et de conseil en
75
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beleggingsadvies naar Belgisch recht een bijkantoor
heeft gevestigd of er beleggings- of nevendiensten
verricht bedoeld in artikel 2 in het kader van het vrij ver-
richten van diensten, de FSMA ervan in kennis stellen
dat de wettelijke, reglementaire of bestuursrechtelijke
bepalingen die deze Staat heeft vastgesteld met toepas-
sing van de Richtlijn 2004/39/EG en waarop genoemde
overheden toezien, worden overtreden, neemt de FSMA
zo spoedig mogelijk de wegens deze overtredingen
vereiste maatregelen, als bedoeld in artikel 64, § 1. Zij
brengt dit ter kennis van de voornoemde overheden.
Artikel 64, § 2, is van toepassing.
Art. 66
De FSMA stelt onmiddellijk de overheden in kennis
die toezicht houden op de beleggingsondernemingen
van de andere lidstaten waar een vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch
recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleggings- of
nevendiensten verricht bedoeld in artikel 2, in het kader
van het vrij verrichten van diensten, welke beslissingen
zij overeenkomstig de artikelen 63 en 64 heeft genomen.
Art. 67
De vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies waarvan de vergunning is ingetrokken of
herroepen op grond van de artikelen 63 en 64, blijven
onderworpen aan deze titel en de ter uitvoering ervan
getroffen besluiten en reglementen tot de verbintenis-
sen van de vennootschap zijn vereffend desgevallend
uit hoofde van aan beleggers verschuldigde gelden en
fi nanciële instrumenten, tenzij de FSMA hen vrijstelt van
bepaalde voorschriften.
Het eerste lid is niet van toepassing bij de herroeping
van de vergunning van een failliet verklaarde vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
De FSMA brengt de Europese Autoriteit voor effecten
en markten op de hoogte van de intrekking of herroeping
van een vergunning op grond van de artikelen 63 en 64.
Art. 68
Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschre-
ven maatregelen kan de FSMA openbaar maken dat een
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsad-
vies, een fi nanciële holding, een gemengde holding in
de zin van artikel 3, 40°, van de wet van 25 april 2014 of
een gemengde fi nanciële holding, geen gevolg heeft
investissement de droit belge a établi une succursale ou
fournit des services d’investissement ou des services
auxiliaires visés à l’article 2 sous le régime de la libre
prestation de services, saisissent la FSMA de violations
des dispositions légales, réglementaires ou adminis-
tratives applicables dans cet État sous le contrôle de
ces autorités en exécution de la Directive 2004/39/CE,
la FSMA prend, dans les plus brefs délais, celles des
mesures visées à l’article 64, § 1er, que ces violations
imposent. Elle en avise les autorités de contrôle préci-
tées. L’article 64, § 2, est d’application.
Art. 66
La FSMA informe sans délai les autorités de contrôle
des entreprises d’investissement des autres États
membres dans lesquels une société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement de droit
belge a établi des succursales ou fournit des services
d’investissement ou des services auxiliaires visés à
l’article 2, sous le régime de la libre prestation de ser-
vices, des décisions qu’elle a prises conformément aux
articles 63 et 64 .
Art. 67
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement dont l’agrément a été radié ou révo-
qué en vertu des articles 63 et 64, restent soumises au
présent titre et aux arrêtés et règlements pris pour son
exécution jusqu’à la liquidation des engagements de la
société résultant, le cas échéant, de fonds et d’instru-
ments fi nanciers dus aux investisseurs, à moins que la
FSMA ne les en dispense pour certaines dispositions.
L’alinéa 1er n’est pas applicable en cas de révocation
de l’agrément d’une société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement déclarée en faillite.
La FSMA notifi e à l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers la radiation ou révocation d’un agrément en
vertu des articles 63 et 64.
Art. 68
Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi, la FSMA peut publier qu’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement,
une compagnie fi nancière, une compagnie mixte au
sens de l’article 3, 40° de la loi du 25 avril 2014 ou une
compagnie fi nancière mixte ne s’est pas conformée aux
76
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
gegeven aan de aanmaningen die zij gekregen heeft om
zich binnen de termijn die zij vaststelt te conformeren
aan de voorschriften van deze titel of van de ter uitvoe-
ring ervan genomen besluiten en reglementen. Deze
openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken
onderneming.
De FSMA stelt de Europese Autoriteit voor effecten
en markten in kennis van de openbaarmaking zoals
bedoeld in het eerste lid.
Art. 69
§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorge-
schreven maatregelen, kan de FSMA voor een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies , een
fi nanciële holding, een gemengde holding als bedoeld
in artikel 68 of een gemengde fi nanciële holding een
termijn bepalen:
a) waarbinnen zij zich moet conformeren aan welbe-
paalde voorschriften van deze titel of zijn uitvoerings-
besluiten, of
b) waarbinnen zij de nodige aanpassingen moet
aanbrengen in haar beleidsstructuur, haar beleid inzake
kapitaalbehoeften, haar administratieve en boekhoud-
kundige organisatie of haar interne controle;
c) waarbinnen zij zich moet conformeren aan de be-
palingen van Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van
het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 be-
treffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en
transactieregisters.
Indien de betrokken vennootschap in gebreke blijft
bij het verstrijken van de termijn kan de FSMA, na
de onderneming gehoord of tenminste opgeroepen
te hebben, haar een dwangsom opleggen van maxi-
mum 2 500 000 euro per overtreding of van maximum
50 000 euro per dag vertraging.
§ 2. Onverminderd andere maatregelen bepaald door
deze wet en onverminderd de maatregelen bepaald in
andere wetten of reglementen, kan de FSMA, indien zij
een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet
of op de maatregelen genomen in uitvoering ervan of
indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van
Titel II van Verordening Nr. 648/2012 van het Europees
Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-
derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters,
een administratieve boete opleggen aan een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een
fi nanciële holding, een gemengde holding als bedoeld
in artikel 68 of een gemengde fi nanciële holding, naar
injonctions qu’elle lui a faites de respecter dans le délai
qu’elle détermine des dispositions du présent titre ou
des arrêtés et règlements pris pour son exécution. Les
frais de cette publication sont à charge de l’entreprise
concernée.
La FSMA informe l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers de la publication visée à l’alinéa 1er.
Art. 69
§ 1. Sans préjudice des autres mesures prévues par la
présente loi, la FSMA peut fi xer à une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement, à une
compagnie fi nancière, à une compagnie mixte visée
à l’article 68 ou à une compagnie fi nancière mixte, un
délai dans lequel:
a) elle doit se conformer à des dispositions déter-
minées du présent titre ou des arrêtés pris pour son
exécution, ou
b) elle doit apporter les adaptations qui s’imposent à
sa structure de gestion, à sa politique concernant ses
besoins en fonds propres, à son organisation adminis-
trative et comptable ou à son contrôle interne.
c) elle doit se conformer aux dispositions du Titre
II du Règlement N° 648/2012 du Parlement européen
et du Conseil du 4 juillet 2012 sur les produits dérivés
de gré à gré, les contreparties centrales et les référen-
tiels centraux.
Si la société concernée reste en défaut à l’expiration
du délai, la FSMA peut, la société entendue ou à tout
le moins dûment convoquée, lui infl iger une astreinte à
raison d’un montant maximum de 2 500 000 euros par
infraction ou de 50 000 euros par jour de retard.
§ 2. Sans préjudice des autres mesures prévues par
la présente loi et sans préjudice des mesures défi nies
par d’autres lois ou d’autres règlements, la FSMA peut,
lorsqu’elle constate une infraction aux dispositions de
la présente loi ou aux mesures prises en exécution
de celles-ci ou lorsqu’elle constate une infraction aux
dispositions du Titre II du Règlement N° 648/2012 du
Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2012 sur
les produits dérivés de gré à gré, les contreparties cen-
trales et les référentiels centraux, infl iger à une société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment , à une compagnie fi nancière, à une compagnie
mixte visée à l’article 68 ou à une compagnie fi nancière
77
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Belgisch of buitenlands recht en gevestigd in België, die
niet minder mag bedragen dan 2 500 euro, noch meer
dan 2 500 000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde
geheel van feiten.
§ 3. De dwangsommen en boeten die met toepas-
sing van de §§ 1 en 2 worden opgelegd, worden inge-
vorderd ten bate van de schatkist door de Algemene
Administratie van de inning en de invordering.
Wanneer de FSMA een maatregel die zij oplegt in
overeenstemming met paragrafen 1 en 2 openbaar
maakt, stelt ze de Europese Autoriteit voor effecten en
markten daarvan tegelijktertijd in kennis.
HOOFDSTUK 2
Buitenlandse vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies
Afdeling 1
Bijkantoren en dienstverrichtingen in België
van buitenlandse vennoot schappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder
het recht van een andere lidstaat ressorteren
Art. 70
Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies die ressorteren onder het recht van een
andere lidstaat, en die hun activiteiten in België mogen
verrichten conform artikelen 10 en 11.
Onderafdeling 1
Verplichtingen en verbodsbepalingen
Art. 71
Onverminderd de voorschriften bepaald door en
krachtens de wet van 2 augustus 2002 en onverminderd
andere bepalingen die de FSMA bevoegdheid verlenen
ten aanzien van de buitenlandse vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren
onder het recht van een andere lidstaat, is artikel 26,
§ 5, van toepassing op de bijkantoren van die ven-
nootschappen, met betrekking tot door die bijkantoren
uitgevoerde verrichtingen.
mixte, belge ou étrangère établie en Belgique, une
amende administrative qui ne peut être inférieure à
2 500 euros, ni supérieure, pour le même fait ou pour
le même ensemble de faits, à 2 500 000 euros.
§ 3. Les astreintes et amendes imposées en appli-
cation des §§ 1er ou 2 sont recouvrées au profi t du
Trésor par l’Administration générale de la perception
et du recouvrement.
Lorsque la FSMA rend publique des mesures impo-
sées conformément aux paragraphes 1er et 2 elle informe
en même temps l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers.
CHAPITRE 2
Des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères
Section 1re
Des succursales et des activités de prestation de
services en Belgique des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit d’un autre État membre
Art. 70
La présente section s’applique aux sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui
sont autorisées à exercer leurs activités en Belgique
conformément aux articles 10 et 11.
Sous-section 1
Obligations et interdictions
Art. 71
Sans préjudice des règles prévues par et en vertu
de la loi du 2 août 2002 et sans préjudice des autres
dispositions qui confèrent des pouvoirs à la FSMA
vis-à-vis des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères relevant du droit
d’un autre État membre, l’article 26, § 5, est applicable
aux succursales de ces sociétés, pour les transactions
effectuées par ces succursales.
78
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Onderafdeling 2
Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels
Art. 72
De bijkantoren van de buitenlandse vennootschap-
pen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
ressorteren onder het recht van een andere lidstaat,
bezorgen de FSMA, in de vorm en volgens de frequentie
die zij vaststelt, voor statistische doeleinden bestemde
periodieke staten over hun verrichtingen in België.
De FSMA kan die bijkantoren gelasten haar, in de
vorm en volgens de frequentie die zij vaststelt, gege-
vens mee te delen van dezelfde aard als de gegevens
die aan de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies naar Belgisch recht worden ge-
vraagd, over materies die niet tot de bevoegdheid van
de toezichthoudende overheden van de lidstaat van
herkomst behoren.
De buitenlandse vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het
recht van een andere lidstaat, kunnen ook worden ver-
plicht om gegevens die aan de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch
recht worden gevraagd, mee te delen aan de Bank en
aan de Europese Centrale Bank.
Art. 73
Artikel 55, tweede en derde lid, is van toepassing op
de bijkantoren van de buitenlandse vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res-
sorteren onder het recht van een andere lidstaat.
Onderafdeling 3
Toezicht
Art. 74
Onverminderd de bevoegdheden bepaald door en
krachtens de wet van 2 augustus 2002, staan de bui-
tenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van
een andere lidstaat, onder het toezicht van de FSMA
met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 71 tot
73 voor de door die bepalingen geviseerde materies
waarvoor de FSMA bevoegd is.
De artikelen 56, §§ 3 en 4, en 57 zijn dienovereen-
komstig van toepassing.
Sous-section 2
Informations périodiques et règles comptables
Art. 72
Les succursales des sociétés de gestion de por-
tefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit d’un autre État membre transmettent à
la FSMA, dans les formes et selon la périodicité qu’elle
détermine, des états périodiques à des fi ns statistiques
relatifs à leurs opérations effectuées en Belgique.
La FSMA peut imposer à ces succursales de lui trans-
mettre, dans les formes et selon la périodicité qu’elle
détermine, des informations de même nature que celles
qui sont exigées des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement de droit belge, dans les
matières ne relevant pas de la compétence des autorités
de contrôle de l’État membre d’origine.
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement étrangères relevant du droit d’un
autre État membre peuvent également être tenues
de communiquer à la Banque et à la Banque centrale
européenne des informations qui sont exigées des
sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement de droit belge.
Art. 73
L’article 55, alinéas 2 et 3, est applicable aux suc-
cursales des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères relevant du droit
d’un autre État membre.
Sous-section 3
Contrôle
Art. 74
Sans préjudice des pouvoirs conférées par et en
vertu de la loi du 2 août 2002, les sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit d’un autre État membre sont soumises
au contrôle de la FSMA aux fi ns prévues par les articles
71 à 73, dans la mesure où les matières visées par ces
dispositions relèvent de la compétence de la FSMA.
Les articles 56, §§ 3 et 4, et 57 sont applicables dans
cette mesure.
79
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 75
§ 1. Op verzoek van de toezichthoudende overhe-
den van de lidstaat van herkomst van de buitenlandse
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies kan de FSMA, als een vorm van bijstand aan
deze overheden, bij de bijkantoren van die vennoot-
schappen inspecties verrichten, die kunnen slaan op
zowel de in artikel 74 als de in artikel 58, eerste lid,
bedoelde materies.
De kosten voor de in het eerste lid bedoelde inspec-
ties en controles worden gedragen door de overheid
die erom verzoekt.
§ 2. De buitenlandse overheden die bevoegd zijn voor
het prudentieel toezicht op de buitenlandse vennoot-
schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat,
en die in België een bijkantoor hebben geopend, mogen,
na voorafgaande kennisgeving aan de FSMA, in het ka-
der van de uitoefening van hun verantwoordelijkheden,
in dat bijkantoor zelf inspecties ter plaatse verrichten of
op hun kosten controles laten uitvoeren door deskundi-
gen die zij aanstellen.
§ 3. De FSMA kan de bevoegde consoliderende
toezichthouder of anders de bevoegde overheid van de
lidstaat van herkomst verzoeken een bijkantoor van een
buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van
een andere lidstaat, als signifi cant aan te merken in de
zin van artikel 59, § 6.
Onderafdeling 4
Uitzonderingsmaatregelen, bestuursrechtelijke
en strafrechtelijke sancties
Art. 76
§ 1. Wanneer de FSMA duidelijke en aantoonbare
redenen heeft om aan te nemen dat een buitenlandse
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies die ressorteert onder het recht van een andere
lidstaat die op Belgisch grondgebied door middel van
een bijkantoor of van het vrij verrichten van diensten
werkzaamheden uitoefent, de verplichtingen schendt
die uit de ter uitvoering van de richtlijn 2004/39/EG
vastgestelde bepalingen voortvloeien, waarbij aan
FSMA geen bevoegdheden worden verleend, stelt zij
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van
deze bevindingen in kennis.
Art. 75
§ 1er. La FSMA peut accepter de se charger, à la
demande des autorités de contrôle de l’État membre
d’origine de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangère, et dans un but
d’assistance à ces autorités, d’effectuer auprès des
succursales de ces sociétés des inspections portant
tant sur les matières visées à l’article 74 que sur celles
visées à l’article 58, alinéa 1er.
Les frais entraînés par les inspections et vérifi ca-
tions prévues à l’alinéa 1er sont à charge de l’autorité
requérante.
§ 2. Les autorités étrangères compétentes pour le
contrôle prudentiel des sociétés de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement étrangères rele-
vant du droit d’un autre État membre ayant ouvert en
Belgique une succursale peuvent, moyennant un avis
préalable donné à la FSMA et dans l’exercice de leurs
responsabilités, procéder à des inspections sur place
dans cette succursale ou faire procéder, à leurs frais, par
des experts qu’elles désignent, à des contrôles auprès
de cette succursale.
§ 3. La FSMA peut demander au superviseur sur
base consolidée compétent ou à l’autorité compétente
de l’État membre d’origine qu’une succursale d’une
société de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement étrangère relevant du droit d’un autre État
membre soit considérée comme ayant une importance
signifi cative au sens de l’article 59, § 6.
Sous-section 4
Mesures exceptionnelles, sanctions
administratives et pénales
Art. 76
§ 1er. Lorsque la FSMA a des raisons claires et
démontrables d’estimer qu’une société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangère
relevant du droit d’un autre État membre opérant en
Belgique par l’intermédiaire d’une succursale ou par
voie de libre prestation de services viole les obligations
qui lui incombent en vertu des dispositions arrêtées en
application de la directive 2004/39/CE qui ne confèrent
pas de pouvoirs à la FSMA, celle-ci en fait part à l’auto-
rité compétente de l’État membre d’origine.
80
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Indien de vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, in weerwil van de door de bevoegde
autoriteit van de lidstaat van herkomst getroffen maat-
regelen, of omdat deze maatregelen ontoereikend zijn,
blijft handelen op een wijze die de belangen van beleg-
gers in België of de ordelijke werking van de markten
kennelijk schaadt, kan de FSMA na de bevoegde auto-
riteit van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te
hebben gesteld, maatregelen treffen om de beleggers
en de goede werking van de markten te beschermen.
Ten aanzien van bijkantoren gaat het om de in artikel
64, § 1, 1°, 4° en 5° en § 2, bedoelde maatregelen; ten
aanzien van buitenlandse vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies die bedrijvig zijn
via het verrichten van diensten betreft het de in artikel
64, § 1, 4° en § 2, bedoelde maatregelen. De Europese
Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en
markten worden onverwijld van deze maatregelen in
kennis gesteld.
§ 2. Indien de FSMA vaststelt dat een buitenlandse
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies die in België een bijkantoor heeft, zich niet
conformeert aan de in België geldende wettelijke of
bestuursrechtelijke bepalingen die met toepassing van
de in § 1 vermelde richtlijn tot de bevoegdheidssfeer
van de FSMA behoren, maant zij de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies aan om, binnen
de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te
verhelpen.
Indien de betrokken vennootschap niet het nodige
doet, neemt de FSMA alle nodige maatregelen om er-
voor te zorgen dat de betrokken vennootschap een eind
maakt aan deze onregelmatige situatie. Van de strekking
van deze maatregelen wordt mededeling gedaan aan
de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst.
Wanneer de overtredingen van een bijkantoor beoogd
in het eerste lid blijven aanhouden, kan de FSMA, na
de autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan in
kennis te hebben gesteld, de in artikel 64, § 1, 1°, 4° en
5°, bedoelde maatregelen treffen. Artikel 64, §§ 2 en 3,
is ook van toepassing. Artikel 64, § 3, geldt eveneens
voor de buitenlandse vennootschappen voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder
het recht van een andere lidstaat die in Belgïe werkzaam
zijn via het vrij verrichten van diensten. De Europese
Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en
markten worden onverwijld van deze maatregelen in
kennis gesteld.
§ 3. De FSMA kan de zaak naar de Europese
Autoriteit voor effecten en markten verwijzen, zoals be-
paald bij artikel 77, § 1, van de wet van 2 augustus 2002.
Si, en dépit des mesures prises par l’autorité compé-
tente de l’État membre d’origine ou en raison du carac-
tère inadéquat de ces mesures, la société concernée
continue d’agir d’une manière clairement préjudiciable
aux intérêts des investisseurs en Belgique ou au fonc-
tionnement ordonné des marchés, la FSMA peut, après
en avoir informé l’autorité compétente de l’État membre
d’origine, prendre des mesures pour protéger les
investisseurs ou pour préserver le bon fonctionnement
des marchés. À l’égard des succursales, il s’agit des
mesures visées par l’article 64, § 1er, 1°, 4° et 5°, et § 2.
À l’égard des sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères relevant du droit
d’un autre État membre opérant par voie de prestation
de services, il s’agit des mesures visées par l’article 64,
§ 1er, 4°, et § 2. La Commission européenne et l’Autorité
européenne des marchés fi nanciers sont informées
sans délai de l’adoption de ces mesures.
§ 2. Si la FSMA constate qu’une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement étran-
gère relevant du droit d’un autre État membre ayant
une succursale en Belgique ne se conforme pas aux
dispositions législatives ou réglementaires en vigueur
en Belgique qui relèvent du domaine de compétence
de la FSMA en application de la directive citée au § 1er,
elle met la société concernée en demeure de remédier,
dans le délai qu’elle détermine, à la situation constatée.
Si la société concernée ne prend pas les dispositions
nécessaires, la FSMA prend toutes les mesures appro-
priées pour que la société mette fi n à cette situation
irrégulière. La portée de ces mesures est communiquée
aux autorités compétentes de l’État membre d’origine.
En cas de persistance des manquements dans le
chef d’une succursale visée à l’alinéa 1er, la FSMA peut,
après en avoir avisé les autorités de l’État membre d’ori-
gine, prendre les mesures visées par l’article 64, § 1er, 1°,
4° et 5°. L’article 64, §§ 2 et 3, est également applicable.
L’article 64, § 3, s’applique également aux sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui
opèrent en Belgique sous le régime de la libre prestation
de services. La Commission européenne et l’Autorité
européenne des marchés fi nanciers sont informées
sans délai de l’adoption de ces mesures.
§ 3. La FSMA peut en référer à l’Autorité européenne
des marchés fi nanciers, comme prévu par l’article 77,
§ 1er, de la loi du 2 août 2002.
81
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 4. Het bepaalde in paragraaf 2 van dit artikel, behal-
ve de laatste zin, is eveneens van toepassing wanneer
een bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert
onder het recht van een andere lidstaat verplichtingen
schendt die niet uit de ter uitvoering van de richtlijn
2004/39/EG vastgestelde bepalingen voortvloeien, maar
die wel tot de bevoegdheid behoren van de FSMA.
Art. 77
Bij intrekking of herroeping van de vergunning van
een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht
van een andere lidstaat door de toezichthoudende
autoriteiten van haar lidstaat van herkomst, beveelt de
FSMA, na deze autoriteiten hiervan in kennis te hebben
gesteld, de sluiting van het bijkantoor dat deze onderne-
ming in België heeft gevestigd. Zij kan een voorlopige
zaakvoerder aanstellen die waakt over de tegoeden en
de fi nanciële instrumenten van het bijkantoor in afwach-
ting van een uitspraak omtrent hun bestemming en die
gemachtigd is in het belang van de schuldeisers alle
bewarende maatregelen te treffen.
Art. 78
De FSMA kan de autoriteiten die toezicht houden op
een buitenlandse vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies die ressorteert onder het recht van
een andere lidstaat, meedelen om welke redenen zij van
oordeel is dat de positie van het bijkantoor van deze
onderneming in België niet de nodige waarborgen biedt
voor een goede administratieve of boekhoudkundige
organisatie of interne controle.
Art. 79
Artikel 68 is van toepassing op de in deze afdeling
bedoelde vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies.
Art. 80
Artikel 69, eerste lid, a), en tweede en derde lid, is
van toepassing op de buitenlandse vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die res-
sorteren onder het recht van een andere lidstaat en met
een bijkantoor op het Belgisch grondgebied.
§ 4. Le prescrit du paragraphe 2 du présent article
est, à l’exception de la dernière phrase, également
applicable lorsque la succursale d’une société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
étrangère relevant du droit d’un autre État membre viole
des obligations qui ne découlent pas des dispositions
arrêtées en application de la directive 2004/39/CE mais
qui relèvent bien de la compétence de la FSMA.
Art. 77
En cas de radiation ou de révocation de l’agrément
de la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement étrangère relevant du droit d’un autre
État membre par les autorités de contrôle de son État
membre d’origine, la FSMA ordonne, après en avoir
avisé ces autorités, la fermeture de la succursale que
cette société a établie en Belgique. Elle peut désigner
un gérant provisoire qui s’assure des avoirs et des
instruments fi nanciers de la succursale en attendant
qu’il soit statué sur leur destination, et qui est habilité
à prendre toutes mesures conservatoires dans l’intérêt
des créanciers.
Art. 78
La FSMA peut communiquer aux autorités de contrôle
d’une société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement étrangère relevant du droit d’un autre
État membre les raisons qu’elle a de considérer que la
situation de la succursale en Belgique de cette société
ne présente pas les garanties nécessaires sur le plan
de la bonne organisation administrative ou comptable
ou du contrôle interne.
Art. 79
L’article 68 est applicable aux sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement visées à la
présente section.
Art. 80
L’article 69, alinéa 1er, a), et alinéas 2 et 3, est
applicable aux sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement étrangères relevant du
droit d’un autre État membre opérant en Belgique par
l’intermédiaire d’une succursale.
82
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 81
Artikel 107, § 1, is van toepassing op:
1° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de
bepalingen waarvan sprake in artikel 73 en de in uitvoe-
ring van die bepalingen getroffen besluiten overtreedt;
2° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert zon-
der daartoe toestemming te hebben gekregen van de
speciale commissaris als bedoeld in artikel 64, § 1, 1°,
in de gevallen waarvan sprake in artikel 76, §§ 1 en 2;
3° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert die
indruisen tegen een schorsingsbevel of een verbod als
bedoeld in artikel 64, § 1, 4°, in de gevallen als bedoeld
in artikel 76, §§ 2 en 3;
Art. 82
Artikel 108 is van toepassing op de misdrijven gevi-
seerd door artikel 81.
Afdeling 2
Bijkantoren en dienstverrichtingen in België
van buitenlandse vennoot schappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies die
ressorteren onder het recht van een andere lidstaat,
en die niet onder de Richtlijn 2004/39/EC vallen
Art. 83
De buitenlandse vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het
recht van een andere lidstaat, en die niet onder de
toepassing van Richtlijn 2004/39/EC van het Europees
Parlement en de Raad vallen krachtens artikel 2, § 1, m)
en n), en artikel 3 van die Richtlijn, zijn onderworpen aan
de bepalingen van afdelingen 3 en 4 van dit hoofdstuk.
Afdeling 3
Bijkantoren in België van buitenlandse vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
ressorteren onder het recht van derde landen
Onderafdeling 1
Vergunning
Art. 84
§ 1. De volgende bepalingen zijn van toepassing:
Art. 81
Sont soumis aux dispositions de l’article 107, § 1er:
1° les administrateurs, les gérants ou les directeurs
qui contreviennent aux dispositions visées à l’article
73 et aux arrêtés pris en exécution de ces dispositions;
2° ceux qui accomplissent des actes ou opérations
sans avoir obtenu l’autorisation du commissaire spécial
visée à l’article 64, § 1er, 1°, dans les cas visés à l’article
76, §§ 1er et 2;
3° ceux qui accomplissent des actes ou opérations à
l’encontre d’un ordre de suspension ou d’une interdic-
tion donnés conformément à l’article 64, § 1er, 4°, dans
les cas visés à l’article 76, §§ 2 et 3;
Art. 82
L’article 108 est applicable aux infractions visées à
l’article 81.
Section 2
Succursales et activités de prestations de services
en Belgique des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit d’un autre État membre non
soumises à la directive 2004/39/CE
Art. 83
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement étrangères relevant du droit d’un
autre État membre qui ne tombent pas dans le champ
d’application de la directive 2004/39/CE du Parlement
européen et du Conseil en vertu de l’article 2, § 1, m)
et n), et de l’article 3 de cette directive sont soumises
aux dispositions des sections 3 et 4 du présent chapitre.
Section 3
Des succursales en Belgique des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement
étrangères relevant du droit de pays tiers
Sous-section 1re
Agrément
Art. 84
§ 1er. Sont applicables les dispositions suivantes:
83
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
l° de artikelen 6, 16, en 18: alvorens zich uit te spre-
ken over de vergunningsaanvraag van een bijkantoor,
raadpleegt de FSMA de toezichthoudende autoriteiten
van het land van herkomst van de buitenlandse vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die
ressorteert onder het recht van derde landen;
2° artikel 7: de in deze onderafdeling bedoelde
bijkantoren worden vermeld in een bijzondere rubriek
van de lijst;
3° artikel 20: een vergunning kan nochtans worden
verleend aan bijkantoren van vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies met rechtsper-
soonlijkheid die geen handelsvennootschap zijn;
4° artikel 21, waarbij het aanvangskapitaal wordt
vervangen door een dotatie; de FSMA is bevoegd om
de bestanddelen van die dotatie te beoordelen;
5° artikel 22: wat de identiteit van de aandeelhouders
of vennoten van de vennootschap voor vermogensbe-
heer en beleggingsadvies betreft;
6° de artikelen 23, 24, 25 en 26;
7° artikel 29: indien de verplichtingen van de in deze
afdeling bedoelde bijkantoren niet door een beleggers-
beschermingsregeling op een tenminste evenwaardige
wijze zijn gedekt als in het kader van de overeenstem-
mende Belgische beleggers beschermingsregeling.
§ 2. De FSMA kan een vergunning weigeren aan het
bijkantoor van een buitenlandse vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert
onder het recht van een derde land die niet dezelfde
toegangsmogelijkheden tot zijn markt biedt aan ven-
nootschappen voor vermogens beheer en beleggings-
advies naar Belgisch recht.
§ 3. De FSMA kan een vergunning weigeren aan
een in deze afdeling bedoeld bijkantoor indien zij van
oordeel is dat, voor de bescherming van de beleggers of
voor een gezond en voorzichtig beleid van de vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de
oprichting van een vennootschap naar Belgisch recht
vereist is.
Onderafdeling 2
Bedrijfsuitoefening
Art. 85
De volgende artikelen zijn van toepassing:
1° les articles 6, 16, et 18: étant entendu qu’avant de
statuter sur la demande d’agrément de la succursale,
la FSMA consulte les autorités de contrôle de l’État
membre d’origine de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement étrangère relevant du
droit de pays tiers;
2° l’article 7: étant entendu que les succursales
visées par la présente sous-section sont mentionnées
dans une rubrique spéciale de la liste;
3° l’article 20: toutefois, peuvent être agréées des
succursales de sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement dotées de la personnalité juri-
dique mais n’ayant pas la forme de société commerciale;
4° l’article 21, le capital initial étant remplacé par une
dotation, la FSMA a compétence pour apprécier les
éléments constitutifs de la dotation;
5° l’article 22: en ce qui concerne l’identité des déten-
teurs du capital de la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement;
6° les articles 23, 24, 25 et 26;
7° l’article 29: si les engagements des succursales
visées dans la présente section ne sont pas couverts
par un système de protection des investisseurs dans
une mesure au moins équivalente à celle résultant du
système belge de protection des investisseurs.
§ 2. La FSMA peut refuser l’agrément à la succursale
d’une société de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement étrangère relevant du droit d’un pays
tiers qui n’accorde pas les mêmes possibilités d’accès
à son marché aux sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement de droit belge.
§ 3. La FSMA peut refuser l’agrément à une succur-
sale visée par la présente section si elle estime que
la protection des investisseurs ou la gestion saine et
prudente de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement exige la constitution d’une
société de droit belge.
Sous-section 2
Exercice de l’activité
Art. 85
Sont applicables les articles suivants:
84
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° artikel 30, § 1, eerste lid, en § 2;
2° artikel 31, § 7, wanneer de FSMA grond heeft
om aan te nemen dat de invloed van natuurlijke of
rechtspersonen die rechtstreeks of onrechtstreeks een
gekwalifi ceerde deelneming bezitten in de zin van artikel
31, § 1, een gezond en voorzichtig beleid van de ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
zou kunnen belemmeren, kan de FSMA, onverminderd
de andere bij dit besluit bepaalde maatregelen, de ver-
gunning van het bijkantoor voor de termijn die zij bepaalt
schorsen of herroepen; artikel 64, § 1, 4° en 6°, en § 2, is
van toepassing op deze beslissingen;
3° artikel 36, in verband met de leiders van het
bijkantoor;
4° de artikelen 38 en 39;
5° artikel 40;
6° artikel 42;
7° artikelen 43 tot 45;
8° artikelen 54 en 55.
Onderafdeling 3
Toezicht
Art. 86
De artikelen 56, §§ 1 tot 3, en 57 zijn van toepassing.
Onderafdeling 4
Intrekking van de vergunning,
uitzonderingsmaatregelen en strafbepalingen
Art. 87
De volgende bepalingen zijn van toepassing:
1° de artikelen 63, 64, 67, 68 en 69;
2° de artikelen 107 en 108.
1° l’article 30, § 1er, alinéa 1er, et § 2;
2° l’article 31, § 7, lorsque la FSMA a des raisons de
considérer que l’infl uence exercée par les personnes
physiques ou morales détenant, directement ou indirec-
tement, une participation qualifi ée au sens de l’article
31, § 1er, est de nature à compromettre la gestion saine
et prudente de la société de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement, et sans préjudice des autres
mesures prévues par la présente loi, la FSMA peut,
suspendre ou révoquer, pour la durée qu’elle détermine,
l’agrément de la succursale; l’article 64, § 1er, 4° et 6°,
et § 2, est applicable à ces décisions;
3° l’article 36, en ce qui concerne les dirigeants de
la succursale;
4° les articles 38 et 39;
5° l’article 40;
6° l’article 42;
7° les articles 43 à 45;
8° les articles 54 et 55.
Sous-section 3
Contrôle
Art. 86
Les articles 56, §§ 1er à 3, et 57 sont applicables.
Sous-section 4
Radiation de l’agrément, mesures
exceptionnelles et sanctions
Art. 87
Sont applicables les dispositions suivantes:
1° les articles 63, 64, 67, 68 et 69;
2° les articles 107 et 108.
85
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 4
Dienstverrichtingen in België van buitenlandse
vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies die ressorteren
onder het recht van een derde land
Art. 88
Deze afdeling is van toepassing op de buitenlandse
vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies die ressorteren onder het recht van een
derde land, en die hun activiteiten in België mogen
verrichten conform en binnen de grenzen vastgesteld
in artikel 14.
Art. 89
De buitenlandse vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het
recht van een derde land moeten bij de uitoefening van
hun bedrijf in België, naast hun naam, hun land van
herkomst en hun zetel vermelden.
Art. 90
De bepalingen van deze afdeling doen geen afbreuk
aan de naleving van de wettelijke en reglementaire
bepalingen, met inbegrip van de gedragsregels die
in België van toepassing zijn op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en hun
verrichtingen.
Art. 91
De FSMA mag de buitenlandse vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressor-
teren onder het recht van een derde land gelasten haar
alle inlichtingen te verstrekken over hun dienstverlening
in België teneinde na te gaan of de in artikel 90 bedoelde
bepalingen waarvoor zij bevoegd is, worden nageleefd.
De FSMA mag de certifi catie of de aanpassing van deze
inlichtingen gelasten aan de buitenlandse toezichthou-
dende autoriteiten van de betrokken vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, haar externe
revisor of de erkende auditor die belast is met de certi-
fi catie van haar rekeningen.
Art. 92
Wanneer de FSMA vaststelt dat een in arti-
kel 14 bedoelde buitenlandse vennootschap voor
Section 4
Des activités de prestation de services
en Belgique des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement
étrangères relevant du droit de pays tiers
Art. 88
La présente section s’applique aux sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
étrangères relevant du droit d’un pays tiers qui sont
autorisées à exercer leurs activités en Belgique confor-
mément et dans les limites établies à l’article 14.
Art. 89
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement étrangères relevant du droit de pays
tiers font, dans l’exercice de leur activité en Belgique,
accompagner leur dénomination de la mention de leur
État d’origine et de leur siège social.
Art. 90
Les dispositions de la présente section ne portent pas
préjudice au respect des dispositions légales et régle-
mentaires, y compris des règles de conduite, applicables
en Belgique aux sociétés de gestion de portefeuille et
de conseils en investissement et à leurs opérations.
Art. 91
La FSMA peut imposer aux sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit de pays tiers visées à l’article 14 de lui
transmettre toutes informations relatives aux services
qu’elles prestent en Belgique, afi n de vérifi er si elles
respectent les dispositions visées à l’article 90 qui
relèvent de sa compétence. La FSMA peut imposer la
certifi cation ou le redressement de ces informations par
les autorités de contrôle étrangères de la société de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
concernée, par son reviseur externe ou par l’auditeur
agréé qui est chargé de la certifi cation de ses comptes.
Art. 92
Lorsque la FSMA constate qu’une société de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement étrangère
86
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteert
onder het recht van een derde land in België niet han-
delt in overeenstemming met de op haar toepasselijke
bepalingen of de belangen van haar cliënten in gevaar
brengt, kan zij de onderneming aanmanen de vastge-
stelde toestand binnen de door haar bepaalde termijn
recht te zetten.
Indien de toestand na deze termijn niet is verholpen,
brengt de FSMA haar bemerkingen ter kennis van de
toezichthoudende autoriteiten van het land van herkomst
van de onderneming.
Wanneer de overtredingen blijven aanhouden, kan de
FSMA na de buitenlandse controle-autoriteiten hiervan
in kennis te hebben gesteld, de voortzetting schorsen of
verbieden van alle of een deel van de werkzaamheden
van de vennootschap in België.
Wanneer de betrokken vennootschap niet onder
toezicht staat van een controle-autoriteit kan de FSMA,
indien de toestand na het verstrijken van de termijn
bepaald krachtens het eerste lid niet is verholpen, on-
middellijk overgaan tot het schorsen of verbieden van
alle of een deel van de werkzaamheden van de ven-
nootschap in België.
Artikel 64, § 2, is van toepassing op de in dit artikel
bedoelde beslissingen.
Art. 93
Artikel 68 is van toepassing op de in in artikel 14 be-
doelde buitenlandse vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het
recht van een derde land.
Art. 94
Artikel 107, § 1, is van toepassing op wie handelingen
stelt of verrichtingen uitvoert die indruisen tegen het ver-
bod of de schorsing bedoeld in artikel 30 van dit besluit.
Artikel 108 is van toepassing.
relevant du droit de pays tiers visée à l’article 14 n’agit
pas, en Belgique, en conformité avec les dispositions
qui lui sont applicables, ou qu’elle y met en danger les
intérêts de ses clients, elle met la société en demeure
de remédier, dans le délai qu’elle détermine, à la situa-
tion constatée.
Si, au terme de ce délai, il n’a pas été remédié à la
situation, la FSMA saisit de ses observations les auto-
rités de contrôle de l’État d’origine de la société.
En cas de persistance des manquements, la FSMA
peut, après en avoir avisé les autorités de contrôle
étrangères, suspendre ou interdire la poursuite de tout
ou partie des activités de la société en Belgique.
Lorsque la société concernée n’est soumise à la sur-
veillance d’aucune autorité de contrôle, la FSMA peut,
s’il n’a pas été remédié à la situation au terme du délai
fi xé en vertu de l’alinéa 1er, procéder immédiatement à
la suspension ou à l’interdiction de tout ou partie des
activités de la société en Belgique.
L’article 64, § 2, est applicable aux décisions visées
au présent article.
Art. 93
L’article 68 est applicable aux sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangères
relevant du droit de pays tiers visées à l’article 14.
Art. 94
Sont soumis aux dispositions de l’article 107, § 1er,
ceux qui accomplissent des actes ou opérations à
l’encontre de l’interdiction ou de la suspension visée à
l’article 30 de la présente loi.
L’article 108 est applicable.
87
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 3
Samenwerking tussen nationale autoriteiten
Art. 95
Vooraleer er uitspraak gedaan wordt over de opening
van een faillissementsprocedure of over een voorlopige
ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de
faillissementswet van 8 augustus 1997 ten aanzien van
een vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies, richt de voorzitter van de rechtbank van
koophandel een verzoek om advies aan de FSMA. De
griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de
procureur des Konings ervan in kennis.
De FSMA wordt schriftelijk om advies verzocht. Bij
deze aanvraag worden de nodige documenten ter in-
formatie gevoegd.
De FSMA brengt haar advies uit binnen vijftien
dagen na de ontvangst van het verzoek om advies.
Ingeval een procedure betrekking heeft op een beleg-
gingsonderneming waarbij de FSMA vermoedt dat zich
belangrijke verwikkelingen kunnen voordoen op het vlak
van het systeemrisico of waarvoor een voorafgaande
coördinatie met de buitenlandse overheden vereist is,
beschikt de FSMA over een ruimere termijn om haar
advies uit te brengen, met dien verstande dat de totale
termijn niet meer dan dertig dagen mag bedragen. Indien
de FSMA van oordeel is gebruik te moeten maken van
deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van
de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De
termijn waarover de FSMA beschikt om een advies uit te
brengen schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke
instantie uitspraak moet doen. Indien de FSMA geen
advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de
rechtbank uitspraak doen over het verzoek.
De FSMA verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt
door ongeacht welk middel bezorgd aan de griffier, die
het doorgeeft aan de voorzitter van de rechtbank van
koophandel en aan de procureur des Konings. Het
advies wordt toegevoegd aan het dossier.
TITEL 4
Beleggersbeschermingsregelingen
Art. 96
De in België gevestigde vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennoot-
schappen van AICB’s als bedoeld in artikel 35 van de
wet van 19 april 2014 en de beheervennootschappen
CHAPITRE 3
De la collaboration entre autorités nationales
Art. 95
Avant qu’il ne soit statué sur l’ouverture d’une procé-
dure de faillite ou encore sur un dessaisissement provi-
soire au sens de l’article 8 de la loi du 8 août 1997 sur
les faillites à l’égard d’une société de gestion de porte-
feuille et de conseil en investissement, le président du
tribunal de commerce saisit la FSMA d’une demande
d’avis. Le greffier transmet cette demande sans délai.
Il en informe le procureur du Roi.
La saisine de la FSMA est écrite. Elle est accompa-
gnée des pièces nécessaires à son information.
La FSMA rend son avis dans un délai de quinze
jours à compter de la réception de la demande d’avis.
La FSMA peut, dans le cas d’une procédure relative à
une société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement susceptible, selon son appréciation, de
présenter des implications systémiques importantes ou
qui nécessite au préalable une coordination avec des
autorités étrangères, rendre son avis dans un délai plus
long, sans toutefois que le délai total ne puisse excéder
trente jours. Lorsqu’elle estime devoir faire usage de
ce délai exceptionnel, la FSMA le notifi e à l’autorité
judiciaire appelée à statuer. Le délai dont dispose la
FSMA pour rendre son avis suspend le délai dans lequel
l’autorité judiciaire doit statuer. En l’absence de réponse
de la FSMA dans le délai imparti, le tribunal peut statuer
sur la demande.
L’avis de la FSMA est écrit. Il est transmis par tout
moyen au greffier, qui le remet au président du tribunal
de commerce et au procureur du Roi. L’avis est versé
au dossier.
TITRE 4
Des systèmes de protection des investisseurs
Art. 96
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement établies en Belgique, les sociétés
de gestion d’OPCA visées à l’article 35 de la loi du
19 avril 2014 et les sociétés de gestion d’organismes
88
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld
in artikel 205 van de wet van 3 augustus 2012 moeten
deelnemen aan een collectieve beleggersbescher-
mingsregeling waaraan zij een bijdrage betalen en die
tot doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers
een schadeloosstelling toe te kennen wanneer het fail-
lissement van een dergelijke vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap
van AICB’s of beheervennootschap van instellingen
voor collectieve belegging wordt uitgesproken, of wan-
neer de FSMA de in artikel 97 bedoelde beslissing heeft
genomen ten aanzien van een dergelijke vennootschap.
Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van
vennootschappen voor vermogens beheer en beleg-
gingsadvies en van beheervennootschappen van
instellingen voor collectieve belegging die ressorteren
onder het recht van een andere lidstaat, noch voor de
bijkantoren van buitenlandse beheervennootschappen
van AICB’s. Het geldt evenmin voor de bijkantoren
van vennootschappen voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies en van beheervennootschappen van
instellingen voor collectieve belegging die ressorteren
onder het recht van een derde land en waarvan de ver-
plichtingen door een beleggersbeschermingsregeling
van dat land op een ten minste evenwaardige wijze zijn
gedekt als in het kader van de in het eerste lid bedoelde
beleggersbeschermingsregeling.
Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrich-
tingen van de beleggers beschermings regeling waar.
Art. 97
De FSMA informeert het Garantiefonds zo spoedig
mogelijk ingeval zij problemen op het spoor komt die
waarschijnlijk tot de interventie van de beleggersbe-
schermingsregeling zullen leiden.
Behalve in de gevallen waarin het faillissement is
uitgesproken, neemt de FSMA de beslissing waarmee
wordt vastgesteld dat, om redenen die rechtstreeks ver-
band houden met haar fi nanciële positie, een vennoot-
schap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, een
beheervennootschap van AICB’s of een beheervennoot-
schap van instellingen voor collectieve belegging naar
Belgisch recht niet in staat lijkt om aan de beleggers
de gelddeposito’s of de fi nanciële instrumenten terug te
geven of terug te betalen, en dat de vennootschap dat
ook in een nabije toekomst niet zal kunnen doen. Deze
vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en alleszins
uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastge-
steld dat een vennootschap voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, een beheervennootschap van AICB’s
de placement collectif visées à l’article 205 de la loi du
3 août 2012 doivent participer à un système collectif de
protection des investisseurs auquel ils contribuent et
visant à accorder à certaines catégories d’investisseurs
une indemnisation, lorsque la faillite d’une telle société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment, d’une telle société de gestion d’OPCA ou d’une
telle société de gestion d’organismes de placement
collectif est prononcée ou lorsque la FSMA a pris la
décision visée à l’article 97 à l’égard d’une telle société.
L’alinéa 1er n’est pas applicable aux succursales de
sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, et de sociétés de gestion d’organismes
de placement collectif relevant du droit d’un autre État
membre ainsi qu’aux succursales de sociétés de gestion
d’OPCA étrangères. Il n’est pas davantage applicable
aux succursales de sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement et de sociétés de gestion
d’organismes de placement collectif relevant du droit
d’un pays tiers et dont les engagements sont couverts
par un système de protection des investisseurs de cet
État dans une mesure au moins équivalente à celle
résultant du système visé à l’alinéa 1er.
Le Fonds de garantie assure la gestion et les opéra-
tions du système de protection des investisseurs.
Art. 97
La FSMA informe dans les meilleurs délais le Fonds
de garantie lorsqu’elle décèle des problèmes suscep-
tibles de donner lieu à l’intervention du système de
protection des investisseurs.
Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée,
la FSMA prend la décision constatant que, pour des
raisons liées directement à sa situation fi nancière,
une société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, une société de gestion d’OPCA ou une
société de gestion d’organismes de placement collectif
de droit belge n’apparaît pas en mesure de restituer ou
de rembourser aux investisseurs des dépôts de fonds ou
des instruments fi nanciers, et que la société ne sera pas
en mesure de le faire dans un futur proche. Ce constat
est fait dès que possible et en tout état de cause au
plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la
première fois qu’une société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement une société de gestion
d’OPCA ou une société de gestion d’organismes de
89
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
of een beheervennootschap van instellingen voor col-
lectieve belegging heeft nagelaten om gelddeposito’s
of fi nanciële instrumenten terug te geven.
Het Garantiefonds zorgt voor de in artikel 96 bedoelde
schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vor-
dering van de belegger in aanmerking is genomen en het
bedrag van die vordering is vastgesteld. De FSMA kan
deze termijn met ten hoogste drie maanden verlengen.
Die verlenging mag alleen worden toegestaan in zeer
uitzonderlijke omstandigheden en specifi eke gevallen.
De in gebreke gebleven vennootschap voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies, beheervennootschap
van AICB’s, beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging of, als deze failliet zijn, de curator
deelt te allen tijde en op vraag van het Garantiefonds
alle gegevens mee die laatstgenoemde nodig heeft om
de in artikel 96 bedoelde schadeloosstelling van beleg-
gers te kunnen garanderen. De Koning kan de nadere
regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens
tussen de vennootschap voor vermogensbeheer en be-
leggingsadvies, de beheervennootschap van AICB’s, de
beheervennootschap van instellingen voor collectieve
belegging of de curator, enerzijds, en het Garantiefonds,
anderzijds.
Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de
gegevens die het Garantiefonds heeft ontvangen ter
uitvoering van het vorige lid, kijkt de vennootschap voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheerven-
nootschap van AICB’s, de beheervennootschap van
instellingen voor collectieve belegging of de curator
deze op zijn verzoek na en deelt hem, desgevallend,
de verbeterde gegevens mee.
Art. 98
Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig
het Europees recht, voorzien de door het Garantiefonds
ingestelde beleggersbeschermingsregeling in een
schadeloosstelling voor elk geval waarin fi nanciële in-
strumenten niet worden teruggegeven of terugbetaald,
die te goeder trouw worden toevertrouwd zonder weet
te hebben van het verbod voor die vennootschappen om
gelddeposito’s of fi nanciële instrumenten van cliënten
in ontvangst te nemen, te houden of te bewaren, tot een
maximumbedrag van 20 000 euro per belegger en per
vennootschap voor vermogensbeheer en beleggings-
advies, beheervennootschap van AICB’s of beheerven-
nootschap van instellingen voor collectieve belegging
die aan de beleggerbeschermingsregeling deelneemt,
ongeacht de valuta waarin die fi nanciële instrumenten
zijn uitgedrukt.
placement collectif n’a pas restitué les dépôts de fonds
ou a omis de restituer un instrument fi nancier.
Le Fonds de garantie assure le remboursement
ou l’indemnisation visés à l’article 96 dans un délai
de trois mois, après que l’éligibilité et le montant de
la créance de l’investisseur ont été établis. La FSMA
peut décider une prolongation ne dépassant pas trois
mois. Cette prolongation ne peut être accordée que
dans des circonstances très exceptionnelles et pour
des cas particuliers.
La société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement défaillante, la société de gestion d’OPCA
défaillante, la société de gestion d’organismes de place-
ment collectif défaillante ou, si celles-ci sont en faillite, le
curateur communique à tout moment et à la demande du
Fonds de garantie, toutes les données dont ce dernier
a besoin pour assurer l’indemnisation des investisseurs
visée à l’article 96. Le Roi peut défi nir les règles relatives
à l’échange des données entre la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, la société
de gestion d’OPCA, la société de gestion d’organismes
de placement collectif ou le curateur, d’une part, et le
Fonds de garantie, d’autre part.
S’il y a un doute concernant l’exactitude des données
que le Fonds de garantie a reçues en exécution de
l’alinéa précédent, la société de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement, la société de gestion
d’OPCA, la société de gestion d’organismes de place-
ment collectif ou le curateur les vérifi e à sa demande
et lui transfère, le cas échéant, les données corrigées.
Art. 98
Sans préjudice d’éventuelles franchises conformes
au droit européen, le système de protection des
investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit
une indemnisation pour toute non-restitution ou tout
non-remboursement d’instruments fi nanciers qui ont
été confi és dans l’ignorance de bonne foi de l’inter-
diction qui est faite à ces sociétés de recevoir, détenir
ou conserver des instruments fi nanciers de clients,
jusqu’à un plafond de 20 000 euros par investisseur et
par société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, société de gestion d’OPCA, ou société
de gestion d’organismes de placement collectif adhérant
à ce système, quelle que soit la devise dans laquelle
les instruments fi nanciers sont libellés.
90
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Het deel gelddeposito’s van de door het Garantiefonds
ingestelde beleggers beschermingsregeling voorziet, ten
belope van een maximumbedrag van 100 000 euro per
belegger en per vennootschap voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies, beheervennootschap van AICB’s
of beheervennootschap van instellingen voor collectieve
belegging die aan deze regeling deelneemt, in de te-
rugbetaling van de gelddeposito’s, die te goeder trouw
worden toevertrouwd zonder weet te hebben van het
verbod voor die vennootschappen om gelddeposito’s
van cliënten in ontvangst te nemen, te houden of te
bewaren, ongeacht de valuta waarin die zijn uitgedrukt,
op voorwaarde dat deze gelddeposito’s niet reeds zijn
gedekt door de deposito beschermingsregeling als
bedoeld in de artikelen 380 tot 384/1 van de wet van
25 april 2014.
Art. 99
De Koning kan bepalen welke informatie de ven-
nootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s
en de beheervennootschappen van instellingen voor
collectieve belegging aan de beleggers moeten ver-
strekken over de dekking van hun tegoeden ingevolge
voornoemde regeling.
Art. 100
Het Garantiefonds neemt de nodige maatregelen en
treft de nodige voorzieningen om de bijkantoren van
de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies, de beheervennootschappen van AICB’s
en de beheervennootschappen van instellingen voor
collectieve belegging die ressorteren onder het recht
van een andere lidstaat, in staat te stellen deel te nemen
aan de beleggersbeschermingsregeling die het beheert,
met de bedoeling, binnen de grenzen van die regeling,
de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de
vennootschap in haar Staat deelneemt, aan te vullen.
Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het
eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen tegenover de
beleggersbeschermings regeling niet nakomt, wendt het
Garantiefonds zich in samenwerking met de FSMA tot
de bevoegde overheid die de vergunning heeft verleend
aan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies, de beheervennootschap van AICB’s of de
beheervennootschap van instellingen voor collectieve
belegging waaronder het bijkantoor ressorteert. Indien
de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verhol-
pen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies
van deze overheid, het bijkantoor uitsluiten na afl oop
van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De
Le volet dépôts de fonds du système de protection des
investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit,
jusqu’à un plafond de 100 000 euros par investisseur et
par société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement, société de gestion d’OPCA, ou société
de gestion d’organismes de placement collectif adhérant
à ce système, le remboursement des dépôts de fonds,
qui ont été effectués dans l’ignorance de bonne foi de
l’interdiction qui est faite à ces sociétés de recevoir,
détenir ou conserver des dépôts de fonds de clients,
quelle que soit la devise dans laquelle ils sont libellés,
à condition que ces dépôts de fonds ne soient pas déjà
couverts par le système de protection des dépôts visé
dans les articles 380 à 384/1 de la loi du 25 avril 2014.
Art. 99
Le Roi peut règler le contenu de l’information à pro-
curer aux investisseurs par les sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, les société
de gestion d’OPCA, et les société de gestion d’orga-
nismes de placement collectif concernant la couverture
de leurs avoirs résultant du système précité.
Art. 100
Le Fonds de garantie prend les mesures et dispo-
sitions nécessaires pour permettre aux succursales
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement, des sociétés de gestion d’OPCA et
des sociétés de gestion d’organismes de placement
collectif relevant du droit d’un autre État membre de
participer au système de protection des investisseurs
dont il assume la gestion, en vue de compléter, dans
les limites de cesystème, les garanties procurées par le
système auquel la société adhère dans son État.
Si la succursale qui a fait usage de la faculté prévue
par l’alinéa 1er ne remplit pas ses obligations envers
le système de protection des investisseurs, le Fonds
de garantie en collaboration avec la FSMA, en sai-
sissent l’autorité compétente qui a délivré l’agrément
à la société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement à la société de gestion d’OPCA ou à la
société de gestion d’organismes de placement collectif
dont relève la succursale. A défaut de redressement de
la situation, dans les douze mois, le Fonds de garantie
peut, de l’avis conforme de cette autorité, exclure la
succursale au terme d’un préavis de douze mois. Les
engagements à terme antérieurs à l’exclusion restent
91
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven door
de beschermingsregeling gedekt tot ze vervallen. De
andere tegoeden die voor de uitsluiting werden gehou-
den, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers
worden door het bijkantoor of, zo niet, door de FSMA
op de hoogte gebracht van het verval van de dekking.
Art. 101
De Koning kan, op advies van de FSMA, de waarde-
rings- en berekeningswijze vaststellen voor de initiële
bijdrage die aan de beleggersbeschermingsregeling
moet worden gestort door de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheerven-
nootschappen van AICB’s en de beheervennootschap-
pen van instellingen voor collectieve belegging die voor
het eerst toetreden en waarvoor onvoldoende bijdragen
worden ingebracht, afkomstig van een regeling waaraan
zij vroeger hebben deelgenomen.
TITEL 5
Bemiddelaars inzake valutahandel
Art. 102
Zijn enkel gemachtigd om in België voor eigen re-
kening of als commissionair dan wel als lasthebber
deviezen te verhandelen:
1° de Nationale Bank van België en de Europese
Centrale Bank;
2° de kredietinstellingen naar Belgisch recht;
3° de buitenlandse kredietinstellingen die hun werk-
zaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de
wet van 25 april 2014;
4° de beursvennootschappen naar Belgisch recht
bedoeld in titel II van het boek XII van de wet van
25 april 2014;
5° de buitenlandse beursvennootschappen die hun
werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens
boek XII, titel III van de wet van 25 april 2014;
6° de betalingsinstellingen naar Belgisch recht waar-
aan de Bank een vergunning heeft verleend conform
artikel 6 van de wet van 21 december 2009;
7° de betalingsinstellingen die ressorteren onder het
recht van een andere lidstaat die hun werkzaamheden in
couverts par le système de protection, jusqu’à leur
terme. Les autres avoirs détenus antérieurement à
l’exclusion restent couverts pendant douze mois. Les
investisseurs sont informés par la succursale, ou, à
défaut, par la FSMA , de la cessation de la couverture.
Art. 101
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, déterminer le mode
d’évaluation et de calcul de la contribution initiale à
verser au système de protection des investisseurs par
les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement les sociétés de gestion d’OPCA et les
sociétés de gestion d’organismes de placement collectif
qui y adhèrent pour la première fois et pour lesquels
ne sont pas versées des contributions suffisantes
apportées par un système auquel ils auraient adhéré
antérieurement.
TITRE 5
Des intermédiaires en matiere de
commerce des devises
Art. 102
Seuls sont habilités à effectuer en Belgique, pour
compte propre ou comme commissionnaire ou man-
dataire, le commerce des devises:
1° la Banque Nationale de Belgique et la Banque
centrale européenne;
2° les établissements de crédit de droit belge;
3° les établissements de crédit étrangers autorisés
à exercer leurs activités en Belgique en vertu de la loi
du 25 avril 2014;
4° les sociétés de bourse de droit belge visées au
titre II du livre XII de la loi du 25 avril 2014;
5° les sociétés de bourse étrangères autorisées à
exercer leurs activités en en Belgique en vertu du livre
XII, titre III de la loi du 25 avril 2014;
6° les établissements de paiement de droit belge
agréés par la Banque conformément à l’article 6 de la
loi du 21 décembre 2009;
7° les établissements de paiement relevant du droit
d’un autre État membre autorisés à exercer leurs
92
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
België mogen uitoefenen conform artikel 39 en volgende
van de wet van 21 december 2009;
8° De Post.
Het eerste lid is niet van toepassing op verrichtingen
voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in
contanten of met cheques in deviezen dan wel met
gebruik van een krediet- of betaalkaart.
Art. 103
De Koning bepaalt:
1° de regels betreffende de registratie van de in België
gevestigde personen die beroepshalve verrichtingen
uitvoeren als bedoeld in artikel 102, tweede lid en de re-
geling alsook het toezicht die op hen van toepassing zijn;
2° de regels waaraan de in artikel 102, tweede lid,
bedoelde deviezenverrichtingen zijn onderworpen.
De personen bedoeld in het eerste lid dienen over
de noodzakelijke professionele betrouw-baarheid en de
passende ervaring te beschikken voor de uitoefening
van de werkzaamheden omschreven in artikel 102,
tweede lid. Zij mogen zich niet in één van de gevallen
bevinden als beschreven in artikel 20 van de wet van
25 april 2014.
Wanneer het een vennootschap betreft, gelden de
voornoemde voorwaarden voor de personen die de
feitelijke leiding hebben.
De registratie van de vennootschap wordt geweigerd
indien de personen die, rechtstreeks of onrechtstreeks,
een al dan niet stemrecht-verlenende deelneming heb-
ben van ten minste 5 pct. in het kapitaal van de ven-
nootschap niet geschikt zijn, gelet op een gezond en
voorzichtig beleid.
De Koning kan bepalen dat de registratie wordt
geweigerd, herroepen of geschorst wanneer de perso-
nen bedoeld in het eerste lid, 1°, niet voldoen aan de
wettelijke voorwaarden of de andere voorwaarden die
Hij bepaalt.
De Koning regelt de procedure van registratie, alsook
van schorsing en herroeping van de registratie.
De FSMA kan aan de instellingen als bedoeld in ar-
tikel 102, eerste lid, 1° tot 8°, vragen haar inlichtingen
activités en Belgique conformément aux articles 39 et
suivants de la loi du 21 décembre 2009;
8° La Poste.
L’alinéa 1er n’est pas applicable aux opérations
d’achat ou de vente au comptant de devises sous forme
d’espèces ou de chèques libellés en devises ou par
l’utilisation d’une carte de crédit ou de paiement.
Art. 103
Le Roi détermine:
1° les règles relatives à l’enregistrement des per-
sonnes établies en Belgique qui, à titre professionnel,
exécutent les opérations visées à l’article 102, ali-
néa 2 et le régime ainsi que le contrôle qui leur sont
applicables;
2° les règles auxquelles sont soumises les opérations
sur devises visées à l’article 102, alinéa 2.
Les personnes visées à l’alinéa 1er doivent posséder
l’honorabilité professionnelle nécessaire et l’expertise
adéquate pour exercer les activités visées à l’article 102,
alinéa 2. Elles ne peuvent se trouver dans l’un des cas
défi nis par l’article 20 de la loi du 25 avril 2014.
Lorsqu’il s’agit d’une société, les conditions précitées
s’appliquent aux personnes chargées de la direction
effective.
L’enregistrement de la société est refusé si les per-
sonnes qui détiennent directement ou indirectement
dans le capital de la société une participation, conférant
le droit de vote ou non, de 5 pct. au moins, ne présentent
pas les qualités nécessaires au regard du besoin de
garantir une gestion saine et prudente de la société.
Le Roi peut prévoir que l’enregistrement est refusé,
révoqué ou suspendu si les personnes visées à l’ali-
néa 1er, 1°, ne satisfont pas aux conditions légales ou
aux autres conditions qu’Il détermine.
Le Roi règle la procédure d’enregistrement ainsi
que celle de la suspension et de la révocation de
l’enregistrement.
La FSMA peut demander, dans le délai qu’elle déter-
mine, aux établissements visés à l’article 102, alinéa 1er,
93
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
te verstrekken, binnen de termijn die zij vaststelt, be-
treffende de door die instellingen met deze personen
verrichte transacties.
TITEL 6
Samenwerking tussen bevoegde
autoriteiten en informatieverstrekking
HOOFDSTUK 1
Samenwerking tussen overheden
Art. 104
De FSMA kan, zoals bepaald bij artikel 77, § 1, van
de wet van 2 augustus 2002, situaties naar de Europese
Autoriteit voor effecten en markten verwijzen waarin een
verzoek in verband met toezichtsactiviteiten, verifi catie
ter plaatse, onderzoek en informatie-uitwisseling werd
afgewezen, of niet binnen een redelijke termijn geho-
noreerd werd.
Art. 105
Met de goedkeuring van de minister van Financiën
kan de FSMA, op basis van het wederkerigheidsbegin-
sel, met de toezichthoudende overheden van het land
van herkomst van de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies die ressorteert onder het
recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Unie,
en met de toezichthoudende overheden voor de andere
bijkantoren van deze onderneming die buiten België
gevestigd zijn, overeenkomen welke verplichtingen en
verbodsbepalingen voor het bijkantoor van deze ven-
nootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
in België gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en
uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de
informatie-uitwisseling met deze overheden worden
georganiseerd.
Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen
die beter aansluiten bij de aard en spreiding van de
werkzaamheden van de vennootschap voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies en het toezicht, mogen
de overeenkomsten afwijken van de bepalingen van
afdeling 3 van het huidig hoofdstuk.
Voor zover er een algemeen toezicht bestaat dat vol-
doet aan de criteria vastgesteld krachtens afdeling 3 van
het huidig hoofdstuk, mogen deze overeenkomsten
vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde
voorschriften van deze afdeling en van de ter uitvoering
ervan genomen besluiten en reglementen.
1° à 8°, des informations relatives aux transactions
effectuées entre ces établissements et ces personnes.
TITRE 6
Collaboration entre autorités compétentes
et communication d’informations
CHAPITRE 1ER
De la collaboration entre autorités
Art. 104
La FSMA peut, comme prévu par l’article 77, § 1er,
de la loi du 2 août 2002 renvoyer devant l’Autorité
européenne des marchés fi nanciers des situations
dans lesquelles une requête relative à des activités
de contrôle, de vérifi cation sur place, d’enquête et
d’échange d’informations a été rejetée ou n’a pas été
suivie d’effet dans un délai raisonnable.
Art. 105
La FSMA peut, moyennant l’approbation du ministre
des Finances, convenir, sur base de la réciprocité, avec
les autorités de contrôle de l’État d’origine de la société
de gestion de portefeuille et de conseil en investisse-
ment étrangère relevant du droit de pays tiers et avec
celles des autres succursales de cette société établies
dans d’autres États que la Belgique, de règles relatives
aux obligations et interdictions de la succursale de cette
société de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement en Belgique, à l’objet et aux modalités de sa
surveillance ainsi qu’aux modalités de la collaboration
et de l’échange d’informations avec ces autorités.
Les conventions peuvent déroger aux dispositions
de la section 3 du présent chapitre en vue de fi xer des
règles et modalités plus appropriées à la nature et à
la répartition des activités de la société de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement étrangère
et de son contrôle.
Moyennant l’existence d’un contrôle global répondant
aux critères prévus en vertu de la section 3 du présent
chapitre, ces conventions peuvent dispenser de l’appli-
cation de certaines dispositions de cette section et des
arrêtés et règlements pris pour son exécution.
94
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen
voor de bijkantoren van een vennootschap voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies in een derde land
waarop zij betrekking hebben, geen gunstiger regels
bevatten dan voor de in België gevestigde bijkantoren
van vennootschappen voor vermogensbeheer en beleg-
gingsadvies die ressorteren onder het recht van een
andere lidstaat.
De overeenkomsten moeten een opzeggingsclausule
met opzegging van ten hoogste zes maanden bevatten.
De FSMA publiceert in haar jaarverslag de lijst en
de inhoud van de op grond van dit artikel gesloten
overeenkomsten.
HOOFDSTUK 2
Informatieverstrekking
Art. 106
De FSMA verstrekt op haar website de volgende
informatie:
1° de wetgeving op het statuut van en het toezicht
op de beleggingsondernemingen, en de besluiten, re-
glementen en circulaires genomen in uitvoering of met
toepassing van deze wetgeving;
2° een omzettingstabel van de bepalingen van de
Europese richtlijnen inzake prudentieel toezicht op
beleggings ondernemingen, met opgaaf van de weer-
houden opties;
3° de toetsingscriteria en de methodiek die zij gebruikt
bij haar beoordeling als bedoeld in artikel 56, § 2;
4° geaggregeerde statistische gegevens over de
belangrijkste aspecten inzake toepassing van de in 1°
bedoelde wetgeving;
5° andere informatie, als voorgeschreven bij besluiten
en reglementen genomen in uitvoering van deze wet.
De in het eerste lid bedoelde informatie wordt in
voorkomend geval op de website bekendgemaakt op
de wijze als overeengekomen tussen de landen van de
Europese Economische Ruimte. De FSMA zorgt voor
een geregelde actualisering van de op haar website
verstrekte informatie.
Les conventions prévues par le présent article ne
peuvent comporter au bénéfi ce des succursales d’une
société de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement étrangère relevant du droit d’un pays
tiers qu’elles concernent des règles plus favorables
que celles qui s’appliquent aux succursales établies
en Belgique de sociétés de gestion de portefeuille et de
conseil en investissement étrangères relevant du droit
d’un autre État membre.
Les conventions doivent comporter une clause de
résiliation moyennant un préavis qui ne peut excé-
der six mois.
La FSMA publie dans son rapport annuel la liste et
la substance des conventions conclues en vertu du
présent article.
CHAPITRE 2
De la communication d’informations
Art. 106
La FSMA fournit sur son site web les informations
suivantes:
1° la législation relative au statut et au contrôle des
entreprises d’investissement, ainsi que les arrêtés,
règlements et circulaires pris en exécution ou en appli-
cation de cette législation;
2° un tableau de transposition des dispositions des
directives européennes relatives à la surveillance pru-
dentielle des entreprises d’investissement, indiquant
les options retenues;
3° les critères de vérification et les méthodes
qu’elle utilise pour procéder à l’évaluation visée à
l’article 56, § 2;
4° des données statistiques agrégées sur les prin-
cipaux aspects relatifs à l’application de la législation
visée au 1°;
5° toute autre information prescrite par les arrêtés et
règlements pris en exécution de la présente loi.
Les informations visées à l’alinéa 1er sont, le cas
échéant, publiées sur le site web de la FSMA selon
les modalités convenues entre les États membres de
l’Espace économique européen. La FSMA veille à
actualiser régulièrement les informations fournies sur
son site web.
95
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
TITEL 7
Strafrechtelijke sancties
Art. 107
§ 1. Met gevangenisstraf van één maand tot één jaar
en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of
met één van die straffen alleen wordt gestraft:
1° wie het bedrijf uitoefent van een beleggingsonder-
neming als bedoeld in artikel 3 zonder daartoe te zijn
vergund of geregistreerd overeenkomstig de bepalingen
van de huidige wet of wanneer afstand is gedaan van die
vergunning of registratie of die vergunning of registratie
is ingetrokken, herroepen, geschorst of geschrapt;
2° wie zich niet conformeert aan artikel 9;
3° wie met opzet de kennisgevingen als bedoeld in
artikel 31, §§ 1 en 5, niet verricht, wie het in artikel 31,
§ 3, bedoelde verzet negeert of wie de in artikel 32,
eerste lid, 1°, bedoelde schorsing negeert;
4° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de
artikelen 36, 44, 55, eerste lid, eerste en derde zin, en
tweede lid, 59, § 2, vierde lid, eerste zin, en § 5, eerste
en tweede lid, en 60, § 2, achtste lid, overtreedt;
5° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur van
een beleggingsonderneming die in het buitenland een
bijkantoor opent of diensten verstrekt, zonder de kennis-
gevingen te hebben verricht bepaald in de artikelen 47 of
51 of die zich niet conformeert aan de artikelen 50 en 53;
6° elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die de in
artikel 55, eerste lid, tweede zin, en derde lid, 59, § 2,
vierde lid, en negende lid, § 4, en § 5, derde lid, en § 9,
60, § 2, vijfde en laatste lid, en § 3;
7° wie zich niet conformeert aan de artikelen 102,
eerste lid en 103;
8° wie handelingen stelt of verrichtingen uitvoert
zonder daartoe de toestemming te hebben verkregen
van de speciaal commissaris als bedoeld in artikel 64,
§ 1, 1°, of die indruisen tegen een schorsingsbeslissing
overeenkomstig artikel 64, § 1, 4°;
9° wie de onderzoeken en controles verhindert waar-
toe hij verplicht is in het land of in het buitenland, dan wel
weigert de gegevens te verstrekken waartoe hij verplicht
TITRE 7
Sanctions pénales
Art. 107
§ 1er. Sont punis d’un emprisonnement d’un mois à
un an et d’une amende de 50 EUR à 10 000 EUR ou
d’une de ces peines seulement:
1° ceux qui exercent l’activité d’une entreprise d’in-
vestissement visée à l’article 3 sans que cette entreprise
soit agréée ou enregistrée à cet effet conformément aux
dispositions de la présente loi, ou après avoir renoncé
à cet agrément ou cet enregistrement ou s’être vu reti-
rer, radier, révoquer ou suspendre cet agrément ou cet
enregistrement;
2° ceux qui ne se conforment pas à l’article 9;
3° ceux qui sciemment s’abstiennent de faire les noti-
fi cations visées à l’article 31, §§ 1er et 5, ceux qui passent
outre à l’opposition visée à l’article 31, § 3, ou ceux
qui passent outre à la suspension visée à l’article 32,
alinéa 1er, 1°;
4° les administrateurs, les gérants ou les directeurs
qui contreviennent aux articles 36, 44, 55, alinéa 1er, 1re
et 3e phrases, et alinéa 2, 59, § 2, alinéa 4, 1re phrase,
et § 5, alinéas 1er et 2, et 60, § 2, alinéa 8;
5° les administrateurs, les gérants ou les directeurs
d’une entreprise d’investissement qui, à l’étranger,
ouvrent une succursale ou y prestent des services
sans avoir procédé aux notifi cations prévues par les
articles 47 ou 51 ou qui ne se conforment pas aux
articles 50 et 53;
6° les administrateurs, les gérants ou les directeurs
qui contreviennent aux arrêtés ou aux règlements visés
aux articles 55, alinéa 1er, 2e phrase, et alinéa 3, 59, § 2,
alinéa 4, et alinéa 9, § 4, § 5, alinéa 3, et § 9, 60, § 2,
alinéa 5 et dernier alinéa, et § 3;
7° ceux qui ne se conforment pas aux articles 102,
alinéa 1er, et 103;
8° ceux qui accomplissent des actes ou opérations
sans avoir obtenu l’autorisation du commissaire spécial
visée à l’article 64, § 1er, 1° ou à l’encontre d’une déci-
sion de suspension prise conformément à l’article 64,
§ 1er, 4°;
9° ceux qui mettent obstacle aux inspections et
vérifi cations auxquelles ils sont tenus dans le pays ou
à l’étranger ou refusent de donner des renseignements
96
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
is op grond van titels III en V, of wie bewust onjuiste of
onvolledige inlichtingen verstrekt.
§ 2. Overtredingen van de artikelen 24 en 45 worden
gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden
tot twee jaar en met een geldboete van 1 000 euro tot
10 000 euro.
§ 3. Elke bestuurder, zaakvoerder of directeur die zich
niet schikt naar de bepalingen van de met toepassing
van artikel 54 getroffen reglementen wordt gestraft met
een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden
en met een geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of
met één van deze straffen alleen.
Art. 108
De voorschriften van het eerste boek van het
Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezon-
derd, zijn van toepassing op de misdrijven die door deze
titel worden bestraft.
Art. 109
De ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk
voor de geldboetes waartoe hun bestuurders, zaakvoer-
ders, directeuren of lasthebbers met toepassing van de
voorschriften van deze titel worden veroordeeld.
Art. 110
Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van de
overtreding van deze titel of één van de in artikel 24 be-
doelde wetgevingen, tegen bestuurders, directeuren,
zaakvoerders, lasthebbers, verantwoordelijken voor
onafhankelijke controlefuncties van vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies en ieder
opsporingsonderzoek ten gevolge van een overtreding
van huidige titel tegen iedere andere natuurlijke of
rechtspersoon, moet ter kennis worden gebracht van
de FSMA door de gerechtelijke of bestuursrechtelijke
overheid waar dit aanhangig is gemaakt.
Iedere strafrechtelijke vordering op grond van in het
eerste lid bedoelde misdrijven moet ter kennis worden
gebracht van de FSMA door het openbaar ministerie.
Art. 111
De FSMA is gerechtigd in elke stand van het geding
tussen te komen voor de strafrechter bij wie een door
qu’ils sont tenus de fournir en vertu des titres III et V ou
qui donnent sciemment des renseignements inexacts
ou incomplets.
§ 2. Sont punies d’un emprisonnement de trois mois à
deux ans et d’une amende de 1 000 EUR à 10 000 EUR,
les infractions aux articles 24 et 45.
§ 3. Sont punis d’un emprisonnement de huit jours à
trois mois et d’une amende de 50 EUR à 10 000 EUR
ou de l’une de ces peines seulement, les administra-
teurs, gérants ou directeurs qui ne se conforment pas
aux dispositions des règlements pris en exécution de
l’article 54.
Art. 108
Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans
exception du chapitre VII et de l’article 85, sont appli-
cables aux infractions punies par le présent titre.
Art. 109
Les sociétés sont civilement responsables des
amendes auxquelles sont condamnés leurs administra-
teurs, gérants, directeurs ou mandataires en application
des dispositions du présent titre.
Art. 110
Toute information du chef d’infraction au présent titre
ou à l’une des législations visées à l’article 24 à l’en-
contre d’administrateurs, de directeurs, de gérants, de
mandataires, de responsables de fonctions de contrôle
indépendantes de sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement et toute information du
chef d’infraction au présent livre à l’encontre de toute
autre personne physique ou morale doit être portée à
la connaissance de la FSMA par l’autorité judiciaire ou
administrative qui en est saisie.
Toute action pénale du chef des infractions visées
à l’alinéa 1er doit être portée à la connaissance de la
FSMA à la diligence du ministère public.
Art. 111
La FSMA est habilitée à intervenir en tout état de
cause devant la juridiction répressive saisie d’une
97
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
deze wet bestraft misdrijf aanhangig is, zonder dat zij
daarom het bestaan van enig nadeel hoeft aan te tonen.
De tussenkomst geschiedt volgens de regels die
gelden voor de burgerlijke partij.
TITEL 8
Diverse bepalingen
HOOFDSTUK 1
Overgangsbepalingen
Art. 112
De vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies die op de datum van inwerkingtreding
van deze wet over een vergunning beschikken, behou-
den die voor de beleggingsdiensten en/of -activiteiten
en de nevendiensten als bedoeld in artikel 2 die over-
eenstemmen met hun huidige vergunning.
Art. 113
De beleggingsondernemingen die ressorteren onder
het recht van een lidstaat, en zijn geregistreerd op de
lijsten als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het ko-
ninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de
buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van
rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in
de artikelen 10, § 4, en 11, § 2.
De bijkantoren van de beleggings ondernemingen die
ressorteren onder het recht van een derde land, en op
de datum van inwerkingtreding van deze wet over een
vergunning beschikken, behouden die voor de beleg-
gingsdiensten en/of -activiteiten en de nevendiensten
als bedoeld in artikel 2 die overeenstemmen met hun
huidige vergunning.
De beleggingsondernemingen die ressorteren onder
het recht van een derde land, en zijn geregistreerd op
de lijst als bedoeld in artikel 25, § 2, derde lid, van het
koninklijk besluit van 20 december 1995 betreffende de
buitenlandse beleggingsondernemingen, worden van
rechtswege geregistreerd op de lijsten als bedoeld in
artikel 14, § 2, derde lid.
Art. 114
§ 1. De koninklijke besluiten, de reglementen van de
FSMA en alle andere handelingen van reglementaire
infraction punie par la présente loi, sans qu’elle ait à
justifi er d’un dommage.
L’intervention suit les règles applicables à la par-
tie civile.
TITRE 8
Dispositions diverses
CHAPITRE 1ER
Dispositions transitoires
Art. 112
Les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement qui disposent d’un agrément à la date
d’entrée en vigueur de la présente loi, le conservent pour
ceux des services et/ou activités d’investissement et
services auxiliaires visés à l’article 2, qui correspondent
à leur agrément existant.
Art. 113
Les entreprises d’investissement relevant du droit
d’un État membre enregistrées sur les listes visées aux
articles 3 et 4 de l’arrêté royal du 20 décembre 1995 re-
latif aux entreprises d’investissement étrangères sont,
de plein droit, enregistrées sur les listes visées aux
articles 10, § 4 et 11, § 2.
Les succursales d’entreprises d’investissement
relevant du droit d’un pays tiers qui disposent d’un
agrément à la date d’entrée en vigueur de la présente
loi, le conservent pour ceux des services et/ou activités
d’investissement et services auxiliaires visés à l’article
2, qui correspondent à leur agrément existant.
Les entreprises d’investissement relevant du droit
d’un pays tiers fi gurant sur la liste visée à l’article 25, § 2,
alinéa 3 de l’arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux
entreprises d’investissement étrangères sont, de plein
droit, reprises sur la liste visée à l’article 14, § 2, alinéa 3.
Art. 114
§ 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la FSMA
ainsi que tous autres actes de nature réglementaire
98
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
aard die ter uitvoering van de wet van 6 april 1995 inzake
het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder-
nemingen zijn vastgesteld, blijven van toepassing voor
zover de bepalingen van deze wet voorzien in de alge-
mene of specifi eke juridische machtigingen die nodig
zijn voor deze reglementaire handelingen, en hun inhoud
niet in strijd is met deze wet.
§ 2. De door de FSMA verleende machtigingen en
afwijkingen en alle handelingen met individuele draag-
wijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van voor-
noemde wet van 6 april 1995 of van de reglementaire
handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld,
blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden
herroepen of gewijzigd.
Art. 115
Voor de toepassing van de artikelen 96 tot 101 dienen
de woorden “het Garantiefonds” te worden begrepen
als het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s,
levensverzekeringen en kapitaal van erkende coöpe-
ratieve vennootschappen, en het Beschermingsfonds
voor deposito’s en fi nanciële instrumenten, in functie
van hun respectieve opdrachten opgenomen in het
koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering
van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen
ter bevordering van de fi nanciële stabiliteit en inzonder-
heid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte
kredieten en andere verrichtingen in het kader van de
fi nanciële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van
de deposito’s, de levensverzekeringen en het kapitaal
van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot
wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende
het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële
diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot op-
richting van een beschermingsfonds voor deposito’s
en fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de
beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële
instrumenten.
HOOFDSTUK 2
Wijzigingsbepalingen
Art. 116
In de artikelen 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224, eer-
ste lid, 311, eerste lid, 399, eerste lid, 422, eerste en
derde lid, 449, eerste lid, 468, zesde lid, 1°, 600, eerste
lid, 771, 798, eerste lid en 869 van het Wetboek van
Vennootschappen, worden de woorden “de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
adoptés en exécution de la loi du 6 avril 1995 relative
au statut et au contrôle des entreprises d’investisse-
ment demeurent applicables dans la mesure où les
dispositions de la présente loi prévoient les habilitations
juridiques, générales ou spécifi ques, nécessaires à
ces actes réglementaires et que leur contenu n’est pas
contraire à la présente loi.
§ 2. Les autorisations et dérogations données par
la FSMA ainsi que tous les actes de portée indivi-
duelle adoptés antérieurement sur la base de la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement ou des actes réglementaires
adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf
leur révocation ou modifi cation décidée conformément
à la présente loi.
Art. 115
Pour l’application des articles 96 à 101, les mots
“Fonds de garantie” doivent s’entendre comme com-
prenant à la fois le Fonds spécial de protection pour
les dépôts, les assurances sur la vie et le capital de
sociétés coopératives agréées et le Fonds de protec-
tion des dépôts et des instruments fi nanciers, selon
leurs missions respectives prévues par l’arrêté royal
du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du
15 octobre 2008 portant des mesures visant à promou-
voir la stabilité fi nancière et instituant en particulier une
garantie d’État relative aux crédits octroyés et autres
opérations effectuées dans le cadre de la stabilité fi nan-
cière, en ce qui concerne la protection des dépôts, des
assurances sur la vie et du capital de sociétés coopéra-
tives agréées, et modifi ant la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers, et par la loi du 17 décembre 1998 créant
un Fonds de protection des dépôts et des instruments
fi nanciers et réorganisant les systèmes de protection
des dépôts et des instruments fi nanciers.
CHAPITRE 2
Dispositions modifi catives
Art. 116
Dans les articles 92, § 3, 2°, 108, 1°, 145, 1°, 224,
alinéa 1er, 311, alinéa 1er, 399, alinéa 1er, 422, alinéas
1er et 3, 449, alinéa 1er, 468, alinéa 6, 1°, 600, alinéa
1er, 771, 798, alinéa 1er, et 869 du Code des sociétés,
les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit” sont chaque fois
99
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
kredietinstellingen” telkens vervangen door de woorden
“de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op kredietinstellingen en beurs vennootschappen “.
Art. 117
In artikel 88, tweede lid van hetzelfde Wetboek,
worden de woorden “artikel 1, § 3, van de wet van
6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen,
de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs” vervan-
gen door de woorden “artikel 2, 5° van de wet van
2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan-
ciële sector en de fi nanciële diensten”.
Art. 118
In artikel 92, § 3, 4° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden
“artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggings ondernemingen,
met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel
45 van deze wet” vervangen door de woorden “artikel
3 van de wet van … betreffende de toegang tot het
beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut
van en het toezicht op de vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting
van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet”.
Art. 119
In artikel 107, § 1, vierde lid van hetzelfde Wetboek,
worden de woorden “artikel 1, § 3, van de wet van
6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen,
de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs” vervan-
gen door de woorden “artikel 2, 5° van de wet van
2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nan-
ciële sector en de fi nanciële diensten”.
Art. 120
In artikel 108, 3° van hetzelfde Wetboek, gewijzigd
bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden
“artikel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen,
met uitsluiting van de instellingen bedoeld bij artikel
45 van deze wet” vervangen door de woorden “artikel
3 van de wet van … betreffende de toegang tot het
beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut
remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse”.
Art. 117
Dans l’article 88, alinéa 2 du même Code, les mots
“l’article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative aux
marchés secondaires, au statut des entreprises d’in-
vestissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et
conseillers en placements” sont remplacés par les mots
“l’article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative à la sur-
veillance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers”.
Art. 118
Dans l’article 92, § 3, 4° du même Code, modifi é par
la loi du 18 décembre 2015, les mots “l’article 44 de la
loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des
entreprises d’investissement, à l’exclusion des établis-
sements visés à l’article 45 de cette loi” sont remplacés
par les mots “l’article 3 de la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement, à l’exclusion
des établissements visés à l’article 4 de cette loi”.
Art. 119
Dans l’article 107, § 1er, alinéa 4 du même Code, les
mots “l’article 1er, § 3, de la loi du 6 avril 1995 relative
aux marches secondaires, au statut des entreprises
d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires
et conseillers en placements” sont remplacés par les
mots “l’article 2, 5° de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers”.
Art. 120
Dans l’article 108, 3°, du même Code, modifi é par
la loi du 18 décembre 2015, les mots “l’article 44 de la
loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des
entreprises d’investissement, à l’exclusion des établis-
sements visés à l’article 45 de cette loi” sont remplacés
par les mots “l’article 3 de la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
100
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
van en het toezicht op de vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies, met uitsluiting
van de instellingen bedoeld bij artikel 4 van deze wet”.
Art. 121
In artikel 141 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 18 december 2015, worden de woorden “artikel
47, § 1, 1°, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen”
vervangen door de woorden “artikel 6, § 1, 1°, van de
wet van … betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies”.
Art. 122
In artikel 145, 3°, van hetzelfde Wetboek, worden
de woorden “de wet van 6 april 1995 inzake de secun-
daire markten, het statuut van en het toezicht op de
beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de
beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden “de
wet van … betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies”.
Art. 123
In artikel 430, § 2, 1° van hetzelfde Wetboek,
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de
woorden “ondernemingen die vallen onder de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kre-
dietinstellingen” vervangen door de woorden “kredietin-
stellingen die vallen onder de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen”.
Art. 124
In artikel 468, zesde lid, 2° van hetzelfde Wetboek,
worden de woorden “de wet van 6 april 1995 inzake het
statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne-
mingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs” ver-
vangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen”.
portefeuille et de conseil en investissement, à l’exclusion
des établissements visés à l’article 4 de cette loi”.
Art. 121
Dans l’article 141 du même Code, modifi é par la loi
du 18 décembre 2015, les mots “l’article 47, § 1er, 1°, de
la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des
entreprises d’investissement” sont remplacés par les
mots “l’article 6, § 1er, 1°, de la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement”.
Art. 122
Dans l’article 145, 3°, du même Code, les mots “la loi
du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au sta-
tut des entreprises d’investissement et à leur contrôle,
aux intermédiaires et conseillers en placements” sont
remplacés par les mots “la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement”.
Art. 123
Dans l’article 430, § 2, 1°, du même Code, modi-
fi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “entreprises
régies par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit” sont remplacés
par les mots “établissements de crédit régis par la loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
Art. 124
Dans l’article 468, alinéa 6, 2°, du même Code, les
mots “la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entre-
prises d’investissement et à leur contrôle, aux intermé-
diaires et conseillers en placements” sont remplacés par
les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit et des sociétés
de bourse”.
101
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 125
In artikel 629, § 2, 1° en 630, § 2, van hetzelfde
Wetboek, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden
de woorden “ondernemingen die worden beheerst door
de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op de kredietinstellingen” telkens vervangen door
de woorden “kredietinstellingen die vallen onder de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen”.
Art. 126
In artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betref-
fende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële
diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2106,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepalingen onder 10°, a), 34° en 41°, wor-
den de woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen” telkens
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen”;
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling
onder 49°, luidende:
“49° wet van …: wet van … betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies”;
3° in het tweede lid, worden de woorden “wet van
6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de
beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden
“wet van …”.
Art. 127
In artikel 19, § 3, derde lid van dezelfde wet, worden
de woorden “artikel 67, § 7, tweede en derde lid, van
voornoemde wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “artikel 32, tweede en derde lid van de
wet van …”.
Art. 128
In artikel 27, § 6, vierde streepje van dezelfde wet,
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woor-
den “artikel 42 van de wet van 25 april 2014 en artikel
62bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen”
Art. 125
Dans les articles 629, § 2, 1°, et 630, § 2, du même
Code, modifi és par la loi du 25 avril 2014, les mots
“entreprises régies par la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit” sont
chaque fois remplacés par les mots “établissements de
crédit régis par la loi du 25 avril 2014 relative au statut et
au contrôle des établissements de crédit et des sociétés
de bourse”.
Art. 126
Dans l’article 2 de la loi du 2 août 2002 relative à la
surveillance du secteur fi nancier et aux services fi nan-
ciers, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016,
les modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans le 10°, a), le 34° et le 41°, les mots “loi du
25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établis-
sements de crédit” sont chaque fois remplacés par les
mots “loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit et des sociétés de bourse”;
2° l’alinéa 1er est complété par le 49° rédigé
comme suit:
“49° loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”;
3° dans l’alinéa 2, les mots “loi du 6 avril 1995 relative
au statut et au contrôle des entreprises d’investisse-
ment” sont remplacés par les mots “loi du …”.
Art. 127
Dans l’article 19, § 3, alinéa 3 de la même loi,
les mots “l’article 67, § 7, alinéas 2 et 3, de la loi du
6 avril 1995 précitée” sont remplacés par les mots
“l’article 32, alinéas 2 et 3 de la loi du …”.
Art. 128
Dans l’article 27, § 6, 4ème tiret de la même loi,
modifi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “de l’article
42 de la loi du 25 avril 2014, ainsi que par et en vertu de
l’article l’article 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’investissement”
102
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
vervangen door de woorden “de artikelen 42 en 510 van
de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel
het voormelde artikel 42 van toepassing verklaart op de
beursvennootschappen, en artikel 26 van de wet van …”.
Art. 129
In dezelfde wet, wordt een artikel 28quater inge-
voegd, luidende:
“Art. 28quater. De Koning kan, na advies van de
FSMA en de BNB, bepalen welke verplichtingen en
verbodsbepalingen gelden voor de beleggingsonder-
nemingen die ten aanzien van professionele cliënten,
actief zijn in het ontvangen en doorgeven van orders
met betrekking tot één of meer fi nanciële instrumenten
waarbij deze activiteit gericht is op het met elkaar in
contact brengen van deze professionele cliënten waar-
door er tussen hen een verrichting tot stand kan komen.
Dit besluit kan inzonderheid de gedragsregels en
onverenigbaarheidsregels bepalen die van toepassing
zijn op deze ondernemingen evenals de regels voor de
administratieve en boekhoudkundige verwerking van
deze verrichtingen.”.
Art. 130
In artikel 31, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij het ko-
ninklijk besluit van 27 april 2007, worden de woorden “ar-
tikel 77bis van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggings ondernemingen”
vervangen door de woorden “de artikelen 65, §§ 1 en
2, en 528 van de wet van 25 april 2015, voor zover dit
laatste artikel het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van
toepassing verklaart op de beursvennootschappen”.
Art. 131
In artikel 45, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laatste-
lijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 3°, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder f), worden de woorden “de
artikelen 21, 41, 42, 64 en 65, evenals artikel 66 voor
wat betreft het verstrekken van beleggingsdiensten
en het verrichten van beleggingsactiviteiten, van de
wet van 25 april 2014 en de artikelen 62 en 62bis van
de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het
sont remplacés par les mots “des articles 42 et 510 de
la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier
article rend l’article 42 précité applicable aux sociétés
de bourse, ainsi que par et en vertu de l’article 26 de
la loi du …”.
Art. 129
Dans la même loi, il est inséré un article 28quater
rédigé comme suit:
“Art. 28quater. Le Roi peut, sur avis de la FSMA et de
la BNB, déterminer les obligations et interdictions appli-
cables aux entreprises d’investissement qui exercent
pour des clients professionnels des activités de récep-
tion et transmission d’ordres portant sur un ou plusieurs
instruments fi nanciers lorsque cette activité porte sur la
mise en rapport de ces clients professionnels permettant
ainsi la réalisation entre eux d’une opération.
Le présent arrêté peut déterminer notamment les
règles de conduite et les règles d’incompatibilité
applicables à ces entreprises, ainsi que les règles en
matière de traitement administratif et comptable de ces
opérations.”.
Art. 130
Dans l’article 31, § 5, de la même loi, modifi é par
l’arrêté royal du 27 avril 2007, les mots “l’article 77bis
de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle
des entreprises d’investissement” sont remplacés par
les mots “les articles 65, §§ 1er et 2, et 528 de la loi du
25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier article rend
l’article 65, §§ 1er et 2, précité applicable aux sociétés
de bourse”.
Art. 131
Dans l’article 45, § 1er, alinéa 1er de la même loi,
modifi é en dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, les
modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans le 3°, les modifications suivantes sont
apportées:
a) dans le f), les mots “les articles 21, 41, 42, 64 et
65, ainsi que l’article 66 en ce qui concerne la fourniture
de services d’investissement et l’exercice d’activités
d’investissement, de la loi du 25 avril 2014, ainsi que les
articles 62 et 62bis de la loi du 6 avril 1995 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’investissement”
103
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen
door de woorden “de artikelen 21, 41, 42, 64 en 65 § 3,
evenals artikel 66 voor wat betreft het verstrekken van
beleggingsdiensten en het verrichten van beleggings-
activiteiten, van de wet van 25 april 2014, de artikelen
502, 510, 527 en 528, evenals 530 voor wat betreft het
verstrekken van beleggingsdiensten en het verrichten
van beleggingsactiviteiten, van de diezelfde wet voor
zover de artikelen 502 en 528, eerste lid van die wet
de voormelde artikelen 21 en 65, § 3, van toepassing
verklaren op de beursvennootschappen en de artikelen
25 en 26 van de wet van …”;
b) de bepaling onder g) wordt vervangen als volgt:
“g. de artikelen 65, §§ 1 en 2, en 528, eerste lid van
de wet van 25 april 2014, voor zover dit laatste artikel
het voormelde artikel 65, §§ 1 en 2, van toepassing
verklaart op de beursvennootschappen”.
2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de
woorden “en tegen het onrechtmatige gebruik van bena-
mingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die
door de FSMA of de Bank zijn vergund, ingeschreven
of geregistreerd”.
Art. 132
In artikel 75, § 1, 1°, tweede lid van dezelfde wet, wor-
den de woorden “artikel 95, §§ 5bis en 5ter, van de wet
van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht
op de beleggings-ondernemingen” vervangen door de
woorden “artikel 59, §§ 6 en 7, van de wet van …”.
Art. 133
In artikel 86bis, § 1, eerste lid van dezelfde wet, laat-
stelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2°, worden de woorden “artikel
137 of aan artikel 139 van de wet van 6 april 1995 inzake
het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder-
nemingen” vervangen door de woorden “artikel 102 of
aan artikel 103 van de wet van …”.
b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder
6°, luidende:
“6° in België openbaar gebruik maakt van bena-
mingen of titels voert die krachtens de wettelijke of
reglementaire bepalingen zijn voorbehouden aan
ondernemingen die door de FSMA of de Bank zijn
vergund, ingeschreven of geregistreerd, zonder zelf te
sont remplacés par les mots “les articles 21, 41, 42,
64 et 65, § 3, ainsi que l’article 66 en ce qui concerne
la fourniture de services d’investissement et l’exercice
d’activités d’investissement, de la loi du 25 avril 2014,
les articles 502, 510, 527 et 528, ainsi que l’article
530 en ce qui concerne la fourniture de services d’in-
vestissement et l’exercice d’activités d’investissement,
de la même loi, dans la mesure où les articles 502 et
528, alinéa 1er de cette loi rendent les articles 21 et 65,
§ 3, précités applicables aux sociétés de bourse, ainsi
que les articles 25 et 26 de la loi du …”;
b) le g) est remplacé par ce qui suit:
“g. les articles 65, §§ 1er et 2, et 528, alinéa 1er de
la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où ce dernier
article rend l’article 65, §§ 1er et 2, précité applicable
aux sociétés de bourse”.
2° le 5° est complété par les mots “et contre l’usage
illégal de dénominations réservées à des entreprises
agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA
ou de la Banque”.
Art. 132
Dans l’article 75, § 1er, 1°, alinéa 2 de la même
loi, les mots “l’article 95, §§ 5bis et 5ter, de la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement” sont remplacés par les mots
“l’article 59, §§ 6 et 7, de la loi du …”.
Art. 133
Dans l’article 86bis, § 1er, alinéa 1er de la même loi,
modifi é en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les
modifi cations suivantes sont apportées:
a) dans le 2°, les mots “l’article 137 ou à l’article
139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au
contrôle des entreprises d’investissement” sont rem-
placés par les mots “l’article 102 ou à l’article 103 de
la loi du …”.
b) l’alinéa est complété par un 6°, rédigé comme suit:
“6° fait usage public en Belgique de dénominations
ou porte des titres réservés en vertu de dispositions
légales ou réglementaires à des entreprises agréées,
inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la
Banque, sans avoir été agréée, inscrite ou enregistrée
104
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
zijn vergund, ingeschreven of geregistreerd conform
de geldende wettelijke of reglementaire bepalingen of
na afstand te hebben gedaan van deze vergunning,
inschrijving of registratie, dan wel nadat die vergunning,
inschrijving of registratie werd ingetrokken, geschrapt
of herroepen.”
Art. 134
In artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet,
laatstelijk gewijzigd door de wet van 29 juni 2016, wor-
den de woorden “artikel 109, § 1, tweede lid, of § 2, van
de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten,
het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder-
nemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs”
vervangen door de woorden “artikel 69, § 1, tweede lid,
of § 2, van de wet van …”.
Art. 135
In de artikelen 4, 1°, a) en d), en 5°, 8, eerste lid, 4°, 9,
1° et 2°, 10, § 1, derde lid, 12, § 1, 2° en § 2, 2° van de wet
van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank-
en beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële
instrumenten, worden de woorden “bankwet” telkens
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”.
Art. 136
In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° onder de bepaling 1°, wordt de bepaling onder b)
vervangen als volgt:
“b) de beleggingsdiensten en activiteiten in de zin van
artikel 2, 1°, 1, 5 en 7 van de wet van … “;
2° in de bepaling onder 5°, worden de woorden “artikel
44 van de wet op de beleggingsdiensten” vervangen
door de woorden “artikel 3 van de wet van …”;
3° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
“7° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen”;
4° de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt:
conformément aux dispositions légales ou réglemen-
taires applicables, ou après avoir renoncé à cet agré-
ment, cette inscription ou cet enregistrement ou s’être vu
retirer, radier ou révoquer cet agrément, cette inscription
ou cet enregistrement. “.
Art. 134
Dans l’article 121, § 1er, alinéa 1er, 4° de la même loi,
tel que modifi é en dernier lieu par la loi du 29 juin 2016,
les mots “l’article 109, § 1er, alinéa 2, ou § 2, de la loi du
6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, au statut
des entreprises d’investissement et à leur contrôle,
aux intermédiaires et conseillers en placements” sont
remplacés par les mots “l’article 69, § 1er, alinéa 2, ou
§ 2, de la loi du …”.
Art. 135
Dans les articles 4, 1°, a) et d), et 5°, 8, alinéa 1er,
4°, 9, 1° et 2°, 10, § 1er, alinéa 3, 12, § 1er, 2° et § 2, 2°
de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et
à la distribution d’instruments fi nanciers, les mots “loi
bancaire” sont chaque fois remplacés par les mots “loi
du 25 avril 2014”.
Art. 136
Dans l’article 4 de la même loi, modifi é en dernier lieu
par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° dans le 1°, le b) est remplacé par ce qui suit:
“b) les services et activités d’investissement au sens
de l’article 2, 1°, 1, 5 et 7 de la loi du … “;
2° dans le 5°, les mots “l’article 44 de la loi sur les
services d’investissement” sont remplacés par les mots
“l’article 3 de la loi du …”;
3° le 7° est remplacé par ce qui suit:
“7° loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse”.
4° le 9° est remplacé par ce qui suit:
105
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“9° wet van …: wet van … betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 137
In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 27 april 2007, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in het vijfde lid, worden de woorden “artikel 46, 23°
van de wet op de beleggingsdiensten. De voorschriften
bepaald door en krachtens artikel 110 van dezelfde wet
zijn van toepassing” vervangen door de woorden “artikel
2, 26° van de wet van …. De voorschriften bepaald door
artikelen 10, en 70 tot 82 van de wet van … en door arti-
kelen 590, 592 tot 600 van de wet van 25 april 2014 zijn
van toepassing”;
2° in het zesde lid, worden de woorden “artikel 79 van
de wet op de beleggingsdiensten” vervangen door de
woorden “artikel 44 van de wet van … of van artikel
537 van de wet van 25 april 2014”.
Art. 138
In artikel 11, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede
lid vervangen als volgt:
“Bovendien moet hij de volgende verplichtin-
gen naleven:
1° de beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 1°,
b), zijn beperkt tot effecten en tot rechten van deelne-
ming in een instelling voor collectieve belegging;
2° hij mag op geen enkel ogenblik in contanten of op
rekening gelden en fi nanciële instrumenten ontvangen
en bijhouden, of in een debetpositie staan ten aanzien
van de spaarder of belegger; hij mag geen mandaat
of volmacht hebben op rekening van zijn cliënten,
tenzij van inwonende gezinsleden, noch zelf waarden
of rekeningboekjes van cliënten bijhouden of in open
bewaargeving houden.”.
Art. 139
In artikel 12, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
“9° loi du …: “la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
Art. 137
Dans l’article 5, § 1er de la même loi, modifi é par
l’arrêté royal du 27 avril 2007, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° dans l’alinéa 5, les mots “au sens de l’article 46,
23°, de la loi sur les services d’investissement. Les
dispositions prévues par et en vertu de l’article 110 de
la même loi sont d’application” sont remplacés par les
mots “au sens de l’article 2, 26°, de la loi du …. Les
dispositions prévues par les articles 10, 70 à 82 de la
loi du … et par les articles 590, 592 à 600 de la loi du
25 avril 2014 sont d’application”;
2° dans l’alinéa 6, les mots “l’article 79 de la loi sur
les services d’investissement” sont remplacés par les
mots “l’article 44 de la loi du … ou de l’article 537 de
la loi du 25 avril 2014”.
Art. 138
Dans l’article 11, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est
remplacé par ce qui suit:
“Il doit en outre respecter les obligations suivantes:
1° les services d’investissement visés à l’article 4, 1°,
b), sont limités aux valeurs mobilières et parts d’orga-
nismes de placement collectif;
2° il ne peut à aucun moment recevoir et garder des
fonds et des instruments fi nanciers, ni en espèces ni
sur un compte, ou se trouver dans une position débitrice
à l’égard de l’épargnant ou de l’investisseur; il ne peut
disposer d’aucun mandat ni d’aucune procuration sur un
compte de ses clients, excepté sur ceux des membres
de sa famille qui font partie de son ménage, ni détenir ou
garder en dépôt des valeurs ou des livrets de comptes
de ses clients. “.
Art. 139
Dans l’article 12, § 1er de la même loi, modifi é par
la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont
apportées:
106
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
“3° het verstrekken:
— voor eigen rekening, van beleggingsdiensten als
bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van … en, voor re-
kening van derden, van dergelijke beleggingsdiensten
met uitzondering van de beleggingsdiensten als bedoeld
in artikel 4, 1°, en
— voor eigen rekening, van nevendiensten als be-
doeld in artikel 2, 2° van de wet van ….
Bovendien mag een makelaar in bank- en beleg-
gingsdiensten niet optreden als tussenpersoon voor
de nevendiensten als bedoeld in artikel 2, 2°, 1) van de
wet van …”.
b) in de bepaling onder 4° worden de woorden “de
artikelen 137 tot en met 139 bis van de wet op de be-
leggingsdiensten” vervangen door de woorden “artikel
102 en 103 van de wet van …”.
Art. 140
In artikel 56, eerste lid van de wet van 16 juni 2006 op
de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten
en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de ver-
handeling op een gereglementeerde markt, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder b) worden de woorden “wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
2° in de bepaling onder e) worden de woorden “in
boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995 inzake het
statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne-
mingen” vervangen door de woorden “in boek XII, titel
II van de wet van 25 april 2014”;
3° in de bepaling onder f), worden de woorden “in boek
II, titel II, van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden ‘in titel III van de wet van … betreffende de
toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”;
4° in de bepaling onder g), worden de woorden “over-
eenkomstig boek II, titel III, van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II,
hoofdstuk III, afdeling I van de wet van …”;
a) le 3° est remplacé par ce qui suit:
“3° “la fourniture:
— pour son propre compte, des services d’investis-
sement visés à l’article 2, 1°, de la loi du …, et, pour
le compte de tiers, de tels services d’investissement
autres que les services d’investissement visés à l’article
4, 1°, et,
— pour son propre compte, des services auxiliaires
visés à l’article 2, 2°, de la loi du ….
En outre, un courtier en services bancaires et en
services d’investissement ne peut pas servir d’intermé-
diaire en matière de services auxiliaires visés à l’article
2, 2°, 1) de la loi du …”.
b) dans le 4°, les mots “articles 137 à 139bis de la loi
sur les services d’investissement” sont remplacés par
les mots “articles 102 et 103 de la loi …”.
Art. 140
Dans l’article 56, alinéa 1er de la loi du 16 juin 2006 re-
lative aux offres publiques d’instruments de placement
et aux admissions d’instruments de placement à la
négociation sur des marchés réglementés, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le b), les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit” sont
remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse”;
2° dans le e), les mots “au livre II, titre II, de la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement” sont remplacés par les mots
“au livre XII, titre II de la loi du 25 avril 2014”;
3° dans le f), les mots “au livre II, titre II, de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre III de
la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation
de services d’investissement et au statut et au contrôle
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement”;
4° dans le g), les mots “en vertu du livre II, titre III, de
la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en
vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du …”;
107
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
5° in de bepaling onder h), worden de woorden “over-
eenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II,
hoofdstuk III, afdeling III van de wet van …”;
6° in de bepaling onder i), worden de woorden “krach-
tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II,
titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van
de wet van …”.
Art. 141
In artikel 68bis, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 avril 2014, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
b) in de bepaling onder 4° worden de woorden “als
bedoeld in artikel 47 van de wet van 6 april 1995 in-
zake het statuut van en het toezicht op de beleggings-
ondernemingen, voor de deposito’s ontvangen overeen-
komstig artikel 77, § 1, tweede lid, van de voornoemde
wet” vervangen door de woorden “als bedoeld in artikel
1, § 3, tweede lid van de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beurs vennootschappen, voor de deposito’s ontvangen
overeenkomstig artikel 533 van de voornoemde wet”;
c) in de bepaling onder 5° worden de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beurs vennootschappen”.
Art. 142
In artikel 25 van de wet van 27 oktober 2006 betref-
fende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensi-
oenvoorziening, vervangen bij de wet van 25 april 2014,
worden de woorden “wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen is
van toepassing” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre-
dietinstellingen en beurs vennootschappen”.
5° dans le h), les mots “conformément au livre II,
titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les
mots “conformément au titre II, chapitre III, section III
de la loi du …”;
6° dans le i) les mots “en vertu des arrêtés pris en
exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont
remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III,
section IV de la loi du …”.
Art. 141
Dans l’article 68bis, alinéa 1er de la même loi, modifi é
en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi ca-
tions suivantes sont apportées:
a) dans le 1°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit”
sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse”;
b) dans le 4°, les mots “visées à l’article 47 de la loi
du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement, pour les dépôts reçus confor-
mément à l’article 77, § 1er, alinéa 2, de la loi précitée”
sont remplacés par les mots “visées à l’article 1er, § 3,
alinéa 2 de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit et des sociétés de
bourse, pour les dépôts reçus conformément à l’article
533 de la loi précitée”;
c) dans le 5°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit”
sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse”.
Art. 142
Dans l’article 25 de la loi du 27 octobre 2006 relative
au contrôle des institutions de retraite professionnelle,
remplacé par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi du
25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des éta-
blissements de crédit” sont remplacés par les mots “loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
108
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 143
In artikel 10, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de
openbare overname biedingen, gewijzigd bij de wet
van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) in de bepaling onder 2° worden de woorden “wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
b) in de bepaling onder 5° worden de woor-
den “bedoeld in boek II, titel II van de wet van
6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op
de beleggings ondernemingen, de bemiddelaars en
beleggingsadviseurs” vervangen door de woorden
“bedoeld in boek XII, titel II van de voornoemde wet
van 25 april 2014”;
c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden
“overeenkomstig boek II, titel III van de voornoemde
wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden
“overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling I van de
wet van … betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies”;
d) in de bepaling onder 7° worden de woorden “over-
eenkomstig boek II, titel IV van de voornoemde wet van
6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkom-
stig titel II, hoofdstuk III, afdeling III van de voornoemde
wet van …”;
e) in de bepaling onder 8° worden de woorden “krach-
tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II, titel
IV van de voornoemde wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling
IV van de voornoemde wet van …”.
Art. 144
Artikelen 117 en 119 van het koninklijk besluit van
27 april 2007 tot omzetting van de Europese richtlijn
betreffende de markten voor fi nanciële instrumenten
worden opgeheven.
Art. 145
Artikel 120 van hetzelfde koninklijk besluit wordt
vervangen als volgt:
Art. 143
Dans l’article 10, § 1er de la loi du 1er avril 2007 rela-
tive aux offres publiques d’acquisition, modifi é par la
loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont
apportées:
a) dans le 2°, les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit” sont
remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse”;
b) dans le 5°, les mots “visées au livre II, titre II, de
la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises
d’investissement et à leur contrôle, aux intermé-
diaires et conseillers en placements” sont remplacés
par les mots “visées au livre XII, titre II de la loi du
25 avril 2014 précitée”;
c) dans le 6°, les mots “conformément au livre II, titre
III, de la loi du 6 avril 1995 précitée” sont remplacés par
les mots “conformément au titre II, chapitre III, section Ire
de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation
de services d’investissement et au statut et au contrôle
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement “;
d) dans le 7°, les mots “conformément au livre II, titre
IV, de la loi du 6 avril 1995 précitée” sont remplacés par
les mots “conformément au titre II, chapitre III, section
III de la loi précitée du …”;
e) dans le 8°, les mots “en vertu des arrêtés pris en
exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995 pré-
citée” sont remplacés par les mots “en vertu du titre II,
chapitre III, section IV de la loi précitée du …”.
Art. 144
Les articles 117 et 119 de l’arrêté royal du 27 avril 2007
visant à transposer la directive européenne concernant
les marchés d’instruments fi nanciers sont abrogés.
Art. 145
L’article 120 du même arrêté royal est remplacé par
ce qui suit:
109
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“Art. 120. Artikel 12, § 1, 3° van dezelfde wet, ge-
wijzigd bij de wet van …, wordt aangevuld met twee
leden, luidende:
“Een makelaar in bank- en beleggingsdiensten kan
bovendien in afwijking van het eerste lid, voor eigen
rekening diensten van beleggingsadvies aanbieden
bedoeld in artikel 2, 1°, 5) van de wet van …, met be-
trekking tot effecten en rechten van deelneming in een
instelling voor collectieve belegging.
De Koning kan specifi eke organisatorische regels
evenals gedragsregels opleggen aan de makelaars in
bank- en beleggingsdiensten die voor eigen rekening
diensten van beleggingsadvies aanbieden.””.
Art. 146
Artikel 40, § 1, van de wet van 21 december 2009 op
het statuut van de betalingsinstellingen en van de in-
stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het
bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit
van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot
betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van
27 november 2012, wordt aangevuld met een vierde
lid, luidende:
“Artikel 21, § 7, eerste lid, is van toepassing op de
betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die hun
werkzaamheden in België verrichten via bijkantoren.
De betalingsinstellingen als bedoeld in artikel 39 die in
België deviezenverrichtingen uitvoeren als bedoeld in
artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies, via bijkantoren,
worden, wat de uitvoering van deviezenverrichtingen
betreft, echter op de lijst van de in België geregistreerde
wisselkantoren opgenomen met de vermelding “beta-
lingsinstelling die werkzaamheden verricht als bedoeld
in artikel 103 van de wet van ... betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Daartoe
stellen de betrokken betalingsinstellingen de FSMA
ervan in kennis dat zij dergelijke deviezenverrichtingen
uitvoeren.”.
Art. 147
In artikel 48, § 1, van dezelfde wet wordt het tweede
lid vervangen als volgt:
“Art. 120. L’article 12, § 1er, 3° de la même loi, modifi é
par la loi du …, est complété par deux alinéas rédigés
comme suit:
“En outre, un courtier en services bancaires et en
services d’investissement peut, par dérogation à l’ali-
néa 1er, offrir pour son propre compte des services de
conseil en investissement visés à l’article 2, 1°, 5), de
la loi du …, concernant des valeurs mobilières et des
parts d’organismes de placement collectif.
Le Roi peut imposer des règles d’organisation spéci-
fi ques ainsi que des règles de conduite aux courtiers en
services bancaires et en services d’investissement qui
offrent pour leur propre compte des services de conseil
en investissement.””.
Art. 146
L’article 40, § 1er de la loi du 21 décembre 2009 rela-
tive au statut des établissements de paiements et des
établissements de monnaie électronique, à l’accès
à l’activité de prestataire de services de paiement,
à l’activité d’émission de monnaie électronique et à
l’accès aux systèmes de paiement, modifi é en dernier
lieu par la loi du 27 novembre 2012, est complété par
un quatrième alinéa rédigé comme suit:
“L’article 21, § 7, alinéa 1er est applicable aux établis-
sements de paiement visés à l’article 39 qui exercent
leur activité en Belgique par la voie de succursales.
Toutefois, les établissements de paiement visés à
l’article 39 qui exercent en Belgique une activité d’opé-
rations sur devises visés à l’article 103 de la loi du ...
relative à l’accès à l’activité de prestation de services
d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés
de gestion de portefeuille et de conseil en investis-
sement, par la voie de succursales sont, pour ce qui
concerne cette activité, repris dans la liste des bureaux
de change enregistrés en Belgique avec la mention “éta-
blissement de paiement exerçant des activités visées
l’article 103 de la loi du ... relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”. A cet effet, les éta-
blissements de paiement concernés notifi ent la FSMA
l’exercice de cette activité d’opérations sur devises. “.
Art. 147
Dans l’article 48, § 1er, de la même loi, l’alinéa 2 est
remplacé par l’alinéa suivant:
110
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“De Bank kan deze rechtspersonen niet vrijstellen
van de toepassing van de artikelen 21, paragrafen 1 tot
6 en 8, en 22.”.
Art. 148
In artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betref-
fende de instellingen voor collectieve belegging die
voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG
en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen,
laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 39° worden de woorden “in
boek II, titel II tot en met IV, van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “in titel II van de wet van …”;
2° in de bepaling onder 47° worden de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden
“de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
3° de bepaling onder 48° wordt vervangen als volgt:
“48° wet van …: de wet van … betreffende de toe-
gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 149
In artikel 42, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd
bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden “artikel
46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van ….
Art. 150
In artikel 50, § 2, 3° van dezelfde wet worden de
woorden “die onder de wet van 6 april 1995 vallen”
vervangen door de woorden “die onder boek XII van
de wet van 25 april 2014 vallen”.
Art. 151
In artikel 71, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
“La Banque ne peut exempter ces personnes morales
de l’application des articles 21, paragraphes 1er à 6 et
8 et 22. “.
Art. 148
Dans l’article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux
organismes de placement collectif qui répondent aux
conditions de la Directive 2009/65/CE et aux organismes
de placement en créances, modifi é en dernier lieu par
la loi du 13 mars 2006, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° dans le 39°, les mots “au livre II, titres II à IV, de
la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au
titre II de la loi du …”;
2° dans le 47°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit”
sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse”;
3° le 48° est remplacé par ce qui suit:
“48° loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
Art. 149
Dans l’article 42, § 1er, 4°, a) de la même loi, modifi é
par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la
loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article
2, 1°, 4 de la loi du …”.
Art. 150
Dans l’article 50, § 2, 3°, de la même loi, les mots “qui
sont assujetties à la loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “qui sont assujetties au livre XII de la loi
du 25 avril 2014”.
Art. 151
Dans l’article 71, alinéa 1er de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations
suivantes sont apportées:
111
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° in de bepaling onder e) worden de woorden “in
boek II, titel II, van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “in boek XII, titel II van de wet van
25 april 2014”;
2° in de bepaling onder f) worden de woorden “in boek
II, titel II van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “in titel III van de wet van …”;
3° in de bepaling onder g) worden de woorden “over-
eenkomstig boek II, titel III van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II,
hoofdstuk III, afdeling I van de wet van …”;
4° in de bepaling onder h) worden de woorden “over-
eenkomstig boek II, titel IV, van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “overeenkomstig titel II,
hoofdstuk III, afdeling III van de wet van …”;
5° in de bepaling onder i) worden de woorden “krach-
tens de besluiten genomen ter uitvoering van boek II,
titel IV, van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “krachtens titel II, hoofdstuk III, afdeling IV van
de wet van …”.
Art. 152
In artikel 85, § 2 en 154, § 2, tweede lid, van dezelfde
wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de
woorden “artikel 53 van de wet van 6 april 1995” telkens
vervangen door de woorden “artikel 7, tweede lid, a) van
de wet van …”.
Art. 153
In artikel 187 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet
van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden “als
bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van
6 april 1995 die over een vergunning beschikken om de
beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4 van de
wet van 6 april 1995 te verrichten” vervangen door de
woorden “als bedoeld in titel II van de wet van … die over
een vergunning beschikken om de beleggingsdiensten
bedoeld in artikel 2, 1°, 4 van de wet van … te verrichten”;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden “artikel
46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”.
1° dans le e), les mots “au livre II, titre II, de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au livre XII,
titre II de la loi du 25 avril 2014”;
2° dans le f), les mots “au livre II, titre II, de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre III de
la loi du …”;
3° dans le g), les mots “en vertu du livre II, titre III, de
la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en
vertu du titre II, chapitre III, section Ire de la loi du …”;
4° dans le h), les mots “au livre II, titre IV, de la loi
du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “au titre II,
chapitre III, section III de la loi du …”;
5° dans le i), les mots “en vertu des arrêtés pris en
exécution du livre II, titre IV, de la loi du 6 avril 1995” sont
remplacés par les mots “en vertu du titre II, chapitre III,
section IV de la loi du …”.
Art. 152
Dans les articles 85, § 2 et 154, § 2, alinéa 2, de la
même loi, modifi és par la loi du 25 avril 2014, les mots
“l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont chaque fois
remplacés par les mots “l’article 7, alinéa 2, a) de la
loi du …”.
Art. 153
Dans l’article 187 de la même loi, modifi é par la
loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont
apportées:
a) dans le 1°, les mots “visées au livre II, titres II à IV,
de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir
les services d’investissement visés à l’article 46, 1°,
4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“visées au titre II de la loi du …, qui sont autorisées à
fournir les services d’investissement visés à l’article 2,
1°, 4 de la loi du …”;
b) dans le 2°, les mots “article 46, 1°, 4 de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “article 2, 1°,
4 de la loi du …”.
112
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 154
In artikel 202, § 1, 4°, a) van dezelfde wet, gewijzigd
bij de wet van 19 april 2014,worden de woorden “artikel
46, 1°, 4 van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”.
Art. 155
In artikel 205 van dezelfde wet worden de woorden
“titel V van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “titel IV van de wet van …”.
Art. 156
In artikel 221, eerste lid van dezelfde wet, gewijzigd
bij de wet van 19 april 2014, worden de woorden “Artikel
62bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “Artikel 26 van de wet van …”.
Art. 157
In artikel 241 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 2° worden de woorden
“artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “artikel 60 van de wet van …”;
2° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden
“artikel 95 van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “aan de Onderafdeling I van Afdeling IV van
Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet, artikel
59 van de wet van …”;
3° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden
“artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “van de Onderafdeling II van Afdeling
IV van Boek XII, titel II, Hoofdstuk III van dezelfde wet,
artikel 60 van de wet van …”.
Art. 158
In artikel 5, 51° van de wet van 4 april 2014 betref-
fende de verzekeringen, vervangen bij de wet van
26 oktober 2015, worden de woorden “de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre-
dietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen”.
Art. 154
Dans l’article 202, § 1er, 4°, a) de la même loi, modi-
fi é par la loi du 19 avril 2014, les mots “l’article 46, 1°,
4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“l’article 2, 1°, 4 de la loi du …”.
Art. 155
Dans l’article 205 de la même loi, les mots “titre V
de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“titre IV de la loi du …”.
Art. 156
Dans l’article 221, alinéa 1er de la même loi, modifi é
par la loi du 19 avril 2014, les mots “L’article 62bis de la
loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “L’article
26 de la loi du …”.
Art. 157
Dans l’article 241 de la même loi, modifi é en dernier
lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots
“l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “l’article 60 de la loi du …”;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots “de
l’article 95 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par
les mots “aux dispositions de la Sous-section Ire de la
Section IV du Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même
loi, de l’article 59 de la loi du …”;
3° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “de
l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “de la Sous-section II de la Section IV du
Livre XII, Titre II, Chapitre III de la même loi, de l’article
60 de la loi du …”.
Art. 158
Dans l’article 5, 51° de la loi du 4 avril 2014 relative
aux assurances, remplacé par la loi du 26 octobre 2015,
les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
contrôle des établissements de crédit” sont remplacés
par les mots “la loi du 25 avril 2014 relative au statut et
au contrôle des établissements de crédit et des sociétés
de bourse”.
113
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 159
In artikel 3 van de wet van 19 april 2014 betreffende
de alternatieve instellingen voor collectieve belegging
en hun beheerders worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in de bepaling onder 75° worden de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
2° de bepaling onder 76° wordt vervangen als volgt:
“76° wet van …: de wet van … betreffende de toe-
gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 160
In artikel 33, eerste lid van dezelfde wet worden de woor-
den “artikel 62bis van de wet van 6 april 1995”vervangen
door de woorden “artikel 26 van de wet van …”.
Art. 161
In artikel 35 van dezelfde wet worden de woorden
“titel V van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “titel IV van de wet van …”.
Art. 162
In artikel 108, § 3, van dezelfde wet worden de woor-
den “wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden
“wet van …”.
Art. 163
In artikel 209, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet
worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van
6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°,
4 van de wet van …”.
Art. 164
In artikel 248, § 2, eerste lid van dezelfde wet worden
de woorden “artikel 53 van de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “artikel 7, tweede lid, a)
van de wet van …”.
Art. 159
Dans l’article 3 de la loi du 19 avril 2014 relative
aux organismes de placement collectif alternatifs et à
leurs gestionnaires, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° dans le 75°, les mots “la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit”
sont remplacés par les mots “la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse”;
2° le 76° est remplacé par ce qui suit:
“76° “loi du …: la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
Art. 160
Dans l’article 33, alinéa 1er de la même loi, les mots
“l’article 62bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “l’article 26 de la loi du …”.
Art. 161
Dans l’article 35 de la même loi, les mots “titre V de
la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “titre
IV de la loi du …”.
Art. 162
Dans l’article 108, § 3, de la même loi, les mots “loi
du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “loi du …”.
Art. 163
Dans l’article 209, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même
loi, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995”
sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la
loi du …”.
Art. 164
Dans l’article 248, § 2, alinéa 1er de la même loi, les
mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont rempla-
cés par les mots “l’article 7, alinéa 2, a) de la loi du …”.
114
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 165
In artikel 307 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “als
bedoeld in boek II, titel II tot en met IV van de wet van
6 april 1995 die over een vergunning beschikken om
de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 46, 1°, 4, van
de wet van 6 april 1995 te verrichten” vervangen door
de woorden “als bedoeld in titel II van de wet va… die
over een vergunning beschikken om de beleggings-
diensten bedoeld in artikel 2, 1°, 4, van de wet van … te
verrichten”;
2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “artikel
46, 1°, 4, van de wet van 6 april 1995” vervangen door
de woorden “artikel 2, 1°, 4 van de wet van …”.
Art. 166
In artikel 320, § 1, eerste lid, 2°, a) van dezelfde wet
worden de woorden “artikel 46, 1°, 4, van de wet van
6 april 1995” vervangen door de woorden “artikel 2, 1°,
4 van de wet van …”.
Art. 167
In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a) in het eerste lid, 2° worden de woorden “artikel
95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “artikel 60 van de wet van …”;
b) in het tweede lid worden de woorden “artikel 95 van
de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden
“aan de bepalingen van onderafdeling I van de afdeling
IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet,
artikel 59 van de wet van …”;
2° in paragraaf 5, eerste lid worden de woorden
“artikel 95bis van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “van de onderafdeling II van afdeling
IV van boek XII, titel II, hoofdstuk III van dezelfde wet,
artikel 60 van de wet van …”.
Art. 165
Dans l’article 307 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le 1°, les mots “visées au livre II, titres II à IV,
de la loi du 6 avril 1995, qui sont autorisées à fournir
les services d’investissement visés à l’article 46, 1°,
4 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“visées au titre II de la loi du …, qui sont autorisées à
fournir les services d’investissement visés à l’article 2,
1°, 4 de la loi du …”;
2° dans le 2°, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 2,
1°, 4 de la loi du …”.
Art. 166
Dans l’article 320, § 1er, alinéa 1er, 2°, a) de la même
loi, les mots “l’article 46, 1°, 4 de la loi du 6 avril 1995”
sont remplacés par les mots “l’article 2, 1°, 4 de la
loi du …”.
Art. 167
Dans l’article 345 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifi cations suivantes
sont apportées:
a) dans l’alinéa 1er, 2°, les mots “l’article 95bis de la
loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article
60 de la loi du …”;
b) dans l’alinéa 2, les mots “de l’article 95 de la loi
du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “aux dis-
positions de la sous-section Ire de la section IV du livre
XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l’article 59 de
la loi du …”;
2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots “de
l’article 95bis de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “de la sous-section II de la section IV du
livre XII, titre II, chapitre III de la même loi, de l’article
60 de la loi du …”.
115
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 168
In de artikelen I. 9, 71° en 82°, XV. 57/1, eerste lid,
en XV. 67/3, § 1, eerste en tweede lid, en § 2, eerste
lid van het Wetboek van economisch recht, worden de
woorden “wet van 25 april 2014 op het statuut van en
het toezicht op de kredietinstellingen” telkens vervan-
gen door de woorden “wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen “.
Art. 169
In artikel I. 9 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij
de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 29 juni 2016, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in de bepaling onder 2°, a) worden de woorden
“artikel 1, tweede lid, van de wet van 22 maart 1993 op
het statuut en het toezicht op de kredietinstellingen”
vervangen door de woorden “artikel 1, § 3, eerste lid van
de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”;
2° de bepaling onder 83° wordt vervangen als volgt:
“83° wet van …: wet van … betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 170
In artikel III. 25, tweede lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de
woorden “de wet van 22 maart 1993 op het statuut van
en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen
door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen”.
Art. 171
In artikel III.95, § 1, van hetzelfde Wetboek, inge-
voegd bij de wet van 17 juli 2013, worden de woorden
“die vallen onder de wet van 22 maart 1993 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
de beleggings ondernemingen die vallen onder de wet
van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het
statuut van en het toezicht op de beleggingsonder-
nemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs”
vervangen door de woorden “die vallen onder de wet
Art. 168
Dans les articles I. 9, 71° et 82°, XV. 57/1, alinéa 1er, et
XV. 67/3, § 1er, alinéas 1er et 2, et § 2, alinéa 1er du Code
de droit économique, les mots “loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de
crédit” sont chaque fois remplacés par les mots “loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
Art. 169
Dans l’article I. 9 du même Code, inséré par la loi
du 19 avril 2014 et modifi é en dernier lieu par la loi du
29 juin 2016, les modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans le 2°, a) les mots “l’article 1er, alinéa 2, de la
loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit” sont remplacés par les mots
“l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse”;
2° le 83° est remplacé par ce qui suit:
“83° loi du …: loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
Art. 170
Dans l’article III. 25, alinéa 2, du même Code,
inséré par la loi du 17 juillet 2013, les mots “la loi du
22 mars 1993 relative au statut et contrôle des établis-
sements de crédit” sont remplacés par les mots “la loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
Art. 171
Dans l’article III. 95, § 1er du même Code, inséré
par la loi du 17 juillet 2013, les mots “assujettis à la
loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit, ainsi qu’aux entreprises
d’investissement soumises à la loi du 6 avril 1995 rela-
tive aux marchés secondaires, au statut des entreprises
d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et
conseillers en placements” sont remplacés par les mots
“soumis à la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au
116
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen en de
beleggingsondernemingen die vallen onder de wet van
… betreffende de toegang tot het beleggingsdiensten-
bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht
op de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies”.
Art. 172
In artikel VI. 55, § 1, 4°, b) van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden
de woorden “de wet van 22 maart 1993 op het statuut
van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervan-
gen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen”.
Art. 173
In artikel VII. 3, § 3, 5° van hetzelfde Wetboek, gewij-
zigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden
“in de wet van 6 april 1995 of met een kredietinstelling
bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
waarbij een belegger transacties kan verrichten op
één of meer van de fi nanciële instrumenten bedoeld
in artikel 2, 1°, van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “in de wet van … of met een krediet-
instelling bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid van de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen waarbij
een belegger transacties kan verrichten op één of meer
van de fi nanciële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°,
van de wet van 2 augustus 2002”.
Art. 174
In artikel VII. 173 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd
bij de wet van 19 april 2014 en laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 13 maart 2016, worden de woorden “artikel
53 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “artikel 7 van de wet van …”.
Art. 175
In artikel VII. 176, § 3, 2° van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij
de wet van 26 oktober 2015, worden de woorden “arti-
kel 53 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “artikel 13, § 3, van de wet van …”.
contrôle des établissements de crédit et des sociétés
de bourse, ainsi qu’aux entreprises d’investissement
soumises à la loi du … relative à l’accès à l’activité de
prestation de services d’investissement et au statut et
au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement”.
Art. 172
Dans l’article VI. 55, § 1er, 4°, b) du même Code,
inséré par la loi du 21 décembre 2013, les mots “la loi
du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit” sont remplacés par les mots
“la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
Art. 173
Dans l’article VII. 3, § 3, 5° du même Code, modifi é
par la loi du 26 octobre 2015, les mots “par la loi du
6 avril 1995 ou avec un établissement de crédit visé à
l’article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut
et au contrôle des établissements de crédit, aux fi ns de
permettre à un investisseur d’effectuer une transaction
liée à au moins un des instruments fi nanciers visés à
l’article 2, 1°, de loi du 6 avril 1995” sont remplacés
par les mots “par la loi du … ou avec un établissement
de crédit visé à l’ article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du
25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établis-
sements de crédit et des sociétés de bourse, aux fi ns de
permettre à un investisseur d’effectuer une transaction
liée à au moins un des instruments fi nanciers visés à
l’article 2, 1°, de loi du 2 août 2002”.
Art. 174
Dans l’article VII.173 du même Code, inséré par
la loi du 19 avril 2014 et modifi é en dernier lieu par la
loi du 13 mars 2016, les mots “l’article 53 de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 7 de
la loi du …”.
Art. 175
Dans l’article VII. 176, § 3, 2° du même Code, inséré
par la loi du 17 avril 2014 et modifi é par la loi 26 octobre
2015, les mots “l’article 53 de la loi du 6 avril 1995” sont
remplacés par les mots “l’article 13, § 3, de la loi du …”.
117
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 176
In artikel XI. 248, § 3, tweede lid, van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wor-
den de woorden “in de artikelen 13 en 65 van de wet
van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “in
de artikelen 14 en 312 van de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen “.
Art. 177
In artikel XI. 250, tweede lid, 2°, van hetzelfde
Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014, wor-
den de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt:
“a) artikel 107 van de wet van … betreffende de toe-
gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;
b) de artikelen 348 en 349 van de wet van 25 april
2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstel-
lingen en beursvennoot schappen; “.
Art. 178
In artikel 4, 3° van de wet van 25 april 2014 inzake het
statuut van en het toezicht op de onafhankelijk fi nancieel
planners en inzake het verstrekken van raad over fi nan-
ciële planning door gereglementeerde ondernemingen
en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen
en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toe-
zicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° onder de bepaling a) worden de woorden “wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen” vervangen door de woorden “wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennoot schappen”;
2° onder de bepaling b) worden de woorden “arti-
kel 44 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen”
vervangen door de woorden ‘artikel 3 van de wet van
… betreffende de toegang tot het beleggingsdiensten-
bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht
op de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies”.
Art. 176
Dans l’article XI. 248, § 3, alinéa 2, du même Code,
inséré par la loi du 19 avril 2014, les mots “aux articles
13 et 65 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et
au contrôle des établissements de crédit” sont rem-
placés par les mots “aux articles 14 et 312 de la loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
Art. 177
Dans l’article XI. 250, alinéa 2, 2°, du même Code,
inséré par la loi du 19 avril 2014, les a) et b) sont rem-
placés par ce qui suit:
“a) à l’article 107 de la loi du … relative à l’accès à
l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement;
b) aux articles 348 et 349 de la loi du 25 avril 2014 re-
lative au statut et au contrôle des établissements de
crédit et des sociétés de bourse;”.
Art. 178
Dans l’article 4, 3° de la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des planifi cateurs fi nanciers
indépendants et à la fourniture de consultations en pla-
nifi cation par des entreprises réglementées et modifi ant
le Code des sociétés et la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers, les modifi cations suivantes sont apportées:
1° dans le a), les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit” sont
remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse “;
2° dans le b), les mots “l’article 44 de la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement” sont remplacés par les mots
“l’article 3 de la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
118
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 179
In artikel 12, § 2, van dezelfde wet worden de woorden
“wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden
“wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennoot schappen”.
Art. 180
In artikel 18, § 1, van dezelfde wet worden de woorden
“artikel 46, 9° van de wet van 6 april 1995 inzake het
statuut van en het toezicht op de beleggingsonderne-
mingen” vervangen door de woorden “artikel 2, 9° van
de wet van … betreffende de toegang tot het beleg-
gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en
het toezicht op de vennootschappen voor vermogens-
beheer en beleggingsadvies”.
Art. 181
In artikel 22, § 2, 4° van dezelfde wet worden de
woorden “als bedoeld in de artikelen 137 en 139 van
de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het
toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen
door de woorden “als bedoeld in de artikelen 102 en
103 van de wet van … betreffende de toegang tot het
beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut
van en het toezicht op de vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 182
In artikel 26, § 2, eerste lid, d) van dezelfde wet
worden de woorden “als bedoeld in artikel 46, 9°, van
de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het
toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen
door de woorden “als bedoeld in artikel 2, 9°, van de
wet van … betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies”.
Art. 183
In artikel 2, 37° van de wet van 12 mei 2014 betref-
fende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen
worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” ver-
vangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennoot schappen”.
Art. 179
Dans l’article 12, § 2, de la même loi, les mots “loi
du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit” sont remplacés par les mots
“loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse “.
Art. 180
Dans l’article 18, § 1er de la même loi, les mots “l’ar-
ticle 46, 9° de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et
au contrôle des entreprises d’investissement” sont rem-
placés par les mots “l’article 2, 9° de la loi du … relative
à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves-
tissement et au statut et au contrôle des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement”.
Art. 181
Dans l’article 22, § 2, 4° de la même loi, les mots
“visée aux articles 137 et 139 de la loi du 6 avril 1995 re-
lative au statut et au contrôle des entreprises d’investis-
sement” sont remplacés par les mots “visée aux articles
102 et 103 de la loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”.
Art. 182
Dans l’article 26, § 2, alinéa 1er, d) de la même loi, les
mots “visés à l’article 46, 9°, de la loi du 6 avril 1995 rela-
tive au statut et au contrôle des entreprises d’investisse-
ment” sont remplacés par les mots “visés à l’article 2, 9°
de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation
de services d’investissement et au statut et au contrôle
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement”.
Art. 183
Dans l’article 2, 37° de la loi du 12 mai 2014 relative
aux sociétés immobilières réglementées, les mots “la
loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit” sont remplacés par les mots
“la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit et des sociétés de bourse”.
119
2060/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 184
De Koning kan de verwijzingen aanpassen in an-
dere wetgevingen, waarin wordt verwezen naar wet-
telijke bepalingen die zijn opgenomen in de wet van
6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op
de beleggingsondernemingen of de uitvoeringsbeslui-
ten ervan, om ze in overeenstemming te brengen met
de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan
genomen besluiten en reglementen.
HOOFDSTUK 3
Opheffingsbepalingen
Art. 185
De wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en
het toezicht op de beleggingsondernemingen wordt
opgeheven.
Art. 186
Het koninklijk besluit van 20 december 1995 betref-
fende de buitenlandse beleggingsondernemingen wordt
opgeheven.
Art. 187
Het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming
van de grenzen waarbinnen de kredietinstellingen en
beleggingsondernemingen aandelen en deelnemingen
mogen bezitten, wordt opgeheven.
Art. 188
Het koninklijk besluit van 29 januari 1999 tot aan-
wijzing van de beleggingsondernemingen die moeten
deelnemen aan een collectieve beschermingsregeling
voor fi nanciële instrumenten, wordt opgeheven.
Art. 184
Le Roi peut adapter les références contenues dans
d’autres législations qui renvoient à des dispositions
légales fi gurant dans la loi du 6 avril 1995 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’investissement
ou de ses arrêtés d’exécution pour les mettre en concor-
dance avec les dispositions de la présente loi ou de ses
arrêtés et règlements d’exécution.
CHAPITRE 3
Dispositions abrogatoires
Art. 185
La loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle
des entreprises d’investissement est abrogée.
Art. 186
L’arrêté royal du 20 décembre 1995 relatif aux entre-
prises d’investissement étrangères est abrogé.
Art. 187
L’arrêté royal du 17 juin 1996 majorant les limites dans
lesquelles les établissements de crédit et les entreprises
d’investissement peuvent détenir des droits d’associés
et des participations est abrogé.
Art. 188
L’arrêté royal du 29 janvier 1999 désignant les entre-
prises d’investissement tenues de participer à un sys-
tème collectif de protection des instruments fi nanciers
est abrogé.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale