Inhoud
TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE
VOOR DE FINANCIËN EN DE BEGROTING
TEXTE ADOPTÉ PAR LA COMMISSION
DES FINANCES ET DU BUDGET
7723
DOC 53 3217/004
DOC 53 3217/004
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE BELGIQUE
BELGISCHE KAMER VAN
VOLKSVERTEGENWOORDIGERS
13 december 2013
13 décembre 2013
Documents précédents:
Doc 53 3217/ (2013/2014):
001:
Projet de loi.
002:
Amendements.
003:
Rapport.
Voorgaande documenten:
Doc 53 3217/ (2013/2014):
001:
Wetsontwerp.
002:
Amendementen.
003:
Verslag.
PROJET DE LOI
WETSONTWERP
houdende diverse bepalingen inzake de
thematische volksleningen
portant diverses dispositions concernant les
prêts-citoyen thématiques
2
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC 53 0000/000: Document parlementaire de la 53e législature, suivi
du n° de base et du n° consécutif
QRVA:
Questions et Réponses écrites
CRIV:
Version Provisoire du Compte Rendu intégral
CRABV:
Compte Rendu Analytique
CRIV:
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le
compte rendu intégral et, à droite, le compte rendu
analy tique traduit des interventions (avec les an-
nexes)
PLEN:
Séance plénière
COM:
Réunion de commission
MOT:
Motions déposées en conclusion d’interpellations
(papier beige)
Publications offi cielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.lachambre.be
courriel : publications@lachambre.be
Les publications sont imprimées exclusivement sur du papier cerifi é FSC
Offi ciële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel. : 02/ 549 81 60
Fax : 02/549 82 74
www.dekamer.be
e-mail : publicaties@dekamer.be
De publicaties worden uitsluitend gedrukt op FSC gecertifi eerd papier
N-VA
:
Nieuw-Vlaamse Alliantie
PS
:
Parti Socialiste
MR
:
Mouvement Réformateur
CD&V
:
Christen-Democratisch en Vlaams
sp.a
:
socialistische partij anders
Ecolo-Groen
:
Ecologistes Confédérés pour l’organisation de luttes originales – Groen
Open Vld
:
Open Vlaamse liberalen en democraten
VB
:
Vlaams Belang
cdH
:
centre démocrate Humaniste
FDF
:
Fédéralistes Démocrates Francophones
LDD
:
Lijst Dedecker
MLD
:
Mouvement pour la Liberté et la Démocratie
INDEP-ONAFH
:
Indépendant-Onafhankelijk
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
DOC 53 0000/000:
Parlementair document van de 53e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
QRVA:
Schriftelijke Vragen en Antwoorden
CRIV:
Voorlopige versie van het Integraal Verslag
CRABV:
Beknopt Verslag
CRIV:
Integraal Verslag, met links het defi nitieve integraal verslag
en rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken
(met de bijlagen)
PLEN:
Plenum
COM:
Commissievergadering
MOT:
Moties tot besluit van interpellaties (beigekleurig papier)
3
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
CHAPITRE 1er
Disposition introductive
Article 1er
La présente loi règle une matière visée à l’article
78 de la Constitution.
CHAPITRE 2
Défi nitions et champ d’application
Art. 2
Pour l’application de la présente loi, sont défi nis
comme suit:
1° bons de caisse: les titres autres que de capital
visés à l’article 16, § 1er, 6°, de la loi du 16 juin 2006 rela-
tive aux offres publiques d’instruments de placement et
aux admissions d’instruments de placement à la négo-
ciation sur des marchés réglementés émis de manière
continue ou répétée par des établissements de crédit;
2° dépôt à terme: un dépôt de fonds à durée et taux
d’intérêt préalablement fi xés;
3° contrat d’assurance: un contrat d’assurance rele-
vant de la branche 21 “Assurance sur la vie, non liée à
un fonds d’investissement, à l’exception des assurances
de nuptialité et de natalité” telle que visée à l’annexe I
de l’arrêté royal du 22 février 1991 portant règlement
général relatif au contrôle des entreprises d’assurances.
4° investisseurs particuliers: investisseurs qui ne
sont pas des investisseurs qualifi és au sens de l’article
10 de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement et aux admissions d’instru-
ments de placement à la négociation sur des marchés
réglementés;
5° établissement de crédit: un établissement de
crédit belge disposant d’un agrément conformément
à l’article 7 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut
et au contrôle des établissements de crédit ou un éta-
blissement de crédit qui relève d’un autre État membre
de l’Espace Economique Européen et qui exerce des
activités bancaires en Belgique en vertu du Titre III de
la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle
des établissements de crédit;
HOOFDSTUK 1
Inleidende bepaling
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2
Defi nities en toepassingsgebied
Art. 2
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan
onder:
1° kasbonnen: de effecten zonder aandelenkarak-
ter als bedoeld in artikel 16, § 1, 6°, van de wet van
16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggings-
instrumenten en de toelating van beleggingsinstrumen-
ten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
die doorlopend of herhaaldelijk worden uitgegeven door
een kredietinstelling;
2° termijndeposito: een gelddeposito met een vooraf
bepaalde looptijd en interestvoet;
3° verzekeringsovereenkomst: een verzekeringsover-
eenkomst van de tak 21 “Levensverzekering niet ver-
bonden met een beleggingsfonds, met uitzondering van
bruidsschats- en geboorteverzekeringen” als bedoeld in
bijlage I van het koninklijk besluit van 22 februari 1991
houdende algemeen reglement betreffende de controle
op de verzekeringsondernemingen;
4° particuliere beleggers: beleggers die geen gekwa-
lifi ceerde beleggers zijn in de zin van artikel 10 van de
wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van
beleggingsinstrumenten en de toelating van beleg-
gingsinstrumenten tot de verhandeling op een geregle-
menteerde markt;
5° kredietinstelling: een Belgische kredietinstelling
met een vergunning op grond van artikel 7 van de wet
van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht
op de kredietinstellingen of een kredietinstelling die
ressorteert onder een andere Lidstaat van de Euro-
pese Economische Ruimte die in België werkzaam-
heden verricht op grond van Titel III van de wet van
22 maart 1993 betreffende het statuut van het toezicht
op de kredietinstellingen;
4
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
6° entreprise d’assurance: une entreprise d’assu-
rance de droit belge ou relevant du droit d’un État non
membre de l’Espace économique européen agréée
sur la base de l’article 2bis de la loi du 9 juillet 1975
relative au contrôle des entreprises d’assurance ou une
entreprise d’assurance relevant du droit d’un autre État
membre de l’Espace économique européen qui exerce
ses activités en Belgique sur la base du Chapitre Vter
de la loi du 9 juillet 1975 précitée;
7° bénéfi ciaire du fi nancement: une autorité, un orga-
nisme public ou une entreprise, que ce soit ou non dans
le cadre d’un accord de collaboration;
8° autorité: l’État et ses collectivités territoriales;
9° organisme public: les organismes et les personnes
tels que visés à l’article 2, 1°, c) et d), de la loi du
15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains
marchés de travaux, de fournitures et de services;
10° entreprise: une entreprise visée à l’article 1er de
la loi du 17 juillet 1975 relative à la comptabilité des
entreprises, qui n’agit pas en qualité de consommateur
au sens de l’article 2, 3°, de la loi du 6 avril 2010 relative
aux pratiques de marché et à la protection des consom-
mateurs, ou une association sans but lucratif, qui sont
établis en Belgique ou dans un autre état membre de
l’Espace Economique européen et qui disposent d’un
établissement par l’intermédiaire duquel elles exercent
tout ou partie de leurs activités en Belgique;
11° projet éligible: un projet ayant une fi nalité socio-
économique ou sociétale, et dont les revenus sont
soumis à l’impôt en Belgique;
12° fi nancement: tout contrat de crédit d’une durée
minimale de sept ans, pour lequel un établissement de
crédit octroie ou accorde un crédit au bénéfi ciaire du
fi nancement, sous forme d’un prêt, ou de tout autre
fi nancement comparable, y compris le leasing mobilier
ou immobilier ou tout investissement direct ou indirect
d’une durée minimale de sept ans par une entreprise
d’assurances dans un bénéfi ciaire du fi nancement;
13° prêt-citoyen thématique: l’activité consistant
pour un établissement de crédit à récolter des moyens
de fi nancement par l’émission de bons de caisse ou
l’ouverture de comptes à terme dans les conditions
et selon les modalités déterminées dans cette loi et
utilise ces fonds pour fi nancer des projets éligibles ou
6° verzekeringsonderneming: een verzekeringson-
derneming naar Belgisch recht of een verzekeringson-
derneming die ressorteert onder het recht van een Staat
die geen lid is van de Europese Economische Ruimte
met een toelating op grond van artikel 2bis van de wet
van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekerings-
ondernemingen of een verzekeringsonderneming die
ressorteert onder een andere Lidstaat van de Europese
Economische Ruimte die in België werkzaamheden ver-
richt op grond van Hoofdstuk Vter van de voornoemde
wet van 9 juli 1975;
7° bestemmeling van de fi nanciering: een overheid,
een overheidsinstelling of een onderneming, al dan niet
in het kader van een samenwerkingsverband;
8° overheid: de Staat en zijn territoriale lichamen;
9° overheidsinstelling: de instellingen en personen
als bedoeld in artikel 2, 1°, c) en d), van de wet van
15 juni 2006 inzake de overheidsopdrachten en be-
paalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
10° onderneming: een onderneming bedoeld in arti-
kel 1 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de
boekhouding van ondernemingen, die niet handelt als
consument in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van
6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumen-
tenbescherming of een vereniging zonder winstoog-
merk, die in België zijn gevestigd of gevestigd zij in een
ander lidstaat van de Europese Economische Ruimte en
die in België een inrichting hebben met behulp waarvan
hun activiteiten geheel of gedeeltelijk in België worden
uitgeoefend;
11° geschikt project: een project met een sociaal-
economisch of maatschappelijk verantwoord doel en
waarvan de inkomsten in België aan belasting onder-
worpen zijn;
12° fi nanciering: elke kredietovereenkomst met een
duur van minstens zeven jaar, waarbij een kredietinstel-
ling een krediet verleent of toezegt aan een bestemme-
ling van de fi nanciering, in de vorm van een lening, of
van elke andere gelijkaardige fi nanciering, inclusief de
roerende of onroerende leasing of elke rechtstreekse of
onrechtstreekse investering met een duur van minstens
zeven jaar door een verzekeringsonderneming in een
bestemmeling van de fi nanciering;
13° thematische volkslening: de activiteit waarbij een
kredietinstelling fi nancieringsmiddelen aantrekt door de
uitgifte van kasbonnen of de opening van termijndepo-
sito’s volgens de voorwaarden en modaliteiten bepaald
in deze wet en daarmee geschikte projecten fi nanciert
of de activiteit waarbij een verzekeringsonderneming
5
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
l’activité par laquelle une entreprise d’assurance attire
des moyens de fi nancement en offrant des contrats
d’assurance selon les conditions et modalités détermi-
nées dans la présente loi et avec lesquels elle fi nance
des projets éligibles;
14° la BNB: la Banque nationale de Belgique telle
que visée dans la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque nationale de Belgique;
15° la FSMA: l’Autorité des Services et Marchés
Financiers telle que visée à l’article 2, alinéa 1er, 21°, de
la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur
fi nancier et aux services fi nanciers.
16° actifs suffisamment liquides et à faible risque:
titres de créance émis ou garantis par les administra-
tions centrales, émis par les banques centrales, les
organisations internationales, les banques multilatérales
de développement ou les autorités régionales ou locales
des États membres, qui recevraient une pondération
de risque de 0 % en application des dispositions de la
troisième partie, Titre II, Chapitre II (méthode standard)
du Règlement n° 575/2013 du Parlement européen et
du Conseil du 26 juin 2013 concernant les exigences
prudentielles applicables aux établissement de crédit
et aux entreprises d’investissement et modifi ant le
Règlement européen n° 648/2012.
Art. 3
La présente loi est applicable aux établissements de
crédit et aux entreprises d’assurance qui offrent des
prêts-citoyen thématiques sur le territoire belge.
CHAPITRE 3
Modalités de la récolte de moyens de fi nancement
destinés à des prêts-citoyen thématiques
Section 1re
Récolte de moyens de financement
par des établissements de crédit
Art. 4
En vue du fi nancement de projets éligibles, les éta-
blissements de crédit peuvent, à partir de l’entrée en
vigueur de la présente loi, faire un appel à l’épargne par
l’émission de bons de caisse ou l’ouverture de dépôts
à terme.
fi nancieringsmiddelen aantrekt door het aanbieden van
verzekeringsovereenkomsten volgens de voorwaarden
en modaliteiten bepaald in deze wet en daarmee ge-
schikte projecten fi nanciert;
14° de NBB: Nationale Bank van België bedoeld in de
wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek
statuut van de Nationale Bank van België;
15° de FSMA: de Autoriteit voor Financiële Diensten
en Markten bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21° van de
wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de
fi nanciële sector en de fi nanciële diensten.
16° voldoende liquide en weinig risicovolle activa:
schuldinstrumenten uitgegeven of gegarandeerd door
centrale overheden, uitgegeven door centrale banken,
internationale organisaties, multilaterale ontwikkelings-
banken of regionale of lokale overheden van lidstaten,
die een risicogewicht van 0 % worden toegekend in
toepassing van de bepalingen van deel drie, Titel II,
Hoofdstuk II (standaardmethode) van de Verordening
Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad
van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor
kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot
wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012.
Art. 3
Deze wet is van toepassing op kredietinstellingen
en verzekeringsondernemingen die op het Belgisch
grondgebied thematische volksleningen aanbieden.
HOOFDSTUK 3
Wijzen van aantrekken van fi nancieringsmiddelen
bestemd voor thematische volksleningen
Afdeling 1
Aantrekken van financieringsmiddelen
door kredietinstellingen
Art. 4
Met het oog op de fi nanciering van geschikte projec-
ten kunnen de kredietinstellingen, vanaf de inwerking-
treding van deze wet, een beroep doen op het spaar-
wezen door de uitgifte van kasbonnen of de opening
van termijndeposito’s.
6
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Par arrêté délibéré en conseil des ministres sur la
proposition du ministre de l’Economie et du ministre
des Finances, le Roi peut déterminer le montant maxi-
mum de moyens de fi nancement qui peut être récolté
par année en application de l’alinéa 1er. Ce montant
maximal est réparti parmi les établissements de crédit
conformément aux modalités défi nies dans l’arrêté royal
du 17 juillet 2012 relatif à la couverture des frais de fonc-
tionnement de la Banque Nationale de Belgique liés au
contrôle des établissements fi nanciers, en exécution de
l’article 12bis, § 4, de la loi du 22 février 1998 fi xant le
statut organique de la Banque Nationale de Belgique.
Les bons de caisse visés à l’alinéa 1e répondent aux
conditions suivantes:
a. ils ne sont pas subordonnés, convertibles ou
échangeables;
b. ils ne donnent pas le droit de souscrire ou d’ac-
quérir d’autres types de titres et ne sont pas liés à un
instrument dérivé;
c. ils matérialisent la réception de dépôts rembour-
sables;
d. ils ont une durée de 5 ans au moins et ne peuvent
faire l’objet d’un remboursement avant l’expiration de
ce délai, sauf en cas de décès;
e. ils sont couverts par un système de garantie des
dépôts conformément à la Directive 94/19/CE relative
aux systèmes de garantie des dépôts;
f. l’apport minimal par bon de caisse comme visé à
l’alinéa premier s’élève à 200 euros au maximum;
g. ils sont suffissament accessibles à des investis-
seurs particuliers;
h. Le taux d’intérêt qui est accordé est conforme au
marché.
Les comptes à terme visés à l’alinéa premier ré-
pondent aux conditions suivantes:
a. ils ne sont pas subordonnés;
b. ils matérialisent la réception de dépôts rembour-
sables;
c. ils ont une durée de 5 ans au moins et ne peuvent
faire l’objet d’un remboursement avant l’expiration de
ce délai, sauf en cas de décès;
Bij in ministerraad overlegd besluit getroffen op
voordracht van de minister van Economie en de minis-
ter van Financiën kan de Koning het maximumbedrag
aan fi nancieringsmiddelen bepalen dat jaarlijks kan
worden aangetrokken met toepassing van het eerste
lid. Dit maximumbedrag wordt omgeslagen over de
kredietinstellingen conform de modaliteiten bepaald
in het koninklijk besluit van 17 juli 2012 betreffende de
dekking van de werkingskosten van de Nationale Bank
van België verbonden aan het toezicht op fi nanciële
instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van de
wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek
statuut van de Nationale Bank van België.
De kasbonnen bedoeld in het eerste lid voldoen aan
volgende voorwaarden:
a. zij zijn niet achtergesteld, converteerbaar of om-
wisselbaar;
b. zij geven geen recht op de inschrijving op of de
verwerving van andere categorieën effecten en zijn niet
aan een derivaat gekoppeld;
c. zij belichamen de ontvangst van terugbetaalbare
deposito’s;
d. zij hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en
zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór het
verstrijken van deze termijn;
e. zij zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel
dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogaran-
tiestelsels valt;
f. de minimale inleg per kasbon als bedoeld in het
eerste lid bedraagt hoogstens 200 euro;
g. zij zijn voldoende toegankelijk voor particuliere
beleggers;
h. De intrestvoet die toegekend wordt is marktcon-
form.
De termijndeposito’s bedoeld in het eerste lid voldoen
aan volgende voorwaarden:
a. zij zijn niet achtergesteld;
b. zij belichamen de ontvangst van terugbetaalbare
deposito’s;
c. zij hebben een looptijd van ten minste 5 jaar en
zijn, behalve bij overlijden, niet terugbetaalbaar vóór
het verstrijken van deze termijn;
7
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d. ils sont couverts par un système de garantie des
dépôts conformément à la Directive 94/19/CE relative
aux systèmes de garantie des dépôts;
e. l’ apport minimal par dépôt à terme comme visé
à l’alinéa premier s’élève à 200 euros au maximum;
f. ils sont suffisamment accessibles à des investis-
seurs particuliers;
g. le taux d’intérêt qui est accordé est conforme au
marché.
Par arrêté délibéré en conseil des ministres sur la
proposition du ministre de l’Economie et du ministre des
Finances, le Roi peut déterminer la formule de calcul
du taux d’intérêt minimum applicable pour chaque éta-
blissement de crédit concerné aux bons de caisse émis
ou dépôts à terme ouverts en application de cette loi.
Le Roi peut, sur la proposition du ministre de l’Eco-
nomie et du ministre des Finances, et après avis de la
FSMA, déterminer les règles pour assurer que les bons
de caisse et les comptes à terme sont suffisamment
accessibles à des investisseurs particuliers.
Section 2 (nouvelle)
Récolte de moyens de financement
par les entreprises d’assurance
Art. 5 (nouveau)
En vue du financement de projets éligibles, les
entreprises d’assurance peuvent, à partir de l’entrée en
vigueur de cette loi, récolter des moyens de fi nancement
en offrant des contrats d’assurance qui répondent aux
conditions suivantes:
a. l’opération d’assurance a une durée minimale de
10 ans;
b. l’opération d’assurance est conclue contre paie-
ment d’une prime unique;
c. par dérogation à l’article 114, alinéa 1er, de la loi
du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, le
preneur d’assurance peut racheter annuellement au
maximum 5 % de la valeur de rachat théorique;
d. le rendement garanti attribué est conforme au mar-
ché et n’est pas inférieur au rendement garanti attribué
pour les opérations d’assurance similaires proposées
d. zij zijn gedekt zijn door een depositogarantiestelsel
dat onder Richtlijn 94/19/EG inzake de depositogaran-
tiestelsels valt;
e. de minimale inleg per termijndeposito als bedoeld
in het eerste lid bedraagt hoogstens 200 euro;
f. zij zijn voldoende toegankelijk voor particuliere
beleggers;
g. de intrestvoet die toegekend wordt is marktcon-
form.
Bij in ministerraad overlegd besluit getroffen op
voordracht van de minister van Economie en de minis-
ter van Financiën kan de Koning de berekeningswijze
bepalen van de minimale bruto intrestvoet die voor elke
betrokken kredietinstelling geldt voor kasbonnen en
termijndeposito’s uitgegeven of geopend met toepas-
sing van deze wet.
De Koning kan op voordracht van de minister van
Economie en de minister van Financiën en op advies
van de FSMA regels vaststellen om te verzekeren dat
de kasbons en termijndeposito’s voldoende toegankelijk
zijn voor particuliere beleggers.
Afdeling 2 (nieuw)
Aantrekken van financieringsmiddelen
door verzekeringsondernemingen
Art. 5 (nieuw)
Met het oog op de fi nanciering van geschikte projec-
ten kunnen de verzekeringsondernemingen, vanaf de
inwerkingtreding van deze wet, fi nancieringsmiddelen
aantrekken door het aanbieden van verzekeringsover-
eenkomsten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de verzekeringsovereenkomst heeft een looptijd
van minstens 10 jaar;
b. de verzekeringsovereenkomst wordt gesloten
tegen betaling van een eenmalige premie;
c. in afwijking van artikel 114, eerste lid, van de wet
van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst,
kan de verzekeringnemer jaarlijks maximum 5 % van
de theoretische waarde afkopen;
d. het gewaarborgd rendement dat toegekend wordt,
is marktconform en is niet lager dan het gewaarborgd
rendement dat toegekend wordt voor gelijkaardige ver-
8
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
avec une même durée par l’entreprise d’assurance
concernée;
e. le contrat prévoit une couverture décès égale à
la réserve d’inventaire de la prestation en cas de vie;
f. le contrat d’assurance est couvert par le Fonds spé-
cial de protection des dépôts, des contrats d’assurance
sur la vie et le capital de sociétés coopératives agréées,
tel que visé par l’arrêté royal du 14 novembre 2008 por-
tant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des
mesures visant à promouvoir la stabilité fi nancière et
instituant en particulier une garantie d’État relative aux
crédits octroyés et autres opérations effectuées dans
le cadre de la stabilité fi nancière, en ce qui concerne la
protection des dépôts, des assurances sur la vie et du
capital de sociétés coopératives agréées, et modifi ant
la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur
fi nancier et aux services fi nanciers ou par un système
de garantie équivalent institué par un autre État membre
de l’Espace Economique Européen;
g. la prime commerciale minimale par contrat d’assu-
rance telle que visé à l’alinéa 1er s’élève à 200 euros
au maximum;
h. l’opération d’assurance est suffisamment acces-
sible àux investisseurs particuliers.
Par arrêté délibéré en Conseil des ministres sur la
proposition du ministre de l’Economie et du ministre
des Finances, le Roi peut déterminer le montant maxi-
mum de moyens de fi nancement qui peut être récolté
par année en application de l’alinéa 1e. Ce montant
maximal est réparti parmi les entreprises d’assurance
conformément aux modalités défi nies dans l’arrêté royal
du 17 juillet 2012 relatif à la couverture des frais de fonc-
tionnement de la Banque Nationale de Belgique liés au
contrôle des établissements fi nanciers, en exécution de
l’article 12bis, §4, de la loi du 22 février 1998 fi xant le
statut organique de la Banque Nationale de Belgique.
Le Roi peut, sur la proposition du ministre de l’Eco-
nomie et du ministre des Finances, et après avis de la
FSMA, déterminer les règles pour assurer que l’opé-
ration d’assurance est suffisamment accessible à des
investisseurs particuliers.
zekeringsovereenkomsten met eenzelfde looptijd aan-
geboden door de betrokken verzekeringsonderneming;
e. de verzekeringsovereenkomst voorziet in een dek-
king bij overlijden gelijk aan de inventarisreserve van de
uitkering in geval van leven;
f. de verzekeringsovereenkomst is gedekt door het
Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s, levens-
verzekeringen en kapitaal van erkende coöperatieve
vennootschappen, als bedoeld in het koninklijk besluit
van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15
oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering
van de fi nanciële stabiliteit en inzonderheid tot instel-
ling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten
en andere verrichtingen in het kader van de fi nanciële
stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de de-
posito’s, de levensverzekeringen en het kapitaal van
erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging
van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht
op de fi nanciële sector en de fi nanciële diensten of door
een gelijkwaardig waarborgsysteem ingericht door een
andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
g. de minimale commerciële premie per verzekerings-
overeenkomst bedraagt hoogstens 200 euro;
h. de verzekeringsovereenkomst is voldoende toe-
gankelijk voor particuliere beleggers.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Minister-
raad op voordracht van de minister van Economie en
de minister van Financiën kan de Koning het maxi-
mumbedrag aan fi nancieringsmiddelen bepalen dat
jaarlijks kan worden aangetrokken met toepassing van
het eerste lid. Dit maximumbedrag wordt omgeslagen
over de verzekeringsondernemingen conform de moda-
liteiten bepaald in het koninklijk besluit van 17 juli 2012
betreffende de dekking van de werkingskosten van de
Nationale Bank van België verbonden aan het toezicht
op fi nanciële instellingen, tot uitvoering van artikel 12bis,
§4, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van
het organiek statuut van de Nationale Bank van België.
De Koning kan op voordracht van de minister van
Economie en de minister van Financiën en op advies
van de FSMA regels vaststellen om te verzekeren dat
de verzekeringsovereenkomst voldoende toegankelijk
is voor particuliere beleggers.
9
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section 3 (ancienne section 2)
Prêts interbancaires
Art. 6 (ancien art. 5)
En vue du fi nancement de projets éligibles, les éta-
blissements de crédit peuvent, à partir de l’entrée en
vigueur de la présente loi et sans préjudice de l’article
10 conclure des prêts interbancaires auprès d’un autre
établissement de crédit.
Les prêts interbancaires visés à l’alinéa 1er sont
octroyés exclusivement au moyen de moyens de
fi nancement récoltés par l’émission de bons de caisse
ou l’ouverture de dépôts à terme qui rencontrent les
conditions de l’article 4.
Les établissements de crédit qui concluent un
emprunt interbancaire ne sont pas autorisés à utiliser
les moyens de fi nancement ainsi acquis pour octroyer
elle-mêmes des prêts interbancaires.
Les établissements de crédit qui accordent des
prêts interbancaires en application du présent article
s’assurent de l’affectation fi nale de ces prêts confor-
mément aux articles 9 à 11 de cette loi.
Section 4 (ancienne section 3)
Traitement comptable
Art. 7 (ancien art. 6)
Les moyens de fi nancement qui sont récoltés par
des établissements de credit conformément à l’article
4, les revenus des actifs visés à l’article 11, § 1er, et
les emprunts interbancaires conclus conformément à
l’article 6, de même que le fi nancement [et les prêts
interbancaires octroyés au moyen de ces fonds et les
actifs acquis en application de l’article 11, sont repris
dans des comptes distincts spécifi quement prévus à
cette fi n de la comptabilité de l’établissement de crédit
d’une manière telle que ces moyens de fi nancement et
leur affectation puissent être identifi és.
Le fi nancement qui est fourni par le biais de moyens
de fi nancement récoltés par les entreprises d’assurance
conformément à l’article 5 constitue un fonds cantonné
au sens de l’article 57 de l’arrêté royal du 14 novembre
2003 relatif à l’activité d’assurance sur la vie.
Afdeling 3 (vroeger afdeling 2)
Interbankenleningen
Art. 6 (vroeger art. 5)
Met het oog op de fi nanciering van geschikte pro-
jecten kunnen de kredietinstellingen, vanaf de inwer-
kingtreding van deze wet en zonder afbreuk te doen
aan artikel 10 interbankenleningen aangaan bij andere
kredietinstellingen.
De interbankenleningen bedoeld in het eerste lid
worden uitsluitend verstrekt met fi nancieringsmidde-
len aangetrokken door de uitgifte van kasbonnen of
de opening van termijndeposito’s die voldoen aan de
voorwaarden van artikel 4.
Het is kredietinstellingen die een interbankenlening
aangaan niet toegestaan de aldus verworven fi nancie-
ringsmiddelen aan te wenden om zelf interbankenlenin-
gen te verstrekken.
De kredietinstellingen die interbankenleningen
verstrekken vergewissen zich van de uiteindelijke
aanwending van de lening conform de artikelen 9 tot
11 van deze wet.
Afdeling 4 (vroeger afdeling 3)
Boekhoudkundige verwerking
Art. 7 (vroeger art. 6)
De fi nancieringsmiddelen die door kredietinstellingen
worden aangetrokken overeenkomstig het artikel 4, de
inkomsten van de activa bedoeld in artikel 11, § 1, en de
interbankenleningen die worden aangegaan overeen-
komstig artikel 6, alsook de fi nanciering en interbanken-
leningen die ermee worden verstrekt en de activa die er-
mee worden aangekocht met toepassing van artikel 11,
worden geboekt op aparte specifi ek daartoe voorziene
rekeningen in de boekhouding van de kredietinstelling
op een wijze die toelaat om deze fi nancieringsmiddelen
en de aanwending ervan te identifi ceren.
De fi nanciering die wordt verstrekt met de fi nancie-
ringsmiddelen die door verzekeringsondernemingen
worden aangetrokken overeenkomstig artikel 5 vormt
een afgezonderd fonds in de zin van artikel 57 van het
koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de
levensverzekeringsactiviteit.
10
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
Sur la proposition du ministre des Finances, le Roi
peut préciser des règles plus détaillées relatives à
l’obligation comptable telle que défi nie aux alinéas
précédents.
Section 5 (ancien Section 4)
Mentions obligatoires
Art. 8 (ancien art. 7)
Dans la publicité ainsi que dans tous autres docu-
ments, contractuels ou non et annonces relatifs aux
bons de caisse, dépôts à terme émis ou ouverts en
application de la présente loi ou des contrats d’assu-
rance offerts en application de la présente loi, il est
explicitement mentionné que les bons de caisse sont
émis, les dépôts à terme sont ouverts ou les contrats
d’assurance sont offerts en application de la loi du […]
relative aux prêts-citoyen thématiques et que les dispo-
sitions de cette loi y sont applicables.
CHAPITRE 4
Affectation des moyens de fi nancement dans le
cadre de prêts citoyen thématiques
Section 1re
Projets éligibles
Art. 9 (ancien art. 8)
Pour entrer en ligne de compte pour un fi nance-
ment dans le cadre d’un prêt-citoyen thématique, les
projets doivent avoir une fi nalité socio-économique
ou sociétale. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en
conseil des ministres sur la proposition du ministre qui
a les Finances dans ses attributions et du ministre qui
a l’Économie dans ses attributions, la liste des projets
qui répondent à ces critères.
A la demande du bénéfi ciaire du fi nancement, le
ministre des Finances rend un avis préalable sur la
conformité d’un projet avec les critères contenus dans
l’arrêté royal visé à l’alinéa 1er. Le Roi, sur la proposi-
tion du ministre des Finances, règle la procédure de
demande d’avis.
Op voordracht van de minister van Financiën kan de
Koning nadere regels bepalen met betrekking tot de
boekhoudkundige verplichting als bepaald in de vorige
leden.
Afdeling 5 (vroeger Sectie 4)
Verplichte vermeldingen
Art. 8 (vroeger art. 7)
In de reclame en in alle andere, al dan niet contrac-
tuele documenten en berichten met betrekking tot de
kasbonnen, termijndeposito’s uitgegeven of geopend
met toepassing van deze wet of de verzekeringsover-
eenkomsten aangeboden met toepassing van deze wet
wordt uitdrukkelijk vermeld dat de kasbonnen worden
uitgegeven, de termijndeposito’s worden geopend of de
verzekeringsovereenkomsten worden aangeboden met
toepassing van de wet van […] betreffende de themati-
sche volksleningen en dat de bepalingen van deze wet
hierop van toepassing zijn.
HOOFDSTUK 4
Aanwending van de fi nancieringsmiddelen in het
kader van thematische volksleningen
Afdeling 1
Geschikte projecten
Art. 9 (vroeger art. 8)
Om in aanmerking te komen voor fi nanciering in het
kader van een thematische volkslening dienen projecten
een sociaaleconomisch of maatschappelijk verantwoord
doel nastreven. De Koning stelt, bij een besluit vastge-
steld na overleg in de Ministerraad op voordracht van
de minister bevoegd voor Financiën en de minister
bevoegd voor Economie, de lijst met projecten vast die
beantwoorden aan deze criteria.
Op vraag van de bestemmeling van de fi nanciering
verstrekt de minister van Financiën voorafgaand advies
over de conformiteit van een project met de lijst bepaald
in het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid. De Ko-
ning, op de voordracht van de minister van Financiën,
regelt de procedure voor de adviesaanvraag.
11
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
Section 2
Affectation autorisée des moyens de financement
Art. 10 (ancien art. 9)
Les moyens de fi nancement récoltés conformément
à l’article 4 doivent être affectés dans l’année à concur-
rence de 90 % au fi nancement de projets éligibles
ou à l’octroi d’un prêt interbancaire conformément à
l’article 6.
Pour satisfaire à l’obligation prévue à l’alinéa 1er, les
établissements de crédit et les entreprises d’assurance
sont autorisés à:
1° fi nancer des projets communs, soit sous la forme
de regroupement de crédit ou une autre forme de cofi -
nancement;
2° affecter les moyens de fi nancement recueillis pour
le fi nancement de projets dans le cadre d’une collabo-
ration publique-privée;
3° affecter les moyens de fi nancement recueillis pour
le fi nancement partiel d’un projet.
Art. 11 (ancien art. 10)
§ 1er. Dans l’attente de leur affectation au fi nancement
de projets éligibles conformément à l’article 10, les
moyens de fi nancement recueillis sont investis dans des
actifs suffisamment liquides et à faible risque.
La quote-part des moyens de fi nancement qui, dans
les limites déterminées à l’article 10, ne doit pas être
affectée à l’octroi de fi nancement de projets éligibles
doit également être investie dans des actifs suffisam-
ment liquides et à faible risque.
Les actifs visés aux alinéas précédents doivent
bénéfi cier d’une rémunération conforme au marché.
Ils ne peuvent pas être affectés à titre d’actifs de cou-
verture comme visés à l’article 64/3, § 3, 2°, de la loi
du 22 mars 1993.
Les revenus des actifs visés à l’alinéa 1er sont affectés
au fi nancement de projets, le cas échéant après déduc-
tion des intérêts payés aux titulaires de bons de caisse
ou dépôts à terme émis ou ouverts en application de
l’article 4 ou après déduction des intérêts ou participa-
Afdeling 2
Toegelaten aanwending van financieringsmiddelen
Art. 10 (vroeger art. 9)
De fi nancieringsmiddelen aangetrokken conform
artikel 4 moeten binnen het jaar ten beloop van 90 %
aangewend worden voor de fi nanciering van geschikte
projecten of van een in artikel 6 bedoelde interbanken-
lening.
Om uitvoering te geven aan de in het eerste lid be-
paalde verplichting, is het kredietinstellingen en verze-
keringsondernemingen toegestaan om:
1° gezamenlijk projecten te fi nancieren, hetzij in de
vorm van kredietpooling of een andere vorm van cofi -
nanciering;
2° de aangetrokken fi nancieringsmiddelen aan te
wenden voor fi nanciering van projecten in het kader
van een publiek-private samenwerking;
3° de aangetrokken fi nancieringsmiddelen aan te
wenden voor de gedeeltelijke fi nanciering van een
project.
Art. 11 (vroeger art. 10)
§ 1. In afwachting van de aanwending van de fi nancie-
ringsmiddelen voor het verstrekken van fi nanciering van
geschikte projecten conform artikel 10 worden de aan-
getrokken fi nancieringsmiddelen belegd in voldoende
liquide en weinig risicovolle activa.
Het deel van de fi nancieringsmiddelen dat, binnen de
in artikel 10 bepaalde grenzen, niet aangewend moet
worden voor de fi nanciering van geschikte projecten
dient eveneens belegd te worden in voldoende liquide
en weinig risicovolle activa.
De in de voorgaande leden bedoelde activa moeten
een marktconforme vergoeding genieten. Zij mogen niet
aangewend worden als dekkingswaarden als bedoeld
in artikel 64/3, § 3, 2°, van de wet van 22 maart 1993.
In voorkomend geval, na aftrek van de interest ver-
schuldigd aan de houders van kasbonnen en termijn-
deposito’s uitgegeven of geopend met toepassing van
artikel 4 of na aftrek van de interest of winstdeelname
verschuldigd aan de verzekeringnemers van de verze-
12
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
tions bénéfi ciaires dus aux preneurs d’assurance des
contrats d’assurance offerts en application de l’article 5.
§ 2. La BNB peut, sur requête motivée de l’éta-
blissement de crédit ou de l’entreprise d’assurance,
accorder temporairement une exception aux disposi-
tions du paragraphe 1er pour des raisons prudentielles.
Dans cette hypothèse, la BNB impose simultanément
des mesures pour que l’établissement de crédit ou de
l’entreprise d’assurance rencontre dans les plus brefs
délais l’obligation visée à l’article 10.
Section 3
Mentions obligatoires
Article 12 (ancien art. 11)
La publicité ainsi que tout autre document, contrac-
tuels ou non, et avis relatifs au fi nancement octroyé en
application de la présente loi mentionnent formellement
que le fi nancement est convenu dans le cadre de la loi
du […] relative aux prêts-citoyen thématiques et que les
dispositions de cette loi y sont applicables.
CHAPITRE 5
Contrôle des prêts-citoyen thématiques
Section 1re
Contrôle par la BNB
Art. 13 (ancien art. 12)
La Banque nationale de Belgique contrôle le respect
des articles 6, 7, 10 et 11 de la présente loi. A cette fi n,
elle dispose de tous les pouvoirs qui lui sont conférés
conformément à la loi du 22 février 1998 fi xant le statut
organique de la Banque Nationale de Belgique et aux
lois spéciales applicables aux établissements de crédit
et aux entreprises d’assurance.
Art. 14 (ancien art. 13)
§ 1er. Les établissements de crédit communiquent
périodiquement à la BNB une situation détaillée qui
reprend au moins les éléments suivants:
keringsovereenkomsten aangeboden met toepassing
van artikel 5, worden de inkomsten uit de activa bedoeld
in het eerste lid aangewend voor de fi nanciering van
projecten.
§ 2. De NBB kan, na gemotiveerd verzoek van de
kredietinstelling of verzekeringsonderneming, om pru-
dentiële redenen tijdelijk een uitzondering toestaan op
de bepalingen van de eerste paragraaf. In dit geval legt
de NBB tegelijkertijd maatregelen op zodat de krediet-
instelling of verzekeringsonderneming zo snel mogelijk
voldoet aan de verplichting bedoeld in artikel 10.
Afdeling 3
Verplichte vermeldingen
Artikel 12 (vroeger art. 11)
De reclame en alle andere, al dan niet contractuele
documenten en berichten met betrekking tot de fi nan-
ciering verstrekt met toepassing van deze wet vermeldt
uitdrukkelijk dat de fi nanciering wordt verstrekt met toe-
passing van de wet van […] betreffende de thematische
volksleningen en dat de bepalingen van deze wet erop
van toepassing zijn.
HOOFDSTUK 5
Toezicht op de volksleningen
Afdeling 1
Toezicht door de NBB
Art. 13 (vroeger art. 12)
De Nationale Bank van België houdt toezicht op de
naleving van de artikelen 6, 7, 10 en 11 van deze wet.
Daartoe beschikt de Nationale Bank van België over
alle bevoegdheden die haar worden toegekend over-
eenkomstig de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling
van het organiek statuut van de Nationale Bank van
België en de bijzondere wetten van toepassing op de
kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.
Art. 14 (vroeger art. 13)
§ 1. De kredietinstellingen leggen periodiek aan de
NBB een gedetailleerde staat voor die minstens de
volgende elementen bevat:
13
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
1° le montant des moyens de fi nancement collectés
comme visés à l’article 4, ventilés en bons de caisse,
dépôts à terme et prêts interbancaires contractés
conformément à l’article 5 ainsi que des revenus des
placements effectués conformément à l’article 11, § 1er;
2° un aperçu de l’affectation des moyens de fi nan-
cement collectés comme visée aux articles 9 à 11,
ventilé en projets fi nancés, investissements et prêts
interbancaires;
3° les éléments nécessaires permettant à la BNB
de contrôler si les conditions de cette loi et ses arrêtés
d’exécution sont respectées par l’établissement de
crédit.
La situation est établie conformément aux règles
déterminées par voie de règlement de la BNB qui fi xe
également la fréquence de rapportage. En outre, la
BNB peut prescrire que d’autres données chiffrées ou
explications lui soient régulièrement fournies afi n de
pouvoir vérifi er si les dispositions de la présente loi ou
de ses arrêtés d’exécution sont respectées.
§ 2. Les entreprises d’assurance présentent pério-
diquement à la BNB un état de la situation détaillé qui
comporte au minimum les éléments suivants:
1° le montant des moyens de fi nancement collectés
comme visé à l’article 5 ainsi que des revenus des
placements effectués conformément à l’article 11, § 1;
2° un aperçu de l’affectation des moyens de fi nan-
cement collectés comme visé aux articles 9 et 11, § 1,
ventilé en projets fi nancés et investissements;
3° les éléments nécessaires permettant à la BNB
de contrôler si les conditions de la présente loi et ses
arrêtés d’exécution sont respectées par l’entreprise
d’assurance.
La situation est établie conformément aux règles
déterminées par voie de règlement de la BNB qui fi xe
également la fréquence de rapportage. En outre, la
BNB peut prescrire que d’autres données chiffrées ou
explications lui soient régulièrement fournies afi n de
pouvoir vérifi er si les dispositions de la présente loi ou
ses arrêtés d’exécution sont respectées.”
Art. 15 (ancien art. 14)
En vue d’une bonne application de la présente loi et
des mesures prises en exécution de celle-ci, la BNB
coopère le cas échéant avec la FSMA, de même qu’avec
1° het bedrag van de aangetrokken gelden als be-
doeld in artikel 4 opgesplitst in kasbonnen, termijnde-
posito’s en interbankenleningen aangegaan overeen-
komstig artikel 5 alsook van de beleggingen gedaan
met toepassing van artikel 10, § 1;
2° een overzicht van de aanwending van de gelden
als bedoeld in de artikelen 8 tot 10, opgesplitst in ge-
fi nancierde projecten, beleggingen en interbankenle-
ningen;
3° de noodzakelijke gegevens die de NBB in staat
stellen te controleren of de voorwaarden van deze wet
en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd door de
kredietinstelling.
De staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels
die zijn vastgesteld bij reglement van de NBB dat ook de
rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de NBB
voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens
of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de
voorschriften van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
zijn nageleefd.
§ 2. De verzekeringsondernemingen leggen periodiek
aan de NBB een gedetailleerde staat voor die minstens
de volgende elementen bevat:
1° het bedrag van de aangetrokken fi nancieringsmid-
delen als bedoeld in artikel 5 alsook van de beleggingen
gedaan met toepassing van artikel 11, § 1;
2° een overzicht van de aanwending van de fi nancie-
ringsmiddelen als bedoeld in de artikelen 9 en 11, § 1,
opgesplitst in gefi nancierde projecten en beleggingen;
3° de noodzakelijke gegevens die de NBB in staat
stellen te controleren of de voorwaarden van deze wet
en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd door de
verzekeringsonderneming.
De staat wordt opgemaakt overeenkomstig de regels
die zijn vastgesteld bij reglement van de NBB dat ook de
rapporteringsfrequentie bepaalt. Bovendien kan de NBB
voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens
of uitleg worden verstrekt om te kunnen nagaan of de
voorschriften van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten
zijn nageleefd.
Art. 15 (vroeger art. 14)
Met het oog op een goede toepassing van deze wet
en de ter uitvoering ervan genomen maatregelen werkt
de NBB in voorkomend geval samen met de FSMA,
14
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
les autorités d’autres États dotées de compétences
analogues aux siennes.
La BNB peut échanger avec ces autorités des
informations confi dentielles conformément aux dispo-
sitions des articles 36/13, 36/14 et 36/16 de la loi du
22 février 1998.
Art. 16 (ancien art. 15)
Les frais de la BNB relatifs au contrôle visé dans ce
chapitre sont supportés par les établissements de crédit
et les entreprises d’assurance selon les modalités pré-
vues dans l’arrêté royal du 17 juillet 2012 portant exé-
cution de l’article 12bis, § 4, de la loi du 22 février 1998.
Section 2
Contrôle par la FSMA
Art. 17 (ancien art. 16)
§ 1. La FSMA assure le contrôle du respect des
articles 4, alinéas 3 et 4, article 5, alinéa 1er, et article
8 de la présente loi.
§ 2. Sans préjudice de l’application de l’article 18,
et à l’exception du contrôle des articles 5 et 8, en ce
qui concerne les contrats d’assurance, le contrôle de
la FSMA s’exerce avant l’émission d’un nouveau type
de bons de caisse ou de l’ouverture d’un nouveau type
de dépôt à terme. Lorsque la période d’offre d’un bon
de caisse ou d’un dépôt à terme excède les six mois,
un nouveau contrôle préalable a lieu tous les six mois.
La FSMA peut déterminer par règlement les infor-
mations que les établissements de crédit doivent lui
fournir en cas de contrôle préalable conformément au
§ 2, alinéa 1er. Ces informations contiennent au moins
les documents visés à l’article 8. La FSMA se prononce
dans les cinq jours ouvrables suivant la réception de
ces informations.
Les institutions de crédit ne peuvent publier les docu-
ments visés à l’article 8 que si la FSMA a communiqué
n’avoir aucune objection à cet égard, vu les exigences
fi xées à l’article 4, alinéas 3 et 4, et à l’article 8.
§ 3. Sans préjudice de l’application de l’article 18,
les entreprises d’assurance peuvent demander à la
FSMA, préalablement à l’offre d’un nouveau type de
alsook met de autoriteiten van andere Staten met soort-
gelijke bevoegdheden.
De NBB kan met deze autoriteiten vertrouwelijke
informatie uitwisselen overeenkomstig het bepaalde
bij de artikelen 36/13, 36/14 en 36/16, van de wet van
22 februari 1998.
Art. 16 (vroeger art. 15)
De kosten van de NBB in verband met het in dit
hoofdstuk bedoelde toezicht worden gedragen door de
kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen
conform de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit
van 17 juli 2012 tot uitvoering van artikel 12bis, § 4, van
de wet van 22 februari 1998.
Afdeling 2
Toezicht door de FSMA
Art. 17 (vroeger art. 16)
§ 1. De FSMA houdt toezicht op de naleving van arti-
kel 4, derde en vierde lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 8.
§ 2. Onverminderd de toepassing van artikel 18, en
met uitzondering van het toezicht op de artikelen 5 en
8, wat de verzekeringsovereenkomsten betreft, vindt het
toezicht van de FSMA plaats voorafgaand aan de uitgifte
van een nieuw type kasbon of de opening van een nieuw
type termijndeposito. Wanneer de aanbiedingsperiode
van een kasbon of termijndeposito een termijn van zes
maanden overstijgt, vindt er elke zes maanden opnieuw
een voorafgaand toezicht plaats.
De FSMA kan bij reglement de informatie vaststellen
die de kredietinstellingen aan de FSMA moeten verstrek-
ken in geval van voorafgaand toezicht overeenkomstig
§ 2, eerste lid. Deze informatie bevat minstens de in
artikel 8 bedoelde documenten. De FSMA spreekt zich
uit binnen een termijn van vijf werkdagen na ontvangst
van deze informatie.
De kredietinstellingen mogen de in artikel 8 bedoelde
documenten pas openbaar maken indien de FSMA heeft
meegedeeld hiertegen geen bezwaar te hebben, gelet
op de vereisten bepaald in artikel 4, derde en vierde
lid, en artikel 8.
§ 3. Onverminderd de toepassing van artikel 18,
kunnen de verzekeringsondernemingen de FSMA ver-
zoeken om, voorafgaand aan het aanbod van een nieuw
15
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
contrat d’assurance, d’effectuer un contrôle préalable
du respect des articles 5 et 8. Lorsque, dans le cas
d’une telle demande, la période d’offre d’un contrat
d’assurance excède les six mois, un contrôle préalable
est à nouveau effectué tous les six mois.
La FSMA détermine par règlement les informations
que les entreprises d’assurance doivent lui fournir dans
le cas d’une telle demande. Cette information comprend
au moins les documents visés à l’article 8 La FSMA
statue dans les cinq jours ouvrables suivant la réception
de cette information.
§ 4. Pour l’application des §§ 2 et 3, un instrument est
d’un nouveau type, si cet instrument présente d’autres
caractéristiques par rapport aux instruments antérieure-
ment soumis à la FSMA, y compris le taux d’intérêt, sauf
s’il s’agit d’un taux d’intérêt résultant de l’application de
critères d’ajustement préalablement fi xés dans l’offre.
§ 5. Pour l’exercice des compétences du présent
article, la FSMA dispose de tous les pouvoirs qui lui sont
conférés par la loi du 2 août 2002 relative à la surveil-
lance du secteur fi nancier et aux services fi nanciers, et
par les lois particulières applicables aux établissements
de crédit.
Art. 18 (ancien art. 17)
Les établissements de crédit et les entreprises
d’assurance communiquent périodiquement à la FSMA
une situation détaillée qui reprend au moins les éléments
suivants:
1° en ce qui concerne les établissements de crédit,
le montant des moyens de fi nancement collectés visés
à l’article 4, ventilés d’une part en bons de caisse et
dépôts à terme, et d’autre part selon que les moyens
de fi nancement proviennent ou non d’investisseurs
particuliers;
2° en ce qui concerne les entreprises d’assurance, le
montant des moyens de fi nancement collectés visés à
l’article 5, ventilés selon que les moyens de fi nancement
proviennent ou non d’investisseurs particuliers;
De plus, la FSMA peut demander aux établissements
de crédit et aux entreprises d’assurance tous les autres
éléments nécessaires permettant de contrôler si les
conditions de la présente loi et ses arrêtés d’exécution
type verzekeringsovereenkomst, een voorafgaand toe-
zicht uit te oefenen op de naleving van de artikelen 5
en 8. Wanneer, in geval van een dergelijk verzoek, de
aanbiedingsperiode van een verzekeringsovereenkomst
een termijn van zes maanden overstijgt, vindt er elke
zes maanden opnieuw een voorafgaand toezicht plaats.
De FSMA bepaalt bij reglement de informatie die de
verzekerinsgondernemingen in geval van dergelijk ver-
zoek aan de FSMA moeten verstrekken. Deze informatie
bevat minstens de in artikel 8 bedoelde documenten.
De FSMA spreekt zich uit binnen een termijn van vijf
werkdagen na ontvangst van deze informatie.
§ 4. Voor de toepassing van §§ 2 en 3 is een in-
strument van een nieuw type indien dit instrument
ten aanzien van de reeds aan de FSMA voorgelegde
instrumenten andere kenmerken vertoont, waaronder
de intrestvoet, met uitzondering van een intrestvoet die
voortvloeit uit de toepassing van de vooraf in het aanbod
bepaalde aanpassingscriteria.
§ 5. Voor de uitoefening van de bevoegdheden in dit
artikel, beschikt de FSMA over alle bevoegdheden die
haar worden toegekend overeenkomstig de wet van 2
augustus 2002 betreffende het toezicht op de fi nanciële
sector en de fi nanciële diensten en de bijzondere wetten
van toepassing op de kredietinstellingen.
Art. 18 (vroeger art. 17)
De kredietinstellingen en verzekeringsondernemin-
gen leggen periodiek aan de FSMA een gedetailleerde
staat voor die minstens de volgende elementen bevat:
1° wat de kredietinstellingen betreft, het bedrag
van de aangetrokken fi nancieringsmiddelen bedoeld
in artikel 4, opgesplitst enerzijds in kasbonnen en ter-
mijndeposito’s, en anderzijds al naargelang de fi nan-
cieringsmiddelen van particuliere beleggers afkomstig
zijn of van niet particuliere beleggers;
2° wat de verzekeringsondernemingen betreft, het
bedrag van de aangetrokken fi nancieringsmiddelen
bedoeld in artikel 5 en opgesplitst al naargelang de
fi nancieringsmiddelen van particuliere beleggers afkom-
stig zijn of van niet particuliere beleggers;
De FSMA kan bij de kredietinstellingen en de verze-
keringsondernemingen bovendien alle andere noodza-
kelijke gegevens opvragen die de FSMA in staat stellen
te controleren of de voorwaarden van deze wet en haar
16
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
placées sous son contrôle, sont respectées par l’éta-
blissement de crédit ou l’entreprise d’assurance.
Le contenu de la situation susvisée est établi par
voie de règlement par la FSMA qui fi xe également la
fréquence de rapportage.
Art. 19 (ancien art. 18)
En cas de non-respect des dispositions de cette loi
dont elle contrôle le respect, la FSMA peut prendre
les mesures visées à l’article 67, § 1er, i) à o), et §§ 2 à
5, de la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques
d’instruments de placement et aux admissions d’instru-
ments de placement à la négociation sur des marchés
fi nanciers et à l’article 36 de la loi du 2 août 2002 relative
à la surveillance du secteur fi nancier et aux services
fi nanciers.
Art. 20 (ancien art. 19)
En vue d’une bonne application de la présente loi et
des mesures prises en exécution de celle-ci, la FSMA
coopère le cas échéant avec la BNB, de même qu’avec
les autorités d’autres États dotées de compétences
analogues aux siennes.
La FSMA peut échanger avec ces autorités des
informations confi dentielles conformément aux dis-
positions des articles 75 et 77, §§ 1er et 2, de la loi du
2 août 2002 relative à la surveillance du secteur fi nancier
et aux services fi nanciers.
CHAPITRE 6
Dispositions pénales
Art. 21 (ancien art. 20)
Sans préjudice de l’application de peines plus
sévères prévues par le Code pénal, sera puni d’un
emprisonnement d’un mois à un an et d’une amende
de 50 euros à 10 000 euros ou d’une de ces peines
seulement celui qui:
— enfreint les dispositions des articles 6, 7, 10 ou
11 ou des arrêtés pris en leur application;
— ne se conforme pas à un commandement pris par
la FSMA en vertu de l’article 19;
uitvoeringsbesluiten waarop de FSMA toeziet, worden
nageleefd door de kredietinstelling of de verzekerings-
onderneming.
De inhoud van voormelde staat wordt vastgesteld bij
reglement door de FSMA dat ook de rapporteringsfre-
quentie bepaalt.
Art. 19 (vroeger art. 18)
In geval van niet-naleving van de bepalingen van
deze wet waarop zij toeziet kan de FSMA de maat-
regelen treffen voorzien in artikel 67, § 1, i) tot o), en
§§ 2 tot 5, van de wet van 16 juni 2006 op de openbare
aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating
van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een
gereglementeerde markt, en in artikel 36 van de wet
van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de
fi nanciële sector en de fi nanciële diensten.
Art. 20 (vroeger art. 19)
Met het oog op een goede toepassing van deze
wet en de ter uitvoering ervan genomen maatregelen
werkt de FSMA in voorkomend geval samen met de
NBB, alsook met de autoriteiten van andere Staten met
soortgelijke bevoegdheden.
Zij kan met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie
uitwisselen overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen
75 en 77, §§ 1 en 2, van de wet van 2 augustus 2002 be-
treffende het toezicht op de fi nanciële sector en de
fi nanciële diensten.
HOOFDSTUK 6
Strafrechtelijke bepalingen
Art. 21 (vroeger art. 20)
Onverminderd de toepassing van strengere in het
Strafwetboek gestelde straffen, wordt met een ge-
vangenisstraf van één maand tot één jaar en met een
geldboete van 50 euro tot 10 000 euro of met één van
die straffen alleen gestraft, hij die:
— de artikelen 6, 7, 10 of 11 of de met toepassing
van deze artikelen getroffen uitvoeringsbesluiten niet
naleeft;
— zich niet schikt naar een krachtens artikel 19 door
de FSMA geformuleerd bevel;
17
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
— refuse de fournir les renseignements et les docu-
ments demandés par la BNB ou la FSMA en vue du
contrôle de l’application de la présente loi et des arrê-
tés et règlements pris en vue de son exécution ou qui
s’oppose aux mesures d’investigation prises par la BNB
ou la FSMA ou qui fait une fausse déclaration.
Art. 22 (ancien art. 21)
Toute information du chef d’infraction aux dispositions
visées à l’article 21 à l’encontre d’un établissement de
crédit ou d’une entreprise d’assurance doit être portée
à la connaissance du Service public fédéral Finances
par l’autorité judiciaire qui en est saisie.
CHAPITRE 7
Dispositions fi scales
Art. 23 (ancien art. 22)
L’article 171, 3°quinquies, du Code des impôts sur
les revenus 1992, inséré par la loi du 28 décembre 2011
portant des dipositions diverses, est complété comme
suit: “
“et les revenus provenant de bons de caisse ou de
dépôts à terme qui sont proposés par des établisse-
ments de crédit pour le fi nancement d’un prêt-citoyen
thématique comme visé dans la loi du […] et à condition
que ces bons de caisse ou dépôts à terme répondent
aux critères et conditions déterminés dans la dite loi;”
Art. 24 (ancien art. 23)
À l’article 269 du même Code, remplacé par la loi-
programme du 27 décembre 2012 et modifi é en dernier
lieu par la loi du ... portant des dispositions fi scales et
fi nancières diverses, les modifi cations suivantes sont
apportées:
1° Dans le § 1er, 1°, les mots “dans les dispositions
sous 2° à 4°” sont remplacés par les mots “dans les
dispositions sous 2° à 4° et 7°”;
2° le § 1er est complété par le 7° rédigé comme suit:
“7° à 15 pc. pour les revenus provenant de bons de
caisse ou de dépôts à terme qui sont proposés par des
établissements de crédit pour le fi nancement d’un prêt-
— weigert om de NBB of de FSMA de door haar
gevraagde inlichtingen en documenten te verstrekken
die nodig zijn voor het toezicht op de toepassing van
deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten
en reglementen, of zich tegen de door de NBB of FSMA
genomen onderzoeksmaatregelen verzet of een valse
verklaring afl egt.
Art. 22 (vroeger art. 21)
Ieder opsporingsonderzoek ten gevolge van een
overtreding van de in artikel 21 bedoelde bepalingen te-
gen een kredietinstelling of een verzekeringsonderne-
ming moet ter kennis worden gebracht van de Federale
Overheidsdienst Financiën door de gerechtelijke over-
heid die er door gevat is.
HOOFDSTUK 7
Fiscale bepalingen
Art. 23 (vroeger art. 22)
Artikel 171, 3°quinquies, van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van
28 december 2011 houdende diverse bepalingen, wordt
aangevuld als volgt:
“en de inkomsten uit kasbonnen of termijndeposito’s
die door kredietinstellingen zijn aangeboden voor de fi -
nanciering van een thematische volkslening als bedoeld
in de wet van […] en op voorwaarde dat die kasbonnen
of termijndeposito’s beantwoorden aan de criteria en
voorwaarden als bepaald in de genoemde wet;”.
Art. 24 (vroeger art. 23)
In artikel 269 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
programmawet van 27 december 2012 en laatstelijk
gewijzigd bij de wet van ... houdende diverse fi scale et
fi nanciële bepalingen worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1° in § 1, 1°, worden de woorden “in de bepalingen
onder 2° tot 4°” vervangen door de woorden “in de be-
palingen onder 2° tot 4° en 7°”;
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling
onder 7°, luidende:
“7° op 15 pct. voor de inkomsten uit kasbonnen
of termijndeposito’s die door kredietinstellingen zijn
aangeboden voor de fi nanciering van een thematische
18
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTINGS P E RIO DE
2013
2014
citoyen thématique comme visé dans la loi du […] et à
condition que ces bons de caisse ou dépôts à terme
répondent aux critères et conditions déterminés dans
la dite loi.”
Art. 25 (nouveau)
Dans l’article 175/3 du Code des droits et taxes
divers, un alinéa 3 est inséré, libellé comme suit:
“Par dérogation à l’alinéa 1er, la taxe est ramenée
à 1,10 pour cent pour les contrats d’assurance qui
répondent aux critères et conditions de la loi du …
portant des dispositions diverses en matière de prêts-
citoyen thématiques.”.
Art. 26 (ancien art. 24)
Lorsqu’il ne peut être établi que les moyens de
fi nancement récoltés par l’émission de bons de caisse
ou l’ouverture de dépôts à terme en application de
l’article 4 ont été traités et affectés conformément aux
articles 6, 7, 10 et 11, l’établissement de crédit concerné
est tenu au paiement d’un montant égal à 10 % des
revenus payés ou attribués aux titulaires des bons de
caisse ou dépôts à terme concernés.
La dette des établissements de crédit du chef de
l’application de l’alinéa précédent constitue une dette
fi scale. Son recouvrement est effectué selon les règles
applicables en matière de précompte mobilier.
Les tarifs du précompte mobilier et de l’impôt des per-
sonnes physiques prévus aux articles 23 et 24 restent
acquis aux détenteurs des bons de caisse et dépôts à
terme concernés.
Art. 27 (nouveau)
Lorsqu’il ne peut pas être établi que les moyens
de financement récoltés par l’offre de contrats
d’assurance en application de l’article 5 ont été trai-
tés et affectés conformément aux articles 7 et 11,
§ 1er, l’entreprise d’assurance concernée est tenue
au paiement de la différence entre le montant de la
taxe retenue annuellement sur les opérations d’assu-
rance sur la(les) prime(s) payée(s) et le montant de
la taxe annuelle sur les opérations d’assurance qui
devrai(en)t être due(s) sur la(les) primes(s) du contrat
volkslening als bedoeld in de wet van […] en op voor-
waarde dat die kasbonnen of termijndeposito’s beant-
woorden aan de criteria en voorwaarden bepaald in de
genoemde wet.”
Art. 25 (nieuw)
In artikel 175/3 van het Wetboek houdende diverse
rechten en taksen wordt een derde lid ingevoegd lui-
dende als volgt:
“In afwijking van het eerste lid wordt de taks vermin-
derd tot 1,10 pct. voor verzekeringsovereenkomsten die
beantwoorden aan de criteria en voorwaarden bepaald
in de wet van … houdende diverse bepalingen inzake
de thematische volksleningen.”.
Art. 26 (vroeger art. 24)
In geval niet kan worden aangetoond dat de fi nancie-
ringsmiddelen aangetrokken door uitgifte van kasbon-
nen of opening van termijndeposito’s met toepassing
van artikel 4 van deze wet zijn verwerkt en aangewend
conform de artikelen 6, 7, 10 en 11 is de betrokken kre-
dietinstelling gehouden tot betaling van een som gelijk
aan 10 % van de inkomsten betaald of toegekend aan
de houders van de betrokken kasbonnen of termijnde-
posito’s.
De schuld van de kredietinstellingen uit hoofde van
de toepassing van het vorige lid wordt als een belasting-
schuld beschouwd. De inning ervan geschiedt volgens
de regels toepasselijk op de roerende voorheffing.
De tarieven in de roerende voorheffing en de perso-
nenbelasting bedoeld in de artikelen 23 en 24 blijven
verworven voor de houders van de betrokken kasbon-
nen en termijndeposito’s.
Art. 27 (nieuw)
In geval niet kan worden aangetoond dat de fi nan-
cieringsmiddelen aangetrokken door het aanbieden van
verzekeringsovereenkomsten met toepassing van artikel
5 zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 7
en 11, § 1 is de betrokken verzekeringsonderneming
gehouden tot betaling van het verschil tussen het bedrag
van de ingehouden jaarlijkse taks op de verzekerings-
verrichtingen op de betaalde premie(s) en het bedrag
van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen
die op de premie(s) van de verzekeringsovereenkomst
19
3217/004
DOC 53
C H A M B R E 5 e S E S S I O N D E L A 5 3 e L É G I S L A T U R E
K AMER 5e Z ITTING VAN DE 53e Z ITTING S P E RIO DE
2013
2014
d’assurance si celui-ci n’avait pas été offert en appli-
cation de la présente loi.
La dette de l’entreprise d’assurance du chef de l’ap-
plication de l’alinéa 1er constitue une dette fi scale. Son
recouvrement est effectué selon les règles applicables
à la taxe annuelle sur les opérations d’assurance.
Le tarif de la taxe annuelle sur les opérations d’assu-
rance visées à l’article 25 reste acquis pour les preneurs
d’assurance des opérations d’assurance concernées.
CHAPITRE 8
Évaluation
Art. 28 (ancien art. 25)
La présente loi et ses arrêtés d’exécution sont soumis
à une évaluation.
Le ministre qui a les Finances dans ses attributions
et le ministre qui a l’Economie dans ses attributions
établissent un rapport d’évaluation qui est soumis au
Conseil des ministres dans les deux ans après l’entrée
en vigueur de la présente loi.
CHAPITRE 9
Entrée en vigueur
Art. 29 (ancien art. 26)
La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2014.
Les articles 23 et 24 sont applicables aux intérêts
payés ou attribués à partir du 1er janvier 2014.
Les arrêtés pris en exécution de la présente loi
perdront tout effet s’ils ne sont pas ratifi és par une loi
au plus tard deux ans après la date de leur entrée en
vigueur.
verschuldigd zou(den) zijn indien deze niet was aange-
boden met toepassing van deze wet.
De schuld van de verzekeringsonderneming uit
hoofde van de toepassing van het eerste lid wordt als
een belastingschuld beschouwd. De inning ervan ge-
schiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse
taks op de verzekeringsverrichtingen.
Het tarief van de jaarlijkse taks op de verzekerings-
verrichtingen bedoeld in artikel 25 blijft verworven voor
de verzekeringnemers van de betrokken verzekerings-
overeenkomsten.
HOOFDSTUK 8
Evaluatie
Art. 28 (vroeger art. 25)
Deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden on-
derworpen aan een evaluatie.
De minister bevoegd voor Financiën en de minister
bevoegd voor Economie stellen een evaluatieverslag op
dat wordt voorgelegd aan de Ministerraad binnen twee
jaar na de inwerkingtreding van deze wet.
HOOFDSTUK 9
Inwerkingtreding
Art. 29 (vroeger art. 26)
Deze wet treedt in werking op 1 januari 2014.
De artikelen 23 en 24 zijn van toepassing op de
interesten betaald of toegekend met ingang van 1 ja-
nuari 2014.
De besluiten genomen ter uitvoering van deze wet
verliezen alle uitwerking indien ze niet uiterlijk twee
jaar na de datum van hun inwerkingtreding bij wet zijn
bekrachtigd.
Centrale drukkerij – Imprimerie centrale