Document 54K2138/002

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 2138 Verslag 🌐 NL

Inhoud

5150 DOC 54 2138/002 DOC 54 2138/002 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 4 november 2016 4 novembre 2016 ADVIES VAN DE COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER NR. 19/2016 VAN 27 APRIL 2016 AVIS DE LA COMMISSION DE LA PROTECTION DE LA VIE PRIVÉE N° 19/2016 DU 27 AVRIL 2016 Voir: Doc 54 2138/ (2016/2017): 001: Projet de loi. Zie: Doc 54 2138/ (2016/2017): 001: Wetsontwerp. PROJET DE LOI WETSONTWERP houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen modifiant diverses dispositions relatives aux sûretés réelles mobilières 2 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire Vuye&Wouters : Vuye&Wouters 3 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1/7 Advies nr 19/2016 van 27 april 2016 Betreft: advies betreffende een wetsontwerp houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen (CO-A-2016-015) De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 29; Gelet op het verzoek om advies van de heer Koen Geens ontvangen op 15/03/2016; Gelet op het verslag van Dhr. Yves Roger; Brengt op 27 april 2016 het volgend advies uit: 4 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 2/7 I. ONDERWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG 1. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (hierna de Commissie), ontving op 15 maart 2016 een adviesaanvraag van de heer Koen Geens, Minister van Justitie, betreffende een wetsontwerp houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen. II. TOEPASSELIJKHEID VAN DE WVP 2. De WVP is van toepassing op iedere verwerking van persoonsgegevens (artikel 3 van de WVP). 3. Volgens artikel 1 van de WVP is een persoonsgegeven «iedere informatie over een geïdentificeerd of identificeerbaar natuurlijk persoon (...); als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit ». 4. Artikel 8, eerste lid, a) van het ontwerp stelt dat « De registratie van een pandrecht en van een eigendomsvoorbehoud geschiedt in het Nationaal Pandregister, pandregister genoemd, dat wordt bewaard bij de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën». 5. Artikel 8, eerste lid, b) van het ontwerp stelt dat « Het pandregister is een geïnformatiseerd systeem dat bestemd is voor het registreren en het raadplegen van pandrechten en eigendomsvoorbehouden, het wijzigen, vernieuwen, overdragen of verwijderen van de registratie van pandrechten of eigendomsvoorbehouden en het afstaan van rang van een geregistreerd pandrecht ». 6. Dit geheel van verrichtingen dat toegepast wordt op persoonsgegevens vormt een verwerking in de zin van artikel 1, § 2 van de WVP. III. ONDERZOEK TEN GRONDE 7. Artikel 8, eerste lid, c) van het ontwerp past de aanduiding aan van de verantwoordelijke voor de verwerking van het pandregister. Het is niet langer de dienst Hypotheken maar de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën. 5 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 3/7 8. De Commissie neemt hiervan akte. 9. Krachtens het finaliteits- en proportionaliteitsbeginsel van de Privacywet (artikel 4 WVP), mag de verantwoordelijke voor de verwerking enkel gegevens verzamelen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden en mag hij die verzamelde gegevens uitsluitend verwerken op een wijze die verenigbaar is met die doeleinden. Bovendien mogen uitsluitend toereikende, ter zake dienende en niet overmatige gegevens worden verzameld voor het of de nagestreefde doeleinde(n). De verantwoordelijke voor de verwerking moet bij de keuze voor een bepaalde verwerkingswijze, erover waken dat hij opteert voor die modaliteiten die het minst de privacy van de betrokkenen aantasten. Een inmenging in het recht op bescherming van de gegevens van de betrokkenen, moet immers proportioneel zijn ten opzichte van het nut en de noodzakelijkheid van die verwerking voor de verantwoordelijke voor de verwerking. 10. Het doeleinde van de oprichting van het pandregister wordt niet duidelijk gespecificeerd. De auteur van het wetsontwerp zou het of de doeleinde(n) waarvoor het pandregister wordt gecreëerd uitdrukkelijk moeten vermelden. A priori kan men dus uit het wetsontwerp (en uit het ontwerp van KB waarover de Commissie haar advies 15/20141 uitbracht) afleiden dat het gaat om de volgende doeleinden: - het pandrecht zonder buitenbezitstelling ten aanzien van derden die ten professionele titel aanspraak kunnen maken op het in pand gegeven goed bekend te maken, evenals ten aanzien van de potentiële pandhouders die willen nagaan volgens welke rangorde zij aanspraak zouden kunnen maken op het goed; - toelaten de situatie te regelen van een samenloop van verschillende schuldeisers op het zelfde goed; - toelaten te bepalen waarop het voorrecht van een hypothecaire schuldeiser slaat ingeval van roerende goederen die onroerend geworden zijn door bestemming en waarvoor een beding van eigendomsvoorbehoud werd opgenomen in de verkoopovereenkomst. 11. De Commissie oordeelt dat artikel 8 van het wetsontwerp in die zin moet aangepast worden. De Privacywet is toepasselijk op openbare registers. Wettelijke bepalingen waarmee databanken worden opgericht aan de hand waarvan verwerkingen van persoonsgegevens op grote schaal worden verricht (externe mededelingen van gegevens inbegrepen) dienen te voldoen aan de gebruikelijke vereisten inzake kwaliteit en voorzienbaarheid. Zo dienen de 1 Advies nr 15/2014 van 26 februari 2014 betreffende een Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen 6 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 4/7 betrokkenen alsook de instellingen die moeten toezien op de eerbiediging van de reglementering inzake bescherming van persoonsgegevens zich bij het lezen van deze wettelijke bepalingen redelijkerwijs een beeld te kunnen vormen van de verschillende verwerkingen die zullen worden uitgevoerd aan de hand van de ingezamelde gegevens. Tot deze vereisten behoort een uitdrukkelijke en precieze bepaling van het of de doeleinde(n) waarvoor een dergelijke databank wordt opgericht. Het doeleinde van een verwerking van persoonsgegevens mag niet worden verward met een algemeen doel. Bij het lezen van de beschrijving van het doeleinde moeten de betrokkenen van wie de gegevens werden geregistreerd alsook de gegevensbeschermingsautoriteit kunnen uitmaken welke verwerkingen met de gegevens zullen worden uitgevoerd. 12. Artikel 8, eerste lid, b) van het wetsontwerp verduidelijkt overigens dat de eigendomsvoorbehouden eveneens in het pandregister zullen worden geregistreerd. In hun verwijdering werd echter niet voorzien. 13. De Commissie oordeelt dat dient voorzien te worden in een verplichting voor de verkopers, die een eigendomsvoorbehoud lieten registreren, om deze registratie te verwijderen zodra de betaling van het betrokken goed heeft plaatsgevonden (naar analogie van wat voorzien is voor de pandrechten in artikel 42 van de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake 2). Zodra de prijs is betaald heeft het pandrecht geen bestaansreden meer evenmin als de registratie van dit recht in het pandregister. 14. De artikelen 12 en 13 bepalen onder meer dat de registratie van het pandrecht de volgende gegevens vermeldt: "de identiteit van de pandhouder of van de vertegenwoordiger", "de identiteit van de pandgever", "de identiteit van de verkoper, de identiteit van de koper of van zijn lasthebber". De inhoud van de identificatie (naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, adres?) werd niet gepreciseerd. De Commissie is van oordeel – uit proportionaliteits- en transparantieoverwegingen – dat de gegevens die gebruikt worden voor de identificatie van de betrokkenen duidelijk moeten worden vermeld in het wetsontwerp. In dit verband herinnert de Commissie eraan dat artikel 4 van de Privacywet in elk geval vereist dat uitsluitend de juiste gegevens die relevant zijn in het licht van het doeleinde mogen worden verwerkt. 15. Artikel 16 van het wetsontwerp bepaalt "Eenieder heeft toegang tot het pandregister volgens de modaliteiten bepaald door de Koning». 2 B.S., 2 augustus 2013. 7 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 5/7 16. Volgens de memorie van toelichting wordt deze wijziging gerechtvaardigd door het feit dat het pandregister de tegenwerpelijkheid aan derden verzekert. Overigens zou een beperking van de vrije toegang tot sommige categorieën schuldeisers leiden tot een ongelijke behandeling tussen schuldeisers. 17. De Commissie oordeelt dat een mogelijke raadpleging door eenieder te ruim is en dat deze zou moeten worden beperkt tot de personen die hiertoe een gerechtvaardigd belang kunnen inroepen, rekening houdend met het doeleinde van het register. De categorieën personen die toegang zullen hebben tot het pandregister dienen bepaald te worden rekening houdend met de doeleinden waarvoor dit register werd opgericht. De Commissie ziet namelijk niet in waarom een bepaling van de categorieën personen die het pandregister kunnen raadplegen (zoals door de Commissie voorgesteld in de consideransen 26, 29 en 31 van haar advies nr. 15/2014 van 26 februari 2014) het pandregister zou beletten een optimale openbaarheid te verzekeren conform de doeleinden van zijn oprichting. Het openbaar karakter van een register doet geen afbreuk aan de eerbiediging van de doeleinden waarvoor het werd gecreëerd. Iedere toegang tot - mededeling van persoonsgegevens uit - dit soort register moet een gebruik vormen dat conform het doeleinde is waarvoor het werd opgericht. 18. De Privacywet biedt aan de betrokkenen een recht op informatie, een recht op toegang, op verbetering en op verzet alsook het recht om niet onderworpen te worden aan een geautomatiseerde beslissing (art. 9 tot 12 WVP). 19. De Commissie herhaalt dat deze rechten moeten geëerbiedigd worden en uitgeoefend met naleving van de procedures voorzien in artikelen 9 tot 12 van de Privacywet en 28 tot 35 van het KB van 13 februari 2001. 20. De verplichte informatieverstrekking wordt ten laste gelegd van de verkoper (informatieverstrekking aan de koper voor het beding van eigendomsvoorbehoud) en van de pandhouder (informatieverstrekking aan de pandgever over de registratie van het pandrecht zonder buitenbezitstelling). 21. De Commissie stelt vast dat het gaat om een toegelaten uitzondering bedoeld in artikel 9, § 2, 2de lid, b) van de Privacywet die de verantwoordelijke voor de verwerking vrijstelt van de verplichte kennisgeving wanneer hij de gegevens niet bij de betrokkene heeft verkregen en de registratie verricht wordt met het oog op de toepassing van een bepaling voorgeschreven door of krachtens een wet. 8 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 6/7 22. De Commissie oordeelt dat op z'n minst moet worden gepreciseerd dat de informatieverstrekking de doeleinden van het pandregister moet bevatten, de aard van de geregistreerde gegevens, de categorieën personen die toegang kunnen krijgen tot dit Register, de wettelijke basis die de registratie toelaat alsook de modaliteiten voor de verwijdering. 23. Zoals de Commissie reeds vermeldde in haar adviezen 22/2012 en 15/2014 dient te worden voorzien in een elektronisch recht op toegang voor de betrokkenen, met inbegrip tot de lijst van personen die hun gegevens in het register hebben geraadpleegd in de afgelopen 6 maanden. 24. Artikel 15 heft het tweede lid op van artikel 33 van de wet van 11 juli 2013 dat voorzag dat de pandgever gerechtigd is om van de verantwoordelijke voor de verwerking van het pandregister de verwijdering of de wijziging te vorderen van onjuiste gegevens. Volgens de memorie van toelichting is elke tussenkomst door de verantwoordelijke voor de verwerking van het Pandregister in dat verband uitgesloten en wordt verduidelijkt dat in geval van onenigheid het geschil door de rechtbank zal moeten worden beslecht. 25. De Commissie oordeelt dat dit strijdig is met het recht van elke betrokkene om van de verantwoordelijke voor de verwerking de verbetering te eisen van onjuiste hem betreffende gegevens (artikel 12 van de Privacywet). Deze procedure tot verbetering ondergeschikt stellen aan een voorlegging van het geschil aan de rechtbank is strijdig met artikel 12 van de Privacywet. Artikel 15 van het ontwerp dient te worden geschrapt. 26. Wat het principe betreft van de beveiliging van verwerkingen van persoonsgegevens zoals voorzien in artikel 16 van de Privacywet, verplicht dit artikel de verantwoordelijke voor de verwerking om alle noodzakelijke technische en organisatorische maatregelen te nemen om de persoonsgegevens die hij verwerkt te beschermen en zich te beveiligen tegen afwijkende doeleinden. Het toereikend karakter van deze beveiligingsmaatregelen hangen enerzijds af van de stand van de techniek en de kosten en anderzijds van de aard van de te beschermen gegevens en de potentiële risico’s. 27. De Commissie stelt vast dat het voorontwerp van wet niets zegt over dit onderwerp en ze maakt van de gelegenheid gebruik om het belang te benadrukken van een passend informatiebeveiligingsbeleid. Zij verwijst hierbij naar haar Referentiemaatregelen voor de 9 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Advies 19/2016 - 7/7 beveiliging van elke verwerking van persoonsgegevens »3. De Commissie vestigt onder andere de aandacht op haar aanbeveling uit eigen beweging nr. 01/2013 van 21 januari 2013 betreffende de na te leven veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van gegevenslekken 4. OM DEZE REDENEN, Brengt de Commissie een gunstig advies uit over het "wetsontwerp houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen" mits rekening wordt gehouden met de opmerkingen die geformuleerd werden in de punten 11, 13, 14, 22, 23, 25 et 27; Brengt de Commissie een ongunstig advies uit over de punten 15, 16 et 17. De Wnd. Administrateur, De Voorzitter, (get.) An Machtens (get.) Willem Debeuckelaere 3 Beschikbaar op dit adres: http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/referentiemaatregelen_voor_de_beveiliging_van_ elke_verwerking_van_persoonsgegevens_0.pdf 4 Beschikbaar op dit adres: http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/aanbeveling_01_2013.pdf 10 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 1/7 Avis n° 19/2016 du 27 avril 2016 Objet: avis concernant un projet de loi modifiant diverses dispositions relatives aux sûretés réelles mobilières (CO-A-2016-015) La Commission de la protection de la vie privée ; Vu la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel (ci-après LVP), en particulier l'article 29 ; Vu la demande d'avis de M. Koen Geens, Ministre de la Justice, reçue le 15/03/2016; Vu le rapport de M. Yves Roger; Émet, le 27 avril 2016, l'avis suivant : 11 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 2/7 I. OBJET DE LA DEMANDE D'AVIS 1. La Commission de la protection de la vie privée (ci-après désignée comme « la Commission») a reçu, le 15 mars 2016, une demande d'avis de Monsieur Koen Geens, Ministre de la Justice, concernant un projet de loi modifiant diverses dispositions relatives aux sûretés réelles mobilières. II. APPLICABILITÉ DE LA LVP 2. La loi vie privée s’applique à tout traitement de données à caractère personnel (article 3 de la LVP). 3. Au sens de l’article 1er de la LVP, est considérée comme donnée à caractère personnel « toute information concernant une personne physique identifiée ou identifiable (…) ; est réputée identifiable une personne qui peut être identifiée, directement ou indirectement, notamment par référence à un numéro d’identification ou à un ou plusieurs éléments spécifiques, propres à son identité physique, physiologique, psychique, économique, culturelle ou sociale ». 4. L’article 8, alinéa 1er, a) du projet de loi prévoit que « l'enregistrement d'un gage et d'une réserve de propriété est effectué dans le Registre national des Gages, appelé registre des gages, conservé à l'administration générale de la Documentation patrimoniale du service public fédéral Finances ». 5. L’article 8, alinéa 1er, b) du projet de loi précise que « le registre des gages est un système informatisé destiné à l'enregistrement et à la consultation de gages et de réserves de propriété, à la modification, au renouvellement, à la cession ou à la radiation de l'enregistrement de gages ou de réserves de propriété et à la cession de rang d'un gage enregistré ». 6. Cet ensemble d’opérations appliquées à des données à caractère personnel constitue un traitement au sens de l'article 1er, § 2 de la LVP. 12 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 3/7 III. EXAMEN QUANT AU FOND 7. L’article 8, alinéa 1er, c) du projet de loi adapte la désignation du responsable de traitement du Registre des gages. Ce n’est plus la Conservation des hypothèques mais l’administration générale de la Documentation patrimoniale du SPF Finances. 8. La Commission en prend acte. 9. Les principes de finalité et de proportionnalité de la loi vie privée (article 4 de la loi vie privée), imposent au responsable du traitement de ne collecter des données que pour une ou des finalités déterminées, explicites et légitimes et de ne traiter les données ainsi collectées que de manière compatible avec ces finalités. De plus, seules peuvent être collectées, pour réaliser la ou les finalités poursuivies, des données à caractère personnel adéquates, pertinentes et non excessives. Dans le choix des modalités de traitement permettant d'atteindre la finalité poursuivie, le responsable du traitement devrait également veiller à opter pour celles qui sont les moins attentatoires à la vie privée des personnes concernées. Une ingérence dans le droit à la protection des données des personnes concernées doit en effet être proportionnée au regard de l’utilité et de la nécessité du traitement pour le responsable du traitement. 10. La finalité de la création du Registre des gages n’est pas clairement spécifiée. L’auteur du projet de loi devrait mentionner explicitement la ou les finalités pour lesquelles le Registre des gages est créé. A priori, l’on peut déduire dorénavant du projet de loi (et du projet d’AR à propos duquel la Commission a rendu son avis 15/20141) qu’il s’agit des finalités suivantes : - assurer la publicité des gages sans dépossession à l’égard de tiers qui, à titre professionnel, sont susceptibles de se porter acquéreurs du bien gagé ainsi qu’à l’égard de créanciers gagistes potentiels voulant vérifier de quel rang ils pourraient bénéficier sur le bien ; - permettre le règlement de situation de concours entre différents créanciers sur un bien gagé ; - permettre de déterminer ce sur quoi porte le privilège d’un créancier hypothécaire en cas de présence de biens meubles devenus immeubles par destination et qui ont fait l’objet d’une clause de réserve de propriété dans le contrat de vente. 11. La Commission estime que l’article 8 du projet de loi doit être adapté en ce sens. La loi vie privée reste applicable aux Registres publics. Les dispositions légales créant des bases de données à partir desquelles des traitements de données à caractère personnel à large échelle 1 Avis n° 15/2014 du 26 février 2014 concernant un projet d’arrêté royal portant exécution des articles du titre XVII du livre III du Code civil concernant l’utilisation du registre national des gages 13 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 4/7 seront réalisés (en ce compris des communications externes de données) doivent répondre aux exigences habituelles de qualité et de prévisibilité. Il convient, à la lecture de ces dispositions légales, que les personnes concernées et les organismes chargés de veiller au respect de la réglementation en matière de protection des données à caractère personnel puissent raisonnablement envisager les différentes opérations de traitement qui seront réalisées sur base des données collectées. Parmi ces exigences figure la détermination de manière explicite et précise de la ou des finalités pour laquelle (lesquelles) un telle base de donnée est créée. La finalité d'un traitement de données à caractère personnel ne peut pas être confondue avec un objectif général. À lecture de la description de la finalité, les personnes concernées à propos desquelles des données sont enregistrées et l’autorité de protection des données doivent pouvoir cerner quels traitements seront fait des données. 12. Par ailleurs, l’article 8, alinéa 1er, b) du projet de loi précise que les réserves de propriété seront aussi enregistrées dans le Registre des gages. Leur radiation n’est cependant pas prévue. 13. La Commission estime que doit être prévue l’obligation pour les vendeurs qui ont fait enregistrer une clause de réserve de propriété de radier cet enregistrement une fois que le paiement du prix du bien concerné a eu lieu (à l’instar de ce qui est prévu pour les gages à l’article 42 de la loi du 11 juillet 2013 modifiant le Code Civil en ce qui concerne les sûretés réelles mobilières et abrogeant diverses dispositions en cette matière2 ). Une fois que le prix est payé, cette clause n’a plus de raison d’être, de même que l’enregistrement de cette clause dans le registre des gages. 14. Les articles 12 et 13 prévoient, entre autres, que l’enregistrement mentionne « l’identité du créancier gagiste ou de son représentant », « l’identité du constituant du gage », « l’identité du vendeur », l’identité de l’acheteur ou de son mandataire ». Le contenu de l’identification (nom, prénoms, date et lieu de naissance, adresse ?) n’est pas précisé. La Commission estime, dans un souci de transparence et de prévisibilité, qu’il convient que les données utilisées en vue de l’identification des personnes concernées soient précisées dans le projet de loi. À cet égard, la Commission entend rappeler qu’en toutes hypothèses, l’article 4 de la loi vie privée requiert que, seules, des données pertinentes au regard de la finalité du traitement et exactes peuvent être traitées. 15. L’article 16 du projet de loi prévoit que « toute personne a accès au registre des gages selon les modalités fixées par le Roi ». 2 M.B., 2 août 2013 14 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 5/7 16. Selon l’exposé des motifs, cette modification se justifie par le fait que le Registre des gages assure l’opposabilité aux tiers des gages. Par ailleurs, la limitation de l’accès libre à certaines catégories de créanciers aboutirait à une inégalité de traitement entre les créanciers. 17. La Commission considère qu’une consultation possible par toute personne est trop large et que celle-ci devrait être restreinte aux personnes ayant un intérêt légitime compte tenu de la finalité du registre. Il convient de déterminer les catégories de personnes qui auront accès au Registre des gages eu égard aux finalités pour lesquelles il a été créé. En effet, la Commission ne voit pas en quoi la détermination des catégories de personnes pouvant consulter le Registre des gages (telles que proposées par la Commission par les considérants 26, 29 et 31 de son avis n° 15/2014 du 26 février 2014 ) ne permettrait pas au Registre des gages d’assurer la publicité optimale et conforme aux finalités de sa création. Le caractère public d’un registre ne dispense pas du respect des finalités pour lesquelles il a été créé. Tout accès – communication de données - de ce type de registre doit constituer une forme d’utilisation conforme à la finalité pour laquelle il a été créé. 18. La loi vie privée offre aux personnes concernées un droit d’information, un droit d’accès, un droit de rectification et d’opposition ainsi que le droit de ne pas être soumis à une décision automatisée (art. 9 à 12 LVP). 19. La Commission rappelle que ces droits doivent être respectés et exercés dans le respect des procédures prévues aux articles 9 à 12 de la loi vie privée et 28 à 35 de l’AR du 13 février 2001. 20. Le devoir d’information est mis à charge du vendeur (information de l’acheteur pour l’enregistrement des clauses de réserve de propriété) et du créancier gagiste (information du constituant du gage pour l’enregistrement des gages sans dépossession). 21. La Commission constate qu’il s’agit d’une dérogation autorisée, visée à l’article 9, § 2, alinéa 2, littera b) de la loi vie privée dispensant le responsable du traitement de l’information lorsqu’il n’a pas obtenu les données auprès de la personne concernée et que l’enregistrement est effectué en vue de l’application d’une disposition prévue par ou en vertu d’une loi. 22. La Commission estime qu’il convient de préciser, à tout le moins, que l’information doit préciser les finalités du Registre des gages, les types de données enregistrées, les catégories de personnes pouvant avoir accès à ce Registre, la base légale rendant l’enregistrement admissible ainsi que les modalités de radiation. 15 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 6/7 23. Comme déjà mentionné par la Commission dans ses avis 22/2012 et 15/2014, il convient de prévoir un droit d’accès électronique au profit des personnes concernées, en ce compris la liste des personnes qui ont accédé à leurs données dans les 6 derniers mois). 24. L’article 15 abroge l’alinéa 2 de l’article 33 de la loi du 31 juillet 2013 qui prévoyait la possibilité pour le constituant du gage de requérir du responsable de traitement du Registre des gages la rectification de données erronées reprises dans le registre. Selon l’exposé des motifs, toute intervention du responsable de traitement du Registre des gages à ce sujet est exclue et il est précisé qu’en cas de désaccord, le litige devra être tranché par le tribunal. 25. La Commission estime que cela est contraire au droit de toute personne concernée de requérir du responsable de traitement la rectification de données inexactes qui la concernent (article 12 de la loi vie privée). Soumettre cette procédure de rectification à l’exigence de porter le litige au tribunal est contraire à l’article 12 de la loi vie privée. L’article 15 en projet doit par conséquent être supprimé. 26. En ce qui concerne, le principe de sécurisation des traitements de données à caractère personnel, prévu à l'article 16 de la loi vie privée, il impose au responsable du traitement de prendre des mesures techniques et organisationnelles adéquates pour protéger les données à caractère personnel qu'il traite et se prémunir contre les détournements de finalité. Le caractère adéquat de ces mesures de sécurité dépend, d'une part, de l'état de la technique et des frais engendrés et d'autre part, de la nature des données à protéger et des risques potentiels. 27. La Commission constate que l’avant-projet de loi demeure muet à ce sujet et en profite pour souligner l'importance d'une politique de sécurité de l’information adéquate. À cet égard, elle renvoie à ses « mesures de référence en matière de sécurité applicables à tout traitement de données à caractère personnel »3. La Commission attire, entre autres, l’attention sur sa recommandation d’initiative n° 01/2013 du 21 janvier 2013 relative aux mesures de sécurité à respecter afin de prévenir les fuites de données4. 3 Accessible à l’adresse suivante : http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/mesures_de_reference_en_matiere_de_securite_ applicables_a_tout_traitement_de_donnees_a_caractere_personnel.pdf 4 Accessible à l’adresse suivante : http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/recommandation_01_2013_0.pdf 16 2138/002 DOC 54 2016 C H A M B R E 4 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 4 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2017 Avis 19/2016 - 7/7 PAR CES MOTIFS, la Commission émet un avis favorable sur « le projet de loi modifiant diverses dispositions relatives aux sûretés réelles mobilières » moyennant la prise en compte des remarques visées aux points 11, 13, 14, 22, 23, 25 et 27 ; la Commission émet un avis défavorable sur les points 15, 16 et 17. L’Administrateur f.f., Le Président, (sé) An Machtens (sé) Willem Debeuckelaere Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot