Document 54K2058/004

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2058 Verslag 🌐 NL

Inhoud

DOOR DE COMMISSIE VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING PAR LA COMMISSION DES FINANCES ET DU BUDGET TEXTE ADOPTÉ TEKST AANGENOMEN Voir: Doc 54 2058/ (2015/2016): 001: Projet de loi. 002: Annexes. 003: Rapport. Zie: Doc 54 2058/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. 002: Bijlagen. 003: Verslag. 4869 DOC 54 2058/004 DOC 54 2058/004 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 14 oktober 2016 14 octobre 2016 PROJET DE LOI WETSONTWERP op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen relatif au statut et au contrôle des sociétés de bourse et portant des dispositions diverses 2 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Onafh./Indép. : Onafhankelijk / Indépendant 3 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK 1 Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2 Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen Art. 2 In het opschrift van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen worden de woorden “en beursvennootschappen” toegevoegd. Art. 3 In artikel 1 van dezelfde wet worden de paragrafen 2 en 3 vervangen als volgt: “§ 2. Om het spaarderspubliek, de beleggers en de soliditeit en de goede werking van het fi nanciële stelsel te beschermen, regelt deze wet de vestiging en de werk- zaamheden van, alsook het toezicht op in België werk- zame kredietinstellingen en beleggingsondernemingen die de hoedanigheid hebben van beursvennootschap, en hun eventuele afwikkeling. Hiertoe bepaalt zij de toezichtsopdracht van de Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van nationale bevoegde autoriteit, met name in het kader van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme. De Boeken I tot XI en de Bijlagen I tot VI van deze wet zorgen voor de gedeeltelijke omzetting, die beperkt blijft tot de kredietinstellingen, — van Richtlijn 2013/36/EU; — van Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvul- lende toezicht op fi nanciële entiteiten in een fi nancieel conglomeraat (“FICOD I”-richtlijn), hierna “FICOD I-richtlijn” genoemd; CHAPITRE 1ER Disposition générale Article 1er La présente loi règle une matière visée à l’ar- ticle 74 de la Constitution. CHAPITRE 2 Modifi cations de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit Art. 2 Dans l’intitulé de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, les mots “et des sociétés de bourse” sont ajoutés. Art. 3 Dans l’article 1er de la même loi, les paragraphes 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit: “§ 2. La présente loi a pour objet de régler, dans un but de protection de l’épargne publique, des investisseurs et de la solidité et du bon fonctionnement du système fi nancier, l’établissement, l’activité et le contrôle des établissements de crédit et des entreprises d’investis- sement ayant la qualité de société de bourse, opérant en Belgique ainsi que leur résolution éventuelle. À cet égard, elle précise la mission de contrôle de la Banque nationale de Belgique, en sa qualité d’autorité compétente nationale, notamment dans le cadre du Mécanisme de surveillance unique. Les Livres Ier à XI ainsi que les Annexes I à VI de la présente loi assurent la transposition partielle, limitée aux établissements de crédit, — de la Directive 2013/36/UE; — de la directive 2011/89/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 novembre 2011 modifi ant les direc- tives 98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/ CE en ce qui concerne la surveillance complémentaire des entités fi nancières des conglomérats fi nanciers (directive “FICOD I”), ci-après “la Directive FICOD I”; 4 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 — van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsonder- nemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad, hierna “Richtlijn 2014/59/ EU” genoemd; — van Richtlijn 2014/65/EU; — van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de depositogarantiestelsels, hierna “Richtlijn 2014/49/EU” genoemd; evenals — van Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscom- pensatiestelsels, hierna “Richtlijn 97/9/EG” genoemd. De Boeken I, XI en XII en de Bijlagen I, II en IV tot VI van deze wet zorgen voor de omzetting, die beperkt blijft tot de beleggingsondernemingen die de hoedanigheid hebben van beursvennootschap, — van Richtlijn 2013/36/EU; — van de FICOD I-richtlijn; — van Richtlijn 2014/59/EU; — van Richtlijn 2014/65/EU; evenals — van Richtlijn 97/9/EG. §  3.  Onder “kredietinstelling” wordt verstaan een Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s of van andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen rekening. Onder “beursvennootschap” wordt verstaan een beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de werkzaamheden met name bestaan in het verrichten a) van beleggingsdiensten die bestaan in: — het handelen voor eigen rekening; — de la directive 2014/59/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant un cadre pour le redressement et la résolution des établissements de crédit et des entreprises d’investissement et modifi ant la directive 82/891/CEE du Conseil ainsi que les direc- tives du Parlement européen et du Conseil 2001/24/ CE, 2002/47/CE, 2004/25/CE, 2005/56/CE, 2007/36/ CE, 2011/35/UE, 2012/30/UE et 2013/36/UE et les règlements du Parlement européen et du Conseil (UE) N° 1093/2010 et (UE) N° 648/2012, ci-après “la Directive 2014/59/UE”; — de la Directive 2014/65/UE; — de la directive 2014/49/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative aux systèmes de garantie des dépôts, ci-après “la Directive 2014/49/ UE”; ainsi que — de la directive 97/9/CE du Parlement européen et du Conseil du 3 mars 1997 relative aux systèmes d’indemnisation des investisseurs, ci-après “la Directive 97/9/CE”. Les Livres Ier, XI et XII ainsi que les Annexes I, II et IV à VI de la présente loi assurent la transposition, limitée aux entreprises d’investissement ayant la qualité de société de bourse, — de la Directive 2013/36/UE; — de la Directive FICOD I; — de la Directive 2014/59/UE; — de la Directive 2014/65/UE; ainsi que — de la Directive 97/9/CE. § 3. Sont défi nies comme établissement de crédit, les entreprises belges ou étrangères dont l’activité consiste à recevoir du public des dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables et à octroyer des crédits pour leur propre compte. Sont défi nies comme société de bourse, les entre- prises d’investissement de droit belge ou de droit étran- ger dont l’activité consiste notamment à fournir a) des services d’investissement consistant dans: — la négociation pour compte propre; 5 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 — het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie; — het plaatsen van fi nanciële instrumenten zonder plaatsingsgarantie; of — het uitbaten van multilaterale handelsfacili- teiten; en/of b) nevendiensten die bestaan in: — bewaring en beheer van fi nanciële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaar- neming en daarmee samenhangende diensten, zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer; — het verstrekken van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen een transactie in één of meer fi nanciële instrumenten te verrichten, bij welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt, betrokken is; — valutawisseldiensten voor zover deze samenhan- gen met het verrichten van beleggingsdiensten; of — diensten in verband met het overnemen van fi nan- ciële instrumenten.”. Art. 4 In artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt: “4° de toezichthouder: de Bank of de Europese Centrale Bank, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens de GTM-verordening, voor wat betreft het toezicht op de kredietinstel- lingen; de Bank voor wat betreft het toezicht op de beursvennootschappen;”; 2° er wordt een bepaling onder 8°/1  inge- voegd, luidende: “8°/1  Richtlijn 2014/65/EU: de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 be- treffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;”; 3° er wordt een bepaling onder 8°/2  inge- voegd, luidende: — la prise ferme d’instruments financiers et/ou le placement d’instruments fi nanciers avec engage- ment ferme; — le placement d’instruments fi nanciers sans enga- gement ferme; ou — l’exploitation d’un système multilatéral de négo- ciation; et/ou b) des services auxiliaires consistant dans: — la conservation et l’administration d’instruments fi nanciers pour le compte de clients, y compris la garde et les services connexes, comme la gestion de tréso- rerie/de garanties; — l’octroi d’un crédit ou d’un prêt à un investisseur pour lui permettre d’effectuer une transaction sur un ou plusieurs instruments fi nanciers, dans laquelle intervient l’entreprise qui octroie le crédit ou le prêt; — les services de change lorsque ces services sont liés à la fourniture de services d’investissement; ou — les services liés à la prise ferme.”. Art. 4 Dans l’article 3 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 4° est remplacé par ce qui suit: “4° l’autorité de contrôle, la Banque ou la Banque cen- trale européenne selon les répartitions de compétences prévues par ou en vertu du Règlement MSU en matière de contrôle des établissements de crédit; la Banque en matière de contrôle des sociétés de bourse;”; 2° il est inséré un 8°/1 rédigé comme suit: “8°/1 Directive 2014/65/UE, la directive du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments fi nanciers et modifi ant la direc- tive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;”; 3° il est inséré un 8°/2 rédigé comme suit: 6 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “8°/2 Verordening nr. 600/2014: Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15  mei  2014  betreffende markten in fi nanciële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012;”; 4° er wordt een bepaling onder 8°/3  inge- voegd, luidende: “8°/3  Richtlijn 2004/39/EG: Richtlijn 2004/39/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële in- strumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;”; 5° in de bepaling onder 10° worden de woorden “of Richtlijn 2014/65/EU” ingevoegd tussen de woor- den “Richtlijn 2013/36/EU” en de woorden “officieel erkend is”; 6° in de bepaling onder 12° worden de woorden “de kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen” vervangen door de woorden “de kredietinstellingen of de beleggingsondernemingen”; 7° er wordt een bepaling onder 24°/1  inge- voegd, luidende: “24°/1 wet van [___] 2016: de wet van [___] 2016 be- treffende de toegang tot het beleggingsdienstenbe- drijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;”; 8° er wordt een bepaling onder 25°/1  inge- voegd, luidende: “25°/1 verbonden agent: een verbonden agent in de zin van artikel 2, 25° van de wet van …;”; 9° de bepaling onder 33° wordt vervangen als volgt: “33° beleggingsonderneming: een beleggingsonder- neming in de zin van artikel 3, § 1 van de wet van …;”; 10° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt: “38° fi nanciële holding: een fi nanciële instelling waar- van de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzake- lijk één of meer kredietinstellingen, beursvennootschap- pen of fi nanciële instellingen zijn, waarbij ten minste een van die dochterondernemingen een kredietinstelling “8°/2  Règlement n° 600/2014, le règlement (UE) n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du 15  mai  2014  concernant les marchés d’instruments fi nanciers et modifi ant le règlement (UE) n ° 648/2012;”; 4° il est inséré un 8°/3 rédigé comme suit: “8°/3  Directive 2004/39/CE, la directive 2004/39/ CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d’instruments fi nanciers, modifi ant les directives 85/611/CEE et 93/6/ CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/ CEE du Conseil;”; 5° au 10°, les mots “ou de la Directive 2014/65/UE” sont insérés entre les mots “Directive 2013/36/UE” et les mots “, qui est habilité”; 6° au 12°, les mots “des établissements de crédit et des entreprises d’investissement” sont remplacés par les mots “des établissements de crédit ou des entre- prises d’investissement”; 7° il est ajouté un 24°/1 rédigé comme suit: “24°/1 loi du [___] 2016, la loi du [___] 2016 relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves- tissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement;”; 8° il est ajouté un 25°/1 rédigé comme suit: “25°/1 agent lié, un agent lié au sens de l’article 2, 25° de la loi du …;”; 9° le 33° est remplacé par ce qui suit: “33° entreprise d’investissement, une entreprise d’in- vestissement au sens de l’article 3, § 1er de la loi du …;”; 10° le 38°, est remplacé par ce qui suit: “38° compagnie fi nancière: un établissement fi nancier dont les fi liales sont exclusivement ou principalement un ou plusieurs établissements de crédit, sociétés de bourse ou établissements fi nanciers, l’une au moins de ces fi liales étant un établissement de crédit ou une 7 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 of een beursvennootschap is, en die geen gemengde fi nanciële holding is;”; 11° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt: “41° fi nanciële instelling: een onderneming die geen kredietinstelling of beursvennootschap is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of het verrichten van een of meer van de werkzaamheden bedoeld in de punten 2 tot 12 en 15 van de lijst in artikel 4;”; 12° de bepaling onder 46° wordt vervangen als volgt: “46° kritieke functies: de werkzaamheden, diensten of verrichtingen van een kredietinstelling of een beurs- vennootschap waarvan het waarschijnlijk is dat de onderbreking tot een verstoring leidt, in België of in een of meer andere lidstaten, van diensten die essentieel zijn voor de reële economie, of de fi nanciële stabiliteit verstoort, wegens de omvang, het marktaandeel, de verwevenheid met entiteiten binnen en buiten de groep, de complexiteit of de grensoverschrijdende werkzaam- heden van de kredietinstelling of de beursvennootschap of de groep waarvan zij deel uitmaakt, met bijzondere aandacht voor de vervangbaarheid van die werkzaam- heden, diensten of verrichtingen;”; 13° de bepaling onder 50° wordt vervangen als volgt: “50° herstelplan: een plan dat door een kredietin- stelling of een beursvennootschap wordt opgesteld overeenkomstig artikel 108 of artikel 557, voor zover dit artikel 108 van toepassing verklaart op de in artikel 499, § 2 bedoelde beursvennootschappen;”; 14° de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt: “51° afwikkelingsplan: een plan dat door de afwik- kelingsautoriteit wordt opgesteld voor een kredietin- stelling of een beursvennootschap overeenkomstig artikel 226 of artikel 581, voor zover dit artikel 226 van toepassing verklaart op de in artikel 499, § 2 bedoelde beursvennootschappen;”; 15° in de bepaling onder 53° worden de woorden “een beursvennootschap,” ingevoegd tussen de woorden “een kredietinstelling,” en “een groep”; 16° in de bepaling onder 56° worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de eerste zin worden de woorden “of een beurs- vennootschap” ingevoegd tussen de woorden “van een kredietinstelling” en de woorden “in stand te houden”; société de bourse, et qui n’est pas une compagnie fi nancière mixte;”; 11° le 41° est remplacé par ce qui suit: “41° établissement fi nancier, une entreprise autre qu’un établissement de crédit ou société de bourse, dont l’activité principale consiste à prendre des participations ou à exercer une ou plusieurs des activités visées aux points 2 à 12 et 15 de la liste reprise à l’article 4;”; 12° le 46° est remplacé par ce qui suit: “46° fonctions critiques, les activités, services ou opérations d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse dont l’interruption est susceptible, en Belgique ou dans un ou plusieurs autres États membres, d’entraîner des perturbations de services essentiels à l’économie réelle ou de perturber la stabilité fi nancière, en raison de la taille, de la part de marché, de l’interdé- pendance interne et externe, de la complexité ou des activités transfrontalières de l’établissement de crédit ou de la société de bourse ou du groupe dont il/elle fait partie, une attention particulière étant accordée à la substituabilité de ces activités, services ou opérations;”; 13° le 50° est remplacé par ce qui suit: “50° plan de redressement, un plan élaboré par un établissement de crédit ou une société de bourse conformément à l’article 108 ou à l’article 557, dans la mesure où il rend l’article 108 applicable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2;”; 14° le 51° est remplacé par ce qui suit: “51° plan de résolution, un plan élaboré par l’autorité de résolution pour un établissement de crédit ou pour une société de bourse, conformément à l’article 226 ou à l’article 581, dans la mesure où il rend l’article 226 appli- cable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2;”; 15° au 53°, les mots “, d’une société de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établissement de crédit” et les mots “d’un groupe”; 16° au 56°, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans la première phrase, les mots “ou d’une société de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établisse- ment de crédit” et les mots “et susceptibles d’affecter”; 8 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 b) in de tweede zin worden de woorden “en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennootschappen” ingevoegd tussen het woord “kredietinstellingen” en de woorden “bestaan deze maatregelen in:”; 17° in de bepaling onder 57° worden de woorden “en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennoot- schappen” ingevoegd tussen het woord “kredietinstel- lingen” en de woorden “zijn dit de afwikkelingsautoriteit”; 18° in de bepaling onder 59° worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de eerste zin worden de woorden “of een beurs- vennootschap” ingevoegd tussen de woorden “van een kredietinstelling” en de woorden “onder toezicht”; b) in de tweede zin worden de woorden “en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennootschappen” ingevoegd tussen het woord “kredietinstellingen” en de woorden “stemt een dergelijke procedure overeen”; 19° in de bepaling onder 60° worden de woorden “of een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden “van een kredietinstelling” en de woorden “volgens een liquidatieprocedure”; 20° in de bepaling onder 61° worden de woorden “en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursven- nootschappen” ingevoegd tussen het woord “krediet- instellingen” en de woorden “is dit de rechtbank van koophandel”; 21° in de bepaling onder 63° wordt het woord “kre- dietinstelling” vervangen door het woord “instelling”; 22° in de bepaling onder 64° worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de woorden “of voor de toegelaten werkzaamheden van een beursvennootschap” worden ingevoegd tussen de woorden “voor de werkzaamheden van een krediet- instelling” en de woorden “; verschillende bedrijfszetels”; b) de woorden “of een vennootschap” worden inge- voegd tussen de woorden “van een instelling” en de woorden “met maatschappelijke zetel”; 23° in de bepaling onder 66° worden de woorden “of een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden “een kredietinstelling” en de woorden “die frequent”; 24° in de bepaling onder 67° worden de volgende wijzigingen aangebracht: b) dans la deuxième phrase, les mots “et pour les sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots “visés au Livre II” et les mots “, ces mesures”; 17° au 57°, les mots “et pour les sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots “visés au Livre II” et les mots “, ces autorités sont”; 18° au 59°, les modifi cations suivantes sont apportées: a) dans la première phrase, les mots “ou d’une société de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établisse- ment de crédit” et les mots “sous la surveillance”; b) dans la deuxième phrase, les mots “et pour les sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots “au Livre II” et les mots “, une telle procédure”; 19° au 60°, les mots “ou d’une société de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établissement de crédit” et les mots “selon une procédure”; 20° au 61°, les mots “et pour les sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots “Livre II” et les mots “, une telle autorité”; 21° au 63°, les mots “de crédit” sont abrogés; 22° au 64°, les modifications suivantes sont apportées: a) les mots “ou aux activités autorisées à la société de bourse” sont insérés entre les mots “à l’activité d’éta- blissement de crédit” et les mots “; plusieurs sièges”; b) les mots “ou une société” sont insérés entre les mots “un établissement” et les mots “ayant son siège”; 23° au 66°, les mots “ou une société de bourse” sont insérés entre les mots “un établissement de crédit” et les mots “qui, de façon organisée,”; 24° au 67°, les modifi cations suivantes sont apportées: 9 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 a) de woorden “of een beursvennootschap” inge- voegd tussen de woorden “een kredietinstelling” en de woorden “wordt verstrekt”; b) de woorden “of deze beursvennootschap” worden ingevoegd tussen de woorden “van deze kredietinstel- ling” en de woorden “te vrijwaren”; 25° er wordt een bepaling onder 71° inge- voegd, luidende: “71° beleggingsdiensten en -activiteiten: de diensten en activiteiten bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van …”; 26° er wordt een bepaling onder 72° inge- voegd, luidende: “72° nevendiensten: de nevendiensten als omschre- ven in artikel 2, 2° van de wet van …;”; 27° er wordt een bepaling onder 73° inge- voegd, luidende: “73° handelen voor eigen rekening: met eigen kapi- taal handelen in één of meer fi nanciële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;”; 28° er wordt een bepaling onder 74° inge- voegd, luidende: “74° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility – MTF): een door een beursvennootschap, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploi- teerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot fi nan- ciële instrumenten – binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels – samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeen- komstig het bepaalde in Hoofdstuk II van de wet van 2 augustus 2002 of Titel II van Richtlijn 2014/65/EU;”; 29° er wordt een bepaling onder 75° inge- voegd, luidende: “75° derde bemiddelaar: een bemiddelaar als be- doeld in artikel 65/1, waarbij een kredietinstelling of een beursvennootschap tegoeden van cliënten deponeert;”; 30° er wordt een bepaling onder 76° inge- voegd, luidende: “76° fi nancieel instrument: een fi nancieel instrument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1° van de wet van 2 augustus 2002.”. a) les mots “ou à une société de bourse” sont insérés entre les mots “à un établissement de crédit” et les mots “dans le but de”; b) la phrase est complétée par les mots “ou de cette société de bourse”; 25° il est ajouté un 71° rédigé comme suit: “71° services et activités d’investissement, les ser- vices et activités qui sont visés à l’article 2, 1° de la loi du …;”; 26° il est ajouté un 72° rédigé comme suit: “72° services auxiliaires, les services auxiliaires tels que défi nis à l’article 2, 2° de la loi du …;”; 27° il est ajouté un 73° rédigé comme suit: “73° négociation pour compte propre, le fait de négocier, en engageant ses propres capitaux, un ou plusieurs instruments fi nanciers en vue de conclure des transactions;”; 28° il est ajouté un 74° rédigé comme suit: “74° système multilatéral de négociation (Multilateral trading facility – MTF), un système multilatéral, exploité par une société de bourse, un établissement de crédit ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre – en son sein même et selon des règles non discré- tionnaires – de multiples intérêts acheteurs et vendeurs exprimés par des tiers pour des instruments fi nanciers, d’une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats conformément aux dispositions du Chapitre II de la loi du 2 août 2002 ou de Titre II de la Directive 2014/65/UE;”; 29° il est ajouté un 75° rédigé comme suit: “75° intermédiaire tiers, un intermédiaire, visé à l’article 65/1 auprès duquel un établissement de crédit ou une société de bourse dépose des avoirs de clients;”; 30° il est ajouté un 76° rédigé comme suit: “76°  instrument fi nancier, un instrument fi nancier visé à l’article 2, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002.”. 10 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 5 In artikel 4, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden “de diensten en activiteiten vermeld in artikel 46, 1° en 2° van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “de diensten en activiteiten vermeld in artikel 2, 1° en 2° van de wet van …”. Art. 6 In artikel 5, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, worden de woorden “op grond van de wet van 6 april 1995 en haar uitvoeringsbesluiten” vervangen door de woorden “op grond van de wet van … en haar uitvoeringsbesluiten”. Art. 7 In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet wordt een punt r/1) ingevoegd, luidende: “r/1) artikel 107 van de wet van …;”. Art. 8 In artikel 33, § 2, van dezelfde wet worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging” worden vervan- gen door de woorden “, van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging “; 2° in de Franse versie worden in fi ne de woorden “et répondent aux exigences de la présente loi.” vervangen door de woorden “, et répondant aux exigences de la présente loi.”. Art. 9 Artikel 44 wordt aangevuld met een lid, luidende: “Kredietinstellingen die beleggingsdiensten en/of -activiteiten verrichten, moeten zich bovendien aanslui- ten bij een collectieve beleggersbeschermingsregeling overeenkomstig artikel 384/2 van deze wet.”. Art. 5 Dans l’article 4, alinéa 2, de la même loi, les mots “les services et activités mentionnés à l’article 46, 1° et 2°, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “les services et activités mentionnés à l’article 2, 1° et 2° de la loi du …”. Art. 6 Dans l’article 5, alinéa 1er, 4°, de la même loi, les mots “sur base de la loi du 6 avril 1995 et de ses arrêtés d’exécution” sont remplacés par les mots “sur base de la loi du … et de ses arrêtés d’exécution”. Art. 7 Dans l’article 20, § 1er, 2° de la même loi, il est inséré un r/1) rédigé comme suit: “r/1) à l’article 107 de la loi du …;”. Art. 8 Dans l’article 33, § 2, de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° les mots “ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif” sont remplacés par les mots “, d’une société de gestion d’organismes de placement collectif ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif alternatifs”; 2° in fi ne, les mots “et répondent aux exigences de la présente loi.” sont remplacés par les mots “, et répondant aux exigences de la présente loi.”. Art. 9 L’article 44  est complété par un alinéa rédigé comme suit: “Lorsqu’il fournit des services et/ou des activités d’investissement, l’établissement de crédit doit en outre adhérer à un système collectif de protection des investis- seurs conformément à l’article 384/2 de la présente loi.”. 11 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 10 In artikel 47, vijfde lid, b), in fi ne van dezelfde wet worden de woorden “, of Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 be- treffende markten voor fi nanciële instrumenten.” vervan- gen door de woorden “of Richtlijn 2014/65/EU.”. Art. 11 Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 55. Onverminderd de artikelen 77 en 78 van Verordening nr. 575/2013 mag het eigen vermogen van kredietinstellingen niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 17, eerste en derde lid vastge- stelde minimumkapitaal.”. Art. 12 In artikel 62, § 6, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden “Richtlijn 2009/65/EG, in de instellingen voor belegging in schuldvorderingen en” vervangen door de woorden “Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instel- lingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of”. Art. 13 In artikel 65 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 3 zal vormen, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° er worden een paragraaf 1 en een paragraaf 2 in- gevoegd, luidende: “§ 1. Een kredietinstelling mag op om het even welke wijze gebruik maken van fi nanciële instrumenten die aan een cliënt toebehoren mits deze hier vooraf zijn uitdrukkelijke toestemming voor heeft verleend. De fi nanciële instrumenten van de cliënt mogen uitsluitend worden gebruikt onder de voorwaarden waarmee de cliënt instemt. § 2. De Koning kan, na advies van de Bank en de FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan de door cliënten bij kredietinstellingen verrichte depo- neringen van fi nanciële instrumenten moeten voldoen, evenals de voorwaarden en regels voor de handelin- gen die de kredietinstellingen mogen verrichten met Art. 10 Dans l’article 47, alinéa 5, b), in fi ne, de la même loi, les mots “, ou 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés fi nan- ciers.” sont remplacés par les mots “, ou 2014/65/UE.”. Art. 11 L’article 55 de la même loi est remplacé par ce qui suit: “Art. 55. Sans préjudice des articles 77 et 78 du Règlement n° 575/2013, les fonds propres des éta- blissements de crédit ne peuvent devenir inférieurs au montant du capital minimum fi xé conformément à l’article 17, alinéas 1er et 3.”. Art. 12 Dans l’article 62, § 6, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les mots “la directive 2009/65/CE, d’organismes de placement en créances,” sont remplacés par les mots “la direc- tive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ou d’un organisme de placement collectif à forme statutaire au sens de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,”. Art. 13 Dans l’article 65 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 3, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° il est inséré un paragraphe  1er et un para- graphe 2 rédigés comme suit: “§ 1er. Tout usage par un établissement de crédit d’ins- truments fi nanciers appartenant à un client requiert l’au- torisation expresse et préalable de celui-ci. L’utilisation est limitée aux conditions auxquelles il a consenti. § 2. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque et de la FSMA, les conditions et modalités auxquelles doivent répondre les dépôts d’instruments fi nanciers effectués par des clients auprès d’établissements de crédit et les actes que peuvent poser les établissements de crédit concernant ces instruments fi nanciers, notamment au 12 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 betrekking tot deze fi nanciële instrumenten, met name wat de in paragraaf 1 bedoelde instemming betreft. De Koning kan meer bepaald de nadere regels vaststel- len voor het verlenen van de in paragraaf 1 bedoelde instemming. Daarnaast kan de Koning tevens regels uitwerken voor de organisatie, de bescherming van en informatieverstrekking aan de cliënten wat de inont- vangstneming van deze fi nanciële instrumenten door de kredietinstellingen en hun deponering bij andere bemiddelaars betreft.”; 2° in paragraaf 3  wordt de laatste zin vervangen als volgt: “Zij neemt ook passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de paragrafen 1 en 2 worden nageleefd.”. Art. 14 In Boek II, Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling III, Onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 65/1 ingevoegd, luidende: “Art. 65/1. § 1. De kredietinstellingen moeten alle gegevens en rekeningen bijhouden die noodzakelijk zijn om hen op elk ogenblik in staat te stellen de tegoeden die voor een cliënt worden aangehouden onmiddellijk te onderscheiden van de tegoeden die voor andere cliën- ten worden aangehouden, en van hun eigen tegoeden. Deze gegevens en rekeningen moeten op zodanige wijze worden bijgehouden dat zij steeds accuraat zijn en inzonderheid de voor cliënten aangehouden fi nanciële instrumenten en gelden weerspiegelen. De kredietinstellingen moeten op gezette tijden na- gaan of hun interne rekeningen en gegevens overeen- stemmen met die van eventuele derde bemiddelaars die deze tegoeden aanhouden. §  2. De Koning kan, na advies van de Bank, de voorwaarden en nadere regels vaststellen voor de in paragraaf 1 bedoelde vereisten, alsook, meer algemeen, vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie en de boekhoudregels voor het deponeren van fi nan- ciële instrumenten bij kredietinstellingen.”. Art. 15 In artikel 72 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt: regard du consentement visé au paragraphe 1er. Plus particulièrement, le Roi peut défi nir les modalités selon lesquelles le consentement prévu par le paragraphe 1er doit être donné. Le Roi peut encore déterminer les règles d’organisation et les règles de protection et d’informa- tion des clients afférentes à la réception d’instruments fi nanciers par les établissements de crédit et leur dépôt auprès d’autres intermédiaires.”; 2° au paragraphe 3, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit: “Il prend également des mesures adéquates pour veiller au respect des paragraphes 1er et 2.”. Art. 14 Dans le Livre II, Titre II, Chapitre III, Section III, Sous-section II, de la même loi, il est inséré un article 65/1 rédigé comme suit: “Art. 65/1. § 1er. Les établissements de crédit doivent établir toutes les données et tenir tous les comptes nécessaires pour permettre de distinguer à tout moment et sans délai les avoirs détenus par un client déterminé de ceux détenus par d’autres clients ainsi que de leurs propres avoirs. Ces données et comptes doivent être établis et tenus d’une manière assurant la fi délité, et en particulier leur correspondance avec les instruments fi nanciers et les fonds détenus par les clients. Les établissements de crédit doivent effectuer régu- lièrement des rapprochements entre leurs comptes et données internes et ceux de tout intermédiaire tiers auprès duquel ces avoirs seraient détenus. § 2. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque, les conditions et modalités des exigences prévues au para- graphe 1er ainsi que, plus généralement, les exigences en matière d’organisation comptable et de règles comp- tables afférentes aux dépôts d’instruments fi nanciers effectués auprès d’établissements de crédit.”. Art. 15 Dans l’article 72 de la même loi, le paragraphe 1er, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, est remplacé par ce qui suit: 13 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “§  1. Kredietinstellingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellin- gen verlenen: 1° aan de leden van hun wettelijk bestuursorgaan en de leden van hun directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, aan de personen belast met de effectieve leiding; 2° aan de in artikel 9 bedoelde personen evenals aan de leden van hun verschillende organen en aan de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding; 3° aan de ondernemingen of instellingen waarin de in 1° bedoelde personen een gekwalifi ceerde deelneming bezitten of een functie zoals bedoeld in 1° uitoefenen, met uitzondering van de ondernemingen of instellingen waarover de kredietinstelling of haar moederonderne- ming controle uitoefent; 4° aan personen die verbonden zijn met de in 1° bedoelde personen, onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen en met de waarborgen die voor hun cliënteel gelden. Van deze leningen, kredieten of borgstellingen moet uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een ter- mijn die het wettelijk bestuursorgaan in staat stelt zich ertegen te verzetten. Ongeacht het orgaan dat moet beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of on- rechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben, geen zitting hebben. De in het eerste lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen worden ter kennis gebracht van de toezichthouder volgens de frequentie en de regels die hij bepaalt. Wanneer deze verrichtingen niet tegen de normale marktvoorwaarden worden gesloten, kan de toezicht- houder eisen dat de overeengekomen voorwaarden worden aangepast op de datum waarop deze verrich- tingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben ge- nomen, tegenover de instelling hoofdelijk aansprakelijk voor het verschil. De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisge- vingen aan het wettelijk bestuursorgaan en de toe- zichthouder dienen niet plaats te vinden wanneer het geheel van leningen, kredieten of borgstellingen aan een bepaalde persoon, onderneming of instelling het bedrag van 100 000 euro niet overschrijdt.”. “§  1er. Les établissements de crédit ne peuvent consentir, directement ou indirectement, des prêts, des crédits ou des garanties: 1° aux membres de leur organe légal d’administra- tion et aux membres de leur comité de direction ou, en l’absence de comité de direction, aux personnes chargées de la direction effective; 2° aux personnes visées à l’article 9 ainsi qu’aux membres de leurs différents organes et aux personnes participant à leur direction effective; 3° aux entreprises ou institutions dans lesquelles les personnes visées aux 1° détiennent une participa- tion qualifi ée ou exercent une fonction visée au 1°, à l’exception des entreprises ou institutions sur lesquelles l’établissement de crédit ou son entreprise mère exerce le contrôle; 4° aux personnes apparentées aux personnes visées au 1°, qu’aux conditions, à concurrence des montants et moyennant les garanties applicables à leur clientèle. Ces prêts, crédits ou garanties doivent faire l’objet d’une information expresse, dans un délai permettant à l’organe légal d’administration de s’y opposer. Quel que soit l’organe appelé à statuer, les membres ayant un intérêt personnel ou fonctionnel direct ou indirect ne peuvent siéger. Les prêts, crédits et garanties visés à l’alinéa 1er sont notifi és à l’autorité de contrôle selon la périodicité et les modalités que celle-ci détermine. L’autorité de contrôle peut, si ces opérations n’ont pas été conclues aux conditions normales du marché, exiger l’adaptation des conditions convenues à la date où ces opérations ont sorti leurs effets. A défaut, les membres de l’organe légal d’administration qui ont pris la décision sont solidairement responsables de la différence envers l’établissement. Les notifi cations à l’organe légal d’administration et à l’autorité de contrôle visées aux alinéas 1er et 2 ne doivent pas avoir lieu si l’ensemble des prêts, des cré- dits ou des garanties consentis à une personne, une entreprise ou une institution donnée ne dépasse pas le montant de 100 000 euros.”. 14 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 16 In artikel 86, vijfde lid, van dezelfde wet, worden de woorden “uiterlijk zes weken na ontvangst van het vol- ledige dossier” vervangen door de woorden “uiterlijk drie maanden na ontvangst van het volledige dossier”. Art. 17 In Boek II, Titel II, Hoofdstuk IV, Afdeling V, Onderafdeling I, van dezelfde wet wordt een artikel 88/1 ingevoegd, luidende: “Art. 88/1. Indien de kredietinstelling een beroep wenst te doen op verbonden agenten die op het grond- gebied van een andere lidstaat zijn gevestigd, om in die lidstaat beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, stelt zij de toezichthouder daarvan in kennis en verstrekt zij hem een programma van werkzaamheden, de domiciliëring van de corres- pondentie in de betrokken lidstaat, de identiteitsgege- vens van de verbonden agenten waarop zij van plan is een beroep te doen, evenals een beschrijving van het beoogde gebruik van die verbonden agenten en van de organisatiestructuur, waarbij wordt aangegeven hoe de verbonden agenten hierin passen, met opgave van de rapportagelijnen en de namen van de personen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de verbon- den agenten. Artikel 86, vierde en vijfde lid, is van toepassing. Tenzij de toezichthouder zich verzet tegen de uit- voering van het project, deelt hij alle in het eerste lid bedoelde gegevens mee aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat binnen drie maanden na ont- vangst van het volledige dossier met de in het eerste lid bedoelde gegevens. De bepalingen van Titel I van Boek III van deze wet die betrekking hebben op de bijkantoren, zijn op de verbonden agenten van toepassing.”. Art. 18 Artikel 89 van dezelfde wet wordt aangevuld met een derde lid, luidende: “Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor wat betreft de wijzigingen in de gegevens bedoeld in artikel 88/1, eerste lid.”. Art. 16 Dans l’article 86, alinéa 5, de la même loi, les mots “au plus tard six semaines après la réception du dossier” sont remplacés par les mots “au plus tard trois mois après la réception du dossier”. Art. 17 Dans le Livre II, Titre II, Chapitre IV, Section V, Sous-section Ire, de la même loi, il est inséré un article 88/1 rédigé comme suit: “Art. 88/1. Lorsque l’établissement de crédit souhaite recourir à des agents liés établis sur le territoire d’un autre État membre pour fournir des services et/ou des activités d’investissement et des services auxiliaires dans cet État membre, il en informe l’autorité de contrôle et lui communique un programme d’activité, la domi- ciliation de la correspondance dans l’État concerné, l’identité des agents liés auxquels il entend recourir, ainsi qu’une description du recours prévu à ces agents liés et de la structure organisationnelle dans laquelle ils s’insèrent, notamment les voix hiérarchiques, en ce compris le nom des personnes directement respon- sables des agents liés. L’article 86, alinéas 4 et 5, est applicable. Sauf si l’autorité de contrôle s’oppose à la réalisa- tion du projet, elle communique toutes les informations visées à l’alinéa 1er à l’autorité compétente de l’État membre concerné dans les trois mois de la réception du dossier complet comprenant les informations visées à l’alinéa 1er. Les agents liés sont soumis aux disposi- tions du Titre Ier du Livre III de la présente loi relatives aux succursales.”. Art. 18 L’article 89 de la même loi, est complété par un alinéa 3 rédigé comme suit: “L’alinéa 1er est applicable par analogie, en ce qui concerne des modifi cations aux informations visées à l’article 88/1, alinéa 1er.”. 15 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 19 In artikel 90 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, waarvan de bestaande tekst van de eerste drie leden paragraaf 1 zal vormen en waarvan het laatste lid paragraaf 3 zal vormen, wordt een nieuwe paragraaf 2 ingevoegd, luidende: “§ 2. Indien de kredietinstelling van plan is een beroep te doen op in België gevestigde verbonden agenten om op het grondgebied van een andere lidstaat beleg- gingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, deelt zij de identiteitsgegevens van deze agenten mee aan de Bank. De Bank deelt deze gegevens uiterlijk een maand na ontvangst ervan mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst.”. Art. 20 In artikel 120, a), van dezelfde wet worden de woor- den “instellingen voor collectieve belegging met een hefboomeffect” vervangen door de woorden “AICB’s die in aanzienlijke mate met hefboomfinanciering werken zoals bedoeld in artikel 111 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/ EU van het Europees Parlement en de Raad ten aan- zien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfi nanciering, transparantie en toezicht”. Art. 21 In artikel 121, § 1er, 1°, van dezelfde wet worden de woorden “in artikel 46, 1°, 1., 2. en 4. tot 8., en 2° van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “in artikel 2, 1°, 2 en 4 tot 8, en 2° van de wet van …”. Art. 22 In artikel 126, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden “overeenkomstig de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “overeenkomstig de wet van …”. Art. 23 In artikel 135 van dezelfde wet wordt het eerste lid aangevuld met de woorden “, evenals alle opnames van telefoongesprekken of elektronische communicatie of Art. 19 Dans l’article 90 de la même loi, modifi é par la loi du 18 décembre 2015, dont le texte des trois premiers alinéas actuels formera le paragraphe 1er et dont le dernier alinéa formera le paragraphe 3, il est inséré un nouveau paragraphe 2 rédigé comme suit: “§ 2. Si l’établissement de crédit envisage de recourir à des agents liés établis en Belgique, pour fournir des services et/ou des activités d’investissement et des ser- vices auxiliaires sur le territoire d’un autre État membre, il communique l’identité de ces agents liés à la Banque. La Banque communique cette information à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil dans le mois suivant la réception de cette information.”. Art. 20 Dans l’article 120, a), de la même loi, les mots “des organismes de placement collectif à effet de levier” sont remplacés par les mots “des OPCA recourant à l’effet de levier de manière substantielle tels que visés à l’article 111 du règlement délégué (UE) n° 231/2013 de la Commission du 19 décembre 2012 complétant la direc- tive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les dérogations, les conditions générales d’exercice, les dépositaires, l’effet de levier, la transparence et la surveillance”. Art. 21 Dans l’article 121, § 1er, 1°, de la même loi, les mots “à l’article 46, 1°, 1., 2. et 4. à 8., et 2°, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “à l’article 2, 1°, 2 et 4 à 8, et 2° de la loi du …”. Art. 22 Dans l’article 126, § 2, alinéa 2, de la même loi, les mots “conformément à la loi du 6 avril 1995.” sont remplacés par les mots “conformément à la loi du ….”. Art. 23 Dans l’article 135, de la même loi, l’alinéa 1er est com- plété par les mots “, ainsi que tous enregistrements de communications téléphoniques, toutes communications 16 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 andere overzichten van dataverkeer die in het bezit zijn van de kredietinstelling.”. Art. 24 In artikel 136 van dezelfde wet worden de woorden “In het kader van deze inspecties” vervangen door de woorden “In het kader van het toezicht en met name van de inspecties”. Art. 25 In Boek II, Titel III, Hoofdstuk I van dezelfde wet wordt een artikel 136/1 ingevoegd, luidende: “Art. 136/1. Onverminderd artikel 66, tweede lid kan de toezichthouder in geval van uitbesteding ook zijn inspectieprerogatieven uitoefenen als bedoeld in artikel 135, tweede lid, bij de ondernemingen waarop de kre- dietinstellingen een beroep doen in hun hoedanigheid van dienstverleners (uitbesteding – outsourcing), om na te gaan of de voorwaarden waaronder die diensten worden verricht, geen afbreuk kunnen doen aan de na- leving door de kredietinstellingen van hun wettelijke en reglementaire verplichtingen. De in de artikelen 136 en 140 bedoelde prerogatieven kunnen, naar analogie, ook worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners. De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waarvan de kredietinstellingen die onder hun toezichts- bevoegdheid vallen, een beroep doen op in België gevestigde dienstverlenende ondernemingen (uitbeste- ding – outsourcing), mogen ten aanzien van die dienst- verleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven uitoefenen, in voorkomend geval met inschakeling van personen die zij daartoe machtigen. Wanneer zij daarom verzoeken kan de toezichthouder zijn prerogatieven namens die autoriteiten uitoefenen.”. Art. 26 In artikel 140, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “depositobescherming” vervangen door de woorden “deposito- en beleggersbescherming”. Art. 27 In artikel 141, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden “en 7°,” ingevoegd tussen de woorden “de artikelen 143, § 1, 1°” en de woorden “en 148”. électroniques ou tous autres échanges informatiques, détenus par l’établissement de crédit.”. Art. 24 Dans l’article 136, de la même loi, les mots “Dans le cadre de ces inspections” sont remplacés par les mots “Dans le cadre du contrôle et notamment des inspections”. Art. 25 Dans le Livre II, Titre III, Chapitre Ier, de la même loi, il est inséré un article 136/1 rédigé comme suit: “Art. 136/1. Sans préjudice de l’article 66, alinéa 2, en cas de recours à la sous-traitance, l’autorité de contrôle peut également exercer ses prérogatives d’inspection visées à l’article 135, alinéa 2, auprès des entreprises auxquelles les établissements de crédit recourent en qualité de prestataires de services (sous-traitance – outsourcing) afi n de vérifi er si les conditions dans lesquelles ces prestations sont fournies ne sont pas de nature à porter atteinte au respect par les établis- sements de crédit de leurs obligations légales et régle- mentaires. Les prérogatives visées aux articles 136 et 140 peuvent également, par analogie, être exercées à l’égard de ces prestataires de services. Les autorités compétentes d’un autre État membre dont les établissements de crédit qui ressortissent de leurs compétences de contrôle recourent à des entre- prises en qualité de prestataires de services (sous- traitance – outsourcing) situées en Belgique peuvent exercer à l’égard de ces prestataires de services les prérogatives prévues à l’alinéa 1er, le cas échéant par l’intermédiaire des personnes qu’elles mandatent à cet effet. À leur demande, l’autorité de contrôle peut exercer ces prérogatives pour le compte de ces autorités.”. Art. 26 Dans l’article 140, alinéa 1er, de la même loi, les mots “de garantie des dépôts” sont remplacés par les mots “de protection des dépôts et des investisseurs”. Art. 27 Dans l’article 141, § 2, alinéa 1er, de la même loi, les mots “et 7°,” sont insérés entre les mots “articles 143, § 1er, 1°” et les mots “et 148”. 17 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 28 In artikel 148  van dezelfde wet wordt het woord “banksector” vervangen door de woorden “bank- en fi nanciële sector”. Art. 29 In artikel 164 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 3°, wordt de bepaling onder c) vervangen als volgt: “c) een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die ne- vendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2° van de wet van …, een fi nanciële instelling in de zin van artikel 2, 30° van de wet van …; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde fi nanciële sector, die de “beleggingsdien- stensector” wordt genoemd;”; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: “§ 2. Onverminderd artikel 3 van deze wet en para- graaf 1 van dit artikel worden voor de toepassing van het geconsolideerde toezicht zoals opgenomen in de Afdelingen II en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoerings- besluiten en –reglementen ervan verstaan onder: 1° moederkredietinstelling in een lidstaat: een kre- dietinstelling die een kredietinstelling, een beursven- nootschap of een fi nanciële instelling als dochteron- derneming heeft of die een deelneming heeft in een kredietinstelling, beursvennootschap of fi nanciële instel- ling en zelf geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of een beursvennootschap waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 2° Belgische moederkredietinstelling: een krediet- instelling naar Belgisch recht die een kredietinstelling, een beursvennootschap of een fi nanciële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke kredietinstelling, beursvennootschap of fi nanciële instelling en zelf geen dochterneming is van een andere kredietinstelling of een andere beursven- nootschap met zetel in België, of van een fi nanciële hol- ding of gemengde fi nanciële holding met zetel in België; 3°  EER-moederkredietinstelling: een moederkre- dietinstelling die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of een beursvennootschap Art. 28 Dans l’article 148, de la même loi, les mots “et fi nan- cier” sont insérés entre les mots “secteur bancaire” et les mots “en Belgique”. Art. 29 Dans l’article 164 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, 3°, le c) est remplacé par ce qui suit: “c) une entreprise réglementée ayant le statut d’entre- prise d’investissement, une entreprise qui fournit des services auxiliaires au sens de l’article 2, 2° de la loi du …, un établissement fi nancier au sens de l’article 2, 30°, de la loi du …; ces entreprises font toutes partie du même secteur fi nancier qualifi é de “secteur des services d’investissement”;”; 2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit: “§ 2. Sans préjudice de l’article 3 de la présente loi et du paragraphe 1er du présent article, il y a lieu d’entendre pour l’application du contrôle sur base consolidée tel que prévu aux Sections II et IV du présent Chapitre et par les arrêtés et règlements pris pour leur exécution, par: 1°  établissement de crédit mère dans un État membre, un établissement de crédit qui a comme fi liale un établissement de crédit, une société de bourse ou un établissement fi nancier, ou qui détient une participation dans un établissement de crédit, une société de bourse ou un établissement fi nancier, et qui n’est pas lui-même une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une société de bourse agréés dans le même État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans le même État membre; 2° établissement de crédit mère belge, un établis- sement de crédit de droit belge qui a comme fi liale un établissement de crédit, une société de bourse ou un établissement fi nancier, ou qui détient une participation dans un tel établissement de crédit, une telle société de bourse ou un tel établissement fi nancier, et qui n’est pas lui-même une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une autre société de bourse ayant son siège social en Belgique ou d’une compagnie fi nancière ou compa- gnie fi nancière mixte ayant son siège social en Belgique; 3°  établissement de crédit mère dans l’EEE, un établissement de crédit mère qui n’est pas une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une société de 18 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 4°  Belgische EER-moederkredietinstelling: een moederkredietinstelling naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstel- ling of een beursvennootschap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 5°  fi nanciële moederholding in een lidstaat: een fi nanciële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 6°  fi nanciële EER-moederholding: een fi nanciële moederholding die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 7°  Belgische fi nanciële EER-moederholding: een fi nanciële moederholding naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 8° gemengde fi nanciële moederholding in een lid- staat: een gemengde fi nanciële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanci- ele holding; 9° gemengde fi nanciële EER-moederholding: een ge- mengde fi nanciële moederholding die geen dochteron- derneming is van een kredietinstelling of beursvennoot- schap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; 10°  Belgische gemengde financiële EER- moederholding: een gemengde fi nanciële moederhol- ding naar Belgisch recht die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling of beursvennootschap waar- aan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding; bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 4° établissement de crédit mère belge dans l’EEE, un établissement de crédit mère de droit belge qui n’est pas une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 5° compagnie fi nancière mère dans un État membre, une compagnie fi nancière qui n’est pas elle-même une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans le même État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans le même État membre; 6° compagnie fi nancière mère dans l’EEE, une com- pagnie fi nancière mère qui n’est pas une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État membre ou d’une autre compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 7° compagnie fi nancière mère belge dans l’EEE, une compagnie fi nancière mère de droit belge qui n’est pas une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État membre ou d’une autre compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 8° compagnie fi nancière mixte mère dans un État membre, une compagnie fi nancière mixte qui n’est pas elle-même une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans le même État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans le même État membre; 9° compagnie fi nancière mixte mère dans l’EEE, une compagnie fi nancière mixte mère qui n’est pas une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 10° compagnie fi nancière mixte mère belge dans l’EEE, une compagnie fi nancière mixte mère de droit belge qui n’est pas une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre; 19 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 11° EER-moederinstelling: een moederonderneming die een kredietinstelling of beursvennootschap in een lidstaat is en die geen dochteronderneming is van een andere kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding.”; 3° in paragraaf 3, 7°, worden de woorden “de wet van 6 april 1995,” vervangen door de woorden “de wet van …, de wet van 19 april 2014 betreffende alterna- tieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,”. Art. 30 In artikel 166 van dezelfde wet worden de woorden “, met uitzondering van de artikelen 15, 16 en 17 van de genoemde Verordening” opgeheven. Art. 31 In artikel  167,  §  3, van dezelfde wet worden de woorden “een kredietinstelling, een fi nanciële instel- ling of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging” vervangen door de woorden “een kredietinstelling, een beursvennootschap of een fi nanciële instelling”. Art. 32 In artikel 168, § 3, van dezelfde wet worden de woor- den “hun groep van kredietinstellingen” vervangen door de woorden “geconsolideerd niveau”. Art. 33 In artikel 171 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden “3°, 4° en 5°” vervangen door de woorden “3° tot en met 7°”; 2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervan- gen als volgt: “3°  indien haar moederonderneming een fi nanci- ele moederholding in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat of een fi nan- ciële EER-moederholding of gemengde financiële EER-moederholding is, met in de lidstaat van haar maatschappelijke zetel een dochteronderneming die 11° établissement mère dans l’EEE, une entreprise mère qui est un établissement de crédit ou une société de bourse dans un État membre et qui n’est pas une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une autre société de bourse agréés dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière holding ou compagnie fi nancière holding mixte constituée dans un État membre.”; 3° dans le paragraphe 3, 7°, les mots  “la loi du 6 avril 1995,” sont remplacés par les mots “la loi du …, la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,”. Art. 30 Dans l’article  166  de la même loi, les mots “, à l’exception des articles 15, 16 et 17 dudit Règlement” sont abrogés. Art. 31 Dans l’article 167, § 3, de la même loi, les mots “un établissement de crédit, un établissement fi nancier ou une société de gestion d’organismes de placement collectif” sont remplacés par les mots “un établissement de crédit, une société de bourse, ou un établissement fi nancier”. Art. 32 Dans l’article 168, § 3, de la même loi, les mots “à leur groupe d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots “au niveau consolidé”. Art. 33 Dans l’article 171, de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, 2°, les mots “3°, 4° et 5°” sont remplacés par les mots “3° à 7°”; 2° au paragraphe 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit: “3° si son entreprise mère est une compagnie fi nan- cière mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mère dans l’EEE ou une compa- gnie fi nancière mixte mère dans l’EEE, avec dans l’État membre du siège social de celle-ci, une fi liale qui est un 20 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 een kredietinstelling of een beursvennootschap is, door de bevoegde autoriteit van die lidstaat;”; 3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 4° vervan- gen als volgt: “4° indien meerdere fi nanciële holdings of gemengde fi nanciële holdings, met hoofdkantoor in diverse lidsta- ten, moederonderneming zijn van kredietinstellingen of beursvennootschappen in diverse lidstaten waaronder een kredietinstelling naar Belgisch recht, en zich in elk van deze andere lidstaten een kredietinstelling of beursvennootschap bevindt, door de bevoegde autoriteit van de kredietinstelling of beursvennootschap met het hoogste balanstotaal;”; 4° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 5° vervan- gen als volgt: “5° indien meerdere kredietinstellingen of beursven- nootschappen in diverse lidstaten, waaronder een kredietinstelling naar Belgisch recht, dezelfde fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding als moederon- derneming hebben en aan geen van deze kredietinstel- lingen of beursvennootschappen een vergunning is verleend in de lidstaat waar de fi nanciële holding of ge- mengde fi nanciële holding is opgericht, door de voor de kredietinstelling of beursvennootschap met het hoogste balanstotaal bevoegde autoriteit. In geval van een kre- dietinstelling zal deze voor de toepassing van deze wet beschouwd worden als de kredietinstelling die gecon- troleerd wordt door een fi nanciële EER-moederholding of gemengde fi nanciële EER-moederholding;”; 5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 6° en een bepaling onder 7°, luidende: “6°  indien haar moederonderneming een EER- moederinstelling is, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de EER-moederinstelling haar maatschap- pelijke zetel heeft; 7°  indien haar moederonderneming een financi- ele moederholding in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat of een fi nan- ciële EER-moederholding of gemengde financiële EER-moederholding is, met in de lidstaat van haar maatschappelijke zetel geen dochteronderneming die een kredietinstelling of beursvennootschap is, door de toezichthouder.”; 6° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “3°, 4° en 5°” vervangen door de woorden “3° tot en met 7°”; établissement de crédit ou une société de bourse, par l’autorité compétente de cet État membre;”; 3° au paragraphe 1er, le 4° est remplacé par ce qui suit: “4° si plusieurs compagnies fi nancières ou compa- gnies fi nancières mixtes ayant leur administration cen- trale dans des États membres différents sont l’entreprise mère d’établissements de crédit et sociétés de bourse dans différents États membres, dont un établissement de crédit de droit belge, et qu’il y a un établissement de crédit ou une société de bourse dans chacun desdits États membres, par l’autorité compétente de l’établis- sement de crédit ou de la société de bourse affichant le total de bilan le plus élevé;”; 4° au paragraphe 1er, le 5° est remplacé par ce qui suit: “5° si plusieurs établissements de crédit ou socié- tés de bourse dans différents États membres, dont un établissement de crédit de droit belge, ont comme entreprise mère la même compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte et qu’aucun de ces établis- sements de crédit ou sociétés de bourse n’a été agréé dans l’État membre dans lequel la compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte a été constituée, par l’autorité compétente pour l’établissement de crédit ou la société de bourse qui affiche le total de bilan le plus élevé. Dans le cas d’un établissement de crédit, celui- ci sera considéré aux fi ns de la présente loi comme l’établissement de crédit contrôlé par une compagnie fi nancière mère dans l’EEE, ou une compagnie fi nan- cière mixte mère dans l’EEE;”; 5° le paragraphe 1er est complété par un 6° et un 7° rédigés comme suit: “6° si son entreprise mère est un établissement mère dans l’EEE, par l’autorité compétente de l’État membre où l’établissement mère dans l’EEE a son siège social; 7° si son entreprise mère est une compagnie fi nan- cière mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mère dans l’EEE ou une compa- gnie fi nancière mixte mère dans l’EEE, sans, dans l’État membre du siège social de celle-ci, une fi liale qui est un établissement de crédit ou une société de bourse, par l’autorité de contrôle.”; 6° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “3°, 4° et 5°” sont remplacés par les mots “3° à 7°”; 21 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 7° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden “zonder dat een kredietinstelling naar Belgisch recht aanwezig is in het geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 165, 2°, van overeenkomstige toe- passing op de voornoemde holding” vervangen door de woorden “zonder dat een kredietinstelling of beurs- vennootschap naar Belgisch recht aanwezig is in het geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 165, 2°, van overeenkomstige toepassing.”. Art. 34 In artikel 174 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “voor het toezicht op kredietinstellingen die dochteronder- nemingen zijn van een EER-moederkredietinstelling” vervangen door de woorden “voor het toezicht op dochterondernemingen van een EER-moederinstelling”; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden “het geconsolideerde eigen vermogen van de groep van kredietinstellingen” vervangen door de woorden “het geconsolideerde eigen vermogen op geconsolideerd ni- veau” en de woorden “voor elke entiteit binnen de groep van kredietinstellingen” vervangen door de woorden “voor elke entiteit binnen het geconsolideerd geheel”; 3° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden “de risicobeoordeling van de groep van kredietinstellin- gen” vervangen door de woorden “de risicobeoordeling op geconsolideerde basis”; 4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden “van de groep van kredietinstellingen” vervangen door de woorden “op geconsolideerde basis”; 5° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “het toezicht op een kredietinstelling die dochteronderneming is van een EER-moederkredietinstelling” vervangen door de woorden “het toezicht op een dochteronderne- ming van een EER-moederinstelling”. Art. 35 In artikel 178 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2  worden de woorden “en van Verordening nr. 575/2013” vervangen door de woor- den “, van Verordening nr. 575/2013 en van Richtlijn 2014/65/EU”; 7° au paragraphe 2, alinéa 4, les mots “sans qu’un établissement de crédit de droit belge figure dans l’ensemble consolidé, les dispositions applicables aux établissements de crédit visés à l’article 165, 2°, sont applicables par analogie à la compagnie précitée” sont remplacés par les mots “sans qu’un établissement de crédit ou une société de bourse de droit belge fi gure dans l’ensemble consolidé, les dispositions applicables aux établissements de crédit visés à l’article 165, 2°, sont applicables par analogie.”. Art. 34 A l’article 174 de la même loi, les modifi cations sui- vantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “du contrôle des établissements de crédit qui sont des fi liales d’un établissement de crédit mère dans l’EEE” sont rempla- cés par les mots “du contrôle des fi liales d’un établis- sement mère dans l’EEE”; 2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots “du niveau consolidé des fonds propres détenus par le groupe d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots “du niveau consolidé de l’ensemble consolidé” et les mots “à chaque entité du groupe d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots “à chaque entité de l’ensemble consolidé”; 3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots “l’évalua- tion des risques du groupe d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots “l’évaluation des risques sur base consolidée”; 4° au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots “du groupe d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots “sur base consolidée”; 5° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “du contrôle d’un établissement de crédit qui est une fi liale d’un éta- blissement de crédit mère dans l’EEE” sont remplacés par les mots “du contrôle d’une fi liale d’un établissement mère dans l’EEE”. Art. 35 Dans l’article 178 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 2, les mots “et du Règlement n°  575/2013” sont remplacés par les mots “, du Règlement n° 575/2013 et de la Directive 2014/65/UE”; 22 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° in paragraaf 4, 1°, worden de woorden “op krediet- instellingen die dochterondernemingen zijn” vervangen door de woorden “op dochterondernemingen”. Art. 36 In artikel   179, eerste lid, van dezelfde wet wor- den de woorden “kredietinstellingen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER- moederkredietinstelling” vervangen door de woorden “dochterondernemingen naar Belgisch recht van een EER-moederinstelling”. Art. 37 Artikel 180 van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt: “§ 1. De toezichthouder werkt voor de uitoefening van het toezicht op geconsolideerde basis nauw samen met de bevoegde autoriteiten die een vergunning hebben verleend aan de entiteiten die in het geconsolideerde toezicht zijn opgenomen. Hij kan aan deze bevoegde au- toriteiten vertrouwelijke informatie meedelen of vragen, wanneer ze van essentieel belang of relevant is voor de uitoefening van de toezichtstaken waarmee hij of deze bevoegde autoriteiten krachtens Richtlijn 2013/36/EU, Verordening nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/65/EU zijn belast. Daartoe verstrekken zij elkaar op verzoek alle relevante informatie en delen elkaar uit eigen beweging alle essentiële informatie mee.”; 2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “, een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden “de fi nanciële soliditeit van een kredietinstelling” en de woorden “of een fi nanciële instelling”; 3° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden “kredietinstellingen van de groep” vervangen door de woorden “entiteiten die deel uitmaken van het gecon- solideerd geheel”; 4° in paragraaf 2, tweede lid, 3°, worden de woorden “kredietinstellingen of andere entiteiten van de groep” vervangen door de woorden “entiteiten die deel uitma- ken van het geconsolideerd geheel” en de woorden “en beursvennootschappen” ingevoegd tussen het woord “kredietinstellingen” en de woorden “in de groep”. 2° au paragraphe 4, 1°, les mots “d’établissements de crédit qui sont des fi liales” sont remplacés par les mots “de fi liales”. Art. 36 Dans l’article 179, alinéa 1er, de la même loi, les mots “d’établissements de crédit de droit belge qui sont des fi liales d’un établissement de crédit mère dans l’EEE” sont remplacés par les mots “de fi liales de droit belge d’un établissement mère dans l’EEE”. Art. 37 Dans l’article 180 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1°  le paragraphe  1er, alinéa  1er, est remplacé par ce qui suit: “§  1er L’autorité de contrôle coopère étroitement, pour l’exercice du contrôle sur base consolidée, avec les autorités compétentes qui ont octroyé un agrément aux entités relevant du contrôle sur base consolidée. Elle peut communiquer ou demander à ces autorités compétentes des informations confi dentielles, lorsque celles-ci sont d’une importance essentielle ou per- tinentes pour l’exercice des tâches de surveillance qui lui sont confi ées ou à ces autorités compétentes en vertu de la Directive 2013/36/UE, du Règlement n° 575/2013 et de la Directive 2014/65/UE. A cet effet, elles se communiquent mutuellement, sur demande, toute information pertinente et, de leur propre initiative, toute information essentielle.”; 2°  au paragraphe 2,  alinéa 1er, les mots “, d’une société de bourse” sont insérés entre les mots “la solidité fi nancière d’un établissement de crédit” et les mots “ou un d’un établissement fi nancier”; 3° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots “établis- sements de crédit du groupe” sont remplacés par les mots “entités faisant partie de l’ensemble consolidé”; 4° au paragraphe 2, alinéa 2, 3°, les mots “établisse- ments de crédit ou d’autres entités du groupe” sont rem- placés par les mots “entités faisant partie de l’ensemble consolidé” et les mots “et aux sociétés de bourse” sont insérés entre les mots “établissements de crédit” et les mots “qui font partie du groupe”. 23 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 38 In artikel 181, derde lid, van dezelfde wet wor- den de woorden “kredietinstellingen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER- moederkredietinstelling” vervangen door de woorden “dochterondernemingen naar Belgisch recht van een EER-moederinstelling”. Art. 39 In artikel 182  van dezelfde wet worden de woor- den “een beursvennootschap,” ingevoegd tussen de woorden “Indien een kredietinstelling,” en “een fi nan- ciële holding”. Art. 40 In de Franse tekst van artikel 185, eerste lid, 2°, van dezelfde wet worden de woorden “société fi nancière mixte” vervangen door de woorden “compagnie fi nan- cière mixte”. Art. 41 In artikel 210, § 1er, 2°, van dezelfde wet worden de woorden “naargelang het geval, artikel 222 van deze wet, artikel 327 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of her- verzekeringsondernemingen of artikel 96 van de wet van 6 april 1995.” vervangen door de woorden “naargelang het geval, de artikelen 222 en 578 van deze wet, voor zover dat laatste artikel 222 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen, of artikel 327 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.”. Art. 42 In artikel 212 van dezelfde wet wordt het artikelnum- mer “77,” ingevoegd tussen het artikelnummer “71,” en het artikelnummer “234, § 1”. Art. 43 In artikel 225, eerste lid, 5°, van dezelfde wet worden de woorden “met toepassing van de artikelen 77bis en 77ter van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “met toepassing van de artikelen 65 en 65/1”. Art. 38 Dans l’article 181, alinéa 3, de la même loi, les mots “d’établissements de crédit de droit belge qui sont des fi liales d’un établissement de crédit mère dans l’EEE” sont remplacés par les mots “de fi liales de droit belge d’un établissement mère dans l’EEE”. Art. 39 Dans l’article 182 de la même loi, les mots “une so- ciété de bourse,” sont insérés entre les mots “Lorsqu’un établissement de crédit,” et les mots “une compagnie fi nancière”. Art. 40 Dans l’article 185, alinéa 1er, 2°, de la même loi, les mots “société fi nancière mixte” sont remplacés par les mots “compagnie fi nancière mixte”. Art. 41 Dans l’article 210, § 1er, 2°, de la même loi, les mots “selon le cas, à l’article 222 de la présente loi, à l’article 327 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassu- rance ou à l’article 96 de la loi du 6 avril 1995.” sont remplacés par les mots “selon le cas, aux articles 222 et 578 de la présente loi, dans la mesure où ce dernier rend l’article 222 applicable aux sociétés de bourse, ou à l’article 327 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance.”. Art. 42 Dans l’article 212 de la même loi, le numéro d’article “77,” est inséré entre le numéro d’article “71,” et le numéro d’article “234, § 1er”. Art. 43 Dans l’article 225, alinéa 1er, 5°, de la même loi, les mots “en application des articles 77bis et 77ter de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en application des articles 65 et 65/1”. 24 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 44 In artikel 234, §  1,  van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27  juni  2016, worden de woorden “of een van de voorschriften van de artikelen 3 tot en met 7, 14 tot en met 17 en 24, 25 en 26 van Verordening nr. 600/2014” vervangen door de woorden “of Verordening nr. 600/2014”. Art. 45 In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° vervan- gen als volgt: “2° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de instelling binnen een termijn die hij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de instelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen per- sonen. De toezichthouder maakt zijn beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad. Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de toezichthouder een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de in het eerste lid bedoelde leiders. Mits de toezichthouder hiermee instemt, kan of kun- nen de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen. De toezichthouder kan volgens de modaliteiten die hij bepaalt eisen dat de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) aan hem verslag uitbrengen over de fi - nanciële positie van de instelling en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de fi nanciële positie aan het begin en aan het einde van deze opdracht. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de toezichthou- der en gedragen door de instelling. De toezichthouder kan de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambts- halve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat Art. 44 Dans l’article 234, § 1er, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les mots “ou de l’une des prescriptions des articles 3 à 7, 14 à 17 et 24, 25 et 26 du Règlement n° 600/2014” sont remplacés par les mots “ou du Règlement n° 600/2014”. Art. 45 Dans l’article 236, de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit: “2° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l’organe légal d’administration de l’établis- sement dans un délai qu’elle détermine et, à défaut d’un tel remplacement dans ce délai, substituer à l’ensemble des organes d’administration et de gestion de l’établis- sement un ou plusieurs administrateurs ou gérants pro- visoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. L’autorité de contrôle publie sa décision au Moniteur belge. Lorsque les circonstances le justifient, l’autorité de contrôle peut procéder à la désignation d’un ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires sans procéder préalablement à l’injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants visés à l’alinéa 1er. Moyennant l’autorisation de l’autorité de contrôle, le ou les administrateurs ou gérants provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l’ordre du jour. L’autorité de contrôle peut requérir, selon les modali- tés qu’elle détermine, que le ou les administrateurs ou gérants provisoires lui fassent rapport sur la situation fi nancière de l’établissement et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation fi nancière au début et à la fi n de cette mission. La rémunération du ou des administrateurs ou gérants provisoires est fi xée par l’autorité de contrôle et supportée par l’établissement. L’autorité de contrôle peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs ou gérants provisoires, soit d’office, soit à la demande d’une majorité des action- naires ou associés lorsque ceux-ci justifi ent que la 25 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;”; 2° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 5°/1 in- gevoegd, luidende: “5°/1 de instelling gelasten om een deel of het geheel van haar bedrijf of haar net over te dragen. In dat geval zijn de artikelen 77, lid 1, 4°, en 78 van toepassing als de overdracht plaatsvindt tussen kredietinstellingen of tussen een dergelijke instelling en andere fi nanciële instellingen;”; 3° in paragraaf 2 worden de woorden “of wanneer de ernst van de feiten dit rechtvaardigt” ingevoegd tussen de woorden “in uiterst spoedeisende gevallen” en de woorden “de maatregelen als bedoeld”. Art. 46 In Boek II, Titel VIII, Hoofdstuk VI, van dezelfde wet wordt een Afdeling VI ingevoegd, die bestaat uit een artikel 281/1, luidende: “Afdeling VI. Bevoegdheid met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, aandelen en andere eigen- domsinstrumenten die zich in derde landen bevinden Art. 281/1. § 1. Wanneer bij een afwikkelingsmaatregel actie wordt ondernomen ten aanzien van activa die zich in een derde land bevinden of ten aanzien van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenis- sen die onder het recht van een derde land vallen, kan de afwikkelingsautoriteit verlangen dat: 1° de curator of andere persoon die zeggenschap over de kredietinstelling in afwikkeling uitoefent en de ontvanger verplicht zijn alle noodzakelijke stappen te ne- men om ervoor te zorgen dat de overdracht, de afschrij- ving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt; 2° de curator of andere persoon die zeggenschap over de kredietinstelling in afwikkeling uitoefent, verplicht is de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa of rechten te houden of de verbintenissen namens de ontvanger te voldoen totdat de overdracht, de afschrij- ving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt; 3°  de redelijke uitgaven die de ontvanger bij het uitvoeren van een overeenkomstig 1° en 2° vereiste maatregel rechtmatig heeft gemaakt, op een van de manieren als bedoeld in artikel 272 worden vergoed. gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires;”; 2° au paragraphe 1er, il est inséré un 5°/1  rédigé comme suit: “5°/1 enjoindre à l’établissement de céder l’ensemble ou une partie de son activité ou de son réseau. En ce cas, les articles 77, alinéa 1er, 4° et 78 sont applicables si la cession a lieu entre établissements de crédit ou entre un tel établissement et d’autres institutions fi nancières;”; 3° au paragraphe 2, les mots “ou lorsque la gravité des faits le justifi e” sont insérés entre les mots “en cas d’extrême urgence” et les mots “, l’autorité de contrôle peut”. Art. 46 Dans le Livre II, Titre VIII, Chapitre VI, de la même loi, il est inséré une Section VI, comportant un article 281/1, rédigée comme suit: “Section VI. Pouvoir concernant les actifs, droits, engagements, actions et autres titres de propriété situés dans un pays tiers Art. 281/1. § 1er. Dans les cas où une mesure de réso- lution implique de prendre des mesures à l’égard d’actifs situés dans un pays tiers ou d’actions, d’autres titres de propriété, de droits ou d’engagements régis par le droit d’un pays tiers, l’autorité de résolution peut exiger que: 1° le curateur ou toute autre personne exerçant le contrôle de l’établissement de crédit soumis à une procédure de résolution et l’entité réceptrice prennent toutes les mesures nécessaires pour que le transfert, la dépréciation, la conversion ou la mesure prenne effet; 2° le curateur ou toute autre personne exerçant le contrôle de l’établissement de crédit soumis à une pro- cédure de résolution détienne les actions, autres titres de propriété, actifs ou droits d’acquitter l’engagement pour le compte de l’entité réceptrice jusqu’à la prise d’effet du transfert, de la dépréciation, de la conversion ou de la mesure; 3°  les dépenses raisonnables engagées à bon escient par l’entité réceptrice en rapport avec la réali- sation d’une des mesures requises par les points 1° et 2° sont couvertes selon l’une des modalités visées à l’article 272. 26 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 2. Wanneer de afwikkelingsautoriteit vaststelt dat het, ondanks alle noodzakelijke, door de curator of andere persoon genomen maatregelen als bedoeld in paragraaf 1, 1° uiterst twijfelachtig is of de overdracht, de omzetting of de maatregel met betrekking tot bepaalde activa in een derde land of bepaalde aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen die onder het recht van een derde land vallen, van kracht wordt, gaat de afwikkelingsautoriteit niet over tot de overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maat- regel in kwestie. Indien de afwikkelingsautoriteit reeds opdracht tot de overdracht, de afschrijving, de omzet- ting of de maatregel heeft gegeven, is deze opdracht met betrekking tot de desbetreffende activa, aandelen, eigendomsinstrumenten of verbintenissen nietig.”. Art. 47 In Titel VIII van Boek II van dezelfde wet wordt een Hoofdstuk VI/1 ingevoegd, dat uit een artikel 281/2 be- staat, luidende: “HOOFDSTUK VI/1. Bevoegdheid tot handhaving van door andere lidstaten genomen maatregelen Art. 281/2. § 1. Wanneer een overdracht van aande- len, andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen uitgevoerd met toepassing van Richtlijn 2014/59/EU door de afwikkelingsautoriteit van een an- dere lidstaat, activa omvat die zich in België bevinden, dan wel rechten of verbintenissen naar Belgisch recht, heeft deze overdracht uitwerking in België of krachtens het Belgische recht. §  2.  De afwikkelingsautoriteit verleent aan de af- wikkelingsautoriteit van een andere lidstaat bedoeld in paragraaf 1 die de overdracht heeft uitgevoerd of voornemens is uit te voeren, alle redelijke bijstand om te waarborgen dat de aandelen of andere eigendomsin- strumenten of activa, rechten of verbintenissen overeen- komstig alle toepasselijke vereisten aan de ontvanger worden overgedragen. § 3. De aandeelhouders, schuldeisers en derden die door de in paragraaf 1 bedoelde overdracht van aande- len, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen worden getroffen, zijn niet gerechtigd de overdracht te verhinderen, te betwisten of te vernietigen, zelfs indien in een dergelijk recht voorzien is door het op de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen toepasselijk recht, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk IX. § 2. Si l’autorité de résolution estime, bien que les mesures nécessaires aient été prises par le curateur ou toute autre personne, conformément au paragraphe 1er, 1°, qu’il est très peu probable que le transfert, la conver- sion ou la mesure prenne effet concernant certains biens situés dans un pays tiers ou certaines actions, autres titres de propriété, droits ou engagements régis par le droit d’un pays tiers, l’autorité de résolution ne réalise pas le transfert, la dépréciation, la conversion ou la mesure. Si l’autorité de résolution a déjà donné l’ordre de réaliser le transfert, la dépréciation, la conversion ou la mesure, cet ordre est tenu pour nul pour ce qui est des biens, actions, titres de propriété ou engagements concernés.”. Art. 47 Dans le Titre VIII du Livre II de la même loi, il est inséré un Chapitre VI/1, comportant un article 281/2, rédigé comme suit: “CHAPITRE VI/1. Pouvoir de faire appliquer des mesures par d’autres États membres Art.  281/2. §  1er. Lorsqu’un transfert d’actions, d’autres titres de propriété, ou d’actifs, de droits ou d’engagements opéré en vertu de la Directive 2014/59/ UE par l’autorité de résolution d’un autre État membre comprend des actifs situés en Belgique ou des droits ou engagements relevant du droit belge, ce transfert produit ses effets en Belgique ou en vertu du droit belge. § 2. L’autorité de résolution prête à l’autorité de réso- lution d’un autre État membre visée au paragraphe 1er qui a procédé, ou entend procéder, au transfert, toute l’assistance raisonnablement nécessaire pour garantir que le transfert des actions ou autres titres de propriété ou des actifs, droits ou engagements à l’entité réceptrice respecte toutes les exigences applicables. §  3.  Les actionnaires, les créanciers et les tiers affectés par le transfert d’actions, d’autres titres de propriété, d’actifs, de droits ou d’engagements visé au paragraphe 1er ne peuvent pas empêcher, contester ou annuler le transfert même si un tel droit est prévu sous la loi applicable à ces actions, autres titres de propriété, droits ou engagements, sans préjudice du Chapitre IX. 27 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 4. Wanneer de afwikkelingsautoriteit van een an- dere lidstaat afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden uitoefent, onder meer met betrekking tot kapitaalinstru- menten in overeenstemming met artikel 59 van Richtlijn 2014/59/EU, en de in aanmerking komende schulden of relevante kapitaalinstrumenten van de instelling in afwikkeling instrumenten of verbintenissen omvatten die vallen onder het Belgische recht of verbintenissen die verschuldigd zijn aan in België gevestigde schuld- eisers, wordt de hoofdsom van deze verbintenissen of instrumenten verlaagd of worden deze verbintenissen of instrumenten omgezet op grond van de uitoefening van de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden door de afwikkelingsautoriteit van de andere lidstaat. § 5. De schuldeisers die getroffen worden door de in paragraaf 4 bedoelde uitoefening van afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden, zijn niet gerechtigd om de verlaging van de hoofdsom van het instrument of de verbintenissen dan wel, al naar gelang het geval, de omzetting ervan te betwisten, onverminderd het be- paalde in Hoofdstuk IX. § 6. In geval van overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten of activa, van rechten of ver- bintenissen die activa omvatten die zich in een andere lidstaat bevinden of van rechten of verbintenissen die onder het recht van een andere lidstaat vallen, of in geval van uitoefening van afschrijvings- of omzettings- bevoegdheden, met name ten aanzien van aanvul- lende kapitaalinstrumenten met toepassing van artikel 250, en wanneer de in aanmerking komende schulden of relevante kapitaalinstrumenten van de instelling onderworpen zijn aan een afwikkelingsprocedure die instrumenten of verbintenissen omvat die vallen onder het recht van een andere lidstaat of verbintenissen omvat jegens schuldeisers die gevestigd zijn in een andere lidstaat, wordt het volgende bepaald door het Belgisch recht: 1° het recht voor aandeelhouders, schuldeisers en derden om door het instellen van een beroep op grond van artikel 305 de hierboven bedoelde overdracht van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen te betwisten; 2° het recht voor schuldeisers om door het instellen van een beroep op grond van artikel 305 de verlaging van de hoofdsom of de omzetting van een instrument of verbintenis als bedoeld in paragraaf 4 te betwisten; 3° de in Hoofdstuk VII bedoelde waarborgen voor de hierboven bedoelde gedeeltelijke overdrachten van activa, rechten of verbintenissen.”. § 4. Lorsque l’autorité de résolution d’un autre État membre exerce les pouvoirs de dépréciation ou de conversion, notamment à l’égard des instruments de fonds propres conformément à l’article 59 de la Directive 2014/59/UE, et que les dettes éligibles ou les instru- ments de fonds propres pertinents de l’établissement soumis à une procédure de résolution comprennent des instruments ou des engagements régis par le droit belge ou des engagements envers des créanciers établis en Belgique, le montant du principal de ces engagements ou instruments est réduit, ou ces engagements ou instru- ments sont convertis, comme à la suite de l’exercice des pouvoirs de dépréciation ou de conversion par l’autorité de résolution de l’autre État membre. § 5. Les créanciers affectés par l’exercice des pou- voirs de dépréciation ou de conversion visés au para- graphe 4 n’ont pas le droit de contester la réduction du montant du principal de l’instrument ou de l’engagement ou, selon le cas, la conversion de l’instrument ou de l’engagement, sans préjudice du Chapitre IX. § 6. En cas de transfert d’actions, d’autres titres de propriété, ou d’actifs, de droits ou d’engagements comprenant des actifs situés dans un autre État membre ou des droits ou engagements relevant du droit d’un autre État membre, ou en cas d’exercice des pouvoirs de dépréciation ou de conversion, notamment à l’égard d’instruments de fonds propres additionnels confor- mément à l’article 250, et dans le cas où les dettes éligibles ou les instruments de fonds propres pertinents de l’établissement soumis à une procédure de résolution comprennent des instruments ou des engagements régis par la législation d’un autre État membre ou des engagements envers des créanciers établis dans un autre État membre, les éléments suivants sont déter- minés conformément au droit belge: 1° le droit des actionnaires, des créanciers et des tiers de contester le transfert, visé ci-dessus d’actions, d’autres titres de propriété, d’actifs, de droits ou d’engagements, en introduisant un recours en vertu de l’article 305; 2° le droit des créanciers de contester la réduction du montant principal, ou la conversion, d’un instrument ou d’un engagement visé au paragraphe 4, en introduisant un recours en vertu de l’article 305; 3° les mesures de sauvegarde visées au Chapitre VII pour les transferts partiels d’actifs, de droits ou d’engagements susmentionnés.”. 28 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 48 Artikel 312 van dezelfde wet wordt aangevuld met een vijfde paragraaf, luidende: “§ 5. Wanneer een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, een beroep wenst te doen op in België gevestigde verbonden agenten om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten, zijn de paragrafen 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing. Voor de toepas- sing van deze Titel worden deze verbonden agenten gelijkgesteld met een bijkantoor van de kredietinstelling. De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de voor het toezicht op de naleving van de gedragsregels re- levante elementen in het informatiedossier en van de regels met betrekking tot verbonden agenten.”. Art. 49 Artikel 313 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende: “§ 3. Wanneer een kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, in België beleggingsdiensten of -activiteiten alsmede nevendien- sten wil verrichten met inschakeling van in die andere lidstaat gevestigde verbonden agenten, is paragraaf 1 van overeenkomstige toepassing. De Bank maakt op haar website de identiteitsgege- vens bekend van de verbonden agenten waarop de kredietinstelling van plan is een beroep te doen.”. Art. 50 In artikel 329 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “met toepassing van Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “met toepassing van Richtlijn 2014/65/EU en Verordening nr. 600/2014”; 2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de laatste zin vervangen als volgt: “De Europese Commissie en Europese Autoriteit voor effecten en markten worden onmiddellijk van deze maatregelen in kennis gesteld.”; Art 48 L’article 312 de la même loi, est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit: “§  5. Lorsqu’un établissement de crédit relevant du droit d’un autre État membre souhaite recourir à des agents liés établis en Belgique pour y fournir des services d’investissement et/ou exercer des activités d’investissement et proposer des services auxiliaires, les paragraphes 1er, 2 et 4  sont applicables par analogie. Pour les besoins du présent Titre, ces agents liés sont assimilés à une succursale de l’établissement de crédit. La Banque communique à la FSMA les éléments du dossier d’information qui sont pertinents pour le contrôle du respect des règles de conduite et des règles relatives aux agents liés.”. Art. 49 L’article 313 de la même loi est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit: “§  3. Lorsqu’un établissement de crédit relevant du droit d’un autre État membre souhaite fournir des services d’investissement ou exercer des activités d’investissement et proposer des services auxiliaires en Belgique par l’intermédiaire d’agents liés établis dans cet autre État membre, le paragraphe 1er est applicable par analogie. L’autorité de contrôle publie sur son site internet l’identité des agents liés auxquels l’établissement de crédit entend recourir.”. Art. 50 Dans l’article 329 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “en application de la Directive 2004/39/CE” sont remplacés par les mots “en application de la Directive 2014/65/UE et du Règlement n° 600/2014”; 2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit: “La Commission européenne et l’Autorité européenne des marchés fi nanciers sont informées sans délai de l’adoption de ces mesures.”; 29 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 3° in paragraaf 1  wordt een derde lid inge- voegd, luidende: “In het in het tweede lid bedoelde geval kan de toezichthouder de zaak voorleggen aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1095/2010.”; 4° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven; 5° in paragraaf 3  wordt een derde lid inge- voegd, luidende: “Indien de in paragraaf 2, eerste en tweede lid be- doelde overtredingen van een kredietinstelling, in weer- wil van deze maatregelen, blijven aanhouden, neemt de toezichthouder, in voorkomend geval op verzoek van de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, de nodige maatregelen om de deposanten, de beleggers en andere cliënten en de goede werking van de markten te beschermen.”; 6° in paragraaf 4 worden de woorden “en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten” ingevoegd tussen de woorden “aan de Europese Commissie” en de woorden “, volgens de frequentie” en wordt het woord “laatstgenoemde” vervangen door het woord “eerstgenoemde”. Art. 51 In artikel 333, § 4, van dezelfde wet worden de woor- den “of de beleggers” ingevoegd tussen de woorden “voor de bescherming van de spaarders” en de woorden “of voor een gezond en voorzichtig beleid”. Art. 52 Artikel 336 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende: “§ 2. Het Belgische bijkantoor van de kredietinstel- ling kan slechts fi nanciële instrumenten van cliënten in ontvangst nemen indien, bij opening van een insolven- tieprocedure tegen de kredietinstelling in het derde land, de wetgeving inzake dergelijke procedures het zakelijk eigendomsrecht als bedoeld in artikel 13, tweede lid van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 be- treffende de bewaargeving van vervangbare fi nanciële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, gecoördineerd op 27 januari 2004, erkent 3° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit: “Dans le cas visé à l’alinéa 2, l’autorité de contrôle peut saisir l’Autorité européenne des marchés fi nanciers et demander son assistance conformément à l’article 19 du Règlement n° 1095/2010.”; 4° dans le paragraphe 2, l’alinéa 3 est abrogé; 5° dans le paragraphe 3, il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit: “Si, en dépit de ces mesures, les manquements visés au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, persistent dans le chef d’un établissement de crédit, l’autorité de contrôle, le cas échéant à la demande de la FSMA, prend, après en avoir informé les autorités compétentes de l’État membre d’origine de l’établissement de crédit, toutes les mesures appropriées pour protéger les déposants, les investisseurs et autres clients et pour préserver le bon fonctionnement des marchés.”; 6° dans le paragraphe 4, les mots “et à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers” sont insérés entre les mots “à la Commission européenne” et “, selon la périodicité fi xée” et le mot “celle-ci” est remplacé par les mots “la première”. Art. 51 Dans l’article 333, § 4, de la même loi, les mots “ou des investisseurs” sont insérés entre les mots “la protection des épargnants” et les mots “ou la gestion saine et prudente”. Art. 52 L’article 336, de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un para- graphe 2, rédigé comme suit: “§ 2. La succursale belge de l’établissement de crédit ne peut recevoir des instruments fi nanciers de clients que si, en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à l’encontre de l’établissement de crédit dans le pays tiers, le droit régissant cette procédure reconnaît le droit réel de copropriété prévu à l’article 13, alinéa 2 de l’arrêté royal n° 62 du 10 novembre 1967 relatif au dépôt d’ins- truments fi nanciers fongibles et à la liquidation d’opéra- tionssur ces instruments, coordonné le 27 janvier 2004, dans le chef des investisseurs ayant déposé leurs 30 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voor de beleggers die hun fi nanciële instrumenten bij het Belgische bijkantoor hebben gedeponeerd, of indien deze wetgeving aan de belegger een recht toekent ten gevolge van de bewaargeving van de fi nanciële instru- menten, dat een zakelijk recht vormt op grond waarvan hij een vordering tot teruggave kan uitoefenen op deze fi nanciële instrumenten, met uitsluiting van een louter vorderingsrecht.”. Art. 53 In artikel 337 van dezelfde wet wordt het artikelnum- mer “, 136/1” ingevoegd tussen het artikelnummer “136” en de woorden “en 139 zijn”. Art. 54 In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “of Verordening nr. 600/2014”; 2° in het tweede lid worden de woorden “Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “Richtlijn 2014/65/EU”. Art. 55 In artikel 346 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 1, a), worden de woorden “of van Verordening nr.  575/2013” vervangen door de woorden “, van Verordening nr. 575/2013 of Verordening nr. 600/2014”; 2° in § 4 worden de woorden “door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen” vervangen door de woorden “door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën”; 3° in § 5 worden de woorden “Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “Richtlijn 2014/65/EU”. Art. 56 In artikel 347 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in §  1  worden de woorden “of Verordening nr.  600/2014” ingevoegd tussen de woorden “of op instruments fi nanciers auprès de la succursale belge ou confère à l’investisseur un droit à la suite du dépôt des instruments fi nanciers qui est constitutif d’un droit réel permettant l’exercice d’une revendication sur ces instruments fi nanciers, à l’exclusion d’un simple droit de créance.”. Art. 53 Dans l’article 337 de la même loi, le numéro d’article “, 136/1” est inséré entre le numéro d’article “136” et les mots “et 139 sont”. Art. 54 Dans l’article 345 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° l’alinéa 1er est complété par les mots “ou du Règlement n° 600/2014”; 2° à l’alinéa 2, les mots “Directive 2004/39/CE” sont remplacés par les mots “Directive 2014/65/UE”. Art. 55 Dans l’article 346, de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au § 1er, a), les mots “ou du Règlement n° 600/2014” sont insérés entre les mots “du Règlement n° 575/2013” et le mot “ou;”; 2° au § 4, les mots “par l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines” sont rempla- cés par les mots “par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances”; 3° au § 5, les mots “directive 2004/39/CE” sont rem- placés par les mots “Directive 2014/65/UE”. Art. 56 Dans l’article 347 de la même loi, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au § 1er, les mots “ou du Règlement n° 600/2014” sont insérés entre les mots “ou au Règlement 31 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Verordening nr. 575/2013” en de woorden “of indien zij een inbreuk vaststelt”; 2° in § 3 worden de woorden “door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen” vervangen door de woorden “door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën”; 3° in § 5 worden de woorden “Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “Richtlijn 2014/65/EU”. Art. 57 Artikel 348 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: “§ 4. De fi nanciële tussenpersonen bedoeld in artikel 2, 9° van de wet van 2 augustus 2002 of diegenen die optreden in naam van een dergelijke tussenpersoon, die fi nanciële instrumenten van een cliënt zonder de krachtens artikel 65, § 1, vereiste toestemming op om het even welke wijze gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van derden, worden beschouwd als schuldig aan misbruik van vertrouwen en gestraft met de in artikel 491 van het Strafwetboek bepaalde straffen.”. Art. 58 In dezelfde wet wordt het opschrift van Boek VIII vervangen als volgt: “BOEK VIII. BELEGGERS- EN DEPOSITO- BESCHERMINGSREGELINGEN” Art. 59 In Boek VIII van dezelfde wet wordt een Titel I inge- voegd, die bestaat uit de artikelen 380 tot 384/1, met als opschrift: “Titel I. Depositobeschermingsregeling” Art. 60 In artikel 380, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Franse versie wordt in de laatste zin het woord “égale” vervangen door het woord “équivalente”; n° 575/2013” et les mots “ou lorsqu’elle constate une infraction”; 2° au § 3, les mots “par l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines” sont rempla- cés par les mots “par l’Administration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances”; 3° au § 5, les mots “directive 2004/39/CE” sont rem- placés par les mots “Directive 2014/65/UE”. Art. 57 L’article 348 de la même loi est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit: “§  4. Sont considérés comme coupables d’abus de confi ance et punis des peines prévues par l’article 491 du Code pénal, les intermédiaires fi nanciers visés à l’article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 ou ceux agissant au nom d’un tel intermédiaire, qui utilisent d’une manière quelconque à leur profi t personnel ou au profi t de tiers, des instruments fi nanciers appartenant à un client sans l’autorisation requise en vertu de l’article 65, § 1er.”. Art. 58 Dans la même loi, l’intitulé du Livre VIII est remplacé par ce qui suit: “LIVRE VIII. DES SYSTÈMES DE PROTECTION DES DÉPÔTS ET DES INVESTISSEURS” Art. 59 Dans le Livre VIII de la même loi, il est inséré un Titre Ier, comportant les articles 380 à 384/1, intitulé comme suit: “Titre Ier. Du Système de protection des dépôts” Art. 60 Dans l’article 380, alinéa 2, de la même loi, les modi- fi cations suivantes sont apportées: 1° dans la dernière phrase, le mot “égale” est rem- placé par le mot “équivalente”; 32 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° de laatste zin wordt aangevuld met de woorden “, voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau”. Art. 61 In artikel 381, tweede lid, van dezelfde wet, laatste- lijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016 worden de woorden “een kredietinstelling naar Belgisch recht” vervangen door de woorden “een in artikel 380 bedoelde kredietinstelling”. Art. 62 In Boek VIII van dezelfde wet wordt een Titel II inge- voegd, die de artikelen 384/2 tot 384/6 bevat, luidende: “Titel II. Beleggersbeschermingsregeling” Art. 384/2. Iedere in België gevestigde kredietinstel- ling moet deelnemen aan een collectieve beleggers- beschermingsregeling waaraan zij bijdraagt en die tot doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers een schadevergoeding toe te kennen wanneer het faillis- sement van een dergelijke instelling is uitgesproken of wanneer de toezichthouder de in artikel 384/3, tweede lid, bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van een dergelijke instelling. Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van kre- dietinstellingen die onder het recht van een andere lid- staat ressorteren. Het geldt evenmin voor de bijkantoren van kredietinstellingen die onder het recht van een derde land ressorteren en waarvan de verbintenissen door een beleggersbeschermingsregeling van die staat minstens op evenwaardige wijze gedekt zijn als in het kader van de in het eerste lid bedoelde regeling, voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau. Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrich- tingen van de beleggersbeschermingsregeling waar. Art.  384/3. De toezichthouder informeert het Garantiefonds zo spoedig mogelijk ingeval hij problemen op het spoor komt die waarschijnlijk tot de interventie van de beleggersbeschermingsregeling zullen leiden. Behalve in de gevallen waarin het faillissement is uitgesproken, neemt de toezichthouder de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat een in artikel 384/2 be- doelde kredietinstelling, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar fi nanciële positie, niet in staat lijkt te zijn te voldoen aan haar verplichtingen jegens de 2° la dernière phrase est complétée par les mots “, quant aux actifs couverts et au niveau de couver- ture prévu”. Art. 61 Dans l’article 381, alinéa 2, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, les mots “un éta- blissement de crédit de droit belge” sont remplacés par les mots “un établissement de crédit visé à l’article 380”. Art. 62 Dans le Livre VIII de la même loi, il est inséré un Titre II, comportant les articles 384/2 à 384/6, rédigé comme suit: “Titre II. Du Système de protection des investisseurs Art. 384/2. Les établissements de crédit établis en Belgique doivent participer à un système collectif de pro- tection des investisseurs auquel ils contribuent et visant à accorder à certaines catégories d’investisseurs une indemnisation lorsque la faillite d’un tel établissement est prononcée ou lorsque l’autorité de contrôle a pris la décision visée à l’article 384/3, alinéa 2, à l’égard d’un tel établissement. L’alinéa  1er n’est pas applicable aux succursales d’établissements de crédit relevant du droit d’un autre État membre. Il n’est également pas applicable aux succursales d’établissements de crédit relevant du droit d’un pays tiers et dont les engagements sont couverts par un système de protection des investisseurs de cet État dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système visé à l’alinéa 1er, quant aux actifs couverts et au niveau de couverture prévu. Le Fonds de garantie assure la gestion et les opéra- tions du système de protection des investisseurs. Art. 384/3. L’autorité de contrôle informe dans les meilleurs délais le Fonds de garantie lorsqu’elle décèle des problèmes susceptibles de donner lieu à l’interven- tion du système de protection des investisseurs. Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée, l’autorité de contrôle prend la décision constatant que, pour des raisons liées directement à sa situation fi nancière, un établissement de crédit visé à l’article 384/2 n’apparaît pas en mesure de remplir ses obliga- tions à l’égard des investisseurs en matière de restitution 33 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beleggers tot terugbetaling van de fi nanciële instrumen- ten die voor hun rekening worden gehouden of die de kredietinstelling verschuldigd is, en dat de kredietinstel- ling daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat zal zijn. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastgesteld dat de kredietinstelling heeft nagelaten een fi nancieel instrument terug te betalen. Het Fonds zorgt voor de in artikel 384/4 bedoelde schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de vordering van de belegger in aanmerking is genomen en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De toe- zichthouder kan deze termijn verlengen met ten hoog- ste drie maanden. Deze verlenging mag enkel worden toegestaan in zeer uitzonderlijke omstandigheden en in specifi eke gevallen. De kredietinstelling, of, als deze failliet is, de curator, deelt te allen tijde en op verzoek van het Garantiefonds alle gegevens mee die deze laatste nodig heeft om de in artikel 384/4 bedoelde schadevergoeding toe te kennen aan de beleggers. De Koning kan de nadere regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens tussen de kredietinstelling of curator, enerzijds, en het Garantiefonds, anderzijds. Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gege- vens die het Garantiefonds in uitvoering van het vorige lid heeft ontvangen, kijkt de kredietinstelling of de curator deze op zijn verzoek na en deelt in voorkomend geval de verbeterde gegevens mee aan het Garantiefonds. Art.  384/4. Onverminderd eventuele franchises overeenkomstig het Europese recht, voorziet de door het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermings- regeling, tot een bedrag van maximum 20 000 euro per belegger en per kredietinstelling die aan deze regeling deelneemt, in een schadevergoeding voor niet-terugbe- taling van fi nanciële instrumenten die voor rekening van de beleggers worden gehouden of die de kredietinstel- ling verschuldigd is, ongeacht de munteenheid waarin de fi nanciële instrumenten zijn uitgedrukt. Art. 384/5. De Koning bepaalt welke informatie de kredietinstellingen aan de beleggers moeten verstrek- ken over de dekking van hun tegoeden ingevolge de voornoemde regeling. De aanwending voor reclamedoeleinden van de in het eerste lid bedoelde informatie is beperkt tot de loutere vermelding van de beleggersbeschermingsregeling die een garantie biedt voor de fi nanciële instrumenten waarop de reclame betrekking heeft. De Koning kan toestaan dat aanvullende informatie wordt meegedeeld. des instruments fi nanciers qui sont détenus pour leur compte ou dont l’établissement de crédit est redevable et que l’établissement de crédit ne sera pas en mesure de le faire dans un futur rapproché. Ce constat est fait dès que possible, et en tout état de cause au plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la première fois que l’établissement de crédit a omis de restituer un instrument fi nancier. Le Fonds de garantie assure l’indemnisation visé à l’article 384/4 dans un délai de trois mois après que l’éligibilité et le montant de la créance de l’investisseur ont été établis. L’autorité de contrôle peut décider une prolongation ne dépassant pas trois mois. Cette pro- longation ne peut être accordée que dans des circons- tances très exceptionnelles et pour des cas particuliers. L’établissement de crédit ou, si celui-ci est en fail- lite, le curateur communique à tout moment et à la demande du Fonds de garantie, toutes les données dont ce dernier a besoin pour assurer l’indemnisation des investisseurs visée à l’article 384/4. Le Roi peut défi nir les règles relatives à l’échange des données entre l’établissement de crédit, ou le curateur, d’une part, et le Fonds de garantie, d’autre part. S’il y a un doute concernant l’exactitude des données que le Fonds de garantie a reçues en exécution de l’ali- néa précédent, l’établissement de crédit ou le curateur les vérifi e à sa demande et lui transfère, le cas échéant, les données corrigées. Art. 384/4. Sans préjudice d’éventuelles franchises conformes au droit européen, le système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit une indemnisation pour toute non-restitution d’instruments fi nanciers qui sont détenus pour le compte des investisseurs ou dont l’établissement de crédit est redevable, jusqu’à un plafond de 20 000  euros par investisseur et par établissement de crédit adhérant à ce système, quelle que soit la devise dans laquelle les instruments fi nanciers sont libellés. Art. 384/5. Le Roi règle le contenu de l’information à procurer aux investisseurs par les établissements de crédit concernant la couverture de leurs avoirs résultant du système précité. L’usage publicitaire des informations visées à l’ali- néa 1er est limité à une simple mention du système de protection des investisseurs qui garantit les instruments fi nanciers visés dans la publicité. Le Roi peut autoriser la communication d’informations complémentaires. 34 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De FSMA ziet toe op de naleving van dit artikel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Voor de uitvoe- ring van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdhe- den bedoeld in de artikelen 34, § 1, 1°, 35, §§ 1 en 2, 36, 36bis en 37 van de wet van 2 augustus 2002. Art. 384/6. Het Garantiefonds treft de nodige maat- regelen en schikkingen om de bijkantoren van krediet- instellingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren, in staat te stellen deel te nemen aan de be- leggersbeschermingsregeling die het beheert, teneinde, binnen de grenzen van deze regeling, de waarborgen verstrekt door de regeling waaraan de instelling in haar staat deelneemt, aan te vullen. Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen ten aanzien van de beleggersbeschermingsregeling niet nakomt, wendt het Garantiefonds zich in samenwerking met de toezichthouder tot de bevoegde autoriteit die de vergun- ning heeft verleend aan de kredietinstelling waarvan het bijkantoor afhangt. Indien de toestand niet binnen twaalf maanden wordt verholpen, kan het Garantiefonds, op eensluidend advies van deze autoriteit, het bijkantoor uitsluiten na afl oop van een opzeggingstermijn van twaalf maanden. De termijnverbintenissen van voor de uitsluiting blijven gedekt door de beschermingsregeling tot ze vervallen. De andere tegoeden die vóór de uit- sluiting werden gehouden, blijven nog twaalf maanden gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo niet, door de toezichthouder op de hoogte gebracht van het verval van de dekking.”. Art. 63 Artikel 418 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 64 In Boek IX, Titel III van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2016, wordt een artikel 419/3 ingevoegd, luidende: “Art.  419/3. Voor de toepassing van de artikelen 384/2 tot 384/6 dienen de woorden “het Garantiefonds” begrepen te worden als het Beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten dat optreedt krachtens de wet van 17 december 1998 tot oprich- ting van een beschermingsfonds voor deposito’s en fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële instrumenten, tot op de datum waarop zijn opdrachten aan het Garantiefonds worden overgedragen.”. La FSMA veille au respect de l’application du présent article et des arrêtés pris pour son exécution. Pour l’exercice de cette mission de surveillance, elle dispose des compétences visées aux articles 34, § 1er, 1°, 35, §§ 1er et 2, 36, 36bis et 37 de la loi du 2 août 2002. Art. 384/6. Le Fonds de garantie prend les mesures et dispositions nécessaires pour permettre aux suc- cursales des établissements de crédit relevant du droit d’un autre État membre de participer au système de protection des investisseurs dont il assume la gestion, en vue de compléter, dans les limites de ce système, les garanties procurées par le système auquel l’établis- sement adhère dans son État. Si la succursale qui a fait usage de la faculté prévue par l’alinéa 1er ne remplit pas ses obligations envers le système de protection des investisseurs, le Fonds de garantie, en collaboration avec l’autorité de contrôle, en saisit l’autorité compétente qui a délivré l’agrément à l’établissement de crédit dont relève la succursale. À défaut de redressement de la situation, dans les douze mois, le Fonds de garantie peut, de l’avis conforme de cette autorité, exclure la succursale au terme d’un préavis de douze mois. Les engagements à terme anté- rieurs à l’exclusion restent couverts par le système de protection, jusqu’à leur terme. Les autres avoirs détenus antérieurement à l’exclusion restent couverts pendant douze mois. Les investisseurs sont informés par la succursale, ou, à défaut, par l’autorité de contrôle, de la cessation de la couverture.”. Art. 63 L’article 418 de la même loi est abrogé. Art. 64 Dans le Livre IX, Titre III de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, il est inséré un article 419/3, rédigé comme suit: “Art.  419/3. Aux fi ns des articles 384/2  à 384/6, les mots “Fonds de garantie” doivent s’entendre comme le Fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers agissant en vertu de la loi du 17 décembre 1998 créant un fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers et réorganisant les systèmes de protection des dépôts et des instruments fi nanciers, jusqu’à la date à laquelle ses missions sont transférées au Fonds de garantie.”. 35 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 65 In artikel 423 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “in de zin van artikel 164, § 2, 3°,” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 164, § 2, 3°, en van de artikelen 574 en 575”; 2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “in de zin van artikel 164, § 2, 4°,” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 164, § 2, 4°, en van de artikelen 574 en 575”; 3° er wordt een bepaling onder 2°/1  inge- voegd, luidende: “2°/1  EER-moederbeursvennootschap, een moe- derbeursvennootschap die geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of kredietinstel- ling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding;”; 4° er wordt een bepaling onder 2°/2  inge- voegd, luidende: “2°/2 moederbeursvennootschap in een lidstaat, een beursvennootschap die een beursvennootschap, een kredietinstelling of een fi nanciële instelling als dochter- onderneming heeft of die een deelneming heeft in een beursvennootschap, kredietinstelling of fi nanciële instel- ling en zelf geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding;”; 5° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt: “10° EER-moederonderneming: een EER-moeder- kredietinstelling, een EER-moederbeursvennootschap, een fi nanciële EER-moederholding of een gemengde fi nanciële EER-moederholding;”; 6° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt: “11° moederonderneming in een lidstaat: een moeder- kredietinstelling in een lidstaat, een moederbeursven- nootschap in een lidstaat, een fi nanciële moederholding in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederhol- ding in een lidstaat;”; Art. 65 Dans l’article 423 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au 1°, les mots “au sens de l’article 164, § 2, 3°,” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 164, § 2, 3°, et des articles 574 et 575”; 2° au 2°, les mots “au sens de l’article 164, § 2, 4°,” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 164, § 2, 4°, et des articles 574 et 575”; 3° il est inséré un 2°/1 rédigé comme suit: “2°/1 société de bourse mère dans l’EEE, une société de bourse mère qui n’est pas une fi liale d’une autre société de bourse ou d’un établissement de crédit agréé dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un État membre;”; 4° il est inséré un 2°/2 rédigé comme suit: “2°/2 société de bourse mère dans un État membre, une société de bourse qui a comme fi liale une société de bourse, un établissement de crédit ou un établisse- ment fi nancier, ou qui détient une participation dans une société de bourse, un établissement de crédit ou un établissement fi nancier, et qui n’est pas elle-même une fi liale d’une autre société de bourse ou d’un établis- sement de crédit agréés dans le même État membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée dans le même État membre;”; 5° le 10° est remplacé par ce qui suit: “10° entreprise mère dans l’EEE, un établissement de crédit mère dans l’EEE, une société de bourse mère dans l’EEE, une compagnie fi nancière mère dans l’EEE ou une compagnie fi nancière mixte mère dans l’EEE;”; 6°  le 11° est remplacé par ce qui suit: “11° entreprise mère dans un État membre, un établissement de crédit mère dans un État membre, une société de bourse mère dans un État membre, une compagnie fi nancière mère dans un État membre ou une compagnie financière mixte mère dans un État membre;”; 36 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 7° de bepaling onder 21° wordt opgeheven. Art. 66 In artikel 424 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt: “1° kredietinstellingen die onder het recht van een lidstaat ressorteren;”; 2° er wordt een bepaling onder 1°/1  inge- voegd, luidende: “1°/1 beursvennootschappen die onder het recht van een lidstaat ressorteren en die overeenkomstig artikel 28, lid 2 van Richtlijn 2013/36/EU een minimumkapitaal hebben van 730 000 euro;”; 3° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt: “5° in een lidstaat gevestigde bijkantoren van kre- dietinstellingen of beursvennootschappen die onder het recht van een derde land ressorteren.”. Art. 67 In artikel 426, § 2 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de woorden “overeenkomstig artikel 108, § 2, tweede lid” vervangen door de woorden “overeenkomstig artikel 110, § 2, tweede lid”. Art. 68 In artikel 470 van dezelfde wet, ingevoegd bij het ko- ninklijk besluit van 26 december 2015, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt: “§ 1. Indien een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert of een moederonderne- ming die onder het recht van een derde land ressorteert, dochterondernemingen heeft in België en in een of meer andere lidstaten of twee of meer bijkantoren heeft die in het licht van de beoordelingscriteria van artikel 51, lid 1, tweede alinea van Richtlijn 2013/36//EU als signifi cant worden aangemerkt door België en door een of meer andere lidstaten, richt de afwikkelingsautoriteit samen met de betrokken buitenlandse afwikkelingsautoriteiten een Europees afwikkelingscollege op.”. 7° le 21° est supprimé. Art. 66 Dans l’article 424 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 1° est remplacé par ce qui suit: “1° établissements de crédit relevant du droit d’un État membre;”; 2° il est inséré un 1°/1 rédigé comme suit: “1°/1 aux sociétés de bourse relevant du droit d’un État membre et dont le capital minimum s’élève, confor- mément à l’article 28, paragraphe 2 de la Directive 2013/36/UE, à 730 000 euros;”; 3° le 5° est remplacé ce qui suit: “5° succursales d’établissements de crédit ou de sociétés de bourse relevant du droit d’un pays tiers, établies dans un État membre.”. Art. 67 Dans l’article 426, § 2 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les mots “confor- mément à l’article 108, § 2, alinéa 2” sont remplacés par les mots “conformément à l’article 110, § 2, alinéa 2”. Art. 68 Dans l’article 470 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, le paragraphe 1er est rem- placé par ce qui suit: “§ 1er.  Lorsqu’un établissement de crédit relevant du droit d’un pays tiers ou une entreprise mère relevant du droit d’un pays tiers compte des fi liales établies en Belgique et dans un ou plusieurs autres États membres ou deux succursales ou plus considérées, au regard des critères d’appréciation prévus à l’article 51, paragraphe 1er, alinéa 2 de la Directive 2013/36//UE, comme d’importance signifi cative par la Belgique et par un ou plusieurs autres États membres, l’autorité de résolution instaure un collège d’autorités de résolution européennes avec les autorités de résolution étrangères concernées.”. 37 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 69 In artikel 480 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt: “1° activa van een kredietinstelling of moederonder- neming die onder het recht van een derde land ressor- teert, die zich in België bevinden of onder het Belgische recht vallen; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: 2° rechten of verplichtingen van een kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert, die door haar in België gevestigde bijkantoor zijn geboekt, onder het Belgische recht vallen, dan wel ingeval met dergelijke rechten en verplichtingen samenhangende vorderingen in België afdwingbaar zijn;”. Art. 70 In artikel 483 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Franse tekst wordt de inleidende zin vervan- gen als volgt: “L’autorité de résolution, après avoir consulté les autorités de résolution étrangères lorsqu’un collège d’autorités de résolution européennes est institué, peut, en application de l’article 479, refuser de reconnaître ou d’exécuter des procédures de résolution de pays tiers si elle considère:”; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt: “2° dat een afwikkelingsmaatregel uit hoofde van artikel 484 met betrekking tot een Belgisch bijkantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert, nood- zakelijk is om een of meer afwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken;”. Art. 71 In artikel 484 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: Art. 69 Dans l’article 480 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 1° est remplacé par ce qui suit: “1° les actifs d’un établissement de crédit ou d’une entreprise mère relevant du droit d’un pays tiers, qui sont situés en Belgique ou régis par le droit belge; 2° le 2° est remplacé par ce qui suit: 2° les droits ou des engagements d’un établissement de crédit relevant du droit d’un pays tiers qui sont inscrits dans ses comptes par sa succursale située en Belgique, sont régis par le droit belge, ou auxquels des créances liées à ces droits et engagements sont exécutées en Belgique;”. Art. 70 Dans l’article 483 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit: “L’autorité de résolution, après avoir consulté les autorités de résolution étrangères lorsqu’un collège d’autorités de résolution européennes est institué, peut, en application de l’article 479, refuser de reconnaître ou d’exécuter des procédures de résolution de pays tiers si elle considère:”; 2° le 2° est remplacé par ce qui suit: “2° qu’il est nécessaire de prendre une mesure de résolution au titre de l’article 484 vis-à-vis d’une suc- cursale belge d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse relevant du droit d’un pays tiers pour réaliser un ou plusieurs des objectifs de la résolution;”. Art. 71 Dans l’article 484 de la même loi, inséré par l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit: 38 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 “§ 1. De afwikkelingsautoriteit is bevoegd om een maatregel te nemen ten aanzien van een Belgisch bij- kantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert indien zij niet het voorwerp uitmaakt van een afwik- kelingsprocedure met toepassing van het recht van het derde land of indien deze procedure onder artikel 483 valt. Artikel 287 is van toepassing op de uitoefening van deze bevoegdheid.”; 2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° vervan- gen als volgt: “1° het Belgische bijkantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap die onder het recht van een derde land ressorteert, vervult niet langer, of vervult waar- schijnlijk niet langer, de respectievelijk door de artikelen 333 en 336 en 603 en 605 opgelegde voorwaarden voor het verlenen van de vergunning en de uitoefening van de werkzaamheden in België, en het valt niet te verwachten dat een maatregel van de particuliere sector, een toe- zichthouder of de autoriteiten van het betrokken derde land ervoor zou zorgen dat het bijkantoor opnieuw aan de voorwaarden voldoet, dan wel het in gebreke blijven van het bijkantoor binnen een redelijk tijdsbestek zou voorkomen;”. Art. 72 In dezelfde wet wordt een Boek XII ingevoegd, dat de artikelen 486 tot 622 bevat, luidende: “Boek XII. Beursvennootschappen Titel I. Defi nities – Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. Defi nities Art. 486. Voor de toepassing van dit Boek en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, dient te worden verstaan onder: 1° kleine beursvennootschap: een beursvennoot- schap die aan de volgende twee voorwaarden voldoet: a) totaal bedrag aan in bewaring ontvangen fi- nanciële instrumenten minder dan of gelijk aan 5 000 000 000 euro gedurende twee opeenvolgende boekjaren; en b) de beursvennootschap voldoet aan ten minste twee van de volgende criteria: —  gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen; “§ 1er. L’autorité de résolution est habilitée à prendre une mesure vis-à-vis d’une succursale belge d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse relevant du droit d’un pays tiers lorsqu’elle ne fait pas l’objet d’une procédure de résolution en application du droit du pays tiers ou qu’une telle procédure fait l’objet de l’article 483. L’article 287 est applicable à l’exercice de tels pouvoirs.”; 2° dans le paragraphe 2, le 1° est remplacé par ce qui suit: “1° la succursale belge d’un établissement de crédit ou d’une société de bourse relevant du droit d’un pays tiers ne remplit plus, ou risque de ne plus remplir, les conditions d’agrément et d’activité en Belgique impo- sées respectivement par les article 333 et 336 et 603 et 605 et il n’existe aucune perspective qu’une action de nature privée, prudentielle ou prise par les autorités du pays tiers concerné puisse, dans un délai raisonnable, ramener la succursale à la conformité ou empêcher sa défaillance;”. Art. 72 Dans la même loi, il est ajouté un Livre XII, comportant les articles 486 à 622, rédigé comme suit: “Livre XII. Des sociétés de bourse Titre Ier. Defi nitions – généralités CHAPITRE Ier. Défi nitions Art. 486. Pour l’application du présent Livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d’entendre par: 1° société de bourse de petite taille, une société de bourse qui répond aux deux conditions suivantes: a) total des instruments fi nanciers reçus en dépôt inférieur ou égal à 5 000 000 000 euros durant deux exercices comptables consécutifs; et b) la société de bourse répond à au moins deux des critères suivants: — nombre moyen de salariés inférieur à 250 per- sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné; 39 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 —  balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro; — jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap die voldoet aan de twee voorwaarden van het eerste lid, niet als kleine beursvennootschap kan worden aan- gemerkt wegens met name haar interne organisatie en de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grens- overschrijdende karakter van haar werkzaamheden; 2° een signifi cante beursvennootschap, a) een systeemrelevante beursvennootschap; of b) een beursvennootschap die niet aan ten minste twee van de volgende criteria voldoet: — gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen; — balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro; — jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro. De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap die voldoet aan ten minste twee van de criteria bedoeld in b), als signifi cante beursvennootschap kan worden aangemerkt wegens met name haar interne organisatie en de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grens- overschrijdende karakter van haar werkzaamheden; 3° voor België als contactpunt fungerende autoriteit: de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit die als contactpunt is aangewezen met toepassing van artikel 79, lid 1 van Richtlijn 2014/65/EU. HOOFDSTUK II. Algemene bepalingen Art. 487. Dit Boek regelt de vestiging, de werkzaam- heden van, het toezicht op en de eventuele afwikkeling van de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1, paragraaf 3, tweede lid, die in België werkzaam zijn. Art. 488. De bepalingen van de Boeken II tot X die van toepassing worden verklaard, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer die bepalingen van de Boeken II tot X verwij- zingen bevatten naar andere bepalingen van diezelfde — total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros; — chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à 50 000 000 euros. La Banque peut décider qu’une société de bourse répondant au deux conditions visées sous l’alinéa 1er ne revêt pas la qualité de société de bourse de petite taille en raison notamment de son organisation interne ainsi que de la nature, de l’ampleur, de l’interdépendance interne ou externe, de la complexité ou du caractère transfrontalier de ses activités; 2° une société de bourse d’importance signifi cative, a) une société de bourse d’importance systémique; ou b) une société de bourse qui ne répond pas à au moins deux des critères suivants: — nombre moyen de salariés inférieur à 250 per- sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné; — total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros; — chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à 50 000 000 euros. La Banque peut décider qu’une société de bourse qui répond à au moins deux des critères visés sous le b) revêt la qualité de société de bourse d’importance signifi cative en raison notamment de son organisation interne ainsi que de la nature, de l’ampleur, de l’inter- dépendance interne ou externe, de la complexité ou du caractère transfrontalier de ses activités; 3° autorité qui sert de point de contact pour la Belgique, la FSMA en sa qualité d’autorité compétente désignée comme point de contact en application de l’article 79, paragraphe 1er de la Directive 2014/65/UE. CHAPITRE II. Généralités Art.  487. Le présent Livre a pour objet de régler l’établissement, l’activité, le contrôle et la résolution éventuelle des sociétés de bourse visées à l’article 1er, paragraphe 3, alinéa 2, et opérant en Belgique. Art. 488. Dans les cas où les dispositions des Livres II à X sont rendues applicables, elles le sont par analogie. Lorsque ces dispositions des Livres II à X com- prennent des références à d’autres dispositions de ces 40 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Boeken of van de Bijlagen I, II, IV, V en VI, zijn die an- dere bepalingen waarnaar wordt verwezen, eveneens van overeenkomstige toepassing op de beursvennoot- schappen, te weten, rekening houdend met de eventu- ele specifi eke kenmerken van beursvennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van dit Boek. Art. 489. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de term “werkzaamheden die voorkomen op de lijst van artikel 4” in een bepaling van de Boeken II tot X waar- naar verwezen wordt in dit Boek, moet deze term voor de toepassing van deze bepaling op de beursvennoot- schappen worden opgevat als “beleggingsdiensten en/ of -activiteiten alsmede nevendiensten”. Evenzo, wanneer gebruik wordt gemaakt van de term “signifi cant in de zin van artikel 3, 30°” in een bepaling van de Boeken II tot X waarnaar verwezen wordt in dit Boek, moet deze term voor de toepassing van deze bepaling op de beursvennootschappen worden opgevat als “signifi cant in de zin van artikel 486, 2°”. Art. 490. Dit Boek regelt samen met de bepalingen van Titel II van de wet van … de aangelegenheden bedoeld in artikel 487, § 1. Titel II. Beursvennootschappen naar Belgisch recht HOOFDSTUK I. Toegang tot het bedrijf Afdeling I. Vergunning Onderafdeling I. Vergunningsplicht Art. 491. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van … en ongeacht waar zij haar werkzaamheden uitoefent, moet iedere beursvennootschap naar Belgisch recht vooraleer haar werkzaamheden aan te vatten een ver- gunning verkrijgen. Onderafdeling II. Procedure Art. 492. Artikel 8 is van toepassing, met dien ver- stande dat de aanvragers in hun vergunningsaanvraag eveneens moeten vermelden welke in artikel 3, 71° en 72°, bedoelde beleggingsdiensten en/of -activiteiten en nevendiensten en, in voorkomend geval, in artikel 499, § 2, vijfde streepje bedoelde dienst zij voornemens zijn te verrichten. Bovendien verduidelijken zij op welke categorieën fi nanciële instrumenten deze diensten en activiteiten betrekking hebben. Art. 493. De artikelen 9 en 10 zijn van toepassing. mêmes Livres ou des Annexes I, II, IV, V et VI, ces autres dispositions auxquelles il est fait référence sont égale- ment applicables par analogie aux sociétés de bourse, à savoir, en tenant compte des éventuelles spécifi cités applicables aux sociétés de bourse, conformément aux dispositions du présent Livre. Art. 489. Lorsqu’une disposition des Livres II à X à laquelle il est renvoyé dans le présent Livre fait référence aux termes “activités bancaires reprises à la liste prévue à l’article 4”, ces termes doivent être lus comme “ser- vices d’investissement et/ou activités d’investissement et services auxiliaires” en ce qui concerne l’application de cette disposition aux sociétés de bourse. De même, lorsqu’une disposition des Livres II à X à laquelle il est renvoyé dans le présent Livre fait réfé- rence aux termes “d’importance signifi cative au sens de l’article 3, 30°”, ces termes doivent être lus comme “d’importance signifi cative au sens de l’article 486, 2°” en ce qui concerne l’application de cette disposition aux sociétés de bourse. Art. 490. Le présent Livre règle les matières visées à l’article 487, § 1er conjointement avec les dispositions du Titre II de la loi du …. Titre II. Des sociétés de bourse de droit belge CHAPITRE Ier. De l’accès à l’activité Section Ire. L’agrément Sous-section Ire. Obligation d’agrément Art. 491. Conformément à l’article 6 de la loi du … et quel que soit le lieu d’exercice de leurs activités, les sociétés de bourse de droit belge sont tenues, avant de commencer leurs opérations, de se faire agréer. Sous-section II. Procédure Art. 492. L’article 8 est applicable, étant entendu que les demandeurs doivent également indiquer dans leur demande d’agrément, les services et/ou activités d’investissement et les services auxiliaires visés à l’article 3, 71° en 72°, et, le cas échéant, le service visé à l’article 499, § 2, cinquième tiret, qu’ils envisagent de fournir. Ils précisent en outre les catégories d’ins- truments fi nanciers sur lesquels portent ces services et activités. Art. 493. Les articles 9 et 10 sont applicables. 41 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 494. Artikel 11 is van toepassing, met dien ver- stande dat: 1° de verwijzingen in het genoemde artikel naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508; 2° paragraaf 2 als volgt moet worden gelezen: “Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in haar beslissing over de vergun- ningsaanvraag. Het voornoemde advies van de FSMA over paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt bij de kennisgeving van die beslissing gevoegd.”. Art. 495. § 1. De Bank verleent een vergunning aan beursvennootschappen die voldoen aan de voorwaar- den van Afdeling II. Zij spreekt zich uit over de aan- vraag binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier. De beslissing over de vergunning vermeldt de beleg- gingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten die de beursvennootschap mag verrichten. Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzich- tig beleid van de beursvennootschap kan de Bank de vergunning van de beursvennootschap beperken tot bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde catego- rieën fi nanciële instrumenten, alsook in haar vergunning voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten of met betrekking tot bepaalde fi nanciële instrumenten voorwaarden stellen. De beslissingen inzake vergunning worden bin- nen vijftien dagen met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers. § 2. In afwijking van paragraaf 1 zal de Bank, in de gevallen bedoeld in artikel 15, lid 3, tweede en derde alinea van Richtlijn 2004/39/EG, haar beslissingen over de vergunningsaanvraag van beleggingsondernemin- gen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van één of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van één of meer derde landen, beperken of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van die bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie. Art. 494. L’article 11 est applicable, étant entendu que: 1° les références faites dans ledit article aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références aux articles 504, 506, 507 et 508; 2° le paragraphe 2 doit être lu comme suit: “Si la Banque ne tient pas compte de l’avis de la FSMA sur les questions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, elle en fait état et en mentionne les raisons dans sa décision relative à la demande d’agrément. L’avis précité de la FSMA relatif au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° est joint à la notifi cation de cette décision.”. Art.  495. §  1er. La Banque agrée les sociétés de bourse répondant aux conditions fi xées à la Section II. Elle statue sur la demande dans les six mois de l’intro- duction d’un dossier complet. La décision d’agrément mentionne les services et activités d’investissement ainsi que les services auxi- liaires que la société de bourse est autorisée à fournir. En vue d’une gestion saine et prudente de la société de bourse, la Banque peut limiter l’agrément de la société de bourse à certains services ou activités ou à certaines catégories d’instruments fi nanciers, de même qu’elle peut assortir l’agrément de conditions relatives à la fourniture de certains services ou activités ou en rapport avec certains instruments fi nanciers. Les décisions en matière d’agrément sont notifi ées aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recom- mandée à la poste ou avec accusé de réception. § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, dans les cas visés à l’article 15, paragraphe 3, alinéas 2 et 3, de la Directive 2004/39/CE, la Banque limite ou suspend ses décisions d’agrément relatives à des sociétés de bourse de droit belge qui sont des fi liales d’une ou plusieurs entreprises mères qui relèvent du droit d’un ou plusieurs pays tiers, selon les modalités et pour la durée fi xées par le Conseil de l’Union européenne ou la Commission européenne en application de ces dispositions. 42 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 496. Artikel 13 is van toepassing. Afdeling II – Vergunningsvoorwaarden Onderafdeling I – Algemene bepalingen Art.  497. Behalve met de voorwaarden van deze Afdeling houdt de Bank ook rekening met het vermogen van de aanvragende beursvennootschap om te voldoen aan de in Hoofdstuk II bedoelde bedrijfsuitoefenings- voorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van het fi nanciële stelsel en voor de veiligheid van de beleggers. Onderafdeling II – Vennootschapsvorm Art. 498. Artikel 16 is van toepassing. Onderafdeling III – Aanvangskapitaal Art. 499. § 1. Om een vergunning te kunnen verkrijgen is een kapitaal vereist van ten minste 250 000 euro. Het kapitaal moet volgestort zijn ten belope van het in het eerste lid bepaalde minimumbedrag. §  2.  Beursvennootschappen dienen te beschik- ken over een volgestort kapitaal van ten minste 730 000 euro om: — transacties in fi nanciële instrumenten voor eigen rekening te kunnen verrichten; — uitgiften van fi nanciële instrumenten over te nemen; — borg te staan voor de plaatsing van die uitgiften; — een MTF uit te baten; — als bewaarder op te kunnen treden voor fi nanciële instrumenten van verzekeringsondernemingen, instel- lingen voor collectieve belegging of nog voor krediet- instellingen, voor zover deze laatsten handelen voor rekening van hun cliënteel. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vol- gende niet beschouwd als het verrichten van transacties voor eigen rekening: 1° het houden van posities in fi nanciële instrumen- ten buiten de handelsportefeuille om eigen middelen te beleggen; Art. 496. L’article 13 est applicable. Section II – Des conditions d’agrément Sous-section Ire – Généralités Art. 497. Outre les conditions prévues par la présente Section, la Banque tient également compte de l’aptitude de la société de bourse requérante à satisfaire aux conditions d’exercice de l’activité visées au Chapitre II ainsi qu’à réaliser ses objectifs de développement dans les conditions que requièrent le bon fonctionnement du système fi nancier et la sécurité des investisseurs. Sous-section II – Forme sociétaire Art. 498. L’article 16 est applicable. Sous-section III – Capital initial Art. 499. § 1er. L’agrément est subordonné à l’exis- tence d’un capital de 250 000 euros au moins. Le capital doit être entièrement libéré à concurrence du montant minimum fi xé par l’alinéa 1er. § 2. Les sociétés de bourse doivent avoir un capital entièrement libéré de 730 000 euros au moins pour: — pouvoir effectuer des opérations sur instruments fi nanciers pour leur propre compte; — prendre ferme des émissions d’instruments fi nanciers; — garantir le placement de ces émissions; — exploiter un MTF; — pouvoir intervenir en qualité de dépositaire pour des instruments fi nanciers d’entreprises d’assurance, d’organismes de placement collectif ou encore d’éta- blissements de crédit lorsque ces derniers agissent pour compte de leur clientèle. Pour l’application de la présente disposition, ne sont pas considérées comme la réalisation d’opérations pour son propre compte: 1° la détention de positions relatives à des instru- ments fi nanciers, hors portefeuille de négociation, en vue d’investir des fonds propres; 43 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° het houden van fi nanciële instrumenten voor eigen rekening, mits: a) de posities uitsluitend het resultaat zijn van het feit dat de beursvennootschap niet bij machte is een ontvangen order exact af te sluiten; b) de totale marktwaarde van deze posities niet meer dan 15 % van het aanvangskapitaal van de beursven- nootschap vertegenwoordigt; c) de beursvennootschap de vereisten in acht neemt die voor de controle van de solvabiliteit en de beperking van de risico’s verbonden aan haar werkzaamheden zijn opgelegd bij Verordening nr. 575/2013 en, in voor- komend geval, door of krachtens artikel 552, voor zover dit artikel 96, § 1, 1°, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen die de in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … bedoelde activiteiten uitoefenen, en de artikelen 554, 565 en 583, voor zover zij de artikelen 98, 149, 150 en 234, § 2, 1°, van toepassing verklaren op de beursvennootschappen; d) deze posities een incidenteel en voorlopig karak- ter hebben en strikt beperkt zijn tot de tijd die voor de uitvoering van de betrokken transactie nodig is. §  3. Voor bestaande vennootschappen die een vergunning aanvragen, worden de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat, met uitzon- dering van de herwaarderingsmeerwaarden, voor de toepassing van paragraaf 1 gelijkgesteld met kapitaal. Onderafdeling IV. Aandeelhouders of vennoten Art. 500. Artikel 18 is van toepassing. Onderafdeling V. Leiding Art. 501. De artikelen 19 en 20 zijn van toepassing. Onderafdeling VI. Organisatie Art. 502. De artikelen 21, 22 en 23 zijn van toepassing, met dien verstande dat de verwijzingen in artikel 21 naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508. Art. 503. De artikelen 24, 25 en 26 zijn van toepassing op beursvennootschappen. Art. 504. Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richten de beursvennootschappen bin- nen dit orgaan de volgende comités op: 2° la détention d’instruments fi nanciers pour compte propre pour autant que les conditions suivantes soient remplies: a) les positions résultent uniquement du fait que la société de bourse n’est pas en mesure d’assurer une couverture exacte de l’ordre reçu; b) la valeur totale de marché de telles positions n’ex- cède pas 15 % du capital initial de la société de bourse; c) la société de bourse respecte les exigences qui lui sont imposées par le Règlement n° 575/2013 et, le cas échéant, par ou en vertu de l’article 552, dans la mesure où il rend l’article 96, § 1er, 1°, applicable aux sociétés de bourse qui exercent les activités visées à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …, et des articles 554, 565 et 583, dans la mesure où ils rendent les articles 98, 149, 150 et 234, § 2, 1°, applicables aux sociétés de bourse dans le cadre du contrôle de la solvabilité et de la limitation des risques liés à ses activités; d) de telles positions ont un caractère accidentel et provisoire et sont strictement limitées au temps néces- saire à l’accomplissement de la transaction en question. § 3. En cas de préexistence de la société deman- deresse, les primes d’émission, les réserves et le résultat reporté, à l’exclusion faite des plus-values de réévaluation, sont pour l’application du paragraphe 1er assimilés au capital. Sous-section IV. Détenteurs du capital Art. 500. L’article 18 est applicable. Sous-section V. Dirigeants Art. 501. Les articles 19 et 20 sont applicables. Sous-section VI. Organisation Art. 502. Les articles 21, 22 et 23 sont applicables, étant entendu que les références faites dans l’article 21 aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références aux articles 504, 506, 507 et 508. Art. 503. Les articles 24, 25 et 26 sont applicables aux sociétés de bourse. Art. 504. Sans préjudice des missions de l’organe légal d’administration, les sociétés de bourse consti- tuent, au sein de cet organe, les comités suivants: 44 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° een auditcomité; 2° een risicocomité; 3° een remuneratiecomité; 4° een benoemingscomité, die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen; een lid mag niet in meer dan twee van de voornoemde comités zetelen. Art. 505. De artikelen 28, 29, 30 en 31 zijn van toepas- sing op beursvennootschappen, met dien verstande dat de verwijzing in artikel 28 naar artikel 27 moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 504. Art.  506. De artikelen 28, 30  en 504  doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité en het remune- ratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 4 van dit Wetboek. Art. 507. § 1. Beursvennootschappen die niet signifi - cant zijn in de zin van artikel 486, 2°, zijn vrijgesteld van de verplichting om binnen hun wettelijk bestuursorgaan de twee comités als bedoeld in de artikelen 30 en 31 op te richten. Deze vennootschappen kunnen bovendien bepalen dat één enkel comité instaat voor de taken van de comités bedoeld in de artikelen 28 en 29. § 2. Indien er met toepassing van paragraaf 1 geen comités worden opgericht als bedoeld in 504, moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitge- voerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel. Wanneer de voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan ingevolge een met toepassing van artikel 26 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzit- terschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar als dit optreedt in de hoedanigheid van één van de in 504 bedoelde comités. § 3. De Bank kan toestaan dat een beurvennootschap die een dochteronderneming of een kleindochteronder- neming is van een gemengde fi nanciële holding, van een verzekeringsholding, van een fi nanciële holding, van een kredietinstelling, van een verzekeringsonderneming, van een herverzekeringsonderneming, van een andere be- leggingsonderneming of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of van een beheervennootschap van alternatieve instellingen voor collectieve belegging, geheel of gedeeltelijk afwijkt van de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifi eke 1° un comité d’audit; 2° un comité des risques; 3° un comité de rémunération; 4° un comité de nomination, exclusivement composés de membres de l’organe légal d’administration qui n’en sont pas membres exé- cutifs et dont au moins un membre est indépendant au sens de l’article 526ter du Code des sociétés, un membre ne pouvant siéger dans plus de deux des comités précités. Art. 505. Les articles 28, 29, 30 et 31 sont applicables aux sociétés de bourse, étant entendu que la référence faite dans l’article 28 à l’article 27 doit être lue comme une référence à l’article 504. Art. 506. Les articles 28, 30 et 504 sont sans préju- dice des dispositions du Code des sociétés relatives au comité d’audit et au comité de rémunération au sein de sociétés cotées au sens de l’article 4 de ce Code. Art. 507. § 1er. Les sociétés de bourse qui ne sont pas d’importance significative au sens de l’article 486, 2°, sont dispensées de constituer, au sein de leur organe légal d’administration, les deux comités visés aux articles 30 et 31. Ces sociétés peuvent, en outre, prévoir qu’un seul comité assure les missions dévolues aux comités visés aux articles 28 et 29. § 2. Si, en application du paragraphe 1er, les comi- tés visés à l’article 504 ne sont pas constitués, les fonctions attribuées à ces comités doivent alors être exercées par l’organe légal d’administration dans son ensemble. Lorsque, suite à une dérogation accordée en application de l’article 26, le président de l’organe légal d’administration est un membre exécutif, il ne préside pas l’organe légal d’administration lorsque celui-ci agit en qualité d’un des comités visés à l’article 504. § 3. La Banque peut, à l’égard des sociétés de bourse qui sont fi liales ou sous-fi liales d’une compagnie fi nan- cière mixte, d’une société holding d’assurance, d’une compagnie fi nancière, d’un établissement de crédit, d’une entreprise d’assurance, d’une entreprise de réassurance, d’une autre entreprise d’investissement ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif ou d’une société de gestion d’organismes de placement collectif alternatifs, accorder, en tout ou en partie, des dérogations aux dispositions de la présente Sous-section et fi xer des conditions spécifi ques à l’octroi 45 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen comités zijn opgericht in de zin van de artikelen 28 tot 31, die bevoegd zijn voor de betrok- ken beursvennootschap en voldoen aan de vereisten van deze wet. Art. 508. De artikelen 503 tot 507 zijn niet van toe- passing op kleine beursvennootschappen in de zin van artikel 486, 1°. Art. 509. De artikelen 35, 36, 37, 38, 39 en 40 zijn van toepassing. Art. 510. De artikelen 41 en 42 zijn van toepassing. Onderafdeling VII. Hoofdbestuur Art. 511. Artikel 43 is van toepassing. Onderafdeling VIII. Beleggersbescherming Art. 512. Iedere beursvennootschap moet zich over- eenkomstig artikel 613 van deze wet aansluiten bij een collectieve beleggersbeschermingsregeling. HOOFDSTUK II – Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden Afdeling I – Algemene bepalingen Art. 513. Iedere beursvennootschap moet blijvend voldoen aan de door of krachtens de artikelen 497 tot 512 vastgelegde voorwaarden en de voorwaarden die, in voorkomend geval, opgelegd zijn met toepassing van artikel 495, § 1, derde lid. Zij stelt de Bank in kennis van elke gebeurtenis die afbreuk kan doen aan de naleving van de voorwaar- den die met toepassing van artikel 495, § 1, derde lid, zijn opgelegd. Afdeling II. Wijzigingen in de kapitaalstructuur Art. 514. Artikel 46 is van toepassing. Art. 515. § 1. De artikelen 47, 48 en 49 zijn van toepas- sing, met dien verstande dat de Bank als enige bevoegd is voor de in deze artikelen bedoelde beoordeling en dat zij in dit verband geen verplichting tot kennisgeving aan de Europese Centrale Bank heeft. § 2. Op verzoek van de Europese Commissie stelt de Bank haar in kennis van elk op grond van artikel 46 voor- gelegd voornemen tot verwerving van een deelneming door een moederonderneming die ressorteert onder het de ces dérogations, pour autant qu’aient été constituées au sein des groupes ou sous-groupes concernés des comités au sens des articles 28 à 31 et dont les attribu- tions s’étendent à la société de bourse concernée, et répondant aux exigences de la présente loi. Art. 508. Les articles 503 à 507 ne sont pas appli- cables aux sociétés de bourse de petite taille au sens de l’article 486, 1°. Art. 509. Les articles 35, 36, 37, 38, 39 et 40 sont applicables. Art. 510. Les articles 41 et 42 sont applicables. Sous-section VII – Administration centrale Art. 511. L’article 43 est applicable. Sous-section VIII. Protection des investisseurs Art. 512. La société de bourse doit adhérer à un système collectif de protection des investisseurs confor- mément à l’article 613 de la présente loi. CHAPITRE II – Des conditions d’exercice de l’activité Section Ire – Généralités Art. 513. Les sociétés de bourse doivent en perma- nence satisfaire aux conditions prévues par ou en vertu des articles 497 à 512 et aux conditions, le cas échéant, imposées en application de l’article 495, § 1er, alinéa 3. Elles informent la Banque de tout évènement de nature à porter atteinte au respect des conditions imposées en application de l’article 495, § 1er, alinéa 3. Section II. Des modifications dans la structure du capital Art. 514. L’article 46 est applicable. Art. 515. § 1er. Les articles 47, 48 et 49 sont appli- cables, étant entendu que la Banque est exclusivement compétente en ce qui concerne l’évaluation visée par ces articles et qu’à cet égard, elle n’a pas d’obligation de communication envers la Banque centrale européenne. § 2. La Banque informe la Commission européenne, à la demande de cette dernière, de tout projet, dont elle est informée en vertu de l’article 46, de prise de parti- cipation par une entreprise mère relevant du droit d’un 46 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 recht van een derde land in een Belgische beursven- nootschap, waardoor deze haar dochteronderneming zou worden. De Bank beperkt of schorst de in het eerste lid be- doelde verwerving van een deelneming in de gevallen, onder de voorwaarden en voor de duur die bepaald zijn in artikel 15, leden 3 en 5 van Richtlijn 2004/39/EG. Art. 516. De artikelen 50, 51 en 52 zijn van toepassing. Art.  517. Artikel 53  is van toepassing, met dien verstande dat de Bank als enige bevoegd is voor de beoordeling van de in dit artikel bedoelde informatie en dat zij in dit verband geen verplichting tot kennisgeving aan de Europese Centrale Bank heeft. Art. 518. Artikel 54 is van toepassing. Afdeling III. Algemene werkingsvoorwaarden Onderafdeling I. Minimum eigen vermogen Art. 519. Onverminderd de artikelen 77 en 78 van Verordening nr. 575/2013  mag het eigen vermogen van beursvennootschappen niet dalen onder het be- drag van het overeenkomstig artikel 499 vastgestelde minimumkapitaal. Onderafdeling II. Leiding en leiders Art. 520. Artikel 56 is van toepassing, met dien ver- stande dat: 1° de door het wettelijk bestuursorgaan verrichte periodieke beoordeling eveneens betrekking heeft op de doeltreffendheid van de in de artikelen 528, 529 en 533 bedoelde organisatieregeling; 2° de verwijzing in artikel 56, § 4, naar artikel 27 moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 504. Art. 521. Artikel 57 is van toepassing, met dien ver- stande dat de artikelen 8, § 8, tweede lid en 4, § 2, van Bijlage I niet van toepassing zijn. Art. 522. Artikel 58 is van toepassing. Art. 523. Artikel 59 is van toepassing, met dien ver- stande dat: 1° de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen en het in paragraaf 2 bedoelde verslag eveneens betrekking heb- ben op de doeltreffendheid van de in de artikelen 528, 529 et 533 bedoelde organisatieregeling; pays tiers dans une société de bourse de droit belge et qui ferait de celle-ci sa fi liale. La Banque limite ou suspend la prise de participation visée à l’alinéa 1er, dans les cas et selon les modalités et la durée déterminées à l’article 15, paragraphes 3 et 5 de la Directive 2004/39/CE. Art. 516. Les articles 50, 51 et 52 sont applicables. Art. 517. L’article 53 est applicable, étant entendu que la Banque est exclusivement compétente en ce qui concerne l’évaluation des informations visées par cet article et qu’à cet égard, elle n’a pas d’obligation de communication envers la Banque centrale européenne. Art. 518. L’article 54 est applicable. Section III. Des conditions générales de fonctionnement Sous-section Ire – Des fonds propres minimums Art. 519. Sans préjudice des articles 77 et 78 du Règlement n° 575/2013, les fonds propres des sociétés de bourse ne peuvent devenir inférieurs au montant du capital minimum fi xé conformément à l’article 499. Sous-section II. De la direction et des dirigeants Art. 520. L’article 56 est applicable, étant entendu que: 1° l’évaluation périodique effectuée par l’organe légal d’administration porte également sur l’efficacité des dispositifs d’organisation visés aux articles 528, 529 et 533; 2° la référence faite dans l’article 56, § 4, à l’article 27 doit être lue comme une référence à l’article 504. Art. 521. L’article 57 est applicable, étant entendu que les articles 8, § 8, alinéa 2, et 4, § 2, de l’Annexe I ne sont pas applicables. Art. 522. L’article 58 est applicable. Art. 523. L’article 59 est applicable, étant entendu que: 1° les mesures visées au paragraphe 1er et le rapport visé au paragraphe 2 portent également sur l’efficacité des dispositifs d’organisation visés aux articles 528, 529 et 533; 47 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° de Bank het voornoemde verslag ter beschikking stelt van de FSMA volgens de modaliteiten bepaald met toepassing van artikel 138; 3° bij de toepassing van de bepalingen van Bijlage I rekening moet worden gehouden met de aard en de specifi eke kenmerken van de activiteiten van de beurs- vennootschap en met het feit dat artikel 8, § 8, tweede lid, en artikel 4, § 2, van de voornoemde Bijlage niet van toepassing zijn. Art. 524. De artikelen 60 en 61 zijn van toepassing. Art. 525. Artikel 62 is van toepassing, met dien ver- stande dat wanneer de Bank gebruikmaakt van de in paragraaf 7 bedoelde mogelijkheid, zij de Europese Autoriteit voor effecten en markten en de Europese Bankautoriteit daarvan in kennis stelt. Onderafdeling III – Risicobeheer Art. 526. Artikel 63 is van toepassing, met dien ver- stande dat rekening moet worden gehouden met de aard en de specifi eke kenmerken van de werkzaamheden van de beursvennootschap en dat artikel 8, § 8, tweede lid, en artikel 4, § 2, van Bijlage I niet van toepassing zijn. Art. 527. Artikel 64 is van toepassing. Art. 528. Artikel 65 is van toepassing. Daarnaast geldt dat wanneer een beursvennoot- schap gelden aanhoudt die aan cliënten toebehoren, zij passende maatregelen neemt om de rechten van haar cliënten te beschermen en om te voorkomen dat de aan haar cliënten toebehorende gelden voor haar eigen rekening worden gebruikt. Art. 529. Artikel 65/1 is van toepassing, met dien verstande dat de in paragraaf 2 van het genoemde artikel bedoelde machtiging aan de Koning eveneens betrekking heeft op de vaststelling van de vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie en de boekhoudregels voor het deponeren van gelden bij beursvennootschappen. Onderafdeling IV. Uitbesteding Art. 530. Artikel 66 is van toepassing. Onderafdeling V. Het beloningsbeleid en de tenuit- voerlegging ervan Art. 531. De artikelen 67, 68, 69, 70 en 71 zijn van toepassing. 2° la Banque met le rapport précité à la disposition de la FSMA selon les modalités prévues en application de l’article 138; 3° dans l’application des dispositions de l’Annexe I, il convient de tenir compte de la nature et des spécifi ci- tés des activités de la société de bourse et du fait que l’article 8, § 8, alinéa 2, et l’article 4, § 2, de l’Annexe précitée ne sont pas applicables. Art. 524. Les articles 60 et 61 sont applicables. Art. 525. L’article 62 est applicable, étant entendu que lorsque la Banque fait usage de la possibilité visée au paragraphe 7, elle en informe l’Autorité européenne des marchés fi nanciers et l’Autorité bancaire européenne. Sous-section III – De la gestion des risques Art. 526. L’article 63 est applicable, étant entendu qu’il convient de tenir compte de la nature et des spé- cifi cités des activités de la société de bourse et que l’article 8, § 8, alinéa 2, et l’article 4, § 2, de l’Annexe I ne sont pas applicables. Art. 527. L’article 64 est applicable. Art. 528. L’article 65 est applicable. En outre, lorsqu’une société de bourse détient des fonds appartenant à des clients, elle prend des mesures adéquates pour sauvegarder les droits de ses clients et pour empêcher l’utilisation pour son propre compte des fonds appartenant à des clients. Art. 529. L’article 65/1 est applicable, étant entendu que l’habilitation au Roi visée au paragraphe 2 dudit article porte également sur la défi nition des exigences en matière d’organisation comptable et de règles comp- tables afférentes aux dépôts de fonds effectués auprès des sociétés de bourse. Sous-section IV. Du recours à la sous-traitance Art. 530. L’article 66 est applicable. Sous-section V. De la politique de rémunération et de sa mise en œuvre Art.  531. Les articles 67, 68, 69, 70  et 71  sont applicables. 48 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Onderafdeling VI. Verrichtingen die beperkt of verbo- den zijn, betalingen die nietig kunnen worden verklaard en aanhouden van tegoeden van cliënten Art. 532. Buiten de diensten en werkzaamheden die zij overeenkomstig hun vergunning mogen verrichten en, onverminderd artikel 539, buiten de werkzaamheden die aansluiten bij die diensten of werkzaamheden of die rechtstreeks in het verlengde ervan liggen, of die ermee samenhangen of er een aanvulling op vormen, mogen beursvennootschappen geen andere werkzaamheden verrichten, tenzij met de toestemming van de Bank. Art. 533. § 1. Beursvennootschappen mogen van hun cliënten geen gelddeposito’s ontvangen, met uitzon- dering van zichtdeposito’s en vernieuwbare termijnde- posito’s van maximum drie maanden die bestemd zijn voor de verwerving van fi nanciële instrumenten of die moeten worden terugbetaald. De duur van vernieuwde termijndeposito’s mag niet langer zijn dan één jaar, tenzij voor de betrokken deposito’s een langere duur nood- zakelijk is in het kader van een met de cliënt gesloten overeenkomst voor vermogensbeheer. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde deposito’s dienen te worden geplaatst bij een of meer entiteiten die de hoedanigheid hebben van: 1° centrale bank; 2° kredietinstelling die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert; 3° kredietinstelling die onder het recht van een derde land ressorteert; 4° erkend geldmarktfonds. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor onmiddellijk opeisbare gelden, noch voor binnen een maximumtermijn van drie werkdagen opeisbare gelden of voor gelden die ter dekking van verplichtingen van cliënten zijn verstrekt. De in het eerste lid bedoelde entiteiten mogen op de gelden die op een gezamenlijke of geïndividualiseerde cliëntenrekening zijn geplaatst, geen recht doen gelden ingevolge eigen vorderingen op de beursvennootschap die deze rekening heeft geopend. Beslag onder derden door de schuldeisers van de beursvennootschap op deze rekeningen en hun saldo is evenmin toegestaan. § 3. Indien een insolventieprocedure wordt geopend tegen de beursvennootschap, worden de gelden die met toepassing van paragraaf 2 zijn geplaatst op een geza- menlijke cliëntenrekening of op een geïndividualiseerde Sous-section VI. Des opérations sujettes à limitations ou à interdiction, des paiements sujets à nullité et de la détention des avoirs des clients Art. 532. Sauf autorisation de la Banque, les sociétés de bourse ne peuvent exercer d’autres activités que la fourniture des services et activités autorisés par leur agrément ainsi que, sans préjudice de l’article 539, les activités qui se situent dans le cadre ou le prolongement direct de ces services et activités, ou qui en constituent l’accessoire ou le complément. Art. 533. § 1er. Les sociétés de bourse ne peuvent recevoir de dépôts de fonds, à l’exception des dépôts à vue et des dépôts à terme renouvelables à trois mois maximum de leurs clients, en attente d’affectation à l’acquisition d’instruments fi nanciers ou en attente de restitution. La durée des dépôts à terme renouvelés ne peut excéder un an, sauf si une durée plus longue s’avère nécessaire pour ces dépôts dans le cadre d’un contrat de gestion de fortune conclu avec le client. §  2. Les dépôts visés au paragraphe  1er, doivent être déposés auprès d’une ou plusieurs entités ayant la qualité: 1° de banque centrale; 2° d’établissement de crédit relevant du droit d’un État membre; 3° d’établissement de crédit relevant du droit d’un pays tiers; 4° de fonds du marché monétaire qualifi é. L’obligation de placement visée à l’alinéa  1er ne s’applique pas aux espèces immédiatement exigibles ou exigibles dans un délai maximum de trois jours ouvrables ainsi qu’aux espèces données en couverture d’engagements de clients. Les entités visées à l’alinéa 1er ne peuvent, sur les fonds déposés sur un compte clients global ou individua- lisé, faire valoir de droit résultant de créances propres sur la société de bourse qui a ouvert ce compte. De même, ces comptes et leur solde ne peuvent faire l’objet d’aucune saisie-arrêt par les créanciers de la société de bourse. §  3. Les fonds déposés, en application du para- graphe  2, sur un compte clients global ou sur un compte individualisé permettant l’identification de clients individuels, sont, à l’exception des dépôts ayant 49 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 rekening die de identifi catie van individuele cliënten toelaat, met uitzondering van de deposito’s die door hun titularis konden worden teruggevorderd, bij bijzon- der voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de deposito’s als bedoeld in paragraaf 1, met uitsluiting van de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde deposito’s. § 4. De Koning kan, na advies van de Bank en de FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan de door cliënten bij beursvennootschappen geplaatste gelddeposito’s moeten voldoen, evenals de voorwaar- den en regels voor de beleggingen die de beursven- nootschappen met deze gelden mogen verrichten. Deze voorwaarden en regels hebben tevens betrekking op de regels inzake de organisatie, de bescherming van en de informatieverstrekking aan de cliënten wat de inontvangstneming van deze gelden door de beurs- vennootschappen en hun belegging bij andere bemid- delaars betreft. Om de tegoeden van de cliënten te beschermen kan de Bank, na advies van de FSMA, in uitzonderlijke omstandigheden de met toepassing van het eerste lid vastgestelde bepalingen aanvullen via reglementen vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2 van de wet van 22 februari 1998. De Bank stelt de Europese Commissie onverwijld in kennis van alle aanvullende bepalingen die zij overeenkomstig dit lid wil opleggen, en dit ten minste twee maanden vóór de inwerkingtreding ervan. De kennisgeving bevat een motivering voor die aanvullende bepalingen. Art. 534. Beursvennootschappen mogen rechtstreeks noch onrechtstreeks leningen of kredieten verstrekken, met uitzondering van: 1° de in artikel 2, 2°, 2, van de wet van … bedoelde leningen en kredieten; 2° voorschotten aan ondernemingen waarin de beurs- vennootschap een deelneming bezit, als wederbeleg- ging van haar eigen vermogen; 3° het lenen van fi nanciële instrumenten; 4° leningen aan de effectenbeursvennootschappen en de vennootschappen die de gereglementeerde markten besturen, op voorwaarde dat ze er vennoot of lid van zijn. Art. 535. Onverminderd artikel 534, is artikel 72 van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van 100 000 euro als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, verlaagd wordt tot 25 000 euro. Art. 536. Artikel 73 is van toepassing. pu être recouvrés par leurs titulaires, affectés par pri- vilège spécial au remboursement des dépôts visés au paragraphe 1er autres que ceux visés au paragraphe 2, alinéa 2, en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à l’encontre de la société de bourse. § 4. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque et de la FSMA, les conditions et modalités auxquelles doivent répondre les dépôts de fonds effectués par des clients auprès des sociétés de bourse et les conditions et modalités des placements que peuvent effectuer les sociétés de bourse concernant ces fonds. Ces conditions et modalités couvrent également les règles d’organisation et les règles de protection et d’informa- tion des clients afférentes à la réception de ces fonds par les sociétés de bourse et à leur placement auprès d’autres intermédiaires. Dans des circonstances exceptionnelles, la Banque peut compléter, sur avis de la FSMA, les dispositions prises en application de l’alinéa 1er, en vue d’assu- rer la sauvegarde des avoirs des clients, par voie de règlements pris en application de l’article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998. La Banque notifi e sans délai à la Commission européenne toutes dispositions complémentaires qu’elle entend imposer en application du présent alinéa et ce, au moins deux mois avant leur entrée en vigueur. Cette notifi cation comprend les motifs de ces dispositions complémentaires. Art. 534. Les sociétés de bourse ne peuvent consen- tir, directement ou indirectement, des prêts ou des crédits, à l’exception des seuls prêts et crédits suivants: 1° les prêts et crédits visés à l’article 2, 2°, 2, de la loi du …; 2° les avances consenties, en remploi de ses fonds propres, aux entreprises dans lesquelles la société de bourse détient une participation; 3° les prêts d’instruments fi nanciers; 4° les prêts consentis aux sociétés des bourses de valeurs mobilières et aux sociétés chargées de l’admi- nistration des marchés réglementés, à condition qu’elles en soient associées ou membres. Art. 535. Sans préjudice de l’article 534, l’article 72 est applicable, étant entendu que le montant de 100 000  euros visé au paragraphe  1er, alinéa 4, est ramené à un montant de 25 000 euros. Art. 536. L’article 73 est applicable. 50 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 537. § 1. Beursvennootschappen mogen enkel een beroep doen op in België gevestigde tussenperso- nen in bank- en beleggingsdiensten die naar behoren zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van fi nanciële instrumenten. Indien zij een beroep wensen te doen op in een andere lidstaat gevestigde verbonden agenten, dienen beursvennootschappen zich ervan te vergewissen dat deze personen in de betrokken lidstaat zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 29, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU. Zij vergewissen zich van de beperkingen die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op ver- bonden agenten. § 2. Beursvennootschappen die samenwerken met verbonden agenten blijven volledig en onvoorwaarde- lijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim van deze verbonden agenten die voor hun rekening optreden, in het bijzonder wanneer zij deze verbonden agenten toelaten transacties te verrichten met gelden en/of fi nanciële instrumenten van cliënten. De beursvennootschappen zien erop toe dat de ver- bonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij zaken doen met een cliënt. §  3.  De beursvennootschappen dienen de werk- zaamheden van hun verbonden agenten te controleren. Zij treffen afdoende maatregelen ter voorkoming van de negatieve gevolgen die de eventuele aanvullende activiteiten van de verbonden agenten zouden kunnen hebben op de werkzaamheden die deze agenten voor rekening van de beursvennootschappen verrichten. § 4. De Bank kan de bepalingen van dit artikel aan- vullen via reglementen vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998. Die reglementen kunnen inzonderheid de verplichtingen bepalen die gelden voor beursvennootschappen die een beroep doen op verbonden agenten. Onderafdeling VII. Mededeling van informatie over de situatie van de beursvennootschap Art. 538. Artikel 75 is van toepassing. Afdeling IV. Wijzigingen in het programma van werk- zaamheden en bijzondere verrichtingen Onderafdeling I. Wijzigingen in het programma van werkzaamheden Art. 537. § 1er. Les sociétés de bourse ne peuvent faire appel à des intermédiaires en services bancaires et en services d’investissement établis en Belgique que s’ils sont dûment inscrits conformément à l’article 5, § 1er, de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en services bancaires et en services d’investissement et à la distribution d’instruments fi nanciers. Si elles souhaitent faire appel à des agents liés éta- blis dans un autre État membre, les sociétés de bourse doivent veiller à ce que ces personnes soient inscrites, dans l’État membre concerné, au registre visé à l’article 29, paragraphe 3, de la Directive 2014/65/UE. Elles s’assurent des limitations applicables aux agents liés dans l’État concerné. § 2. Les sociétés de bourse qui collaborent avec des agents liés assument la responsabilité entière et incon- ditionnelle de tout acte effectué ou de toute omission commise par ces agents liés lorsqu’ils agissent pour leur compte, en particulier lorsqu’elles autorisent ces agents liés à effectuer des opérations concernant des fonds et/ou des instruments fi nanciers de clients. Les sociétés de bourse veillent à ce que les agents liés avec lesquels elles collaborent indiquent en quelle qualité ils agissent avant de traiter avec un client. § 3. Les sociétés de bourse sont tenues de contrôler les activités de leurs agents liés. Elles prennent les mesures adéquates afi n d’éviter que les éventuelles activités complémentaires des agents liés n’aient un impact négatif sur les activités exercées par ces agents pour le compte des sociétés de bourse. § 4. La Banque peut compléter les dispositions du présent article par des règlements pris en application de l’article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998. Ces règlements peuvent déterminer en particulier les obliga- tions qui incombent aux sociétés de bourse recourant à des agents liés. Sous-section VII. De la communication d’informations sur la situation de la société de bourse Art. 538. L’article 75 est applicable. Section IV. Des modifi cations du programme d’acti- vité et des opérations particulières Sous-section Ire. Des modifi cations du programme d’activités 51 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 539. Artikel 76 is van toepassing. Art. 540. Wanneer de wijzigingen in het programma van werkzaamheden ertoe strekken de werkzaamheden van de beursvennootschap uit te breiden teneinde bijko- mende diensten en/of werkzaamheden, als bedoeld in artikel 3, 71° en 72°, waarvoor zij nog geen vergunning heeft, aan te bieden, dient de beursvennootschap een verzoek tot uitbreiding van haar vergunning in overeen- komstig artikel 492. Artikel 493, voor zover dit artikel 10 van toepassing verklaart op de beursvennootschap- pen, de artikelen 494 tot 496 en artikel 7 van de wet van … zijn van toepassing. Onderafdeling II. Strategische beslissingen, beleg- gingsbeslissingen en fusies van en overdrachten tussen beursvennootschappen Art.  541. Artikel  77  is van toepassing, met dien verstande dat het eerste lid, 2°, als volgt moet wor- den gelezen: “Beslissingen om kapitaalvertegenwoordigende ef- fecten te verwerven van een onderneming waarvan de werkzaamheden niet zijn opgenomen in artikel 3, 71° en 72°, voor een bedrag van minstens 100 000 euro of een bedrag van 5 % van het eigen vermogen van de beursvennootschap.”. Art. 542. Artikel 78 is van toepassing. Onderafdeling III. Opening of verwerving van doch- terondernemingen in het buitenland Art. 543. Iedere beursvennootschap die voornemens is om, rechtstreeks of via de tussenkomst van een fi nan- ciële holding of van een gemengde fi nanciële holding, in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 4 of artikel 3, 71° en 72° uitoefent, stelt de Bank daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt informatie gevoegd over de werkzaamheden, de orga- nisatie, de aandeelhoudersstructuur en de leiding van de betrokken onderneming. Onderafdeling IV – Uitoefening van werkzaamheden in het buitenland Art. 544. Artikel 86 is van toepassing, met dien ver- stande dat: 1° de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden opgevat moeten worden als de beleggingsdiensten en/ of -activiteiten en nevendiensten bedoeld in artikel 3, 71° en 72°; Art. 539. L’article 76 est applicable. Art. 540. Lorsque les modifi cations du programme d’activités visent à étendre les activités de la société de bourse en vue de fournir des services et/ou activités supplémentaires visés à l’article 3, 71° et 72°, qui ne sont pas encore couverts par son agrément, la société de bourse introduit une demande d’extension de son agrément conformément à l’article 492. L’article 493, dans la mesure où il rend l’article 10 applicable aux sociétés de bourse, les articles 494 à 496 et l’article 7 de la loi du … sont applicables. Sous-section II. Des décisions stratégiques, des décisions d’investissement et des fusions et cessions entre sociétés de bourse Art. 541. L’article 77 est applicable, étant entendu que l’alinéa 1er, 2°, doit être lu comme suit: “Les décisions d’acquérir des titres représentatifs du capital d’une entreprise dont l’activité n’est pas visée à l’article 3, 71° et 72°, pour un montant d’au moins 100 000 euros ou un montant qui atteint 5 % des fonds propres de la société de bourse.”. Art. 542. L’article 78 est applicable. Sous-section III. De l’ouverture ou de l’acquisition de fi liales à l’étranger Art. 543. La société de bourse qui projette d’acquérir ou de créer, directement ou par l’intermédiaire d’une compagnie fi nancière ou d’une compagnie fi nancière mixte, une fi liale à l’étranger exerçant une activité visée à l’article 4 ou à l’article 3, 71° et 72° notifi e son inten- tion à la Banque. Cette notifi cation est assortie d’une information sur les activités, l’organisation, l’actionnariat et les dirigeants de l’entreprise concernée. Sous-section IV – De l’exercice d’activités à l’étranger Art. 544. L’article 86 est applicable, étant entendu que: 1° les activités visées à l’alinéa 1er doivent être lues comme étant les services et/ou activités d’investisse- ment et services auxiliaires visés à l’article 3, 71° et 72°; 52 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 2° het in het tweede lid bedoelde programma van werkzaamheden met name het volgende moet ver- melden: de fi nanciële instrumenten, de beleggings- diensten en/of -activiteiten evenals de nevendiensten die het bijkantoor van plan is te verrichten, en of het bijkantoor voornemens is een beroep te doen op ver- bonden agenten. Art. 545. Artikel 87 is van toepassing, met dien ver- stande dat de Bank aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst nadere gegevens verstrekt over de beleggersbeschermingsregeling waaraan de beurs- vennootschap deelneemt overeenkomstig artikel 613. Eventuele wijzigingen in die gegevens worden door de Bank aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst meegedeeld. Art. 546. De artikelen 88 en 88/1 zijn van toepassing. Art. 547. Artikel 89 is van toepassing, ook wat de informatie bedoeld in artikel 544, 2°, en 545 betreft. Art. 548. § 1. Elke beursvennootschap die, zonder er een bijkantoor op te richten, op het grondgebied van een andere lidstaat voor het eerst alle of een deel van de in artikel 3, 71° en 72°, bedoelde beleggingsdiensten en/of -activiteiten of nevendiensten wenst te verrichten die zij in België mag verrichten, of die haar aanbod aan diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt aan de Bank de volgende informatie: 1° de lidstaat waar zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen; 2° een programma van werkzaamheden waarin met name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/ of -activiteiten en nevendiensten zij voornemens is te verrichten, met betrekking tot welke fi nanciële instru- menten zij diensten wil verstrekken, alsook of zij van plan is om op het grondgebied van de lidstaat een beroep te doen op in België gevestigde verbonden agenten, in welk geval zij de identiteitsgegevens van die verbonden agenten aan de Bank meedeelt. § 2. Artikel 90 is van toepassing, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid. Art. 549. Artikel 91 is van toepassing. Art.  550. In geval van wijziging van een van de overeenkomstig artikel 548 verstrekte gegevens stelt de beursvennootschap de Bank daar schriftelijk van in kennis, en dit ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt. 2° le programme d’activité visé à l’alinéa 2 doit notam- ment préciser les instruments fi nanciers, les services et/ou activités d’investissement ainsi que les services auxiliaires que la succursale envisage de fournir ou d’exercer et si la succursale prévoit de recourir à des agents liés. Art. 545. L’article 87 est applicable, étant entendu que la Banque communique à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil des renseignements détaillés sur le système de protection des investisseurs auquel la société de bourse est affiliée conformément à l’ar- ticle 613. En cas de modifi cation de ces informations, la Banque en avise l’autorité compétente de l’État membre d’accueil. Art. 546. Les articles 88 et 88/1 sont applicables. Art. 547. L’article 89 est applicable, en ce compris en ce qui concerne les informations visées à l’article 544, 2°, et 545. Art. 548. § 1er. La société de bourse qui souhaite, sans y établir une succursale, fournir ou exercer pour la première fois sur le territoire d’un autre État membre tout ou partie des services et/ou activités d’investissement ou services auxiliaires visés à l’article 3, 71° en 72°, qu’elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique, ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis ou des activités exercées, communique les informations suivantes à la Banque: 1° l’État membre dans lequel elle envisage d’opérer; 2° un programme d’activités mentionnant, en parti- culier, les services et/ou activités d’investissement ainsi que les services auxiliaires qu’elle entend fournir, les instruments fi nanciers sur lesquels doivent porter ses services, et si elle prévoit de recourir, sur le territoire de l’État membre, à des agents liés établis en Belgique, auquel cas elle communique à la Banque l’identité de ces agents liés. § 2. L’article 90 est applicable à l’exception du para- graphe 1er, alinéa 1er. Art. 549. L’article 91 est applicable. Art. 550. En cas de modifi cation de l’une des infor- mations communiquées conformément à l’article 548, la société de bourse en avise par écrit la Banque, au moins un mois avant de mettre ladite modifi cation en œuvre. 53 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 De Bank stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst en, in voorkomend geval, de FSMA, in kennis van de wijziging. Afdeling V. Reglementaire normen en verplichtingen Onderafdeling I. Prospectief beheer van eigen ver- mogen en liquiditeit Art. 551. Artikel 94 is van toepassing. Onderafdeling II. Globaal vereiste van een tier 1-kernkapitaalbuffer Art. 552. De artikelen 95 en 96 zijn van toepassing op beursvennootschappen die de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van [FSMA] 2016 uitoefenen. Onderafdeling III – Macroprudentieel of systeemrisico Art. 553. Artikel 97 is van toepassing. Onderafdeling IV. Reglementeringsbevoegdheid van de Bank Art. 554. Artikel 98 is van toepassing. Onderafdeling V. Maatregelen strekkende tot weder- samenstelling van het tier 1-kernkapitaal Art. 555. De artikelen 99 tot 105 zijn van toepassing, met inbegrip van alle bepalingen van Bijlage V. Afdeling VI. Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels Art. 556. De artikelen 106 en 107 zijn van toepassing. Afdeling VII. Herstelplannen Art. 557. De artikelen 108 tot 116, met uitzondering van artikel 110, § 2, zijn van toepassing op de in artikel 499, § 2 bedoelde beursvennootschappen. HOOFDSTUK III. Toezicht op de beursven- nootschappen Afdeling I. Toezicht door de Bank en de FSMA Art. 558. § 1. De Bank waakt erover dat elke beurs- vennootschap werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en –reglementen en La Banque informe l’autorité compétente de l’État membre d’accueil et, le cas échéant, la FSMA de la modifi cation. Section V. Des normes et obligations réglementaires Sous-section Ire. Gestion prospective des fonds propres et de la liquidité Art. 551. L’article 94 est applicable. Sous-section II. Exigence globale de coussin de fonds propres de base de catégorie 1 Art. 552. Les articles 95 et 96 sont applicables aux sociétés de bourse qui exercent les activités visées à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du [FSMA] 2016. Sous-section III. Risque macroprudentiel ou systémique Art. 553. L’article 97 est applicable. Sous-section IV. Pouvoir réglementaire de la Banque Art. 554. L’article 98 est applicable. Sous-section V. Des mesures visant à reconstituer les fonds propres de base de catégorie 1 Art. 555. Les articles 99 à 105 sont applicables, en ce compris l’ensemble des dispositions de l’Annexe V. Section VI. Des informations périodiques et des règles comptables Art. 556. Les articles 106 et 107 sont applicables. Section VII. Plans de redressement Art. 557. Les articles 108 à 116, à l’exception de l’article 110, § 2, sont applicables aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2. CHAPITRE III. Contrôle des sociétés de bourse Section  Ire. Contrôle exercé par la Banque et par la FSMA Art. 558. § 1er. La Banque veille à ce que chaque société de bourse opère conformément aux dispo- sitions de la présente loi, des arrêtés et règlements 54 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen, onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de FSMA op grond van artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2, van de wet van 2 augustus 2002. § 2. Artikel 134, § 2 is van toepassing. Art.  559. De artikelen  135, 136, 136/1, 137, 138, 139 en 140 zijn van toepassing. Afdeling II. Procedure van prudentieel toezicht Onderafdeling I. Programma voor prudentieel toezicht Art. 560. Artikel 141 is van toepassing. Onderafdeling II. Procedure van prudentiële toetsing en evaluatie Art. 561. Artikel 142 is van toepassing. Wanneer een vrijstelling wordt verleend op grond van artikel 15 van Verordening nr. 575/2013, zijn de in artikel 142 opgenomen vereisten van toepassing op het toezicht op de beursvennootschap op individuele basis. Art. 562. Onverminderd Verordening nr. 575/2013 is artikel 143 van toepassing. Onderafdeling III. Onderzoek van de interne benade- ringen en methodes Art. 563. De artikelen 144, 145, 146, en 147 zijn van toepassing. Onderafdeling IV. Stresstests Art. 564. Artikel 148 is van toepassing. Onderafdeling V. Prudentiële maatregelen Art. 565. De artikelen 149, 150, 151, 152 en 153 zijn van toepassing. Onderafdeling VI. Beursvennootschappen met soort- gelijke risicoprofi elen Art. 566. Artikel 154 is van toepassing. Afdeling III. Toezicht op in een andere lidstaat uitge- oefende werkzaamheden Onderafdeling I. Defi nities Art. 567. Artikel 155 is van toepassing. pris en exécution de celle-ci ainsi que des règlements européens directement applicables, sans préjudice des compétences dévolues à la FSMA en vertu de l’article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002. § 2. L’article 134, § 2, est applicable. Art. 559. Les articles 135, 136, 136/1, 137, 138, 139 et 140 sont applicables. Section II. Processus de surveillance prudentielle Sous-section Ire. Programme de contrôle prudentiel Art. 560. L’article 141 est applicable. Sous-section II. Procédure de contrôle et d’évaluation prudentiels Art. 561. L’article 142 est applicable. Lorsqu’une dispense est octroyée sur la base de l’article 15 du Règlement n° 575/2013, les exigences prévues à l’article 142 s’appliquent à la surveillance de la société de bourse sur base individuelle. Art 562. Sans préjudice du Règlement n° 575/2013, l’article 143 est applicable. Sous-section III. Examen des approches et des méthodes internes Art.  563. Les articles  144, 145, 146  et 147  sont applicables. Sous-section IV. Tests de résistance Art. 564. L’article 148 est applicable. Sous-section V. Mesures prudentielles Art. 565. Les articles 149, 150, 151, 152 et 153 sont applicables. Sous-section VI. Sociétés de bourse présentant des profi ls de risques similaires Art. 566. L’article 154 est applicable. Section III. Contrôle des activités exercées dans un autre État membre Sous-section Ire. Défi nitions Art. 567. L’article 155 est applicable. 55 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Onderafdeling II. Toezicht op de werkzaamheden Art. 568. Artikel 156 is van toepassing. Onderafdeling III. Uitzonderingsmaatregelen Art.  569. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat waar een beursvennootschap naar Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleg- gingsdiensten of -activiteiten of nevendiensten uitoefent als bedoeld in artikel 3, 71° en 72°, in het kader van het vrij verrichten van diensten, de Bank ervan in kennis stellen dat de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn in die lidstaat en waarop zij toezicht uitoefenen in uitvoering van Richtlijn 2014/65/EU, worden overtreden, treft de Bank zo spoedig mogelijk alle passende maat- regelen, met name deze bedoeld in de artikelen 234 tot 236, of doet zij deze maatregelen treffen, teneinde deze toestand te verhelpen. De Bank deelt deze maatregelen onverwijld mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst. Onderafdeling IV. Samenwerking Art. 570. Artikel 158 is van toepassing. Onderafdeling V. Signifi cante bijkantoren Art. 571. De artikelen 159, 160 en 161 zijn van toepas- sing op de beursvennootschappen die een vergunning hebben om de diensten vermeld in artikel 2, 1°, 3 en 6, van de wet van … te verlenen. Onderafdeling VI. Controle ter plaatse Art. 572. Artikel 162 is van toepassing. Afdeling IV. Groepstoezicht Onderafdeling I. Geconsolideerd toezicht op de beursvennootschappen Art. 573. Beursvennootschappen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel dat tevens een kredietinstelling naar Belgisch recht omvat, en met als moederonderneming: 1° een moederkredietinstelling naar Belgisch recht; of 2° een fi nanciële moederholding in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat, Sous-section II. Contrôle des activités Art. 568. L’article 156 est applicable. Sous-section III. Mesures exceptionnelles Art. 569. Lorsque les autorités compétentes d’un autre État membre dans lequel une société de bourse de droit belge a établi une succursale, ou y exerce des ser- vices ou des activités d’investissement ou des services auxiliaires visées à l’article 3, 71° et 72°, dans le cadre de la libre prestation de services, saisissent la Banque de violations des dispositions légales applicables dans cet État membre sous leur contrôle en exécution de la Directive 2014/65/UE, la Banque prend ou fait prendre, sans délai, toute mesure appropriée, notamment celles visées aux articles 234 à 236, pour veiller à ce qu’il soit remédié à la situation de manquement. La Banque communique sans délai ces mesures à l’autorité compétente de l’État membre d’accueil. Sous-section IV. Coopération Art. 570. L’article 158 est applicable. Sous-section  V. Succursales d ’importance signifi cative Art. 571. Les articles 159, 160 et 161 sont applicables aux sociétés de bourse qui sont agréées pour fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3  et 6,  de la loi du …. Sous-section VI. Contrôle sur place Art. 572. L’article 162 est applicable. Section IV. Surveillance du groupe Sous-section Ire. Contrôle sur base consolidée des sociétés de bourse Art. 573. Les sociétés de bourse de droit belge faisant partie d’un ensemble consolidé comprenant également un établissement de crédit de droit belge, et ayant comme entreprise mère: 1° un établissement de crédit mère de droit belge; ou 2° une compagnie fi nancière mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans un État membre, 56 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 zijn voor hun toezicht op geconsolideerde basis onderworpen aan de bepalingen van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, Afdeling II en Afdeling IV. De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzin- gen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508. Art. 574. Op beursvennootschappen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel dat tevens een kredietinstelling naar Belgisch recht omvat en met als moederonderneming een beursven- nootschap naar Belgisch recht, zijn, voor wat betreft hun toezicht op geconsolideerde basis, de bepalingen van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, Afdeling II en Afdeling IV van overeenkomstige toepassing. De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzin- gen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508. Art. 575. Op beursvennootschappen naar Belgisch recht die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel dat geen kredietinstelling naar Belgisch recht omvat en met als moederonderneming: 1° een beursvennootschap naar Belgisch recht, of 2°  een fi nanciële moederholding in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat, zijn, voor wat betreft hun toezicht op geconsolideerde basis, de bepalingen van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, Afdeling  II en Afdeling  IV, van overeenkomstige toepassing. De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzi- gingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508. Art. 576. Het toezicht op geconsolideerde basis op beursvennootschappen naar Belgisch recht als bedoeld in artikel 575, wordt uitgeoefend door de Bank. Onderafdeling II. Aanvullend conglomeraatstoezicht Art.  577. Op beursvennootschappen naar Belgisch recht: sont, pour leur contrôle sur base consolidée, sou- mises aux dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section II et Section IV. Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références aux articles 504, 506, 507 et 508. Art. 574. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section II et Section IV sont, pour ce qui concerne leur contrôle sur base consolidée, applicables par ana- logie aux sociétés de bourse de droit belge faisant partie d’un ensemble consolidé comprenant également un établissement de crédit de droit belge et ayant comme entreprise mère une société de bourse de droit belge. Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références aux articles 504, 506, 507 et 508. Art. 575. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section II et Section IV sont, pour ce qui concerne leur contrôle sur base consolidée, applicables par analogie aux sociétés de bourse de droit belge faisant partie d’un ensemble consolidé ne comprenant pas d’établissement de crédit de droit belge et ayant comme entreprise mère: 1° une société de bourse de droit belge, ou 2° une compagnie fi nancière mère dans un État membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans un État membre. Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références aux articles 504, 506, 507 et 508. Art. 576. Le contrôle sur base consolidée de sociétés de bourse de droit belge, telles que visées à l’article 575, est exercé par la Banque. Sous-section II. Surveillance complémentaire des conglomérats Art. 577. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV, Section III et Section IV sont, pour ce qui concerne leur surveillance complémentaire des conglomérats, applicables par analogie aux sociétés de bourse de droit belge 57 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° die aan het hoofd staan van een fi nancieel con- glomeraat; of 2° met als moederonderneming een gemengde fi - nanciële holding in een lidstaat zijn, voor wat betreft hun aanvullend conglome- raatstoezicht, de bepalingen van Boek  II, Titel  III, Hoofdstuk IV, Afdeling III en Afdeling IV van overeen- komstige toepassing. Afdeling V. Revisoraal toezicht Art. 578. De artikelen 220, 221, 222, 223 en 224 zijn van toepassing. Art.  579. Artikel 225  is van toepassing, met dien verstande dat: 1° wat betreft de gevallen bedoeld in artikel 225, eerste lid, 4°, a) tot c), de erkend commissarissen bij de Bank ook melding dienen te maken van feiten of besluiten waarvan zij kennis zouden hebben gekregen bij de uitvoering van één van de in dit artikel bedoelde taken bij een onderneming die nauwe banden heeft met de beursvennootschap waar zij die taak uitvoeren; 2° het verslag bedoeld in artikel 225, eerste lid, 5°, eveneens betrekking moet hebben op de deugdelijk- heid van de maatregelen die de beursvennootschap heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de cliënten met toepassing van artikel 533 en van de op grond van deze bepaling door de Koning genomen uitvoeringsmaatregelen. Art. 580. Artikel 225/1 is van toepassing. HOOFDSTUK IV. Afwikkelingsplannen Art. 581. De artikelen 226 tot 232 zijn van toepassing op de in artikel 499, § 2, bedoelde beursvennootschappen. HOOFDSTUK V. Intrekking van de vergunning Art. 582. Artikel 233 is van toepassing, met dien ver- stande dat de beslissing tot intrekking en de redenen daarvoor door de Bank ter kennis worden gebracht van de Europese Autoriteit voor effecten en markten. 1° qui sont à la tête d’un conglomérat fi nancier; ou 2° dont l’entreprise mère est une compagnie fi nan- cière mixte dans un État membre. Section V. Du contrôle révisoral Art. 578. Les articles 220, 221, 222, 223, 224 sont applicables. Art. 579. L’article 225 est applicable étant entendu que: 1° en ce qui concerne les cas visés à l’article 225, alinéa 1er, 4°, a) à c), les commissaires agréés sont également tenus de signaler à la Banque tout fait ou toute décision dont ils auraient eu connaissance en accomplissant l’une des missions visées au présent article dans toute entreprise ayant un lien étroit avec la société de bourse dans laquelle ils s’acquittent de la même mission; 2° le rapport visé à l’article 225, alinéa 1er, 5°, doit également porter sur l’adéquation des dispositions prises par la société de bourse pour préserver les avoirs des clients en application de l’article 533 et des mesures d’exécution prises par le Roi en vertu de cette disposition. Art. 580. L’article 225/1 est applicable. CHAPITRE IV. Plans de résolution Art. 581. Les articles 226 à 232 sont applicables aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2. CHAPITRE V. De la radiation de l’agrément Art. 582. L’article 233 est applicable, étant entendu que la décision de radiation et ses motifs sont notifi és par la Banque à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers. 58 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 HOOFDSTUK VI. Herstelmaatregelen Afdeling I. Dwingende maatregelen Art. 583. Artikel 234 is van toepassing. Afdeling II. Uitvoering van het herstelplan Art. 584. Artikel 235 is van toepassing op de in artikel 499, § 2, bedoelde beursvennootschappen. Afdeling III. Uitzonderlijke herstelmaatregelen Art. 585. Artikel 236 is van toepassing, met dien ver- stande dat de Bank de beslissing tot herroeping neemt en dat deze beslissing en de redenen daarvoor door de Bank ter kennis worden gebracht van de Europese Autoriteit voor effecten en markten. Art. 586. Artikel 237 is van toepassing. Art. 587. Artikel 238 is van toepassing. HOOFDSTUK VII. Afwikkeling van beursven- nootschappen Art. 588. De artikelen 242 tot 311 zijn van toepassing op de in artikel 499, § 2, bedoelde beursvennootschappen. Titel  III. Beursvennootschappen naar buiten- lands recht HOOFDSTUK I. Inleidende bepaling Art. 589. Voor de toepassing van deze Titel wordt onder “buitenlandse beursvennootschappen” verstaan de ondernemingen naar buitenlands recht, ongeacht of het om het recht van een lidstaat of van een derde land gaat, die overeenkomstig het recht waaronder ze ressorteren, in hun lidstaat van herkomst diensten en activiteiten als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid, mogen verrichten. HOOFDSTUK II. Bijkantoren en werkzaamheden in het kader van het vrij verrichten van diensten in België van buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren Afdeling I. Toegang tot het bedrijf in België Art. 590. § 1. Overeenkomstig artikel 10 van de wet van … mogen buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van CHAPITRE VI. Des mesures de redressement Section Ire. Des mesures contraignantes Art. 583. L’article 234 est applicable. Section II. De la mise en œuvre du plan de redressement Art. 584. L’article 235 est applicable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2. Section III. Des mesures de redressement exceptionnelles Art. 585. L’article 236 est applicable, étant entendu que la décision de révocation est prise par la Banque et que cette décision et ses motifs sont notifi és par la Banque à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers. Art. 586. L’article 237 est applicable. Art. 587. L’article 238 est applicable. CHAPITRE VII. Résolution des défaillances des sociétés de bourse Art. 588. Les articles 242 à 311 sont applicables aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2. Titre III. Des sociétés de bourse de droit étranger CHAPITRE Ier. Disposition liminaire Art. 589. Aux fi ns du présent Titre, on entend par “sociétés de bourse étrangères”, les entreprises de droit étranger, qu’il s’agisse du droit d’un État membre ou d’un pays tiers, qui sont, conformément au droit dont elles relèvent, habilitées à fournir des services et activités visés à l’article 1er, § 3, alinéa 2, dans leur État d’origine. CHAPITRE II. Des Succursales et des activités en libre prestation de services en Belgique des sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre Section Ire. De l’accès à l’activité en Belgique Art. 590. § 1er. Conformément à l’article 10 de la loi du …, les sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir, dans leur État d’origine, des 59 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 herkomst beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten mogen verrichten, deze werkzaamheden aanvatten via de vestiging van een bijkantoor zodra de Bank hen met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs in kennis heeft gesteld van hun registratie als bijkantoor van een buitenlandse beursven- nootschap van een andere lidstaat. Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maanden nadat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van her- komst van de buitenlandse beursvennootschap het op grond van de Europeesrechtelijke bepalingen ter zake vereiste informatiedossier heeft meegedeeld. Indien de beursvennootschap binnen de vastgestelde termijn geen kennisgeving ontvangt, mag zij het bijkantoor desalniettemin openen en de voornoemde werkzaam- heden aanvatten, mits zij de voor België als contactpunt fungerende autoriteit hiervan in kennis stelt. Nevendiensten mogen in België alleen samen met een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit worden verricht. § 2. De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de elementen in het informatiedossier die relevant zijn voor het toezicht op de naleving van de regels die onder haar bevoegdheid vallen. § 3. De paragrafen 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die een beroep wensen te doen op in België gevestigde verbonden agenten om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten. De bepalingen van dit Hoofdstuk die betrekking hebben op de bijkantoren, zijn op deze verbonden agenten van toepassing. Art. 591. § 1. Overeenkomstig artikel 11 van de wet van …  mogen buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van herkomst beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten mogen verrichten, deze werk- zaamheden in België aanvatten in het kader van het vrij verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst aan de voor België als contactpunt fungerende autoriteit de op grond van de Europeesrechtelijke bepalingen ter zake vereiste ken- nisgeving heeft verstuurd. Nevendiensten mogen in België alleen samen met een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit worden verricht. services d’investissement et/ou à exercer des activités d’investissement et à fournir des services auxiliaires peuvent, par voie d’installation de succursale, entamer ces activités dès que la Banque leur a notifi é, par lettre recommandée à la poste ou avec accusé de réception, leur enregistrement comme succursale d’une société de bourse étrangère d’un autre État membre. Cette notifi cation doit être faite au plus tard deux mois après que l’autorité compétente de l’État membre d’origine de la société de bourse étrangère aura com- muniqué le dossier d’information requis par les disposi- tions du droit de l’Union européenne en la matière. En l’absence de notifi cation dans le délai fi xé, la société de bourse peut toutefois ouvrir la succursale et entamer les activités précitées moyennant un avis donné à l’autorité qui sert de point de contact pour la Belgique. Les services auxiliaires ne peuvent être fournis en Belgique que conjointement à un service d’investisse- ment et/ou à une activité d’investissement. § 2. La Banque communique à la FSMA les élé- ments du dossier d’information qui sont pertinents pour le contrôle du respect des règles relevant de sa compétence. § 3. Les paragraphes 1er et 2 sont applicables par analogie aux sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui souhaitent recourir à des agents liés établis en Belgique pour y fournir des services d’investissement et/ou exercer des activités d’investissement et proposer des services auxiliaires. Ces agents liés sont soumis aux dispositions du présent Chapitre relatives aux succursales. Art. 591. § 1er. Conformément à l’article 11 de la loi du …, les sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de leur droit national à fournir dans leur État membre d’ori- gine des services d’investissement et/ou à y exercer des activités d’investissement et à y fournir des services auxiliaires, peuvent entamer ces activités en Belgique sous le régime de la libre prestation de services dès que l’autorité compétente de l’État membre d’origine a communiqué à l’autorité qui sert de point de contact pour la Belgique la notifi cation requise par les dispositions du droit de l’Union européenne en la matière. Les services auxiliaires ne peuvent être fournis en Belgique que conjointement à un service d’investisse- ment et/ou à une activité d’investissement. 60 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 § 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die in België beleggingsdiensten of -activiteiten alsmede nevendiensten willen verrichten met inschakeling van in die andere lidstaat gevestigde verbonden agenten. De Bank maakt op haar website de identiteitsgege- vens bekend van de verbonden agenten waarop de vennootschap van plan is een beroep te doen. Afdeling II. Bedrijfsuitoefening Art. 592. De volgende bepalingen zijn van toepassing onverminderd de regels die door of krachtens de wet van 2 augustus 2002 zijn vastgesteld en onverminderd de andere bepalingen die aan de Bank bevoegdheden ver- lenen ten aanzien van de in artikel 590 bedoelde bijkan- toren en de in artikel 591 bedoelde vennootschappen: 1° artikel 527, dat betrekking heeft op de door een bijkantoor uitgevoerde transacties; 2° artikel 533, § 3, voor zover de in artikel 590 be- doelde bijkantoren ervoor opteren, met instemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, om de regels voor de belegging van gelddeposito’s die vastgelegd zijn in artikel 533, § 2, en de ter uitvoering van artikel 533 genomen besluiten, na te leven. Afdeling III. Periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels Art. 593. De artikelen 317 en 318 zijn van toepassing, met dien verstande dat de verwijzingen in de genoemde artikelen naar artikel 312 moeten worden opgevat als verwijzingen naar artikel 590. Afdeling IV. Toezicht op de bijkantoren Onderafdeling I. De Bank in haar hoedanigheid van autoriteit van de lidstaat van ontvangst Art. 594. De in artikel 590 bedoelde bijkantoren vallen onder het toezicht van de Bank voor de in de artikelen 592  en 593  bedoelde doeleinden, voor zover de in deze bepalingen bedoelde materies tot de bevoegdheid behoren van de Bank. Artikel 558 en artikel 559, voor zover dit laatste artikel de artikelen 135, 136 en 139 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen, zijn in die mate van toepassing. Art. 595. Artikel 320 is van toepassing. § 2. Le paragraphe 1er est applicable par analogie aux sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui souhaitent fournir des services d’investissement ou exercer des activités d’investisse- ment et proposer des services auxiliaires en Belgique par l’intermédiaire d’agents liés établis dans cet autre État membre. La Banque publie sur son site internet l’identité des agents liés auxquels la société entend recourir. Section II. De l’exercice de l’activité Art. 592. Les dispositions suivantes sont d’applica- tion sans préjudice des règles prévues par et en vertu de la loi du 2 août 2002 et sans préjudice des autres dispositions qui confèrent des pouvoirs à la Banque à l’égard des succursales visées à l’article 590 et des sociétés visées à l’article 591: 1° l’article 527, concernant les transactions effectuées par une succursale; 2° l’article 533, § 3, dans la mesure où les succur- sales visées à l’article 590 choisissent, avec l’accord de l’autorité compétente de l’État membre d’origine, de respecter volontairement les règles pour le placement des dépôts de fonds prévues à l’article 533, § 2, et les arrêtés pris en exécution de l’article 533. Section  III. Informations périodiques et règles comptables Art. 593. Les articles 317 et 318 sont applicables, étant entendu que les références faites dans lesdits articles, à l’article 312 doivent être lues comme des références à l’article 590. Section IV. Du contrôle des succursales Sous-section Ire. La Banque en sa qualité d’autorité de l’État membre d’accueil Art. 594. Les succursales visées à l’article 590 sont soumises au contrôle de la Banque aux fi ns prévues par les articles 592 et 593 dans la mesure où les matières visées par ces dispositions relèvent de la compétence de la Banque. L’article 558  et l’article 559, dans la mesure où ce dernier rend les articles 135, 136  et 139 applicables aux sociétés de bourse, sont appli- cables dans cette mesure. Art. 595. L’article 320 est applicable. 61 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art.596. Artikel 321 is van toepassing. Onderafdeling II. Signifi cante bijkantoren Art. 597. De artikelen 322 en 323 zijn van toepas- sing op buitenlandse beursvennootschappen die een vergunning hebben om de diensten vermeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … te verlenen. Onderafdeling III. Controle ter plaatse Art. 598. De artikelen 324, 325 en 326 zijn van toe- passing, met dien verstande dat de verwijzingen in de genoemde artikelen naar de artikelen 312, 315 en 319, moeten worden opgevat als verwijzingen naar de arti- kelen 590, 592 en 594. Afdeling V. Uitzonderingsmaatregelen Art.  599. Artikel 329  is van toepassing, met dien verstande dat paragraaf 5 niet van toepassing is op buitenlandse beursvennootschappen. Art. 600. Artikel 330 is van toepassing. Afdeling VI. Bijkantoren en dienstverleningsactivitei- ten in België van buitenlandse beursvennootschappen die niet onder Richtlijn 2014/65/EU vallen Art. 601. De artikelen 590 tot 600 zijn niet van toepas- sing op buitenlandse beursvennootschappen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/65/EU vallen op grond van artikel 2, lid 1, onder l) en m), en artikel 3 van die richtlijn. De bepalingen van Hoofdstuk III zijn van toepassing op de bijkantoren en de dienstverleningsactiviteiten in België van die vennootschappen. HOOFDSTUK III. Bijkantoren in België van buiten- landse beursvennootschappen van derde landen Art. 602. De bepalingen van dit Hoofdstuk doen geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 46 tot 49 van Verordening nr. 600/2014 en van de artikelen 13 en 14 van de wet van …. Afdeling I. Toegang tot het bedrijf in België Art. 603. § 1. De buitenlandse beursvennootschap- pen die onder het recht van een derde land ressorteren moeten, alvorens een bijkantoor te openen om beleg- gingsdiensten of -activiteiten te verrichten in België, een vergunning verkrijgen van de Bank. Art. 596. L’article 321 est applicable. Sous-section II. Des succursales signifi catives Art. 597. Les articles 322 et 323 sont applicables aux sociétés de bourse étrangères qui sont agréées pour fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …. Sous-section III. Du contrôle sur place Art. 598. Les articles 324, 325 et 326 sont appli- cables, étant entendu que les références, faites dans lesdits articles, aux articles 312, 315 et 319 doivent être comprises comme des références aux articles 590, 592 et 594. Section V. Des mesures exceptionnelles Art. 599. L’article 329 est applicable étant entendu que le paragraphe 5 n’est pas applicable aux sociétés de bourse étrangères. Art. 600. L’article 330 est applicable. Section VI. Des succursales et des activités de pres- tation de services en Belgique des sociétés de bourse étrangères non soumises à la Directive 2014/65/UE Art. 601. Les articles 590 à 600 ne s’appliquent pas aux sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un autre État membre qui sont en dehors du champ d’application de la Directive 2014/65/UE en vertu des articles 2, paragraphe 1er, l) et m), et 3 de cette directive. Les succursales et les activités de prestation de services en Belgique de ces sociétés sont soumises aux dispositions du Chapitre III. CHAPITRE  III. Des succursales en Belgique des sociétés de bourse étrangères de pays tiers Art. 602. Les dispositions du présent Chapitre sont sans préjudice de l’application des articles 46 à 49 du Règlement n°  600/2014  et des articles 13  et 14  de la loi du …. Section Ire. De l’accès à l’activité en Belgique Art. 603. § 1er. Les sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un pays tiers doivent, avant d’ouvrir une succursale en vue de fournir des services ou activités d’investissement en Belgique, se faire agréer auprès de la Banque. 62 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 In dit verband zijn de volgende artikelen van toepassing: 1° de artikelen 491, 492, 493, voor zover dit laatste artikel 9 van toepassing verklaart op de beursvennoot- schappen, evenals de artikelen 495, 496 et 497, met dien verstande dat: — de verwijzing naar artikel 493, voor zover dit artikel 9 van toepassing verklaart op de beursvennootschap- pen, geldt voor de buitenlandse beursvennootschap waaronder het bijkantoor ressorteert; — de buitenlandse beursvennootschap in haar land van herkomst de toestemming moeten hebben verkre- gen om de werkzaamheden uit te oefenen die in haar programma van werkzaamheden zijn opgenomen; 2° artikel 498, met dien verstande dat artikel 498 van toepassing is op de buitenlandse beursvennootschap waaronder het bijkantoor ressorteert. Er kan evenwel een vergunning worden verleend aan bijkantoren van instellingen met rechtspersoonlijkheid die geen han- delsvennootschappen zijn; 3° artikel 499 §§ 1 en 2, waarbij het aanvangskapitaal wordt vervangen door een dotatie waarvan de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998, het bedrag kan bepalen, evenals de bestanddelen en de voorwaarden voor de overeenstemmende activa, met name vanuit het oogpunt van hun locatie in België; 4° de artikelen 500 tot 502, voor zover zij de artikelen 18 tot 22 van toepassing verklaren op de beursvennoot- schappen, met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 500 geldt voor de beursvennootschap waaronder het bijkantoor ressorteert en de verwijzing naar de arti- kelen 501 en 502 voor het bijkantoor in België; 5° artikel 512, voor zover de buitenlandse beursven- nootschap niet kan aantonen dat de verbintenissen van haar Belgisch bijkantoor minstens in dezelfde mate gedekt zijn door een beleggersbeschermingsregeling van haar land van herkomst als door de Belgische beleg- gersbeschermingsregeling, voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau. § 2. De bepalingen van artikel 333, §§ 2, 3, 4 en 5, zijn van toepassing. Afdeling II. Bedrijfsuitoefening Art. 604. Artikel 335 is van toepassing, met dien verstande dat de verwijzingen in het genoemde artikel À cette fi n, sont applicables: 1° les articles 491, 492 et 493, dans la mesure où ce dernier rend l’article 9 applicable aux sociétés de bourse, ainsi que les articles 495, 496 et 497, étant entendu que: — la référence faite à l’article 493, dans la mesure il rend l’article 9 applicable aux sociétés de bourse, vaut pour la société de bourse étrangère dont relève la succursale; — la société de bourse étrangère doit être autorisée dans son pays d’origine à exercer les activités conte- nues dans son programme d’activités; 2° l’article 498, étant entendu que l’article 498 s’ap- plique à la société de bourse étrangère dont relève la succursale. Toutefois, peuvent être agréées des succur- sales d’institutions dotées de la personnalité juridique mais n’ayant pas la forme de société commerciale; 3° l’article 499 §§ 1er et 2, le capital initial étant rem- placé par une dotation dont la Banque peut déterminer, par voie de règlement pris en application de l’article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, le montant, les éléments constitutifs et les conditions relatives aux actifs correspondants, notamment sous l’angle de leur localisation en Belgique; 4° les articles 500 à 502, dans la mesure où ils rendent les articles 18 à 22 applicables aux sociétés de bourse, étant entendu que la référence fait à l’article 500 vaut pour la société de bourse dont relève la succursale et que la référence faite aux articles 501 et 502 vaut pour la succursale en Belgique; 5° l’article 512, dans la mesure où la société de bourse étrangère ne peut établir que les engagements de sa succursale belge sont couverts par un système de protection des investisseurs de son pays d’origine dans une mesure au moins équivalente à celle résultant du système belge de protection des investisseurs quant aux actifs couverts et au niveau de couverture prévu. § 2. Les dispositions de l’article 333, §§ 2, 3, 4 et 5, sont applicables. Section II. De l’exercice de l’activité Art. 604. L’article 335 est applicable, étant entendu que les références faites dans ledit article, aux articles 63 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 naar de artikelen 45, 55 en 333 moeten worden opgevat als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 513, 519 en 603. Daarnaast zijn ook de volgende artikelen van toepassing: 1° artikel 46; indien de Bank grond heeft om aan te nemen dat de invloed van natuurlijke of rechtspersonen die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde deelneming bezitten in de buitenlandse beursvennoot- schap, een gezond en voorzichtig beleid van deze vennootschap kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen, voor de duur die zij bepaalt, de vergunning van het bijkantoor schorsen of herroepen; artikel 236, § 1, 4° en 6°, en § 3, is van toepassing op dergelijke beslissingen; 2° de artikelen 532 tot 534, 537 tot 539, 559, voor zover dit laatste artikel 137 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen en artikel 28quater van de wet van 2 augustus 2002. Art. 605. § 1. De buitenlandse beursvennootschap moet in België over voor beslag vatbare activa beschik- ken voor een bedrag dat overeenstemt met het bedrag van de tegoeden, als bedoeld in artikel 615, tweede lid, die het bijkantoor heeft ontvangen, tenzij zij aantoont dat zij aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° de wetgeving inzake insolventieprocedures van het derde land garandeert dat de schuldeisers die hun tegoeden bij het Belgische bijkantoor hebben gedepo- neerd, dezelfde behandeling krijgen als de schuldeisers die hun tegoeden bij een buitenlandse beursvennoot- schap in het derde land hebben gedeponeerd; en 2° indien een insolventieprocedure wordt geopend tegen de buitenlandse beursvennootschap in het derde land, kent de wetgeving inzake dergelijke procedures aan de beleggers die gelden bij het Belgische bijkan- toor hebben gedeponeerd, een rangorde toe die een gelijkaardige bescherming biedt als deze waarin artikel 533, § 3, voorziet. § 2. Het Belgische bijkantoor van de buitenlandse beursvennootschap kan slechts fi nanciële instrumenten van cliënten in ontvangst nemen indien, bij opening van een insolventieprocedure tegen de buitenlandse beurs- vennootschap in het derde land, de wetgeving inzake dergelijke procedures, het zakelijk eigendomsrecht als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare fi nanciële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumen- ten, gecoördineerd op 27  januari  2004, erkent voor 45, 55 et 333 doivent être lues comme des références respectivement aux articles 513, 519 et 603. En outre, sont applicables: 1° l’article 46; lorsque la Banque a des raisons de considérer que l’infl uence exercée par les personnes physiques ou morales détenant, directement ou indi- rectement, une participation qualifi ée dans la société de bourse étrangère est de nature à compromettre sa gestion saine et prudente, et sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi, la Banque peut suspendre ou révoquer pour la durée qu’elle détermine l’agrément de la succursale; l’article 236, § 1er, 4° et 6°, et § 3, est applicable à ces décisions; 2° les articles 532 à 534, 537 à 539, 559, dans la mesure où ce dernier rend l’article 137 applicable aux sociétés de bourse et l’article 28quater de la loi du 2 août 2002. Art. 605. § 1er. La société de bourse étrangère doit disposer d’actifs saisissables en Belgique pour un mon- tant correspondant au montant des avoirs, tels que visés à l’article 615, alinéa 2, reçus par la succursale, sauf à démontrer qu’elle satisfait aux conditions suivantes: 1° le droit des procédures d’insolvabilité du pays tiers assure aux créanciers ayant déposé leurs avoirs auprès de la succursale belge un traitement qui est équivalent à celui des créanciers ayant déposé leurs avoirs auprès d’une société de bourse étrangère dans le pays tiers; et 2° en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à l’encontre de la société de bourse étrangère dans le pays tiers, le droit régissant cette procédure octroie aux investisseurs ayant déposé des fonds auprès de la succursale belge un rang offrant une protection similaire à celle prévue à l’article 533, § 3. § 2. La succursale belge de la société de bourse étrangère ne peut recevoir des instruments fi nanciers de clients que si, en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à l’encontre de la société de bourse étrangère dans le pays tiers, le droit régissant cette procédure reconnaît le droit réel de copropriété prévu à l’article 13, alinéa 2, de l’arrêté royal n° 62 du 10 novembre 1967  relatif au dépôt d’instruments fi nanciers fongibles et à la liquidation d’opérations sur ces instruments, coor- donné le 27 janvier 2004, dans le chef des investisseurs ayant déposé leurs instruments fi nanciers auprès de la 64 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 de beleggers die hun fi nanciële instrumenten bij het Belgische bijkantoor hebben gedeponeerd, of indien deze wetgeving aan de belegger een recht toekent ten gevolge van de bewaargeving van de fi nanciële instru- menten, dat een zakelijk recht vormt op grond waarvan hij een vordering tot teruggave kan uitoefenen op deze fi nanciële instrumenten, met uitsluiting van een louter vorderingsrecht. Afdeling III. Toezicht Art. 606. De artikelen 337, 338 en 339 zijn van toe- passing, met dien verstande dat artikel 134, waarnaar verwezen wordt in artikel 337, gelezen moet worden als een verwijzing naar de artikelen 134, § 2, en 558. Afdeling  IV. Intrekking, uitzonderingsmaatrege- len, sancties Art. 607. Artikel 340 is van toepassing, met dien ver- stande dat de Bank rekening houdt met de bescherming van de beleggers. Titel IV. Dwangsommen en andere dwangmaatregelen Art. 608. De artikelen 345 en 346 zijn van toepassing, met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 315 in artikel 346 gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 592. Titel V. Sancties HOOFDSTUK I. Administratieve boetes Art. 609. Artikel 347 is van toepassing. HOOFDSTUK II. Strafrechtelijke sancties Art. 610. De artikelen 348, 349, 350, 351 en 352 zijn van toepassing, met dien verstande dat, in artikel 348, § 1, 2°, de woorden “wie het bedrijf uitoefent van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 7 of Boek III, Titel II” moeten worden opgevat als “wie het bedrijf uitoefent van een beursvennootschap als bedoeld in artikel 491 of in Boek XII, Titel III, Hoofdstuk III”. Titel VI. Regels van het internationaal privaatrecht inzake saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures Art. 611. De artikelen 353 tot 377 zijn van toepassing, met dien verstande dat de verwijzingen in de genoemde artikelen naar artikel 90 moeten worden opgevat als verwijzingen naar artikel 548. succursale belge ou confère à l’investisseur un droit à la suite du dépôt des instruments fi nanciers constitutif d’un droit réel permettant l’exercice d’une revendication sur ces instruments fi nanciers, à l’exclusion d’un simple droit de créance. Section III. Du contrôle Art. 606. Les articles 337, 338 et 339 sont applicables, étant entendu que l’article 134 auquel il est fait référence dans l’article 337 doit être lu comme une référence aux articles 134, § 2, et 558. Section  IV. Radiation, mesures exception- nelles, sanctions Art. 607. L’article 340 est applicable, étant entendu que la Banque tient compte de la protection des investisseurs. Titre IV. Des astreintes et autres mesures coercitives Art. 608. Les articles 345 et 346 sont applicables, étant entendu que la référence faite à l’article 315 dans l’article 346  doit être lue comme une référence à l’article 592. Titre V. Des sanctions CHAPITRE IER. Des amendes administratives Art. 609. L’article 347 est applicable. CHAPITRE II. Des sanctions pénales Art. 610. Les articles 348, 349, 350, 351 et 352 sont applicables, étant entendu que s’agissant de l’article 348, § 1er, 2°, les mots “activité d’un établissement de crédit visé à l’article 7 ou au Livre III, Titre II” doivent être lus comme “activité d’une société de bourse visée à l’article 491 ou au Livre XII, Titre III, Chapitre III”. Titre VI. Règles de droit international privé en matière de mesures d’assainissement et de procédures de liquidation Art. 611. Les articles 353 à 377 sont applicables, étant entendu que les références faites dans lesdits articles, à l’article 90 doivent être lues comme des références à l’article 548. 65 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Titel VII. Materieelrechtelijke aspecten van liquidatieprocedures Art. 612. De artikelen 378 tot 379/1 zijn van toepassing. Titel VIII. Beleggersbeschermingsregeling Art. 613 Artikel 384/2 is van toepassing Art. 614. Artikel 384/3 is van toepassing, met dien verstande dat: 1° het eerste, derde, vierde en vijfde lid ook betrek- king hebben op de schadeloosstelling in het kader van het in artikel 615, tweede lid, bedoelde onderdeel gelddeposito’s. 2° het tweede lid als volgt moet worden gelezen: “Tenzij het faillissement is uitgesproken, neemt de Bank de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat een in artikel 613 bedoelde beursvennootschap, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar fi nanciële positie, niet in staat lijkt te zijn de gelddeposito’s terug te betalen of te voldoen aan haar verplichtingen jegens de beleggers tot terugbetaling van de beleggers fi nanciële instrumenten die voor hun rekening worden gehouden of die de beursvennootschap verschuldigd is, en dat de beursvennootschap daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat zal zijn. Deze vaststelling geschiedt zo spoe- dig mogelijk en in elk geval uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst is vastgesteld dat de beursvennootschap heeft nagelaten verschuldigde en betaalbare geldde- posito’s of een fi nancieel instrument terug te betalen.”. Art. 615. Artikel 384/4 is van toepassing voor wat be- treft het onderdeel fi nanciële instrumenten van de beleg- gersbeschermingsregeling die door het Garantiefonds is ingesteld. Het onderdeel gelddeposito’s van de door het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermingsrege- ling voorziet, tot een bedrag van maximum 100 000 euro per belegger en per beursvennootschap die aan deze regeling deelneemt, in de terugbetaling van de geld- deposito’s die voor rekening van de beleggers worden gehouden en die bestemd zijn voor de verwerving van financiële instrumenten of die moeten worden terugbetaald, ongeacht de munteenheid waarin ze zijn uitgedrukt, op voorwaarde dat deze gelddeposito’s niet reeds gedekt zijn door de in de artikelen 380 tot 384/1 bedoelde depositobeschermingsregeling. Titre VII. Aspects de droit matériel des procédures de liquidation Art. 612. Les articles 378 à 379/1 sont applicables. Titre VIII. Du système de protection des investisseurs Art. 613. L’article 384/2 est applicable. Art.  614. L’article 384/3  est applicable, étant entendu que: 1° les alinéas 1er, 3, 4 et 5 portent également sur l’indemnisation sous le volet dépôts de fonds visée à l’article 615, alinéa 2. 2° l’alinéa 2 doit être lu comme suit: “Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée, la Banque prend la décision constatant que, pour des raisons liées directement à sa situation fi nancière, une société de bourse visée à l’article 613 n’apparaît pas en mesure de restituer les dépôts de fonds ou de remplir ses obligations à l’égard des investisseurs en matière de restitution des instruments fi nanciers qui sont déte- nus pour leur compte ou dont la société de bourse est redevable et que la société de bourse ne sera pas en mesure de le faire dans un futur rapproché. Ce constat est fait dès que possible, et en tout état de cause au plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la première fois que la société de bourse n’a pas restitué les dépôts de fonds échus et exigibles ou a omis de restituer un instrument fi nancier.” . Art. 615. L’article 384/4 est applicable, pour ce qui concerne le volet instruments fi nanciers du système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie. Le volet dépôts de fonds du système de protection des investisseurs institué par le Fonds de garantie prévoit, jusqu’à un plafond de 100 000 euros par inves- tisseur et par société de bourse adhérant à ce système, le remboursement des dépôts de fonds détenus pour le compte des investisseurs en attente d’affectation à l’acquisition d’instruments fi nanciers ou en attente de restitution, quelle que soit la devise dans laquelle ils sont libellés, à condition que ces dépôts de fonds ne soient pas déjà couverts par le système de protection des dépôts visé dans les articles 380 à 384/1. 66 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 616. Artikel 384/5 is van toepassing, met dien verstande dat de eerste zin van het tweede lid als volgt moet worden gelezen: “De aanwending voor reclamedoeleinden van de in paragraaf 1 bedoelde informatie is beperkt tot de loutere vermelding van de beleggersbeschermingsregeling die een garantie biedt voor de gelddeposito’s of de fi nanci- ele instrumenten waarop de reclame betrekking heeft.”. Art. 617. Artikel 384/6 is van toepassing. Titel IX. Wijzigingsbepaling Art. 618. De artikelen 495, § 2, en 515, § 2, worden opgeheven op de datum die in artikel 93, lid 1, tweede alinea van Richtlijn 2014/65/EU is vastgelegd voor de inwerkingtreding van de nationale bepalingen die de genoemde richtlijn omzetten. Titel X. Overgangsbepalingen Art. 619. Tot aan de in artikel 93, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2014/65/EU voorziene datum voor de inwerkingtreding van de nationale bepalingen die de genoemde richtlijn omzetten, moeten alle verwijzingen in deze wet naar deze richtlijn worden gelezen als ver- wijzingen naar Richtlijn 2004/39/EG. Art.  620. Voor de toepassing van de artike- len 613 tot 617 van deze wet dienen de woorden “het Garantiefonds” begrepen te worden als het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s, levensverzeke- ringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennoot- schappen en het Beschermingsfonds voor deposito’s en fi nanciële instrumenten, in functie van hun respectieve- lijke opdrachten opgenomen in het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de crisismaatre- gelen voorzien in de wet van 22 februari 1998, voor wat betreft de oprichting van het Garantiefonds voor fi nan- ciële diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een beschermingsfonds voor deposito’s en fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële instrumenten. Art. 621. Voor de periode gaande van de datum van inwerkingtreding van dit Boek tot 31 december 2018 is artikel 1 van Bijlage IV, dat van toepassing is verklaard bij artikel 552, van toepassing volgens de in dit artikel bepaalde modaliteiten. Het percentage van de tier 1-kernkapitaalcon- serveringsbuffer, uitgedrukt als percentage van het totale bedrag van de risicoblootstelling van een Art. 616. L’article 384/5 est applicable, étant entendu que la première phrase de l’alinéa 2  doit être lue comme suit: “L’usage publicitaire des informations visées au para- graphe 1er est limité à une simple mention du système de protection des investisseurs qui garantit les dépôts de fonds ou les instruments fi nanciers visés dans la publicité.”. Art. 617. L’article 384/6 est applicable. Titre IX. Disposition modifi cative Art. 618. À la date prévue à l’article 93, paragraphe 1er, alinéa 2, de la Directive 2014/65/UE pour l’entrée en vigueur des dispositions nationales transposant ladite directive, les articles 495, § 2, et 515, § 2, sont abrogés. Titre X. Dispositions transitoires Art. 619. Jusqu’à la date prévue à l’article 93, para- graphe 1er, alinéa 2, de la Directive 2014/65/UE pour l’entrée en vigueur des dispositions nationales transpo- sant ladite directive, toutes les références faites dans la présente loi à cette directive doivent se lire comme des références à la Directive 2004/39/CE. Art. 620. Aux fi ns des articles 613 à 617 de la présente loi, les mots “Fonds de garantie” doivent s’entendre comme comprenant à la fois le Fonds spécial de protection pour les dépôts, les assurances sur la vie et le capital de sociétés coopératives agréées et le Fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers, selon leurs missions respectives prévues par l’arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exé- cution des mesures anti-crise prévues dans la loi du 22 février 1998, en ce qui concerne la création du Fonds de garantie pour les services fi nanciers, et par la loi du 17 décembre 1998 créant un fonds de protection des dépôts et des instruments fi nanciers et réorganisant les systèmes de protection des dépôts et des instruments fi nanciers. Art. 621. Pour la période allant de la date d’entrée en vigueur du présent Livre au 31 décembre 2018, l’article 1er de l’Annexe IV, rendu applicable par l’article 552, est applicable selon les modalités précisées au pré- sent article. Le taux de coussin de conservation des fonds propres de base de catégorie 1, exprimé en pourcentage du montant total de l’exposition au risque d’une société 67 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 beursvennootschap, berekend overeenkomstig artikel 92, § 3, van Verordening nr. 575/2013, is gelijk aan: 1) 0,625 % voor de periode gaande van de inwerking- treding van dit Boek tot 31 december 2016; 2) 1,25 % voor de periode van 1 januari 2017 tot 31 december 2017; 3) 1,875 % voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018. Art. 622. Voor de periode gaande van de datum van inwerkingtreding van dit boek tot 31 december 2018, zijn de bij artikel 552 van toepassing verklaarde artike- len 13 en 14 van Bijlage IV van toepassing volgens de volgende modaliteiten: 1) op de datum van inwerkingtreding van dit Boek moet worden voldaan aan 25 % van het vereiste dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 13, §  2,  van Bijlage IV; 2) op 1 januari 2017 moet worden voldaan aan 50 % van het vereiste dat is vastgesteld overeenkomstig ar- tikel 13, § 2, van Bijlage IV; 3) op 1 januari 2018 moet worden voldaan aan 75 % van het vereiste dat is vastgesteld overeenkomstig ar- tikel 13, § 2, van Bijlage IV.”. HOOFDSTUK 3 Slot-, wijzigings-, overgangs- en opheffingsbepalingen Afdeling 1 Slotbepaling Art. 73 De Koning kan aanpassingen aanbrengen in de bepa- lingen van andere wetgevingen waarin wordt verwezen naar de bepalingen van de wet van 6 april 1995 of de uitvoeringsbesluiten ervan, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. de bourse, calculé conformément à l’article 92, § 3, du Règlement n° 575/2013 est égal à: 1) 0,625  % pour la période allant de l’entrée en vigueur du présent Livre au 31 décembre 2016; 2) 1,25  % pour la période du 1er  janvier  2017  au 31 décembre 2017; 3) 1,875 % pour la période du 1er janvier 2018 au 31 décembre 2018. Art. 622. Pour la période allant de la date d’entrée en vigueur du présent Livre au 31 décembre 2018, les articles 13 et 14 de l’Annexe IV, rendus applicables par l’article 552, sont applicables selon les modalités suivantes: 1) à la date d’entrée en vigueur du présent Livre, l’exigence fi xée conformément à l’article 13, § 2, de l’Annexe IV doit être respectée à concurrence de 25 %; 2) le 1er janvier 2017, l’exigence fi xée conformément à l’article 13, § 2, de l’Annexe IV doit être respectée à concurrence de 50 %; 3) le 1er janvier 2018, l’exigence fi xée conformément à l’article 13, § 2, de l’Annexe IV doit être respectée à concurrence de 75 %.”. CHAPITRE 3 Dispositions fi nales, modifi catives, transitoires et abrogatoires Section 1re Disposition fi nale Art. 73 Le Roi peut adapter les dispositions d’autres légis- lations qui renvoient à des dispositions de la loi du 6 avril 1995 ou de ses arrêtés d’exécution pour les mettre en concordance avec les dispositions de la pré- sente loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution. 68 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Afdeling 2 Wijzigingsbepalingen Onderafdeling 1 Wijziging van de wet van 2 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium Art. 74 In artikel 13, § 2, van de wet van 2 januari 1991 betref- fende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, laatstelijk ge- wijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”; 2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “door de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemid- delaars en de beleggingsadviseurs,” vervangen door de woorden “door Boek XII van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;”. Onderafdeling 2 Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België Art. 75 In artikel 12ter, § 1 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 76 In artikel 21ter, § 5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “, Boek XI en de artikelen 581 en 588 van de wet van Section 2 Dispositions modifi catives Sous-section 1re Modifi cation de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instruments de la politique monétaire Art. 74 À l’article 13, § 2, de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché des titres de la dette publique et aux instru- ments de la politique monétaire, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 1° est complété par les mots “et des sociétés de bourse”; 2° au 2°, les mots “par la loi du 6 avril 1995 relative au statut des entreprises d’investissement et à leur contrôle, aux intermédiaires et conseillers en place- ments,” sont remplacés par les mots “par le Livre XII de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;”. Sous-section 2 Modifi cations de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique Art. 75 Dans l ’ar ticle 12ter, §  1er, de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, le paragraphe 1er est complété par les mots “et des sociétés de bourse”. Art. 76 Dans l’article 21ter, § 5, de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2014, les mots “de la loi du 25 avril 2014 re- lative au statut et au contrôle des établissements de crédit” sont remplacés par les mots “, du Livre XI et des articles 581 et 588 de la loi du 25 avril 2014 relative au 69 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre- dietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 77 In artikel 36/1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 3° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”; 2° in de bepaling onder 5° worden de woorden “als bedoeld in boek II van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingson- dernemingen” vervangen door de woorden “als be- doeld in Boek XII van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”; 3° in de bepaling onder 12° worden de woorden “van de Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “van Richtlijn 2014/65/EU”; 4° in de bepaling onder 16° worden de woorden “arti- kel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden “artikel 67 van Richtlijn 2014/65/EU”; 5° de bepaling onder 17° wordt vervangen als volgt: ““Richtlijn 2014/65/EU”: Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 be- treffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;”. Art. 78 In artikel 36/2, vijfde lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de vol- gende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder a) worden de woorden “en van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en be- drijfspensioenen” vervangen door de woorden “, van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfs- pensioenen en, in voorkomend geval, van de Europese Autoriteit voor effecten en markten”; 2° in de bepaling onder b) worden de woorden “en door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”. Art. 77 Dans l’article 36/1 de la même loi, modifi é en der- nier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 3° est complété par les mots “et des sociétés de bourse”; 2° au 5°, les mots “visée au livre II de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement” sont remplacés par les mots “visée au Livre XII de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse”; 3° au 12°, les mots “de la Directive 2004/39/CE” sont remplacés par les mots “de la Directive 2014/65/UE”; 4° au 16° les mots “l’article 48 de la Directive 2004/39/ CE” sont remplacés par les mots “l’article 67 de la Directive 2014/65/UE”; 5° le 17° est remplacé par ce qui suit: ““la Directive 2014/65/UE”: la Directive 2014/65/ UE du Parlement européen et du Conseil du 15  mai  2014  concernant les marchés d’instruments fi nanciers et modifi ant la directive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;”. Art. 78 À l’article 36/2, alinéa 5 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au a), les mots “et de l’Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles” sont remplacés par les mots “, de l’Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles et, le cas échéant, de l’Autorité européenne des marchés fi nanciers”; 2° au b), les mots “et par l’ l’Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles” sont 70 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 bedrijfspensioenen” vervangen door de woorden “, door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfs- pensioenen en, in voorkomend geval, door de Europese Autoriteit voor effecten en markten”. Art. 79 In artikel 36/3, § 2, eerste lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13  maart  2016, worden de woorden “, de beursvennootschappen” ingevoegd tussen de woorden “met uitzondering van de kredietinstel- lingen” en de woorden “en de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen”. Art. 80 In artikel 36/6, § 2, 2°, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 81 In artikel 36/14, § 1 van dezelfde wet, laatstelijk gewij- zigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1°, tweede lid worden de woorden “in de zin van artikel 3, 66° van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of in de zin van artikel 95, §§ 5bis en 5ter, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen” ver- vangen door de woorden “in de zin van artikel 3, 65° van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe- zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”; 2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden “en aan het orgaan dat bevoegd is voor de fi nancieringsregelingen voor de afwikkeling”. Art. 82 In artikel 36/17, § 1 van dezelfde wet, laatstelijk ge- wijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013, worden de woorden “in artikel 4, lid 1, 22) van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële instrumenten, en in artikel 4, 4) van Richtlijn 2006/48/ EG van het Europees Parlement en de Raad van remplacés par les mots “, par l’Autorité européenne des assurances et des pensions professionnelles et, le cas échéant, par l’Autorité européenne des marchés fi nanciers”. Art. 79 À l’article 36/3, § 2, alinéa 1er, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les mots “, des sociétés de bourse” sont insérés entre les mots “à l’exception des établissements de crédit” et les mots “et des entreprises d’assurance”. Art. 80 Dans l’article 36/6, § 2, 2°, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les mots “et des sociétés de bourse” sont insérés entre les mots “au contrôle des établissements de crédit” et les mots “et aux articles 318 à 321”. Art. 81 Dans l’article 36/14, § 1er, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au 1°, alinéa 2, les mots “au sens de l’article 3, 66° de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ou au sens de l’article 95, §§ 5bis et 5ter, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement,” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 3, 65° de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse,”; 2° le 5° est complété par les mots “et à l’organe char- gé des dispositifs de fi nancement pour la résolution”. Art. 82 Dans l’article 36/17, § 1er, de la même loi, modifi é en dernier lieu par l’arrêté royal du 12 novembre 2013, les mots “à  l’article 4, paragraphe 1er, 22) de la Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d’ins- truments fi nanciers et à l’article 4, 4) de la Directive 2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du 71 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefe- ning van de werkzaamheden van kredietinstellingen, teneinde de uit de voornoemde Richtlijn 2004/39/EG voortvloeiende verplichtingen na te leven” vervangen door de woorden “in artikel 4, lid 1, punt 26) van Richtlijn 2014/65/EU en in artikel 3, lid 1, punt 36) van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, teneinde de uit de voornoemde Richtlijn 2014/65/EU voortvloeiende verplichtingen na te leven”. Art. 83 In artikel 36/24 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij- zigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 1° worden de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingson- dernemingen” vervangen door de woorden “de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, de wet van … inzake de toegang tot het beleggingsdiensten- bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”; 2° in paragraaf 2 worden de woorden “van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”. Art. 84 In artikel 36/34, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, inge- voegd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “houdt de Bank rekening met de aanbevelingen van het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB), evenals met” vervangen door de woorden “houdt de Bank reke- ning met de aanbevelingen van het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ESRB), die zij in voorkomend geval van toepassing verklaart bij reglementen vastge- steld met toepassing van artikel 12bis, § 2, volgens de modaliteiten die zij bepaalt. De Bank houdt eveneens rekening met”. 14 juin 2006 concernant l’accès à l’activité d’établisse- ment de crédit et son exercice, aux fi ns de satisfaire aux obligations découlant de ladite Directive 2004/39/CE” sont remplacés par les mots “à l’article 4, paragraphe 1er, 26) de la Directive 2014/65/UE et à l’article 3, para- graphe 1er, 36) de la Directive 2013/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant l’accès à l’activité des établissements de crédit et la surveillance prudentielle des établissements de crédit et des entreprises d’investissement, modifi ant la directive 2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE et 2006/49/CE, aux fi ns de satisfaire aux obligations découlant de ladite Directive 2014/65/UE”. Art. 83 Dans l’article 36/24 de la même loi, modifi é en der- nier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe  1er, 1°, les mots “, à la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre- prises d’investissement” sont remplacés par les mots “et des sociétés de bourse, à la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”; 2° au paragraphe 2, les mots “et des sociétés de bourse” sont insérés entre les mots “contrôle des éta- blissements de crédit” et les mots “, les compagnies fi nancières mixtes,”. Art. 84 Dans l’article 36/34, § 3, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2014, les mots “tient compte des recommandations émises par le Comité européen du risque systémique (CERS) ainsi que” sont rempla- cés par les mots “tient compte des recommandations émises par le Comité européen du risque systémique (CERS) et, le cas échéant, les rend applicables par voie de règlements pris en application de l’article 12bis, § 2, selon les modalités qu’elle détermine. La Banque tient également compte des”. 72 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Onderafdeling 3 Wijzigingen van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het defi nitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen Art. 85 In artikel 1/1, eerste lid, 1°, derde streepje, van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het defi nitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effec- tentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen, ingevoegd bij de wet van 26 september 2011, worden de woorden “de Europese Commissie” vervangen door de woorden “de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten”. Onderafdeling 4 Wijzigingen van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen Art. 86 In artikel 4 van de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellin- gen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssyste- men, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 20° wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”; 2° de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt: “22° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;”. Art. 87 In artikel 5, 1° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: Sous-section 3 Modifi cations de la loi du 28 avril 1999 visant à transposer la Directive 98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le caractère défi nitif du règlement dans les systèmes de paiement et de règlement des opérations sur titres Art. 85 Dans l’article 1er/1, alinéa 1er, 1°, troisième tiret de la loi du 28 avril 1999 visant à transposer la Directive 98/26/CE du 19  mai  1998  concernant le caractère défi nitif du règlement dans les systèmes de paiement et de règlement des opérations sur titres, inséré par la loi du 26 septembre 2011, les mots “la Commission européenne” sont remplacés par les mots “l’Autorité Européenne des Marchés Financiers”. Sous-section 4 Modifi cations de la loi du 21 décembre 2009 relative au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement Art. 86 Dans l’article 4 de la loi du 21 décembre 2009 rela- tive au statut des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l’accès à l’activité de prestataire de services de paiement, à l’acti- vité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux systèmes de paiement, modifi é en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au 20°, les mots “loi bancaire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”; 2° le 22° est remplacé par ce qui suit: “22° loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;”. Art. 87 Dans l’article 5, 1°, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 73 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1° de woorden “artikelen 312 of 313 van de bankwet” worden vervangen door de woorden “artikelen 312 en 313 van de wet van 25 april 2014”; 2° de woorden “artikel 333 van de bankwet” worden vervangen door de woorden “artikel 333 van de wet van 25 april 2014”. Art. 88 In artikel 7, 8° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de bankwet” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de wet van 25 april 2014”. Art. 89 In artikel 13, § 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 90 In artikel 21 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigin- gen aangebracht: 1° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen als volgt: “De geldmiddelen die betalingsinstellingen in het ka- der van betalingsdiensten van betalingsdienstgebruikers ontvangen, zijn geen gelddeposito’s of andere terug- betaalbare gelden in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014, noch elektronisch geld.”; 2° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt: “§ 5. Betalingsinstellingen mogen geen gelddepo- sito’s of andere terugbetaalbare gelden in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 ont- vangen, of betaalinstrumenten in de vorm van elektro- nisch geld uitgeven.”; 3° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt: “§ 7. Wanneer een betalingsinstelling deviezenver- richtingen aanbiedt of verricht, als bedoeld bij artikel 102, tweede lid, van de wet van … betreffende de toe- gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen 1° les mots “articles 312 ou 313 de la loi bancaire” sont remplacés par les mots “articles 312 et 313 de la loi du 25 avril 2014”; 2° les mots “article 333 de la loi bancaire” sont rempla- cés par les mots “article 333 de la loi du 25 avril 2014”. Art. 88 Dans l’article 7, 8° de la même loi, modifi é en der- nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi bancaire” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi du 25 avril 2014”. Art. 89 Dans l’article 13, § 3 de la même loi, modifi é par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 90 Dans l’article 21 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° au paragraphe  4, l’alinéa 2  est remplacé par ce qui suit: “Les fonds d’utilisateurs de services de paiement reçus par des établissements de paiement en vue de la prestation de services de paiement ne constituent pas des dépôts ou d’autres fonds remboursables au sens de l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, ni de la monnaie électronique.”; 2° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit: “§ 5. Les établissements de paiement ne sont pas autorisés à exercer l’activité de réception de dépôts d’argent ou d’autres fonds remboursables au sens de l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, ni l’activité d’émission d’instruments de paiements sous la forme de monnaie électronique.”; 3° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit: “§ 7. Lorsqu’un établissement de paiement fournit ou exerce des opérations sur devises visées à l’article 102, alinéa 2, de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et 74 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, is artikel 103 van die wet niet op haar van toepassing. Onverminderd het eerste lid worden de betrokken be- talingsinstellingen voor wat betreft de voormelde activiteit die bestaat in het uitvoeren van deviezenverrichtingen, opgenomen in de lijst van in België geregistreerde wis- selkantoren met de vermelding “betalingsinstelling die verrichtingen doet als bedoeld in artikel 102, tweede lid, van de wet van … betreffende de toegang tot het beleg- gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. De Bank informeert daartoe de FSMA wanneer zij aan een dergelijke betalingsinstelling een vergunning heeft verleend of wanneer een betalingsin- stelling waaraan zij een vergunning heeft verleend, nadien deviezenverrichtingen aanbiedt of verricht.”. Art. 91 In artikel 22, § 1, b), 3° van dezelfde wet worden de woorden “in de zin van artikel 77, § 2, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut en het toezicht op de beleggingsondernemingen” vervangen door de woor- den “in de zin van artikel 533, § 2, 4° van de wet van 25 april 2014”. Art. 92 In artikel 28, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 93 In artikel 32, derde lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 94 In artikel  48, §  1, 2° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. de conseil en investissement, l’article 103 de cette loi ne lui est pas applicable. Nonobstant l’alinéa 1er, les établissements de paie- ment visés sont, pour ce qui concerne l’activité précitée d’opérations sur devises, repris dans la liste des bureaux de change enregistrés en Belgique avec la mention “éta- blissement de paiement exerçant des activités visées à l’article 102, alinéa 2, de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. À cet effet, la Banque informe la FSMA du fait qu’elle a agréé un tel établissement de paiement ou du fait qu’un établisse- ment de paiement qu’elle a agréé fournira ou exercera désormais des opérations sur devises.”. Art. 91 Dans l’article 22, § 1er, b), 3°, de la même loi, les mots “au sens de l’article 77, § 2, de la loi du 6 avril 1995 re- lative au statut et contrôle des entreprises d’inves- tissement” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 533, § 2, 4° de la loi du 25 avril 2014”. Art. 92 Dans l’article 28, alinéa 1er, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban- caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 93 Dans l’article 32, alinéa 3, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban- caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 94 Dans l’article 48, § 1er, 2° de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban- caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. 75 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 95 In artikel 57, derde lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 96 In artikel 58, tweede lid worden de woorden “met toe- passing van artikel 139 van de wet van 6 april 1995 op het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder- nemingen” vervangen door de woorden “met toepassing van artikel 103 van de wet van … inzake de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”. Art. 97 In artikel 59, 1° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzi- gingen aangebracht: 1° de woorden “artikelen 312 of 313 van de bankwet” worden vervangen door de woorden “artikelen 312 en 313 van de wet van 25 april 2014”; 2° de woorden “artikel 333 van de bankwet” worden vervangen door de woorden “artikel 333 van de wet van 25 april 2014”. Art. 98 In artikel 62, § 1, 8° van dezelfde wet, laatstelijk ge- wijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de bankwet” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de wet van 25 april 2014”. Art. 99 In artikel 68, § 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 95 Dans l’article 57, alinéa 3 de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire” sont remplacés à chaque reprise par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 96 Dans l’article 58, alinéa 2, les mots “en application de l’article 139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entreprises d’investissement” sont rem- placés par les mots “en application de l’article 103 de la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”. Art. 97 Dans l’article 59, 1° de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° les mots “articles 312 ou 313 de la loi bancaire” sont remplacés par les mots “articles 312 et 313 de la loi du 25 avril 2014”; 2° les mots “article 333 de la loi bancaire” sont rempla- cés par les mots “article 333 de la loi du 25 avril 2014”. Art. 98 Dans l’article 62, § 1er, 8° de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi bancaire” sont remplacés par les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi du 25 avril 2014”. Art. 99 Dans l’article 68, § 3 de la même loi, modifi é en der- nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. 76 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 100 In artikel 73, § 1 van dezelfde wet wordt het woord “bankwet” telkens vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 101 In artikel 77, §§ 4 en 5 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woor- den “in de zin van artikel 1 van de bankwet” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014”. Art. 102 In artikel 100, 2° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Art. 103 In artikel 105, § 1, 2° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet” vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”. Onderafdeling 5 Wijzigingen van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen Art. 104 In artikel 15 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt: “10° “wet van …”: de wet van … inzake de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies”; 2° de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt: “14° “wet van 25 april 2014”: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;”; Art. 100 Dans l’article 73, § 1er, de la même loi, les mots “loi bancaire” sont remplacés à chaque fois par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 101 Dans l’article 77, §§ 4 et 5, de la même loi, modifi és en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au sens de l’article 1er de la loi bancaire” sont respective- ment remplacés par les mots “au sens de l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014”. Art. 102 Dans l’article 100, 2° de la même loi, modifi é en der- nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Art. 103 Dans l’article 105, § 1er, 2°, de la même loi, modifi é en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban- caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”. Sous-section 5 Modifi cations de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance Art. 104 À l’article 15 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de réassurance, les modifi cations suivantes sont apportées: 1° le 10° est remplacé par ce qui suit: “10° “loi du …”: loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation de services d’investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement”; 2° le 14° est remplacé par ce qui suit: “14° “loi du 25 avril 2014”: la loi du 25 avril 2014 rela- tive au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse;”; 77 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 3° de bepaling onder 47° wordt vervangen als volgt: “47° “beleggingsonderneming”: een beleggingsonder- neming in de zin van artikel 3, § 1 van de wet van …;”; 4° in de bepaling onder 48° worden de woorden “of beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden “die geen kredietinstelling” en het woord “is”; 5° in de bepaling onder 91° wordt het woord “, beurs- vennootschappen” ingevoegd tussen het woord “krediet- instellingen” en de woorden “of fi nanciële instellingen”. Art. 105 In artikel 338, eerste lid, 9°, c) van dezelfde wet worden de woorden “in de zin van artikel 46, 2°, van de wet van 6 april 1995, een fi nanciële instelling in de zin van artikel 46, 29°, van diezelfde wet” vervangen door de woorden “in de zin van artikel 3, 72°, van de wet van 25 april 2014, een fi nanciële instelling in de zin van artikel 3, 41°, van diezelfde wet”. Art. 106 In artikel 340 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 8° worden de woorden “de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “de wet van …”; 2° in de bepaling onder 11° worden de woorden “van de wet van 25 april 2014, artikel 95 van de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “of de artikelen 573 tot 576 van de wet van 25 april 2014, artikel 59 van de wet van …”. Art. 107 In artikel 489, §  1  van dezelfde wet worden de woorden “artikel 96 van de wet van 6 april 1995” ver- vangen door de woorden “artikel 578 van de wet van 25 april 2014”. Art. 108 In artikel 603, §  4  van dezelfde wet worden de woorden “door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen” vervangen door de woor- den “door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiën”. 3° le 47° est remplacé par ce qui suit: “47° “entreprise d’investissement”: une entreprise d’investissement au sens de l’article  3, §  1er de la loi du …;”; 4° au 48°, les mots “ou société de bourse” sont insérés entre les mots “autre qu’un établissement de crédit” et les mots “, dont l’activité principale”; 5° au 91°, les mots “, sociétés de bourse” sont insérés entre les mots “un ou plusieurs établissements de crédit” et les mots “ou établissements fi nanciers”. Art. 105 À l’article 338, alinéa 1er, 9°, c) de la même loi, les mots “services auxiliaires au sens de l’article 46, 2°, de la loi du 6 avril 1995, un établissement fi nancier au sens de l’article 46, 29°, de la même loi” sont remplacés par les mots “services auxiliaires au sens de l’article 3, 72°, de la loi du 25 avril 2014, un établissement fi nancier au sens de l’article 3, 41°, de la même loi”. Art. 106 À l’article 340 de la même loi, les modifi cations sui- vantes sont apportées: 1° au 8°, les mots “la loi du 6 avril 1995” sont rempla- cés par les mots “la loi du …”; 2° au 11°, les mots “de la loi du 25 avril 2014, l’article 95 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “ou les articles 573 à 576 de la loi du 25 avril 2014, l’article 59 de loi du …”. Art. 107 À l’article 489, § 1er de la même loi, les mots “l’article 96 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “l’article 578 de loi du 25 avril 2014”. Art. 108 Dans l’article 603, § 4 de la même loi, les mots “par l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines” sont remplacés par les mots “par l’Adminis- tration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances”. 78 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 109 In artikel 604, §  3  van dezelfde wet worden de woorden “door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen” vervangen door de woor- den “door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiën”. Afdeling 3 Overgangsbepalingen Art. 110 § 1. De koninklijke besluiten en reglementen van de Bank en alle andere handelingen van reglementaire aard die in uitvoering van de wet van 6 april 1995 zijn vastge- steld voor wat betreft de beursvennootschappen, blijven van toepassing voor zover de bepalingen van deze wet voorzien in de algemene of specifi eke juridische machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire handelingen en hun inhoud niet in strijd is met deze wet. § 2. De machtigingen en afwijkingen die door de Bank zijn verleend en alle handelingen met individuele draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van de voornoemde wet van 6 april 1995 of van de reglemen- taire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastge- steld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet worden herroepen of gewijzigd. Art. 111 Onverminderd artikel 508 van de wet van 25  april  2014,  ingevoegd bij artikel 72, moeten de beursvennootschappen die op de datum van inwerking- treding van deze wet een vergunning bezitten, uiterlijk op 31 december 2017 een directiecomité oprichten over- eenkomstig artikel 503 van de wet van 25 april 2014, in- gevoegd bij artikel 72. Art. 112 Onverminderd de artikelen 507 en 508 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, moeten de beursvennootschappen die op de datum van inwerking- treding van deze wet een vergunning bezitten, uiterlijk op 31 december 2017 de comités oprichten als bedoeld in artikel 504 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72. Art. 109 Dans l’article 604, § 3 de la même loi, les mots “par l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des Domaines” sont remplacés par les mots “par l’Adminis- tration générale de la Perception et du Recouvrement au sein du Service Public Fédéral Finances”. Section 3 Dispositions transitoires Art. 110 § 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la Banque ainsi que tous autres actes de nature réglementaire adoptés en exécution de la loi du 6 avril 1995 en ce qui concerne les sociétés de bourse demeurent applicables dans la mesure où les dispositions de la présente loi prévoient les habilitations juridiques, générales ou spé- cifi ques, nécessaires à ces actes réglementaires et leur contenu n’est pas contraire à la présente loi. § 2. Les autorisations et dérogations données par la Banque ainsi que tous les actes de portée individuelle adoptés antérieurement sur la base de la loi précitée du 6 avril 1995 ou des actes réglementaires adoptés pour son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation ou modifi cation décidée conformément à la présente loi. Art. 111 Sans préjudice de l’article 508 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, les sociétés de bourse qui dis- posent d’un agrément le jour de l’entrée en vigueur de la présente loi, doivent constituer un comité de direction conformément à l’article 503 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, pour le 31 décembre 2017 au plus tard. Art. 112 Sans préjudice des articles 507 et 508 de la loi du 25 avril 2014, insérés par l’article 72, les sociétés de bourse qui disposent d’un agrément le jour de l’entrée en vigueur de la présente loi, doivent constituer les comités visés à l’article 504 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, pour le 31 décembre 2017 au plus tard. 79 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Art. 113 In afwijking van artikel 525 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 62, § 5, van de wet van 25 april 2014, van toepas- sing verklaart op de beursvennootschappen, mag een lid van het wettelijk bestuursorgaan van een beursven- nootschap dat niet deelneemt aan de effectieve leiding van die beursvennootschap en dat benoemd is naar aanleiding van de verwerving van een deelneming of de overname van de activiteiten van een vennootschap waarin diezelfde persoon deelneemt aan de effectieve leiding, het mandaat dat hij binnen deze laatste vennoot- schap uitoefent op de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven uitoefenen tot het verstrijkt, voor zover dat mandaat niet langer dan 6 jaar na de voornoemde verwerving of overname wordt uitgeoefend. Art. 114 In afwijking van artikel 525 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 62, § 6, van de wet van 25 april 2014, van toepas- sing verklaart op de beursvennootschappen, mogen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen de effectieve leiding van een beursvennootschap, een mandaat uitoefenen dat een deelname inhoudt aan het dagelijks bestuur van een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de in artikel 62, § 6, van de wet van 25 april 2014, bedoelde vennoot- schappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap, gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet. Art. 115 Artikel 1 van Bijlage II, zoals van toepassing verklaard op de beursvennootschappen door artikel 531 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, is enkel van toepassing voor wat betreft de prestaties die vanaf 1 januari 2016 worden geleverd. Art. 116 De leningen, kredieten of borgstellingen die vóór de inwerkingtreding van deze wet zijn verleend en die niet voldoen aan de voorschriften van artikel 535 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 72, § 2, van de wet van 25 april 2014, van Art. 113 Par dérogation à l’article 525 de la loi du 25 avril 2014, inséré  par l’article 72, dans la mesure où il rend l’article 62, § 5, applicable aux sociétés de bourse, un membre de l’organe légal d’administration d’une société de bourse ne participant pas à la directive effective de celle-ci, qui est nommé à la suite de l’acquisition d’une participation ou de la reprise des activités d’une société dans laquelle cette même personne participe à la direc- tion effective, est autorisé à poursuivre l’exercice de son mandat en cours au sein de cette dernière société à la date d’entrée en vigueur de la présente loi jusqu’à l’expiration de celui-ci, pour autant que l’exercice de ce mandat ne dépasse pas la date d’anniversaire des 6 ans de l’acquisition ou de la reprise précitée. Art. 114 Par dérogation à l’article 525 de la loi du 25 avril 2014, inséré  par l’article 72, dans la mesure où il rend l’article 62, § 6, de la loi du 25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse, les membres du comité de direction ou, en l’absence de comité de direction, les personnes qui participent à la direction effective d’une société de bourse peuvent exercer un mandat com- portant une participation à la gestion courante d’une société dans laquelle ces personnes sont les uniques dirigeants et dont l’activité se limite à des services de gestion aux sociétés visées à l’article 62, § 6, de la loi du 25 avril 2014, ou à l’activité d’une société patrimoniale pendant une période de trois ans à partir de la date d’entrée en vigueur de la présente loi. Art. 115 L’article 1er de l’Annexe II, tel que rendu applicable aux sociétés de bourse par l’article 531 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, ne s’applique que pour les prestations fournies à partir du 1er janvier 2016. Art. 116 Les prêts, crédits ou garanties accordés avant l’entrée en vigueur de la présente loi et qui ne sont pas conformes au prescrit de l’article 535 de la loi du 25 avril 2014 inséré par l’article 72, dans la mesure où il rend l’article 72, § 2, de la loi du 25 avril 2014, applicable 80 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 toepassing verklaart op de beursvennootschappen, moeten uiterlijk twaalf maanden na de datum van inwer- kingtreding van deze wet worden beëindigd. Art. 117 De verplichting om een herstelplan op te stellen als bedoeld in artikel 557 van de wet van 25 april 2014, in- gevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 108, van de wet van 25 april 2014 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 499, § 2, van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, moet vervuld zijn binnen de termijn die vastgesteld is in het reglement dat wordt genomen met toepassing van artikel 112 van de wet van 25 april 2014, zoals van toe- passing verklaard op die beursvennootschappen door voornoemd artikel 557 van de wet van 25 april 2014. Art. 118 De verplichting om een herstelplan op te stellen als bedoeld in artikel 581, van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 226, van de wet van 25 april 2014 van toepassing verklaart op de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 499, § 2, van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, moet vervuld zijn binnen de termijn die vastgesteld is in het koninklijk besluit dat wordt genomen met toepassing van artikel 227, § 2, van de wet van 25 april 2014, zoals van toepassing verklaard op die beursvennootschappen door voornoemd artikel 581 van de wet van 25 april 2014. Art. 119 Tot op de datum van inwerkingtreding van de artike- len 50 en 51 van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig artikel 151 van die richtlijn: 1° in artikel 161, zoals van toepassing verklaard bij artikel 571 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, op de beursvennootschappen die de diensten vermeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … mogen verrichten: a) worden in paragraaf 1, eerste zin, de woorden “om de samenwerking uit hoofde van de artikelen 158 en 160 te vergemakkelijken” vervangen door de woorden “om het bereiken van een gezamenlijk besluit inzake het aanmerken van een bijkantoor als signifi cant met toepassing van artikel 159 en het uitwisselen van infor- matie te vergemakkelijken”; aux sociétés de bourse, doivent prendre fi n au plus tard dans les douze mois à partir de la date d’entrée en vigueur de la présente loi. Art. 117 L’obligation d’établir un plan de redressement visée à l’article 557 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, dans la mesure où il rend l’article 108 de la loi du 25 avril 2014 applicable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, doit être satisfaite dans le délai fi xé par le règlement pris en application de l’article 112 de la loi du 25 avril 2014, tel que rendu applicable à ces sociétés de bourse par l’article 557 de la loi du 25 avril 2014 précité. Art. 118 L’obligation d’établir un plan de résolution visée à l’article 581 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, dans la mesure où il rend l’article 226 de la loi du 25 avril 2014 applicable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, doit être satisfaite dans le délai fi xé par l’arrêté royal pris en application de l’article 227, § 2, de la loi du 25 avril 2014, tel que rendu applicable à ces sociétés de bourse par l’article 581 de la loi du 25 avril 2014 précité. Art. 119 Jusqu’à la date à laquelle, conformément à l’ar- ticle 151 de la Directive 2013/36/UE, les articles 50 et 51 de cette directive entrent en vigueur: 1° dans l’article 161, tel que rendu applicable par l’article 571, de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, aux sociétés de bourse qui sont autorisées à four- nir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …: a) au paragraphe 1er, première phrase, les mots “afi n de faciliter la collaboration en application des articles 158 et 160” sont remplacés par les mots “afi n de faci- liter l’aboutissement à une décision commune sur la désignation d’une succursale en tant que succursale d’importance signifi cative en application de l’article 159 et à l’échange d’informations”; 81 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 b) au paragraphe 2, les mots “qui est visée aux articles 134, § 2 et 156, § 2, et des obligations énoncées à l’article 160” sont remplacés par les mots “qui est visée à l’article 156, § 2, et des obligations énoncées à l’article 160”; 2° l’article 325 de la loi du 25 avril 2014, tel que rendu applicable aux sociétés de bourse par l’article 598 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, doit être lu comme suit: “Moyennant avis donné à l’autorité compétente de l’État membre d’origine de la société de bourse étran- gère, la Banque peut procéder à des contrôles sur place afi n de vérifi er que l’activité de la succursale en Belgique est conforme aux dispositions applicables en vertu du présent Chapitre.”. CHAPITRE 4 Entrée en vigueur Art. 120 La présente loi entre en vigueur le dixième jour après celui de sa publication au Moniteur belge. Toutefois, 1° les articles  17, 18, 19, 48, 49, 77, 3° à 5° et 82 entrent en vigueur à la date prévue à l’article 93, paragraphe 1er, alinéa 2 de la Directive 2014/65/UE pour l’entrée en vigueur des dispositions nationales transposant ladite directive; 2° les dispositions suivantes du Livre XII de la loi du 25 avril 2014, tel qu’inséré par l’article 72, entrent en vigueur à la date à laquelle, conformément à l’ar- ticle 151 de la Directive 2013/36/UE, les articles 50 et 51 de cette directive entrent en vigueur: a) l’article 570 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où il rend l’article 158, §§ 2 à 5, de la loi du 25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse; b) l’article 571 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où il rend l’article 160, §§ 3 et 4, de la loi du 25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse qui sont autorisées à fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …; c) l’article 572 de la loi du 25 avril 2014, dans la mesure où il rend l’article 162, §§ 3 et 4, de la loi du 25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse; b) worden in paragraaf 2 de woorden “als bedoeld in de artikelen 134, § 2, et 156, § 2, alsook met de in artikel 160 bedoelde verplichtingen” vervangen door de woorden “als bedoeld in artikel 156, § 2, alsook met de in artikel 160 bedoelde verplichtingen”. 2° moet artikel 325 van de wet van 25 april 2014, zoals door artikel 598 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, van toepassing verklaard op de beursvennootschappen, als volgt worden gelezen: “Na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van her- komst van de buitenlandse beursvennootschap daarvan in kennis te hebben gesteld, kan de Bank ter plaatse controles verrichten teneinde na te gaan in hoeverre de werkzaamheden van het bijkantoor in België in overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen van dit Hoofdstuk.”. HOOFDSTUK 4 Inwerkingtreding Art. 120 Deze wet treedt in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Evenwel, 1° treden de artikelen 17, 18, 19, 48, 49, 77, 3° tot 5° en 82 in werking op de datum die in artikel 93, lid 1, tweede alinea van Richtlijn 2014/65/EU is vastgelegd voor de inwerkingtreding van de nationale bepalingen die de genoemde richtlijn omzetten; 2° treden de volgende bepalingen van Boek XII van de wet van 25 april 2014, als ingevoegd bij artikel 72, in werking op de datum van inwerkingtreding van de arti- kelen 50 en 51 van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig artikel 151 van deze richtlijn: a) artikel 570 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit artikel 158, §§ 2 tot 5, van de wet van 25 april 2014, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen; b) artikel 571 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit artikel 160, §§  3  en 4, van de wet van 25 april 2014, van toepassing verklaart op de beursven- nootschappen die de diensten vermeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … mogen verrichten; c) artikel 572 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit artikel 162, §§ 3 en 4, van de wet van 25 april 2014, van toepassing verklaart op de beursvennootschappen; 82 2058/004 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 d) l’article 596 de la loi du 25 avril 2014, dans la me- sure où il rend l’article 321, de la loi du 25 avril 2014, ap- plicable aux sociétés de bourse; e) l’article 597 de la loi du 25 avril 2014, dans la me- sure où il rend l’article 323, de la loi du 25 avril 2014, ap- plicable aux sociétés de bourse qui sont agréées pour fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …. d) artikel 596 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit artikel 321, van de wet van 25 april 2014, van toepas- sing verklaart op de beursvennootschappen; e) artikel 597 van de wet van 25 april 2014, voor zover dit artikel 323, van de wet van 25 april 2014, van toepas- sing verklaart op de beursvennootschappen die over een vergunning beschikken om de in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … vermelde diensten te verrichten. Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot