Inhoud
DOOR DE COMMISSIE
VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING
PAR LA COMMISSION
DES FINANCES ET DU BUDGET
TEXTE ADOPTÉ
TEKST AANGENOMEN
Voir:
Doc 54 2058/ (2015/2016):
001:
Projet de loi.
002:
Annexes.
003:
Rapport.
Zie:
Doc 54 2058/ (2015/2016):
001:
Wetsontwerp.
002:
Bijlagen.
003:
Verslag.
4869
DOC 54 2058/004
DOC 54 2058/004
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
14 oktober 2016
14 octobre 2016
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
op het statuut van en het toezicht
op beursvennootschappen en
houdende diverse bepalingen
relatif au statut et au contrôle
des sociétés de bourse et portant
des dispositions diverses
2
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 54 0000/000:
Parlementair document van de 54e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
cdH
:
centre démocrate Humaniste
VB
:
Vlaams Belang
PTB-GO!
:
Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture
DéFI
:
Démocrate Fédéraliste Indépendant
PP
:
Parti Populaire
Onafh./Indép.
:
Onafhankelijk / Indépendant
3
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK 1
Algemene bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2
Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
Art. 2
In het opschrift van de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen worden
de woorden “en beursvennootschappen” toegevoegd.
Art. 3
In artikel 1 van dezelfde wet worden de paragrafen
2 en 3 vervangen als volgt:
“§ 2. Om het spaarderspubliek, de beleggers en de
soliditeit en de goede werking van het fi nanciële stelsel
te beschermen, regelt deze wet de vestiging en de werk-
zaamheden van, alsook het toezicht op in België werk-
zame kredietinstellingen en beleggingsondernemingen
die de hoedanigheid hebben van beursvennootschap,
en hun eventuele afwikkeling.
Hiertoe bepaalt zij de toezichtsopdracht van de
Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van
nationale bevoegde autoriteit, met name in het kader
van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme.
De Boeken I tot XI en de Bijlagen I tot VI van deze
wet zorgen voor de gedeeltelijke omzetting, die beperkt
blijft tot de kredietinstellingen,
— van Richtlijn 2013/36/EU;
— van Richtlijn 2011/89/EU van het Europees
Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende
wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG,
2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvul-
lende toezicht op fi nanciële entiteiten in een fi nancieel
conglomeraat (“FICOD I”-richtlijn), hierna “FICOD
I-richtlijn” genoemd;
CHAPITRE 1ER
Disposition générale
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’ar-
ticle 74 de la Constitution.
CHAPITRE 2
Modifi cations de la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit
Art. 2
Dans l’intitulé de la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit, les
mots “et des sociétés de bourse” sont ajoutés.
Art. 3
Dans l’article 1er de la même loi, les paragraphes 2 et
3 sont remplacés par ce qui suit:
“§ 2. La présente loi a pour objet de régler, dans un but
de protection de l’épargne publique, des investisseurs
et de la solidité et du bon fonctionnement du système
fi nancier, l’établissement, l’activité et le contrôle des
établissements de crédit et des entreprises d’investis-
sement ayant la qualité de société de bourse, opérant
en Belgique ainsi que leur résolution éventuelle.
À cet égard, elle précise la mission de contrôle de la
Banque nationale de Belgique, en sa qualité d’autorité
compétente nationale, notamment dans le cadre du
Mécanisme de surveillance unique.
Les Livres Ier à XI ainsi que les Annexes I à VI de la
présente loi assurent la transposition partielle, limitée
aux établissements de crédit,
— de la Directive 2013/36/UE;
— de la directive 2011/89/UE du Parlement européen
et du Conseil du 16 novembre 2011 modifi ant les direc-
tives 98/78/CE, 2002/87/CE, 2006/48/CE et 2009/138/
CE en ce qui concerne la surveillance complémentaire
des entités fi nancières des conglomérats fi nanciers
(directive “FICOD I”), ci-après “la Directive FICOD I”;
4
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
— van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees
Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de
totstandbrenging van een kader voor het herstel en de
afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsonder-
nemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van
de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG,
2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU,
2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU)
nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees
Parlement en de Raad, hierna “Richtlijn 2014/59/
EU” genoemd;
— van Richtlijn 2014/65/EU;
— van Richtlijn 2014/49/EU van het Europees
Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de
depositogarantiestelsels, hierna “Richtlijn 2014/49/EU”
genoemd; evenals
— van Richtlijn 97/9/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscom-
pensatiestelsels, hierna “Richtlijn 97/9/EG” genoemd.
De Boeken I, XI en XII en de Bijlagen I, II en IV tot VI
van deze wet zorgen voor de omzetting, die beperkt blijft
tot de beleggingsondernemingen die de hoedanigheid
hebben van beursvennootschap,
— van Richtlijn 2013/36/EU;
— van de FICOD I-richtlijn;
— van Richtlijn 2014/59/EU;
— van Richtlijn 2014/65/EU; evenals
— van Richtlijn 97/9/EG.
§ 3. Onder “kredietinstelling” wordt verstaan een
Belgische of buitenlandse onderneming waarvan de
werkzaamheden bestaan in het van het publiek in
ontvangst nemen van gelddeposito’s of van andere
terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten
voor eigen rekening.
Onder “beursvennootschap” wordt verstaan een
beleggingsonderneming naar Belgisch of buitenlands
recht waarvan de werkzaamheden met name bestaan
in het verrichten
a) van beleggingsdiensten die bestaan in:
— het handelen voor eigen rekening;
— de la directive 2014/59/UE du Parlement européen
et du Conseil du 15 mai 2014 établissant un cadre pour
le redressement et la résolution des établissements de
crédit et des entreprises d’investissement et modifi ant
la directive 82/891/CEE du Conseil ainsi que les direc-
tives du Parlement européen et du Conseil 2001/24/
CE, 2002/47/CE, 2004/25/CE, 2005/56/CE, 2007/36/
CE, 2011/35/UE, 2012/30/UE et 2013/36/UE et les
règlements du Parlement européen et du Conseil (UE)
N° 1093/2010 et (UE) N° 648/2012, ci-après “la Directive
2014/59/UE”;
— de la Directive 2014/65/UE;
— de la directive 2014/49/UE du Parlement européen
et du Conseil du 16 avril 2014 relative aux systèmes
de garantie des dépôts, ci-après “la Directive 2014/49/
UE”; ainsi que
— de la directive 97/9/CE du Parlement européen
et du Conseil du 3 mars 1997 relative aux systèmes
d’indemnisation des investisseurs, ci-après “la
Directive 97/9/CE”.
Les Livres Ier, XI et XII ainsi que les Annexes I, II et IV
à VI de la présente loi assurent la transposition, limitée
aux entreprises d’investissement ayant la qualité de
société de bourse,
— de la Directive 2013/36/UE;
— de la Directive FICOD I;
— de la Directive 2014/59/UE;
— de la Directive 2014/65/UE; ainsi que
— de la Directive 97/9/CE.
§ 3. Sont défi nies comme établissement de crédit,
les entreprises belges ou étrangères dont l’activité
consiste à recevoir du public des dépôts d’argent ou
d’autres fonds remboursables et à octroyer des crédits
pour leur propre compte.
Sont défi nies comme société de bourse, les entre-
prises d’investissement de droit belge ou de droit étran-
ger dont l’activité consiste notamment à fournir
a) des services d’investissement consistant dans:
— la négociation pour compte propre;
5
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
— het overnemen van financiële instrumenten
en/of plaatsen van financiële instrumenten met
plaatsingsgarantie;
— het plaatsen van fi nanciële instrumenten zonder
plaatsingsgarantie; of
— het uitbaten van multilaterale handelsfacili-
teiten; en/of
b) nevendiensten die bestaan in:
— bewaring en beheer van fi nanciële instrumenten
voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaar-
neming en daarmee samenhangende diensten, zoals
contanten- en/of zekerhedenbeheer;
— het verstrekken van kredieten of leningen aan een
belegger om deze in staat te stellen een transactie in
één of meer fi nanciële instrumenten te verrichten, bij
welke transactie de onderneming die het krediet of de
lening verstrekt, betrokken is;
— valutawisseldiensten voor zover deze samenhan-
gen met het verrichten van beleggingsdiensten; of
— diensten in verband met het overnemen van fi nan-
ciële instrumenten.”.
Art. 4
In artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 27 juni 2016, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
“4° de toezichthouder: de Bank of de Europese
Centrale Bank, volgens de bevoegdheidsverdeling
vastgelegd door of krachtens de GTM-verordening,
voor wat betreft het toezicht op de kredietinstel-
lingen; de Bank voor wat betreft het toezicht op de
beursvennootschappen;”;
2° er wordt een bepaling onder 8°/1 inge-
voegd, luidende:
“8°/1 Richtlijn 2014/65/EU: de richtlijn van het
Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 be-
treffende markten voor financiële instrumenten en
tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn
2011/61/EU;”;
3° er wordt een bepaling onder 8°/2 inge-
voegd, luidende:
— la prise ferme d’instruments financiers et/ou
le placement d’instruments fi nanciers avec engage-
ment ferme;
— le placement d’instruments fi nanciers sans enga-
gement ferme; ou
— l’exploitation d’un système multilatéral de négo-
ciation; et/ou
b) des services auxiliaires consistant dans:
— la conservation et l’administration d’instruments
fi nanciers pour le compte de clients, y compris la garde
et les services connexes, comme la gestion de tréso-
rerie/de garanties;
— l’octroi d’un crédit ou d’un prêt à un investisseur
pour lui permettre d’effectuer une transaction sur un ou
plusieurs instruments fi nanciers, dans laquelle intervient
l’entreprise qui octroie le crédit ou le prêt;
— les services de change lorsque ces services sont
liés à la fourniture de services d’investissement; ou
— les services liés à la prise ferme.”.
Art. 4
Dans l’article 3 de la même loi, modifi é en dernier lieu
par la loi du 27 juin 2016, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le 4° est remplacé par ce qui suit:
“4° l’autorité de contrôle, la Banque ou la Banque cen-
trale européenne selon les répartitions de compétences
prévues par ou en vertu du Règlement MSU en matière
de contrôle des établissements de crédit; la Banque en
matière de contrôle des sociétés de bourse;”;
2° il est inséré un 8°/1 rédigé comme suit:
“8°/1 Directive 2014/65/UE, la directive du Parlement
européen et du Conseil du 15 mai 2014 concernant les
marchés d’instruments fi nanciers et modifi ant la direc-
tive 2002/92/CE et la directive 2011/61/UE;”;
3° il est inséré un 8°/2 rédigé comme suit:
6
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“8°/2 Verordening nr. 600/2014: Verordening (EU)
nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad
van 15 mei 2014 betreffende markten in fi nanciële
instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU)
nr. 648/2012;”;
4° er wordt een bepaling onder 8°/3 inge-
voegd, luidende:
“8°/3 Richtlijn 2004/39/EG: Richtlijn 2004/39/
EG van het Europees Parlement en de Raad van
21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële in-
strumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG
en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG
van het Europees Parlement en de Raad en houdende
intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad;”;
5° in de bepaling onder 10° worden de woorden
“of Richtlijn 2014/65/EU” ingevoegd tussen de woor-
den “Richtlijn 2013/36/EU” en de woorden “officieel
erkend is”;
6° in de bepaling onder 12° worden de woorden “de
kredietinstellingen en de beleggingsondernemingen”
vervangen door de woorden “de kredietinstellingen of
de beleggingsondernemingen”;
7° er wordt een bepaling onder 24°/1 inge-
voegd, luidende:
“24°/1 wet van [___] 2016: de wet van [___] 2016 be-
treffende de toegang tot het beleggingsdienstenbe-
drijf en betreffende het statuut van en het toezicht
op de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies;”;
8° er wordt een bepaling onder 25°/1 inge-
voegd, luidende:
“25°/1 verbonden agent: een verbonden agent in de
zin van artikel 2, 25° van de wet van …;”;
9° de bepaling onder 33° wordt vervangen als volgt:
“33° beleggingsonderneming: een beleggingsonder-
neming in de zin van artikel 3, § 1 van de wet van …;”;
10° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt:
“38° fi nanciële holding: een fi nanciële instelling waar-
van de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzake-
lijk één of meer kredietinstellingen, beursvennootschap-
pen of fi nanciële instellingen zijn, waarbij ten minste een
van die dochterondernemingen een kredietinstelling
“8°/2 Règlement n° 600/2014, le règlement (UE)
n° 600/2014 du Parlement européen et du Conseil du
15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments
fi nanciers et modifi ant le règlement (UE) n ° 648/2012;”;
4° il est inséré un 8°/3 rédigé comme suit:
“8°/3 Directive 2004/39/CE, la directive 2004/39/
CE du Parlement européen et du Conseil du
21 avril 2004 concernant les marchés d’instruments
fi nanciers, modifi ant les directives 85/611/CEE et 93/6/
CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement
européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/
CEE du Conseil;”;
5° au 10°, les mots “ou de la Directive 2014/65/UE”
sont insérés entre les mots “Directive 2013/36/UE” et
les mots “, qui est habilité”;
6° au 12°, les mots “des établissements de crédit et
des entreprises d’investissement” sont remplacés par
les mots “des établissements de crédit ou des entre-
prises d’investissement”;
7° il est ajouté un 24°/1 rédigé comme suit:
“24°/1 loi du [___] 2016, la loi du [___] 2016 relative
à l’accès à l’activité de prestation de services d’inves-
tissement et au statut et au contrôle des sociétés de
gestion de portefeuille et de conseil en investissement;”;
8° il est ajouté un 25°/1 rédigé comme suit:
“25°/1 agent lié, un agent lié au sens de l’article 2,
25° de la loi du …;”;
9° le 33° est remplacé par ce qui suit:
“33° entreprise d’investissement, une entreprise d’in-
vestissement au sens de l’article 3, § 1er de la loi du …;”;
10° le 38°, est remplacé par ce qui suit:
“38° compagnie fi nancière: un établissement fi nancier
dont les fi liales sont exclusivement ou principalement
un ou plusieurs établissements de crédit, sociétés de
bourse ou établissements fi nanciers, l’une au moins
de ces fi liales étant un établissement de crédit ou une
7
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
of een beursvennootschap is, en die geen gemengde
fi nanciële holding is;”;
11° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt:
“41° fi nanciële instelling: een onderneming die geen
kredietinstelling of beursvennootschap is en waarvan
de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van
deelnemingen of het verrichten van een of meer van
de werkzaamheden bedoeld in de punten 2 tot 12 en
15 van de lijst in artikel 4;”;
12° de bepaling onder 46° wordt vervangen als volgt:
“46° kritieke functies: de werkzaamheden, diensten
of verrichtingen van een kredietinstelling of een beurs-
vennootschap waarvan het waarschijnlijk is dat de
onderbreking tot een verstoring leidt, in België of in een
of meer andere lidstaten, van diensten die essentieel
zijn voor de reële economie, of de fi nanciële stabiliteit
verstoort, wegens de omvang, het marktaandeel, de
verwevenheid met entiteiten binnen en buiten de groep,
de complexiteit of de grensoverschrijdende werkzaam-
heden van de kredietinstelling of de beursvennootschap
of de groep waarvan zij deel uitmaakt, met bijzondere
aandacht voor de vervangbaarheid van die werkzaam-
heden, diensten of verrichtingen;”;
13° de bepaling onder 50° wordt vervangen als volgt:
“50° herstelplan: een plan dat door een kredietin-
stelling of een beursvennootschap wordt opgesteld
overeenkomstig artikel 108 of artikel 557, voor zover dit
artikel 108 van toepassing verklaart op de in artikel 499,
§ 2 bedoelde beursvennootschappen;”;
14° de bepaling onder 51° wordt vervangen als volgt:
“51° afwikkelingsplan: een plan dat door de afwik-
kelingsautoriteit wordt opgesteld voor een kredietin-
stelling of een beursvennootschap overeenkomstig
artikel 226 of artikel 581, voor zover dit artikel 226 van
toepassing verklaart op de in artikel 499, § 2 bedoelde
beursvennootschappen;”;
15° in de bepaling onder 53° worden de woorden “een
beursvennootschap,” ingevoegd tussen de woorden
“een kredietinstelling,” en “een groep”;
16° in de bepaling onder 56° worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden “of een beurs-
vennootschap” ingevoegd tussen de woorden “van een
kredietinstelling” en de woorden “in stand te houden”;
société de bourse, et qui n’est pas une compagnie
fi nancière mixte;”;
11° le 41° est remplacé par ce qui suit:
“41° établissement fi nancier, une entreprise autre
qu’un établissement de crédit ou société de bourse, dont
l’activité principale consiste à prendre des participations
ou à exercer une ou plusieurs des activités visées aux
points 2 à 12 et 15 de la liste reprise à l’article 4;”;
12° le 46° est remplacé par ce qui suit:
“46° fonctions critiques, les activités, services ou
opérations d’un établissement de crédit ou d’une
société de bourse dont l’interruption est susceptible, en
Belgique ou dans un ou plusieurs autres États membres,
d’entraîner des perturbations de services essentiels à
l’économie réelle ou de perturber la stabilité fi nancière,
en raison de la taille, de la part de marché, de l’interdé-
pendance interne et externe, de la complexité ou des
activités transfrontalières de l’établissement de crédit
ou de la société de bourse ou du groupe dont il/elle fait
partie, une attention particulière étant accordée à la
substituabilité de ces activités, services ou opérations;”;
13° le 50° est remplacé par ce qui suit:
“50° plan de redressement, un plan élaboré par
un établissement de crédit ou une société de bourse
conformément à l’article 108 ou à l’article 557, dans la
mesure où il rend l’article 108 applicable aux sociétés
de bourse visées à l’article 499, § 2;”;
14° le 51° est remplacé par ce qui suit:
“51° plan de résolution, un plan élaboré par l’autorité
de résolution pour un établissement de crédit ou pour
une société de bourse, conformément à l’article 226 ou à
l’article 581, dans la mesure où il rend l’article 226 appli-
cable aux sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2;”;
15° au 53°, les mots “, d’une société de bourse” sont
insérés entre les mots “d’un établissement de crédit” et
les mots “d’un groupe”;
16° au 56°, les modifi cations suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots “ou d’une société
de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établisse-
ment de crédit” et les mots “et susceptibles d’affecter”;
8
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
b) in de tweede zin worden de woorden “en voor de
in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennootschappen”
ingevoegd tussen het woord “kredietinstellingen” en de
woorden “bestaan deze maatregelen in:”;
17° in de bepaling onder 57° worden de woorden
“en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennoot-
schappen” ingevoegd tussen het woord “kredietinstel-
lingen” en de woorden “zijn dit de afwikkelingsautoriteit”;
18° in de bepaling onder 59° worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden “of een beurs-
vennootschap” ingevoegd tussen de woorden “van een
kredietinstelling” en de woorden “onder toezicht”;
b) in de tweede zin worden de woorden “en voor de
in Boek XII, Titel II bedoelde beursvennootschappen”
ingevoegd tussen het woord “kredietinstellingen” en
de woorden “stemt een dergelijke procedure overeen”;
19° in de bepaling onder 60° worden de woorden “of
een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden
“van een kredietinstelling” en de woorden “volgens een
liquidatieprocedure”;
20° in de bepaling onder 61° worden de woorden
“en voor de in Boek XII, Titel II bedoelde beursven-
nootschappen” ingevoegd tussen het woord “krediet-
instellingen” en de woorden “is dit de rechtbank van
koophandel”;
21° in de bepaling onder 63° wordt het woord “kre-
dietinstelling” vervangen door het woord “instelling”;
22° in de bepaling onder 64° worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
a) de woorden “of voor de toegelaten werkzaamheden
van een beursvennootschap” worden ingevoegd tussen
de woorden “voor de werkzaamheden van een krediet-
instelling” en de woorden “; verschillende bedrijfszetels”;
b) de woorden “of een vennootschap” worden inge-
voegd tussen de woorden “van een instelling” en de
woorden “met maatschappelijke zetel”;
23° in de bepaling onder 66° worden de woorden “of
een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden
“een kredietinstelling” en de woorden “die frequent”;
24° in de bepaling onder 67° worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
b) dans la deuxième phrase, les mots “et pour les
sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont
insérés entre les mots “visés au Livre II” et les mots “,
ces mesures”;
17° au 57°, les mots “et pour les sociétés de bourse
visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots
“visés au Livre II” et les mots “, ces autorités sont”;
18° au 59°, les modifi cations suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots “ou d’une société
de bourse” sont insérés entre les mots “d’un établisse-
ment de crédit” et les mots “sous la surveillance”;
b) dans la deuxième phrase, les mots “et pour les
sociétés de bourse visées au Livre XII, Titre II” sont
insérés entre les mots “au Livre II” et les mots “, une
telle procédure”;
19° au 60°, les mots “ou d’une société de bourse” sont
insérés entre les mots “d’un établissement de crédit” et
les mots “selon une procédure”;
20° au 61°, les mots “et pour les sociétés de bourse
visées au Livre XII, Titre II” sont insérés entre les mots
“Livre II” et les mots “, une telle autorité”;
21° au 63°, les mots “de crédit” sont abrogés;
22° au 64°, les modifications suivantes sont
apportées:
a) les mots “ou aux activités autorisées à la société
de bourse” sont insérés entre les mots “à l’activité d’éta-
blissement de crédit” et les mots “; plusieurs sièges”;
b) les mots “ou une société” sont insérés entre les
mots “un établissement” et les mots “ayant son siège”;
23° au 66°, les mots “ou une société de bourse” sont
insérés entre les mots “un établissement de crédit” et
les mots “qui, de façon organisée,”;
24° au 67°, les modifi cations suivantes sont apportées:
9
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
a) de woorden “of een beursvennootschap” inge-
voegd tussen de woorden “een kredietinstelling” en de
woorden “wordt verstrekt”;
b) de woorden “of deze beursvennootschap” worden
ingevoegd tussen de woorden “van deze kredietinstel-
ling” en de woorden “te vrijwaren”;
25° er wordt een bepaling onder 71° inge-
voegd, luidende:
“71° beleggingsdiensten en -activiteiten: de diensten
en activiteiten bedoeld in artikel 2, 1° van de wet van …”;
26° er wordt een bepaling onder 72° inge-
voegd, luidende:
“72° nevendiensten: de nevendiensten als omschre-
ven in artikel 2, 2° van de wet van …;”;
27° er wordt een bepaling onder 73° inge-
voegd, luidende:
“73° handelen voor eigen rekening: met eigen kapi-
taal handelen in één of meer fi nanciële instrumenten,
hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties;”;
28° er wordt een bepaling onder 74° inge-
voegd, luidende:
“74° multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading
facility – MTF): een door een beursvennootschap, een
kredietinstelling of een marktonderneming geëxploi-
teerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en
verkoopintenties van derden met betrekking tot fi nan-
ciële instrumenten – binnen dit systeem en volgens
niet-discretionaire regels – samenbrengt op zodanige
wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeen-
komstig het bepaalde in Hoofdstuk II van de wet van
2 augustus 2002 of Titel II van Richtlijn 2014/65/EU;”;
29° er wordt een bepaling onder 75° inge-
voegd, luidende:
“75° derde bemiddelaar: een bemiddelaar als be-
doeld in artikel 65/1, waarbij een kredietinstelling of een
beursvennootschap tegoeden van cliënten deponeert;”;
30° er wordt een bepaling onder 76° inge-
voegd, luidende:
“76° fi nancieel instrument: een fi nancieel instrument
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1° van de wet van
2 augustus 2002.”.
a) les mots “ou à une société de bourse” sont insérés
entre les mots “à un établissement de crédit” et les mots
“dans le but de”;
b) la phrase est complétée par les mots “ou de cette
société de bourse”;
25° il est ajouté un 71° rédigé comme suit:
“71° services et activités d’investissement, les ser-
vices et activités qui sont visés à l’article 2, 1° de la
loi du …;”;
26° il est ajouté un 72° rédigé comme suit:
“72° services auxiliaires, les services auxiliaires tels
que défi nis à l’article 2, 2° de la loi du …;”;
27° il est ajouté un 73° rédigé comme suit:
“73° négociation pour compte propre, le fait de
négocier, en engageant ses propres capitaux, un ou
plusieurs instruments fi nanciers en vue de conclure
des transactions;”;
28° il est ajouté un 74° rédigé comme suit:
“74° système multilatéral de négociation (Multilateral
trading facility – MTF), un système multilatéral, exploité
par une société de bourse, un établissement de crédit
ou une entreprise de marché, qui assure la rencontre
– en son sein même et selon des règles non discré-
tionnaires – de multiples intérêts acheteurs et vendeurs
exprimés par des tiers pour des instruments fi nanciers,
d’une manière qui aboutisse à la conclusion de contrats
conformément aux dispositions du Chapitre II de la loi du
2 août 2002 ou de Titre II de la Directive 2014/65/UE;”;
29° il est ajouté un 75° rédigé comme suit:
“75° intermédiaire tiers, un intermédiaire, visé à
l’article 65/1 auprès duquel un établissement de crédit
ou une société de bourse dépose des avoirs de clients;”;
30° il est ajouté un 76° rédigé comme suit:
“76° instrument fi nancier, un instrument fi nancier
visé à l’article 2, alinéa 1er, 1° de la loi du 2 août 2002.”.
10
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 5
In artikel 4, tweede lid, van dezelfde wet worden de
woorden “de diensten en activiteiten vermeld in artikel
46, 1° en 2° van de wet van 6 april 1995” vervangen
door de woorden “de diensten en activiteiten vermeld
in artikel 2, 1° en 2° van de wet van …”.
Art. 6
In artikel 5, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, worden de
woorden “op grond van de wet van 6 april 1995 en haar
uitvoeringsbesluiten” vervangen door de woorden “op
grond van de wet van … en haar uitvoeringsbesluiten”.
Art. 7
In artikel 20, § 1, 2°, van dezelfde wet wordt een punt
r/1) ingevoegd, luidende:
“r/1) artikel 107 van de wet van …;”.
Art. 8
In artikel 33, § 2, van dezelfde wet worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden “of van een beheervennootschap van
instellingen voor collectieve belegging” worden vervan-
gen door de woorden “, van een beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging of van een
beheervennootschap van alternatieve instellingen voor
collectieve belegging “;
2° in de Franse versie worden in fi ne de woorden “et
répondent aux exigences de la présente loi.” vervangen
door de woorden “, et répondant aux exigences de la
présente loi.”.
Art. 9
Artikel 44 wordt aangevuld met een lid, luidende:
“Kredietinstellingen die beleggingsdiensten en/of
-activiteiten verrichten, moeten zich bovendien aanslui-
ten bij een collectieve beleggersbeschermingsregeling
overeenkomstig artikel 384/2 van deze wet.”.
Art. 5
Dans l’article 4, alinéa 2, de la même loi, les mots
“les services et activités mentionnés à l’article 46, 1°
et 2°, de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les
mots “les services et activités mentionnés à l’article 2,
1° et 2° de la loi du …”.
Art. 6
Dans l’article 5, alinéa 1er, 4°, de la même loi, les
mots “sur base de la loi du 6 avril 1995 et de ses arrêtés
d’exécution” sont remplacés par les mots “sur base de
la loi du … et de ses arrêtés d’exécution”.
Art. 7
Dans l’article 20, § 1er, 2° de la même loi, il est inséré
un r/1) rédigé comme suit:
“r/1) à l’article 107 de la loi du …;”.
Art. 8
Dans l’article 33, § 2, de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° les mots “ou d’une société de gestion d’organismes
de placement collectif” sont remplacés par les mots “,
d’une société de gestion d’organismes de placement
collectif ou d’une société de gestion d’organismes de
placement collectif alternatifs”;
2° in fi ne, les mots “et répondent aux exigences de la
présente loi.” sont remplacés par les mots “, et répondant
aux exigences de la présente loi.”.
Art. 9
L’article 44 est complété par un alinéa rédigé
comme suit:
“Lorsqu’il fournit des services et/ou des activités
d’investissement, l’établissement de crédit doit en outre
adhérer à un système collectif de protection des investis-
seurs conformément à l’article 384/2 de la présente loi.”.
11
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 10
In artikel 47, vijfde lid, b), in fi ne van dezelfde wet
worden de woorden “, of Richtlijn 2004/39/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 be-
treffende markten voor fi nanciële instrumenten.” vervan-
gen door de woorden “of Richtlijn 2014/65/EU.”.
Art. 11
Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
“Art. 55. Onverminderd de artikelen 77 en 78 van
Verordening nr. 575/2013 mag het eigen vermogen van
kredietinstellingen niet dalen onder het bedrag van het
overeenkomstig artikel 17, eerste en derde lid vastge-
stelde minimumkapitaal.”.
Art. 12
In artikel 62, § 6, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 18 december 2015, worden de woorden
“Richtlijn 2009/65/EG, in de instellingen voor belegging
in schuldvorderingen en” vervangen door de woorden
“Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging
in schuldvorderingen of in een instelling voor collectieve
belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de
wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instel-
lingen voor collectieve belegging en hun beheerders, of”.
Art. 13
In artikel 65 van dezelfde wet, waarvan de bestaande
tekst paragraaf 3 zal vormen, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° er worden een paragraaf 1 en een paragraaf 2 in-
gevoegd, luidende:
“§ 1. Een kredietinstelling mag op om het even welke
wijze gebruik maken van fi nanciële instrumenten die
aan een cliënt toebehoren mits deze hier vooraf zijn
uitdrukkelijke toestemming voor heeft verleend. De
fi nanciële instrumenten van de cliënt mogen uitsluitend
worden gebruikt onder de voorwaarden waarmee de
cliënt instemt.
§ 2. De Koning kan, na advies van de Bank en de
FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan
de door cliënten bij kredietinstellingen verrichte depo-
neringen van fi nanciële instrumenten moeten voldoen,
evenals de voorwaarden en regels voor de handelin-
gen die de kredietinstellingen mogen verrichten met
Art. 10
Dans l’article 47, alinéa 5, b), in fi ne, de la même loi,
les mots “, ou 2004/39/CE du Parlement européen et du
Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés fi nan-
ciers.” sont remplacés par les mots “, ou 2014/65/UE.”.
Art. 11
L’article 55 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
“Art. 55. Sans préjudice des articles 77 et 78 du
Règlement n° 575/2013, les fonds propres des éta-
blissements de crédit ne peuvent devenir inférieurs
au montant du capital minimum fi xé conformément à
l’article 17, alinéas 1er et 3.”.
Art. 12
Dans l’article 62, § 6, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les mots
“la directive 2009/65/CE, d’organismes de placement
en créances,” sont remplacés par les mots “la direc-
tive 2009/65/CE et aux organismes de placement en
créances ou d’un organisme de placement collectif à
forme statutaire au sens de la loi du 19 avril 2014 relative
aux organismes de placement collectif alternatifs et à
leurs gestionnaires,”.
Art. 13
Dans l’article 65 de la même loi, dont le texte actuel
formera le paragraphe 3, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° il est inséré un paragraphe 1er et un para-
graphe 2 rédigés comme suit:
“§ 1er. Tout usage par un établissement de crédit d’ins-
truments fi nanciers appartenant à un client requiert l’au-
torisation expresse et préalable de celui-ci. L’utilisation
est limitée aux conditions auxquelles il a consenti.
§ 2. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque et de
la FSMA, les conditions et modalités auxquelles doivent
répondre les dépôts d’instruments fi nanciers effectués
par des clients auprès d’établissements de crédit et les
actes que peuvent poser les établissements de crédit
concernant ces instruments fi nanciers, notamment au
12
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
betrekking tot deze fi nanciële instrumenten, met name
wat de in paragraaf 1 bedoelde instemming betreft. De
Koning kan meer bepaald de nadere regels vaststel-
len voor het verlenen van de in paragraaf 1 bedoelde
instemming. Daarnaast kan de Koning tevens regels
uitwerken voor de organisatie, de bescherming van en
informatieverstrekking aan de cliënten wat de inont-
vangstneming van deze fi nanciële instrumenten door
de kredietinstellingen en hun deponering bij andere
bemiddelaars betreft.”;
2° in paragraaf 3 wordt de laatste zin vervangen
als volgt:
“Zij neemt ook passende maatregelen om ervoor te
zorgen dat de paragrafen 1 en 2 worden nageleefd.”.
Art. 14
In Boek II, Titel II, Hoofdstuk III, Afdeling III,
Onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel
65/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 65/1. § 1. De kredietinstellingen moeten alle
gegevens en rekeningen bijhouden die noodzakelijk zijn
om hen op elk ogenblik in staat te stellen de tegoeden
die voor een cliënt worden aangehouden onmiddellijk te
onderscheiden van de tegoeden die voor andere cliën-
ten worden aangehouden, en van hun eigen tegoeden.
Deze gegevens en rekeningen moeten op zodanige
wijze worden bijgehouden dat zij steeds accuraat zijn en
inzonderheid de voor cliënten aangehouden fi nanciële
instrumenten en gelden weerspiegelen.
De kredietinstellingen moeten op gezette tijden na-
gaan of hun interne rekeningen en gegevens overeen-
stemmen met die van eventuele derde bemiddelaars
die deze tegoeden aanhouden.
§ 2. De Koning kan, na advies van de Bank, de
voorwaarden en nadere regels vaststellen voor de in
paragraaf 1 bedoelde vereisten, alsook, meer algemeen,
vereisten aangaande de boekhoudkundige organisatie
en de boekhoudregels voor het deponeren van fi nan-
ciële instrumenten bij kredietinstellingen.”.
Art. 15
In artikel 72 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 13 maart 2016, wordt paragraaf 1 vervangen
als volgt:
regard du consentement visé au paragraphe 1er. Plus
particulièrement, le Roi peut défi nir les modalités selon
lesquelles le consentement prévu par le paragraphe 1er
doit être donné. Le Roi peut encore déterminer les règles
d’organisation et les règles de protection et d’informa-
tion des clients afférentes à la réception d’instruments
fi nanciers par les établissements de crédit et leur dépôt
auprès d’autres intermédiaires.”;
2° au paragraphe 3, la dernière phrase est remplacée
par ce qui suit:
“Il prend également des mesures adéquates pour
veiller au respect des paragraphes 1er et 2.”.
Art. 14
Dans le Livre II, Titre II, Chapitre III, Section III,
Sous-section II, de la même loi, il est inséré un article
65/1 rédigé comme suit:
“Art. 65/1. § 1er. Les établissements de crédit doivent
établir toutes les données et tenir tous les comptes
nécessaires pour permettre de distinguer à tout moment
et sans délai les avoirs détenus par un client déterminé
de ceux détenus par d’autres clients ainsi que de leurs
propres avoirs.
Ces données et comptes doivent être établis et tenus
d’une manière assurant la fi délité, et en particulier leur
correspondance avec les instruments fi nanciers et les
fonds détenus par les clients.
Les établissements de crédit doivent effectuer régu-
lièrement des rapprochements entre leurs comptes et
données internes et ceux de tout intermédiaire tiers
auprès duquel ces avoirs seraient détenus.
§ 2. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque, les
conditions et modalités des exigences prévues au para-
graphe 1er ainsi que, plus généralement, les exigences
en matière d’organisation comptable et de règles comp-
tables afférentes aux dépôts d’instruments fi nanciers
effectués auprès d’établissements de crédit.”.
Art. 15
Dans l’article 72 de la même loi, le paragraphe 1er,
modifi é en dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, est
remplacé par ce qui suit:
13
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“§ 1. Kredietinstellingen mogen rechtstreeks of
onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellin-
gen verlenen:
1° aan de leden van hun wettelijk bestuursorgaan
en de leden van hun directiecomité of, bij ontstentenis
van een directiecomité, aan de personen belast met de
effectieve leiding;
2° aan de in artikel 9 bedoelde personen evenals
aan de leden van hun verschillende organen en aan
de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;
3° aan de ondernemingen of instellingen waarin de in
1° bedoelde personen een gekwalifi ceerde deelneming
bezitten of een functie zoals bedoeld in 1° uitoefenen,
met uitzondering van de ondernemingen of instellingen
waarover de kredietinstelling of haar moederonderne-
ming controle uitoefent;
4° aan personen die verbonden zijn met de in 1°
bedoelde personen,
onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen
en met de waarborgen die voor hun cliënteel gelden.
Van deze leningen, kredieten of borgstellingen moet
uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een ter-
mijn die het wettelijk bestuursorgaan in staat stelt zich
ertegen te verzetten. Ongeacht het orgaan dat moet
beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of on-
rechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben,
geen zitting hebben.
De in het eerste lid bedoelde leningen, kredieten
en borgstellingen worden ter kennis gebracht van de
toezichthouder volgens de frequentie en de regels die
hij bepaalt.
Wanneer deze verrichtingen niet tegen de normale
marktvoorwaarden worden gesloten, kan de toezicht-
houder eisen dat de overeengekomen voorwaarden
worden aangepast op de datum waarop deze verrich-
tingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het
wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben ge-
nomen, tegenover de instelling hoofdelijk aansprakelijk
voor het verschil.
De in het eerste en tweede lid bedoelde kennisge-
vingen aan het wettelijk bestuursorgaan en de toe-
zichthouder dienen niet plaats te vinden wanneer het
geheel van leningen, kredieten of borgstellingen aan
een bepaalde persoon, onderneming of instelling het
bedrag van 100 000 euro niet overschrijdt.”.
“§ 1er. Les établissements de crédit ne peuvent
consentir, directement ou indirectement, des prêts, des
crédits ou des garanties:
1° aux membres de leur organe légal d’administra-
tion et aux membres de leur comité de direction ou,
en l’absence de comité de direction, aux personnes
chargées de la direction effective;
2° aux personnes visées à l’article 9 ainsi qu’aux
membres de leurs différents organes et aux personnes
participant à leur direction effective;
3° aux entreprises ou institutions dans lesquelles
les personnes visées aux 1° détiennent une participa-
tion qualifi ée ou exercent une fonction visée au 1°, à
l’exception des entreprises ou institutions sur lesquelles
l’établissement de crédit ou son entreprise mère exerce
le contrôle;
4° aux personnes apparentées aux personnes
visées au 1°,
qu’aux conditions, à concurrence des montants et
moyennant les garanties applicables à leur clientèle.
Ces prêts, crédits ou garanties doivent faire l’objet
d’une information expresse, dans un délai permettant
à l’organe légal d’administration de s’y opposer. Quel
que soit l’organe appelé à statuer, les membres ayant
un intérêt personnel ou fonctionnel direct ou indirect ne
peuvent siéger.
Les prêts, crédits et garanties visés à l’alinéa 1er sont
notifi és à l’autorité de contrôle selon la périodicité et les
modalités que celle-ci détermine.
L’autorité de contrôle peut, si ces opérations n’ont
pas été conclues aux conditions normales du marché,
exiger l’adaptation des conditions convenues à la date
où ces opérations ont sorti leurs effets. A défaut, les
membres de l’organe légal d’administration qui ont
pris la décision sont solidairement responsables de la
différence envers l’établissement.
Les notifi cations à l’organe légal d’administration et
à l’autorité de contrôle visées aux alinéas 1er et 2 ne
doivent pas avoir lieu si l’ensemble des prêts, des cré-
dits ou des garanties consentis à une personne, une
entreprise ou une institution donnée ne dépasse pas
le montant de 100 000 euros.”.
14
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 16
In artikel 86, vijfde lid, van dezelfde wet, worden de
woorden “uiterlijk zes weken na ontvangst van het vol-
ledige dossier” vervangen door de woorden “uiterlijk
drie maanden na ontvangst van het volledige dossier”.
Art. 17
In Boek II, Titel II, Hoofdstuk IV, Afdeling V,
Onderafdeling I, van dezelfde wet wordt een artikel
88/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 88/1. Indien de kredietinstelling een beroep
wenst te doen op verbonden agenten die op het grond-
gebied van een andere lidstaat zijn gevestigd, om in die
lidstaat beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede
nevendiensten te verrichten, stelt zij de toezichthouder
daarvan in kennis en verstrekt zij hem een programma
van werkzaamheden, de domiciliëring van de corres-
pondentie in de betrokken lidstaat, de identiteitsgege-
vens van de verbonden agenten waarop zij van plan is
een beroep te doen, evenals een beschrijving van het
beoogde gebruik van die verbonden agenten en van
de organisatiestructuur, waarbij wordt aangegeven
hoe de verbonden agenten hierin passen, met opgave
van de rapportagelijnen en de namen van de personen
die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de verbon-
den agenten.
Artikel 86, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
Tenzij de toezichthouder zich verzet tegen de uit-
voering van het project, deelt hij alle in het eerste lid
bedoelde gegevens mee aan de bevoegde autoriteit
van de betrokken lidstaat binnen drie maanden na ont-
vangst van het volledige dossier met de in het eerste lid
bedoelde gegevens. De bepalingen van Titel I van Boek
III van deze wet die betrekking hebben op de bijkantoren,
zijn op de verbonden agenten van toepassing.”.
Art. 18
Artikel 89 van dezelfde wet wordt aangevuld met een
derde lid, luidende:
“Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
voor wat betreft de wijzigingen in de gegevens bedoeld
in artikel 88/1, eerste lid.”.
Art. 16
Dans l’article 86, alinéa 5, de la même loi, les mots
“au plus tard six semaines après la réception du dossier”
sont remplacés par les mots “au plus tard trois mois
après la réception du dossier”.
Art. 17
Dans le Livre II, Titre II, Chapitre IV, Section V,
Sous-section Ire, de la même loi, il est inséré un article
88/1 rédigé comme suit:
“Art. 88/1. Lorsque l’établissement de crédit souhaite
recourir à des agents liés établis sur le territoire d’un
autre État membre pour fournir des services et/ou des
activités d’investissement et des services auxiliaires
dans cet État membre, il en informe l’autorité de contrôle
et lui communique un programme d’activité, la domi-
ciliation de la correspondance dans l’État concerné,
l’identité des agents liés auxquels il entend recourir,
ainsi qu’une description du recours prévu à ces agents
liés et de la structure organisationnelle dans laquelle
ils s’insèrent, notamment les voix hiérarchiques, en ce
compris le nom des personnes directement respon-
sables des agents liés.
L’article 86, alinéas 4 et 5, est applicable.
Sauf si l’autorité de contrôle s’oppose à la réalisa-
tion du projet, elle communique toutes les informations
visées à l’alinéa 1er à l’autorité compétente de l’État
membre concerné dans les trois mois de la réception
du dossier complet comprenant les informations visées
à l’alinéa 1er. Les agents liés sont soumis aux disposi-
tions du Titre Ier du Livre III de la présente loi relatives
aux succursales.”.
Art. 18
L’article 89 de la même loi, est complété par un alinéa
3 rédigé comme suit:
“L’alinéa 1er est applicable par analogie, en ce qui
concerne des modifi cations aux informations visées à
l’article 88/1, alinéa 1er.”.
15
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 19
In artikel 90 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van
18 december 2015, waarvan de bestaande tekst van de
eerste drie leden paragraaf 1 zal vormen en waarvan
het laatste lid paragraaf 3 zal vormen, wordt een nieuwe
paragraaf 2 ingevoegd, luidende:
“§ 2. Indien de kredietinstelling van plan is een beroep
te doen op in België gevestigde verbonden agenten
om op het grondgebied van een andere lidstaat beleg-
gingsdiensten en/of -activiteiten alsmede nevendiensten
te verrichten, deelt zij de identiteitsgegevens van deze
agenten mee aan de Bank.
De Bank deelt deze gegevens uiterlijk een maand na
ontvangst ervan mee aan de bevoegde autoriteit van de
lidstaat van ontvangst.”.
Art. 20
In artikel 120, a), van dezelfde wet worden de woor-
den “instellingen voor collectieve belegging met een
hefboomeffect” vervangen door de woorden “AICB’s
die in aanzienlijke mate met hefboomfinanciering
werken zoals bedoeld in artikel 111 van Gedelegeerde
Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie van
19 december 2012 tot aanvulling van Richtlijn 2011/61/
EU van het Europees Parlement en de Raad ten aan-
zien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de
bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfi nanciering,
transparantie en toezicht”.
Art. 21
In artikel 121, § 1er, 1°, van dezelfde wet worden de
woorden “in artikel 46, 1°, 1., 2. en 4. tot 8., en 2° van
de wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden
“in artikel 2, 1°, 2 en 4 tot 8, en 2° van de wet van …”.
Art. 22
In artikel 126, § 2, tweede lid, van dezelfde wet worden
de woorden “overeenkomstig de wet van 6 april 1995”
vervangen door de woorden “overeenkomstig de
wet van …”.
Art. 23
In artikel 135 van dezelfde wet wordt het eerste lid
aangevuld met de woorden “, evenals alle opnames van
telefoongesprekken of elektronische communicatie of
Art. 19
Dans l’article 90 de la même loi, modifi é par la loi
du 18 décembre 2015, dont le texte des trois premiers
alinéas actuels formera le paragraphe 1er et dont le
dernier alinéa formera le paragraphe 3, il est inséré un
nouveau paragraphe 2 rédigé comme suit:
“§ 2. Si l’établissement de crédit envisage de recourir
à des agents liés établis en Belgique, pour fournir des
services et/ou des activités d’investissement et des ser-
vices auxiliaires sur le territoire d’un autre État membre,
il communique l’identité de ces agents liés à la Banque.
La Banque communique cette information à l’autorité
compétente de l’État membre d’accueil dans le mois
suivant la réception de cette information.”.
Art. 20
Dans l’article 120, a), de la même loi, les mots “des
organismes de placement collectif à effet de levier”
sont remplacés par les mots “des OPCA recourant à
l’effet de levier de manière substantielle tels que visés à
l’article 111 du règlement délégué (UE) n° 231/2013 de la
Commission du 19 décembre 2012 complétant la direc-
tive 2011/61/UE du Parlement européen et du Conseil
en ce qui concerne les dérogations, les conditions
générales d’exercice, les dépositaires, l’effet de levier,
la transparence et la surveillance”.
Art. 21
Dans l’article 121, § 1er, 1°, de la même loi, les mots
“à l’article 46, 1°, 1., 2. et 4. à 8., et 2°, de la loi du
6 avril 1995” sont remplacés par les mots “à l’article 2,
1°, 2 et 4 à 8, et 2° de la loi du …”.
Art. 22
Dans l’article 126, § 2, alinéa 2, de la même loi,
les mots “conformément à la loi du 6 avril 1995.” sont
remplacés par les mots “conformément à la loi du ….”.
Art. 23
Dans l’article 135, de la même loi, l’alinéa 1er est com-
plété par les mots “, ainsi que tous enregistrements de
communications téléphoniques, toutes communications
16
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
andere overzichten van dataverkeer die in het bezit zijn
van de kredietinstelling.”.
Art. 24
In artikel 136 van dezelfde wet worden de woorden
“In het kader van deze inspecties” vervangen door de
woorden “In het kader van het toezicht en met name
van de inspecties”.
Art. 25
In Boek II, Titel III, Hoofdstuk I van dezelfde wet wordt
een artikel 136/1 ingevoegd, luidende:
“Art. 136/1. Onverminderd artikel 66, tweede lid kan
de toezichthouder in geval van uitbesteding ook zijn
inspectieprerogatieven uitoefenen als bedoeld in artikel
135, tweede lid, bij de ondernemingen waarop de kre-
dietinstellingen een beroep doen in hun hoedanigheid
van dienstverleners (uitbesteding – outsourcing), om
na te gaan of de voorwaarden waaronder die diensten
worden verricht, geen afbreuk kunnen doen aan de na-
leving door de kredietinstellingen van hun wettelijke en
reglementaire verplichtingen. De in de artikelen 136 en
140 bedoelde prerogatieven kunnen, naar analogie, ook
worden uitgeoefend ten aanzien van die dienstverleners.
De bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat
waarvan de kredietinstellingen die onder hun toezichts-
bevoegdheid vallen, een beroep doen op in België
gevestigde dienstverlenende ondernemingen (uitbeste-
ding – outsourcing), mogen ten aanzien van die dienst-
verleners de in het eerste lid bedoelde prerogatieven
uitoefenen, in voorkomend geval met inschakeling van
personen die zij daartoe machtigen. Wanneer zij daarom
verzoeken kan de toezichthouder zijn prerogatieven
namens die autoriteiten uitoefenen.”.
Art. 26
In artikel 140, eerste lid, van dezelfde wet worden de
woorden “depositobescherming” vervangen door de
woorden “deposito- en beleggersbescherming”.
Art. 27
In artikel 141, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden
de woorden “en 7°,” ingevoegd tussen de woorden “de
artikelen 143, § 1, 1°” en de woorden “en 148”.
électroniques ou tous autres échanges informatiques,
détenus par l’établissement de crédit.”.
Art. 24
Dans l’article 136, de la même loi, les mots “Dans
le cadre de ces inspections” sont remplacés par les
mots “Dans le cadre du contrôle et notamment des
inspections”.
Art. 25
Dans le Livre II, Titre III, Chapitre Ier, de la même loi,
il est inséré un article 136/1 rédigé comme suit:
“Art. 136/1. Sans préjudice de l’article 66, alinéa 2, en
cas de recours à la sous-traitance, l’autorité de contrôle
peut également exercer ses prérogatives d’inspection
visées à l’article 135, alinéa 2, auprès des entreprises
auxquelles les établissements de crédit recourent en
qualité de prestataires de services (sous-traitance
– outsourcing) afi n de vérifi er si les conditions dans
lesquelles ces prestations sont fournies ne sont pas
de nature à porter atteinte au respect par les établis-
sements de crédit de leurs obligations légales et régle-
mentaires. Les prérogatives visées aux articles 136 et
140 peuvent également, par analogie, être exercées à
l’égard de ces prestataires de services.
Les autorités compétentes d’un autre État membre
dont les établissements de crédit qui ressortissent de
leurs compétences de contrôle recourent à des entre-
prises en qualité de prestataires de services (sous-
traitance – outsourcing) situées en Belgique peuvent
exercer à l’égard de ces prestataires de services les
prérogatives prévues à l’alinéa 1er, le cas échéant par
l’intermédiaire des personnes qu’elles mandatent à cet
effet. À leur demande, l’autorité de contrôle peut exercer
ces prérogatives pour le compte de ces autorités.”.
Art. 26
Dans l’article 140, alinéa 1er, de la même loi, les mots
“de garantie des dépôts” sont remplacés par les mots
“de protection des dépôts et des investisseurs”.
Art. 27
Dans l’article 141, § 2, alinéa 1er, de la même loi, les
mots “et 7°,” sont insérés entre les mots “articles 143,
§ 1er, 1°” et les mots “et 148”.
17
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 28
In artikel 148 van dezelfde wet wordt het woord
“banksector” vervangen door de woorden “bank- en
fi nanciële sector”.
Art. 29
In artikel 164 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 3°, wordt de bepaling onder c)
vervangen als volgt:
“c) een gereglementeerde onderneming die een
beleggingsonderneming is, een onderneming die ne-
vendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2° van de
wet van …, een fi nanciële instelling in de zin van artikel
2, 30° van de wet van …; deze ondernemingen behoren
tot eenzelfde fi nanciële sector, die de “beleggingsdien-
stensector” wordt genoemd;”;
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
“§ 2. Onverminderd artikel 3 van deze wet en para-
graaf 1 van dit artikel worden voor de toepassing van
het geconsolideerde toezicht zoals opgenomen in de
Afdelingen II en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoerings-
besluiten en –reglementen ervan verstaan onder:
1° moederkredietinstelling in een lidstaat: een kre-
dietinstelling die een kredietinstelling, een beursven-
nootschap of een fi nanciële instelling als dochteron-
derneming heeft of die een deelneming heeft in een
kredietinstelling, beursvennootschap of fi nanciële instel-
ling en zelf geen dochteronderneming is van een andere
kredietinstelling of een beursvennootschap waaraan
in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van
een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of
gemengde fi nanciële holding;
2° Belgische moederkredietinstelling: een krediet-
instelling naar Belgisch recht die een kredietinstelling,
een beursvennootschap of een fi nanciële instelling als
dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft
in een dergelijke kredietinstelling, beursvennootschap of
fi nanciële instelling en zelf geen dochterneming is van
een andere kredietinstelling of een andere beursven-
nootschap met zetel in België, of van een fi nanciële hol-
ding of gemengde fi nanciële holding met zetel in België;
3° EER-moederkredietinstelling: een moederkre-
dietinstelling die geen dochteronderneming is van een
andere kredietinstelling of een beursvennootschap
Art. 28
Dans l’article 148, de la même loi, les mots “et fi nan-
cier” sont insérés entre les mots “secteur bancaire” et
les mots “en Belgique”.
Art. 29
Dans l’article 164 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, 3°, le c) est remplacé par
ce qui suit:
“c) une entreprise réglementée ayant le statut d’entre-
prise d’investissement, une entreprise qui fournit des
services auxiliaires au sens de l’article 2, 2° de la loi
du …, un établissement fi nancier au sens de l’article 2,
30°, de la loi du …; ces entreprises font toutes partie du
même secteur fi nancier qualifi é de “secteur des services
d’investissement”;”;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
“§ 2. Sans préjudice de l’article 3 de la présente loi et
du paragraphe 1er du présent article, il y a lieu d’entendre
pour l’application du contrôle sur base consolidée tel
que prévu aux Sections II et IV du présent Chapitre et par
les arrêtés et règlements pris pour leur exécution, par:
1° établissement de crédit mère dans un État
membre, un établissement de crédit qui a comme fi liale
un établissement de crédit, une société de bourse ou un
établissement fi nancier, ou qui détient une participation
dans un établissement de crédit, une société de bourse
ou un établissement fi nancier, et qui n’est pas lui-même
une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une
société de bourse agréés dans le même État membre
ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière
mixte constituée dans le même État membre;
2° établissement de crédit mère belge, un établis-
sement de crédit de droit belge qui a comme fi liale un
établissement de crédit, une société de bourse ou un
établissement fi nancier, ou qui détient une participation
dans un tel établissement de crédit, une telle société de
bourse ou un tel établissement fi nancier, et qui n’est pas
lui-même une fi liale d’un autre établissement de crédit
ou d’une autre société de bourse ayant son siège social
en Belgique ou d’une compagnie fi nancière ou compa-
gnie fi nancière mixte ayant son siège social en Belgique;
3° établissement de crédit mère dans l’EEE, un
établissement de crédit mère qui n’est pas une fi liale
d’un autre établissement de crédit ou d’une société de
18
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
waaraan in een van de lidstaten een vergunning is
verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte
fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding;
4° Belgische EER-moederkredietinstelling: een
moederkredietinstelling naar Belgisch recht die geen
dochteronderneming is van een andere kredietinstel-
ling of een beursvennootschap waaraan in een van
de lidstaten een vergunning is verleend, of van een in
een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding of
gemengde fi nanciële holding;
5° fi nanciële moederholding in een lidstaat: een
fi nanciële holding die zelf geen dochteronderneming is
van een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan
in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van
een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of
gemengde fi nanciële holding;
6° fi nanciële EER-moederholding: een fi nanciële
moederholding die geen dochteronderneming is van
een kredietinstelling of beursvennootschap waaraan in
een van de lidstaten een vergunning is verleend, of van
een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële holding
of gemengde fi nanciële holding;
7° Belgische fi nanciële EER-moederholding: een
fi nanciële moederholding naar Belgisch recht die geen
dochteronderneming is van een kredietinstelling of
beursvennootschap waaraan in een van de lidstaten
een vergunning is verleend, of van een in een van de
lidstaten opgerichte fi nanciële holding of gemengde
fi nanciële holding;
8° gemengde fi nanciële moederholding in een lid-
staat: een gemengde fi nanciële holding die zelf geen
dochteronderneming is van een kredietinstelling of
beursvennootschap waaraan in dezelfde lidstaat een
vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat
opgerichte fi nanciële holding of gemengde fi nanci-
ele holding;
9° gemengde fi nanciële EER-moederholding: een ge-
mengde fi nanciële moederholding die geen dochteron-
derneming is van een kredietinstelling of beursvennoot-
schap waaraan in een van de lidstaten een vergunning is
verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte
fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding;
10° Belgische gemengde financiële EER-
moederholding: een gemengde fi nanciële moederhol-
ding naar Belgisch recht die geen dochteronderneming
is van een kredietinstelling of beursvennootschap waar-
aan in een van de lidstaten een vergunning is verleend,
of van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële
holding of gemengde fi nanciële holding;
bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie
fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée
dans un État membre;
4° établissement de crédit mère belge dans l’EEE, un
établissement de crédit mère de droit belge qui n’est pas
une fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une
société de bourse agréé dans un État membre ou d’une
compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte
constituée dans un État membre;
5° compagnie fi nancière mère dans un État membre,
une compagnie fi nancière qui n’est pas elle-même une
fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société
de bourse agréé dans le même État membre ou d’une
compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte
constituée dans le même État membre;
6° compagnie fi nancière mère dans l’EEE, une com-
pagnie fi nancière mère qui n’est pas une fi liale d’un
établissement de crédit ou d’une société de bourse
agréé dans un État membre ou d’une autre compagnie
fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée
dans un État membre;
7° compagnie fi nancière mère belge dans l’EEE, une
compagnie fi nancière mère de droit belge qui n’est pas
une fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société
de bourse agréé dans un État membre ou d’une autre
compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière mixte
constituée dans un État membre;
8° compagnie fi nancière mixte mère dans un État
membre, une compagnie fi nancière mixte qui n’est
pas elle-même une fi liale d’un établissement de crédit
ou d’une société de bourse agréé dans le même État
membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie
fi nancière mixte constituée dans le même État membre;
9° compagnie fi nancière mixte mère dans l’EEE,
une compagnie fi nancière mixte mère qui n’est pas une
fi liale d’un établissement de crédit ou d’une société de
bourse agréé dans un État membre ou d’une compagnie
fi nancière ou compagnie fi nancière mixte constituée
dans un État membre;
10° compagnie fi nancière mixte mère belge dans
l’EEE, une compagnie fi nancière mixte mère de droit
belge qui n’est pas une fi liale d’un établissement de
crédit ou d’une société de bourse agréé dans un État
membre ou d’une compagnie fi nancière ou compagnie
fi nancière mixte constituée dans un État membre;
19
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
11° EER-moederinstelling: een moederonderneming
die een kredietinstelling of beursvennootschap in een
lidstaat is en die geen dochteronderneming is van een
andere kredietinstelling of beursvennootschap waaraan
in een van de lidstaten een vergunning is verleend, of
van een in een van de lidstaten opgerichte fi nanciële
holding of gemengde fi nanciële holding.”;
3° in paragraaf 3, 7°, worden de woorden “de wet
van 6 april 1995,” vervangen door de woorden “de wet
van …, de wet van 19 april 2014 betreffende alterna-
tieve instellingen voor collectieve belegging en hun
beheerders,”.
Art. 30
In artikel 166 van dezelfde wet worden de woorden “,
met uitzondering van de artikelen 15, 16 en 17 van de
genoemde Verordening” opgeheven.
Art. 31
In artikel 167, § 3, van dezelfde wet worden de
woorden “een kredietinstelling, een fi nanciële instel-
ling of een beheervennootschap van instellingen voor
collectieve belegging” vervangen door de woorden
“een kredietinstelling, een beursvennootschap of een
fi nanciële instelling”.
Art. 32
In artikel 168, § 3, van dezelfde wet worden de woor-
den “hun groep van kredietinstellingen” vervangen door
de woorden “geconsolideerd niveau”.
Art. 33
In artikel 171 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden “3°, 4° en
5°” vervangen door de woorden “3° tot en met 7°”;
2° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervan-
gen als volgt:
“3° indien haar moederonderneming een fi nanci-
ele moederholding in een lidstaat of een gemengde
fi nanciële moederholding in een lidstaat of een fi nan-
ciële EER-moederholding of gemengde financiële
EER-moederholding is, met in de lidstaat van haar
maatschappelijke zetel een dochteronderneming die
11° établissement mère dans l’EEE, une entreprise
mère qui est un établissement de crédit ou une société
de bourse dans un État membre et qui n’est pas une
fi liale d’un autre établissement de crédit ou d’une autre
société de bourse agréés dans un État membre ou d’une
compagnie fi nancière holding ou compagnie fi nancière
holding mixte constituée dans un État membre.”;
3° dans le paragraphe 3, 7°, les mots “la loi du
6 avril 1995,” sont remplacés par les mots “la loi du
…, la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de
placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires,”.
Art. 30
Dans l’article 166 de la même loi, les mots “, à
l’exception des articles 15, 16 et 17 dudit Règlement”
sont abrogés.
Art. 31
Dans l’article 167, § 3, de la même loi, les mots “un
établissement de crédit, un établissement fi nancier ou
une société de gestion d’organismes de placement
collectif” sont remplacés par les mots “un établissement
de crédit, une société de bourse, ou un établissement
fi nancier”.
Art. 32
Dans l’article 168, § 3, de la même loi, les mots “à
leur groupe d’établissements de crédit” sont remplacés
par les mots “au niveau consolidé”.
Art. 33
Dans l’article 171, de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, 2°, les mots “3°, 4° et 5°” sont
remplacés par les mots “3° à 7°”;
2° au paragraphe 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit:
“3° si son entreprise mère est une compagnie fi nan-
cière mère dans un État membre ou une compagnie
fi nancière mixte mère dans un État membre ou une
compagnie fi nancière mère dans l’EEE ou une compa-
gnie fi nancière mixte mère dans l’EEE, avec dans l’État
membre du siège social de celle-ci, une fi liale qui est un
20
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
een kredietinstelling of een beursvennootschap is, door
de bevoegde autoriteit van die lidstaat;”;
3° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 4° vervan-
gen als volgt:
“4° indien meerdere fi nanciële holdings of gemengde
fi nanciële holdings, met hoofdkantoor in diverse lidsta-
ten, moederonderneming zijn van kredietinstellingen of
beursvennootschappen in diverse lidstaten waaronder
een kredietinstelling naar Belgisch recht, en zich in
elk van deze andere lidstaten een kredietinstelling of
beursvennootschap bevindt, door de bevoegde autoriteit
van de kredietinstelling of beursvennootschap met het
hoogste balanstotaal;”;
4° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 5° vervan-
gen als volgt:
“5° indien meerdere kredietinstellingen of beursven-
nootschappen in diverse lidstaten, waaronder een
kredietinstelling naar Belgisch recht, dezelfde fi nanciële
holding of gemengde fi nanciële holding als moederon-
derneming hebben en aan geen van deze kredietinstel-
lingen of beursvennootschappen een vergunning is
verleend in de lidstaat waar de fi nanciële holding of ge-
mengde fi nanciële holding is opgericht, door de voor de
kredietinstelling of beursvennootschap met het hoogste
balanstotaal bevoegde autoriteit. In geval van een kre-
dietinstelling zal deze voor de toepassing van deze wet
beschouwd worden als de kredietinstelling die gecon-
troleerd wordt door een fi nanciële EER-moederholding
of gemengde fi nanciële EER-moederholding;”;
5° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling
onder 6° en een bepaling onder 7°, luidende:
“6° indien haar moederonderneming een EER-
moederinstelling is, door de bevoegde autoriteit van de
lidstaat waar de EER-moederinstelling haar maatschap-
pelijke zetel heeft;
7° indien haar moederonderneming een financi-
ele moederholding in een lidstaat of een gemengde
fi nanciële moederholding in een lidstaat of een fi nan-
ciële EER-moederholding of gemengde financiële
EER-moederholding is, met in de lidstaat van haar
maatschappelijke zetel geen dochteronderneming die
een kredietinstelling of beursvennootschap is, door de
toezichthouder.”;
6° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “3°,
4° en 5°” vervangen door de woorden “3° tot en met 7°”;
établissement de crédit ou une société de bourse, par
l’autorité compétente de cet État membre;”;
3° au paragraphe 1er, le 4° est remplacé par ce qui suit:
“4° si plusieurs compagnies fi nancières ou compa-
gnies fi nancières mixtes ayant leur administration cen-
trale dans des États membres différents sont l’entreprise
mère d’établissements de crédit et sociétés de bourse
dans différents États membres, dont un établissement
de crédit de droit belge, et qu’il y a un établissement de
crédit ou une société de bourse dans chacun desdits
États membres, par l’autorité compétente de l’établis-
sement de crédit ou de la société de bourse affichant
le total de bilan le plus élevé;”;
4° au paragraphe 1er, le 5° est remplacé par ce qui suit:
“5° si plusieurs établissements de crédit ou socié-
tés de bourse dans différents États membres, dont
un établissement de crédit de droit belge, ont comme
entreprise mère la même compagnie fi nancière ou
compagnie fi nancière mixte et qu’aucun de ces établis-
sements de crédit ou sociétés de bourse n’a été agréé
dans l’État membre dans lequel la compagnie fi nancière
ou compagnie fi nancière mixte a été constituée, par
l’autorité compétente pour l’établissement de crédit ou
la société de bourse qui affiche le total de bilan le plus
élevé. Dans le cas d’un établissement de crédit, celui-
ci sera considéré aux fi ns de la présente loi comme
l’établissement de crédit contrôlé par une compagnie
fi nancière mère dans l’EEE, ou une compagnie fi nan-
cière mixte mère dans l’EEE;”;
5° le paragraphe 1er est complété par un 6° et un 7°
rédigés comme suit:
“6° si son entreprise mère est un établissement mère
dans l’EEE, par l’autorité compétente de l’État membre
où l’établissement mère dans l’EEE a son siège social;
7° si son entreprise mère est une compagnie fi nan-
cière mère dans un État membre ou une compagnie
fi nancière mixte mère dans un État membre ou une
compagnie fi nancière mère dans l’EEE ou une compa-
gnie fi nancière mixte mère dans l’EEE, sans, dans l’État
membre du siège social de celle-ci, une fi liale qui est
un établissement de crédit ou une société de bourse,
par l’autorité de contrôle.”;
6° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “3°, 4° et 5°”
sont remplacés par les mots “3° à 7°”;
21
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
7° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden
“zonder dat een kredietinstelling naar Belgisch recht
aanwezig is in het geconsolideerde geheel, zijn de
bepalingen die gelden voor de kredietinstellingen als
bedoeld in artikel 165, 2°, van overeenkomstige toe-
passing op de voornoemde holding” vervangen door
de woorden “zonder dat een kredietinstelling of beurs-
vennootschap naar Belgisch recht aanwezig is in het
geconsolideerde geheel, zijn de bepalingen die gelden
voor de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 165, 2°,
van overeenkomstige toepassing.”.
Art. 34
In artikel 174 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “voor
het toezicht op kredietinstellingen die dochteronder-
nemingen zijn van een EER-moederkredietinstelling”
vervangen door de woorden “voor het toezicht op
dochterondernemingen van een EER-moederinstelling”;
2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden
“het geconsolideerde eigen vermogen van de groep van
kredietinstellingen” vervangen door de woorden “het
geconsolideerde eigen vermogen op geconsolideerd ni-
veau” en de woorden “voor elke entiteit binnen de groep
van kredietinstellingen” vervangen door de woorden
“voor elke entiteit binnen het geconsolideerd geheel”;
3° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, worden de woorden
“de risicobeoordeling van de groep van kredietinstellin-
gen” vervangen door de woorden “de risicobeoordeling
op geconsolideerde basis”;
4° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, worden de woorden
“van de groep van kredietinstellingen” vervangen door
de woorden “op geconsolideerde basis”;
5° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden “het
toezicht op een kredietinstelling die dochteronderneming
is van een EER-moederkredietinstelling” vervangen
door de woorden “het toezicht op een dochteronderne-
ming van een EER-moederinstelling”.
Art. 35
In artikel 178 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden “en van
Verordening nr. 575/2013” vervangen door de woor-
den “, van Verordening nr. 575/2013 en van Richtlijn
2014/65/EU”;
7° au paragraphe 2, alinéa 4, les mots “sans qu’un
établissement de crédit de droit belge figure dans
l’ensemble consolidé, les dispositions applicables aux
établissements de crédit visés à l’article 165, 2°, sont
applicables par analogie à la compagnie précitée” sont
remplacés par les mots “sans qu’un établissement de
crédit ou une société de bourse de droit belge fi gure
dans l’ensemble consolidé, les dispositions applicables
aux établissements de crédit visés à l’article 165, 2°,
sont applicables par analogie.”.
Art. 34
A l’article 174 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “du contrôle
des établissements de crédit qui sont des fi liales d’un
établissement de crédit mère dans l’EEE” sont rempla-
cés par les mots “du contrôle des fi liales d’un établis-
sement mère dans l’EEE”;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots “du niveau
consolidé des fonds propres détenus par le groupe
d’établissements de crédit” sont remplacés par les
mots “du niveau consolidé de l’ensemble consolidé” et
les mots “à chaque entité du groupe d’établissements
de crédit” sont remplacés par les mots “à chaque entité
de l’ensemble consolidé”;
3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, les mots “l’évalua-
tion des risques du groupe d’établissements de crédit”
sont remplacés par les mots “l’évaluation des risques
sur base consolidée”;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, les mots “du groupe
d’établissements de crédit” sont remplacés par les mots
“sur base consolidée”;
5° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots “du contrôle
d’un établissement de crédit qui est une fi liale d’un éta-
blissement de crédit mère dans l’EEE” sont remplacés
par les mots “du contrôle d’une fi liale d’un établissement
mère dans l’EEE”.
Art. 35
Dans l’article 178 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 2, les mots “et du Règlement
n° 575/2013” sont remplacés par les mots “, du
Règlement n° 575/2013 et de la Directive 2014/65/UE”;
22
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° in paragraaf 4, 1°, worden de woorden “op krediet-
instellingen die dochterondernemingen zijn” vervangen
door de woorden “op dochterondernemingen”.
Art. 36
In artikel 179, eerste lid, van dezelfde wet wor-
den de woorden “kredietinstellingen naar Belgisch
recht die dochterondernemingen zijn van een EER-
moederkredietinstelling” vervangen door de woorden
“dochterondernemingen naar Belgisch recht van een
EER-moederinstelling”.
Art. 37
Artikel 180 van dezelfde wet wordt als volgt gewijzigd:
1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
“§ 1. De toezichthouder werkt voor de uitoefening van
het toezicht op geconsolideerde basis nauw samen met
de bevoegde autoriteiten die een vergunning hebben
verleend aan de entiteiten die in het geconsolideerde
toezicht zijn opgenomen. Hij kan aan deze bevoegde au-
toriteiten vertrouwelijke informatie meedelen of vragen,
wanneer ze van essentieel belang of relevant is voor de
uitoefening van de toezichtstaken waarmee hij of deze
bevoegde autoriteiten krachtens Richtlijn 2013/36/EU,
Verordening nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/65/EU zijn
belast. Daartoe verstrekken zij elkaar op verzoek alle
relevante informatie en delen elkaar uit eigen beweging
alle essentiële informatie mee.”;
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden “,
een beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden
“de fi nanciële soliditeit van een kredietinstelling” en de
woorden “of een fi nanciële instelling”;
3° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden
“kredietinstellingen van de groep” vervangen door de
woorden “entiteiten die deel uitmaken van het gecon-
solideerd geheel”;
4° in paragraaf 2, tweede lid, 3°, worden de woorden
“kredietinstellingen of andere entiteiten van de groep”
vervangen door de woorden “entiteiten die deel uitma-
ken van het geconsolideerd geheel” en de woorden “en
beursvennootschappen” ingevoegd tussen het woord
“kredietinstellingen” en de woorden “in de groep”.
2° au paragraphe 4, 1°, les mots “d’établissements
de crédit qui sont des fi liales” sont remplacés par les
mots “de fi liales”.
Art. 36
Dans l’article 179, alinéa 1er, de la même loi, les mots
“d’établissements de crédit de droit belge qui sont des
fi liales d’un établissement de crédit mère dans l’EEE”
sont remplacés par les mots “de fi liales de droit belge
d’un établissement mère dans l’EEE”.
Art. 37
Dans l’article 180 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par
ce qui suit:
“§ 1er L’autorité de contrôle coopère étroitement,
pour l’exercice du contrôle sur base consolidée, avec
les autorités compétentes qui ont octroyé un agrément
aux entités relevant du contrôle sur base consolidée.
Elle peut communiquer ou demander à ces autorités
compétentes des informations confi dentielles, lorsque
celles-ci sont d’une importance essentielle ou per-
tinentes pour l’exercice des tâches de surveillance
qui lui sont confi ées ou à ces autorités compétentes
en vertu de la Directive 2013/36/UE, du Règlement
n° 575/2013 et de la Directive 2014/65/UE. A cet effet,
elles se communiquent mutuellement, sur demande,
toute information pertinente et, de leur propre initiative,
toute information essentielle.”;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots “, d’une
société de bourse” sont insérés entre les mots “la solidité
fi nancière d’un établissement de crédit” et les mots “ou
un d’un établissement fi nancier”;
3° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots “établis-
sements de crédit du groupe” sont remplacés par les
mots “entités faisant partie de l’ensemble consolidé”;
4° au paragraphe 2, alinéa 2, 3°, les mots “établisse-
ments de crédit ou d’autres entités du groupe” sont rem-
placés par les mots “entités faisant partie de l’ensemble
consolidé” et les mots “et aux sociétés de bourse” sont
insérés entre les mots “établissements de crédit” et les
mots “qui font partie du groupe”.
23
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 38
In artikel 181, derde lid, van dezelfde wet wor-
den de woorden “kredietinstellingen naar Belgisch
recht die dochterondernemingen zijn van een EER-
moederkredietinstelling” vervangen door de woorden
“dochterondernemingen naar Belgisch recht van een
EER-moederinstelling”.
Art. 39
In artikel 182 van dezelfde wet worden de woor-
den “een beursvennootschap,” ingevoegd tussen de
woorden “Indien een kredietinstelling,” en “een fi nan-
ciële holding”.
Art. 40
In de Franse tekst van artikel 185, eerste lid, 2°, van
dezelfde wet worden de woorden “société fi nancière
mixte” vervangen door de woorden “compagnie fi nan-
cière mixte”.
Art. 41
In artikel 210, § 1er, 2°, van dezelfde wet worden de
woorden “naargelang het geval, artikel 222 van deze
wet, artikel 327 van de wet van 13 maart 2016 op het
statuut van en het toezicht op de verzekerings- of her-
verzekeringsondernemingen of artikel 96 van de wet van
6 april 1995.” vervangen door de woorden “naargelang
het geval, de artikelen 222 en 578 van deze wet, voor
zover dat laatste artikel 222 van toepassing verklaart
op de beursvennootschappen, of artikel 327 van de wet
van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op
de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.”.
Art. 42
In artikel 212 van dezelfde wet wordt het artikelnum-
mer “77,” ingevoegd tussen het artikelnummer “71,” en
het artikelnummer “234, § 1”.
Art. 43
In artikel 225, eerste lid, 5°, van dezelfde wet worden
de woorden “met toepassing van de artikelen 77bis en
77ter van de wet van 6 april 1995” vervangen door de
woorden “met toepassing van de artikelen 65 en 65/1”.
Art. 38
Dans l’article 181, alinéa 3, de la même loi, les mots
“d’établissements de crédit de droit belge qui sont des
fi liales d’un établissement de crédit mère dans l’EEE”
sont remplacés par les mots “de fi liales de droit belge
d’un établissement mère dans l’EEE”.
Art. 39
Dans l’article 182 de la même loi, les mots “une so-
ciété de bourse,” sont insérés entre les mots “Lorsqu’un
établissement de crédit,” et les mots “une compagnie
fi nancière”.
Art. 40
Dans l’article 185, alinéa 1er, 2°, de la même loi, les
mots “société fi nancière mixte” sont remplacés par les
mots “compagnie fi nancière mixte”.
Art. 41
Dans l’article 210, § 1er, 2°, de la même loi, les mots
“selon le cas, à l’article 222 de la présente loi, à l’article
327 de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au
contrôle des entreprises d’assurance ou de réassu-
rance ou à l’article 96 de la loi du 6 avril 1995.” sont
remplacés par les mots “selon le cas, aux articles 222 et
578 de la présente loi, dans la mesure où ce dernier
rend l’article 222 applicable aux sociétés de bourse,
ou à l’article 327 de la loi du 13 mars 2016 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’assurance ou de
réassurance.”.
Art. 42
Dans l’article 212 de la même loi, le numéro d’article
“77,” est inséré entre le numéro d’article “71,” et le
numéro d’article “234, § 1er”.
Art. 43
Dans l’article 225, alinéa 1er, 5°, de la même loi, les
mots “en application des articles 77bis et 77ter de la
loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots “en
application des articles 65 et 65/1”.
24
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 44
In artikel 234, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 27 juni 2016, worden de
woorden “of een van de voorschriften van de artikelen
3 tot en met 7, 14 tot en met 17 en 24, 25 en 26 van
Verordening nr. 600/2014” vervangen door de woorden
“of Verordening nr. 600/2014”.
Art. 45
In artikel 236 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° vervan-
gen als volgt:
“2° de vervanging gelasten van alle of een deel van de
leden van het wettelijk bestuursorgaan van de instelling
binnen een termijn die hij bepaalt en, zo binnen deze
termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de
voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de instelling
een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders
aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het
geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen per-
sonen. De toezichthouder maakt zijn beslissing bekend
in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan
de toezichthouder een of meer voorlopige bestuurders
of zaakvoerders aanstellen zonder vooraf de vervanging
te gelasten van alle of een deel van de in het eerste lid
bedoelde leiders.
Mits de toezichthouder hiermee instemt, kan of kun-
nen de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) een
algemene vergadering bijeenroepen en de agenda
ervan vaststellen.
De toezichthouder kan volgens de modaliteiten die
hij bepaalt eisen dat de voorlopige bestuurder(s) of
zaakvoerder(s) aan hem verslag uitbrengen over de fi -
nanciële positie van de instelling en over de maatregelen
die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen,
evenals over de fi nanciële positie aan het begin en aan
het einde van deze opdracht.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of
zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de toezichthou-
der en gedragen door de instelling.
De toezichthouder kan de voorlopige bestuurder(s)
of zaakvoerder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambts-
halve, hetzij op verzoek van een meerderheid van
aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat
Art. 44
Dans l’article 234, § 1er, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 27 juin 2016, les mots “ou de
l’une des prescriptions des articles 3 à 7, 14 à 17 et 24,
25 et 26 du Règlement n° 600/2014” sont remplacés par
les mots “ou du Règlement n° 600/2014”.
Art. 45
Dans l’article 236, de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit:
“2° enjoindre le remplacement de tout ou partie des
membres de l’organe légal d’administration de l’établis-
sement dans un délai qu’elle détermine et, à défaut d’un
tel remplacement dans ce délai, substituer à l’ensemble
des organes d’administration et de gestion de l’établis-
sement un ou plusieurs administrateurs ou gérants pro-
visoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le
cas, des pouvoirs des personnes remplacées. L’autorité
de contrôle publie sa décision au Moniteur belge.
Lorsque les circonstances le justifient, l’autorité
de contrôle peut procéder à la désignation d’un ou
plusieurs administrateurs ou gérants provisoires sans
procéder préalablement à l’injonction de remplacer tout
ou partie des dirigeants visés à l’alinéa 1er.
Moyennant l’autorisation de l’autorité de contrôle, le
ou les administrateurs ou gérants provisoires peuvent
convoquer une assemblée générale et en établir
l’ordre du jour.
L’autorité de contrôle peut requérir, selon les modali-
tés qu’elle détermine, que le ou les administrateurs ou
gérants provisoires lui fassent rapport sur la situation
fi nancière de l’établissement et sur les mesures prises
dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation
fi nancière au début et à la fi n de cette mission.
La rémunération du ou des administrateurs ou
gérants provisoires est fi xée par l’autorité de contrôle
et supportée par l’établissement.
L’autorité de contrôle peut, à tout moment, remplacer
le ou les administrateurs ou gérants provisoires, soit
d’office, soit à la demande d’une majorité des action-
naires ou associés lorsque ceux-ci justifi ent que la
25
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige
waarborgen biedt;”;
2° in paragraaf 1 wordt een bepaling onder 5°/1 in-
gevoegd, luidende:
“5°/1 de instelling gelasten om een deel of het geheel
van haar bedrijf of haar net over te dragen. In dat geval
zijn de artikelen 77, lid 1, 4°, en 78 van toepassing als
de overdracht plaatsvindt tussen kredietinstellingen of
tussen een dergelijke instelling en andere fi nanciële
instellingen;”;
3° in paragraaf 2 worden de woorden “of wanneer de
ernst van de feiten dit rechtvaardigt” ingevoegd tussen
de woorden “in uiterst spoedeisende gevallen” en de
woorden “de maatregelen als bedoeld”.
Art. 46
In Boek II, Titel VIII, Hoofdstuk VI, van dezelfde wet
wordt een Afdeling VI ingevoegd, die bestaat uit een
artikel 281/1, luidende:
“Afdeling VI. Bevoegdheid met betrekking tot activa,
rechten, verbintenissen, aandelen en andere eigen-
domsinstrumenten die zich in derde landen bevinden
Art. 281/1. § 1. Wanneer bij een afwikkelingsmaatregel
actie wordt ondernomen ten aanzien van activa die zich
in een derde land bevinden of ten aanzien van aandelen,
andere eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenis-
sen die onder het recht van een derde land vallen, kan
de afwikkelingsautoriteit verlangen dat:
1° de curator of andere persoon die zeggenschap
over de kredietinstelling in afwikkeling uitoefent en de
ontvanger verplicht zijn alle noodzakelijke stappen te ne-
men om ervoor te zorgen dat de overdracht, de afschrij-
ving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt;
2° de curator of andere persoon die zeggenschap
over de kredietinstelling in afwikkeling uitoefent, verplicht
is de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa
of rechten te houden of de verbintenissen namens de
ontvanger te voldoen totdat de overdracht, de afschrij-
ving, de omzetting of de maatregel van kracht wordt;
3° de redelijke uitgaven die de ontvanger bij het
uitvoeren van een overeenkomstig 1° en 2° vereiste
maatregel rechtmatig heeft gemaakt, op een van de
manieren als bedoeld in artikel 272 worden vergoed.
gestion des intéressés ne présente plus les garanties
nécessaires;”;
2° au paragraphe 1er, il est inséré un 5°/1 rédigé
comme suit:
“5°/1 enjoindre à l’établissement de céder l’ensemble
ou une partie de son activité ou de son réseau. En ce
cas, les articles 77, alinéa 1er, 4° et 78 sont applicables si
la cession a lieu entre établissements de crédit ou entre
un tel établissement et d’autres institutions fi nancières;”;
3° au paragraphe 2, les mots “ou lorsque la gravité
des faits le justifi e” sont insérés entre les mots “en
cas d’extrême urgence” et les mots “, l’autorité de
contrôle peut”.
Art. 46
Dans le Livre II, Titre VIII, Chapitre VI, de la même
loi, il est inséré une Section VI, comportant un article
281/1, rédigée comme suit:
“Section VI. Pouvoir concernant les actifs, droits,
engagements, actions et autres titres de propriété situés
dans un pays tiers
Art. 281/1. § 1er. Dans les cas où une mesure de réso-
lution implique de prendre des mesures à l’égard d’actifs
situés dans un pays tiers ou d’actions, d’autres titres de
propriété, de droits ou d’engagements régis par le droit
d’un pays tiers, l’autorité de résolution peut exiger que:
1° le curateur ou toute autre personne exerçant le
contrôle de l’établissement de crédit soumis à une
procédure de résolution et l’entité réceptrice prennent
toutes les mesures nécessaires pour que le transfert, la
dépréciation, la conversion ou la mesure prenne effet;
2° le curateur ou toute autre personne exerçant le
contrôle de l’établissement de crédit soumis à une pro-
cédure de résolution détienne les actions, autres titres
de propriété, actifs ou droits d’acquitter l’engagement
pour le compte de l’entité réceptrice jusqu’à la prise
d’effet du transfert, de la dépréciation, de la conversion
ou de la mesure;
3° les dépenses raisonnables engagées à bon
escient par l’entité réceptrice en rapport avec la réali-
sation d’une des mesures requises par les points 1° et
2° sont couvertes selon l’une des modalités visées à
l’article 272.
26
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 2. Wanneer de afwikkelingsautoriteit vaststelt dat
het, ondanks alle noodzakelijke, door de curator of
andere persoon genomen maatregelen als bedoeld in
paragraaf 1, 1° uiterst twijfelachtig is of de overdracht, de
omzetting of de maatregel met betrekking tot bepaalde
activa in een derde land of bepaalde aandelen, andere
eigendomsinstrumenten, rechten of verbintenissen die
onder het recht van een derde land vallen, van kracht
wordt, gaat de afwikkelingsautoriteit niet over tot de
overdracht, de afschrijving, de omzetting of de maat-
regel in kwestie. Indien de afwikkelingsautoriteit reeds
opdracht tot de overdracht, de afschrijving, de omzet-
ting of de maatregel heeft gegeven, is deze opdracht
met betrekking tot de desbetreffende activa, aandelen,
eigendomsinstrumenten of verbintenissen nietig.”.
Art. 47
In Titel VIII van Boek II van dezelfde wet wordt een
Hoofdstuk VI/1 ingevoegd, dat uit een artikel 281/2 be-
staat, luidende:
“HOOFDSTUK VI/1. Bevoegdheid tot handhaving van
door andere lidstaten genomen maatregelen
Art. 281/2. § 1. Wanneer een overdracht van aande-
len, andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of
verbintenissen uitgevoerd met toepassing van Richtlijn
2014/59/EU door de afwikkelingsautoriteit van een an-
dere lidstaat, activa omvat die zich in België bevinden,
dan wel rechten of verbintenissen naar Belgisch recht,
heeft deze overdracht uitwerking in België of krachtens
het Belgische recht.
§ 2. De afwikkelingsautoriteit verleent aan de af-
wikkelingsautoriteit van een andere lidstaat bedoeld
in paragraaf 1 die de overdracht heeft uitgevoerd of
voornemens is uit te voeren, alle redelijke bijstand om
te waarborgen dat de aandelen of andere eigendomsin-
strumenten of activa, rechten of verbintenissen overeen-
komstig alle toepasselijke vereisten aan de ontvanger
worden overgedragen.
§ 3. De aandeelhouders, schuldeisers en derden die
door de in paragraaf 1 bedoelde overdracht van aande-
len, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of
verbintenissen worden getroffen, zijn niet gerechtigd de
overdracht te verhinderen, te betwisten of te vernietigen,
zelfs indien in een dergelijk recht voorzien is door het op
de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, rechten
of verbintenissen toepasselijk recht, onverminderd het
bepaalde in Hoofdstuk IX.
§ 2. Si l’autorité de résolution estime, bien que les
mesures nécessaires aient été prises par le curateur ou
toute autre personne, conformément au paragraphe 1er,
1°, qu’il est très peu probable que le transfert, la conver-
sion ou la mesure prenne effet concernant certains biens
situés dans un pays tiers ou certaines actions, autres
titres de propriété, droits ou engagements régis par le
droit d’un pays tiers, l’autorité de résolution ne réalise
pas le transfert, la dépréciation, la conversion ou la
mesure. Si l’autorité de résolution a déjà donné l’ordre
de réaliser le transfert, la dépréciation, la conversion ou
la mesure, cet ordre est tenu pour nul pour ce qui est
des biens, actions, titres de propriété ou engagements
concernés.”.
Art. 47
Dans le Titre VIII du Livre II de la même loi, il est
inséré un Chapitre VI/1, comportant un article 281/2,
rédigé comme suit:
“CHAPITRE VI/1. Pouvoir de faire appliquer des
mesures par d’autres États membres
Art. 281/2. § 1er. Lorsqu’un transfert d’actions,
d’autres titres de propriété, ou d’actifs, de droits ou
d’engagements opéré en vertu de la Directive 2014/59/
UE par l’autorité de résolution d’un autre État membre
comprend des actifs situés en Belgique ou des droits
ou engagements relevant du droit belge, ce transfert
produit ses effets en Belgique ou en vertu du droit belge.
§ 2. L’autorité de résolution prête à l’autorité de réso-
lution d’un autre État membre visée au paragraphe 1er
qui a procédé, ou entend procéder, au transfert, toute
l’assistance raisonnablement nécessaire pour garantir
que le transfert des actions ou autres titres de propriété
ou des actifs, droits ou engagements à l’entité réceptrice
respecte toutes les exigences applicables.
§ 3. Les actionnaires, les créanciers et les tiers
affectés par le transfert d’actions, d’autres titres de
propriété, d’actifs, de droits ou d’engagements visé au
paragraphe 1er ne peuvent pas empêcher, contester ou
annuler le transfert même si un tel droit est prévu sous
la loi applicable à ces actions, autres titres de propriété,
droits ou engagements, sans préjudice du Chapitre IX.
27
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 4. Wanneer de afwikkelingsautoriteit van een an-
dere lidstaat afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden
uitoefent, onder meer met betrekking tot kapitaalinstru-
menten in overeenstemming met artikel 59 van Richtlijn
2014/59/EU, en de in aanmerking komende schulden
of relevante kapitaalinstrumenten van de instelling in
afwikkeling instrumenten of verbintenissen omvatten
die vallen onder het Belgische recht of verbintenissen
die verschuldigd zijn aan in België gevestigde schuld-
eisers, wordt de hoofdsom van deze verbintenissen of
instrumenten verlaagd of worden deze verbintenissen
of instrumenten omgezet op grond van de uitoefening
van de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden door
de afwikkelingsautoriteit van de andere lidstaat.
§ 5. De schuldeisers die getroffen worden door de in
paragraaf 4 bedoelde uitoefening van afschrijvings- of
omzettingsbevoegdheden, zijn niet gerechtigd om de
verlaging van de hoofdsom van het instrument of de
verbintenissen dan wel, al naar gelang het geval, de
omzetting ervan te betwisten, onverminderd het be-
paalde in Hoofdstuk IX.
§ 6. In geval van overdracht van aandelen, andere
eigendomsinstrumenten of activa, van rechten of ver-
bintenissen die activa omvatten die zich in een andere
lidstaat bevinden of van rechten of verbintenissen die
onder het recht van een andere lidstaat vallen, of in
geval van uitoefening van afschrijvings- of omzettings-
bevoegdheden, met name ten aanzien van aanvul-
lende kapitaalinstrumenten met toepassing van artikel
250, en wanneer de in aanmerking komende schulden
of relevante kapitaalinstrumenten van de instelling
onderworpen zijn aan een afwikkelingsprocedure die
instrumenten of verbintenissen omvat die vallen onder
het recht van een andere lidstaat of verbintenissen
omvat jegens schuldeisers die gevestigd zijn in een
andere lidstaat, wordt het volgende bepaald door het
Belgisch recht:
1° het recht voor aandeelhouders, schuldeisers en
derden om door het instellen van een beroep op grond
van artikel 305 de hierboven bedoelde overdracht van
aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa,
rechten of verbintenissen te betwisten;
2° het recht voor schuldeisers om door het instellen
van een beroep op grond van artikel 305 de verlaging
van de hoofdsom of de omzetting van een instrument
of verbintenis als bedoeld in paragraaf 4 te betwisten;
3° de in Hoofdstuk VII bedoelde waarborgen voor
de hierboven bedoelde gedeeltelijke overdrachten van
activa, rechten of verbintenissen.”.
§ 4. Lorsque l’autorité de résolution d’un autre État
membre exerce les pouvoirs de dépréciation ou de
conversion, notamment à l’égard des instruments de
fonds propres conformément à l’article 59 de la Directive
2014/59/UE, et que les dettes éligibles ou les instru-
ments de fonds propres pertinents de l’établissement
soumis à une procédure de résolution comprennent des
instruments ou des engagements régis par le droit belge
ou des engagements envers des créanciers établis en
Belgique, le montant du principal de ces engagements
ou instruments est réduit, ou ces engagements ou instru-
ments sont convertis, comme à la suite de l’exercice des
pouvoirs de dépréciation ou de conversion par l’autorité
de résolution de l’autre État membre.
§ 5. Les créanciers affectés par l’exercice des pou-
voirs de dépréciation ou de conversion visés au para-
graphe 4 n’ont pas le droit de contester la réduction du
montant du principal de l’instrument ou de l’engagement
ou, selon le cas, la conversion de l’instrument ou de
l’engagement, sans préjudice du Chapitre IX.
§ 6. En cas de transfert d’actions, d’autres titres
de propriété, ou d’actifs, de droits ou d’engagements
comprenant des actifs situés dans un autre État membre
ou des droits ou engagements relevant du droit d’un
autre État membre, ou en cas d’exercice des pouvoirs
de dépréciation ou de conversion, notamment à l’égard
d’instruments de fonds propres additionnels confor-
mément à l’article 250, et dans le cas où les dettes
éligibles ou les instruments de fonds propres pertinents
de l’établissement soumis à une procédure de résolution
comprennent des instruments ou des engagements
régis par la législation d’un autre État membre ou des
engagements envers des créanciers établis dans un
autre État membre, les éléments suivants sont déter-
minés conformément au droit belge:
1° le droit des actionnaires, des créanciers et des
tiers de contester le transfert, visé ci-dessus d’actions,
d’autres titres de propriété, d’actifs, de droits ou
d’engagements, en introduisant un recours en vertu
de l’article 305;
2° le droit des créanciers de contester la réduction du
montant principal, ou la conversion, d’un instrument ou
d’un engagement visé au paragraphe 4, en introduisant
un recours en vertu de l’article 305;
3° les mesures de sauvegarde visées au Chapitre
VII pour les transferts partiels d’actifs, de droits ou
d’engagements susmentionnés.”.
28
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 48
Artikel 312 van dezelfde wet wordt aangevuld met
een vijfde paragraaf, luidende:
“§ 5. Wanneer een kredietinstelling die onder het recht
van een andere lidstaat ressorteert, een beroep wenst
te doen op in België gevestigde verbonden agenten
om er beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede
nevendiensten te verrichten, zijn de paragrafen 1, 2 en
4 van overeenkomstige toepassing. Voor de toepas-
sing van deze Titel worden deze verbonden agenten
gelijkgesteld met een bijkantoor van de kredietinstelling.
De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de voor
het toezicht op de naleving van de gedragsregels re-
levante elementen in het informatiedossier en van de
regels met betrekking tot verbonden agenten.”.
Art. 49
Artikel 313 van dezelfde wet wordt aangevuld met
een paragraaf 3, luidende:
“§ 3. Wanneer een kredietinstelling die onder het
recht van een andere lidstaat ressorteert, in België
beleggingsdiensten of -activiteiten alsmede nevendien-
sten wil verrichten met inschakeling van in die andere
lidstaat gevestigde verbonden agenten, is paragraaf
1 van overeenkomstige toepassing.
De Bank maakt op haar website de identiteitsgege-
vens bekend van de verbonden agenten waarop de
kredietinstelling van plan is een beroep te doen.”.
Art. 50
In artikel 329 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden “met
toepassing van Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door
de woorden “met toepassing van Richtlijn 2014/65/EU
en Verordening nr. 600/2014”;
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de laatste zin
vervangen als volgt:
“De Europese Commissie en Europese Autoriteit
voor effecten en markten worden onmiddellijk van deze
maatregelen in kennis gesteld.”;
Art 48
L’article 312 de la même loi, est complété par un
paragraphe 5 rédigé comme suit:
“§ 5. Lorsqu’un établissement de crédit relevant
du droit d’un autre État membre souhaite recourir à
des agents liés établis en Belgique pour y fournir des
services d’investissement et/ou exercer des activités
d’investissement et proposer des services auxiliaires,
les paragraphes 1er, 2 et 4 sont applicables par analogie.
Pour les besoins du présent Titre, ces agents liés sont
assimilés à une succursale de l’établissement de crédit.
La Banque communique à la FSMA les éléments du
dossier d’information qui sont pertinents pour le contrôle
du respect des règles de conduite et des règles relatives
aux agents liés.”.
Art. 49
L’article 313 de la même loi est complété par un
paragraphe 3 rédigé comme suit:
“§ 3. Lorsqu’un établissement de crédit relevant
du droit d’un autre État membre souhaite fournir des
services d’investissement ou exercer des activités
d’investissement et proposer des services auxiliaires en
Belgique par l’intermédiaire d’agents liés établis dans
cet autre État membre, le paragraphe 1er est applicable
par analogie.
L’autorité de contrôle publie sur son site internet
l’identité des agents liés auxquels l’établissement de
crédit entend recourir.”.
Art. 50
Dans l’article 329 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots “en
application de la Directive 2004/39/CE” sont remplacés
par les mots “en application de la Directive 2014/65/UE
et du Règlement n° 600/2014”;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la dernière phrase
est remplacée par ce qui suit:
“La Commission européenne et l’Autorité européenne
des marchés fi nanciers sont informées sans délai de
l’adoption de ces mesures.”;
29
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
3° in paragraaf 1 wordt een derde lid inge-
voegd, luidende:
“In het in het tweede lid bedoelde geval kan de
toezichthouder de zaak voorleggen aan de Europese
Autoriteit voor effecten en markten en om haar bijstand
verzoeken overeenkomstig artikel 19 van Verordening
nr. 1095/2010.”;
4° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven;
5° in paragraaf 3 wordt een derde lid inge-
voegd, luidende:
“Indien de in paragraaf 2, eerste en tweede lid be-
doelde overtredingen van een kredietinstelling, in weer-
wil van deze maatregelen, blijven aanhouden, neemt de
toezichthouder, in voorkomend geval op verzoek van
de FSMA, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat
van herkomst daarvan in kennis te hebben gesteld, de
nodige maatregelen om de deposanten, de beleggers
en andere cliënten en de goede werking van de markten
te beschermen.”;
6° in paragraaf 4 worden de woorden “en aan de
Europese Autoriteit voor effecten en markten” ingevoegd
tussen de woorden “aan de Europese Commissie”
en de woorden “, volgens de frequentie” en wordt het
woord “laatstgenoemde” vervangen door het woord
“eerstgenoemde”.
Art. 51
In artikel 333, § 4, van dezelfde wet worden de woor-
den “of de beleggers” ingevoegd tussen de woorden
“voor de bescherming van de spaarders” en de woorden
“of voor een gezond en voorzichtig beleid”.
Art. 52
Artikel 336 van dezelfde wet, waarvan de bestaande
tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een
paragraaf 2, luidende:
“§ 2. Het Belgische bijkantoor van de kredietinstel-
ling kan slechts fi nanciële instrumenten van cliënten in
ontvangst nemen indien, bij opening van een insolven-
tieprocedure tegen de kredietinstelling in het derde land,
de wetgeving inzake dergelijke procedures het zakelijk
eigendomsrecht als bedoeld in artikel 13, tweede lid van
het koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 be-
treffende de bewaargeving van vervangbare fi nanciële
instrumenten en de vereffening van transacties op deze
instrumenten, gecoördineerd op 27 januari 2004, erkent
3° dans le paragraphe 1er, il est inséré un alinéa 3,
rédigé comme suit:
“Dans le cas visé à l’alinéa 2, l’autorité de contrôle
peut saisir l’Autorité européenne des marchés fi nanciers
et demander son assistance conformément à l’article
19 du Règlement n° 1095/2010.”;
4° dans le paragraphe 2, l’alinéa 3 est abrogé;
5° dans le paragraphe 3, il est inséré un alinéa 3,
rédigé comme suit:
“Si, en dépit de ces mesures, les manquements visés
au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, persistent dans le chef
d’un établissement de crédit, l’autorité de contrôle, le
cas échéant à la demande de la FSMA, prend, après
en avoir informé les autorités compétentes de l’État
membre d’origine de l’établissement de crédit, toutes
les mesures appropriées pour protéger les déposants,
les investisseurs et autres clients et pour préserver le
bon fonctionnement des marchés.”;
6° dans le paragraphe 4, les mots “et à l’Autorité
européenne des marchés fi nanciers” sont insérés entre
les mots “à la Commission européenne” et “, selon la
périodicité fi xée” et le mot “celle-ci” est remplacé par
les mots “la première”.
Art. 51
Dans l’article 333, § 4, de la même loi, les mots
“ou des investisseurs” sont insérés entre les mots “la
protection des épargnants” et les mots “ou la gestion
saine et prudente”.
Art. 52
L’article 336, de la même loi, dont le texte actuel
formera le paragraphe 1er, est complété par un para-
graphe 2, rédigé comme suit:
“§ 2. La succursale belge de l’établissement de crédit
ne peut recevoir des instruments fi nanciers de clients
que si, en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à
l’encontre de l’établissement de crédit dans le pays tiers,
le droit régissant cette procédure reconnaît le droit réel
de copropriété prévu à l’article 13, alinéa 2 de l’arrêté
royal n° 62 du 10 novembre 1967 relatif au dépôt d’ins-
truments fi nanciers fongibles et à la liquidation d’opéra-
tionssur ces instruments, coordonné le 27 janvier 2004,
dans le chef des investisseurs ayant déposé leurs
30
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voor de beleggers die hun fi nanciële instrumenten bij
het Belgische bijkantoor hebben gedeponeerd, of indien
deze wetgeving aan de belegger een recht toekent ten
gevolge van de bewaargeving van de fi nanciële instru-
menten, dat een zakelijk recht vormt op grond waarvan
hij een vordering tot teruggave kan uitoefenen op deze
fi nanciële instrumenten, met uitsluiting van een louter
vorderingsrecht.”.
Art. 53
In artikel 337 van dezelfde wet wordt het artikelnum-
mer “, 136/1” ingevoegd tussen het artikelnummer “136”
en de woorden “en 139 zijn”.
Art. 54
In artikel 345 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden “of
Verordening nr. 600/2014”;
2° in het tweede lid worden de woorden “Richtlijn
2004/39/EG” vervangen door de woorden “Richtlijn
2014/65/EU”.
Art. 55
In artikel 346 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in § 1, a), worden de woorden “of van Verordening
nr. 575/2013” vervangen door de woorden “, van
Verordening nr. 575/2013 of Verordening nr. 600/2014”;
2° in § 4 worden de woorden “door de Administratie
van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen”
vervangen door de woorden “door de Algemene
Administratie van de Inning en de Invordering van de
Federale Overheidsdienst Financiën”;
3° in § 5 worden de woorden “Richtlijn 2004/39/EG”
vervangen door de woorden “Richtlijn 2014/65/EU”.
Art. 56
In artikel 347 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in § 1 worden de woorden “of Verordening
nr. 600/2014” ingevoegd tussen de woorden “of op
instruments fi nanciers auprès de la succursale belge
ou confère à l’investisseur un droit à la suite du dépôt
des instruments fi nanciers qui est constitutif d’un droit
réel permettant l’exercice d’une revendication sur ces
instruments fi nanciers, à l’exclusion d’un simple droit
de créance.”.
Art. 53
Dans l’article 337 de la même loi, le numéro d’article
“, 136/1” est inséré entre le numéro d’article “136” et les
mots “et 139 sont”.
Art. 54
Dans l’article 345 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° l’alinéa 1er est complété par les mots “ou du
Règlement n° 600/2014”;
2° à l’alinéa 2, les mots “Directive 2004/39/CE” sont
remplacés par les mots “Directive 2014/65/UE”.
Art. 55
Dans l’article 346, de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au § 1er, a), les mots “ou du Règlement n° 600/2014”
sont insérés entre les mots “du Règlement n° 575/2013”
et le mot “ou;”;
2° au § 4, les mots “par l’Administration du Cadastre,
de l’Enregistrement et des Domaines” sont rempla-
cés par les mots “par l’Administration générale de la
Perception et du Recouvrement au sein du Service
Public Fédéral Finances”;
3° au § 5, les mots “directive 2004/39/CE” sont rem-
placés par les mots “Directive 2014/65/UE”.
Art. 56
Dans l’article 347 de la même loi, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au § 1er, les mots “ou du Règlement n° 600/2014”
sont insérés entre les mots “ou au Règlement
31
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Verordening nr. 575/2013” en de woorden “of indien zij
een inbreuk vaststelt”;
2° in § 3 worden de woorden “door de Administratie
van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen”
vervangen door de woorden “door de Algemene
Administratie van de Inning en de Invordering van de
Federale Overheidsdienst Financiën”;
3° in § 5 worden de woorden “Richtlijn 2004/39/EG”
vervangen door de woorden “Richtlijn 2014/65/EU”.
Art. 57
Artikel 348 van dezelfde wet wordt aangevuld met
een paragraaf 4, luidende:
“§ 4. De fi nanciële tussenpersonen bedoeld in artikel
2, 9° van de wet van 2 augustus 2002 of diegenen die
optreden in naam van een dergelijke tussenpersoon,
die fi nanciële instrumenten van een cliënt zonder de
krachtens artikel 65, § 1, vereiste toestemming op om
het even welke wijze gebruiken in hun eigen voordeel
of in het voordeel van derden, worden beschouwd als
schuldig aan misbruik van vertrouwen en gestraft met de
in artikel 491 van het Strafwetboek bepaalde straffen.”.
Art. 58
In dezelfde wet wordt het opschrift van Boek VIII
vervangen als volgt:
“BOEK VIII. BELEGGERS- EN DEPOSITO-
BESCHERMINGSREGELINGEN”
Art. 59
In Boek VIII van dezelfde wet wordt een Titel I inge-
voegd, die bestaat uit de artikelen 380 tot 384/1, met
als opschrift:
“Titel I. Depositobeschermingsregeling”
Art. 60
In artikel 380, tweede lid, van dezelfde wet worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse versie wordt in de laatste zin het
woord “égale” vervangen door het woord “équivalente”;
n° 575/2013” et les mots “ou lorsqu’elle constate une
infraction”;
2° au § 3, les mots “par l’Administration du Cadastre,
de l’Enregistrement et des Domaines” sont rempla-
cés par les mots “par l’Administration générale de la
Perception et du Recouvrement au sein du Service
Public Fédéral Finances”;
3° au § 5, les mots “directive 2004/39/CE” sont rem-
placés par les mots “Directive 2014/65/UE”.
Art. 57
L’article 348 de la même loi est complété par un
paragraphe 4, rédigé comme suit:
“§ 4. Sont considérés comme coupables d’abus
de confi ance et punis des peines prévues par l’article
491 du Code pénal, les intermédiaires fi nanciers visés à
l’article 2, 9°, de la loi du 2 août 2002 ou ceux agissant
au nom d’un tel intermédiaire, qui utilisent d’une manière
quelconque à leur profi t personnel ou au profi t de tiers,
des instruments fi nanciers appartenant à un client sans
l’autorisation requise en vertu de l’article 65, § 1er.”.
Art. 58
Dans la même loi, l’intitulé du Livre VIII est remplacé
par ce qui suit:
“LIVRE VIII. DES SYSTÈMES DE PROTECTION DES
DÉPÔTS ET DES INVESTISSEURS”
Art. 59
Dans le Livre VIII de la même loi, il est inséré un
Titre Ier, comportant les articles 380 à 384/1, intitulé
comme suit:
“Titre Ier. Du Système de protection des dépôts”
Art. 60
Dans l’article 380, alinéa 2, de la même loi, les modi-
fi cations suivantes sont apportées:
1° dans la dernière phrase, le mot “égale” est rem-
placé par le mot “équivalente”;
32
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° de laatste zin wordt aangevuld met de woorden “,
voor wat betreft de gedekte activa en het vastgestelde
dekkingsniveau”.
Art. 61
In artikel 381, tweede lid, van dezelfde wet, laatste-
lijk gewijzigd bij de wet van 22 april 2016 worden de
woorden “een kredietinstelling naar Belgisch recht”
vervangen door de woorden “een in artikel 380 bedoelde
kredietinstelling”.
Art. 62
In Boek VIII van dezelfde wet wordt een Titel II inge-
voegd, die de artikelen 384/2 tot 384/6 bevat, luidende:
“Titel II. Beleggersbeschermingsregeling”
Art. 384/2. Iedere in België gevestigde kredietinstel-
ling moet deelnemen aan een collectieve beleggers-
beschermingsregeling waaraan zij bijdraagt en die tot
doel heeft aan bepaalde categorieën van beleggers een
schadevergoeding toe te kennen wanneer het faillis-
sement van een dergelijke instelling is uitgesproken of
wanneer de toezichthouder de in artikel 384/3, tweede
lid, bedoelde beslissing heeft genomen ten aanzien van
een dergelijke instelling.
Het eerste lid geldt niet voor de bijkantoren van kre-
dietinstellingen die onder het recht van een andere lid-
staat ressorteren. Het geldt evenmin voor de bijkantoren
van kredietinstellingen die onder het recht van een derde
land ressorteren en waarvan de verbintenissen door een
beleggersbeschermingsregeling van die staat minstens
op evenwaardige wijze gedekt zijn als in het kader van
de in het eerste lid bedoelde regeling, voor wat betreft
de gedekte activa en het vastgestelde dekkingsniveau.
Het Garantiefonds neemt het beheer en de verrich-
tingen van de beleggersbeschermingsregeling waar.
Art. 384/3. De toezichthouder informeert het
Garantiefonds zo spoedig mogelijk ingeval hij problemen
op het spoor komt die waarschijnlijk tot de interventie
van de beleggersbeschermingsregeling zullen leiden.
Behalve in de gevallen waarin het faillissement is
uitgesproken, neemt de toezichthouder de beslissing
waarmee wordt vastgesteld dat een in artikel 384/2 be-
doelde kredietinstelling, om redenen die rechtstreeks
verband houden met haar fi nanciële positie, niet in staat
lijkt te zijn te voldoen aan haar verplichtingen jegens de
2° la dernière phrase est complétée par les mots
“, quant aux actifs couverts et au niveau de couver-
ture prévu”.
Art. 61
Dans l’article 381, alinéa 2, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 22 avril 2016, les mots “un éta-
blissement de crédit de droit belge” sont remplacés par
les mots “un établissement de crédit visé à l’article 380”.
Art. 62
Dans le Livre VIII de la même loi, il est inséré un
Titre II, comportant les articles 384/2 à 384/6, rédigé
comme suit:
“Titre II. Du Système de protection des investisseurs
Art. 384/2. Les établissements de crédit établis en
Belgique doivent participer à un système collectif de pro-
tection des investisseurs auquel ils contribuent et visant
à accorder à certaines catégories d’investisseurs une
indemnisation lorsque la faillite d’un tel établissement
est prononcée ou lorsque l’autorité de contrôle a pris la
décision visée à l’article 384/3, alinéa 2, à l’égard d’un
tel établissement.
L’alinéa 1er n’est pas applicable aux succursales
d’établissements de crédit relevant du droit d’un autre
État membre. Il n’est également pas applicable aux
succursales d’établissements de crédit relevant du droit
d’un pays tiers et dont les engagements sont couverts
par un système de protection des investisseurs de cet
État dans une mesure au moins équivalente à celle
résultant du système visé à l’alinéa 1er, quant aux actifs
couverts et au niveau de couverture prévu.
Le Fonds de garantie assure la gestion et les opéra-
tions du système de protection des investisseurs.
Art. 384/3. L’autorité de contrôle informe dans les
meilleurs délais le Fonds de garantie lorsqu’elle décèle
des problèmes susceptibles de donner lieu à l’interven-
tion du système de protection des investisseurs.
Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée,
l’autorité de contrôle prend la décision constatant
que, pour des raisons liées directement à sa situation
fi nancière, un établissement de crédit visé à l’article
384/2 n’apparaît pas en mesure de remplir ses obliga-
tions à l’égard des investisseurs en matière de restitution
33
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beleggers tot terugbetaling van de fi nanciële instrumen-
ten die voor hun rekening worden gehouden of die de
kredietinstelling verschuldigd is, en dat de kredietinstel-
ling daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat zal
zijn. Deze vaststelling geschiedt zo spoedig mogelijk en
in elk geval uiterlijk vijf werkdagen nadat voor het eerst
is vastgesteld dat de kredietinstelling heeft nagelaten
een fi nancieel instrument terug te betalen.
Het Fonds zorgt voor de in artikel 384/4 bedoelde
schadeloosstelling binnen drie maanden nadat de
vordering van de belegger in aanmerking is genomen
en het bedrag van die vordering is vastgesteld. De toe-
zichthouder kan deze termijn verlengen met ten hoog-
ste drie maanden. Deze verlenging mag enkel worden
toegestaan in zeer uitzonderlijke omstandigheden en
in specifi eke gevallen.
De kredietinstelling, of, als deze failliet is, de curator,
deelt te allen tijde en op verzoek van het Garantiefonds
alle gegevens mee die deze laatste nodig heeft om
de in artikel 384/4 bedoelde schadevergoeding toe te
kennen aan de beleggers. De Koning kan de nadere
regels bepalen voor de uitwisseling van de gegevens
tussen de kredietinstelling of curator, enerzijds, en het
Garantiefonds, anderzijds.
Indien er twijfels rijzen over de juistheid van de gege-
vens die het Garantiefonds in uitvoering van het vorige
lid heeft ontvangen, kijkt de kredietinstelling of de curator
deze op zijn verzoek na en deelt in voorkomend geval
de verbeterde gegevens mee aan het Garantiefonds.
Art. 384/4. Onverminderd eventuele franchises
overeenkomstig het Europese recht, voorziet de door
het Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermings-
regeling, tot een bedrag van maximum 20 000 euro per
belegger en per kredietinstelling die aan deze regeling
deelneemt, in een schadevergoeding voor niet-terugbe-
taling van fi nanciële instrumenten die voor rekening van
de beleggers worden gehouden of die de kredietinstel-
ling verschuldigd is, ongeacht de munteenheid waarin
de fi nanciële instrumenten zijn uitgedrukt.
Art. 384/5. De Koning bepaalt welke informatie de
kredietinstellingen aan de beleggers moeten verstrek-
ken over de dekking van hun tegoeden ingevolge de
voornoemde regeling.
De aanwending voor reclamedoeleinden van de in het
eerste lid bedoelde informatie is beperkt tot de loutere
vermelding van de beleggersbeschermingsregeling
die een garantie biedt voor de fi nanciële instrumenten
waarop de reclame betrekking heeft. De Koning kan
toestaan dat aanvullende informatie wordt meegedeeld.
des instruments fi nanciers qui sont détenus pour leur
compte ou dont l’établissement de crédit est redevable
et que l’établissement de crédit ne sera pas en mesure
de le faire dans un futur rapproché. Ce constat est fait
dès que possible, et en tout état de cause au plus tard
cinq jours ouvrables après avoir établi pour la première
fois que l’établissement de crédit a omis de restituer un
instrument fi nancier.
Le Fonds de garantie assure l’indemnisation visé à
l’article 384/4 dans un délai de trois mois après que
l’éligibilité et le montant de la créance de l’investisseur
ont été établis. L’autorité de contrôle peut décider une
prolongation ne dépassant pas trois mois. Cette pro-
longation ne peut être accordée que dans des circons-
tances très exceptionnelles et pour des cas particuliers.
L’établissement de crédit ou, si celui-ci est en fail-
lite, le curateur communique à tout moment et à la
demande du Fonds de garantie, toutes les données
dont ce dernier a besoin pour assurer l’indemnisation
des investisseurs visée à l’article 384/4. Le Roi peut
défi nir les règles relatives à l’échange des données
entre l’établissement de crédit, ou le curateur, d’une
part, et le Fonds de garantie, d’autre part.
S’il y a un doute concernant l’exactitude des données
que le Fonds de garantie a reçues en exécution de l’ali-
néa précédent, l’établissement de crédit ou le curateur
les vérifi e à sa demande et lui transfère, le cas échéant,
les données corrigées.
Art. 384/4. Sans préjudice d’éventuelles franchises
conformes au droit européen, le système de protection
des investisseurs institué par le Fonds de garantie
prévoit une indemnisation pour toute non-restitution
d’instruments fi nanciers qui sont détenus pour le compte
des investisseurs ou dont l’établissement de crédit est
redevable, jusqu’à un plafond de 20 000 euros par
investisseur et par établissement de crédit adhérant à
ce système, quelle que soit la devise dans laquelle les
instruments fi nanciers sont libellés.
Art. 384/5. Le Roi règle le contenu de l’information
à procurer aux investisseurs par les établissements de
crédit concernant la couverture de leurs avoirs résultant
du système précité.
L’usage publicitaire des informations visées à l’ali-
néa 1er est limité à une simple mention du système de
protection des investisseurs qui garantit les instruments
fi nanciers visés dans la publicité. Le Roi peut autoriser
la communication d’informations complémentaires.
34
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De FSMA ziet toe op de naleving van dit artikel en de
ter uitvoering ervan genomen besluiten. Voor de uitvoe-
ring van deze opdracht beschikt zij over de bevoegdhe-
den bedoeld in de artikelen 34, § 1, 1°, 35, §§ 1 en 2, 36,
36bis en 37 van de wet van 2 augustus 2002.
Art. 384/6. Het Garantiefonds treft de nodige maat-
regelen en schikkingen om de bijkantoren van krediet-
instellingen die onder het recht van een andere lidstaat
ressorteren, in staat te stellen deel te nemen aan de be-
leggersbeschermingsregeling die het beheert, teneinde,
binnen de grenzen van deze regeling, de waarborgen
verstrekt door de regeling waaraan de instelling in haar
staat deelneemt, aan te vullen.
Indien het bijkantoor dat de mogelijkheid van het
eerste lid heeft benut, zijn verplichtingen ten aanzien
van de beleggersbeschermingsregeling niet nakomt,
wendt het Garantiefonds zich in samenwerking met de
toezichthouder tot de bevoegde autoriteit die de vergun-
ning heeft verleend aan de kredietinstelling waarvan het
bijkantoor afhangt. Indien de toestand niet binnen twaalf
maanden wordt verholpen, kan het Garantiefonds, op
eensluidend advies van deze autoriteit, het bijkantoor
uitsluiten na afl oop van een opzeggingstermijn van
twaalf maanden. De termijnverbintenissen van voor de
uitsluiting blijven gedekt door de beschermingsregeling
tot ze vervallen. De andere tegoeden die vóór de uit-
sluiting werden gehouden, blijven nog twaalf maanden
gedekt. De beleggers worden door het bijkantoor of, zo
niet, door de toezichthouder op de hoogte gebracht van
het verval van de dekking.”.
Art. 63
Artikel 418 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 64
In Boek IX, Titel III van dezelfde wet, ingevoegd bij
het koninklijk besluit van 26 december 2016, wordt een
artikel 419/3 ingevoegd, luidende:
“Art. 419/3. Voor de toepassing van de artikelen
384/2 tot 384/6 dienen de woorden “het Garantiefonds”
begrepen te worden als het Beschermingsfonds voor
deposito’s en financiële instrumenten dat optreedt
krachtens de wet van 17 december 1998 tot oprich-
ting van een beschermingsfonds voor deposito’s en
fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de
beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële
instrumenten, tot op de datum waarop zijn opdrachten
aan het Garantiefonds worden overgedragen.”.
La FSMA veille au respect de l’application du présent
article et des arrêtés pris pour son exécution. Pour
l’exercice de cette mission de surveillance, elle dispose
des compétences visées aux articles 34, § 1er, 1°, 35,
§§ 1er et 2, 36, 36bis et 37 de la loi du 2 août 2002.
Art. 384/6. Le Fonds de garantie prend les mesures
et dispositions nécessaires pour permettre aux suc-
cursales des établissements de crédit relevant du droit
d’un autre État membre de participer au système de
protection des investisseurs dont il assume la gestion,
en vue de compléter, dans les limites de ce système,
les garanties procurées par le système auquel l’établis-
sement adhère dans son État.
Si la succursale qui a fait usage de la faculté prévue
par l’alinéa 1er ne remplit pas ses obligations envers le
système de protection des investisseurs, le Fonds de
garantie, en collaboration avec l’autorité de contrôle,
en saisit l’autorité compétente qui a délivré l’agrément
à l’établissement de crédit dont relève la succursale. À
défaut de redressement de la situation, dans les douze
mois, le Fonds de garantie peut, de l’avis conforme
de cette autorité, exclure la succursale au terme d’un
préavis de douze mois. Les engagements à terme anté-
rieurs à l’exclusion restent couverts par le système de
protection, jusqu’à leur terme. Les autres avoirs détenus
antérieurement à l’exclusion restent couverts pendant
douze mois. Les investisseurs sont informés par la
succursale, ou, à défaut, par l’autorité de contrôle, de
la cessation de la couverture.”.
Art. 63
L’article 418 de la même loi est abrogé.
Art. 64
Dans le Livre IX, Titre III de la même loi, inséré par
l’arrêté royal du 26 décembre 2015, il est inséré un
article 419/3, rédigé comme suit:
“Art. 419/3. Aux fi ns des articles 384/2 à 384/6,
les mots “Fonds de garantie” doivent s’entendre
comme le Fonds de protection des dépôts et des
instruments fi nanciers agissant en vertu de la loi du
17 décembre 1998 créant un fonds de protection des
dépôts et des instruments fi nanciers et réorganisant les
systèmes de protection des dépôts et des instruments
fi nanciers, jusqu’à la date à laquelle ses missions sont
transférées au Fonds de garantie.”.
35
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 65
In artikel 423 van dezelfde wet, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 26 december 2016, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “in de
zin van artikel 164, § 2, 3°,” vervangen door de woorden
“in de zin van artikel 164, § 2, 3°, en van de artikelen
574 en 575”;
2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “in de
zin van artikel 164, § 2, 4°,” vervangen door de woorden
“in de zin van artikel 164, § 2, 4°, en van de artikelen
574 en 575”;
3° er wordt een bepaling onder 2°/1 inge-
voegd, luidende:
“2°/1 EER-moederbeursvennootschap, een moe-
derbeursvennootschap die geen dochteronderneming
is van een andere beursvennootschap of kredietinstel-
ling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is
verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte
fi nanciële holding of gemengde fi nanciële holding;”;
4° er wordt een bepaling onder 2°/2 inge-
voegd, luidende:
“2°/2 moederbeursvennootschap in een lidstaat, een
beursvennootschap die een beursvennootschap, een
kredietinstelling of een fi nanciële instelling als dochter-
onderneming heeft of die een deelneming heeft in een
beursvennootschap, kredietinstelling of fi nanciële instel-
ling en zelf geen dochteronderneming is van een andere
beursvennootschap of een kredietinstelling waaraan
in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van
een in dezelfde lidstaat opgerichte fi nanciële holding of
gemengde fi nanciële holding;”;
5° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt:
“10° EER-moederonderneming: een EER-moeder-
kredietinstelling, een EER-moederbeursvennootschap,
een fi nanciële EER-moederholding of een gemengde
fi nanciële EER-moederholding;”;
6° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt:
“11° moederonderneming in een lidstaat: een moeder-
kredietinstelling in een lidstaat, een moederbeursven-
nootschap in een lidstaat, een fi nanciële moederholding
in een lidstaat of een gemengde fi nanciële moederhol-
ding in een lidstaat;”;
Art. 65
Dans l’article 423 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° au 1°, les mots “au sens de l’article 164, § 2, 3°,”
sont remplacés par les mots “au sens de l’article 164,
§ 2, 3°, et des articles 574 et 575”;
2° au 2°, les mots “au sens de l’article 164, § 2, 4°,”
sont remplacés par les mots “au sens de l’article 164,
§ 2, 4°, et des articles 574 et 575”;
3° il est inséré un 2°/1 rédigé comme suit:
“2°/1 société de bourse mère dans l’EEE, une société
de bourse mère qui n’est pas une fi liale d’une autre
société de bourse ou d’un établissement de crédit agréé
dans un État membre ou d’une compagnie fi nancière
ou compagnie fi nancière mixte constituée dans un
État membre;”;
4° il est inséré un 2°/2 rédigé comme suit:
“2°/2 société de bourse mère dans un État membre,
une société de bourse qui a comme fi liale une société
de bourse, un établissement de crédit ou un établisse-
ment fi nancier, ou qui détient une participation dans
une société de bourse, un établissement de crédit ou
un établissement fi nancier, et qui n’est pas elle-même
une fi liale d’une autre société de bourse ou d’un établis-
sement de crédit agréés dans le même État membre ou
d’une compagnie fi nancière ou compagnie fi nancière
mixte constituée dans le même État membre;”;
5° le 10° est remplacé par ce qui suit:
“10° entreprise mère dans l’EEE, un établissement
de crédit mère dans l’EEE, une société de bourse mère
dans l’EEE, une compagnie fi nancière mère dans l’EEE
ou une compagnie fi nancière mixte mère dans l’EEE;”;
6° le 11° est remplacé par ce qui suit:
“11° entreprise mère dans un État membre, un
établissement de crédit mère dans un État membre,
une société de bourse mère dans un État membre,
une compagnie fi nancière mère dans un État membre
ou une compagnie financière mixte mère dans un
État membre;”;
36
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
7° de bepaling onder 21° wordt opgeheven.
Art. 66
In artikel 424 van dezelfde wet, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
“1° kredietinstellingen die onder het recht van een
lidstaat ressorteren;”;
2° er wordt een bepaling onder 1°/1 inge-
voegd, luidende:
“1°/1 beursvennootschappen die onder het recht van
een lidstaat ressorteren en die overeenkomstig artikel
28, lid 2 van Richtlijn 2013/36/EU een minimumkapitaal
hebben van 730 000 euro;”;
3° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
“5° in een lidstaat gevestigde bijkantoren van kre-
dietinstellingen of beursvennootschappen die onder het
recht van een derde land ressorteren.”.
Art. 67
In artikel 426, § 2 van dezelfde wet, ingevoegd bij
het koninklijk besluit van 26 december 2015, worden
de woorden “overeenkomstig artikel 108, § 2, tweede
lid” vervangen door de woorden “overeenkomstig artikel
110, § 2, tweede lid”.
Art. 68
In artikel 470 van dezelfde wet, ingevoegd bij het ko-
ninklijk besluit van 26 december 2015, wordt paragraaf
1 vervangen als volgt:
“§ 1. Indien een kredietinstelling die onder het recht
van een derde land ressorteert of een moederonderne-
ming die onder het recht van een derde land ressorteert,
dochterondernemingen heeft in België en in een of meer
andere lidstaten of twee of meer bijkantoren heeft die in
het licht van de beoordelingscriteria van artikel 51, lid 1,
tweede alinea van Richtlijn 2013/36//EU als signifi cant
worden aangemerkt door België en door een of meer
andere lidstaten, richt de afwikkelingsautoriteit samen
met de betrokken buitenlandse afwikkelingsautoriteiten
een Europees afwikkelingscollege op.”.
7° le 21° est supprimé.
Art. 66
Dans l’article 424 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le 1° est remplacé par ce qui suit:
“1° établissements de crédit relevant du droit d’un
État membre;”;
2° il est inséré un 1°/1 rédigé comme suit:
“1°/1 aux sociétés de bourse relevant du droit d’un
État membre et dont le capital minimum s’élève, confor-
mément à l’article 28, paragraphe 2 de la Directive
2013/36/UE, à 730 000 euros;”;
3° le 5° est remplacé ce qui suit:
“5° succursales d’établissements de crédit ou de
sociétés de bourse relevant du droit d’un pays tiers,
établies dans un État membre.”.
Art. 67
Dans l’article 426, § 2 de la même loi, inséré par
l’arrêté royal du 26 décembre 2015, les mots “confor-
mément à l’article 108, § 2, alinéa 2” sont remplacés par
les mots “conformément à l’article 110, § 2, alinéa 2”.
Art. 68
Dans l’article 470 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, le paragraphe 1er est rem-
placé par ce qui suit:
“§ 1er. Lorsqu’un établissement de crédit relevant du
droit d’un pays tiers ou une entreprise mère relevant
du droit d’un pays tiers compte des fi liales établies
en Belgique et dans un ou plusieurs autres États
membres ou deux succursales ou plus considérées,
au regard des critères d’appréciation prévus à l’article
51, paragraphe 1er, alinéa 2 de la Directive 2013/36//UE,
comme d’importance signifi cative par la Belgique et
par un ou plusieurs autres États membres, l’autorité de
résolution instaure un collège d’autorités de résolution
européennes avec les autorités de résolution étrangères
concernées.”.
37
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 69
In artikel 480 van dezelfde wet, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
“1° activa van een kredietinstelling of moederonder-
neming die onder het recht van een derde land ressor-
teert, die zich in België bevinden of onder het Belgische
recht vallen;
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
2° rechten of verplichtingen van een kredietinstelling
die onder het recht van een derde land ressorteert, die
door haar in België gevestigde bijkantoor zijn geboekt,
onder het Belgische recht vallen, dan wel ingeval met
dergelijke rechten en verplichtingen samenhangende
vorderingen in België afdwingbaar zijn;”.
Art. 70
In artikel 483 van dezelfde wet, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst wordt de inleidende zin vervan-
gen als volgt:
“L’autorité de résolution, après avoir consulté les
autorités de résolution étrangères lorsqu’un collège
d’autorités de résolution européennes est institué, peut,
en application de l’article 479, refuser de reconnaître
ou d’exécuter des procédures de résolution de pays
tiers si elle considère:”;
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
“2° dat een afwikkelingsmaatregel uit hoofde van
artikel 484 met betrekking tot een Belgisch bijkantoor
van een kredietinstelling of beursvennootschap die
onder het recht van een derde land ressorteert, nood-
zakelijk is om een of meer afwikkelingsdoelstellingen
te verwezenlijken;”.
Art. 71
In artikel 484 van dezelfde wet, ingevoegd bij het
koninklijk besluit van 26 december 2015, worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
Art. 69
Dans l’article 480 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le 1° est remplacé par ce qui suit:
“1° les actifs d’un établissement de crédit ou d’une
entreprise mère relevant du droit d’un pays tiers, qui sont
situés en Belgique ou régis par le droit belge;
2° le 2° est remplacé par ce qui suit:
2° les droits ou des engagements d’un établissement
de crédit relevant du droit d’un pays tiers qui sont inscrits
dans ses comptes par sa succursale située en Belgique,
sont régis par le droit belge, ou auxquels des créances
liées à ces droits et engagements sont exécutées en
Belgique;”.
Art. 70
Dans l’article 483 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit:
“L’autorité de résolution, après avoir consulté les
autorités de résolution étrangères lorsqu’un collège
d’autorités de résolution européennes est institué, peut,
en application de l’article 479, refuser de reconnaître ou
d’exécuter des procédures de résolution de pays tiers
si elle considère:”;
2° le 2° est remplacé par ce qui suit:
“2° qu’il est nécessaire de prendre une mesure de
résolution au titre de l’article 484 vis-à-vis d’une suc-
cursale belge d’un établissement de crédit ou d’une
société de bourse relevant du droit d’un pays tiers pour
réaliser un ou plusieurs des objectifs de la résolution;”.
Art. 71
Dans l’article 484 de la même loi, inséré par l’arrêté
royal du 26 décembre 2015, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
38
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
“§ 1. De afwikkelingsautoriteit is bevoegd om een
maatregel te nemen ten aanzien van een Belgisch bij-
kantoor van een kredietinstelling of beursvennootschap
die onder het recht van een derde land ressorteert
indien zij niet het voorwerp uitmaakt van een afwik-
kelingsprocedure met toepassing van het recht van
het derde land of indien deze procedure onder artikel
483 valt. Artikel 287 is van toepassing op de uitoefening
van deze bevoegdheid.”;
2° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 1° vervan-
gen als volgt:
“1° het Belgische bijkantoor van een kredietinstelling
of beursvennootschap die onder het recht van een derde
land ressorteert, vervult niet langer, of vervult waar-
schijnlijk niet langer, de respectievelijk door de artikelen
333 en 336 en 603 en 605 opgelegde voorwaarden voor
het verlenen van de vergunning en de uitoefening van de
werkzaamheden in België, en het valt niet te verwachten
dat een maatregel van de particuliere sector, een toe-
zichthouder of de autoriteiten van het betrokken derde
land ervoor zou zorgen dat het bijkantoor opnieuw aan
de voorwaarden voldoet, dan wel het in gebreke blijven
van het bijkantoor binnen een redelijk tijdsbestek zou
voorkomen;”.
Art. 72
In dezelfde wet wordt een Boek XII ingevoegd, dat
de artikelen 486 tot 622 bevat, luidende:
“Boek XII. Beursvennootschappen
Titel I. Defi nities – Algemene bepalingen
HOOFDSTUK I. Defi nities
Art. 486. Voor de toepassing van dit Boek en van de
ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen,
dient te worden verstaan onder:
1° kleine beursvennootschap: een beursvennoot-
schap die aan de volgende twee voorwaarden voldoet:
a) totaal bedrag aan in bewaring ontvangen fi-
nanciële instrumenten minder dan of gelijk aan
5 000 000 000 euro gedurende twee opeenvolgende
boekjaren; en
b) de beursvennootschap voldoet aan ten minste twee
van de volgende criteria:
— gemiddeld aantal werknemers gedurende het
betrokken boekjaar van minder dan 250 personen;
“§ 1er. L’autorité de résolution est habilitée à prendre
une mesure vis-à-vis d’une succursale belge d’un
établissement de crédit ou d’une société de bourse
relevant du droit d’un pays tiers lorsqu’elle ne fait pas
l’objet d’une procédure de résolution en application du
droit du pays tiers ou qu’une telle procédure fait l’objet
de l’article 483. L’article 287 est applicable à l’exercice
de tels pouvoirs.”;
2° dans le paragraphe 2, le 1° est remplacé par
ce qui suit:
“1° la succursale belge d’un établissement de crédit
ou d’une société de bourse relevant du droit d’un pays
tiers ne remplit plus, ou risque de ne plus remplir, les
conditions d’agrément et d’activité en Belgique impo-
sées respectivement par les article 333 et 336 et 603 et
605 et il n’existe aucune perspective qu’une action de
nature privée, prudentielle ou prise par les autorités du
pays tiers concerné puisse, dans un délai raisonnable,
ramener la succursale à la conformité ou empêcher sa
défaillance;”.
Art. 72
Dans la même loi, il est ajouté un Livre XII, comportant
les articles 486 à 622, rédigé comme suit:
“Livre XII. Des sociétés de bourse
Titre Ier. Defi nitions – généralités
CHAPITRE Ier. Défi nitions
Art. 486. Pour l’application du présent Livre et des
arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu
d’entendre par:
1° société de bourse de petite taille, une société de
bourse qui répond aux deux conditions suivantes:
a) total des instruments fi nanciers reçus en dépôt
inférieur ou égal à 5 000 000 000 euros durant deux
exercices comptables consécutifs; et
b) la société de bourse répond à au moins deux des
critères suivants:
— nombre moyen de salariés inférieur à 250 per-
sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné;
39
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
— balanstotaal van minder dan of gelijk aan
43 000 000 euro;
— jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan
50 000 000 euro.
De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap
die voldoet aan de twee voorwaarden van het eerste
lid, niet als kleine beursvennootschap kan worden aan-
gemerkt wegens met name haar interne organisatie en
de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten
binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grens-
overschrijdende karakter van haar werkzaamheden;
2° een signifi cante beursvennootschap,
a) een systeemrelevante beursvennootschap; of
b) een beursvennootschap die niet aan ten minste
twee van de volgende criteria voldoet:
— gemiddeld aantal werknemers gedurende het
betrokken boekjaar van minder dan 250 personen;
— balanstotaal van minder dan of gelijk aan
43 000 000 euro;
— jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan
50 000 000 euro.
De Bank kan beslissen dat een beursvennootschap
die voldoet aan ten minste twee van de criteria bedoeld
in b), als signifi cante beursvennootschap kan worden
aangemerkt wegens met name haar interne organisatie
en de aard, de omvang, de verwevenheid met entiteiten
binnen of buiten de groep, de complexiteit of het grens-
overschrijdende karakter van haar werkzaamheden;
3° voor België als contactpunt fungerende autoriteit:
de FSMA in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit
die als contactpunt is aangewezen met toepassing van
artikel 79, lid 1 van Richtlijn 2014/65/EU.
HOOFDSTUK II. Algemene bepalingen
Art. 487. Dit Boek regelt de vestiging, de werkzaam-
heden van, het toezicht op en de eventuele afwikkeling
van de beursvennootschappen als bedoeld in artikel 1,
paragraaf 3, tweede lid, die in België werkzaam zijn.
Art. 488. De bepalingen van de Boeken II tot X die van
toepassing worden verklaard, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Wanneer die bepalingen van de Boeken II tot X verwij-
zingen bevatten naar andere bepalingen van diezelfde
— total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros;
— chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à
50 000 000 euros.
La Banque peut décider qu’une société de bourse
répondant au deux conditions visées sous l’alinéa 1er ne
revêt pas la qualité de société de bourse de petite taille
en raison notamment de son organisation interne ainsi
que de la nature, de l’ampleur, de l’interdépendance
interne ou externe, de la complexité ou du caractère
transfrontalier de ses activités;
2° une société de bourse d’importance signifi cative,
a) une société de bourse d’importance systémique; ou
b) une société de bourse qui ne répond pas à au
moins deux des critères suivants:
— nombre moyen de salariés inférieur à 250 per-
sonnes sur l’ensemble de l’exercice concerné;
— total du bilan inférieur ou égal à 43 000 000 euros;
— chiffre d’affaires net annuel inférieur ou égal à
50 000 000 euros.
La Banque peut décider qu’une société de bourse
qui répond à au moins deux des critères visés sous le
b) revêt la qualité de société de bourse d’importance
signifi cative en raison notamment de son organisation
interne ainsi que de la nature, de l’ampleur, de l’inter-
dépendance interne ou externe, de la complexité ou du
caractère transfrontalier de ses activités;
3° autorité qui sert de point de contact pour la
Belgique, la FSMA en sa qualité d’autorité compétente
désignée comme point de contact en application de
l’article 79, paragraphe 1er de la Directive 2014/65/UE.
CHAPITRE II. Généralités
Art. 487. Le présent Livre a pour objet de régler
l’établissement, l’activité, le contrôle et la résolution
éventuelle des sociétés de bourse visées à l’article 1er,
paragraphe 3, alinéa 2, et opérant en Belgique.
Art. 488. Dans les cas où les dispositions des Livres II
à X sont rendues applicables, elles le sont par analogie.
Lorsque ces dispositions des Livres II à X com-
prennent des références à d’autres dispositions de ces
40
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Boeken of van de Bijlagen I, II, IV, V en VI, zijn die an-
dere bepalingen waarnaar wordt verwezen, eveneens
van overeenkomstige toepassing op de beursvennoot-
schappen, te weten, rekening houdend met de eventu-
ele specifi eke kenmerken van beursvennootschappen,
overeenkomstig de bepalingen van dit Boek.
Art. 489. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de
term “werkzaamheden die voorkomen op de lijst van
artikel 4” in een bepaling van de Boeken II tot X waar-
naar verwezen wordt in dit Boek, moet deze term voor
de toepassing van deze bepaling op de beursvennoot-
schappen worden opgevat als “beleggingsdiensten en/
of -activiteiten alsmede nevendiensten”.
Evenzo, wanneer gebruik wordt gemaakt van de term
“signifi cant in de zin van artikel 3, 30°” in een bepaling
van de Boeken II tot X waarnaar verwezen wordt in dit
Boek, moet deze term voor de toepassing van deze
bepaling op de beursvennootschappen worden opgevat
als “signifi cant in de zin van artikel 486, 2°”.
Art. 490. Dit Boek regelt samen met de bepalingen
van Titel II van de wet van … de aangelegenheden
bedoeld in artikel 487, § 1.
Titel II. Beursvennootschappen naar Belgisch recht
HOOFDSTUK I. Toegang tot het bedrijf
Afdeling I. Vergunning
Onderafdeling I. Vergunningsplicht
Art. 491. Overeenkomstig artikel 6 van de wet van
… en ongeacht waar zij haar werkzaamheden uitoefent,
moet iedere beursvennootschap naar Belgisch recht
vooraleer haar werkzaamheden aan te vatten een ver-
gunning verkrijgen.
Onderafdeling II. Procedure
Art. 492. Artikel 8 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de aanvragers in hun vergunningsaanvraag
eveneens moeten vermelden welke in artikel 3, 71° en
72°, bedoelde beleggingsdiensten en/of -activiteiten en
nevendiensten en, in voorkomend geval, in artikel 499,
§ 2, vijfde streepje bedoelde dienst zij voornemens zijn
te verrichten. Bovendien verduidelijken zij op welke
categorieën fi nanciële instrumenten deze diensten en
activiteiten betrekking hebben.
Art. 493. De artikelen 9 en 10 zijn van toepassing.
mêmes Livres ou des Annexes I, II, IV, V et VI, ces autres
dispositions auxquelles il est fait référence sont égale-
ment applicables par analogie aux sociétés de bourse,
à savoir, en tenant compte des éventuelles spécifi cités
applicables aux sociétés de bourse, conformément aux
dispositions du présent Livre.
Art. 489. Lorsqu’une disposition des Livres II à X à
laquelle il est renvoyé dans le présent Livre fait référence
aux termes “activités bancaires reprises à la liste prévue
à l’article 4”, ces termes doivent être lus comme “ser-
vices d’investissement et/ou activités d’investissement
et services auxiliaires” en ce qui concerne l’application
de cette disposition aux sociétés de bourse.
De même, lorsqu’une disposition des Livres II à X
à laquelle il est renvoyé dans le présent Livre fait réfé-
rence aux termes “d’importance signifi cative au sens
de l’article 3, 30°”, ces termes doivent être lus comme
“d’importance signifi cative au sens de l’article 486, 2°”
en ce qui concerne l’application de cette disposition aux
sociétés de bourse.
Art. 490. Le présent Livre règle les matières visées
à l’article 487, § 1er conjointement avec les dispositions
du Titre II de la loi du ….
Titre II. Des sociétés de bourse de droit belge
CHAPITRE Ier. De l’accès à l’activité
Section Ire. L’agrément
Sous-section Ire. Obligation d’agrément
Art. 491. Conformément à l’article 6 de la loi du … et
quel que soit le lieu d’exercice de leurs activités, les
sociétés de bourse de droit belge sont tenues, avant de
commencer leurs opérations, de se faire agréer.
Sous-section II. Procédure
Art. 492. L’article 8 est applicable, étant entendu
que les demandeurs doivent également indiquer dans
leur demande d’agrément, les services et/ou activités
d’investissement et les services auxiliaires visés à
l’article 3, 71° en 72°, et, le cas échéant, le service visé
à l’article 499, § 2, cinquième tiret, qu’ils envisagent
de fournir. Ils précisent en outre les catégories d’ins-
truments fi nanciers sur lesquels portent ces services
et activités.
Art. 493. Les articles 9 et 10 sont applicables.
41
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 494. Artikel 11 is van toepassing, met dien ver-
stande dat:
1° de verwijzingen in het genoemde artikel naar de
artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als
verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508;
2° paragraaf 2 als volgt moet worden gelezen:
“Indien de Bank geen rekening houdt met het advies
van de FSMA over de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde
aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de
afwijking vermeld in haar beslissing over de vergun-
ningsaanvraag. Het voornoemde advies van de FSMA
over paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt bij de kennisgeving
van die beslissing gevoegd.”.
Art. 495. § 1. De Bank verleent een vergunning aan
beursvennootschappen die voldoen aan de voorwaar-
den van Afdeling II. Zij spreekt zich uit over de aan-
vraag binnen zes maanden na de indiening van een
volledig dossier.
De beslissing over de vergunning vermeldt de beleg-
gingsdiensten en -activiteiten evenals de nevendiensten
die de beursvennootschap mag verrichten.
Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzich-
tig beleid van de beursvennootschap kan de Bank de
vergunning van de beursvennootschap beperken tot
bepaalde diensten of activiteiten of tot bepaalde catego-
rieën fi nanciële instrumenten, alsook in haar vergunning
voor het verrichten van bepaalde diensten of activiteiten
of met betrekking tot bepaalde fi nanciële instrumenten
voorwaarden stellen.
De beslissingen inzake vergunning worden bin-
nen vijftien dagen met een aangetekende brief of een
brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de
aanvragers.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 zal de Bank, in de
gevallen bedoeld in artikel 15, lid 3, tweede en derde
alinea van Richtlijn 2004/39/EG, haar beslissingen over
de vergunningsaanvraag van beleggingsondernemin-
gen naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn
van één of meer moederondernemingen die ressorteren
onder het recht van één of meer derde landen, beperken
of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met
toepassing van die bepalingen zijn vastgesteld door de
Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie.
Art. 494. L’article 11 est applicable, étant entendu que:
1° les références faites dans ledit article aux articles
27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des références
aux articles 504, 506, 507 et 508;
2° le paragraphe 2 doit être lu comme suit:
“Si la Banque ne tient pas compte de l’avis de la
FSMA sur les questions visées au paragraphe 1er, alinéa
1er, elle en fait état et en mentionne les raisons dans
sa décision relative à la demande d’agrément. L’avis
précité de la FSMA relatif au paragraphe 1er, alinéa 1er,
1° est joint à la notifi cation de cette décision.”.
Art. 495. § 1er. La Banque agrée les sociétés de
bourse répondant aux conditions fi xées à la Section II.
Elle statue sur la demande dans les six mois de l’intro-
duction d’un dossier complet.
La décision d’agrément mentionne les services et
activités d’investissement ainsi que les services auxi-
liaires que la société de bourse est autorisée à fournir.
En vue d’une gestion saine et prudente de la société
de bourse, la Banque peut limiter l’agrément de la
société de bourse à certains services ou activités ou à
certaines catégories d’instruments fi nanciers, de même
qu’elle peut assortir l’agrément de conditions relatives
à la fourniture de certains services ou activités ou en
rapport avec certains instruments fi nanciers.
Les décisions en matière d’agrément sont notifi ées
aux demandeurs dans les quinze jours par lettre recom-
mandée à la poste ou avec accusé de réception.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, dans les cas
visés à l’article 15, paragraphe 3, alinéas 2 et 3, de la
Directive 2004/39/CE, la Banque limite ou suspend ses
décisions d’agrément relatives à des sociétés de bourse
de droit belge qui sont des fi liales d’une ou plusieurs
entreprises mères qui relèvent du droit d’un ou plusieurs
pays tiers, selon les modalités et pour la durée fi xées
par le Conseil de l’Union européenne ou la Commission
européenne en application de ces dispositions.
42
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 496. Artikel 13 is van toepassing.
Afdeling II – Vergunningsvoorwaarden
Onderafdeling I – Algemene bepalingen
Art. 497. Behalve met de voorwaarden van deze
Afdeling houdt de Bank ook rekening met het vermogen
van de aanvragende beursvennootschap om te voldoen
aan de in Hoofdstuk II bedoelde bedrijfsuitoefenings-
voorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen
te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn
voor de goede werking van het fi nanciële stelsel en voor
de veiligheid van de beleggers.
Onderafdeling II – Vennootschapsvorm
Art. 498. Artikel 16 is van toepassing.
Onderafdeling III – Aanvangskapitaal
Art. 499. § 1. Om een vergunning te kunnen verkrijgen
is een kapitaal vereist van ten minste 250 000 euro.
Het kapitaal moet volgestort zijn ten belope van het
in het eerste lid bepaalde minimumbedrag.
§ 2. Beursvennootschappen dienen te beschik-
ken over een volgestort kapitaal van ten minste
730 000 euro om:
— transacties in fi nanciële instrumenten voor eigen
rekening te kunnen verrichten;
— uitgiften van fi nanciële instrumenten over te nemen;
— borg te staan voor de plaatsing van die uitgiften;
— een MTF uit te baten;
— als bewaarder op te kunnen treden voor fi nanciële
instrumenten van verzekeringsondernemingen, instel-
lingen voor collectieve belegging of nog voor krediet-
instellingen, voor zover deze laatsten handelen voor
rekening van hun cliënteel.
Voor de toepassing van deze bepaling wordt het vol-
gende niet beschouwd als het verrichten van transacties
voor eigen rekening:
1° het houden van posities in fi nanciële instrumen-
ten buiten de handelsportefeuille om eigen middelen
te beleggen;
Art. 496. L’article 13 est applicable.
Section II – Des conditions d’agrément
Sous-section Ire – Généralités
Art. 497. Outre les conditions prévues par la présente
Section, la Banque tient également compte de l’aptitude
de la société de bourse requérante à satisfaire aux
conditions d’exercice de l’activité visées au Chapitre II
ainsi qu’à réaliser ses objectifs de développement dans
les conditions que requièrent le bon fonctionnement du
système fi nancier et la sécurité des investisseurs.
Sous-section II – Forme sociétaire
Art. 498. L’article 16 est applicable.
Sous-section III – Capital initial
Art. 499. § 1er. L’agrément est subordonné à l’exis-
tence d’un capital de 250 000 euros au moins.
Le capital doit être entièrement libéré à concurrence
du montant minimum fi xé par l’alinéa 1er.
§ 2. Les sociétés de bourse doivent avoir un capital
entièrement libéré de 730 000 euros au moins pour:
— pouvoir effectuer des opérations sur instruments
fi nanciers pour leur propre compte;
— prendre ferme des émissions d’instruments
fi nanciers;
— garantir le placement de ces émissions;
— exploiter un MTF;
— pouvoir intervenir en qualité de dépositaire pour
des instruments fi nanciers d’entreprises d’assurance,
d’organismes de placement collectif ou encore d’éta-
blissements de crédit lorsque ces derniers agissent pour
compte de leur clientèle.
Pour l’application de la présente disposition, ne sont
pas considérées comme la réalisation d’opérations pour
son propre compte:
1° la détention de positions relatives à des instru-
ments fi nanciers, hors portefeuille de négociation, en
vue d’investir des fonds propres;
43
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° het houden van fi nanciële instrumenten voor eigen
rekening, mits:
a) de posities uitsluitend het resultaat zijn van het
feit dat de beursvennootschap niet bij machte is een
ontvangen order exact af te sluiten;
b) de totale marktwaarde van deze posities niet meer
dan 15 % van het aanvangskapitaal van de beursven-
nootschap vertegenwoordigt;
c) de beursvennootschap de vereisten in acht neemt
die voor de controle van de solvabiliteit en de beperking
van de risico’s verbonden aan haar werkzaamheden
zijn opgelegd bij Verordening nr. 575/2013 en, in voor-
komend geval, door of krachtens artikel 552, voor zover
dit artikel 96, § 1, 1°, van toepassing verklaart op de
beursvennootschappen die de in artikel 2, 1°, 3 en 6 van
de wet van … bedoelde activiteiten uitoefenen, en de
artikelen 554, 565 en 583, voor zover zij de artikelen
98, 149, 150 en 234, § 2, 1°, van toepassing verklaren
op de beursvennootschappen;
d) deze posities een incidenteel en voorlopig karak-
ter hebben en strikt beperkt zijn tot de tijd die voor de
uitvoering van de betrokken transactie nodig is.
§ 3. Voor bestaande vennootschappen die een
vergunning aanvragen, worden de uitgiftepremies, de
reserves en het overgedragen resultaat, met uitzon-
dering van de herwaarderingsmeerwaarden, voor de
toepassing van paragraaf 1 gelijkgesteld met kapitaal.
Onderafdeling IV. Aandeelhouders of vennoten
Art. 500. Artikel 18 is van toepassing.
Onderafdeling V. Leiding
Art. 501. De artikelen 19 en 20 zijn van toepassing.
Onderafdeling VI. Organisatie
Art. 502. De artikelen 21, 22 en 23 zijn van toepassing,
met dien verstande dat de verwijzingen in artikel 21 naar
de artikelen 27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen
als verwijzingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508.
Art. 503. De artikelen 24, 25 en 26 zijn van toepassing
op beursvennootschappen.
Art. 504. Onverminderd de taken van het wettelijk
bestuursorgaan richten de beursvennootschappen bin-
nen dit orgaan de volgende comités op:
2° la détention d’instruments fi nanciers pour compte
propre pour autant que les conditions suivantes
soient remplies:
a) les positions résultent uniquement du fait que la
société de bourse n’est pas en mesure d’assurer une
couverture exacte de l’ordre reçu;
b) la valeur totale de marché de telles positions n’ex-
cède pas 15 % du capital initial de la société de bourse;
c) la société de bourse respecte les exigences qui
lui sont imposées par le Règlement n° 575/2013 et, le
cas échéant, par ou en vertu de l’article 552, dans la
mesure où il rend l’article 96, § 1er, 1°, applicable aux
sociétés de bourse qui exercent les activités visées à
l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du …, et des articles 554,
565 et 583, dans la mesure où ils rendent les articles
98, 149, 150 et 234, § 2, 1°, applicables aux sociétés de
bourse dans le cadre du contrôle de la solvabilité et de
la limitation des risques liés à ses activités;
d) de telles positions ont un caractère accidentel et
provisoire et sont strictement limitées au temps néces-
saire à l’accomplissement de la transaction en question.
§ 3. En cas de préexistence de la société deman-
deresse, les primes d’émission, les réserves et le
résultat reporté, à l’exclusion faite des plus-values de
réévaluation, sont pour l’application du paragraphe 1er
assimilés au capital.
Sous-section IV. Détenteurs du capital
Art. 500. L’article 18 est applicable.
Sous-section V. Dirigeants
Art. 501. Les articles 19 et 20 sont applicables.
Sous-section VI. Organisation
Art. 502. Les articles 21, 22 et 23 sont applicables,
étant entendu que les références faites dans l’article
21 aux articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme
des références aux articles 504, 506, 507 et 508.
Art. 503. Les articles 24, 25 et 26 sont applicables
aux sociétés de bourse.
Art. 504. Sans préjudice des missions de l’organe
légal d’administration, les sociétés de bourse consti-
tuent, au sein de cet organe, les comités suivants:
44
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° een auditcomité;
2° een risicocomité;
3° een remuneratiecomité;
4° een benoemingscomité,
die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het
wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid
van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk
is in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van
Vennootschappen; een lid mag niet in meer dan twee
van de voornoemde comités zetelen.
Art. 505. De artikelen 28, 29, 30 en 31 zijn van toepas-
sing op beursvennootschappen, met dien verstande dat
de verwijzing in artikel 28 naar artikel 27 moet worden
gelezen als een verwijzing naar artikel 504.
Art. 506. De artikelen 28, 30 en 504 doen geen
afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van
Vennootschappen over het auditcomité en het remune-
ratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin
van artikel 4 van dit Wetboek.
Art. 507. § 1. Beursvennootschappen die niet signifi -
cant zijn in de zin van artikel 486, 2°, zijn vrijgesteld van
de verplichting om binnen hun wettelijk bestuursorgaan
de twee comités als bedoeld in de artikelen 30 en 31 op
te richten. Deze vennootschappen kunnen bovendien
bepalen dat één enkel comité instaat voor de taken van
de comités bedoeld in de artikelen 28 en 29.
§ 2. Indien er met toepassing van paragraaf 1 geen
comités worden opgericht als bedoeld in 504, moeten
de aan die comités toegewezen taken worden uitge-
voerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel.
Wanneer de voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan
ingevolge een met toepassing van artikel 26 toegestane
afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzit-
terschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar
als dit optreedt in de hoedanigheid van één van de in
504 bedoelde comités.
§ 3. De Bank kan toestaan dat een beurvennootschap
die een dochteronderneming of een kleindochteronder-
neming is van een gemengde fi nanciële holding, van een
verzekeringsholding, van een fi nanciële holding, van een
kredietinstelling, van een verzekeringsonderneming, van
een herverzekeringsonderneming, van een andere be-
leggingsonderneming of van een beheervennootschap
van instellingen voor collectieve belegging of van een
beheervennootschap van alternatieve instellingen voor
collectieve belegging, geheel of gedeeltelijk afwijkt van
de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifi eke
1° un comité d’audit;
2° un comité des risques;
3° un comité de rémunération;
4° un comité de nomination,
exclusivement composés de membres de l’organe
légal d’administration qui n’en sont pas membres exé-
cutifs et dont au moins un membre est indépendant
au sens de l’article 526ter du Code des sociétés, un
membre ne pouvant siéger dans plus de deux des
comités précités.
Art. 505. Les articles 28, 29, 30 et 31 sont applicables
aux sociétés de bourse, étant entendu que la référence
faite dans l’article 28 à l’article 27 doit être lue comme
une référence à l’article 504.
Art. 506. Les articles 28, 30 et 504 sont sans préju-
dice des dispositions du Code des sociétés relatives
au comité d’audit et au comité de rémunération au sein
de sociétés cotées au sens de l’article 4 de ce Code.
Art. 507. § 1er. Les sociétés de bourse qui ne sont
pas d’importance significative au sens de l’article
486, 2°, sont dispensées de constituer, au sein de leur
organe légal d’administration, les deux comités visés
aux articles 30 et 31. Ces sociétés peuvent, en outre,
prévoir qu’un seul comité assure les missions dévolues
aux comités visés aux articles 28 et 29.
§ 2. Si, en application du paragraphe 1er, les comi-
tés visés à l’article 504 ne sont pas constitués, les
fonctions attribuées à ces comités doivent alors être
exercées par l’organe légal d’administration dans son
ensemble. Lorsque, suite à une dérogation accordée en
application de l’article 26, le président de l’organe légal
d’administration est un membre exécutif, il ne préside
pas l’organe légal d’administration lorsque celui-ci agit
en qualité d’un des comités visés à l’article 504.
§ 3. La Banque peut, à l’égard des sociétés de bourse
qui sont fi liales ou sous-fi liales d’une compagnie fi nan-
cière mixte, d’une société holding d’assurance, d’une
compagnie fi nancière, d’un établissement de crédit,
d’une entreprise d’assurance, d’une entreprise de
réassurance, d’une autre entreprise d’investissement
ou d’une société de gestion d’organismes de placement
collectif ou d’une société de gestion d’organismes de
placement collectif alternatifs, accorder, en tout ou en
partie, des dérogations aux dispositions de la présente
Sous-section et fi xer des conditions spécifi ques à l’octroi
45
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze
afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen
of subgroepen comités zijn opgericht in de zin van de
artikelen 28 tot 31, die bevoegd zijn voor de betrok-
ken beursvennootschap en voldoen aan de vereisten
van deze wet.
Art. 508. De artikelen 503 tot 507 zijn niet van toe-
passing op kleine beursvennootschappen in de zin van
artikel 486, 1°.
Art. 509. De artikelen 35, 36, 37, 38, 39 en 40 zijn
van toepassing.
Art. 510. De artikelen 41 en 42 zijn van toepassing.
Onderafdeling VII. Hoofdbestuur
Art. 511. Artikel 43 is van toepassing.
Onderafdeling VIII. Beleggersbescherming
Art. 512. Iedere beursvennootschap moet zich over-
eenkomstig artikel 613 van deze wet aansluiten bij een
collectieve beleggersbeschermingsregeling.
HOOFDSTUK II – Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Afdeling I – Algemene bepalingen
Art. 513. Iedere beursvennootschap moet blijvend
voldoen aan de door of krachtens de artikelen 497 tot
512 vastgelegde voorwaarden en de voorwaarden die,
in voorkomend geval, opgelegd zijn met toepassing van
artikel 495, § 1, derde lid.
Zij stelt de Bank in kennis van elke gebeurtenis die
afbreuk kan doen aan de naleving van de voorwaar-
den die met toepassing van artikel 495, § 1, derde lid,
zijn opgelegd.
Afdeling II. Wijzigingen in de kapitaalstructuur
Art. 514. Artikel 46 is van toepassing.
Art. 515. § 1. De artikelen 47, 48 en 49 zijn van toepas-
sing, met dien verstande dat de Bank als enige bevoegd
is voor de in deze artikelen bedoelde beoordeling en dat
zij in dit verband geen verplichting tot kennisgeving aan
de Europese Centrale Bank heeft.
§ 2. Op verzoek van de Europese Commissie stelt de
Bank haar in kennis van elk op grond van artikel 46 voor-
gelegd voornemen tot verwerving van een deelneming
door een moederonderneming die ressorteert onder het
de ces dérogations, pour autant qu’aient été constituées
au sein des groupes ou sous-groupes concernés des
comités au sens des articles 28 à 31 et dont les attribu-
tions s’étendent à la société de bourse concernée, et
répondant aux exigences de la présente loi.
Art. 508. Les articles 503 à 507 ne sont pas appli-
cables aux sociétés de bourse de petite taille au sens
de l’article 486, 1°.
Art. 509. Les articles 35, 36, 37, 38, 39 et 40 sont
applicables.
Art. 510. Les articles 41 et 42 sont applicables.
Sous-section VII – Administration centrale
Art. 511. L’article 43 est applicable.
Sous-section VIII. Protection des investisseurs
Art. 512. La société de bourse doit adhérer à un
système collectif de protection des investisseurs confor-
mément à l’article 613 de la présente loi.
CHAPITRE II – Des conditions d’exercice de l’activité
Section Ire – Généralités
Art. 513. Les sociétés de bourse doivent en perma-
nence satisfaire aux conditions prévues par ou en vertu
des articles 497 à 512 et aux conditions, le cas échéant,
imposées en application de l’article 495, § 1er, alinéa 3.
Elles informent la Banque de tout évènement de
nature à porter atteinte au respect des conditions
imposées en application de l’article 495, § 1er, alinéa 3.
Section II. Des modifications dans la structure
du capital
Art. 514. L’article 46 est applicable.
Art. 515. § 1er. Les articles 47, 48 et 49 sont appli-
cables, étant entendu que la Banque est exclusivement
compétente en ce qui concerne l’évaluation visée par
ces articles et qu’à cet égard, elle n’a pas d’obligation de
communication envers la Banque centrale européenne.
§ 2. La Banque informe la Commission européenne,
à la demande de cette dernière, de tout projet, dont elle
est informée en vertu de l’article 46, de prise de parti-
cipation par une entreprise mère relevant du droit d’un
46
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
recht van een derde land in een Belgische beursven-
nootschap, waardoor deze haar dochteronderneming
zou worden.
De Bank beperkt of schorst de in het eerste lid be-
doelde verwerving van een deelneming in de gevallen,
onder de voorwaarden en voor de duur die bepaald
zijn in artikel 15, leden 3 en 5 van Richtlijn 2004/39/EG.
Art. 516. De artikelen 50, 51 en 52 zijn van toepassing.
Art. 517. Artikel 53 is van toepassing, met dien
verstande dat de Bank als enige bevoegd is voor de
beoordeling van de in dit artikel bedoelde informatie en
dat zij in dit verband geen verplichting tot kennisgeving
aan de Europese Centrale Bank heeft.
Art. 518. Artikel 54 is van toepassing.
Afdeling III. Algemene werkingsvoorwaarden
Onderafdeling I. Minimum eigen vermogen
Art. 519. Onverminderd de artikelen 77 en 78 van
Verordening nr. 575/2013 mag het eigen vermogen
van beursvennootschappen niet dalen onder het be-
drag van het overeenkomstig artikel 499 vastgestelde
minimumkapitaal.
Onderafdeling II. Leiding en leiders
Art. 520. Artikel 56 is van toepassing, met dien ver-
stande dat:
1° de door het wettelijk bestuursorgaan verrichte
periodieke beoordeling eveneens betrekking heeft op
de doeltreffendheid van de in de artikelen 528, 529 en
533 bedoelde organisatieregeling;
2° de verwijzing in artikel 56, § 4, naar artikel 27 moet
worden gelezen als een verwijzing naar artikel 504.
Art. 521. Artikel 57 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de artikelen 8, § 8, tweede lid en 4, § 2, van
Bijlage I niet van toepassing zijn.
Art. 522. Artikel 58 is van toepassing.
Art. 523. Artikel 59 is van toepassing, met dien ver-
stande dat:
1° de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen en het in
paragraaf 2 bedoelde verslag eveneens betrekking heb-
ben op de doeltreffendheid van de in de artikelen 528,
529 et 533 bedoelde organisatieregeling;
pays tiers dans une société de bourse de droit belge et
qui ferait de celle-ci sa fi liale.
La Banque limite ou suspend la prise de participation
visée à l’alinéa 1er, dans les cas et selon les modalités
et la durée déterminées à l’article 15, paragraphes 3 et
5 de la Directive 2004/39/CE.
Art. 516. Les articles 50, 51 et 52 sont applicables.
Art. 517. L’article 53 est applicable, étant entendu
que la Banque est exclusivement compétente en ce
qui concerne l’évaluation des informations visées par
cet article et qu’à cet égard, elle n’a pas d’obligation de
communication envers la Banque centrale européenne.
Art. 518. L’article 54 est applicable.
Section III. Des conditions générales de
fonctionnement
Sous-section Ire – Des fonds propres minimums
Art. 519. Sans préjudice des articles 77 et 78 du
Règlement n° 575/2013, les fonds propres des sociétés
de bourse ne peuvent devenir inférieurs au montant du
capital minimum fi xé conformément à l’article 499.
Sous-section II. De la direction et des dirigeants
Art. 520. L’article 56 est applicable, étant entendu que:
1° l’évaluation périodique effectuée par l’organe
légal d’administration porte également sur l’efficacité
des dispositifs d’organisation visés aux articles 528,
529 et 533;
2° la référence faite dans l’article 56, § 4, à l’article
27 doit être lue comme une référence à l’article 504.
Art. 521. L’article 57 est applicable, étant entendu
que les articles 8, § 8, alinéa 2, et 4, § 2, de l’Annexe I
ne sont pas applicables.
Art. 522. L’article 58 est applicable.
Art. 523. L’article 59 est applicable, étant entendu que:
1° les mesures visées au paragraphe 1er et le rapport
visé au paragraphe 2 portent également sur l’efficacité
des dispositifs d’organisation visés aux articles 528,
529 et 533;
47
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° de Bank het voornoemde verslag ter beschikking
stelt van de FSMA volgens de modaliteiten bepaald met
toepassing van artikel 138;
3° bij de toepassing van de bepalingen van Bijlage
I rekening moet worden gehouden met de aard en de
specifi eke kenmerken van de activiteiten van de beurs-
vennootschap en met het feit dat artikel 8, § 8, tweede
lid, en artikel 4, § 2, van de voornoemde Bijlage niet
van toepassing zijn.
Art. 524. De artikelen 60 en 61 zijn van toepassing.
Art. 525. Artikel 62 is van toepassing, met dien ver-
stande dat wanneer de Bank gebruikmaakt van de in
paragraaf 7 bedoelde mogelijkheid, zij de Europese
Autoriteit voor effecten en markten en de Europese
Bankautoriteit daarvan in kennis stelt.
Onderafdeling III – Risicobeheer
Art. 526. Artikel 63 is van toepassing, met dien ver-
stande dat rekening moet worden gehouden met de aard
en de specifi eke kenmerken van de werkzaamheden
van de beursvennootschap en dat artikel 8, § 8, tweede
lid, en artikel 4, § 2, van Bijlage I niet van toepassing zijn.
Art. 527. Artikel 64 is van toepassing.
Art. 528. Artikel 65 is van toepassing.
Daarnaast geldt dat wanneer een beursvennoot-
schap gelden aanhoudt die aan cliënten toebehoren,
zij passende maatregelen neemt om de rechten van
haar cliënten te beschermen en om te voorkomen dat
de aan haar cliënten toebehorende gelden voor haar
eigen rekening worden gebruikt.
Art. 529. Artikel 65/1 is van toepassing, met dien
verstande dat de in paragraaf 2 van het genoemde
artikel bedoelde machtiging aan de Koning eveneens
betrekking heeft op de vaststelling van de vereisten
aangaande de boekhoudkundige organisatie en de
boekhoudregels voor het deponeren van gelden bij
beursvennootschappen.
Onderafdeling IV. Uitbesteding
Art. 530. Artikel 66 is van toepassing.
Onderafdeling V. Het beloningsbeleid en de tenuit-
voerlegging ervan
Art. 531. De artikelen 67, 68, 69, 70 en 71 zijn van
toepassing.
2° la Banque met le rapport précité à la disposition
de la FSMA selon les modalités prévues en application
de l’article 138;
3° dans l’application des dispositions de l’Annexe I,
il convient de tenir compte de la nature et des spécifi ci-
tés des activités de la société de bourse et du fait que
l’article 8, § 8, alinéa 2, et l’article 4, § 2, de l’Annexe
précitée ne sont pas applicables.
Art. 524. Les articles 60 et 61 sont applicables.
Art. 525. L’article 62 est applicable, étant entendu que
lorsque la Banque fait usage de la possibilité visée au
paragraphe 7, elle en informe l’Autorité européenne des
marchés fi nanciers et l’Autorité bancaire européenne.
Sous-section III – De la gestion des risques
Art. 526. L’article 63 est applicable, étant entendu
qu’il convient de tenir compte de la nature et des spé-
cifi cités des activités de la société de bourse et que
l’article 8, § 8, alinéa 2, et l’article 4, § 2, de l’Annexe I
ne sont pas applicables.
Art. 527. L’article 64 est applicable.
Art. 528. L’article 65 est applicable.
En outre, lorsqu’une société de bourse détient des
fonds appartenant à des clients, elle prend des mesures
adéquates pour sauvegarder les droits de ses clients
et pour empêcher l’utilisation pour son propre compte
des fonds appartenant à des clients.
Art. 529. L’article 65/1 est applicable, étant entendu
que l’habilitation au Roi visée au paragraphe 2 dudit
article porte également sur la défi nition des exigences
en matière d’organisation comptable et de règles comp-
tables afférentes aux dépôts de fonds effectués auprès
des sociétés de bourse.
Sous-section IV. Du recours à la sous-traitance
Art. 530. L’article 66 est applicable.
Sous-section V. De la politique de rémunération et
de sa mise en œuvre
Art. 531. Les articles 67, 68, 69, 70 et 71 sont
applicables.
48
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Onderafdeling VI. Verrichtingen die beperkt of verbo-
den zijn, betalingen die nietig kunnen worden verklaard
en aanhouden van tegoeden van cliënten
Art. 532. Buiten de diensten en werkzaamheden die
zij overeenkomstig hun vergunning mogen verrichten
en, onverminderd artikel 539, buiten de werkzaamheden
die aansluiten bij die diensten of werkzaamheden of die
rechtstreeks in het verlengde ervan liggen, of die ermee
samenhangen of er een aanvulling op vormen, mogen
beursvennootschappen geen andere werkzaamheden
verrichten, tenzij met de toestemming van de Bank.
Art. 533. § 1. Beursvennootschappen mogen van hun
cliënten geen gelddeposito’s ontvangen, met uitzon-
dering van zichtdeposito’s en vernieuwbare termijnde-
posito’s van maximum drie maanden die bestemd zijn
voor de verwerving van fi nanciële instrumenten of die
moeten worden terugbetaald. De duur van vernieuwde
termijndeposito’s mag niet langer zijn dan één jaar, tenzij
voor de betrokken deposito’s een langere duur nood-
zakelijk is in het kader van een met de cliënt gesloten
overeenkomst voor vermogensbeheer.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde deposito’s dienen
te worden geplaatst bij een of meer entiteiten die de
hoedanigheid hebben van:
1° centrale bank;
2° kredietinstelling die onder het recht van een andere
lidstaat ressorteert;
3° kredietinstelling die onder het recht van een derde
land ressorteert;
4° erkend geldmarktfonds.
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet
voor onmiddellijk opeisbare gelden, noch voor binnen
een maximumtermijn van drie werkdagen opeisbare
gelden of voor gelden die ter dekking van verplichtingen
van cliënten zijn verstrekt.
De in het eerste lid bedoelde entiteiten mogen op de
gelden die op een gezamenlijke of geïndividualiseerde
cliëntenrekening zijn geplaatst, geen recht doen gelden
ingevolge eigen vorderingen op de beursvennootschap
die deze rekening heeft geopend. Beslag onder derden
door de schuldeisers van de beursvennootschap op
deze rekeningen en hun saldo is evenmin toegestaan.
§ 3. Indien een insolventieprocedure wordt geopend
tegen de beursvennootschap, worden de gelden die met
toepassing van paragraaf 2 zijn geplaatst op een geza-
menlijke cliëntenrekening of op een geïndividualiseerde
Sous-section VI. Des opérations sujettes à limitations
ou à interdiction, des paiements sujets à nullité et de la
détention des avoirs des clients
Art. 532. Sauf autorisation de la Banque, les sociétés
de bourse ne peuvent exercer d’autres activités que la
fourniture des services et activités autorisés par leur
agrément ainsi que, sans préjudice de l’article 539, les
activités qui se situent dans le cadre ou le prolongement
direct de ces services et activités, ou qui en constituent
l’accessoire ou le complément.
Art. 533. § 1er. Les sociétés de bourse ne peuvent
recevoir de dépôts de fonds, à l’exception des dépôts
à vue et des dépôts à terme renouvelables à trois mois
maximum de leurs clients, en attente d’affectation à
l’acquisition d’instruments fi nanciers ou en attente de
restitution. La durée des dépôts à terme renouvelés
ne peut excéder un an, sauf si une durée plus longue
s’avère nécessaire pour ces dépôts dans le cadre d’un
contrat de gestion de fortune conclu avec le client.
§ 2. Les dépôts visés au paragraphe 1er, doivent
être déposés auprès d’une ou plusieurs entités ayant
la qualité:
1° de banque centrale;
2° d’établissement de crédit relevant du droit d’un
État membre;
3° d’établissement de crédit relevant du droit d’un
pays tiers;
4° de fonds du marché monétaire qualifi é.
L’obligation de placement visée à l’alinéa 1er ne
s’applique pas aux espèces immédiatement exigibles
ou exigibles dans un délai maximum de trois jours
ouvrables ainsi qu’aux espèces données en couverture
d’engagements de clients.
Les entités visées à l’alinéa 1er ne peuvent, sur les
fonds déposés sur un compte clients global ou individua-
lisé, faire valoir de droit résultant de créances propres
sur la société de bourse qui a ouvert ce compte. De
même, ces comptes et leur solde ne peuvent faire l’objet
d’aucune saisie-arrêt par les créanciers de la société
de bourse.
§ 3. Les fonds déposés, en application du para-
graphe 2, sur un compte clients global ou sur un
compte individualisé permettant l’identification de
clients individuels, sont, à l’exception des dépôts ayant
49
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
rekening die de identifi catie van individuele cliënten
toelaat, met uitzondering van de deposito’s die door
hun titularis konden worden teruggevorderd, bij bijzon-
der voorrecht aangewend voor de terugbetaling van de
deposito’s als bedoeld in paragraaf 1, met uitsluiting
van de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde deposito’s.
§ 4. De Koning kan, na advies van de Bank en de
FSMA, de voorwaarden en regels vaststellen waaraan
de door cliënten bij beursvennootschappen geplaatste
gelddeposito’s moeten voldoen, evenals de voorwaar-
den en regels voor de beleggingen die de beursven-
nootschappen met deze gelden mogen verrichten. Deze
voorwaarden en regels hebben tevens betrekking op
de regels inzake de organisatie, de bescherming van
en de informatieverstrekking aan de cliënten wat de
inontvangstneming van deze gelden door de beurs-
vennootschappen en hun belegging bij andere bemid-
delaars betreft.
Om de tegoeden van de cliënten te beschermen
kan de Bank, na advies van de FSMA, in uitzonderlijke
omstandigheden de met toepassing van het eerste lid
vastgestelde bepalingen aanvullen via reglementen
vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2 van
de wet van 22 februari 1998. De Bank stelt de Europese
Commissie onverwijld in kennis van alle aanvullende
bepalingen die zij overeenkomstig dit lid wil opleggen, en
dit ten minste twee maanden vóór de inwerkingtreding
ervan. De kennisgeving bevat een motivering voor die
aanvullende bepalingen.
Art. 534. Beursvennootschappen mogen rechtstreeks
noch onrechtstreeks leningen of kredieten verstrekken,
met uitzondering van:
1° de in artikel 2, 2°, 2, van de wet van … bedoelde
leningen en kredieten;
2° voorschotten aan ondernemingen waarin de beurs-
vennootschap een deelneming bezit, als wederbeleg-
ging van haar eigen vermogen;
3° het lenen van fi nanciële instrumenten;
4° leningen aan de effectenbeursvennootschappen
en de vennootschappen die de gereglementeerde
markten besturen, op voorwaarde dat ze er vennoot of
lid van zijn.
Art. 535. Onverminderd artikel 534, is artikel 72 van
toepassing, met dien verstande dat het bedrag van
100 000 euro als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid,
verlaagd wordt tot 25 000 euro.
Art. 536. Artikel 73 is van toepassing.
pu être recouvrés par leurs titulaires, affectés par pri-
vilège spécial au remboursement des dépôts visés au
paragraphe 1er autres que ceux visés au paragraphe 2,
alinéa 2, en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à
l’encontre de la société de bourse.
§ 4. Le Roi peut défi nir, sur avis de la Banque et
de la FSMA, les conditions et modalités auxquelles
doivent répondre les dépôts de fonds effectués par des
clients auprès des sociétés de bourse et les conditions
et modalités des placements que peuvent effectuer
les sociétés de bourse concernant ces fonds. Ces
conditions et modalités couvrent également les règles
d’organisation et les règles de protection et d’informa-
tion des clients afférentes à la réception de ces fonds
par les sociétés de bourse et à leur placement auprès
d’autres intermédiaires.
Dans des circonstances exceptionnelles, la Banque
peut compléter, sur avis de la FSMA, les dispositions
prises en application de l’alinéa 1er, en vue d’assu-
rer la sauvegarde des avoirs des clients, par voie de
règlements pris en application de l’article 12bis, § 2,
de la loi du 22 février 1998. La Banque notifi e sans
délai à la Commission européenne toutes dispositions
complémentaires qu’elle entend imposer en application
du présent alinéa et ce, au moins deux mois avant leur
entrée en vigueur. Cette notifi cation comprend les motifs
de ces dispositions complémentaires.
Art. 534. Les sociétés de bourse ne peuvent consen-
tir, directement ou indirectement, des prêts ou des
crédits, à l’exception des seuls prêts et crédits suivants:
1° les prêts et crédits visés à l’article 2, 2°, 2, de
la loi du …;
2° les avances consenties, en remploi de ses fonds
propres, aux entreprises dans lesquelles la société de
bourse détient une participation;
3° les prêts d’instruments fi nanciers;
4° les prêts consentis aux sociétés des bourses de
valeurs mobilières et aux sociétés chargées de l’admi-
nistration des marchés réglementés, à condition qu’elles
en soient associées ou membres.
Art. 535. Sans préjudice de l’article 534, l’article
72 est applicable, étant entendu que le montant de
100 000 euros visé au paragraphe 1er, alinéa 4, est
ramené à un montant de 25 000 euros.
Art. 536. L’article 73 est applicable.
50
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 537. § 1. Beursvennootschappen mogen enkel
een beroep doen op in België gevestigde tussenperso-
nen in bank- en beleggingsdiensten die naar behoren
zijn ingeschreven overeenkomstig artikel 5, § 1, van
de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling
in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van
fi nanciële instrumenten.
Indien zij een beroep wensen te doen op in een
andere lidstaat gevestigde verbonden agenten, dienen
beursvennootschappen zich ervan te vergewissen dat
deze personen in de betrokken lidstaat zijn ingeschreven
in het register bedoeld in artikel 29, lid 3, van Richtlijn
2014/65/EU. Zij vergewissen zich van de beperkingen
die in de betrokken lidstaat van toepassing zijn op ver-
bonden agenten.
§ 2. Beursvennootschappen die samenwerken met
verbonden agenten blijven volledig en onvoorwaarde-
lijk verantwoordelijk voor elke handeling of elk verzuim
van deze verbonden agenten die voor hun rekening
optreden, in het bijzonder wanneer zij deze verbonden
agenten toelaten transacties te verrichten met gelden
en/of fi nanciële instrumenten van cliënten.
De beursvennootschappen zien erop toe dat de ver-
bonden agenten waarmee zij samenwerken kenbaar
maken in welke hoedanigheid zij optreden voordat zij
zaken doen met een cliënt.
§ 3. De beursvennootschappen dienen de werk-
zaamheden van hun verbonden agenten te controleren.
Zij treffen afdoende maatregelen ter voorkoming van
de negatieve gevolgen die de eventuele aanvullende
activiteiten van de verbonden agenten zouden kunnen
hebben op de werkzaamheden die deze agenten voor
rekening van de beursvennootschappen verrichten.
§ 4. De Bank kan de bepalingen van dit artikel aan-
vullen via reglementen vastgesteld met toepassing van
artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998. Die
reglementen kunnen inzonderheid de verplichtingen
bepalen die gelden voor beursvennootschappen die
een beroep doen op verbonden agenten.
Onderafdeling VII. Mededeling van informatie over
de situatie van de beursvennootschap
Art. 538. Artikel 75 is van toepassing.
Afdeling IV. Wijzigingen in het programma van werk-
zaamheden en bijzondere verrichtingen
Onderafdeling I. Wijzigingen in het programma van
werkzaamheden
Art. 537. § 1er. Les sociétés de bourse ne peuvent faire
appel à des intermédiaires en services bancaires et en
services d’investissement établis en Belgique que s’ils
sont dûment inscrits conformément à l’article 5, § 1er,
de la loi du 22 mars 2006 relative à l’intermédiation en
services bancaires et en services d’investissement et
à la distribution d’instruments fi nanciers.
Si elles souhaitent faire appel à des agents liés éta-
blis dans un autre État membre, les sociétés de bourse
doivent veiller à ce que ces personnes soient inscrites,
dans l’État membre concerné, au registre visé à l’article
29, paragraphe 3, de la Directive 2014/65/UE. Elles
s’assurent des limitations applicables aux agents liés
dans l’État concerné.
§ 2. Les sociétés de bourse qui collaborent avec des
agents liés assument la responsabilité entière et incon-
ditionnelle de tout acte effectué ou de toute omission
commise par ces agents liés lorsqu’ils agissent pour
leur compte, en particulier lorsqu’elles autorisent ces
agents liés à effectuer des opérations concernant des
fonds et/ou des instruments fi nanciers de clients.
Les sociétés de bourse veillent à ce que les agents
liés avec lesquels elles collaborent indiquent en quelle
qualité ils agissent avant de traiter avec un client.
§ 3. Les sociétés de bourse sont tenues de contrôler
les activités de leurs agents liés. Elles prennent les
mesures adéquates afi n d’éviter que les éventuelles
activités complémentaires des agents liés n’aient un
impact négatif sur les activités exercées par ces agents
pour le compte des sociétés de bourse.
§ 4. La Banque peut compléter les dispositions du
présent article par des règlements pris en application
de l’article 12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998. Ces
règlements peuvent déterminer en particulier les obliga-
tions qui incombent aux sociétés de bourse recourant
à des agents liés.
Sous-section VII. De la communication d’informations
sur la situation de la société de bourse
Art. 538. L’article 75 est applicable.
Section IV. Des modifi cations du programme d’acti-
vité et des opérations particulières
Sous-section Ire. Des modifi cations du programme
d’activités
51
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 539. Artikel 76 is van toepassing.
Art. 540. Wanneer de wijzigingen in het programma
van werkzaamheden ertoe strekken de werkzaamheden
van de beursvennootschap uit te breiden teneinde bijko-
mende diensten en/of werkzaamheden, als bedoeld in
artikel 3, 71° en 72°, waarvoor zij nog geen vergunning
heeft, aan te bieden, dient de beursvennootschap een
verzoek tot uitbreiding van haar vergunning in overeen-
komstig artikel 492. Artikel 493, voor zover dit artikel
10 van toepassing verklaart op de beursvennootschap-
pen, de artikelen 494 tot 496 en artikel 7 van de wet van
… zijn van toepassing.
Onderafdeling II. Strategische beslissingen, beleg-
gingsbeslissingen en fusies van en overdrachten tussen
beursvennootschappen
Art. 541. Artikel 77 is van toepassing, met dien
verstande dat het eerste lid, 2°, als volgt moet wor-
den gelezen:
“Beslissingen om kapitaalvertegenwoordigende ef-
fecten te verwerven van een onderneming waarvan de
werkzaamheden niet zijn opgenomen in artikel 3, 71°
en 72°, voor een bedrag van minstens 100 000 euro of
een bedrag van 5 % van het eigen vermogen van de
beursvennootschap.”.
Art. 542. Artikel 78 is van toepassing.
Onderafdeling III. Opening of verwerving van doch-
terondernemingen in het buitenland
Art. 543. Iedere beursvennootschap die voornemens
is om, rechtstreeks of via de tussenkomst van een fi nan-
ciële holding of van een gemengde fi nanciële holding,
in het buitenland een dochteronderneming te verwerven
of op te richten die een werkzaamheid als bedoeld in
de artikelen 4 of artikel 3, 71° en 72° uitoefent, stelt de
Bank daarvan in kennis. Bij deze kennisgeving wordt
informatie gevoegd over de werkzaamheden, de orga-
nisatie, de aandeelhoudersstructuur en de leiding van
de betrokken onderneming.
Onderafdeling IV – Uitoefening van werkzaamheden
in het buitenland
Art. 544. Artikel 86 is van toepassing, met dien ver-
stande dat:
1° de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden
opgevat moeten worden als de beleggingsdiensten en/
of -activiteiten en nevendiensten bedoeld in artikel 3,
71° en 72°;
Art. 539. L’article 76 est applicable.
Art. 540. Lorsque les modifi cations du programme
d’activités visent à étendre les activités de la société
de bourse en vue de fournir des services et/ou activités
supplémentaires visés à l’article 3, 71° et 72°, qui ne
sont pas encore couverts par son agrément, la société
de bourse introduit une demande d’extension de son
agrément conformément à l’article 492. L’article 493,
dans la mesure où il rend l’article 10 applicable aux
sociétés de bourse, les articles 494 à 496 et l’article
7 de la loi du … sont applicables.
Sous-section II. Des décisions stratégiques, des
décisions d’investissement et des fusions et cessions
entre sociétés de bourse
Art. 541. L’article 77 est applicable, étant entendu que
l’alinéa 1er, 2°, doit être lu comme suit:
“Les décisions d’acquérir des titres représentatifs du
capital d’une entreprise dont l’activité n’est pas visée
à l’article 3, 71° et 72°, pour un montant d’au moins
100 000 euros ou un montant qui atteint 5 % des fonds
propres de la société de bourse.”.
Art. 542. L’article 78 est applicable.
Sous-section III. De l’ouverture ou de l’acquisition
de fi liales à l’étranger
Art. 543. La société de bourse qui projette d’acquérir
ou de créer, directement ou par l’intermédiaire d’une
compagnie fi nancière ou d’une compagnie fi nancière
mixte, une fi liale à l’étranger exerçant une activité visée
à l’article 4 ou à l’article 3, 71° et 72° notifi e son inten-
tion à la Banque. Cette notifi cation est assortie d’une
information sur les activités, l’organisation, l’actionnariat
et les dirigeants de l’entreprise concernée.
Sous-section IV – De l’exercice d’activités à l’étranger
Art. 544. L’article 86 est applicable, étant entendu que:
1° les activités visées à l’alinéa 1er doivent être lues
comme étant les services et/ou activités d’investisse-
ment et services auxiliaires visés à l’article 3, 71° et 72°;
52
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
2° het in het tweede lid bedoelde programma van
werkzaamheden met name het volgende moet ver-
melden: de fi nanciële instrumenten, de beleggings-
diensten en/of -activiteiten evenals de nevendiensten
die het bijkantoor van plan is te verrichten, en of het
bijkantoor voornemens is een beroep te doen op ver-
bonden agenten.
Art. 545. Artikel 87 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de Bank aan de bevoegde autoriteit van de
lidstaat van ontvangst nadere gegevens verstrekt over
de beleggersbeschermingsregeling waaraan de beurs-
vennootschap deelneemt overeenkomstig artikel 613.
Eventuele wijzigingen in die gegevens worden door de
Bank aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van
ontvangst meegedeeld.
Art. 546. De artikelen 88 en 88/1 zijn van toepassing.
Art. 547. Artikel 89 is van toepassing, ook wat de
informatie bedoeld in artikel 544, 2°, en 545 betreft.
Art. 548. § 1. Elke beursvennootschap die, zonder
er een bijkantoor op te richten, op het grondgebied van
een andere lidstaat voor het eerst alle of een deel van
de in artikel 3, 71° en 72°, bedoelde beleggingsdiensten
en/of -activiteiten of nevendiensten wenst te verrichten
die zij in België mag verrichten, of die haar aanbod aan
diensten of activiteiten wenst uit te breiden, verstrekt
aan de Bank de volgende informatie:
1° de lidstaat waar zij voornemens is werkzaamheden
uit te oefenen;
2° een programma van werkzaamheden waarin met
name wordt aangegeven welke beleggingsdiensten en/
of -activiteiten en nevendiensten zij voornemens is te
verrichten, met betrekking tot welke fi nanciële instru-
menten zij diensten wil verstrekken, alsook of zij van plan
is om op het grondgebied van de lidstaat een beroep
te doen op in België gevestigde verbonden agenten, in
welk geval zij de identiteitsgegevens van die verbonden
agenten aan de Bank meedeelt.
§ 2. Artikel 90 is van toepassing, met uitzondering
van paragraaf 1, eerste lid.
Art. 549. Artikel 91 is van toepassing.
Art. 550. In geval van wijziging van een van de
overeenkomstig artikel 548 verstrekte gegevens stelt
de beursvennootschap de Bank daar schriftelijk van in
kennis, en dit ten minste een maand voordat de wijziging
plaatsvindt.
2° le programme d’activité visé à l’alinéa 2 doit notam-
ment préciser les instruments fi nanciers, les services
et/ou activités d’investissement ainsi que les services
auxiliaires que la succursale envisage de fournir ou
d’exercer et si la succursale prévoit de recourir à des
agents liés.
Art. 545. L’article 87 est applicable, étant entendu
que la Banque communique à l’autorité compétente de
l’État membre d’accueil des renseignements détaillés
sur le système de protection des investisseurs auquel
la société de bourse est affiliée conformément à l’ar-
ticle 613. En cas de modifi cation de ces informations, la
Banque en avise l’autorité compétente de l’État membre
d’accueil.
Art. 546. Les articles 88 et 88/1 sont applicables.
Art. 547. L’article 89 est applicable, en ce compris
en ce qui concerne les informations visées à l’article
544, 2°, et 545.
Art. 548. § 1er. La société de bourse qui souhaite,
sans y établir une succursale, fournir ou exercer pour la
première fois sur le territoire d’un autre État membre tout
ou partie des services et/ou activités d’investissement
ou services auxiliaires visés à l’article 3, 71° en 72°,
qu’elle est autorisée à fournir ou exercer en Belgique,
ou qui souhaite étendre la gamme des services fournis
ou des activités exercées, communique les informations
suivantes à la Banque:
1° l’État membre dans lequel elle envisage d’opérer;
2° un programme d’activités mentionnant, en parti-
culier, les services et/ou activités d’investissement ainsi
que les services auxiliaires qu’elle entend fournir, les
instruments fi nanciers sur lesquels doivent porter ses
services, et si elle prévoit de recourir, sur le territoire de
l’État membre, à des agents liés établis en Belgique,
auquel cas elle communique à la Banque l’identité de
ces agents liés.
§ 2. L’article 90 est applicable à l’exception du para-
graphe 1er, alinéa 1er.
Art. 549. L’article 91 est applicable.
Art. 550. En cas de modifi cation de l’une des infor-
mations communiquées conformément à l’article 548, la
société de bourse en avise par écrit la Banque, au moins
un mois avant de mettre ladite modifi cation en œuvre.
53
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
De Bank stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat
van ontvangst en, in voorkomend geval, de FSMA, in
kennis van de wijziging.
Afdeling V. Reglementaire normen en verplichtingen
Onderafdeling I. Prospectief beheer van eigen ver-
mogen en liquiditeit
Art. 551. Artikel 94 is van toepassing.
Onderafdeling II. Globaal vereiste van een tier
1-kernkapitaalbuffer
Art. 552. De artikelen 95 en 96 zijn van toepassing
op beursvennootschappen die de werkzaamheden
bedoeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van [FSMA]
2016 uitoefenen.
Onderafdeling III – Macroprudentieel of systeemrisico
Art. 553. Artikel 97 is van toepassing.
Onderafdeling IV. Reglementeringsbevoegdheid
van de Bank
Art. 554. Artikel 98 is van toepassing.
Onderafdeling V. Maatregelen strekkende tot weder-
samenstelling van het tier 1-kernkapitaal
Art. 555. De artikelen 99 tot 105 zijn van toepassing,
met inbegrip van alle bepalingen van Bijlage V.
Afdeling VI. Periodieke informatieverstrekking en
boekhoudregels
Art. 556. De artikelen 106 en 107 zijn van toepassing.
Afdeling VII. Herstelplannen
Art. 557. De artikelen 108 tot 116, met uitzondering
van artikel 110, § 2, zijn van toepassing op de in artikel
499, § 2 bedoelde beursvennootschappen.
HOOFDSTUK III. Toezicht op de beursven-
nootschappen
Afdeling I. Toezicht door de Bank en de FSMA
Art. 558. § 1. De Bank waakt erover dat elke beurs-
vennootschap werkt overeenkomstig de bepalingen van
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en –reglementen en
La Banque informe l’autorité compétente de l’État
membre d’accueil et, le cas échéant, la FSMA de la
modifi cation.
Section V. Des normes et obligations réglementaires
Sous-section Ire. Gestion prospective des fonds
propres et de la liquidité
Art. 551. L’article 94 est applicable.
Sous-section II. Exigence globale de coussin de
fonds propres de base de catégorie 1
Art. 552. Les articles 95 et 96 sont applicables aux
sociétés de bourse qui exercent les activités visées à
l’article 2, 1°, 3 et 6 de la loi du [FSMA] 2016.
Sous-section III. Risque macroprudentiel ou
systémique
Art. 553. L’article 97 est applicable.
Sous-section IV. Pouvoir réglementaire de la Banque
Art. 554. L’article 98 est applicable.
Sous-section V. Des mesures visant à reconstituer
les fonds propres de base de catégorie 1
Art. 555. Les articles 99 à 105 sont applicables, en
ce compris l’ensemble des dispositions de l’Annexe V.
Section VI. Des informations périodiques et des
règles comptables
Art. 556. Les articles 106 et 107 sont applicables.
Section VII. Plans de redressement
Art. 557. Les articles 108 à 116, à l’exception de
l’article 110, § 2, sont applicables aux sociétés de bourse
visées à l’article 499, § 2.
CHAPITRE III. Contrôle des sociétés de bourse
Section Ire. Contrôle exercé par la Banque et
par la FSMA
Art. 558. § 1er. La Banque veille à ce que chaque
société de bourse opère conformément aux dispo-
sitions de la présente loi, des arrêtés et règlements
54
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
de rechtstreeks toepasbare Europese verordeningen,
onverminderd de bevoegdheden toegekend aan de
FSMA op grond van artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2,
van de wet van 2 augustus 2002.
§ 2. Artikel 134, § 2 is van toepassing.
Art. 559. De artikelen 135, 136, 136/1, 137, 138,
139 en 140 zijn van toepassing.
Afdeling II. Procedure van prudentieel toezicht
Onderafdeling I. Programma voor prudentieel toezicht
Art. 560. Artikel 141 is van toepassing.
Onderafdeling II. Procedure van prudentiële toetsing
en evaluatie
Art. 561. Artikel 142 is van toepassing.
Wanneer een vrijstelling wordt verleend op grond
van artikel 15 van Verordening nr. 575/2013, zijn de in
artikel 142 opgenomen vereisten van toepassing op het
toezicht op de beursvennootschap op individuele basis.
Art. 562. Onverminderd Verordening nr. 575/2013 is
artikel 143 van toepassing.
Onderafdeling III. Onderzoek van de interne benade-
ringen en methodes
Art. 563. De artikelen 144, 145, 146, en 147 zijn van
toepassing.
Onderafdeling IV. Stresstests
Art. 564. Artikel 148 is van toepassing.
Onderafdeling V. Prudentiële maatregelen
Art. 565. De artikelen 149, 150, 151, 152 en 153 zijn
van toepassing.
Onderafdeling VI. Beursvennootschappen met soort-
gelijke risicoprofi elen
Art. 566. Artikel 154 is van toepassing.
Afdeling III. Toezicht op in een andere lidstaat uitge-
oefende werkzaamheden
Onderafdeling I. Defi nities
Art. 567. Artikel 155 is van toepassing.
pris en exécution de celle-ci ainsi que des règlements
européens directement applicables, sans préjudice des
compétences dévolues à la FSMA en vertu de l’article
45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2, de la loi du 2 août 2002.
§ 2. L’article 134, § 2, est applicable.
Art. 559. Les articles 135, 136, 136/1, 137, 138, 139 et
140 sont applicables.
Section II. Processus de surveillance prudentielle
Sous-section Ire. Programme de contrôle prudentiel
Art. 560. L’article 141 est applicable.
Sous-section II. Procédure de contrôle et d’évaluation
prudentiels
Art. 561. L’article 142 est applicable.
Lorsqu’une dispense est octroyée sur la base de
l’article 15 du Règlement n° 575/2013, les exigences
prévues à l’article 142 s’appliquent à la surveillance de
la société de bourse sur base individuelle.
Art 562. Sans préjudice du Règlement n° 575/2013,
l’article 143 est applicable.
Sous-section III. Examen des approches et des
méthodes internes
Art. 563. Les articles 144, 145, 146 et 147 sont
applicables.
Sous-section IV. Tests de résistance
Art. 564. L’article 148 est applicable.
Sous-section V. Mesures prudentielles
Art. 565. Les articles 149, 150, 151, 152 et 153 sont
applicables.
Sous-section VI. Sociétés de bourse présentant des
profi ls de risques similaires
Art. 566. L’article 154 est applicable.
Section III. Contrôle des activités exercées dans un
autre État membre
Sous-section Ire. Défi nitions
Art. 567. L’article 155 est applicable.
55
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Onderafdeling II. Toezicht op de werkzaamheden
Art. 568. Artikel 156 is van toepassing.
Onderafdeling III. Uitzonderingsmaatregelen
Art. 569. Wanneer de bevoegde autoriteiten van
een andere lidstaat waar een beursvennootschap naar
Belgisch recht een bijkantoor heeft gevestigd of beleg-
gingsdiensten of -activiteiten of nevendiensten uitoefent
als bedoeld in artikel 3, 71° en 72°, in het kader van het
vrij verrichten van diensten, de Bank ervan in kennis
stellen dat de wettelijke bepalingen die van toepassing
zijn in die lidstaat en waarop zij toezicht uitoefenen in
uitvoering van Richtlijn 2014/65/EU, worden overtreden,
treft de Bank zo spoedig mogelijk alle passende maat-
regelen, met name deze bedoeld in de artikelen 234 tot
236, of doet zij deze maatregelen treffen, teneinde deze
toestand te verhelpen.
De Bank deelt deze maatregelen onverwijld mee aan
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst.
Onderafdeling IV. Samenwerking
Art. 570. Artikel 158 is van toepassing.
Onderafdeling V. Signifi cante bijkantoren
Art. 571. De artikelen 159, 160 en 161 zijn van toepas-
sing op de beursvennootschappen die een vergunning
hebben om de diensten vermeld in artikel 2, 1°, 3 en
6, van de wet van … te verlenen.
Onderafdeling VI. Controle ter plaatse
Art. 572. Artikel 162 is van toepassing.
Afdeling IV. Groepstoezicht
Onderafdeling I. Geconsolideerd toezicht op de
beursvennootschappen
Art. 573. Beursvennootschappen naar Belgisch recht
die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel dat
tevens een kredietinstelling naar Belgisch recht omvat,
en met als moederonderneming:
1° een moederkredietinstelling naar Belgisch recht; of
2° een fi nanciële moederholding in een lidstaat of
een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat,
Sous-section II. Contrôle des activités
Art. 568. L’article 156 est applicable.
Sous-section III. Mesures exceptionnelles
Art. 569. Lorsque les autorités compétentes d’un
autre État membre dans lequel une société de bourse de
droit belge a établi une succursale, ou y exerce des ser-
vices ou des activités d’investissement ou des services
auxiliaires visées à l’article 3, 71° et 72°, dans le cadre
de la libre prestation de services, saisissent la Banque
de violations des dispositions légales applicables dans
cet État membre sous leur contrôle en exécution de la
Directive 2014/65/UE, la Banque prend ou fait prendre,
sans délai, toute mesure appropriée, notamment celles
visées aux articles 234 à 236, pour veiller à ce qu’il soit
remédié à la situation de manquement.
La Banque communique sans délai ces mesures à
l’autorité compétente de l’État membre d’accueil.
Sous-section IV. Coopération
Art. 570. L’article 158 est applicable.
Sous-section V. Succursales d ’importance
signifi cative
Art. 571. Les articles 159, 160 et 161 sont applicables
aux sociétés de bourse qui sont agréées pour fournir
les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6, de
la loi du ….
Sous-section VI. Contrôle sur place
Art. 572. L’article 162 est applicable.
Section IV. Surveillance du groupe
Sous-section Ire. Contrôle sur base consolidée des
sociétés de bourse
Art. 573. Les sociétés de bourse de droit belge faisant
partie d’un ensemble consolidé comprenant également
un établissement de crédit de droit belge, et ayant
comme entreprise mère:
1° un établissement de crédit mère de droit belge; ou
2° une compagnie fi nancière mère dans un État
membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans
un État membre,
56
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
zijn voor hun toezicht op geconsolideerde basis
onderworpen aan de bepalingen van Boek II, Titel III,
Hoofdstuk IV, Afdeling II en Afdeling IV.
De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen
27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzin-
gen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508.
Art. 574. Op beursvennootschappen naar Belgisch
recht die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel
dat tevens een kredietinstelling naar Belgisch recht
omvat en met als moederonderneming een beursven-
nootschap naar Belgisch recht, zijn, voor wat betreft hun
toezicht op geconsolideerde basis, de bepalingen van
Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV, Afdeling II en Afdeling IV
van overeenkomstige toepassing.
De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen
27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzin-
gen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508.
Art. 575. Op beursvennootschappen naar Belgisch
recht die deel uitmaken van een geconsolideerd geheel
dat geen kredietinstelling naar Belgisch recht omvat en
met als moederonderneming:
1° een beursvennootschap naar Belgisch recht, of
2° een fi nanciële moederholding in een lidstaat of
een gemengde fi nanciële moederholding in een lidstaat,
zijn, voor wat betreft hun toezicht op geconsolideerde
basis, de bepalingen van Boek II, Titel III, Hoofdstuk IV,
Afdeling II en Afdeling IV, van overeenkomstige
toepassing.
De verwijzingen in artikel 168, § 1, naar de artikelen
27, 32, 33 en 34 moeten worden gelezen als verwijzi-
gingen naar de artikelen 504, 506, 507 en 508.
Art. 576. Het toezicht op geconsolideerde basis op
beursvennootschappen naar Belgisch recht als bedoeld
in artikel 575, wordt uitgeoefend door de Bank.
Onderafdeling II. Aanvullend conglomeraatstoezicht
Art. 577. Op beursvennootschappen naar
Belgisch recht:
sont, pour leur contrôle sur base consolidée, sou-
mises aux dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre IV,
Section II et Section IV.
Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux
articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des
références aux articles 504, 506, 507 et 508.
Art. 574. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre
IV, Section II et Section IV sont, pour ce qui concerne
leur contrôle sur base consolidée, applicables par ana-
logie aux sociétés de bourse de droit belge faisant partie
d’un ensemble consolidé comprenant également un
établissement de crédit de droit belge et ayant comme
entreprise mère une société de bourse de droit belge.
Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux
articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des
références aux articles 504, 506, 507 et 508.
Art. 575. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre
IV, Section II et Section IV sont, pour ce qui concerne
leur contrôle sur base consolidée, applicables par
analogie aux sociétés de bourse de droit belge faisant
partie d’un ensemble consolidé ne comprenant pas
d’établissement de crédit de droit belge et ayant comme
entreprise mère:
1° une société de bourse de droit belge, ou
2° une compagnie fi nancière mère dans un État
membre ou une compagnie fi nancière mixte mère dans
un État membre.
Les références faites dans l’article 168, § 1er, aux
articles 27, 32, 33 et 34 doivent être lues comme des
références aux articles 504, 506, 507 et 508.
Art. 576. Le contrôle sur base consolidée de sociétés
de bourse de droit belge, telles que visées à l’article
575, est exercé par la Banque.
Sous-section II. Surveillance complémentaire des
conglomérats
Art. 577. Les dispositions du Livre II, Titre III, Chapitre
IV, Section III et Section IV sont, pour ce qui concerne
leur surveillance complémentaire des conglomérats,
applicables par analogie aux sociétés de bourse de
droit belge
57
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° die aan het hoofd staan van een fi nancieel con-
glomeraat; of
2° met als moederonderneming een gemengde fi -
nanciële holding in een lidstaat
zijn, voor wat betreft hun aanvullend conglome-
raatstoezicht, de bepalingen van Boek II, Titel III,
Hoofdstuk IV, Afdeling III en Afdeling IV van overeen-
komstige toepassing.
Afdeling V. Revisoraal toezicht
Art. 578. De artikelen 220, 221, 222, 223 en 224 zijn
van toepassing.
Art. 579. Artikel 225 is van toepassing, met dien
verstande dat:
1° wat betreft de gevallen bedoeld in artikel 225,
eerste lid, 4°, a) tot c), de erkend commissarissen bij
de Bank ook melding dienen te maken van feiten of
besluiten waarvan zij kennis zouden hebben gekregen
bij de uitvoering van één van de in dit artikel bedoelde
taken bij een onderneming die nauwe banden heeft
met de beursvennootschap waar zij die taak uitvoeren;
2° het verslag bedoeld in artikel 225, eerste lid, 5°,
eveneens betrekking moet hebben op de deugdelijk-
heid van de maatregelen die de beursvennootschap
heeft getroffen ter vrijwaring van de tegoeden van de
cliënten met toepassing van artikel 533 en van de op
grond van deze bepaling door de Koning genomen
uitvoeringsmaatregelen.
Art. 580. Artikel 225/1 is van toepassing.
HOOFDSTUK IV. Afwikkelingsplannen
Art. 581. De artikelen 226 tot 232 zijn van toepassing op
de in artikel 499, § 2, bedoelde beursvennootschappen.
HOOFDSTUK V. Intrekking van de vergunning
Art. 582. Artikel 233 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de beslissing tot intrekking en de redenen
daarvoor door de Bank ter kennis worden gebracht van
de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
1° qui sont à la tête d’un conglomérat fi nancier; ou
2° dont l’entreprise mère est une compagnie fi nan-
cière mixte dans un État membre.
Section V. Du contrôle révisoral
Art. 578. Les articles 220, 221, 222, 223, 224 sont
applicables.
Art. 579. L’article 225 est applicable étant entendu que:
1° en ce qui concerne les cas visés à l’article 225,
alinéa 1er, 4°, a) à c), les commissaires agréés sont
également tenus de signaler à la Banque tout fait ou
toute décision dont ils auraient eu connaissance en
accomplissant l’une des missions visées au présent
article dans toute entreprise ayant un lien étroit avec
la société de bourse dans laquelle ils s’acquittent de
la même mission;
2° le rapport visé à l’article 225, alinéa 1er, 5°, doit
également porter sur l’adéquation des dispositions
prises par la société de bourse pour préserver les
avoirs des clients en application de l’article 533 et des
mesures d’exécution prises par le Roi en vertu de cette
disposition.
Art. 580. L’article 225/1 est applicable.
CHAPITRE IV. Plans de résolution
Art. 581. Les articles 226 à 232 sont applicables aux
sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2.
CHAPITRE V. De la radiation de l’agrément
Art. 582. L’article 233 est applicable, étant entendu
que la décision de radiation et ses motifs sont notifi és
par la Banque à l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers.
58
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
HOOFDSTUK VI. Herstelmaatregelen
Afdeling I. Dwingende maatregelen
Art. 583. Artikel 234 is van toepassing.
Afdeling II. Uitvoering van het herstelplan
Art. 584. Artikel 235 is van toepassing op de in artikel
499, § 2, bedoelde beursvennootschappen.
Afdeling III. Uitzonderlijke herstelmaatregelen
Art. 585. Artikel 236 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de Bank de beslissing tot herroeping neemt
en dat deze beslissing en de redenen daarvoor door
de Bank ter kennis worden gebracht van de Europese
Autoriteit voor effecten en markten.
Art. 586. Artikel 237 is van toepassing.
Art. 587. Artikel 238 is van toepassing.
HOOFDSTUK VII. Afwikkeling van beursven-
nootschappen
Art. 588. De artikelen 242 tot 311 zijn van toepassing op
de in artikel 499, § 2, bedoelde beursvennootschappen.
Titel III. Beursvennootschappen naar buiten-
lands recht
HOOFDSTUK I. Inleidende bepaling
Art. 589. Voor de toepassing van deze Titel wordt
onder “buitenlandse beursvennootschappen” verstaan
de ondernemingen naar buitenlands recht, ongeacht
of het om het recht van een lidstaat of van een derde
land gaat, die overeenkomstig het recht waaronder
ze ressorteren, in hun lidstaat van herkomst diensten
en activiteiten als bedoeld in artikel 1, § 3, tweede lid,
mogen verrichten.
HOOFDSTUK II. Bijkantoren en werkzaamheden in
het kader van het vrij verrichten van diensten in België
van buitenlandse beursvennootschappen die onder het
recht van een andere lidstaat ressorteren
Afdeling I. Toegang tot het bedrijf in België
Art. 590. § 1. Overeenkomstig artikel 10 van de wet
van … mogen buitenlandse beursvennootschappen die
onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en
die op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat van
CHAPITRE VI. Des mesures de redressement
Section Ire. Des mesures contraignantes
Art. 583. L’article 234 est applicable.
Section II. De la mise en œuvre du plan de
redressement
Art. 584. L’article 235 est applicable aux sociétés de
bourse visées à l’article 499, § 2.
Section III. Des mesures de redressement
exceptionnelles
Art. 585. L’article 236 est applicable, étant entendu
que la décision de révocation est prise par la Banque
et que cette décision et ses motifs sont notifi és par la
Banque à l’Autorité européenne des marchés fi nanciers.
Art. 586. L’article 237 est applicable.
Art. 587. L’article 238 est applicable.
CHAPITRE VII. Résolution des défaillances des
sociétés de bourse
Art. 588. Les articles 242 à 311 sont applicables aux
sociétés de bourse visées à l’article 499, § 2.
Titre III. Des sociétés de bourse de droit étranger
CHAPITRE Ier. Disposition liminaire
Art. 589. Aux fi ns du présent Titre, on entend par
“sociétés de bourse étrangères”, les entreprises de
droit étranger, qu’il s’agisse du droit d’un État membre
ou d’un pays tiers, qui sont, conformément au droit
dont elles relèvent, habilitées à fournir des services
et activités visés à l’article 1er, § 3, alinéa 2, dans leur
État d’origine.
CHAPITRE II. Des Succursales et des activités en
libre prestation de services en Belgique des sociétés
de bourse étrangères relevant du droit d’un autre
État membre
Section Ire. De l’accès à l’activité en Belgique
Art. 590. § 1er. Conformément à l’article 10 de la loi du
…, les sociétés de bourse étrangères relevant du droit
d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de
leur droit national à fournir, dans leur État d’origine, des
59
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
herkomst beleggingsdiensten en/of -activiteiten alsmede
nevendiensten mogen verrichten, deze werkzaamheden
aanvatten via de vestiging van een bijkantoor zodra
de Bank hen met een aangetekende brief of een brief
met ontvangstbewijs in kennis heeft gesteld van hun
registratie als bijkantoor van een buitenlandse beursven-
nootschap van een andere lidstaat.
Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk twee maanden
nadat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van her-
komst van de buitenlandse beursvennootschap het op
grond van de Europeesrechtelijke bepalingen ter zake
vereiste informatiedossier heeft meegedeeld. Indien
de beursvennootschap binnen de vastgestelde termijn
geen kennisgeving ontvangt, mag zij het bijkantoor
desalniettemin openen en de voornoemde werkzaam-
heden aanvatten, mits zij de voor België als contactpunt
fungerende autoriteit hiervan in kennis stelt.
Nevendiensten mogen in België alleen samen met
een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit
worden verricht.
§ 2. De Bank brengt de FSMA op de hoogte van de
elementen in het informatiedossier die relevant zijn voor
het toezicht op de naleving van de regels die onder haar
bevoegdheid vallen.
§ 3. De paragrafen 1 en 2 zijn van overeenkomstige
toepassing op buitenlandse beursvennootschappen die
onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en
die een beroep wensen te doen op in België gevestigde
verbonden agenten om er beleggingsdiensten en/of
-activiteiten alsmede nevendiensten te verrichten. De
bepalingen van dit Hoofdstuk die betrekking hebben
op de bijkantoren, zijn op deze verbonden agenten van
toepassing.
Art. 591. § 1. Overeenkomstig artikel 11 van de wet
van … mogen buitenlandse beursvennootschappen
die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren
en die op grond van hun nationaal recht in hun lidstaat
van herkomst beleggingsdiensten en/of -activiteiten
alsmede nevendiensten mogen verrichten, deze werk-
zaamheden in België aanvatten in het kader van het vrij
verrichten van diensten, zodra de bevoegde autoriteit
van de lidstaat van herkomst aan de voor België als
contactpunt fungerende autoriteit de op grond van de
Europeesrechtelijke bepalingen ter zake vereiste ken-
nisgeving heeft verstuurd.
Nevendiensten mogen in België alleen samen met
een beleggingsdienst en/of een beleggingsactiviteit
worden verricht.
services d’investissement et/ou à exercer des activités
d’investissement et à fournir des services auxiliaires
peuvent, par voie d’installation de succursale, entamer
ces activités dès que la Banque leur a notifi é, par lettre
recommandée à la poste ou avec accusé de réception,
leur enregistrement comme succursale d’une société
de bourse étrangère d’un autre État membre.
Cette notifi cation doit être faite au plus tard deux
mois après que l’autorité compétente de l’État membre
d’origine de la société de bourse étrangère aura com-
muniqué le dossier d’information requis par les disposi-
tions du droit de l’Union européenne en la matière. En
l’absence de notifi cation dans le délai fi xé, la société de
bourse peut toutefois ouvrir la succursale et entamer les
activités précitées moyennant un avis donné à l’autorité
qui sert de point de contact pour la Belgique.
Les services auxiliaires ne peuvent être fournis en
Belgique que conjointement à un service d’investisse-
ment et/ou à une activité d’investissement.
§ 2. La Banque communique à la FSMA les élé-
ments du dossier d’information qui sont pertinents
pour le contrôle du respect des règles relevant de sa
compétence.
§ 3. Les paragraphes 1er et 2 sont applicables par
analogie aux sociétés de bourse étrangères relevant
du droit d’un autre État membre qui souhaitent recourir
à des agents liés établis en Belgique pour y fournir des
services d’investissement et/ou exercer des activités
d’investissement et proposer des services auxiliaires.
Ces agents liés sont soumis aux dispositions du présent
Chapitre relatives aux succursales.
Art. 591. § 1er. Conformément à l’article 11 de la loi du
…, les sociétés de bourse étrangères relevant du droit
d’un autre État membre, qui sont habilitées en vertu de
leur droit national à fournir dans leur État membre d’ori-
gine des services d’investissement et/ou à y exercer des
activités d’investissement et à y fournir des services
auxiliaires, peuvent entamer ces activités en Belgique
sous le régime de la libre prestation de services dès
que l’autorité compétente de l’État membre d’origine a
communiqué à l’autorité qui sert de point de contact pour
la Belgique la notifi cation requise par les dispositions
du droit de l’Union européenne en la matière.
Les services auxiliaires ne peuvent être fournis en
Belgique que conjointement à un service d’investisse-
ment et/ou à une activité d’investissement.
60
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
§ 2. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing
op buitenlandse beursvennootschappen die onder
het recht van een andere lidstaat ressorteren en die
in België beleggingsdiensten of -activiteiten alsmede
nevendiensten willen verrichten met inschakeling van
in die andere lidstaat gevestigde verbonden agenten.
De Bank maakt op haar website de identiteitsgege-
vens bekend van de verbonden agenten waarop de
vennootschap van plan is een beroep te doen.
Afdeling II. Bedrijfsuitoefening
Art. 592. De volgende bepalingen zijn van toepassing
onverminderd de regels die door of krachtens de wet van
2 augustus 2002 zijn vastgesteld en onverminderd de
andere bepalingen die aan de Bank bevoegdheden ver-
lenen ten aanzien van de in artikel 590 bedoelde bijkan-
toren en de in artikel 591 bedoelde vennootschappen:
1° artikel 527, dat betrekking heeft op de door een
bijkantoor uitgevoerde transacties;
2° artikel 533, § 3, voor zover de in artikel 590 be-
doelde bijkantoren ervoor opteren, met instemming van
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst,
om de regels voor de belegging van gelddeposito’s die
vastgelegd zijn in artikel 533, § 2, en de ter uitvoering
van artikel 533 genomen besluiten, na te leven.
Afdeling III. Periodieke informatieverstrekking en
boekhoudregels
Art. 593. De artikelen 317 en 318 zijn van toepassing,
met dien verstande dat de verwijzingen in de genoemde
artikelen naar artikel 312 moeten worden opgevat als
verwijzingen naar artikel 590.
Afdeling IV. Toezicht op de bijkantoren
Onderafdeling I. De Bank in haar hoedanigheid van
autoriteit van de lidstaat van ontvangst
Art. 594. De in artikel 590 bedoelde bijkantoren vallen
onder het toezicht van de Bank voor de in de artikelen
592 en 593 bedoelde doeleinden, voor zover de in
deze bepalingen bedoelde materies tot de bevoegdheid
behoren van de Bank. Artikel 558 en artikel 559, voor
zover dit laatste artikel de artikelen 135, 136 en 139 van
toepassing verklaart op de beursvennootschappen, zijn
in die mate van toepassing.
Art. 595. Artikel 320 is van toepassing.
§ 2. Le paragraphe 1er est applicable par analogie aux
sociétés de bourse étrangères relevant du droit d’un
autre État membre qui souhaitent fournir des services
d’investissement ou exercer des activités d’investisse-
ment et proposer des services auxiliaires en Belgique
par l’intermédiaire d’agents liés établis dans cet autre
État membre.
La Banque publie sur son site internet l’identité des
agents liés auxquels la société entend recourir.
Section II. De l’exercice de l’activité
Art. 592. Les dispositions suivantes sont d’applica-
tion sans préjudice des règles prévues par et en vertu
de la loi du 2 août 2002 et sans préjudice des autres
dispositions qui confèrent des pouvoirs à la Banque à
l’égard des succursales visées à l’article 590 et des
sociétés visées à l’article 591:
1° l’article 527, concernant les transactions effectuées
par une succursale;
2° l’article 533, § 3, dans la mesure où les succur-
sales visées à l’article 590 choisissent, avec l’accord
de l’autorité compétente de l’État membre d’origine, de
respecter volontairement les règles pour le placement
des dépôts de fonds prévues à l’article 533, § 2, et les
arrêtés pris en exécution de l’article 533.
Section III. Informations périodiques et règles
comptables
Art. 593. Les articles 317 et 318 sont applicables,
étant entendu que les références faites dans lesdits
articles, à l’article 312 doivent être lues comme des
références à l’article 590.
Section IV. Du contrôle des succursales
Sous-section Ire. La Banque en sa qualité d’autorité
de l’État membre d’accueil
Art. 594. Les succursales visées à l’article 590 sont
soumises au contrôle de la Banque aux fi ns prévues par
les articles 592 et 593 dans la mesure où les matières
visées par ces dispositions relèvent de la compétence
de la Banque. L’article 558 et l’article 559, dans la
mesure où ce dernier rend les articles 135, 136 et
139 applicables aux sociétés de bourse, sont appli-
cables dans cette mesure.
Art. 595. L’article 320 est applicable.
61
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art.596. Artikel 321 is van toepassing.
Onderafdeling II. Signifi cante bijkantoren
Art. 597. De artikelen 322 en 323 zijn van toepas-
sing op buitenlandse beursvennootschappen die een
vergunning hebben om de diensten vermeld in artikel
2, 1°, 3 en 6 van de wet van … te verlenen.
Onderafdeling III. Controle ter plaatse
Art. 598. De artikelen 324, 325 en 326 zijn van toe-
passing, met dien verstande dat de verwijzingen in de
genoemde artikelen naar de artikelen 312, 315 en 319,
moeten worden opgevat als verwijzingen naar de arti-
kelen 590, 592 en 594.
Afdeling V. Uitzonderingsmaatregelen
Art. 599. Artikel 329 is van toepassing, met dien
verstande dat paragraaf 5 niet van toepassing is op
buitenlandse beursvennootschappen.
Art. 600. Artikel 330 is van toepassing.
Afdeling VI. Bijkantoren en dienstverleningsactivitei-
ten in België van buitenlandse beursvennootschappen
die niet onder Richtlijn 2014/65/EU vallen
Art. 601. De artikelen 590 tot 600 zijn niet van toepas-
sing op buitenlandse beursvennootschappen die onder
het recht van een andere lidstaat ressorteren en die
buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/65/EU
vallen op grond van artikel 2, lid 1, onder l) en m), en
artikel 3 van die richtlijn.
De bepalingen van Hoofdstuk III zijn van toepassing
op de bijkantoren en de dienstverleningsactiviteiten in
België van die vennootschappen.
HOOFDSTUK III. Bijkantoren in België van buiten-
landse beursvennootschappen van derde landen
Art. 602. De bepalingen van dit Hoofdstuk doen geen
afbreuk aan de toepassing van de artikelen 46 tot 49 van
Verordening nr. 600/2014 en van de artikelen 13 en
14 van de wet van ….
Afdeling I. Toegang tot het bedrijf in België
Art. 603. § 1. De buitenlandse beursvennootschap-
pen die onder het recht van een derde land ressorteren
moeten, alvorens een bijkantoor te openen om beleg-
gingsdiensten of -activiteiten te verrichten in België, een
vergunning verkrijgen van de Bank.
Art. 596. L’article 321 est applicable.
Sous-section II. Des succursales signifi catives
Art. 597. Les articles 322 et 323 sont applicables aux
sociétés de bourse étrangères qui sont agréées pour
fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et
6 de la loi du ….
Sous-section III. Du contrôle sur place
Art. 598. Les articles 324, 325 et 326 sont appli-
cables, étant entendu que les références, faites dans
lesdits articles, aux articles 312, 315 et 319 doivent être
comprises comme des références aux articles 590,
592 et 594.
Section V. Des mesures exceptionnelles
Art. 599. L’article 329 est applicable étant entendu
que le paragraphe 5 n’est pas applicable aux sociétés
de bourse étrangères.
Art. 600. L’article 330 est applicable.
Section VI. Des succursales et des activités de pres-
tation de services en Belgique des sociétés de bourse
étrangères non soumises à la Directive 2014/65/UE
Art. 601. Les articles 590 à 600 ne s’appliquent pas
aux sociétés de bourse étrangères relevant du droit
d’un autre État membre qui sont en dehors du champ
d’application de la Directive 2014/65/UE en vertu des
articles 2, paragraphe 1er, l) et m), et 3 de cette directive.
Les succursales et les activités de prestation de
services en Belgique de ces sociétés sont soumises
aux dispositions du Chapitre III.
CHAPITRE III. Des succursales en Belgique des
sociétés de bourse étrangères de pays tiers
Art. 602. Les dispositions du présent Chapitre sont
sans préjudice de l’application des articles 46 à 49 du
Règlement n° 600/2014 et des articles 13 et 14 de
la loi du ….
Section Ire. De l’accès à l’activité en Belgique
Art. 603. § 1er. Les sociétés de bourse étrangères
relevant du droit d’un pays tiers doivent, avant d’ouvrir
une succursale en vue de fournir des services ou
activités d’investissement en Belgique, se faire agréer
auprès de la Banque.
62
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
In dit verband zijn de volgende artikelen van
toepassing:
1° de artikelen 491, 492, 493, voor zover dit laatste
artikel 9 van toepassing verklaart op de beursvennoot-
schappen, evenals de artikelen 495, 496 et 497, met
dien verstande dat:
— de verwijzing naar artikel 493, voor zover dit artikel
9 van toepassing verklaart op de beursvennootschap-
pen, geldt voor de buitenlandse beursvennootschap
waaronder het bijkantoor ressorteert;
— de buitenlandse beursvennootschap in haar land
van herkomst de toestemming moeten hebben verkre-
gen om de werkzaamheden uit te oefenen die in haar
programma van werkzaamheden zijn opgenomen;
2° artikel 498, met dien verstande dat artikel 498 van
toepassing is op de buitenlandse beursvennootschap
waaronder het bijkantoor ressorteert. Er kan evenwel
een vergunning worden verleend aan bijkantoren van
instellingen met rechtspersoonlijkheid die geen han-
delsvennootschappen zijn;
3° artikel 499 §§ 1 en 2, waarbij het aanvangskapitaal
wordt vervangen door een dotatie waarvan de Bank, bij
reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis,
§ 2, van de wet van 22 februari 1998, het bedrag kan
bepalen, evenals de bestanddelen en de voorwaarden
voor de overeenstemmende activa, met name vanuit
het oogpunt van hun locatie in België;
4° de artikelen 500 tot 502, voor zover zij de artikelen
18 tot 22 van toepassing verklaren op de beursvennoot-
schappen, met dien verstande dat de verwijzing naar
artikel 500 geldt voor de beursvennootschap waaronder
het bijkantoor ressorteert en de verwijzing naar de arti-
kelen 501 en 502 voor het bijkantoor in België;
5° artikel 512, voor zover de buitenlandse beursven-
nootschap niet kan aantonen dat de verbintenissen
van haar Belgisch bijkantoor minstens in dezelfde mate
gedekt zijn door een beleggersbeschermingsregeling
van haar land van herkomst als door de Belgische beleg-
gersbeschermingsregeling, voor wat betreft de gedekte
activa en het vastgestelde dekkingsniveau.
§ 2. De bepalingen van artikel 333, §§ 2, 3, 4 en 5, zijn
van toepassing.
Afdeling II. Bedrijfsuitoefening
Art. 604. Artikel 335 is van toepassing, met dien
verstande dat de verwijzingen in het genoemde artikel
À cette fi n, sont applicables:
1° les articles 491, 492 et 493, dans la mesure où
ce dernier rend l’article 9 applicable aux sociétés de
bourse, ainsi que les articles 495, 496 et 497, étant
entendu que:
— la référence faite à l’article 493, dans la mesure
il rend l’article 9 applicable aux sociétés de bourse,
vaut pour la société de bourse étrangère dont relève
la succursale;
— la société de bourse étrangère doit être autorisée
dans son pays d’origine à exercer les activités conte-
nues dans son programme d’activités;
2° l’article 498, étant entendu que l’article 498 s’ap-
plique à la société de bourse étrangère dont relève la
succursale. Toutefois, peuvent être agréées des succur-
sales d’institutions dotées de la personnalité juridique
mais n’ayant pas la forme de société commerciale;
3° l’article 499 §§ 1er et 2, le capital initial étant rem-
placé par une dotation dont la Banque peut déterminer,
par voie de règlement pris en application de l’article
12bis, § 2, de la loi du 22 février 1998, le montant, les
éléments constitutifs et les conditions relatives aux
actifs correspondants, notamment sous l’angle de leur
localisation en Belgique;
4° les articles 500 à 502, dans la mesure où ils rendent
les articles 18 à 22 applicables aux sociétés de bourse,
étant entendu que la référence fait à l’article 500 vaut
pour la société de bourse dont relève la succursale et
que la référence faite aux articles 501 et 502 vaut pour
la succursale en Belgique;
5° l’article 512, dans la mesure où la société de
bourse étrangère ne peut établir que les engagements
de sa succursale belge sont couverts par un système
de protection des investisseurs de son pays d’origine
dans une mesure au moins équivalente à celle résultant
du système belge de protection des investisseurs quant
aux actifs couverts et au niveau de couverture prévu.
§ 2. Les dispositions de l’article 333, §§ 2, 3, 4 et
5, sont applicables.
Section II. De l’exercice de l’activité
Art. 604. L’article 335 est applicable, étant entendu
que les références faites dans ledit article, aux articles
63
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
naar de artikelen 45, 55 en 333 moeten worden opgevat
als verwijzingen naar, respectievelijk, de artikelen 513,
519 en 603.
Daarnaast zijn ook de volgende artikelen van
toepassing:
1° artikel 46; indien de Bank grond heeft om aan te
nemen dat de invloed van natuurlijke of rechtspersonen
die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalifi ceerde
deelneming bezitten in de buitenlandse beursvennoot-
schap, een gezond en voorzichtig beleid van deze
vennootschap kan belemmeren, kan zij, onverminderd
de andere bij deze wet bepaalde maatregelen, voor de
duur die zij bepaalt, de vergunning van het bijkantoor
schorsen of herroepen; artikel 236, § 1, 4° en 6°, en § 3,
is van toepassing op dergelijke beslissingen;
2° de artikelen 532 tot 534, 537 tot 539, 559, voor
zover dit laatste artikel 137 van toepassing verklaart op
de beursvennootschappen en artikel 28quater van de
wet van 2 augustus 2002.
Art. 605. § 1. De buitenlandse beursvennootschap
moet in België over voor beslag vatbare activa beschik-
ken voor een bedrag dat overeenstemt met het bedrag
van de tegoeden, als bedoeld in artikel 615, tweede lid,
die het bijkantoor heeft ontvangen, tenzij zij aantoont
dat zij aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° de wetgeving inzake insolventieprocedures van
het derde land garandeert dat de schuldeisers die hun
tegoeden bij het Belgische bijkantoor hebben gedepo-
neerd, dezelfde behandeling krijgen als de schuldeisers
die hun tegoeden bij een buitenlandse beursvennoot-
schap in het derde land hebben gedeponeerd; en
2° indien een insolventieprocedure wordt geopend
tegen de buitenlandse beursvennootschap in het derde
land, kent de wetgeving inzake dergelijke procedures
aan de beleggers die gelden bij het Belgische bijkan-
toor hebben gedeponeerd, een rangorde toe die een
gelijkaardige bescherming biedt als deze waarin artikel
533, § 3, voorziet.
§ 2. Het Belgische bijkantoor van de buitenlandse
beursvennootschap kan slechts fi nanciële instrumenten
van cliënten in ontvangst nemen indien, bij opening van
een insolventieprocedure tegen de buitenlandse beurs-
vennootschap in het derde land, de wetgeving inzake
dergelijke procedures, het zakelijk eigendomsrecht
als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het koninklijk
besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de
bewaargeving van vervangbare fi nanciële instrumenten
en de vereffening van transacties op deze instrumen-
ten, gecoördineerd op 27 januari 2004, erkent voor
45, 55 et 333 doivent être lues comme des références
respectivement aux articles 513, 519 et 603.
En outre, sont applicables:
1° l’article 46; lorsque la Banque a des raisons de
considérer que l’infl uence exercée par les personnes
physiques ou morales détenant, directement ou indi-
rectement, une participation qualifi ée dans la société
de bourse étrangère est de nature à compromettre sa
gestion saine et prudente, et sans préjudice des autres
mesures prévues par la présente loi, la Banque peut
suspendre ou révoquer pour la durée qu’elle détermine
l’agrément de la succursale; l’article 236, § 1er, 4° et 6°,
et § 3, est applicable à ces décisions;
2° les articles 532 à 534, 537 à 539, 559, dans la
mesure où ce dernier rend l’article 137 applicable aux
sociétés de bourse et l’article 28quater de la loi du
2 août 2002.
Art. 605. § 1er. La société de bourse étrangère doit
disposer d’actifs saisissables en Belgique pour un mon-
tant correspondant au montant des avoirs, tels que visés
à l’article 615, alinéa 2, reçus par la succursale, sauf
à démontrer qu’elle satisfait aux conditions suivantes:
1° le droit des procédures d’insolvabilité du pays tiers
assure aux créanciers ayant déposé leurs avoirs auprès
de la succursale belge un traitement qui est équivalent
à celui des créanciers ayant déposé leurs avoirs auprès
d’une société de bourse étrangère dans le pays tiers; et
2° en cas de procédure d’insolvabilité ouverte à
l’encontre de la société de bourse étrangère dans le
pays tiers, le droit régissant cette procédure octroie
aux investisseurs ayant déposé des fonds auprès de la
succursale belge un rang offrant une protection similaire
à celle prévue à l’article 533, § 3.
§ 2. La succursale belge de la société de bourse
étrangère ne peut recevoir des instruments fi nanciers
de clients que si, en cas de procédure d’insolvabilité
ouverte à l’encontre de la société de bourse étrangère
dans le pays tiers, le droit régissant cette procédure
reconnaît le droit réel de copropriété prévu à l’article 13,
alinéa 2, de l’arrêté royal n° 62 du 10 novembre 1967
relatif au dépôt d’instruments fi nanciers fongibles et à
la liquidation d’opérations sur ces instruments, coor-
donné le 27 janvier 2004, dans le chef des investisseurs
ayant déposé leurs instruments fi nanciers auprès de la
64
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
de beleggers die hun fi nanciële instrumenten bij het
Belgische bijkantoor hebben gedeponeerd, of indien
deze wetgeving aan de belegger een recht toekent ten
gevolge van de bewaargeving van de fi nanciële instru-
menten, dat een zakelijk recht vormt op grond waarvan
hij een vordering tot teruggave kan uitoefenen op deze
fi nanciële instrumenten, met uitsluiting van een louter
vorderingsrecht.
Afdeling III. Toezicht
Art. 606. De artikelen 337, 338 en 339 zijn van toe-
passing, met dien verstande dat artikel 134, waarnaar
verwezen wordt in artikel 337, gelezen moet worden als
een verwijzing naar de artikelen 134, § 2, en 558.
Afdeling IV. Intrekking, uitzonderingsmaatrege-
len, sancties
Art. 607. Artikel 340 is van toepassing, met dien ver-
stande dat de Bank rekening houdt met de bescherming
van de beleggers.
Titel IV. Dwangsommen en andere dwangmaatregelen
Art. 608. De artikelen 345 en 346 zijn van toepassing,
met dien verstande dat de verwijzing naar artikel 315 in
artikel 346 gelezen moet worden als een verwijzing naar
artikel 592.
Titel V. Sancties
HOOFDSTUK I. Administratieve boetes
Art. 609. Artikel 347 is van toepassing.
HOOFDSTUK II. Strafrechtelijke sancties
Art. 610. De artikelen 348, 349, 350, 351 en 352 zijn
van toepassing, met dien verstande dat, in artikel 348,
§ 1, 2°, de woorden “wie het bedrijf uitoefent van een
kredietinstelling als bedoeld in artikel 7 of Boek III, Titel
II” moeten worden opgevat als “wie het bedrijf uitoefent
van een beursvennootschap als bedoeld in artikel 491 of
in Boek XII, Titel III, Hoofdstuk III”.
Titel VI. Regels van het internationaal privaatrecht
inzake saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures
Art. 611. De artikelen 353 tot 377 zijn van toepassing,
met dien verstande dat de verwijzingen in de genoemde
artikelen naar artikel 90 moeten worden opgevat als
verwijzingen naar artikel 548.
succursale belge ou confère à l’investisseur un droit à
la suite du dépôt des instruments fi nanciers constitutif
d’un droit réel permettant l’exercice d’une revendication
sur ces instruments fi nanciers, à l’exclusion d’un simple
droit de créance.
Section III. Du contrôle
Art. 606. Les articles 337, 338 et 339 sont applicables,
étant entendu que l’article 134 auquel il est fait référence
dans l’article 337 doit être lu comme une référence aux
articles 134, § 2, et 558.
Section IV. Radiation, mesures exception-
nelles, sanctions
Art. 607. L’article 340 est applicable, étant entendu
que la Banque tient compte de la protection des
investisseurs.
Titre IV. Des astreintes et autres mesures coercitives
Art. 608. Les articles 345 et 346 sont applicables,
étant entendu que la référence faite à l’article 315 dans
l’article 346 doit être lue comme une référence à
l’article 592.
Titre V. Des sanctions
CHAPITRE IER. Des amendes administratives
Art. 609. L’article 347 est applicable.
CHAPITRE II. Des sanctions pénales
Art. 610. Les articles 348, 349, 350, 351 et 352 sont
applicables, étant entendu que s’agissant de l’article
348, § 1er, 2°, les mots “activité d’un établissement de
crédit visé à l’article 7 ou au Livre III, Titre II” doivent
être lus comme “activité d’une société de bourse visée
à l’article 491 ou au Livre XII, Titre III, Chapitre III”.
Titre VI. Règles de droit international privé en matière
de mesures d’assainissement et de procédures de
liquidation
Art. 611. Les articles 353 à 377 sont applicables, étant
entendu que les références faites dans lesdits articles,
à l’article 90 doivent être lues comme des références
à l’article 548.
65
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Titel VII. Materieelrechtelijke aspecten van
liquidatieprocedures
Art. 612. De artikelen 378 tot 379/1 zijn van toepassing.
Titel VIII. Beleggersbeschermingsregeling
Art. 613 Artikel 384/2 is van toepassing
Art. 614. Artikel 384/3 is van toepassing, met dien
verstande dat:
1° het eerste, derde, vierde en vijfde lid ook betrek-
king hebben op de schadeloosstelling in het kader
van het in artikel 615, tweede lid, bedoelde onderdeel
gelddeposito’s.
2° het tweede lid als volgt moet worden gelezen:
“Tenzij het faillissement is uitgesproken, neemt de
Bank de beslissing waarmee wordt vastgesteld dat een
in artikel 613 bedoelde beursvennootschap, om redenen
die rechtstreeks verband houden met haar fi nanciële
positie, niet in staat lijkt te zijn de gelddeposito’s terug te
betalen of te voldoen aan haar verplichtingen jegens de
beleggers tot terugbetaling van de beleggers fi nanciële
instrumenten die voor hun rekening worden gehouden
of die de beursvennootschap verschuldigd is, en dat de
beursvennootschap daartoe ook op afzienbare termijn
niet in staat zal zijn. Deze vaststelling geschiedt zo spoe-
dig mogelijk en in elk geval uiterlijk vijf werkdagen nadat
voor het eerst is vastgesteld dat de beursvennootschap
heeft nagelaten verschuldigde en betaalbare geldde-
posito’s of een fi nancieel instrument terug te betalen.”.
Art. 615. Artikel 384/4 is van toepassing voor wat be-
treft het onderdeel fi nanciële instrumenten van de beleg-
gersbeschermingsregeling die door het Garantiefonds
is ingesteld.
Het onderdeel gelddeposito’s van de door het
Garantiefonds ingestelde beleggersbeschermingsrege-
ling voorziet, tot een bedrag van maximum 100 000 euro
per belegger en per beursvennootschap die aan deze
regeling deelneemt, in de terugbetaling van de geld-
deposito’s die voor rekening van de beleggers worden
gehouden en die bestemd zijn voor de verwerving
van financiële instrumenten of die moeten worden
terugbetaald, ongeacht de munteenheid waarin ze zijn
uitgedrukt, op voorwaarde dat deze gelddeposito’s niet
reeds gedekt zijn door de in de artikelen 380 tot 384/1
bedoelde depositobeschermingsregeling.
Titre VII. Aspects de droit matériel des procédures
de liquidation
Art. 612. Les articles 378 à 379/1 sont applicables.
Titre VIII. Du système de protection des investisseurs
Art. 613. L’article 384/2 est applicable.
Art. 614. L’article 384/3 est applicable, étant
entendu que:
1° les alinéas 1er, 3, 4 et 5 portent également sur
l’indemnisation sous le volet dépôts de fonds visée à
l’article 615, alinéa 2.
2° l’alinéa 2 doit être lu comme suit:
“Sauf dans les cas où la faillite a été prononcée, la
Banque prend la décision constatant que, pour des
raisons liées directement à sa situation fi nancière, une
société de bourse visée à l’article 613 n’apparaît pas en
mesure de restituer les dépôts de fonds ou de remplir
ses obligations à l’égard des investisseurs en matière
de restitution des instruments fi nanciers qui sont déte-
nus pour leur compte ou dont la société de bourse est
redevable et que la société de bourse ne sera pas en
mesure de le faire dans un futur rapproché. Ce constat
est fait dès que possible, et en tout état de cause au
plus tard cinq jours ouvrables après avoir établi pour la
première fois que la société de bourse n’a pas restitué
les dépôts de fonds échus et exigibles ou a omis de
restituer un instrument fi nancier.” .
Art. 615. L’article 384/4 est applicable, pour ce qui
concerne le volet instruments fi nanciers du système
de protection des investisseurs institué par le Fonds
de garantie.
Le volet dépôts de fonds du système de protection
des investisseurs institué par le Fonds de garantie
prévoit, jusqu’à un plafond de 100 000 euros par inves-
tisseur et par société de bourse adhérant à ce système,
le remboursement des dépôts de fonds détenus pour
le compte des investisseurs en attente d’affectation à
l’acquisition d’instruments fi nanciers ou en attente de
restitution, quelle que soit la devise dans laquelle ils
sont libellés, à condition que ces dépôts de fonds ne
soient pas déjà couverts par le système de protection
des dépôts visé dans les articles 380 à 384/1.
66
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 616. Artikel 384/5 is van toepassing, met dien
verstande dat de eerste zin van het tweede lid als volgt
moet worden gelezen:
“De aanwending voor reclamedoeleinden van de in
paragraaf 1 bedoelde informatie is beperkt tot de loutere
vermelding van de beleggersbeschermingsregeling die
een garantie biedt voor de gelddeposito’s of de fi nanci-
ele instrumenten waarop de reclame betrekking heeft.”.
Art. 617. Artikel 384/6 is van toepassing.
Titel IX. Wijzigingsbepaling
Art. 618. De artikelen 495, § 2, en 515, § 2, worden
opgeheven op de datum die in artikel 93, lid 1, tweede
alinea van Richtlijn 2014/65/EU is vastgelegd voor de
inwerkingtreding van de nationale bepalingen die de
genoemde richtlijn omzetten.
Titel X. Overgangsbepalingen
Art. 619. Tot aan de in artikel 93, lid 1, tweede alinea,
van Richtlijn 2014/65/EU voorziene datum voor de
inwerkingtreding van de nationale bepalingen die de
genoemde richtlijn omzetten, moeten alle verwijzingen
in deze wet naar deze richtlijn worden gelezen als ver-
wijzingen naar Richtlijn 2004/39/EG.
Art. 620. Voor de toepassing van de artike-
len 613 tot 617 van deze wet dienen de woorden “het
Garantiefonds” begrepen te worden als het Bijzonder
Beschermingsfonds voor deposito’s, levensverzeke-
ringen en kapitaal van erkende coöperatieve vennoot-
schappen en het Beschermingsfonds voor deposito’s en
fi nanciële instrumenten, in functie van hun respectieve-
lijke opdrachten opgenomen in het koninklijk besluit van
14 november 2008 tot uitvoering van de crisismaatre-
gelen voorzien in de wet van 22 februari 1998, voor wat
betreft de oprichting van het Garantiefonds voor fi nan-
ciële diensten, en in de wet van 17 december 1998 tot
oprichting van een beschermingsfonds voor deposito’s
en fi nanciële instrumenten en tot reorganisatie van de
beschermingsregelingen voor deposito’s en fi nanciële
instrumenten.
Art. 621. Voor de periode gaande van de datum van
inwerkingtreding van dit Boek tot 31 december 2018 is
artikel 1 van Bijlage IV, dat van toepassing is verklaard
bij artikel 552, van toepassing volgens de in dit artikel
bepaalde modaliteiten.
Het percentage van de tier 1-kernkapitaalcon-
serveringsbuffer, uitgedrukt als percentage van
het totale bedrag van de risicoblootstelling van een
Art. 616. L’article 384/5 est applicable, étant entendu
que la première phrase de l’alinéa 2 doit être lue
comme suit:
“L’usage publicitaire des informations visées au para-
graphe 1er est limité à une simple mention du système
de protection des investisseurs qui garantit les dépôts
de fonds ou les instruments fi nanciers visés dans la
publicité.”.
Art. 617. L’article 384/6 est applicable.
Titre IX. Disposition modifi cative
Art. 618. À la date prévue à l’article 93, paragraphe 1er,
alinéa 2, de la Directive 2014/65/UE pour l’entrée en
vigueur des dispositions nationales transposant ladite
directive, les articles 495, § 2, et 515, § 2, sont abrogés.
Titre X. Dispositions transitoires
Art. 619. Jusqu’à la date prévue à l’article 93, para-
graphe 1er, alinéa 2, de la Directive 2014/65/UE pour
l’entrée en vigueur des dispositions nationales transpo-
sant ladite directive, toutes les références faites dans la
présente loi à cette directive doivent se lire comme des
références à la Directive 2004/39/CE.
Art. 620. Aux fi ns des articles 613 à 617 de la présente
loi, les mots “Fonds de garantie” doivent s’entendre
comme comprenant à la fois le Fonds spécial de
protection pour les dépôts, les assurances sur la vie
et le capital de sociétés coopératives agréées et le
Fonds de protection des dépôts et des instruments
fi nanciers, selon leurs missions respectives prévues
par l’arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exé-
cution des mesures anti-crise prévues dans la loi du
22 février 1998, en ce qui concerne la création du Fonds
de garantie pour les services fi nanciers, et par la loi du
17 décembre 1998 créant un fonds de protection des
dépôts et des instruments fi nanciers et réorganisant les
systèmes de protection des dépôts et des instruments
fi nanciers.
Art. 621. Pour la période allant de la date d’entrée en
vigueur du présent Livre au 31 décembre 2018, l’article
1er de l’Annexe IV, rendu applicable par l’article 552,
est applicable selon les modalités précisées au pré-
sent article.
Le taux de coussin de conservation des fonds propres
de base de catégorie 1, exprimé en pourcentage du
montant total de l’exposition au risque d’une société
67
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
beursvennootschap, berekend overeenkomstig artikel
92, § 3, van Verordening nr. 575/2013, is gelijk aan:
1) 0,625 % voor de periode gaande van de inwerking-
treding van dit Boek tot 31 december 2016;
2) 1,25 % voor de periode van 1 januari 2017 tot
31 december 2017;
3) 1,875 % voor de periode van 1 januari 2018 tot
31 december 2018.
Art. 622. Voor de periode gaande van de datum van
inwerkingtreding van dit boek tot 31 december 2018,
zijn de bij artikel 552 van toepassing verklaarde artike-
len 13 en 14 van Bijlage IV van toepassing volgens de
volgende modaliteiten:
1) op de datum van inwerkingtreding van dit Boek
moet worden voldaan aan 25 % van het vereiste dat
is vastgesteld overeenkomstig artikel 13, § 2, van
Bijlage IV;
2) op 1 januari 2017 moet worden voldaan aan 50 %
van het vereiste dat is vastgesteld overeenkomstig ar-
tikel 13, § 2, van Bijlage IV;
3) op 1 januari 2018 moet worden voldaan aan 75 %
van het vereiste dat is vastgesteld overeenkomstig ar-
tikel 13, § 2, van Bijlage IV.”.
HOOFDSTUK 3
Slot-, wijzigings-, overgangs- en
opheffingsbepalingen
Afdeling 1
Slotbepaling
Art. 73
De Koning kan aanpassingen aanbrengen in de bepa-
lingen van andere wetgevingen waarin wordt verwezen
naar de bepalingen van de wet van 6 april 1995 of de
uitvoeringsbesluiten ervan, om ze in overeenstemming
te brengen met de bepalingen van deze wet of de ter
uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
de bourse, calculé conformément à l’article 92, § 3, du
Règlement n° 575/2013 est égal à:
1) 0,625 % pour la période allant de l’entrée en
vigueur du présent Livre au 31 décembre 2016;
2) 1,25 % pour la période du 1er janvier 2017 au
31 décembre 2017;
3) 1,875 % pour la période du 1er janvier 2018 au
31 décembre 2018.
Art. 622. Pour la période allant de la date d’entrée
en vigueur du présent Livre au 31 décembre 2018, les
articles 13 et 14 de l’Annexe IV, rendus applicables
par l’article 552, sont applicables selon les modalités
suivantes:
1) à la date d’entrée en vigueur du présent Livre,
l’exigence fi xée conformément à l’article 13, § 2, de
l’Annexe IV doit être respectée à concurrence de 25 %;
2) le 1er janvier 2017, l’exigence fi xée conformément
à l’article 13, § 2, de l’Annexe IV doit être respectée à
concurrence de 50 %;
3) le 1er janvier 2018, l’exigence fi xée conformément
à l’article 13, § 2, de l’Annexe IV doit être respectée à
concurrence de 75 %.”.
CHAPITRE 3
Dispositions fi nales, modifi catives, transitoires et
abrogatoires
Section 1re
Disposition fi nale
Art. 73
Le Roi peut adapter les dispositions d’autres légis-
lations qui renvoient à des dispositions de la loi du
6 avril 1995 ou de ses arrêtés d’exécution pour les
mettre en concordance avec les dispositions de la pré-
sente loi ou de ses arrêtés et règlements d’exécution.
68
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Afdeling 2
Wijzigingsbepalingen
Onderafdeling 1
Wijziging van de wet van 2 januari 1991 betreffende de
markt van de effecten van de overheidsschuld en het
monetair beleidsinstrumentarium
Art. 74
In artikel 13, § 2, van de wet van 2 januari 1991 betref-
fende de markt van de effecten van de overheidsschuld
en het monetair beleidsinstrumentarium, laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennootschappen”;
2° in de bepaling onder 2° worden de woorden “door
de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het
toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemid-
delaars en de beleggingsadviseurs,” vervangen door de
woorden “door Boek XII van de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen;”.
Onderafdeling 2
Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling
van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
Art. 75
In artikel 12ter, § 1 van de wet van 22 februari 1998 tot
vaststelling van het organiek statuut van de Nationale
Bank van België, laatstelijk gewijzigd bij de wet
van 25 april 2014, worden de woorden “de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen”.
Art. 76
In artikel 21ter, § 5 van dezelfde wet, ingevoegd bij
de wet van 25 april 2014, worden de woorden “van de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden
“, Boek XI en de artikelen 581 en 588 van de wet van
Section 2
Dispositions modifi catives
Sous-section 1re
Modifi cation de la loi du 2 janvier 1991 relative au marché
des titres de la dette publique et aux instruments de la
politique monétaire
Art. 74
À l’article 13, § 2, de la loi du 2 janvier 1991 relative
au marché des titres de la dette publique et aux instru-
ments de la politique monétaire, modifi é en dernier lieu
par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° le 1° est complété par les mots “et des sociétés
de bourse”;
2° au 2°, les mots “par la loi du 6 avril 1995 relative
au statut des entreprises d’investissement et à leur
contrôle, aux intermédiaires et conseillers en place-
ments,” sont remplacés par les mots “par le Livre XII de
la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse;”.
Sous-section 2
Modifi cations de la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque nationale de Belgique
Art. 75
Dans l ’ar ticle 12ter, § 1er, de la loi du
22 février 1998 fi xant le statut organique de la Banque
nationale de Belgique, modifi é en dernier lieu par la loi
du 25 avril 2014, le paragraphe 1er est complété par les
mots “et des sociétés de bourse”.
Art. 76
Dans l’article 21ter, § 5, de la même loi, inséré par la
loi du 25 avril 2014, les mots “de la loi du 25 avril 2014 re-
lative au statut et au contrôle des établissements de
crédit” sont remplacés par les mots “, du Livre XI et des
articles 581 et 588 de la loi du 25 avril 2014 relative au
69
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kre-
dietinstellingen en beursvennootschappen”.
Art. 77
In artikel 36/1 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 3° worden de woorden “de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen” vervangen door de woorden
“de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”;
2° in de bepaling onder 5° worden de woorden “als
bedoeld in boek II van de wet van 6 april 1995 inzake
het statuut van en het toezicht op de beleggingson-
dernemingen” vervangen door de woorden “als be-
doeld in Boek XII van de wet van 25 april 2014 op het
statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen”;
3° in de bepaling onder 12° worden de woorden “van
de Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de woorden
“van Richtlijn 2014/65/EU”;
4° in de bepaling onder 16° worden de woorden “arti-
kel 48 van de Richtlijn 2004/39/EG” vervangen door de
woorden “artikel 67 van Richtlijn 2014/65/EU”;
5° de bepaling onder 17° wordt vervangen als volgt:
““Richtlijn 2014/65/EU”: Richtlijn 2014/65/EU van het
Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 be-
treffende markten voor financiële instrumenten en
tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn
2011/61/EU;”.
Art. 78
In artikel 36/2, vijfde lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de vol-
gende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder a) worden de woorden “en
van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en be-
drijfspensioenen” vervangen door de woorden “, van
de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfs-
pensioenen en, in voorkomend geval, van de Europese
Autoriteit voor effecten en markten”;
2° in de bepaling onder b) worden de woorden “en
door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en
statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse”.
Art. 77
Dans l’article 36/1 de la même loi, modifi é en der-
nier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° le 3° est complété par les mots “et des sociétés
de bourse”;
2° au 5°, les mots “visée au livre II de la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement” sont remplacés par les mots
“visée au Livre XII de la loi du 25 avril 2014 relative au
statut et au contrôle des établissements de crédit et des
sociétés de bourse”;
3° au 12°, les mots “de la Directive 2004/39/CE” sont
remplacés par les mots “de la Directive 2014/65/UE”;
4° au 16° les mots “l’article 48 de la Directive 2004/39/
CE” sont remplacés par les mots “l’article 67 de la
Directive 2014/65/UE”;
5° le 17° est remplacé par ce qui suit:
““la Directive 2014/65/UE”: la Directive 2014/65/
UE du Parlement européen et du Conseil du
15 mai 2014 concernant les marchés d’instruments
fi nanciers et modifi ant la directive 2002/92/CE et la
directive 2011/61/UE;”.
Art. 78
À l’article 36/2, alinéa 5 de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au a), les mots “et de l’Autorité européenne des
assurances et des pensions professionnelles” sont
remplacés par les mots “, de l’Autorité européenne
des assurances et des pensions professionnelles et,
le cas échéant, de l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers”;
2° au b), les mots “et par l’ l’Autorité européenne
des assurances et des pensions professionnelles” sont
70
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
bedrijfspensioenen” vervangen door de woorden “, door
de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfs-
pensioenen en, in voorkomend geval, door de Europese
Autoriteit voor effecten en markten”.
Art. 79
In artikel 36/3, § 2, eerste lid, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 13 maart 2016, worden de woorden
“, de beursvennootschappen” ingevoegd tussen
de woorden “met uitzondering van de kredietinstel-
lingen” en de woorden “en de verzekerings- en
herverzekeringsondernemingen”.
Art. 80
In artikel 36/6, § 2, 2°, laatstelijk gewijzigd bij de wet
van 13 maart 2016, worden de woorden “de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen” vervangen door de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen”.
Art. 81
In artikel 36/14, § 1 van dezelfde wet, laatstelijk gewij-
zigd bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1°, tweede lid worden de
woorden “in de zin van artikel 3, 66° van de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen of in de zin van artikel 95, §§ 5bis en
5ter, van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van
en het toezicht op de beleggingsondernemingen” ver-
vangen door de woorden “in de zin van artikel 3, 65° van
de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toe-
zicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen”;
2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de
woorden “en aan het orgaan dat bevoegd is voor de
fi nancieringsregelingen voor de afwikkeling”.
Art. 82
In artikel 36/17, § 1 van dezelfde wet, laatstelijk ge-
wijzigd bij het koninklijk besluit van 12 november 2013,
worden de woorden “in artikel 4, lid 1, 22) van Richtlijn
2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 21 april 2004 betreffende markten voor fi nanciële
instrumenten, en in artikel 4, 4) van Richtlijn 2006/48/
EG van het Europees Parlement en de Raad van
remplacés par les mots “, par l’Autorité européenne
des assurances et des pensions professionnelles et,
le cas échéant, par l’Autorité européenne des marchés
fi nanciers”.
Art. 79
À l’article 36/3, § 2, alinéa 1er, modifi é en dernier lieu
par la loi du 13 mars 2016, les mots “, des sociétés de
bourse” sont insérés entre les mots “à l’exception des
établissements de crédit” et les mots “et des entreprises
d’assurance”.
Art. 80
Dans l’article 36/6, § 2, 2°, modifi é en dernier lieu
par la loi du 13 mars 2016, les mots “et des sociétés de
bourse” sont insérés entre les mots “au contrôle des
établissements de crédit” et les mots “et aux articles
318 à 321”.
Art. 81
Dans l’article 36/14, § 1er, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au 1°, alinéa 2, les mots “au sens de l’article 3, 66°
de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit ou au sens de l’article 95,
§§ 5bis et 5ter, de la loi du 6 avril 1995 relative au statut
et au contrôle des entreprises d’investissement,” sont
remplacés par les mots “au sens de l’article 3, 65° de la
loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des
établissements de crédit et des sociétés de bourse,”;
2° le 5° est complété par les mots “et à l’organe char-
gé des dispositifs de fi nancement pour la résolution”.
Art. 82
Dans l’article 36/17, § 1er, de la même loi, modifi é
en dernier lieu par l’arrêté royal du 12 novembre 2013,
les mots “à l’article 4, paragraphe 1er, 22) de la
Directive 2004/39/CE du Parlement européen et du
Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d’ins-
truments fi nanciers et à l’article 4, 4) de la Directive
2006/48/CE du Parlement européen et du Conseil du
71
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefe-
ning van de werkzaamheden van kredietinstellingen,
teneinde de uit de voornoemde Richtlijn 2004/39/EG
voortvloeiende verplichtingen na te leven” vervangen
door de woorden “in artikel 4, lid 1, punt 26) van Richtlijn
2014/65/EU en in artikel 3, lid 1, punt 36) van Richtlijn
2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad
van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf
van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op
kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot
wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van
de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, teneinde de
uit de voornoemde Richtlijn 2014/65/EU voortvloeiende
verplichtingen na te leven”.
Art. 83
In artikel 36/24 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 13 maart 2016, worden de volgende wij-
zigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° worden de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake
het statuut van en het toezicht op de beleggingson-
dernemingen” vervangen door de woorden “de wet
van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op
kredietinstellingen en beursvennootschappen, de wet
van … inzake de toegang tot het beleggingsdiensten-
bedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht
op de vennootschappen voor vermogensbeheer en
beleggingsadvies”;
2° in paragraaf 2 worden de woorden “van de wet van
25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen” vervangen door de woorden “van de
wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht
op kredietinstellingen en beursvennootschappen”.
Art. 84
In artikel 36/34, § 3, eerste lid, van dezelfde wet, inge-
voegd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden
“houdt de Bank rekening met de aanbevelingen van het
Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB), evenals
met” vervangen door de woorden “houdt de Bank reke-
ning met de aanbevelingen van het Europees Comité
voor Systeemrisico’s (ESRB), die zij in voorkomend
geval van toepassing verklaart bij reglementen vastge-
steld met toepassing van artikel 12bis, § 2, volgens de
modaliteiten die zij bepaalt. De Bank houdt eveneens
rekening met”.
14 juin 2006 concernant l’accès à l’activité d’établisse-
ment de crédit et son exercice, aux fi ns de satisfaire aux
obligations découlant de ladite Directive 2004/39/CE”
sont remplacés par les mots “à l’article 4, paragraphe 1er,
26) de la Directive 2014/65/UE et à l’article 3, para-
graphe 1er, 36) de la Directive 2013/36/UE du Parlement
européen et du Conseil du 26 juin 2013 concernant
l’accès à l’activité des établissements de crédit et la
surveillance prudentielle des établissements de crédit et
des entreprises d’investissement, modifi ant la directive
2002/87/CE et abrogeant les directives 2006/48/CE
et 2006/49/CE, aux fi ns de satisfaire aux obligations
découlant de ladite Directive 2014/65/UE”.
Art. 83
Dans l’article 36/24 de la même loi, modifi é en der-
nier lieu par la loi du 13 mars 2016, les modifi cations
suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, 1°, les mots “, à la loi du
6 avril 1995 relative au statut et au contrôle des entre-
prises d’investissement” sont remplacés par les mots “et
des sociétés de bourse, à la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement”;
2° au paragraphe 2, les mots “et des sociétés de
bourse” sont insérés entre les mots “contrôle des éta-
blissements de crédit” et les mots “, les compagnies
fi nancières mixtes,”.
Art. 84
Dans l’article 36/34, § 3, alinéa 1er, de la même loi,
inséré par la loi du 25 avril 2014, les mots “tient compte
des recommandations émises par le Comité européen
du risque systémique (CERS) ainsi que” sont rempla-
cés par les mots “tient compte des recommandations
émises par le Comité européen du risque systémique
(CERS) et, le cas échéant, les rend applicables par voie
de règlements pris en application de l’article 12bis, § 2,
selon les modalités qu’elle détermine. La Banque tient
également compte des”.
72
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Onderafdeling 3
Wijzigingen van de wet van 28 april 1999 houdende
omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998
betreffende het defi nitieve karakter van de afwikkeling
van betalingen en effectentransacties in betalings- en
afwikkelingssystemen
Art. 85
In artikel 1/1, eerste lid, 1°, derde streepje, van de
wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn
98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het defi nitieve
karakter van de afwikkeling van betalingen en effec-
tentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen,
ingevoegd bij de wet van 26 september 2011, worden
de woorden “de Europese Commissie” vervangen
door de woorden “de Europese Autoriteit voor Effecten
en Markten”.
Onderafdeling 4
Wijzigingen van de wet van 21 december 2009 op het
statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen
voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van
betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte
van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen
Art. 86
In artikel 4 van de wet van 21 december 2009 op het
statuut van de betalingsinstellingen en van de instellin-
gen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van
betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte
van elektronisch geld en de toegang tot betalingssyste-
men, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014,
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 20° wordt het woord “bankwet”
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”;
2° de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt:
“22° wet van 25 april 2014: wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen;”.
Art. 87
In artikel 5, 1° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
Sous-section 3
Modifi cations de la loi du 28 avril 1999 visant à transposer
la Directive 98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le
caractère défi nitif du règlement dans les systèmes de
paiement et de règlement des opérations sur titres
Art. 85
Dans l’article 1er/1, alinéa 1er, 1°, troisième tiret de
la loi du 28 avril 1999 visant à transposer la Directive
98/26/CE du 19 mai 1998 concernant le caractère
défi nitif du règlement dans les systèmes de paiement
et de règlement des opérations sur titres, inséré par
la loi du 26 septembre 2011, les mots “la Commission
européenne” sont remplacés par les mots “l’Autorité
Européenne des Marchés Financiers”.
Sous-section 4
Modifi cations de la loi du 21 décembre 2009 relative
au statut des établissements de paiement et des
établissements de monnaie électronique, à l’accès
à l’activité de prestataire de services de paiement, à
l’activité d’émission de monnaie électronique et à l’accès
aux systèmes de paiement
Art. 86
Dans l’article 4 de la loi du 21 décembre 2009 rela-
tive au statut des établissements de paiement et des
établissements de monnaie électronique, à l’accès à
l’activité de prestataire de services de paiement, à l’acti-
vité d’émission de monnaie électronique et à l’accès aux
systèmes de paiement, modifi é en dernier lieu par la loi du
19 avril 2014, les modifi cations suivantes sont apportées:
1° au 20°, les mots “loi bancaire” sont remplacés par
les mots “loi du 25 avril 2014”;
2° le 22° est remplacé par ce qui suit:
“22° loi du 25 avril 2014: la loi du 25 avril 2014 relative
au statut et au contrôle des établissements de crédit et
des sociétés de bourse;”.
Art. 87
Dans l’article 5, 1°, de la même loi, modifi é en dernier
lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
73
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
1° de woorden “artikelen 312 of 313 van de bankwet”
worden vervangen door de woorden “artikelen 312 en
313 van de wet van 25 april 2014”;
2° de woorden “artikel 333 van de bankwet” worden
vervangen door de woorden “artikel 333 van de wet van
25 april 2014”.
Art. 88
In artikel 7, 8° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden “in de
zin van artikel 3, 29°, van de bankwet” vervangen door
de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de wet van
25 april 2014”.
Art. 89
In artikel 13, § 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet”
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”.
Art. 90
In artikel 21 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij
de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigin-
gen aangebracht:
1° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen
als volgt:
“De geldmiddelen die betalingsinstellingen in het ka-
der van betalingsdiensten van betalingsdienstgebruikers
ontvangen, zijn geen gelddeposito’s of andere terug-
betaalbare gelden in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid
van de wet van 25 april 2014, noch elektronisch geld.”;
2° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt:
“§ 5. Betalingsinstellingen mogen geen gelddepo-
sito’s of andere terugbetaalbare gelden in de zin van
artikel 1, § 3, eerste lid van de wet van 25 april 2014 ont-
vangen, of betaalinstrumenten in de vorm van elektro-
nisch geld uitgeven.”;
3° paragraaf 7 wordt vervangen als volgt:
“§ 7. Wanneer een betalingsinstelling deviezenver-
richtingen aanbiedt of verricht, als bedoeld bij artikel
102, tweede lid, van de wet van … betreffende de toe-
gang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende
het statuut van en het toezicht op de vennootschappen
1° les mots “articles 312 ou 313 de la loi bancaire”
sont remplacés par les mots “articles 312 et 313 de la
loi du 25 avril 2014”;
2° les mots “article 333 de la loi bancaire” sont rempla-
cés par les mots “article 333 de la loi du 25 avril 2014”.
Art. 88
Dans l’article 7, 8° de la même loi, modifi é en der-
nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au sens
de l’article 3, 29°, de la loi bancaire” sont remplacés
par les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi du
25 avril 2014”.
Art. 89
Dans l’article 13, § 3 de la même loi, modifi é par la loi
du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire” sont remplacés
par les mots “loi du 25 avril 2014”.
Art. 90
Dans l’article 21 de la même loi, modifi é en dernier
lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° au paragraphe 4, l’alinéa 2 est remplacé par
ce qui suit:
“Les fonds d’utilisateurs de services de paiement
reçus par des établissements de paiement en vue de la
prestation de services de paiement ne constituent pas
des dépôts ou d’autres fonds remboursables au sens
de l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014,
ni de la monnaie électronique.”;
2° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit:
“§ 5. Les établissements de paiement ne sont pas
autorisés à exercer l’activité de réception de dépôts
d’argent ou d’autres fonds remboursables au sens de
l’article 1er, § 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014, ni
l’activité d’émission d’instruments de paiements sous
la forme de monnaie électronique.”;
3° le paragraphe 7 est remplacé par ce qui suit:
“§ 7. Lorsqu’un établissement de paiement fournit ou
exerce des opérations sur devises visées à l’article 102,
alinéa 2, de la loi du … relative à l’accès à l’activité de
prestation de services d’investissement et au statut et
au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et
74
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, is artikel
103 van die wet niet op haar van toepassing.
Onverminderd het eerste lid worden de betrokken be-
talingsinstellingen voor wat betreft de voormelde activiteit
die bestaat in het uitvoeren van deviezenverrichtingen,
opgenomen in de lijst van in België geregistreerde wis-
selkantoren met de vermelding “betalingsinstelling die
verrichtingen doet als bedoeld in artikel 102, tweede lid,
van de wet van … betreffende de toegang tot het beleg-
gingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het
toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer
en beleggingsadvies”. De Bank informeert daartoe de
FSMA wanneer zij aan een dergelijke betalingsinstelling
een vergunning heeft verleend of wanneer een betalingsin-
stelling waaraan zij een vergunning heeft verleend, nadien
deviezenverrichtingen aanbiedt of verricht.”.
Art. 91
In artikel 22, § 1, b), 3° van dezelfde wet worden de
woorden “in de zin van artikel 77, § 2, van de wet van
6 april 1995 inzake het statuut en het toezicht op de
beleggingsondernemingen” vervangen door de woor-
den “in de zin van artikel 533, § 2, 4° van de wet van
25 april 2014”.
Art. 92
In artikel 28, eerste lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord
“bankwet” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
Art. 93
In artikel 32, derde lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord
“bankwet” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
Art. 94
In artikel 48, § 1, 2° van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord
“bankwet” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
de conseil en investissement, l’article 103 de cette loi
ne lui est pas applicable.
Nonobstant l’alinéa 1er, les établissements de paie-
ment visés sont, pour ce qui concerne l’activité précitée
d’opérations sur devises, repris dans la liste des bureaux
de change enregistrés en Belgique avec la mention “éta-
blissement de paiement exerçant des activités visées à
l’article 102, alinéa 2, de la loi du … relative à l’accès
à l’activité de prestation de services d’investissement
et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de
portefeuille et de conseil en investissement”. À cet effet,
la Banque informe la FSMA du fait qu’elle a agréé un tel
établissement de paiement ou du fait qu’un établisse-
ment de paiement qu’elle a agréé fournira ou exercera
désormais des opérations sur devises.”.
Art. 91
Dans l’article 22, § 1er, b), 3°, de la même loi, les mots
“au sens de l’article 77, § 2, de la loi du 6 avril 1995 re-
lative au statut et contrôle des entreprises d’inves-
tissement” sont remplacés par les mots “au sens de
l’article 533, § 2, 4° de la loi du 25 avril 2014”.
Art. 92
Dans l’article 28, alinéa 1er, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban-
caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
Art. 93
Dans l’article 32, alinéa 3, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban-
caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
Art. 94
Dans l’article 48, § 1er, 2° de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban-
caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
75
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 95
In artikel 57, derde lid van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord
“bankwet” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
Art. 96
In artikel 58, tweede lid worden de woorden “met toe-
passing van artikel 139 van de wet van 6 april 1995 op
het statuut van en het toezicht op de beleggingsonder-
nemingen” vervangen door de woorden “met toepassing
van artikel 103 van de wet van … inzake de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies”.
Art. 97
In artikel 59, 1° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzi-
gingen aangebracht:
1° de woorden “artikelen 312 of 313 van de bankwet”
worden vervangen door de woorden “artikelen 312 en
313 van de wet van 25 april 2014”;
2° de woorden “artikel 333 van de bankwet” worden
vervangen door de woorden “artikel 333 van de wet van
25 april 2014”.
Art. 98
In artikel 62, § 1, 8° van dezelfde wet, laatstelijk ge-
wijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden
“in de zin van artikel 3, 29°, van de bankwet” vervangen
door de woorden “in de zin van artikel 3, 29°, van de
wet van 25 april 2014”.
Art. 99
In artikel 68, § 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet”
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”.
Art. 95
Dans l’article 57, alinéa 3 de la même loi, modifi é
en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi
bancaire” sont remplacés à chaque reprise par les mots
“loi du 25 avril 2014”.
Art. 96
Dans l’article 58, alinéa 2, les mots “en application de
l’article 139 de la loi du 6 avril 1995 relative au statut et
au contrôle des entreprises d’investissement” sont rem-
placés par les mots “en application de l’article 103 de
la loi du … relative à l’accès à l’activité de prestation
de services d’investissement et au statut et au contrôle
des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en
investissement”.
Art. 97
Dans l’article 59, 1° de la même loi, modifi é en dernier
lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifi cations suivantes
sont apportées:
1° les mots “articles 312 ou 313 de la loi bancaire”
sont remplacés par les mots “articles 312 et 313 de la
loi du 25 avril 2014”;
2° les mots “article 333 de la loi bancaire” sont rempla-
cés par les mots “article 333 de la loi du 25 avril 2014”.
Art. 98
Dans l’article 62, § 1er, 8° de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au sens
de l’article 3, 29°, de la loi bancaire” sont remplacés
par les mots “au sens de l’article 3, 29°, de la loi du
25 avril 2014”.
Art. 99
Dans l’article 68, § 3 de la même loi, modifi é en der-
nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire”
sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
76
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 100
In artikel 73, § 1 van dezelfde wet wordt het woord
“bankwet” telkens vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
Art. 101
In artikel 77, §§ 4 en 5 van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de woor-
den “in de zin van artikel 1 van de bankwet” vervangen
door de woorden “in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid
van de wet van 25 april 2014”.
Art. 102
In artikel 100, 2° van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord “bankwet”
vervangen door de woorden “wet van 25 april 2014”.
Art. 103
In artikel 105, § 1, 2° van dezelfde wet, laatstelijk
gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het woord
“bankwet” vervangen door de woorden “wet van
25 april 2014”.
Onderafdeling 5
Wijzigingen van de wet van 13 maart 2016 op het
statuut van en het toezicht op de verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen
Art. 104
In artikel 15 van de wet van 13 maart 2016 op het
statuut van en het toezicht op de verzekerings- of
herverzekeringsondernemingen worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt:
“10° “wet van …”: de wet van … inzake de toegang
tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het
statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor
vermogensbeheer en beleggingsadvies”;
2° de bepaling onder 14° wordt vervangen als volgt:
“14° “wet van 25 april 2014”: de wet van 25 april 2014 op
het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en
beursvennootschappen;”;
Art. 100
Dans l’article 73, § 1er, de la même loi, les mots “loi
bancaire” sont remplacés à chaque fois par les mots
“loi du 25 avril 2014”.
Art. 101
Dans l’article 77, §§ 4 et 5, de la même loi, modifi és
en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “au
sens de l’article 1er de la loi bancaire” sont respective-
ment remplacés par les mots “au sens de l’article 1er,
§ 3, alinéa 1er de la loi du 25 avril 2014”.
Art. 102
Dans l’article 100, 2° de la même loi, modifi é en der-
nier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi bancaire”
sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
Art. 103
Dans l’article 105, § 1er, 2°, de la même loi, modifi é en
dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les mots “loi ban-
caire” sont remplacés par les mots “loi du 25 avril 2014”.
Sous-section 5
Modifi cations de la loi du 13 mars 2016 relative
au statut et au contrôle des entreprises
d’assurance ou de réassurance
Art. 104
À l’article 15 de la loi du 13 mars 2016 relative au
statut et au contrôle des entreprises d’assurance
ou de réassurance, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° le 10° est remplacé par ce qui suit:
“10° “loi du …”: loi du … relative à l’accès à l’activité
de prestation de services d’investissement et au statut
et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille
et de conseil en investissement”;
2° le 14° est remplacé par ce qui suit:
“14° “loi du 25 avril 2014”: la loi du 25 avril 2014 rela-
tive au statut et au contrôle des établissements de crédit
et des sociétés de bourse;”;
77
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
3° de bepaling onder 47° wordt vervangen als volgt:
“47° “beleggingsonderneming”: een beleggingsonder-
neming in de zin van artikel 3, § 1 van de wet van …;”;
4° in de bepaling onder 48° worden de woorden “of
beursvennootschap” ingevoegd tussen de woorden “die
geen kredietinstelling” en het woord “is”;
5° in de bepaling onder 91° wordt het woord “, beurs-
vennootschappen” ingevoegd tussen het woord “krediet-
instellingen” en de woorden “of fi nanciële instellingen”.
Art. 105
In artikel 338, eerste lid, 9°, c) van dezelfde wet
worden de woorden “in de zin van artikel 46, 2°, van de
wet van 6 april 1995, een fi nanciële instelling in de zin
van artikel 46, 29°, van diezelfde wet” vervangen door
de woorden “in de zin van artikel 3, 72°, van de wet
van 25 april 2014, een fi nanciële instelling in de zin van
artikel 3, 41°, van diezelfde wet”.
Art. 106
In artikel 340 van dezelfde wet worden de volgende
wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 8° worden de woorden “de
wet van 6 april 1995” vervangen door de woorden “de
wet van …”;
2° in de bepaling onder 11° worden de woorden “van
de wet van 25 april 2014, artikel 95 van de wet van
6 april 1995” vervangen door de woorden “of de artikelen
573 tot 576 van de wet van 25 april 2014, artikel 59 van
de wet van …”.
Art. 107
In artikel 489, § 1 van dezelfde wet worden de
woorden “artikel 96 van de wet van 6 april 1995” ver-
vangen door de woorden “artikel 578 van de wet van
25 april 2014”.
Art. 108
In artikel 603, § 4 van dezelfde wet worden de
woorden “door de Administratie van het Kadaster, de
Registratie en de Domeinen” vervangen door de woor-
den “door de Algemene Administratie van de inning en
invordering van de Federale overheidsdienst Financiën”.
3° le 47° est remplacé par ce qui suit:
“47° “entreprise d’investissement”: une entreprise
d’investissement au sens de l’article 3, § 1er de la
loi du …;”;
4° au 48°, les mots “ou société de bourse” sont insérés
entre les mots “autre qu’un établissement de crédit” et
les mots “, dont l’activité principale”;
5° au 91°, les mots “, sociétés de bourse” sont insérés
entre les mots “un ou plusieurs établissements de crédit”
et les mots “ou établissements fi nanciers”.
Art. 105
À l’article 338, alinéa 1er, 9°, c) de la même loi, les
mots “services auxiliaires au sens de l’article 46, 2°, de
la loi du 6 avril 1995, un établissement fi nancier au sens
de l’article 46, 29°, de la même loi” sont remplacés par
les mots “services auxiliaires au sens de l’article 3, 72°,
de la loi du 25 avril 2014, un établissement fi nancier au
sens de l’article 3, 41°, de la même loi”.
Art. 106
À l’article 340 de la même loi, les modifi cations sui-
vantes sont apportées:
1° au 8°, les mots “la loi du 6 avril 1995” sont rempla-
cés par les mots “la loi du …”;
2° au 11°, les mots “de la loi du 25 avril 2014, l’article
95 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“ou les articles 573 à 576 de la loi du 25 avril 2014,
l’article 59 de loi du …”.
Art. 107
À l’article 489, § 1er de la même loi, les mots “l’article
96 de la loi du 6 avril 1995” sont remplacés par les mots
“l’article 578 de loi du 25 avril 2014”.
Art. 108
Dans l’article 603, § 4 de la même loi, les mots “par
l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des
Domaines” sont remplacés par les mots “par l’Adminis-
tration générale de la Perception et du Recouvrement
au sein du Service Public Fédéral Finances”.
78
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 109
In artikel 604, § 3 van dezelfde wet worden de
woorden “door de Administratie van het Kadaster, de
Registratie en de Domeinen” vervangen door de woor-
den “door de Algemene Administratie van de inning en
invordering van de Federale overheidsdienst Financiën”.
Afdeling 3
Overgangsbepalingen
Art. 110
§ 1. De koninklijke besluiten en reglementen van de
Bank en alle andere handelingen van reglementaire aard
die in uitvoering van de wet van 6 april 1995 zijn vastge-
steld voor wat betreft de beursvennootschappen, blijven
van toepassing voor zover de bepalingen van deze
wet voorzien in de algemene of specifi eke juridische
machtigingen die nodig zijn voor deze reglementaire
handelingen en hun inhoud niet in strijd is met deze wet.
§ 2. De machtigingen en afwijkingen die door de
Bank zijn verleend en alle handelingen met individuele
draagwijdte die eerder zijn vastgesteld op grond van de
voornoemde wet van 6 april 1995 of van de reglemen-
taire handelingen die ter uitvoering ervan zijn vastge-
steld, blijven geldig, tenzij zij overeenkomstig deze wet
worden herroepen of gewijzigd.
Art. 111
Onverminderd artikel 508 van de wet van
25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, moeten de
beursvennootschappen die op de datum van inwerking-
treding van deze wet een vergunning bezitten, uiterlijk
op 31 december 2017 een directiecomité oprichten over-
eenkomstig artikel 503 van de wet van 25 april 2014, in-
gevoegd bij artikel 72.
Art. 112
Onverminderd de artikelen 507 en 508 van de wet
van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, moeten de
beursvennootschappen die op de datum van inwerking-
treding van deze wet een vergunning bezitten, uiterlijk
op 31 december 2017 de comités oprichten als bedoeld
in artikel 504 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd
bij artikel 72.
Art. 109
Dans l’article 604, § 3 de la même loi, les mots “par
l’Administration du Cadastre, de l’Enregistrement et des
Domaines” sont remplacés par les mots “par l’Adminis-
tration générale de la Perception et du Recouvrement
au sein du Service Public Fédéral Finances”.
Section 3
Dispositions transitoires
Art. 110
§ 1er. Les arrêtés royaux, les règlements de la Banque
ainsi que tous autres actes de nature réglementaire
adoptés en exécution de la loi du 6 avril 1995 en ce qui
concerne les sociétés de bourse demeurent applicables
dans la mesure où les dispositions de la présente loi
prévoient les habilitations juridiques, générales ou spé-
cifi ques, nécessaires à ces actes réglementaires et leur
contenu n’est pas contraire à la présente loi.
§ 2. Les autorisations et dérogations données par la
Banque ainsi que tous les actes de portée individuelle
adoptés antérieurement sur la base de la loi précitée du
6 avril 1995 ou des actes réglementaires adoptés pour
son exécution, restent en vigueur, sauf leur révocation
ou modifi cation décidée conformément à la présente loi.
Art. 111
Sans préjudice de l’article 508 de la loi du 25 avril 2014,
inséré par l’article 72, les sociétés de bourse qui dis-
posent d’un agrément le jour de l’entrée en vigueur de
la présente loi, doivent constituer un comité de direction
conformément à l’article 503 de la loi du 25 avril 2014,
inséré par l’article 72, pour le 31 décembre 2017 au
plus tard.
Art. 112
Sans préjudice des articles 507 et 508 de la loi du
25 avril 2014, insérés par l’article 72, les sociétés de
bourse qui disposent d’un agrément le jour de l’entrée
en vigueur de la présente loi, doivent constituer les
comités visés à l’article 504 de la loi du 25 avril 2014,
inséré par l’article 72, pour le 31 décembre 2017 au
plus tard.
79
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
Art. 113
In afwijking van artikel 525 van de wet van
25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit
artikel 62, § 5, van de wet van 25 april 2014, van toepas-
sing verklaart op de beursvennootschappen, mag een
lid van het wettelijk bestuursorgaan van een beursven-
nootschap dat niet deelneemt aan de effectieve leiding
van die beursvennootschap en dat benoemd is naar
aanleiding van de verwerving van een deelneming of
de overname van de activiteiten van een vennootschap
waarin diezelfde persoon deelneemt aan de effectieve
leiding, het mandaat dat hij binnen deze laatste vennoot-
schap uitoefent op de datum van inwerkingtreding van
deze wet, blijven uitoefenen tot het verstrijkt, voor zover
dat mandaat niet langer dan 6 jaar na de voornoemde
verwerving of overname wordt uitgeoefend.
Art. 114
In afwijking van artikel 525 van de wet van
25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit
artikel 62, § 6, van de wet van 25 april 2014, van toepas-
sing verklaart op de beursvennootschappen, mogen
de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis
van een directiecomité, de personen die deelnemen
de effectieve leiding van een beursvennootschap, een
mandaat uitoefenen dat een deelname inhoudt aan het
dagelijks bestuur van een vennootschap waarvan zij de
enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot
het verlenen van beheerdiensten aan de in artikel 62,
§ 6, van de wet van 25 april 2014, bedoelde vennoot-
schappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap,
gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum
van inwerkingtreding van deze wet.
Art. 115
Artikel 1 van Bijlage II, zoals van toepassing verklaard
op de beursvennootschappen door artikel 531 van de
wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, is enkel
van toepassing voor wat betreft de prestaties die vanaf
1 januari 2016 worden geleverd.
Art. 116
De leningen, kredieten of borgstellingen die vóór de
inwerkingtreding van deze wet zijn verleend en die niet
voldoen aan de voorschriften van artikel 535 van de wet
van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72, voor zover
dit artikel 72, § 2, van de wet van 25 april 2014, van
Art. 113
Par dérogation à l’article 525 de la loi du 25 avril 2014,
inséré par l’article 72, dans la mesure où il rend
l’article 62, § 5, applicable aux sociétés de bourse, un
membre de l’organe légal d’administration d’une société
de bourse ne participant pas à la directive effective de
celle-ci, qui est nommé à la suite de l’acquisition d’une
participation ou de la reprise des activités d’une société
dans laquelle cette même personne participe à la direc-
tion effective, est autorisé à poursuivre l’exercice de
son mandat en cours au sein de cette dernière société
à la date d’entrée en vigueur de la présente loi jusqu’à
l’expiration de celui-ci, pour autant que l’exercice de
ce mandat ne dépasse pas la date d’anniversaire des
6 ans de l’acquisition ou de la reprise précitée.
Art. 114
Par dérogation à l’article 525 de la loi du 25 avril 2014,
inséré par l’article 72, dans la mesure où il rend
l’article 62, § 6, de la loi du 25 avril 2014, applicable
aux sociétés de bourse, les membres du comité de
direction ou, en l’absence de comité de direction, les
personnes qui participent à la direction effective d’une
société de bourse peuvent exercer un mandat com-
portant une participation à la gestion courante d’une
société dans laquelle ces personnes sont les uniques
dirigeants et dont l’activité se limite à des services de
gestion aux sociétés visées à l’article 62, § 6, de la loi du
25 avril 2014, ou à l’activité d’une société patrimoniale
pendant une période de trois ans à partir de la date
d’entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 115
L’article 1er de l’Annexe II, tel que rendu applicable
aux sociétés de bourse par l’article 531 de la loi du
25 avril 2014, inséré par l’article 72, ne s’applique que
pour les prestations fournies à partir du 1er janvier 2016.
Art. 116
Les prêts, crédits ou garanties accordés avant
l’entrée en vigueur de la présente loi et qui ne sont
pas conformes au prescrit de l’article 535 de la loi du
25 avril 2014 inséré par l’article 72, dans la mesure où il
rend l’article 72, § 2, de la loi du 25 avril 2014, applicable
80
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
toepassing verklaart op de beursvennootschappen,
moeten uiterlijk twaalf maanden na de datum van inwer-
kingtreding van deze wet worden beëindigd.
Art. 117
De verplichting om een herstelplan op te stellen als
bedoeld in artikel 557 van de wet van 25 april 2014, in-
gevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 108, van de
wet van 25 april 2014 van toepassing verklaart op de
beursvennootschappen als bedoeld in artikel 499, § 2,
van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72,
moet vervuld zijn binnen de termijn die vastgesteld is in
het reglement dat wordt genomen met toepassing van
artikel 112 van de wet van 25 april 2014, zoals van toe-
passing verklaard op die beursvennootschappen door
voornoemd artikel 557 van de wet van 25 april 2014.
Art. 118
De verplichting om een herstelplan op te stellen als
bedoeld in artikel 581, van de wet van 25 april 2014,
ingevoegd bij artikel 72, voor zover dit artikel 226, van
de wet van 25 april 2014 van toepassing verklaart op de
beursvennootschappen als bedoeld in artikel 499, § 2,
van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij artikel 72,
moet vervuld zijn binnen de termijn die vastgesteld is in
het koninklijk besluit dat wordt genomen met toepassing
van artikel 227, § 2, van de wet van 25 april 2014, zoals
van toepassing verklaard op die beursvennootschappen
door voornoemd artikel 581 van de wet van 25 april 2014.
Art. 119
Tot op de datum van inwerkingtreding van de artike-
len 50 en 51 van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig
artikel 151 van die richtlijn:
1° in artikel 161, zoals van toepassing verklaard bij
artikel 571 van de wet van 25 april 2014, ingevoegd bij
artikel 72, op de beursvennootschappen die de diensten
vermeld in artikel 2, 1°, 3 en 6 van de wet van … mogen
verrichten:
a) worden in paragraaf 1, eerste zin, de woorden “om
de samenwerking uit hoofde van de artikelen 158 en
160 te vergemakkelijken” vervangen door de woorden
“om het bereiken van een gezamenlijk besluit inzake
het aanmerken van een bijkantoor als signifi cant met
toepassing van artikel 159 en het uitwisselen van infor-
matie te vergemakkelijken”;
aux sociétés de bourse, doivent prendre fi n au plus tard
dans les douze mois à partir de la date d’entrée en
vigueur de la présente loi.
Art. 117
L’obligation d’établir un plan de redressement visée à
l’article 557 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article
72, dans la mesure où il rend l’article 108 de la loi du
25 avril 2014 applicable aux sociétés de bourse visées
à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014, inséré par
l’article 72, doit être satisfaite dans le délai fi xé par le
règlement pris en application de l’article 112 de la loi du
25 avril 2014, tel que rendu applicable à ces sociétés de
bourse par l’article 557 de la loi du 25 avril 2014 précité.
Art. 118
L’obligation d’établir un plan de résolution visée à
l’article 581 de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article
72, dans la mesure où il rend l’article 226 de la loi du
25 avril 2014 applicable aux sociétés de bourse visées
à l’article 499, § 2, de la loi du 25 avril 2014, inséré par
l’article 72, doit être satisfaite dans le délai fi xé par
l’arrêté royal pris en application de l’article 227, § 2,
de la loi du 25 avril 2014, tel que rendu applicable à
ces sociétés de bourse par l’article 581 de la loi du
25 avril 2014 précité.
Art. 119
Jusqu’à la date à laquelle, conformément à l’ar-
ticle 151 de la Directive 2013/36/UE, les articles 50 et
51 de cette directive entrent en vigueur:
1° dans l’article 161, tel que rendu applicable par
l’article 571, de la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article
72, aux sociétés de bourse qui sont autorisées à four-
nir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et 6 de
la loi du …:
a) au paragraphe 1er, première phrase, les mots “afi n
de faciliter la collaboration en application des articles
158 et 160” sont remplacés par les mots “afi n de faci-
liter l’aboutissement à une décision commune sur la
désignation d’une succursale en tant que succursale
d’importance signifi cative en application de l’article
159 et à l’échange d’informations”;
81
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
b) au paragraphe 2, les mots “qui est visée aux
articles 134, § 2 et 156, § 2, et des obligations énoncées
à l’article 160” sont remplacés par les mots “qui est
visée à l’article 156, § 2, et des obligations énoncées
à l’article 160”;
2° l’article 325 de la loi du 25 avril 2014, tel que rendu
applicable aux sociétés de bourse par l’article 598 de
la loi du 25 avril 2014, inséré par l’article 72, doit être
lu comme suit:
“Moyennant avis donné à l’autorité compétente de
l’État membre d’origine de la société de bourse étran-
gère, la Banque peut procéder à des contrôles sur place
afi n de vérifi er que l’activité de la succursale en Belgique
est conforme aux dispositions applicables en vertu du
présent Chapitre.”.
CHAPITRE 4
Entrée en vigueur
Art. 120
La présente loi entre en vigueur le dixième jour après
celui de sa publication au Moniteur belge.
Toutefois,
1° les articles 17, 18, 19, 48, 49, 77, 3° à 5° et
82 entrent en vigueur à la date prévue à l’article 93,
paragraphe 1er, alinéa 2 de la Directive 2014/65/UE
pour l’entrée en vigueur des dispositions nationales
transposant ladite directive;
2° les dispositions suivantes du Livre XII de la loi
du 25 avril 2014, tel qu’inséré par l’article 72, entrent
en vigueur à la date à laquelle, conformément à l’ar-
ticle 151 de la Directive 2013/36/UE, les articles 50 et
51 de cette directive entrent en vigueur:
a) l’article 570 de la loi du 25 avril 2014, dans la
mesure où il rend l’article 158, §§ 2 à 5, de la loi du
25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse;
b) l’article 571 de la loi du 25 avril 2014, dans la
mesure où il rend l’article 160, §§ 3 et 4, de la loi du
25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse qui sont
autorisées à fournir les services mentionnés à l’article
2, 1°, 3 et 6 de la loi du …;
c) l’article 572 de la loi du 25 avril 2014, dans la
mesure où il rend l’article 162, §§ 3 et 4, de la loi du
25 avril 2014, applicable aux sociétés de bourse;
b) worden in paragraaf 2 de woorden “als bedoeld
in de artikelen 134, § 2, et 156, § 2, alsook met de in
artikel 160 bedoelde verplichtingen” vervangen door de
woorden “als bedoeld in artikel 156, § 2, alsook met de
in artikel 160 bedoelde verplichtingen”.
2° moet artikel 325 van de wet van 25 april 2014,
zoals door artikel 598 van de wet van 25 april 2014,
ingevoegd bij artikel 72, van toepassing verklaard op
de beursvennootschappen, als volgt worden gelezen:
“Na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van her-
komst van de buitenlandse beursvennootschap daarvan
in kennis te hebben gesteld, kan de Bank ter plaatse
controles verrichten teneinde na te gaan in hoeverre
de werkzaamheden van het bijkantoor in België in
overeenstemming zijn met de toepasselijke bepalingen
van dit Hoofdstuk.”.
HOOFDSTUK 4
Inwerkingtreding
Art. 120
Deze wet treedt in werking op de tiende dag na de
bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Evenwel,
1° treden de artikelen 17, 18, 19, 48, 49, 77, 3° tot
5° en 82 in werking op de datum die in artikel 93, lid 1,
tweede alinea van Richtlijn 2014/65/EU is vastgelegd
voor de inwerkingtreding van de nationale bepalingen
die de genoemde richtlijn omzetten;
2° treden de volgende bepalingen van Boek XII van
de wet van 25 april 2014, als ingevoegd bij artikel 72, in
werking op de datum van inwerkingtreding van de arti-
kelen 50 en 51 van Richtlijn 2013/36/EU overeenkomstig
artikel 151 van deze richtlijn:
a) artikel 570 van de wet van 25 april 2014, voor zover
dit artikel 158, §§ 2 tot 5, van de wet van 25 april 2014, van
toepassing verklaart op de beursvennootschappen;
b) artikel 571 van de wet van 25 april 2014, voor
zover dit artikel 160, §§ 3 en 4, van de wet van
25 april 2014, van toepassing verklaart op de beursven-
nootschappen die de diensten vermeld in artikel 2, 1°,
3 en 6 van de wet van … mogen verrichten;
c) artikel 572 van de wet van 25 april 2014, voor zover
dit artikel 162, §§ 3 en 4, van de wet van 25 april 2014, van
toepassing verklaart op de beursvennootschappen;
82
2058/004
DOC 54
2016
C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E
K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E
2017
d) l’article 596 de la loi du 25 avril 2014, dans la me-
sure où il rend l’article 321, de la loi du 25 avril 2014, ap-
plicable aux sociétés de bourse;
e) l’article 597 de la loi du 25 avril 2014, dans la me-
sure où il rend l’article 323, de la loi du 25 avril 2014, ap-
plicable aux sociétés de bourse qui sont agréées pour
fournir les services mentionnés à l’article 2, 1°, 3 et
6 de la loi du ….
d) artikel 596 van de wet van 25 april 2014, voor zover
dit artikel 321, van de wet van 25 april 2014, van toepas-
sing verklaart op de beursvennootschappen;
e) artikel 597 van de wet van 25 april 2014, voor zover
dit artikel 323, van de wet van 25 april 2014, van toepas-
sing verklaart op de beursvennootschappen die over
een vergunning beschikken om de in artikel 2, 1°, 3 en
6 van de wet van … vermelde diensten te verrichten.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale