Document 54K2058/003

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2058 Verslag 🌐 NL

Inhoud

VERSLAG RAPPORT 4861 DOC 54 2058/003 DOC 54 2058/003 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 14 oktober 2016 14 octobre 2016 NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING UITGEBRACHT DOOR DE HEER Ahmed LAAOUEJ FAIT AU NOM DE LA COMMISSION DES FINANCES ET DU BUDGET PAR M. Ahmed LAAOUEJ PROJET DE LOI WETSONTWERP op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen Wetsontwerp op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen voor wat betreft bepaalde versnelde procedures voor beroep bij de Raad van State Wetsontwerp betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies Wetsontwerp tot wijziging van artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten teneinde het beroep te regelen dat kan worden ingesteld tegen bepaalde beslissingen van de FSMA, genomen krachtens de wet van ... betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogens beheer en beleggingsadvies relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant des dispositions diverses Projet de loi relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse en ce qui concerne certaines procédures de recours accélérées auprès du Conseil d’État Projet de loi relatif à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement Projet de loi modifiant l’article 122 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers en vue de régler les recours contre certaines décisions prises par la FSMA en vertu de la loi du ... relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement 2 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Onafh./Indép. : Onafhankelijk / Indépendant 3 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 INHOUD SOMMAIRE Blz. Pages I. Procedure ......................................................................4 II. Inleidende uiteenzetting door de heer Johan Van Overtveldt, minister van Financiën, belast met Bestrijding van Fiscale Fraude ......................................4 III. Bespreking .....................................................................6 A. Vragen en opmerkingen van de leden ...................6 B. Antwoorden van de minister ...................................7 IV. Stemmingen ..................................................................9 I. Procédure ......................................................................4 II. Exposé introductif de M. Johan Van Overtveldt, ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fi scale .............................................................4 III. Discussion .....................................................................6 A. Questions et observations des membres ..............6 B. Réponses du ministre .............................................7 IV. Votes ..............................................................................9 Voir: Doc 54 2058/ (2015/2016): 001: Projet de loi. 002: Annexes. Doc 54 2059/ (2015/2016): 001: Projet de loi. 002: Rapport. 003: Texte adopté par la commission. Doc 54 2060/ (2015/2016): 001: Projet de loi. Doc 54 2061/ (2015/2016): 001: Projet de loi. 002: Rapport. 003: Texte adopté par la commission. Zie: Doc 54 2058/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. 002: Bijlagen. Doc 54 2059/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. 002: Verslag. 003 Tekst aangenomen door de commissie. Doc 54 2060/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. Doc 54 2061/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. 002: Verslag. 003 Tekst aangenomen door de commissie. 4 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 I. — PROCEDURE Uw commissie heeft deze wetsontwerpen besproken tijdens haar vergadering van 4 oktober 2016. Gelet op de samenhang van de wetsontwerpen DOC 54 2058/1 en 2058/2, 54 2059/1, 54 2060/1 en 54 2061/1, heeft de commissie beslist om deze samen te bespreken, met dien verstande dat de rapporteur één enkel verslag zal uitbrengen over de bespreking van de wetsontwerpen. II. — INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE HEER JOHAN VAN OVERTVELDT, MINISTER VAN FINANCIËN, BELAST MET BESTRIJDING VAN FISCALE FRAUDE De heer Johan Van Overtveldt, minister van Financiën, belast met Bestrijding van Fiscale Fraude verklaart dat deze vier wetsontwerpen, resulterend uit een intensieve samenwerking met de NBB en de FSMA, samen be- schouwd dienen te worden in het kader van de actua- lisering van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen. De minister geeft aan dat de wet van 6 april 1995 tot dusver de volgende materies voor alle beleggingson- dernemingen reglementeert: — de toegang tot de uitoefening van beleggingsac- tiviteiten; overeenkomstig Europese teksten (de zoge- naamde “MiFID richtlijn”), worden deze activiteiten aan de beleggingsondernemingen en aan de kredietinstel- lingen voorbehouden; — de vergunningsprocedure en voorwaarden, de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en het toezicht op de beleggingsondernemingen, en — de beschermingsregelingen voor beleggers. Daarnaast regelt de wet van 6 april 1995 eveneens de toegang tot de deviezenhandel. De minister preciseert tevens dat in Belgisch recht steeds een onderscheid gemaakt is tussen verschillende categorieën van beleggingsonderne- mingen. Sinds 2007  bestaan twee categorieën van beleggingsondernemingen: (i) de beursvennootschappen, die alle beleggings- diensten mogen verstrekken, en I. — PROCÉDURE Votre commission a examiné ces projets de loi au cours de sa réunion du 4 octobre 2016. Compte tenu de la connexité entre les projets de loi DOC. nos 2058/1 et 2, 54 2059/1, 54 2060/1, et 54 2061/1, la commission a décidé de les examiner conjointement, étant entendu que le rapporteur ne rendra qu’un seul rapport sur la discussion des projets de loi. II. — EXPOSÉ INTRODUCTIF DE M. JOHAN VAN OVERTVELDT, MINISTRE DES FINANCES, CHARGÉ DE LA LUTTE CONTRE LA FRAUDE FISCALE M. Johan Van Overtveldt, ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fi scale déclare que ces quatre projets de loi à l’examen résultant d’une collaboration intensive avec la BNB et la FSMA, doivent être considérés conjointement dans le cadre de l’actua- lisation de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement. Le ministre affirme que jusqu’à présent la loi du 6 avril 1995 réglemente les matières suivantes pour toutes les entreprises d’investissement: — l’accès à l’exercice d’activités d’investissement. Conformément aux textes européens (la “directive MiFID”), ces activités sont réservées aux entreprises d’investissement et établissements de crédit; — la procédure et les conditions d’agrément, les conditions d’exercice de l’activité et le contrôle des entreprises d’investissement; et — les systèmes de protection des investisseurs. Par ailleurs, la loi du 6 avril 1995 règle également l’accès au commerce des devises. Le ministre précise également que le droit belge a toujours établi une distinction entre différentes catégo- ries de sociétés d’investissement. Depuis 2007, il existe deux catégories de sociétés d’investissement: (i) les sociétés de bourse qui peuvent offrir tous les services d’investissement et 5 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 (ii) de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, waarvan de vergunning tot bepaalde beleggingsdiensten beperkt is. Omdat die categorieën van beleggingsondernemin- gen een verschillend risicoprofi el hebben, heeft de wet- gever er, bij de zogenaamde “Twin Peaks”-hervorming, voor geopteerd het prudentieel toezicht op die onder- nemingen aan twee verschillende toezichthouders toe te vertrouwen. Gelet op de gelijkenis van de activiteiten van de beursvennootschappen met de activiteiten van zaken- banken, werd het prudentieel toezicht op de beursven- nootschappen aan de Nationale Bank van België (NBB) toevertrouwd. De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) oefent het prudentieel toezicht uit op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, die geen fondsen of fi nanciële instru- menten voor rekening van cliënten mogen aanhouden. Het toezicht op dat soort van beleggingsonderneming is immers in hoofdzaak gericht op de naleving van de gedragsregels ten aanzien van de cliënten. In aansluiting op die indeling van de beleggingsonder- nemingen volgens hun risicoprofi el is de actualisering van de wet van 6 april 1995 broodnodig in het licht van: — enerzijds het in voege treden van de “Richtlijn CRD IV”, en — anderzijds de “Richtlijn BRRD” (of “Richtlijn 2014/59/EU”). Om dit efficiënt te regelen, werd besloten om een specifi eke titel op te laten nemen in de “bankenwet” van 25 april 2014, gewijd aan het statuut van en het toezicht op de beursvennootschappen. Dit wordt gerealiseerd met het wetsontwerp op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepa- lingen (DOC 54 2058/001). De minister geeft aan dat het wetsontwerp op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen voor wat betreft bepaalde versnelde procedures voor beroep bij de Raad van State (DOC 54 2059/001) in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de NBB de nodige aanpassingen aanbrengt in de verwijzingen, ingevolge de actualisering van de wet van 6 april 1995, zoals hier voorgelegd. Bijgevolg moest de wet van 6  april  1995  worden aangepast om het toepassingsgebied ervan te beper- ken tot, enerzijds, de regels over de toegang tot de ii) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement dont la licence est limitée à certains services d’investissement. Dans la mesure où le profi l de risque de ces caté- gories d’entreprises d’investissement est différent, le législateur a décidé, lors de la réforme ‘Twin Peaks’, de confi er le contrôle prudentiel de ces sociétés à deux autorités de contrôle différentes. Compte tenu de la similarité des activités des sociétés de bourse avec les activités des banques d’affaires, le contrôle prudentiel des sociétés de bourse a été confi é à la Banque Nationale de Belgique (BNB). L’Autorité des services et marchés fi nanciers (FSMA) quant à elle assure le contrôle prudentiel des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement qui ne peuvent détenir de fonds ou d’instruments fi nanciers pour le compte de clients. Le contrôle de ce type de société d’investissement repose principalement sur le respect des règles de conduite par rapport aux clients. En référence à la classification des entreprises d’investissement conformément à leur profi l de risque, l’actualisation de la loi du 6 avril 1995 est indispensable à la lumière: — d’une part, l’entrée en vigueur de la directive CRD IV; et — d’autre part, de la Directive BRRD (ou “Directive 2014/59/UE”). Afi n d’arriver à un règlement efficace, il a été décidé de faire enregistrer un titre spécifi que dans la “loi ban- caire” du 25 avril 2014, consacrée au statut et au contrôle des sociétés de bourse. Ceci est réalisé avec le projet de loi relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant des dispositions diverses (DOC 54 2058/001). Le ministre indique que le projet de loi relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse en ce qui concerne certaines procédures de recours accélérées auprès du Conseil d’État (DOC 54 2059/001) apporte, dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, les modifi cations rendues nécessaires, en termes de références, à la suite de l’actualisation de la loi du 6 avril 1995 comme indiqué précédemment. Par conséquent, la loi du 6 avril 1995 devait être adap- tée afi n d’en limiter le champ d’application, d’une part aux règles concernant l’accès à l’activité de prestation 6 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 activiteit met betrekking tot de verstrekking van beleg- gingsdiensten die gelden voor beide categorieën van beleggingsondernemingen (en dus ook voor de beurs- vennootschappen) en, anderzijds, de specifi eke regels over het prudentieel toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Dat is het doel van het wetsontwerp betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermo- gensbeheer en beleggingsadvies (DOC 54 2060/001). Deze nieuwe wet zal dus nu enkel de bevoegdheden van de FSMA betreffen. Gelet op de talrijke wijzigingen van de jongste twintig jaar aan de wet van 6 april 1995, waaronder structurele veranderingen, en gelet op de weerslag van belangrijke Europese richtlijnen (zoals MiFID, CRD IV en FICOD I), wijst de minister erop dat het wetgevingstechnisch beter zou zijn de wet van 6 april 1995 integraal te vervangen. Die keuze zou de samenhang en de bevattelijkheid van de teksten ten goede komen. Toch werden veel bepa- lingen van de wet van 6 april 1995 overgenomen, soms met enkele wijzigingen of louter technische correcties. Het wetsontwerp tot wijziging van artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten ten- einde het beroep te regelen dat kan worden ingesteld tegen bepaalde beslissingen van de FSMA, genomen krachtens de wet van … (DOC 54 2061/001) brengt aan artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 de nodige aanpassingen aan in de verwijzingen, ingevolge de opheffing van de wet van 6 april 1995 en de vervanging ervan door het wetsontwerp betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor ver- mogensbeheer en beleggingsadvies. Artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 betreft de beroepen vóór de Raad van de State tegen bepaalde door de FSMA genomen beslissingen. III. — BESPREKING A. Vragen en opmerkingen van de leden De heer Ahmed Laaouej (PS) vraagt dat de minister de belangrijkste wijzigingen en verbeteringen aangeeft die de aanneming van deze vier wetsontwerpen zal meebrengen, in het bijzonder inzake prudentieel toe- zicht. Welke zijn, met andere woorden, de concrete maatregelen die in de toekomst onethisch gedrag zullen helpen voorkomen en er aldus toe bijdragen dat de fi - nanciële sector in het algemeen opnieuw correct werkt? de services d’investissement valables pour les deux catégories d’entreprises d’investissement (et donc également pour les sociétés de bourse) et, d’autre part, aux règles spécifi ques relatives au contrôle prudentiel des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Tel est l’objet du projet de loi relatif à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves- tissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement (DOC 54 2060/001). Cette nouvelle loi ne concernera que les compétences de la FSMA. Compte tenu des nombreuses modifi cations appor- tées ces vingt dernières années à la loi du 6 avril 1995, dont des modifi cations structurelles, et compte tenu de l’impact d’importantes directives européennes telles que MIFID, CRD IV, FICOD I, le ministre souligne qu’il est plus opportun, d’un point de vue légistique, de rem- placer intégralement la loi du 6 avril 1995. Ce choix pro- fi te à la cohérence et à la lisibilité des textes. Un grand nombre des dispositions de la loi du 6 avril 1995 ont néanmoins été reprises, parfois avec quelques modifi - cations ou corrections de nature purement technique. Le projet de loi modifi ant l’article 122 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nan- cier et aux services fi nanciers en vue de régler les recours contre certaines décisions prises par la FSMA en vertu de la loi du … (DOC 54 2061/001) apporte à l’article 122 de la loi du 2 août 2002, les modifi cations rendues nécessaires, en termes de références, à la suite de l’abrogation de la loi du 6 avril 1995 et de son remplacement par la loi relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. L’article 122 de la loi du 2 août 2002 concerne les recours auprès du Conseil d’État contre certaines déci- sions prises par la FSMA. III. — DISCUSSION A. Questions et observations des membres M. Ahmed Laaouej (PS) souhaite que le ministre pré- cise les principales modifi cations et améliorations que vont engendrer l’adoption de ces 4 projets de loi, plus particulièrement en matière de contrôle prudentiel. En d’autres termes, quelles sont les mesures concrètes qui permettront à l’avenir de prévenir des comportements contraires à l’éthique et d’assainir ainsi le secteur fi nan- cier en général. 7 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De heer Benoît Dispa (cdH) begrijpt dat de voor- noemde wetsontwerpen ertoe strekken Richtlijn 2013/36/EU en Richtlijn 2014/54/EU om te zetten in het Belgisch recht. Die richtlijnen waren evenwel eerder al gedeeltelijk omgezet in ons recht. Het lid vraagt zich dan ook af of de ter bespreking voorliggende wetsontwerpen de laatste stap zijn in het omzettingsproces, dan wel of nog andere wetsontwerpen zullen worden ingediend. Voorts vraagt het lid of het wel relevant is in het Belgisch recht een onderscheid te maken tussen twee categorieën van beleggingsondernemingen: de beurs- vennootschappen, enerzijds, en de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, ander- zijds. De heer Dispa vindt dat dit onderscheid, dat niet bestaat in het Europees recht, het Belgisch recht op dat punt nodeloos ingewikkeld kan maken. Waarom die ondernemingscategorieën niet eenvormig maken, nu de Richtlijnen 2013/36/EU en 2014/54/EU worden omgezet? Ook wenst het lid nadere informatie over het aantal beursvennootschappen dat in België actief is. In verband met het wetsontwerp betreffende de toe- gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies (DOC 54 2060/001), stelt het lid vast dat de Raad van State een kritische opmerking heeft gemaakt omtrent de aan de FSMA verleende machtiging (artikel 25) en omtrent de bevoegdheid van de FSMA om afwijkingen toe te staan of vrijstelling van toepassing van de wet te verlenen (artikel 27): “uit rechtskundig oogpunt [kan] niet worden gedoogd dat in sommige artikelen van het ontwerp, inzonderheid in artikel 95, §  7, de toezichthoudende overheden bevoegd worden gemaakt om af te wijken van toekomstige koninklijke besluiten of reglementen voordat de wetgever de inhoud ervan kent en kan oordelen over de noodzaak om ervan af te wijken of om een overheid bevoegd te maken om zulks te doen. De voornoemde teksten behoren bijgevolg grondig te worden herzien” (DOC 54 2060/001, blz. 147). Gelet op de opmerkingen van de Raad van State stelt de heer Dispa zich vragen bij de rechtszekerheid van de handelingen die de FSMA zal stellen, inzonderheid bij de uitoefening van zijn afwijkingsbevoegdheid. Hoe ziet de minister dit? B. Antwoorden van de minister De minister benadrukt eerst en vooral dat de voorlig- gende wetsontwerpen heel wat elementen bevatten die tot doel hebben de regelgeving betreffende het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en ven- nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings- advies in haar geheel te verbeteren. De minister wijst er M. Benoît Dispa (cdH) comprend que les projets de loi précités visent à assurer la transposition en droit belge des directives 2013/36/UE et 2014/54/UE. Toutefois, ces directives avaient déjà fait l’objet de transpositions partielles en droit belge. Aussi, le membre demande si les projets de loi à l’examen fi nalisent le processus de transposition ou s’il faut encore s’attendre au dépôt d’autres projets de loi. Le membre s’interroge également sur la pertinence en droit belge de la distinction entre deux catégories d’entreprises d’investissement: d’une part, les sociétés de bourse et, d’autre part, les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. Il considère que cette distinction, qui n’existe pas en droit européen, peut générer une complexité inutile dans notre droit. N’aurait-il pas été opportun d’uniformiser ces catégo- ries d’entreprises à l’occasion de la transposition des directives 2013/36/UE et 2014/54/UE. Par ailleurs, le membre souhaite des précisions quant au nombre de sociétés de bourse actives en Belgique. En ce qui concerne le projet de loi relatif à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement (DOC 54 2060/001), le membre relève que le Conseil d’État a émis une critique quant à l’habilitation accordée à la FSMA (art.25) et a son pouvoir de déroger ou d’accorder des dispenses d’application de la loi (art.27): “Il est juri- diquement inadmissible qu’en certains articles, notam- ment l’article 95, §  7, du projet de loi, celui-ci attribue aux autorités de contrôle le pouvoir de déroger à des arrêtés royaux ou à des règlements futurs avant que le législateur n’en connaisse la substance et puisse juger de la nécessité d’y déroger ou d’habiliter une autorité à le faire. En conséquence, les textes précités doivent être fondamentalement revus” (DOC 54 2060/001, p.147). Compte tenu des remarques du Conseil d’État, le membre s’interroge quant à la sécurité juridique des actes qui seront posés par la FSMA, plus particulière- ment lors de l’exercice de son pouvoir de dérogation. Qu’en est-il? B. Réponses du ministre Le ministre souligne tout d’abord que les projets de loi à l’examen contiennent de nombreux éléments qui visent à améliorer l’ensemble des réglementations relatives au statut et au contrôle des sociétés de bourse et des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement. En outre, le ministre précise que le 8 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voorts op dat de procedure inzake de omzetting van de desbetreffende Europese richtlijnen nog niet voltooid is; het onderdeel inzake de depositogarantiestelsels moet immers nog worden omgezet. In verband met het onderscheid tussen enerzijds de beursvennootschappen en anderzijds de vennoot- schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, bevestigt de minister dat in de Europese richtlijnen daar geen bezwaar tegen wordt gemaakt, ook al bestaat dat onderscheid niet in het Europees recht. De minister geeft aan dat er in België een twintigtal beursvennootschappen actief zijn (vier grote en een vijftiental kleine). Wat tot slot de opmerking betreft die de Raad van State heeft gemaakt bij de artikelen 25 en 27 van het wetsontwerp betreffende de toegang tot het beleggings- dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies (DOC 54 2060/001), brengt de minister de volgende verduidelijkingen aan: — artikel 25 strekt ertoe te verduidelijken dat de ven- nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings- advies onder andere moeten beschikken over een be- leidsstructuur, een administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en de beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking en een interne controle, die geëigend zijn voor de acti- viteiten die ze uitoefenen of willen uitoefenen. Hetzelfde artikel voorziet er voorts in dat de FSMA de voornoemde begrippen en functies nader kan omschrijven, hetzij via een bij koninklijk besluit goedgekeurd reglement, hetzij bij middel van omzendbrieven. In een context die voortdurend verandert, moet de FSMA evenwel kunnen beschikken over de nodige fl exibiliteit om de inhoud van die begrippen te verduidelijken en aan te passen mid- dels instrumenten waarin al is voorzien bij de organieke wet op de FSMA; — hoewel artikel 27, §  5, bepaalt dat in “bijzondere gevallen de FSMA binnen de perken van de Europese wetgeving afwijkingen [kan] toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen regle- menten”, herinnert de minister eraan dat de FSMA al sinds meerdere jaren beschikt over die bevoegdheid. In casu moet ervan worden uitgegaan dat de woorden “bijzondere gevallen” volstaan als raamwerk voor de uitoefening van dat prerogatief aangezien het onmoge- lijk is op voorhand alle gevallen te beschrijven waarin de FSMA haar afwijkingsbevoegdheid zou kunnen aanwenden. processus de transposition des directives européennes en la matière n’est pas encore achevé puisque le volet “Systèmes de garantie des dépôts” doit encore être transposé. En ce qui concerne la distinction entre les sociétés de bourse d’une part et les sociétés de gestion de por- tefeuille et de conseil en investissement, d’autre part, le ministre confi rme que les directives européennes ne s’opposent pas à cette distinction même si celle-ci n’existe pas en droit européen. Sur le nombre de sociétés de bourse actives en Belgique, le ministre indique qu’il en existe une vingtaine (4 de grande taille et une quinzaine de plus petite taille). Enfi n, en ce qui concerne les remarques formulées par le Conseil d’État aux articles 25 et 27 du projet de loi relatif à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des socié- tés de gestion de portefeuille et de conseil en inves- tissement (DOC 54 2060/001), le ministre apporte les précisions suivantes: — l’article 25 tend à préciser que les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement doivent disposer entre autres d’une structure de ges- tion, d’une organisation administrative et comptable, de mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine informatique et d’un contrôle interne, appropriés aux activités qu’elles exercent ou entendent exercer. Le même article prévoit par ailleurs que la FSMA peut préciser les notions et fonctions précitées soit par voie de règlement approuvé par arrêté-royal soit par voie de circulaires. Or, dans un environnement en évolution constante, il importe que la FSMA puisse disposer de la fl exibilité nécessaire pour préciser et adapter le contenu de ces notions par des outils qui sont déjà prévus par la loi organique de la FSMA; — si l’article 27 §  5 énonce que “La FSMA peut, dans des cas spéciaux, autoriser, dans les limites de la législation européenne, des dérogations aux dispo- sitions des règlements pris par application du présent article”, le ministre rappelle que la FSMA dispose déjà de ce pouvoir depuis de nombreuses années. Les termes “cas spéciaux” doivent en l’espèce être consi- dérés comme suffisants pour encadrer l’exercice de cette prérogative puisqu’il est impossible de décrire par avance l’ensemble des cas hypothétiques dans lesquels la FSMA pourrait user de son pouvoir de dérogation. 9 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 IV. — STEMMINGEN 1. Wetsontwerp DOC 54 2058/001 Artikelen 1 tot 120 Over de artikelen 1 tot 120 worden geen opmerkingen gemaakt. Artikel 1 wordt eenparig aangenomen. De artikelen 2 tot 61 worden achtereenvolgens aan- genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Het opschrift van titel II, de artikelen 384/2  tot 384/6 van de wet van 25 april 2014 en het geheel van het artikel 62 worden aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. De artikelen 63 tot 71 worden achtereenvolgens aan- genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Het opschrift van boek XII, de artikelen 486  tot 622 van de wet van 25 april 2014 en het geheel van het artikel 72 worden aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. De artikelen 73 tot 120 worden achtereenvolgens aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. 2. Wetsontwerp DOC 54 2059/001 Artikelen 1 tot 3 Over de artikelen 1 tot 3 worden geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 1 tot 3 worden achtereenvolgens aange- nomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. IV. — VOTES 1. Projet de loi n° 54 2058/001 Articles 1er à 120 Les articles 1er à 120  ne donnent lieu à aucune observation. L’article 1er est adopté à l’unanimité Les articles 2 à 61 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. L’intitulé du titre II, les articles 384/2 à 384/6 de la loi du 25 avril 2014 et l’ensemble de l’article 62 sont adoptés par 10 voix et 3 abstentions. Les articles 63 à 71 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. Le titre du livre XII, les articles 486 à 622 de la loi du 25 avril et l’ensemble de l’article 72 sont adoptés par 10 voix et 3 abstentions. Les articles 73 à 120 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor- rections d’ordre légistique, est également adopté par 10 voix et 3 abstentions. 2. Projet de loi n° 54 2059/001 Articles 1er à 3 Les articles 1er à 3  ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 1 à 3 sont successivement adoptés par 11 voix et 2 abstentions. L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor- rections d’ordre légistique, est également adopté par 11 voix et 2 abstentions. 10 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 3. Wetsontwerp DOC 54 2060/001 Artikelen 1 tot 188 Over de artikelen 1 tot 188 worden geen opmerkin- gen gemaakt, behalve over de artikelen 25 en 27 (zie III. Bespreking) De artikelen 1 tot 188 worden achtereenvolgens aan- genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen. 4. Wetsontwerp DOC 54 2061/001 Artikelen 1 tot 3 Over de artikelen 1 tot 3 worden geen opmerkingen gemaakt. De artikelen 1 tot 3 worden achtereenvolgens aange- nomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen. De rapporteur, De voorzitter, Ahmed LAAOUEJ Eric VAN ROMPUY Bepalingen die een uitvoeringsmaatregel vereisen (artikel 78.2 van het Reglement van de Kamer): 1. Wetsontwerp DOC 2058/001: — met toepassing van artikel 105 van de Grondwet: artikelen 65 en 72 —met toepassing van artikel 108 van de Grondwet: nihil 2. Wetsontwerp DOC 2059/001: — met toepassing van artikel 105 van de Grondwet: nihil — met toepassing van artikel 108 van de Grondwet: nihil 3. Projet de loi n° 54 2060/001 Articles 1er à 188 A l’exception des articles 25 et 27, les articles 1er à 188  ne donnent lieu à aucune observation (voir III. Discussion). Les articles 1er à 188 sont successivement adoptés par 10 voix et 3 abstentions. L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor- rections d’ordre légistique, est également adopté par 10 voix et 3 abstentions. 4. Projet de loi n° 54 2061/001 Articles 1er à 3 Les articles 1er à 3  ne donnent lieu à aucune observation. Les articles 1 à 3 sont successivement adoptés par 11 voix et 2 abstentions. L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor- rections d’ordre légistique, est également adopté par 11 voix et 2 abstentions. Le rapporteur, Le président, Ahmed LAAOUEJ Eric VAN ROMPUY Dispositions nécessitant une mesure d’exécution (art.78, 2, du Règlement de la Chambre): 1. Projet de loi DOC 2058/001: — en application de l’article 105 de la Constitution: articles 65 et 72 — en application de l’article 108 de la Constitution: nihil 2. Projet de loi DOC 2059/001: — en application de l’article 105 de la Constitution: nihil — en application de l’article 108 de la Constitution: nihil 11 2058/003 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 3. Wetsontwerp DOC 2060/001: — met toepassing van artikel 105 van de Grondwet: art. 5, art. 59, § 2, tweede en negende lid en § 4, eerste lid, art. 60, § 2, zevende en tiende lid, art. 97, vierde lid, art. 99, art. 101,art. 103, vijfde lid en art. 184. — met toepassing van artikel 108 van de Grondwet: nihil 4. Wetsontwerp DOC 2061/001: — met toepassing van artikel 105 van de Grondwet: nihil — met toepassing van artikel 108 van de Grondwet: nihil 3. Projet de loi DOC 2060/001: — en application de l’article 105 de la Constitution: art. 5, art. 59, § 2, alinéas 2 et 9 et § 4, alinéa 1er, art. 60, § 2, alinéas 7 et 10, art. 97, alinéa 4, art.99, art. 101, art. 103, alinéa 5 et art. 184. — en application de l’article 108 de la Constitution: nihil 4. Projet de loi DOC 2061/001: — en application de l’article 105 de la Constitution: nihil — en application de l’article 108 de la Constitution: nihil Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot