Inhoud
VERSLAG
RAPPORT
4861
DOC 54 2058/003
DOC 54 2058/003
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
14 oktober 2016
14 octobre 2016
NAMENS DE COMMISSIE
VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING
UITGEBRACHT DOOR
DE HEER Ahmed LAAOUEJ
FAIT AU NOM DE LA COMMISSION
DES FINANCES ET DU BUDGET
PAR
M. Ahmed LAAOUEJ
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
op het statuut van en het toezicht
op beursvennootschappen en
houdende diverse bepalingen
Wetsontwerp op het statuut van en het
toezicht op beursvennootschappen voor
wat betreft bepaalde versnelde procedures
voor beroep bij de Raad van State
Wetsontwerp betreffende de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en
betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies
Wetsontwerp tot wijziging van artikel
122 van de wet van 2 augustus 2002
betreffende het toezicht op de financiële
sector en de financiële diensten teneinde
het beroep te regelen dat kan worden
ingesteld tegen bepaalde beslissingen van
de FSMA, genomen krachtens de wet van ...
betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut
van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogens beheer en beleggingsadvies
relatif au statut et au contrôle
des sociétés de bourse et portant
des dispositions diverses
Projet de loi relatif au statut et au
contrôle des sociétés de bourse en ce qui
concerne certaines procédures de recours
accélérées auprès du Conseil d’État
Projet de loi relatif à l’accès
à l’activité de prestation de services
d’investissement et au statut et au contrôle
des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement
Projet de loi modifiant l’article 122
de la loi du 2 août 2002 relative à
la surveillance du secteur financier
et aux services financiers en vue de
régler les recours contre certaines
décisions prises par la FSMA en vertu
de la loi du ... relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés
de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement
2
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Onafh./Indép.
:
Onafhankelijk / Indépendant
3
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
INHOUD
SOMMAIRE
Blz.
Pages
I. Procedure ......................................................................4
II. Inleidende uiteenzetting door de heer Johan Van
Overtveldt, minister van Financiën, belast met
Bestrijding van Fiscale Fraude ......................................4
III. Bespreking .....................................................................6
A. Vragen en opmerkingen van de leden ...................6
B. Antwoorden van de minister ...................................7
IV. Stemmingen ..................................................................9
I. Procédure ......................................................................4
II. Exposé introductif de M. Johan Van Overtveldt,
ministre des Finances, chargé de la Lutte contre
la fraude fi scale .............................................................4
III. Discussion .....................................................................6
A. Questions et observations des membres ..............6
B. Réponses du ministre .............................................7
IV. Votes ..............................................................................9
Voir:
Doc 54 2058/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
002:
Annexes.
Doc 54 2059/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
002:
Rapport.
003:
Texte adopté par la commission.
Doc 54 2060/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
Doc 54 2061/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
002:
Rapport.
003:
Texte adopté par la commission.
Zie:
Doc 54 2058/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
002:
Bijlagen.
Doc 54 2059/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
002:
Verslag.
003
Tekst aangenomen door de commissie.
Doc 54 2060/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
Doc 54 2061/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
002:
Verslag.
003
Tekst aangenomen door de commissie.
4
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
I. — PROCEDURE
Uw commissie heeft deze wetsontwerpen besproken
tijdens haar vergadering van 4 oktober 2016.
Gelet op de samenhang van de wetsontwerpen
DOC 54 2058/1 en 2058/2, 54 2059/1, 54 2060/1 en
54 2061/1, heeft de commissie beslist om deze samen
te bespreken, met dien verstande dat de rapporteur één
enkel verslag zal uitbrengen over de bespreking van de
wetsontwerpen.
II. — INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR
DE HEER JOHAN VAN OVERTVELDT,
MINISTER VAN FINANCIËN, BELAST MET
BESTRIJDING VAN FISCALE FRAUDE
De heer Johan Van Overtveldt, minister van Financiën,
belast met Bestrijding van Fiscale Fraude verklaart dat
deze vier wetsontwerpen, resulterend uit een intensieve
samenwerking met de NBB en de FSMA, samen be-
schouwd dienen te worden in het kader van de actua-
lisering van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut
van en het toezicht op de beleggingsondernemingen.
De minister geeft aan dat de wet van 6 april 1995 tot
dusver de volgende materies voor alle beleggingson-
dernemingen reglementeert:
— de toegang tot de uitoefening van beleggingsac-
tiviteiten; overeenkomstig Europese teksten (de zoge-
naamde “MiFID richtlijn”), worden deze activiteiten aan
de beleggingsondernemingen en aan de kredietinstel-
lingen voorbehouden;
— de vergunningsprocedure en voorwaarden, de
bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en het toezicht op de
beleggingsondernemingen, en
— de beschermingsregelingen voor beleggers.
Daarnaast regelt de wet van 6 april 1995 eveneens
de toegang tot de deviezenhandel.
De minister preciseert tevens dat in Belgisch
recht steeds een onderscheid gemaakt is tussen
verschillende categorieën van beleggingsonderne-
mingen. Sinds 2007 bestaan twee categorieën van
beleggingsondernemingen:
(i) de beursvennootschappen, die alle beleggings-
diensten mogen verstrekken, en
I. — PROCÉDURE
Votre commission a examiné ces projets de loi au
cours de sa réunion du 4 octobre 2016.
Compte tenu de la connexité entre les projets de loi
DOC. nos 2058/1 et 2, 54 2059/1, 54 2060/1, et 54 2061/1,
la commission a décidé de les examiner conjointement,
étant entendu que le rapporteur ne rendra qu’un seul
rapport sur la discussion des projets de loi.
II. — EXPOSÉ INTRODUCTIF DE M. JOHAN
VAN OVERTVELDT, MINISTRE DES
FINANCES, CHARGÉ DE LA LUTTE
CONTRE LA FRAUDE FISCALE
M. Johan Van Overtveldt, ministre des Finances,
chargé de la Lutte contre la fraude fi scale déclare que
ces quatre projets de loi à l’examen résultant d’une
collaboration intensive avec la BNB et la FSMA, doivent
être considérés conjointement dans le cadre de l’actua-
lisation de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au
contrôle des entreprises d’investissement.
Le ministre affirme que jusqu’à présent la loi du
6 avril 1995 réglemente les matières suivantes pour
toutes les entreprises d’investissement:
— l’accès à l’exercice d’activités d’investissement.
Conformément aux textes européens (la “directive
MiFID”), ces activités sont réservées aux entreprises
d’investissement et établissements de crédit;
— la procédure et les conditions d’agrément, les
conditions d’exercice de l’activité et le contrôle des
entreprises d’investissement; et
— les systèmes de protection des investisseurs.
Par ailleurs, la loi du 6 avril 1995 règle également
l’accès au commerce des devises.
Le ministre précise également que le droit belge a
toujours établi une distinction entre différentes catégo-
ries de sociétés d’investissement. Depuis 2007, il existe
deux catégories de sociétés d’investissement:
(i) les sociétés de bourse qui peuvent offrir tous les
services d’investissement et
5
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
(ii) de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, waarvan de vergunning tot bepaalde
beleggingsdiensten beperkt is.
Omdat die categorieën van beleggingsondernemin-
gen een verschillend risicoprofi el hebben, heeft de wet-
gever er, bij de zogenaamde “Twin Peaks”-hervorming,
voor geopteerd het prudentieel toezicht op die onder-
nemingen aan twee verschillende toezichthouders toe
te vertrouwen.
Gelet op de gelijkenis van de activiteiten van de
beursvennootschappen met de activiteiten van zaken-
banken, werd het prudentieel toezicht op de beursven-
nootschappen aan de Nationale Bank van België (NBB)
toevertrouwd. De Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten (FSMA) oefent het prudentieel toezicht uit
op de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies, die geen fondsen of fi nanciële instru-
menten voor rekening van cliënten mogen aanhouden.
Het toezicht op dat soort van beleggingsonderneming
is immers in hoofdzaak gericht op de naleving van de
gedragsregels ten aanzien van de cliënten.
In aansluiting op die indeling van de beleggingsonder-
nemingen volgens hun risicoprofi el is de actualisering
van de wet van 6 april 1995 broodnodig in het licht van:
— enerzijds het in voege treden van de “Richtlijn
CRD IV”, en
— anderzijds de “Richtlijn BRRD” (of “Richtlijn
2014/59/EU”).
Om dit efficiënt te regelen, werd besloten om een
specifi eke titel op te laten nemen in de “bankenwet” van
25 april 2014, gewijd aan het statuut van en het toezicht
op de beursvennootschappen. Dit wordt gerealiseerd
met het wetsontwerp op het statuut van en het toezicht
op beursvennootschappen en houdende diverse bepa-
lingen (DOC 54 2058/001).
De minister geeft aan dat het wetsontwerp op het
statuut van en het toezicht op beursvennootschappen
voor wat betreft bepaalde versnelde procedures voor
beroep bij de Raad van State (DOC 54 2059/001) in de
wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek
statuut van de NBB de nodige aanpassingen aanbrengt
in de verwijzingen, ingevolge de actualisering van de
wet van 6 april 1995, zoals hier voorgelegd.
Bijgevolg moest de wet van 6 april 1995 worden
aangepast om het toepassingsgebied ervan te beper-
ken tot, enerzijds, de regels over de toegang tot de
ii) les sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement dont la licence est limitée à certains
services d’investissement.
Dans la mesure où le profi l de risque de ces caté-
gories d’entreprises d’investissement est différent, le
législateur a décidé, lors de la réforme ‘Twin Peaks’,
de confi er le contrôle prudentiel de ces sociétés à deux
autorités de contrôle différentes.
Compte tenu de la similarité des activités des sociétés
de bourse avec les activités des banques d’affaires, le
contrôle prudentiel des sociétés de bourse a été confi é
à la Banque Nationale de Belgique (BNB). L’Autorité
des services et marchés fi nanciers (FSMA) quant à elle
assure le contrôle prudentiel des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement qui ne
peuvent détenir de fonds ou d’instruments fi nanciers
pour le compte de clients. Le contrôle de ce type de
société d’investissement repose principalement sur le
respect des règles de conduite par rapport aux clients.
En référence à la classification des entreprises
d’investissement conformément à leur profi l de risque,
l’actualisation de la loi du 6 avril 1995 est indispensable
à la lumière:
— d’une part, l’entrée en vigueur de la directive
CRD IV; et
— d’autre part, de la Directive BRRD (ou “Directive
2014/59/UE”).
Afi n d’arriver à un règlement efficace, il a été décidé
de faire enregistrer un titre spécifi que dans la “loi ban-
caire” du 25 avril 2014, consacrée au statut et au contrôle
des sociétés de bourse. Ceci est réalisé avec le projet de
loi relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse
et portant des dispositions diverses (DOC 54 2058/001).
Le ministre indique que le projet de loi relatif au
statut et au contrôle des sociétés de bourse en ce qui
concerne certaines procédures de recours accélérées
auprès du Conseil d’État (DOC 54 2059/001) apporte,
dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique
de la Banque nationale de Belgique, les modifi cations
rendues nécessaires, en termes de références, à la
suite de l’actualisation de la loi du 6 avril 1995 comme
indiqué précédemment.
Par conséquent, la loi du 6 avril 1995 devait être adap-
tée afi n d’en limiter le champ d’application, d’une part
aux règles concernant l’accès à l’activité de prestation
6
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
activiteit met betrekking tot de verstrekking van beleg-
gingsdiensten die gelden voor beide categorieën van
beleggingsondernemingen (en dus ook voor de beurs-
vennootschappen) en, anderzijds, de specifi eke regels
over het prudentieel toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Dat is het
doel van het wetsontwerp betreffende de toegang tot
het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut
van en het toezicht op de vennootschappen voor vermo-
gensbeheer en beleggingsadvies (DOC 54 2060/001).
Deze nieuwe wet zal dus nu enkel de bevoegdheden
van de FSMA betreffen.
Gelet op de talrijke wijzigingen van de jongste twintig
jaar aan de wet van 6 april 1995, waaronder structurele
veranderingen, en gelet op de weerslag van belangrijke
Europese richtlijnen (zoals MiFID, CRD IV en FICOD I),
wijst de minister erop dat het wetgevingstechnisch beter
zou zijn de wet van 6 april 1995 integraal te vervangen.
Die keuze zou de samenhang en de bevattelijkheid van
de teksten ten goede komen. Toch werden veel bepa-
lingen van de wet van 6 april 1995 overgenomen, soms
met enkele wijzigingen of louter technische correcties.
Het wetsontwerp tot wijziging van artikel 122 van
de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten ten-
einde het beroep te regelen dat kan worden ingesteld
tegen bepaalde beslissingen van de FSMA, genomen
krachtens de wet van … (DOC 54 2061/001) brengt aan
artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 de nodige
aanpassingen aan in de verwijzingen, ingevolge de
opheffing van de wet van 6 april 1995 en de vervanging
ervan door het wetsontwerp betreffende de toegang tot
het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut
van en het toezicht op de vennootschappen voor ver-
mogensbeheer en beleggingsadvies.
Artikel 122 van de wet van 2 augustus 2002 betreft
de beroepen vóór de Raad van de State tegen bepaalde
door de FSMA genomen beslissingen.
III. — BESPREKING
A. Vragen en opmerkingen van de leden
De heer Ahmed Laaouej (PS) vraagt dat de minister
de belangrijkste wijzigingen en verbeteringen aangeeft
die de aanneming van deze vier wetsontwerpen zal
meebrengen, in het bijzonder inzake prudentieel toe-
zicht. Welke zijn, met andere woorden, de concrete
maatregelen die in de toekomst onethisch gedrag zullen
helpen voorkomen en er aldus toe bijdragen dat de fi -
nanciële sector in het algemeen opnieuw correct werkt?
de services d’investissement valables pour les deux
catégories d’entreprises d’investissement (et donc
également pour les sociétés de bourse) et, d’autre part,
aux règles spécifi ques relatives au contrôle prudentiel
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement. Tel est l’objet du projet de loi relatif
à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves-
tissement et au statut et au contrôle des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
(DOC 54 2060/001). Cette nouvelle loi ne concernera
que les compétences de la FSMA.
Compte tenu des nombreuses modifi cations appor-
tées ces vingt dernières années à la loi du 6 avril 1995,
dont des modifi cations structurelles, et compte tenu de
l’impact d’importantes directives européennes telles
que MIFID, CRD IV, FICOD I, le ministre souligne qu’il
est plus opportun, d’un point de vue légistique, de rem-
placer intégralement la loi du 6 avril 1995. Ce choix pro-
fi te à la cohérence et à la lisibilité des textes. Un grand
nombre des dispositions de la loi du 6 avril 1995 ont
néanmoins été reprises, parfois avec quelques modifi -
cations ou corrections de nature purement technique.
Le projet de loi modifi ant l’article 122 de la loi du
2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nan-
cier et aux services fi nanciers en vue de régler les
recours contre certaines décisions prises par la FSMA
en vertu de la loi du … (DOC 54 2061/001) apporte à
l’article 122 de la loi du 2 août 2002, les modifi cations
rendues nécessaires, en termes de références, à la
suite de l’abrogation de la loi du 6 avril 1995 et de son
remplacement par la loi relative à l’accès à l’activité de
prestation de services d’investissement et au statut et
au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et
de conseil en investissement.
L’article 122 de la loi du 2 août 2002 concerne les
recours auprès du Conseil d’État contre certaines déci-
sions prises par la FSMA.
III. — DISCUSSION
A. Questions et observations des membres
M. Ahmed Laaouej (PS) souhaite que le ministre pré-
cise les principales modifi cations et améliorations que
vont engendrer l’adoption de ces 4 projets de loi, plus
particulièrement en matière de contrôle prudentiel. En
d’autres termes, quelles sont les mesures concrètes qui
permettront à l’avenir de prévenir des comportements
contraires à l’éthique et d’assainir ainsi le secteur fi nan-
cier en général.
7
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De heer Benoît Dispa (cdH) begrijpt dat de voor-
noemde wetsontwerpen ertoe strekken Richtlijn
2013/36/EU en Richtlijn 2014/54/EU om te zetten in het
Belgisch recht. Die richtlijnen waren evenwel eerder al
gedeeltelijk omgezet in ons recht. Het lid vraagt zich dan
ook af of de ter bespreking voorliggende wetsontwerpen
de laatste stap zijn in het omzettingsproces, dan wel of
nog andere wetsontwerpen zullen worden ingediend.
Voorts vraagt het lid of het wel relevant is in het
Belgisch recht een onderscheid te maken tussen twee
categorieën van beleggingsondernemingen: de beurs-
vennootschappen, enerzijds, en de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, ander-
zijds. De heer Dispa vindt dat dit onderscheid, dat niet
bestaat in het Europees recht, het Belgisch recht op
dat punt nodeloos ingewikkeld kan maken. Waarom
die ondernemingscategorieën niet eenvormig maken,
nu de Richtlijnen 2013/36/EU en 2014/54/EU worden
omgezet? Ook wenst het lid nadere informatie over het
aantal beursvennootschappen dat in België actief is.
In verband met het wetsontwerp betreffende de toe-
gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies (DOC
54 2060/001), stelt het lid vast dat de Raad van State een
kritische opmerking heeft gemaakt omtrent de aan de
FSMA verleende machtiging (artikel 25) en omtrent de
bevoegdheid van de FSMA om afwijkingen toe te staan
of vrijstelling van toepassing van de wet te verlenen
(artikel 27): “uit rechtskundig oogpunt [kan] niet worden
gedoogd dat in sommige artikelen van het ontwerp,
inzonderheid in artikel 95, § 7, de toezichthoudende
overheden bevoegd worden gemaakt om af te wijken
van toekomstige koninklijke besluiten of reglementen
voordat de wetgever de inhoud ervan kent en kan
oordelen over de noodzaak om ervan af te wijken of
om een overheid bevoegd te maken om zulks te doen.
De voornoemde teksten behoren bijgevolg grondig te
worden herzien” (DOC 54 2060/001, blz. 147).
Gelet op de opmerkingen van de Raad van State stelt
de heer Dispa zich vragen bij de rechtszekerheid van
de handelingen die de FSMA zal stellen, inzonderheid
bij de uitoefening van zijn afwijkingsbevoegdheid. Hoe
ziet de minister dit?
B. Antwoorden van de minister
De minister benadrukt eerst en vooral dat de voorlig-
gende wetsontwerpen heel wat elementen bevatten die
tot doel hebben de regelgeving betreffende het statuut
van en het toezicht op beursvennootschappen en ven-
nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings-
advies in haar geheel te verbeteren. De minister wijst er
M. Benoît Dispa (cdH) comprend que les projets de loi
précités visent à assurer la transposition en droit belge
des directives 2013/36/UE et 2014/54/UE. Toutefois,
ces directives avaient déjà fait l’objet de transpositions
partielles en droit belge. Aussi, le membre demande
si les projets de loi à l’examen fi nalisent le processus
de transposition ou s’il faut encore s’attendre au dépôt
d’autres projets de loi.
Le membre s’interroge également sur la pertinence
en droit belge de la distinction entre deux catégories
d’entreprises d’investissement: d’une part, les sociétés
de bourse et, d’autre part, les sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement. Il considère
que cette distinction, qui n’existe pas en droit européen,
peut générer une complexité inutile dans notre droit.
N’aurait-il pas été opportun d’uniformiser ces catégo-
ries d’entreprises à l’occasion de la transposition des
directives 2013/36/UE et 2014/54/UE. Par ailleurs, le
membre souhaite des précisions quant au nombre de
sociétés de bourse actives en Belgique.
En ce qui concerne le projet de loi relatif à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion
de portefeuille et de conseil en investissement (DOC
54 2060/001), le membre relève que le Conseil d’État
a émis une critique quant à l’habilitation accordée à la
FSMA (art.25) et a son pouvoir de déroger ou d’accorder
des dispenses d’application de la loi (art.27): “Il est juri-
diquement inadmissible qu’en certains articles, notam-
ment l’article 95, § 7, du projet de loi, celui-ci attribue
aux autorités de contrôle le pouvoir de déroger à des
arrêtés royaux ou à des règlements futurs avant que le
législateur n’en connaisse la substance et puisse juger
de la nécessité d’y déroger ou d’habiliter une autorité à
le faire. En conséquence, les textes précités doivent être
fondamentalement revus” (DOC 54 2060/001, p.147).
Compte tenu des remarques du Conseil d’État, le
membre s’interroge quant à la sécurité juridique des
actes qui seront posés par la FSMA, plus particulière-
ment lors de l’exercice de son pouvoir de dérogation.
Qu’en est-il?
B. Réponses du ministre
Le ministre souligne tout d’abord que les projets
de loi à l’examen contiennent de nombreux éléments
qui visent à améliorer l’ensemble des réglementations
relatives au statut et au contrôle des sociétés de bourse
et des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil
en investissement. En outre, le ministre précise que le
8
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voorts op dat de procedure inzake de omzetting van de
desbetreffende Europese richtlijnen nog niet voltooid is;
het onderdeel inzake de depositogarantiestelsels moet
immers nog worden omgezet.
In verband met het onderscheid tussen enerzijds
de beursvennootschappen en anderzijds de vennoot-
schappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies,
bevestigt de minister dat in de Europese richtlijnen daar
geen bezwaar tegen wordt gemaakt, ook al bestaat dat
onderscheid niet in het Europees recht.
De minister geeft aan dat er in België een twintigtal
beursvennootschappen actief zijn (vier grote en een
vijftiental kleine).
Wat tot slot de opmerking betreft die de Raad van
State heeft gemaakt bij de artikelen 25 en 27 van het
wetsontwerp betreffende de toegang tot het beleggings-
dienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies (DOC 54 2060/001), brengt de
minister de volgende verduidelijkingen aan:
— artikel 25 strekt ertoe te verduidelijken dat de ven-
nootschappen voor vermogensbeheer en beleggings-
advies onder andere moeten beschikken over een be-
leidsstructuur, een administratieve en boekhoudkundige
organisatie, controle- en de beveiligingsmaatregelen
met betrekking tot de elektronische informatieverwerking
en een interne controle, die geëigend zijn voor de acti-
viteiten die ze uitoefenen of willen uitoefenen. Hetzelfde
artikel voorziet er voorts in dat de FSMA de voornoemde
begrippen en functies nader kan omschrijven, hetzij
via een bij koninklijk besluit goedgekeurd reglement,
hetzij bij middel van omzendbrieven. In een context die
voortdurend verandert, moet de FSMA evenwel kunnen
beschikken over de nodige fl exibiliteit om de inhoud van
die begrippen te verduidelijken en aan te passen mid-
dels instrumenten waarin al is voorzien bij de organieke
wet op de FSMA;
— hoewel artikel 27, § 5, bepaalt dat in “bijzondere
gevallen de FSMA binnen de perken van de Europese
wetgeving afwijkingen [kan] toestaan van de bepalingen
van de met toepassing van dit artikel genomen regle-
menten”, herinnert de minister eraan dat de FSMA al
sinds meerdere jaren beschikt over die bevoegdheid.
In casu moet ervan worden uitgegaan dat de woorden
“bijzondere gevallen” volstaan als raamwerk voor de
uitoefening van dat prerogatief aangezien het onmoge-
lijk is op voorhand alle gevallen te beschrijven waarin
de FSMA haar afwijkingsbevoegdheid zou kunnen
aanwenden.
processus de transposition des directives européennes
en la matière n’est pas encore achevé puisque le volet
“Systèmes de garantie des dépôts” doit encore être
transposé.
En ce qui concerne la distinction entre les sociétés
de bourse d’une part et les sociétés de gestion de por-
tefeuille et de conseil en investissement, d’autre part,
le ministre confi rme que les directives européennes
ne s’opposent pas à cette distinction même si celle-ci
n’existe pas en droit européen.
Sur le nombre de sociétés de bourse actives en
Belgique, le ministre indique qu’il en existe une vingtaine
(4 de grande taille et une quinzaine de plus petite taille).
Enfi n, en ce qui concerne les remarques formulées
par le Conseil d’État aux articles 25 et 27 du projet de
loi relatif à l’accès à l’activité de prestation de services
d’investissement et au statut et au contrôle des socié-
tés de gestion de portefeuille et de conseil en inves-
tissement (DOC 54 2060/001), le ministre apporte les
précisions suivantes:
— l’article 25 tend à préciser que les sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement
doivent disposer entre autres d’une structure de ges-
tion, d’une organisation administrative et comptable, de
mécanismes de contrôle et de sécurité dans le domaine
informatique et d’un contrôle interne, appropriés aux
activités qu’elles exercent ou entendent exercer. Le
même article prévoit par ailleurs que la FSMA peut
préciser les notions et fonctions précitées soit par voie
de règlement approuvé par arrêté-royal soit par voie
de circulaires. Or, dans un environnement en évolution
constante, il importe que la FSMA puisse disposer de la
fl exibilité nécessaire pour préciser et adapter le contenu
de ces notions par des outils qui sont déjà prévus par
la loi organique de la FSMA;
— si l’article 27 § 5 énonce que “La FSMA peut,
dans des cas spéciaux, autoriser, dans les limites de
la législation européenne, des dérogations aux dispo-
sitions des règlements pris par application du présent
article”, le ministre rappelle que la FSMA dispose déjà
de ce pouvoir depuis de nombreuses années. Les
termes “cas spéciaux” doivent en l’espèce être consi-
dérés comme suffisants pour encadrer l’exercice de
cette prérogative puisqu’il est impossible de décrire par
avance l’ensemble des cas hypothétiques dans lesquels
la FSMA pourrait user de son pouvoir de dérogation.
9
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
IV. — STEMMINGEN
1. Wetsontwerp DOC 54 2058/001
Artikelen 1 tot 120
Over de artikelen 1 tot 120 worden geen opmerkingen
gemaakt.
Artikel 1 wordt eenparig aangenomen.
De artikelen 2 tot 61 worden achtereenvolgens aan-
genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
Het opschrift van titel II, de artikelen 384/2 tot
384/6 van de wet van 25 april 2014 en het geheel van
het artikel 62 worden aangenomen met 10 stemmen en
3 onthoudingen.
De artikelen 63 tot 71 worden achtereenvolgens aan-
genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
Het opschrift van boek XII, de artikelen 486 tot
622 van de wet van 25 april 2014 en het geheel van
het artikel 72 worden aangenomen met 10 stemmen
en 3 onthoudingen.
De artikelen 73 tot 120 worden achtereenvolgens
aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van
enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens
aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
2. Wetsontwerp DOC 54 2059/001
Artikelen 1 tot 3
Over de artikelen 1 tot 3 worden geen opmerkingen
gemaakt.
De artikelen 1 tot 3 worden achtereenvolgens aange-
nomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen.
Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van
enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens
aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen.
IV. — VOTES
1. Projet de loi n° 54 2058/001
Articles 1er à 120
Les articles 1er à 120 ne donnent lieu à aucune
observation.
L’article 1er est adopté à l’unanimité
Les articles 2 à 61 sont successivement adoptés par
10 voix et 3 abstentions.
L’intitulé du titre II, les articles 384/2 à 384/6 de la
loi du 25 avril 2014 et l’ensemble de l’article 62 sont
adoptés par 10 voix et 3 abstentions.
Les articles 63 à 71 sont successivement adoptés
par 10 voix et 3 abstentions.
Le titre du livre XII, les articles 486 à 622 de la loi du
25 avril et l’ensemble de l’article 72 sont adoptés par
10 voix et 3 abstentions.
Les articles 73 à 120 sont successivement adoptés
par 10 voix et 3 abstentions.
L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor-
rections d’ordre légistique, est également adopté par
10 voix et 3 abstentions.
2. Projet de loi n° 54 2059/001
Articles 1er à 3
Les articles 1er à 3 ne donnent lieu à aucune
observation.
Les articles 1 à 3 sont successivement adoptés par
11 voix et 2 abstentions.
L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor-
rections d’ordre légistique, est également adopté par
11 voix et 2 abstentions.
10
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
3. Wetsontwerp DOC 54 2060/001
Artikelen 1 tot 188
Over de artikelen 1 tot 188 worden geen opmerkin-
gen gemaakt, behalve over de artikelen 25 en 27 (zie
III. Bespreking)
De artikelen 1 tot 188 worden achtereenvolgens aan-
genomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van
enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens
aangenomen met 10 stemmen en 3 onthoudingen.
4. Wetsontwerp DOC 54 2061/001
Artikelen 1 tot 3
Over de artikelen 1 tot 3 worden geen opmerkingen
gemaakt.
De artikelen 1 tot 3 worden achtereenvolgens aange-
nomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen.
Het gehele wetsontwerp wordt, met inbegrip van
enkele wetgevingstechnische verbeteringen, eveneens
aangenomen met 11 stemmen en 2 onthoudingen.
De rapporteur,
De voorzitter,
Ahmed LAAOUEJ
Eric VAN ROMPUY
Bepalingen die een uitvoeringsmaatregel vereisen
(artikel 78.2 van het Reglement van de Kamer):
1. Wetsontwerp DOC 2058/001:
— met toepassing van artikel 105 van de Grondwet:
artikelen 65 en 72
—met toepassing van artikel 108 van de Grondwet:
nihil
2. Wetsontwerp DOC 2059/001:
— met toepassing van artikel 105 van de Grondwet:
nihil
— met toepassing van artikel 108 van de Grondwet:
nihil
3. Projet de loi n° 54 2060/001
Articles 1er à 188
A l’exception des articles 25 et 27, les articles 1er
à 188 ne donnent lieu à aucune observation (voir
III. Discussion).
Les articles 1er à 188 sont successivement adoptés
par 10 voix et 3 abstentions.
L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor-
rections d’ordre légistique, est également adopté par
10 voix et 3 abstentions.
4. Projet de loi n° 54 2061/001
Articles 1er à 3
Les articles 1er à 3 ne donnent lieu à aucune
observation.
Les articles 1 à 3 sont successivement adoptés par
11 voix et 2 abstentions.
L’ensemble du projet de loi, y compris quelques cor-
rections d’ordre légistique, est également adopté par
11 voix et 2 abstentions.
Le rapporteur,
Le président,
Ahmed LAAOUEJ
Eric VAN ROMPUY
Dispositions nécessitant une mesure d’exécution
(art.78, 2, du Règlement de la Chambre):
1. Projet de loi DOC 2058/001:
— en application de l’article 105 de la Constitution:
articles 65 et 72
— en application de l’article 108 de la Constitution:
nihil
2. Projet de loi DOC 2059/001:
— en application de l’article 105 de la Constitution:
nihil
— en application de l’article 108 de la Constitution:
nihil
11
2058/003
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
3. Wetsontwerp DOC 2060/001:
— met toepassing van artikel 105 van de Grondwet:
art. 5, art. 59, § 2, tweede en negende lid en § 4, eerste
lid, art. 60, § 2, zevende en tiende lid, art. 97, vierde lid,
art. 99, art. 101,art. 103, vijfde lid en art. 184.
— met toepassing van artikel 108 van de Grondwet:
nihil
4. Wetsontwerp DOC 2061/001:
— met toepassing van artikel 105 van de Grondwet:
nihil
— met toepassing van artikel 108 van de Grondwet:
nihil
3. Projet de loi DOC 2060/001:
— en application de l’article 105 de la Constitution:
art. 5, art. 59, § 2, alinéas 2 et 9 et § 4, alinéa 1er, art.
60, § 2, alinéas 7 et 10, art. 97, alinéa 4, art.99, art. 101,
art. 103, alinéa 5 et art. 184.
— en application de l’article 108 de la Constitution:
nihil
4. Projet de loi DOC 2061/001:
— en application de l’article 105 de la Constitution:
nihil
— en application de l’article 108 de la Constitution:
nihil
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale