K. 49-1073/6

🏛️ SENAAT Legislatuur 1 📁 929 Other 🌐 NL

Inhoud

- 1073/ 6 - 96 / 97 Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers GEWONE ZITTING 1997-1998 (*) 23 DECEMBER 1997 WETSONTWERP betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen AMENDEMENTEN - 1073/6 - 96/97 Chambre des Représentants de Belgique SESSION ORDINAIRE 1997-1998 (*) 23 DÉCEMBRE 1997 PROJET DE LOI relatif au règlement collectif de dettes et à la possibilité de vente de gré à gré des biens immeubles saisis AMENDEMENTS Nr 56 VAN DE HEER WILLEMS EN N° 56 DE M. WILLEMS ET MME CREYF MEVR. CREYF Art.2 In § 2, in het voorgestelde artikeI1675-2, eer- ste lid, de woorden « en structurele » weglaten. VERANTWOORDING Deze schrapping beoogt de duidelijkheid van de tekst te bevorderen. Het begrip « structureel » werkt interpretatieproblemen in de hand en lijkt geen toegevoegde waarde te hebben ten opzichte van het begrip « duurzaam ». L. WILLEMS S. CREYF Zie: - 1073 - 96/97 : - N' 1: Wetsvoorstel. - N" 2 tot 5 :Amendementen. (*) Vierde zitting van de 49' zittingsperiode. Art.2 Au § 2, dans l'article 1675-2,alinéa l'r propo- sé, supprimer les mots « et structurelle », JUSTIFICATION Cette correction vise à accroître la clarté du texte. La notion de « structurel » peut donner lieu à des problè- mes d'interprétation et n'apporte rien par rapport à la notion de « durable ». Voir: - 1073 - 96/97 : - N°1: Projet de loi. - N" 2 à 5 :Amendements. (*) Quatrième session de la 49' législature. S.-3303 - 1073/6 - 96/97 Nr 57 VAN DE HEER WILLEMS Art.2 In § 2, in de voorgestelde tekst van arti- keI1675-4, § 2, 6", tussen de woorden «verzoe- ken» en « hun huwelijksvermogensstelsel » de woorden« of de met de verzoeker sametuoonendein), desgeoallend » invoegen. VERANTWOORDING Om te beoordelen of de schuldenaar die de collectieve schuldenregeling heeft gevraagd voldoet aan de voorwaar- den dient de rechter zich een duidelijk beeld te kunnen vormen van de gezinssituatie van de aanvrager. De memorie van toelichting bepaalt (blz. 24) dat, onge- acht of de echtgenoten feitelijk of van goederen gescheiden zijn, het geheel van de goederen der echtgenoten instaat voor de schulden die slechts één van hen heeft aangegaan. In het verlengde hiervan spreekt het de facto voor zich dat ook in andere gezinssituaties, waarbij de huwelijksband ontbreekt, het vermogen van de samenwonende de schul- den gemaakt door de partner mee helpt dragen. Evenzeer spreekt het voor zich dat de facto de vermogenstoestand van de partner waarmee men buiten het huwelijk samen- woont een onmiskenbare invloed heeft op het feit ofiemand zich al dan niet in een toestand bevindt waarin hij « niet in staat is orn, op duurzame (en structurele) wijze, zijn opeis- bare of nog te vervallen schulden te betalen ». De uitlegging van het begrip « samenwonen », dat reeds herhaaldelijk wordt gebruikt in het sociaal recht, mag geen probleem stellen. Het betreft het onder hetzelfde dak sa- menleven van twee of meer personen die hun huishoudelij- ke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk re- gelen. De toevoeging van « desgevallend » spreekt voor zich. Er kan slechts sprake zijn van een «huwelijksvermogensstel- sel» indien de partners « gehuwd . zijn. Het begrip « sa- menwoners » betreft net de hypotheses waarbij de gezins- vorm zich buiten het huwelijkse kader situeert. Het amendement beoogt tegemoet te komen aan de maatschappelijke realiteit. Het lijkt evident dat niet enkel personen wiens gezinsverband door het huwelijk wordt omkaderd met een overmatige schuldenlast worden gecon- fronteerd. Nr 58 VAN DE HEER WILLEMS Art.2 In § 2, de voorgestelde tekst van arti- keI1675-4, § 2, T, aanvullen als volgt: «of de met de verzoeker earnenuionendetn); », VERANTWOORDING Idem vorig amendement. Er weze opgemerkt dat het amendement ook van toe- passing is op een gezinsvorm waarbij meerdere broers en! of zussen met elkaar onder hetzelfde dak leven en hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeen- [ 2 ] N° 57 DE M. WILLEMS Art.2 Au § 2, dans le texte proposé de l'arti- cle 1675-4, § 2, 6",entre les mots «du conjoint du requérant» et les mots «, leur régime matrimo- nial »,insérer les mots « ou de la ou des personnes cohabitant avec le requérant, le cas échéant », JUSTIFICATION Pour pouvoir apprécier si le débiteur qui a demandé le règlement collectif de dettes répond aux conditions, le juge doit pouvoir se faire une idée précise de la situation fami- liale du requérant. Dans le commentaire des articles (p. 24), on peut lire qu'indépendamment de la séparation de fait ou de la sépa- ration des biens, l'ensemble des biens des époux répond des dettes contractées par un seul. Il est par conséquent évi- dent que dans d'autres situations familiales, où le lien du mariage fait défaut, les biens des cohabitants répondent également des dettes contractées par le partenaire. Il est tout aussi évident que la situation patrimoniale du parte- naire avec lequel on cohabite en dehors des liens du maria- ge a une incidence indéniable sur la question de savoir si une personne se trouve ou non dans une situation ne la mettant pas « en état, de manière durable et structurelle, de payer ses dettes exigibles ou encore à échoir ». L'interprétation de la notion de « cohabitation », qui est déjà utilisée régulièrement en droit social, ne peut poser de problème. Il s'agit de la cohabitation sous le même toit de deux ou de plusieurs personnes qui règlent pour l'essentiel leur ménage en commun. L'insertion des mots « le cas échéant » va de soi. Il ne peut être question de «régime matrimonial» que si les partenaires sont mariés. La notion de « cohabitation » con- cerne précisément les hypothèses où la forme familiale se situe en dehors du mariage. Le présent amendement tend à mettre le texte en con- cordance avec la réalité sociale. Il est évident que ce ne sont pas uniquement les personnes mariées qui peuvent être surendettées. N° 58 DE M. WILLEMS Art.2 Au § 2, compléter le texte de l'article 1675-4, § 2, 7° proposé par ce qui suit: « ou de la / des personneis) cohabitant avec lui; », JUSTIFICATION Voir la justification de l'amendement précédent. On notera que le présent amendement s'applique égale- ment aux ménages dans lesquelles des frères et/ou des soeurs habitent sous le même toit et règlent pratiquement toutes leurs affaires familiales en commun. On peut égale- schappelijk regelen. Evenzeer kan gedacht worden aan ouders die «samenwonen» met hun niet-gehuwde/niet- samenwonende kinderen. Om die reden beperkt het amendement zich niet tot de met de verzoeker samenwonende, maar wordt melding gemaakt van samenwonendetn). L. WILLEMS Nr 59 VAN DE HEER WILLEMS EN MEVR. CREYF Art.17 In de voorgestelde tekst, de woorden « het bevel» vervangen door de woorden « de aanma- ning », VERANTWOORDING Volgens artikel 17 wordt artikel 99 van de Hypotheek- wet met de volgende bepaling aangevuld: « In het beuel wordt de mogelijkheid van de derde-bezit- ter vermeld om, op straffe van onontvankelijkheid, binnen de acht dagen die volgen op de betekening van het op hem verrichte beslag, aan de rechter ieder koopaanbod uit de hand van zijn onroerend goed over te maken. ». Op blz. 60 bepaalt de memorie van toelichting dat de wijziging beoogt rekening te houden met de mogelijkheid om het in beslag genomen onroerend goed uit de hand te verkopen ten laste van een derde bezitter die dient ingelicht te worden. Om de derde-bezitter in te lichten, dient de voorgestelde wijziging van artikel 99 van de Hypotheekwet anders te worden geformuleerd. De vermelding dient deel uit te ma- ken van de in artikel 99 van de Hypotheekwet vermelde aanmaning aan de derde-bezitter. Immers, het beuel wordt aan de oorspronkelijke schulde- naar toegestuurd en komt in beginsel niet ter kennis van de derde-bezitter, zodat een erin opgenomen clausule die strekt tot zijn bescherming weinig efficiënt lijkt. De weergave van artikel 99 van de Hypotheekwet kan het probleem, dat dit amendement poogt te verhelpen, duidelijker maken: «Voldoet de derde-bezitter niet geheel aan een van deze verplichtingen, dan heeft ieder hypothecair schuldeiser het recht om het met hypotheek bezwaarde goed tegen hem te doen verkopen, dertig dagen na beuel te hebben gedaan aan de oorspronkelijke schuldenaar, en na aanmaning aan de derde-bezitter om de opeisbare schuld te betalen ofvan het erf afstand te doen. ». Nr 60 VAN DE HEER WILLEMS EN MEVR. CREYF Art.2 In § 2, in de voorgestelde tekst van arti- kel 1675-9, § 1, 2', tussen de woorden «verzoek- schrift » en «van », de woorden «en van de als bijlage toegevoegde stukken.» invoegen. [3 ] - 1073/6 - 96/97 ment envisager le cas de parents qui «cohabitent» avec leurs enfants non mariés/non cohabitants. L'amendement ne se limite dès lors pas à la personne qui cohabite avec le requérant, mais vise toutes les person- nes qui vivent sous le même toit. N° 59 DE M. WILLEMS ET MME CREYF Art.17 Dans le texte proposé, remplacer les mots « le commandement» par les mots « la sommation », JUSTIFICATION Selon l'article 17, l'article 99 de la loi hypothécaire est complété par la disposition suivante : « Mention est faite dans le commandement de la faculté offerte au tiers détenteur de transmettre au juge, à peine d'irrecevabilité, dans les huit jours qui suivent la significa- tion de la saisie faite sur lui, toute offre d'achat de gré à gré de son immeuble. ». Il est précisé à la page 60 de l'exposé des motifs, que la modification a pour objet de tenir compte de la possibilité de vendre de gré à gré l'immeuble saisi à charge d'un tiers détenteur qu'il y a lieu d'informer. Pour informer le tiers détenteur, la modification propo- sée de l'article 99 de la loi hypothécaire doit être formulée autrement. La mention doit faire partie de la sommation au tiers détenteur prévue à l'article 99 de la loi hypothécai- re. Le commandement est en effet envoyé au débiteur ini- tial et n'est en principe pas porté à la connaissance du tiers détenteur. Il ne serait dès lors guère efficace d'y insérer une clause tendant à protéger le tiers en question. La reproduction de l'article 99 de la loi hypothécaire permet de mieux situer le problème que l'amendement tend à résoudre: « Faute par le tiers-détenteur de satisfaire pleinement à l'une de ces obligations, chaque créancier hypothécaire a le droit de faire vendre sur lui l'immeuble hypothéqué, trente jours après commandement fait au débiteur originaire, et sommation faite au tiers détenteur de payer la dette exigi- ble ou de délaisser l'héritage. ». N° 60 DE M. WILLEMS ET MME CREYF Art.2 Au § 2, dans l'article 1675-9, § l'r, 2°, proposé, insérer les mots « et des pièces y annexées» entre le mot « requête» et les mots « , un formulaire », - 1073/6 - 96/97 VERANTWOORDING Terwijl de schuldeisers in kennis worden gebracht van de beschikking van toelaatbaarheid, onder toevoeging van - onder meer - een afschrift van het verzoekschrift, krijgt de schuldbemiddelaar tevens de als bijlage toege- voegde stukken. Het lijkt evenwel nuttig deze bijlagen eveneens ter ken- nis van de schuldeisers te brengen. Het spreekt voor zich dat een minnelijke aanzuiverings- regeling de voorkeur verdient boven een gerechtelijke aan- zuiveringsregeling. Opdat er van een minnelijke aanzuive- ringsregeling sprake kan zijn, dient het ontwerp van aanzuiveringsregeling de goedkeuring te krijgen van alle schuldeisers. Met het oog op het slagen van de poging een minnelijke aanzuiveringsregeling uit te werken, is het be- langrijk dat ook de schuldeisers zich een zo gedetailleerd mogelijk beeld kunnen vormen van de financiële situatie van de schuldenaar. Zodoende kunnen zij zich een gefun- deerd oordeel vormen over de haalbaarheid van de voorge- stelde aanzuiveringsregeling. Daarenboven zal deze transparantie een onmiskenbaar gunstige invloed hebben op de noodzakelijke goodwill en het vertrouwen van de schuldeisers. L. WILLEMS S. CREYF Nr 61 VAN DE HEER WILLEMS Art.2 In § 2, de voorgestelde tekst van arti- keI1675-11, § 1, aanvullen met het volgende lid: « Ongeacht de bepalingen van het eerste lid, kan een schuldeiser de rechter, door een eenvoudige schrif- telijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de grif- fie verzonden, verzoeken een gerechtelijke aanzuive- ringsregeling op te leggen. », VERANTWOORDING Dit amendement heeft tot doel de snelheid van de proce- dure te verhogen. Het amendement vormt de sluitsteen van de aan de schuldeisers verleende mogelijkheid niet in te stemmen met de voorgestelde minnelijke aanzuiverings- regeling. De collectieve schuldenregeling is gesteund op de aan- wezigheid van vertrouwen en geloof in het aanzuiverings- plan, niet enkel in de verhouding tussen de schuldbemid- delaar en de schuldenaar, doch evenzeer in hoofde van de betrokken schuldeisers. Het is niet uitgesloten dat nog vooraleer een ontwerp van aanzuiveringsregeling door de schuldbemiddelaar wordt voorgesteld, een schuldeiser over gegevens en argu- menten beschikt die hem toelaten vast te stellen dat een minnelijke aanzuiveringsregeling geen kans op slagen in zich zal dragen. Op dat ogenblik lijkt het onverantwoord de minnelijke aanzuiveringsregeling, conform lid 1, eventueel vier maanden te laten aanslepen. Het lijkt in deze hypothese opportuun, de schuldeiser de mogelijkheid te bieden de [ 4 ] JUSTIFICATION La décision d'admissibilité de la requête est notifiée aux créanciers en y joignant, entre autres, une copie de la requête, mais le médiateur de dettes reçoit en outre copie des pièces y annexées. Il nous paraît toutefois utile de porter également ces annexes à la connaissance des créanciers. Il va de soi qu'un plan de règlement amiable est toujours préférable à un plan de règlement judiciaire. Pour que l'on puisse vraiment parler d'un plan de règlement amiable, il faut que le projet de plan soit approuvé par tous les créan- ciers. Si l'on veut que les efforts en vue d'élaborer un plan de règlement amiable soient couronnés de succès, il est important que les créanciers puissent être informés de la manière la plus détaillée possible de la situation financière réelle du débiteur. Ils peuvent ainsi apprécier en connais- sance de cause la faisabilité du plan de règlement proposé. Cette transparence incitera en outre indéniablement les créanciers à faire preuve de bonne volonté et à accorder leur confiance au débiteur. N° 61 DE M. WILLEMS Art.2 Au § 2, compléter le texte proposé de l'arti- cle 1675-11, § 1er,par l'alinéa suivant: «Nonobstant les dispositions de l'alinéa t«, un créancier peut demander au juge, par simple déclara- tion écrite déposée ou adressée au greffe, d'imposer un plan de règlement judiciaire. », JUSTIFICATION Le présent amendement a pour objet d'accélérer la pro- cédure. Il constitue la clef de voûte de la possibilité octroyée aux créanciers de ne pas marquer leur accord sur le plan de règlement amiable proposé. Le règlement collectif de dettes se fonde sur la confiance qu'inspire le plan de règlement, non seulement dans la relation entre le médiateur de dettes et le débiteur, mais également dans le chef des créanciers concernés. Il n'est pas exclu qu'avant même que le médiateur de dettes propose un projet de plan de règlement, un créancier dispose de données et d'arguments lui permettant de cons- tater qu'un plan de règlement amiable n'a aucune chance d'aboutir. Dans ce cas, il serait injustifié de faire éventuellement traîner le plan de règlement amiable pendant quatre mois, comme le prévoit l'alinéa t-. Il s'indique, dans ce cas, d'offrir la possibilité au débiteur d'activer la procédure en procedure een positieve impuls te geven door hem toe te laten de rechter om een gerechtelijke aanzuiveringsrege- ling te verzoeken. Nr 62 VAN DE HEER WILLEMS Art.2 In het voorgestelde artike11675-15 aanvullen met de volgende bepaling: « § 4. Een schuldeiser kan te allen tijde, door een eenvoudige schriftelijke verklaring neergelegd ter griffie of aan de griffie verzonden, de stopzetting van de procedure van collectieve schuldenregeling vorde- ren, indien uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de procedure een louter dilatoir karakter heeft. Alvorens uitspraak te doen hoort de rechter in raadkamer de opmerkingen van de schuldenaar. De stopzetting van de procedure heeft de in § 3 bepaalde gevolgen. » VERANTWOORDING Het amendement wil een noodrem in de procedure van collectieve schuldenregeling inbouwen. De procedure heeft ingrijpende gevolgen voor de « vorderingsrechten » van de schuldeisers. Het spreekt voor zich dat de procedure moet worden stopgezet en de schuldeisers hun normale positie herinne- ren, indien zij kunnen aantonen dat de procedure enkel werd gestart om eventuele tenuitvoerlegging te vertragen en dat de aanzuiveringsregeling geen enkele kans op sla- gen heeft of manifest niet de in artikel1675-3 vermelde doelstelling zal bereiken. Omwille van het zwaarwichtige karakter van de stop- zetting spreekt het voor zich dat de schuldenaar vooraf wordt gehoord. Indien de procedure enkel een vertragend oogmerk heeft spreekt het voor zich dat de schuldeiser niet de aanzuiveringsregeling hoeft afte wachten, vooraleer hij de hem krachtens artikeI1675-15, § 3 waarvan hij de herroe- ping kan vorderen, verleende rechten kan herwinnen. Nr 63 VAN DE HEER WILLEMS Art.2 In § 2, de voorgestelde tekst van artikel1675- 13, § 1, aanvullen met het volgende lid: «Indien de schuldenaar bij het aangaan van een schuld, de schuldeiser, die om inlichtingen verzoekt, bewust of ten gevolge van grove nalatigheid, onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt aangaande zijn betalingsmogelijkheden, kan deze schuld niet worden kwijtgescholden. », VERANTWOORDING Deze bepaling, geïnspireerd door § 290, 2 van de Duitse Insolvenzordnung, is analoog aan artikel10 van de wet [ 5 ] - 1073/6 - 96/97 lui permettant de demander au juge d'imposer un plan de règlement judiciaire. N° 62 DE M. WILLEMS Art.2 Au § 2, compléter l'article 1675-15 proposé par la disposition suivante: « §4. Le créancier peut, à tout moment, demander l'arrêt de la procédure de règlement collectif de dettes, par simple déclaration écrite déposée ou envoyée au greffe, s'il ressort de l'ensemble des circonstances que la procédure a un caractère purement dilatoire. Le juge entend les observations du débiteur en chambre du conseil avant de statuer. L'arrêt de la procédure emporte les conséquences prévues au § 3. » JUSTIFICATION Le présent amendement tend à insérer un frein de secours dans la procédure du règlement collectif de dettes. La procédure est lourde de conséquences en ce qui concerne les « droits d'action » des créanciers. Il va de soi que la procédure doit être arrêtée et que les créanciers doivent recouvrer leur position normale s'ils peuvent démontrer que la procédure a été entamée dans le seul but de retarder l'exécution et que le plan de règlement n'a aucune chance d'aboutir ou n'atteindra manifestement pas l'objectif prévu à l'article 1675-3. Compte tenu de l'importance de l'arrêt de la procédure, il est évident que le débiteur doit être préalablement en- tendu. Si la procédure est purement dilatoire, il va sans dire que le créancier ne doit pas attendre le plan de règlement, dont il peut demander la révocation, avant de recouvrer les droits qui lui sont conférés en vertu de l'article 1675-15, § 3. N° 63 DE M. WILLEMS Art.2 Au § 2, compléter le texte de l'article 1675-13, § 1er,proposé, par l'alinéa suivant: « Si, au moment de contracter une dette, le débiteur a fourni au créancier qui demandait des renseigne- ments, volontairement ou par négligence grave, des informations incorrectes ou incomplètes concernant ses facultés de remboursement, cette dette ne peut faire l'objet d'une remise », JUSTIFICATION Cette disposition, inspirée par le paragraphe 290, 2, de l'Insolvenzordnung allemande, est analogue à l'article la - 1073/6 - 96/97 van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet. Artikel1675- 13 confronteert schuldeisers met de kwijtschelding van jegens hen bestaande schulden. Kwijtschelding is aan- vaardbaar indien, naar analogie met artikel 10 van de wet op het consumentenkrediet, de schuldeiser over de nodige informatie beschikt om, op het ogenblik dat hij beslist tot contracteren, de betalingsmogelijkheden van de schulde- naar te beoordelen. - Het amendement beoogt de verantwoordelijkheid van de schuldeisers bij de bestrijding van overmatige schuldenlast te onderstrepen. Derhalve staat tegenover hun verzoek om inlichtingen over de betalingsmogelijkhe- den van de wederpartij - de latere schuldenaar in de zin van dit ontwerp -, de mogelijkheid om de schuldenjegens hen kwijt te schelden, behalve wanneer de schuldenaar bewust of uit grove nalatigheid geen (correct) gevolg aan dit verzoek heeft gegeven. Indien de schuldenaar, bewust of ten gevolg van grove nalatigheid, de schuldeiser niet de inlichtingen verstrekt die nodig zijn om een accuraat beeld te krijgen van zijn betalingscapaciteit, kan hij jegens de schuldeiser geen af- wijking van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek kan vorderen. - ArtikeI1675-11, § 2, verplicht de griffier de partijen bijeen te roepen, zodat ze kunnen worden gehoord indien de rechter over een gerechtelijke aanzuiveringsregeling beslist. Dit impliceert dat partijen ook worden gehoord over de vraag of de voorwaarden voor kwijtschelding zijn vervuld. Immers, conform blz. 46 van de memorie van toelichting, hebben de schuldeisers en de schuldenaar steeds - en dus ook betreffende de in artikeI1675-13, § 1, toe te voegen voorwaarde voor kwijtschelding - de gelegenheid om hun standpunt uiteen te zetten. L. WILLEMS [ 6 ] de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consomma- tion. L'article 1675-13 porte sur la remise de dettes exis- tant vis-à-vis des créanciers. La remise de dette est accep- table si, par analogie avec l'article 10 de la loi relative au crédit à la consommation, le créancier dispose des informa- tions nécessaires pour évaluer les facultés de rembourse- ment du débiteur au moment où il décide d'accorder un prêt. L'amendement vise à responsabiliser davantage le créancier dans la lutte contre le surendettement. C'est la raison pour laquelle les dettes contractées vis-à-vis de celui-ci peuvent être remises, sauf si au moment où il se renseigne sur les facultés de remboursement de l'autre partie - c'est-à-dire du débiteur au sens du présent projet - celle-ci ne donne pas, volontairement ou par négligence grave, suite (de manière correcte) à cette demande. Si, volontairement ou par négligence grave, le débiteur n'a pas fourni au créancier les renseignements nécessaires pour donner une image précise de ses facultés de rembour- sement, il ne peut demander une dérogation à l'article 1134 du Code civil vis-à-vis du créancier. - L'article 1675-11, § 2, contraint le greffier à convo- quer les parties, afin qu'elles puissent être entendues lors- que le juge décide un plan de règlement judiciaire. Ceci implique que les parties sont également entendues afin de déterminer si les conditions pour la remise de dettes ont été remplies. En effet, ainsi qu'il est souligné à la page 46 de l'exposé des motifs, les créanciers et les débiteurs ont tou- jours - et donc également en ce qui concerne la condition à laquelle est subordonnée la remise de dettes prévue à l'article 1675-13, § lee, - l'occasion de présenter leur point de vue. Drukk.-Impr. SCHAUBRüECK, Nazareth - (09) 389 02 11 - (02) 219 0041

Vragen over dit document?

Stel uw vragen aan onze juridische AI-assistent

Open chatbot