Document 54K1738/002

🏛️ KAMER Legislatuur 54 📁 1738 Verslag 🌐 NL

Inhoud

3898 DOC 54 1738/002 DOC 54 1738/002 2015 C H A M B R E 3 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 3 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2016 CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS DE BELGIQUE BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 27 april 2016 27 avril 2016 ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE NR. 59 305/3 VAN 26 APRIL 2016 AVIS DU CONSEIL D’ÉTAT N° 59 305/3 DU 26 AVRIL 2016 Voir: Doc 54 1738/ (2015/2016): 001: Projet de loi. Zie: Doc 54 1738/ (2015/2016): 001: Wetsontwerp. PROJET DE LOI WETSONTWERP tot invoering van een permanent systeem inzake fiscale en sociale regularisatie visant à instaurer un système permanent de régularisation fiscale et sociale 2 1738/002 DOC 54 2015 C H A M B R E 3 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 3 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2016 Abréviations dans la numérotation des publications: DOC 54 0000/000: Document parlementaire de la 54e législature, suivi du n° de base et du n° consécutif QRVA: Questions et Réponses écrites CRIV: Version Provisoire du Compte Rendu intégral CRABV: Compte Rendu Analytique CRIV: Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu analy tique traduit des interventions (avec les an- nexes) PLEN: Séance plénière COM: Réunion de commission MOT: Motions déposées en conclusion d’interpellations (papier beige) Publications officielles éditées par la Chambre des représentants Commandes: Place de la Nation 2 1008 Bruxelles Tél. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.lachambre.be courriel : publications@lachambre.be Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier certifi é FSC Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers Bestellingen: Natieplein 2 1008 Brussel Tel. : 02/ 549 81 60 Fax : 02/549 82 74 www.dekamer.be e-mail : publicaties@dekamer.be De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi ceerd papier Afkortingen bij de nummering van de publicaties: DOC 54 0000/000: Parlementair document van de 54e zittingsperiode + basisnummer en volgnummer QRVA: Schriftelijke Vragen en Antwoorden CRIV: Voorlopige versie van het Integraal Verslag CRABV: Beknopt Verslag CRIV: Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (met de bijlagen) PLEN: Plenum COM: Commissievergadering MOT: Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier) N-VA : Nieuw-Vlaamse Alliantie PS : Parti Socialiste MR : Mouvement Réformateur CD&V : Christen-Democratisch en Vlaams Open Vld : Open Vlaamse liberalen en democraten sp.a : socialistische partij anders Ecolo-Groen : Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen cdH : centre démocrate Humaniste VB : Vlaams Belang PTB-GO! : Parti du Travail de Belgique – Gauche d’Ouverture DéFI : Démocrate Fédéraliste Indépendant PP : Parti Populaire 3 1738/002 DOC 54 2015 C H A M B R E 3 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 3 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2016 Op 20 april 2016is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordi- gers binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van wet “tot invoering van een permanent systeem inzake fi scale en sociale regularisatie”. Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 26 april 2016. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jan Smets en Jeroen Van Nieuwenhove staatsraden, Jan Velaers en Johan Put, assessoren, en Greet Verberckmoes, griffier. Het verslag is uitgebracht door Jonas Riemslagh, adjunct- auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jo Baert kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 26 april 2016 * 1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. Door te eisen dat de adviesaanvragen met een termijn van vijf werkdagen van een “bijzondere” motivering worden voorzien, heeft de wetgever tot uiting gebracht dat hij wil dat alleen in uitzonderlijke gevallen verzocht wordt om medede- ling van het advies binnen die uitzonderlijk korte termijn. De aanvrager moet derhalve pertinente en voldoende concrete gegevens aanbrengen die het aannemelijk maken dat de ontworpen regeling dermate spoedeisend is dat noodzake- lijkerwijze een beroep moet worden gedaan op de procedure bedoeld in artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State (advies mede te delen binnen een termijn van vijf werkdagen) en waarom, op het ogenblik van de advies- aanvraag, geen beroep kon worden gedaan op de procedure bedoeld in artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State (advies mede te delen binnen een termijn van dertig dagen). In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbe- handeling gemotiveerd door de omstandigheid dat “in de commissie Financiën en Begroting waar het wets- ontwerp wordt besproken, werd vastgesteld dat het gaat om ingetrokken maar aangepaste bepalingen van het ontwerp van programmawet nr. 1479/001 waarvoor de urgentie werd verleend en die gestemd werd tijdens de plenaire vergadering van 17 december 2015. De commissie is van oordeel dat het risico bestaat dat het advies van de Raad van State over het wetsontwerp nr. 1738 niet compleet zou zijn, met name op het stuk van de raadpleging van de deelstaten.” Daarmee wordt echter niet verantwoord waarom om spoedbehandeling moet worden verzocht. Het gegeven dat de Kamer van volksvertegenwoordigers (hierna: de Kamer) Le 20 avril 2016le Conseil d’État, section de législation, a été invité par le Président de la Chambre des représentantsà communiquer un avis, dans un délai de cinq jours ouvrables, sur un projet de loi “visant à instaurer un système permanent de régularisation fi scale et sociale”. Le projet a été examiné par la troisième le 26 avril 2016. La chambre était composée de Jo Baert, président de chambre, Jan Smets et Jeroen Van Nieuwenhove, conseillers d’État, Jan Velaers et Johan Put, assesseurs, et Greet Verberck- moes, greffier. Le rapport a été présenté par Jonas Riemslagh, auditeur adjoint. La concordance entre la version française et la version néerlandaise de l’avis a été vérifi ée sous le contrôle de Jo Baert, président de chambre. L’avis, dont le texte suit, a été donné le 26 avril 2016 * 1. Conformément à l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 3°, des lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973, la demande d’avis doit indiquer les motifs qui en justifi ent le caractère urgent. En exigeant que les demandes d’avis dans les cinq jours ouvrables soient “spécialement” motivées, le législateur a voulu que ce délai, extrêmement bref, ne soit sollicité qu’exceptionnellement. En conséquence, le demandeur doit invoquer des éléments pertinents et suffisamment concrets susceptibles de faire admettre que les dispositions en projet sont à ce point urgentes qu’il faille nécessairement recourir à la procédure visée à l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 3°, des lois sur le Conseil d’État (avis à communiquer dans un délai de cinq jours ouvrables) et pourquoi, au moment de la demande d’avis, il ne pouvait pas être recouru à la procédure visée à l’article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d’État (avis à communiquer dans un délai de trente jours). En l’occurrence, l’urgence est motivée par la circonstance que “in de commissie Financiën en Begroting waar het wet- sontwerp wordt besproken, werd vastgesteld dat het gaat om ingetrokken maar aangepaste bepalingen van het ontwerp van programmawet nr. 1479/001 waarvoor de urgentie werd verleend en die gestemd werd tijdens de plenaire vergadering van 17 december 2015. De commissie is van oordeel dat het risico bestaat dat het advies van de Raad van State over het wetsontwerp nr. 1738 niet compleet zou zijn, met name op het stuk van de raadpleging van de deelstaten”. Cette justification n’indique toutefois pas pourquoi l’urgence doit être invoquée. En effet, le fait que, à la fi n de l’année dernière, la Chambre des représentants (ci-après: 4 1738/002 DOC 54 2015 C H A M B R E 3 e S E S S I O N D E L A 5 4 e L É G I S L A T U R E K A M E R 3 e Z I T T I N G VA N DE 5 4 e ZIT T IN GSP ERIOD E 2016 eind vorig jaar ingestemd heeft met de urgente behandeling van het ontwerp van programmawet – waarin het onderdeel “fi scale en sociale regularisatie” (voorziene inwerkingtreding: 1 januari 2016) was opgenomen, maar dat er uiteindelijk is uitgelicht om, na de herwerking ervan, als een apart wets- ontwerp te worden ingediend –, verantwoordt immers niet waarom voor de thans voorgelegde tekst een advies op dertig dagen niet zou volstaan. Gelet op het voorgaande is de adviesaanvraag onont- vankelijk. 2. De Raad van State, afdeling Wetgeving, wijst er boven- dien op dat de om advies voorgelegde tekst een herwerkte versie is van voorontwerpen waarover op 28 oktober 20151 en 7 december 20152 reeds adviezen zijn verstrekt, waarbij alle aspecten ervan zijn behandeld.3 Naderhand heeft de Regering, na kennis te hebben ge- nomen van het advies, het voorontwerp telkens aangepast en het uiteindelijk op 29 maart 2016 bij de Kamer ingediend. De Kamer beschikt dus over alle elementen om de door de Regering voorgestelde regeling te beoordelen, namelijk het voorontwerp zoals het om advies is voorgelegd aan de Raad van State, het advies van de Raad van State en het wetsontwerp. In dit geval blijkt voor alle bepalingen van de om advies voorgelegde tekst die inhoudelijke wijzigingen bevatten in vergelijking met de vorige adviesaanvraag, dat die wijzigingen verband houden met de wijze waarop de Regering meende tegemoet te komen aan de adviesopmerkingen. De Raad van State zou dan ook bij een nieuwe adviesaanvraag niets meer kunnen doen dan naar zijn reeds gegeven advies te verwijzen.4 De griffier, De voorzitter, Greet VERBERCKMOES Jo BAERT 1 Adv.RvS 58 321/1-2-3-4-VR van 28 oktober 2015 over een voorontwerp van “programmawet (I)”, Parl.St. Kamer, nr. 54- 1479/001, (85) 115-122. 2 Adv.RvS 58 557/VR/1/3 van 7 december 2015 over een voor- ontwerp van programmawet – “Titel 5, Hoofdstuk 2 – Fiscale en sociale regularisatie”, Parl.St. Kamer, nr. 54-1738/001, 41-51. 3 Zo is er inzake de fi scale regularisatie onder meer op gewe- zen dat gelet op de vermenging van de bevoegdheden van de federale overheid en de gewesten een regularisatieregeling noodzakelijk aan de burgers aangeboden moet worden “als het resultaat van een samenspraak tussen alle bevoegde over- heden” (Parl.St. Kamer, nr. 54-1479/001, 120; Parl.St. Kamer, nr. 54-1738/001, 48). 4 Dat zou enkel anders zijn indien de juridische context sinds de vorige adviesaanvraag dermate gewijzigd is, dat het eerdere advies aan herziening toe is. Dat is hier echter niet het geval. la Chambre) a marqué son accord pour que le projet de loi- programme – qui contenait le volet “régularisation fi scale et sociale” (date d’entrée en vigueur prévue: 1er janvier 2016), mais qui a fi nalement été distrait de celui-ci, pour être intro- duit, après son remaniement, sous la forme d’un projet de loi distinct – soit traité d’urgence ne justifi e pas pourquoi un avis à rendre dans les trente jours ne suffirait pas pour le texte actuellement soumis. Compte tenu de ce qui précède, la demande d’avis est irrecevable. 2. Le Conseil d’État, section de législation, souligne en outre que le texte soumis pour avis est une version remaniée d’avant-projets sur lesquels des avis ont déjà été donnés les 28 octobre 20151 et 7 décembre 20152, qui en ont examiné tous les aspects3. Par la suite, le gouvernement, après avoir pris connais- sance de l’avis, a chaque fois adapté l’avant-projet et l’a fi nalement déposé à la Chambre le 29 mars 2016. La Chambre dispose donc de tous les éléments pour apprécier le régime proposé par le gouvernement, à savoir l’avant-projet tel qu’il a été soumis pour avis au Conseil d’État, l’avis du Conseil d’État et le projet de loi. En l’espèce, il apparaît que pour toutes les dispositions du texte soumis pour avis, qui contiennent des modifi cations de fond par rapport à la demande d’avis précédente, que ces modifi cations sont en rapport avec la manière dont le gou- vernement a estimé donner suite aux observations formulées dans l’avis. Par conséquent, en cas de nouvelle demande d’avis, le Conseil d’État ne pourrait rien faire de plus que de renvoyer à son avis déjà rendu4. Le greffier, Le président, Greet VERBERCKMOES Jo BAERT 1 Avis C.E. 58 321/1-2-3-4-VR du 28 octobre 2015 sur un avant- projet de “loi programme (I)”, Doc. parl., Chambre, n° 54- 1479/001, pp. (85) 115-122. 2 Avis C.E. 58 557/VR/1/3 du 7 décembre 2015 sur un avant- projet de loi programme – “Titre 5, Chapitre 2 – Régularisation fi scale et sociale”, Doc. parl., Chambre, n° 54-1738/001, pp. 41- 51. 3 Ainsi, il a notamment été relevé à propos de la régularisation fi scale que compte tenu de la confusion des compétences de l’autorité fédérale et des régions en la matière, le régime de régularisation devra nécessairement être présenté aux citoyens “comme étant le résultat d’une concertation entre toutes les autorités compétentes” (Doc. parl., Chambre, n° 54-1479/001, p. 120; Doc. parl., Chambre, n° 54-1738/001, p. 48). 4 Il n’en irait autrement que si, depuis la demande d’avis précédente, le contexte juridique est à ce point modifi é que le précédent avis doit être revu. Tel n’est toutefois pas le cas en l’espèce. Centrale drukkerij – Imprimerie centrale

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot